Vragen en antwoorden ChristenUnie
Tekst van het document
Datum Raad Nr. raadsvoorstel
Raadsvergadering 25 mei 2023 Onderwerp
Meerjaren beleidsstukken Veiligheidsregio- Midden en WestBrabant 2023-2027
Fractie ChristenUnie/J. van Groos Datum binnenkomst 27 april 2023 vraag Datum 3 mei 2023 beantwoording Naam TLTH Portefeuillehouder S. Ausems team/steller Vragen Vraag: In het raadsvoorstel wordt melding gemaakt dat de VRMWB zich ook bezig houdt met maatschappelijke vraagstukken met (fysieke) veiligheidseffecten. Voor ‘flitsrampen’ is in de loop van de jaren een tussen teams van de gemeente en de veiligheidsregio een bepaalde aanpak (GRIP) ontwikkeld. Mede door diverse oefeningen zijn deze teams op elkaar ingespeeld. Hoe staat dit ervoor bij de maatschappelijke vraagstukken met een veiligheidsrisico’s? Zijn dit dezelfde teams? Is er al een aanpak ontwikkeld? Vinden er ‘oefeningen’ plaats? Antwoord: De afgelopen jaren is er inderdaad een ontwikkeling gaande dat naast de klassieke flitsrampen (zoals een grote brand) steeds vaker sprake is van maatschappelijke langdurige crises (zoals COVID-19, boerenprotesten en de vluchtelingcrisis). Dit soort langdurige crises vergen een andere, meer projectmatige, aanpak. Hierbij wordt de werkwijze vanuit de GRIP-structuur nog steeds zoveel als mogelijk benut. Belangrijkste verschil is dat in dergelijke gevallen vaak gebruik wordt gemaakt van flexibele alarmering, ook wel het alarmeringsknoppenmodel genoemd. In plaats van volledige crisisteams worden dan alleen de crisisfunctionarissen die op dat moment een specifieke taak hebben gealarmeerd.
Momenteel wordt deze werkwijze binnen de VRMWB nog uitgerold. Planning is dat vanaf komend najaar hier ook actief mee geoefend gaat worden. Vraag: Waarom zou de VRMWB de capaciteit moeten leveren voor de kolom Bevolkingszorg en niet de gemeenten? Antwoord: Met deze opmerking in het raadsvoorstel wordt gedoeld op de personele capaciteit bij de afdeling Bevolkingszorg van de VRMWB. Het gaat hierbij om capaciteit in de koude (voorbereidende) fase. De afdeling Bevolkingszorg binnen de VRMWB is al jaren dun bezet. Dit heeft als gevolg dat een deel van het werk blijft liggen en/of op de schouders terecht komt van de Adviseurs Openbare Orde en Veiligheid/Crisisbeheersing van de 24 gemeenten die deel uitmaken van de VRMWB. In de warme (daadwerkelijk incident) fase wordt de capaciteit voor Bevolkingszorg uiteraard geleverd door het gemeentelijk personeel zelf. Vraag: De VRMWB verbreedt het takenpakket zonder dat de gemeenten meer moeten gaan bijdragen; wordt hiervan de rekening later gepresenteerd of worden al die extra activiteiten vanuit efficiencywinst en digitaal werken betaald? Fijn dat het college oog heeft voor de manier van evalueren door de VRMWB. Zou het helpen om met het oog daarop prestatie-indicatoren vast te stellen? Antwoord: Op dit moment is geen sprake van een directe verhoogde financiële bijdrage als gevolg van het verbrede takenpakket.
Wanneer dit wel het geval gaat zijn zal dit eerst aan het Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur ter besluitvorming moeten worden voorgelegd.
Een goede suggestie rondom het laten opstellen van bijbehorende prestatie-indicatoren. Dit zal als volgt nog worden toegevoegd aan de voorgestelde zienswijze in het raadsvoorstel: Op welke manier evalueert de VRMWB datgene wat in het beleidsplan wordt vastgesteld? Alle voornemens staan helder beschreven maar hoe wordt gemonitord dat deze ook daadwerkelijk worden behaald? Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van kritische prestatie indicatoren (KPI’s).