Vragen en antwoorden ChristenUnie
Tekst van het document
Datum Raad Nr. raadsvoorstel
Raadsvergadering 3 februari Onderwerp
Regiovisie Beschermd Wonen regio Hart van Brabant
Fractie ChristenUnie/J. van Groos Datum binnenkomst 10 januari 2022 vraag Datum 17 januari 2022 beantwoording Naam team/steller TMAO Portefeuillehouder E. Daandels Vragen Vraag: Hebben de gemeenten en VNG niets geleerd van de fouten die zijn gemaakt met de drie decentralisaties, waardoor ze nu weer in eenzelfde fuik dreigen terecht gekomen? Antwoord: Deze vraag is voor ons niet te beantwoorden. U suggereert hiermee dat er bepaalde fouten zijn gemaakt in dit proces door diverse partijen. Wij kunnen uit uw vraag niet opmaken welke fouten u bedoelt en in welke fuik de gemeenten en VNG terecht dreigen te komen. Vraag: Is de samenwerking met centrumgemeente Tilburg en de Toegang Beschermd Wonen, ondanks bijvoorbeeld onvolledige registratie, nu zo goed, dat dit op de oude wijze kan worden voortgezet? Antwoord: U suggereert in uw vraag dat alles bij het oude zal blijven de komende jaren. Dit is niet juist. In de Regiovisie is opgenomen dat de gemeenten in de huidige centrumgemeentelijke regeling blijven samenwerken. Dit is een juridisch kader voor samenwerking en zegt weinig over de kwaliteit van samenwerking. De vraag is voor ons dan ook moeilijk te beantwoorden.
Vraag: Waarom is het college van mening dat het aspect duurzaamheid hier niet aan de orde is, terwijl in de Norm voor Opdrachtgeverschap wordt gesproken over een duurzame beweging? Is dit omdat bij de aanbesteding (sociale) duurzaamheid niet wordt meegenomen? Of komt dit doordat in de ogen van het college duurzaamheid alleen over de P van Planet gaat en bijvoorbeeld niet over de P van People? Antwoord: Dit aspect is in het raadsvoorstel inderdaad niet nader toegelicht. De Regiovisie gaat uit van een aantal algemene kaders die in het algemeen gericht zijn op het bijhouden of verbeteren van het welzijn van mensen in huidige en in toekomstige generaties. Eén daarvan is het streven mensen in de eigen omgeving te laten wonen, zodat zij bijvoorbeeld gebruik kunnen blijven maken van hun eigen sociaal netwerk. Het voorstel gaat over de Regiovisie. Deze Regiovisie omschrijft de richtinggevende kaders op basis waarvan de regio de komende jaren wil zorgen dat beschermd wonen goed aansluit bij de behoefte van inwoners. Het voorstel gaat niet over de aanbesteding. Deze aanbesteding zal binnenkort starten. Gemeente Tilburg is penvoerder in de aanbesteding. Wij hebben in de voorbereiding van de aanbesteding ook aandacht gevraagd voor het aspect duurzaamheid.
Vraag: Hoe denkt het college ervoor te zorgen dat voor deze doelgroep voldoende woonplekken en woningen binnen Waalwijk beschikbaar zijn? Hoe vindt de verdeling en toewijzing plaats zolang er überhaupt nog te weinig woningen zijn voor jongeren, starters, statushouders en deze doelgroep?
Antwoord: De gecontracteerde zorgaanbieder is verantwoordelijk voor het realiseren van voldoende plaatsen op de locaties voor beschermd wonen. Het Regionale Toegangsteam Beschermd Wonen verwijst een inwoner naar de gecontracteerde zorgaanbieder door. Deze zorgaanbieder zorgt voor verdeling van de cliënten over de regio op de locaties voor beschermd wonen. Als iemand de stap naar zelfstandig wonen kan maken, bespreekt het regionaal matchingspunt waar geschikte woonruimte in de regio beschikbaar is. De gemeenten in Regio Hart van Brabant maken met woningcorporaties afspraken over de benodigde hoeveelheid woningen voor diverse doelgroepen, waaronder de doelgroep die uitstroomt uit beschermd wonen. In gemeente Waalwijk is dit Casade. Vraag: Hoeveel Waalwijkers maken enkel gebruik van de voorziening Beschermd Wonen? Hoeveel Waalwijkers maken daarnaast gebruik van andere voorzieningen en hoe zorgt team WijZ er dan voor dat integraal wordt gewerkt en dat er een soepele overgang tussen Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang is? Antwoord: Op dit moment maken ongeveer 40 mensen die uit gemeente Waalwijk komen gebruik van beschermd wonen. Beschermd wonen is op dit moment een compleet arrangement, waar ook dagbesteding onder valt. Voor meer informatie hierover, zie de website van Regio Hart van Brabant. Het regionaal toegangsteam beschermd wonen indiceert beschermd wonen.
Team WijZ zet voor deze mensen geen andere maatwerkvoorzieningen in. Een soepele overgang tussen beschermd wonen en maatschappelijke opvang is niet één van de doelstellingen van de zorg. We proberen juist te voorkomen dat mensen met een complexe zorgbehoefte vanuit beschermd wonen in de maatschappelijke opvang belanden. Diverse betrokken partijen, zoals het Zorg- en Veiligheidshuis en de gecontracteerde zorgaanbieders, hebben hier gezamenlijk afspraken over gemaakt. Wanneer iemand die in de maatschappelijke opvang zit beter geholpen kan worden in een beschermde woonomgeving, dan zullen de betrokken professionals hem of haar daarnaartoe leiden. Vraag: Wat is de reden dat waar de SAR het heeft over arbeidsmatige dagbesteding het college in zijn reactie alleen over dagbesteding spreekt? Antwoord: Dagbesteding is een overkoepelende term, waarmee wij onder andere arbeidsmatige dagbesteding bedoelen en ook de recreatieve dagbesteding die de SAR in haar advies noemt. Vraag: De SAR wijst ook op het belang van nachtopvang; waarom wordt die term niet gebruikt in de reactie van het college? Antwoord: Wij nemen het advies van de SAR over de nachtopvang ter harte. Op dit moment is die nachtopvang alleen in Tilburg aanwezig. We zullen in 2022 nagaan wat de mogelijkheden zijn in gemeente Waalwijk.
Vraag: Hoe moet de raad het zien dat als de commissie Dannenberg het anders organiseren van ondersteuning voorstaat, nu aan de raad wordt voorgesteld de huidige organisatie voort te zetten? Antwoord: De commissie Dannenberg heeft in 2015 advies gegeven over een aantal aspecten van beschermd wonen. Het rapport draagt de naam ‘Van beschermd wonen naar beschermd thuis’. Dit is ook één van de belangrijkste adviezen van de commissie: “In het toekomstbeeld van beschermd wonen staat de sociale inclusie van mensen met
een verstoorde zelfregulatie centraal. In essentie gaat het om een Beschermd thuis. Bij nieuwe hulpvragen vormen in deze visie beschermde woonplekken in de wijk het uitgangspunt, met een 7 x 24 uur woonvoorziening voor een kleine groep mensen”. Het voortzetten van een samenwerking tussen gemeenten betekent niet dat deze samenwerkende gemeenten niet toewerken naar dit ideale toekomstbeeld. Gemeenten en zorgaanbieders zijn al een aantal jaren bezig met het vormgeven van meer lokale initiatieven en tussenvormen van zorg. Die activiteiten zetten we de komende jaren voort. Vraag: Waarom moeten begeleiding en ondersteuning gericht zijn op zelfredzaamheid en niet samenredzaamheid? Antwoord: De term ‘zelfredzaamheid’ wordt in de Wmo 2015 gebruikt en wordt daarom ook in voorzieningen gebruikt waar wij wettelijk gezien voor verantwoordelijk zijn. Dit sluit samenredzaamheid niet uit. Vraag: Wij zien een relatie met het voorstel om in 2022 te starten met herstelvoorzieningen (Rv. Beleidsplan en Uitvoeringsregeling WMO 2022). Zien wij dat verkeerd? Zo ja, waarom? Zo neen, waarom is in het raadsvoorstel van 11 november 2021 hiervan geen melding gemaakt? Antwoord: De Regiovisie gaat over beschermd wonen en gaat er vanuit dat alle gemeenten een goed aanbod van lokale voorzieningen in stand houden of ontwikkelen. In die zin zou u er inderdaad een relatie in kunnen zien.
De aanleiding voor gemeente Waalwijk om te starten met herstelvoorzieningen ligt niet per se in de nu voorliggende Regiovisie beschermd wonen of de aanstaande decentralisatie van beschermd wonen. Een herstelvoorziening is in onze ogen voor iedereen met een psychische kwetsbaarheid belangrijk, niet alleen voor de doelgroep beschermd wonen. Vraag: Zijn de vragen A tot en met G uit onderdeel 2 van de regionale Adviesraden Sociaal Domein inmiddels beantwoord (RoSa)? Kunnen die met ons worden gedeeld? Antwoord: Ja, deze zijn ambtelijk beantwoord. Dit waren technische vragen in het kader van de aanbesteding. De adviesraden hebben in gesprek met twee medewerkers van gemeente Tilburg de vragen doorgenomen. In de bijlage vindt u ter informatie de ambtelijke beantwoording.
1. Rolverdeling gemeenten en zorgorganisaties: samen verantwoordelijk voor passende zorg en voorzieningen. Hoe gaat dit samenspel ingericht worden? Een deel van de zorg gaat overgeheveld worden naar de WLZ, de zgn. ‘uitname WLZ’. Het gaat om zorg voor inwoners van wie bekend is dat zij vele jaren, misschien zelfs de rest van hun leven, op een vorm van BW aangewezen blijven. Doorstroom kan nog van toepassing zijn, uitstroom niet. Voor de categorie inwoners voor wie doorstroom en uitstroom realistische doelstellingen zijn, wordt Wmo-begeleiding ingezet. Die valt binnen de verantwoordelijk – en drukt op het budget- van de gemeente waartoe de inwoner behoort /behoorde (e.e.a. is nog afhankelijk van de toekomstige invulling van het woonplaatsbeginsel). Wmo-begeleiding regelt de gemeente via inkoop bij een select aantal aanbieders en binnen HvB is afgesproken deze inkoop centraal te regelen. Dit heeft voordelen, maar vraagt bij de uitwerking ook een grote mate van oplettendheid om een blijvende kwaliteit en betaalbaarheid te borgen. In het nieuwe inkoopbeleid wordt er gewerkt met één hoofdaannemer en diverse onderaannemers en de contractpartij wordt verantwoordelijk voor die onderaannemers. Doel is om met minder zorgaanbieders te gaan werken en het zo (financieel) beter beheersbaar te maken en te houden. We hebben hier een aantal vragen bij betreffende zaken die niet duidelijk zijn.
Reactie AvK (Inkoop) De veronderstelling dat het altijd één hoofdaannemer is met onderaannemers is niet terecht. Er zijn ook andere constructies mogelijk waarbij wordt samengewerkt. Denk b.v. aan coöperaties of coalities. De keuze hoe ingeschreven wordt met welke constructie is natuurlijk wel aan de contractpartner zelf. A. Wie wordt in dit systeem de eindverantwoordelijke voor de zorg: is dit de contractpartij of blijft dit de gemeente? Reactie AvK (Inkoop) Gemeente is verantwoordelijk dat zorg georganiseerd is. Deze zorg wordt door ons ingekocht bij zorgaanbieders. Dit veranderd niet. De zorgaanbieder is verantwoordelijk voor kwalitatief goede zorg, volgens afspraken met gemeente. B. Waar is de contractpartij precies verantwoordelijk voor? Reactie AvK (Inkoop) Leveren van goede zorg in afstemming met de inwoner. Maken van een plan en uitvoeren volgens afspraak. C. Welke verantwoordelijkheden blijven bij de gemeente / regio liggen? Reactie AvK (Inkoop) Toezicht en monitoring van goede kwalitatieve zorg. D. een risico: deze organisatie mag niet omvallen. Hoe wordt dit geborgd? Reactie AvK (Inkoop) Bij aanbesteding moet de organisatie als bedrijf gezond zijn. Hier vragen we informatie over op. We spreken reële budgetten af in overleg E. Wie bewaakt de kwaliteit van zorg? Reactie AvK (Inkoop) Aanbieder zelf. Hier vragen we ook informatie over op tijdens het contract.
Gemeente toetst dan nog. F. Als inwoners niet tevreden zijn of klachten hebben, bij wie kunnen zij dan terecht? Reactie AvK (Inkoop)
In eerste instantie bij zorgaanbieder zelf. Daarnaast spreken we af met zorgaanbieders dat we een onafhankelijke klachtenprocedure of commissie inrichten. Hiervoor vind nog overleg plaats. G. En is geregeld dat er een onafhankelijke partij is waar inwoners terecht kunnen als zij niet bij de organisatie waar zij een klacht over hebben, hun verhaal willen doen? Reactie AvK Inkoop) ja, dat wordt geregeld. De contractpartij dient kleine zorgaanbieders als onderaannemer te selecteren om zo het hele spectrum aan zorg te kunnen bieden. Dus zorg voor een divers en specialistisch aanbod verspreid over de regio, kwaliteit controleren, contractonderhoud en contacten onderhouden, monitoren en evalueren. Voor de contractpartij brengt dit veel werk c.q. bureaucratie met zich mee om dit zorgvuldig en kwalitatief goed uit te voeren. Een afname van administratieve last bij de gemeente gaat gelijk op met een toename van deze last bij elke contractpartij, zowel de grote (hoofdaannemers) als de kleinere (onderaannemers). De adviesraden vinden dit een zorgelijke ontwikkeling. Zorgaanbieders moeten vooral doen waar zij voor bedoeld zijn, namelijk zorg bieden.
Vragen en aandachtspunten zijn wat ons betreft: a) duidelijkheid geven over welke verantwoordelijkheden bij de gemeenten/regio liggen, welke bij de contractpartij en welke bij de onderaannemers Reactie AvK Inkoop) Taakgericht wil niet altijd zeggen dat er gewerkt wordt met onderaannemers. We stimuleren dat dit ook anders kan. Onderaannemers moeten aan zelfde eisen voldoen, de gemeente toetst. b) een reële inschatting te geven van de hoeveelheid tijd en bureaucratie die contractpartijen in zullen moeten zetten om dit (goed) uit te kunnen voeren. Alleen dan worden consequenties hiervan duidelijk voor de zorguren. Reactie AvK (Inkoop) Tijd en energie die organisaties nu besteden aan beschikkingen, overleg en zorg met gemeenten zijn niet meer nodig. Men gaat anders werken ,die betekent niet gelijk, meer administratie. We halen dubbelingen eruit. Dat vermindert de administratieve last en geeft snelheid in het proces. c) Wachtlijsten zijn groeiende .Wie wordt verantwoordelijk voor het terugdringen van de wachtlijsten en voor het snel leveren van de juiste zorg? Reactie AvK (Inkoop) De Contractpartner is verantwoordelijk voor het terugdringen van de wachtlijsten en het leveren van de juiste zorg.
d) Als deze verantwoordelijkheid bij de contractpartijen komt te liggen, vragen wij ons af waarom het zorgaanbieders nu wel gaat lukken om de wachtlijsten weg te werken? Wat is er in 2022 anders dan in 2021? Reactie AvK (Inkoop) We lopen er nu tegen aan dat een client op een wachtlijst van één aanbieder lang kan staan voordat er overleg is tussen aanbieders over de wachtlijst. Met de nieuwe inkoop is er geen mogelijkheid meer tot weigeren omdat de inwoner niet bij zorgaanbieder past. De contractpartner heeft acceptatieplicht. Daarnaast zorgt de financieringssystematiek voor meer mogelijkheden tot afschalen en uitstroom. Dit wordt door lumpsumfinanciering meer gestimuleerd.