Vragen en antwoorden ChristenUnie
Tekst van het document
Datum Raad Nr. raadsvoorstel
Raadsvergadering 27 juni 2024 Nota van Uitgangspunten voor de begroting 2025
Fractie ChristenUnie/J. van Groos Datum binnenkomst 6 juni 2024 vraag Datum 7 juni 2024 beantwoording Naam TFIN Portefeuillehouder T. Klerx team/steller Vragen Vraag: Waarom worden indexen van 60% en 20% gehanteerd voor het bepalen van het accres in de algemene uitkering? Waarop zijn deze percentages gehanteerd? Antwoord: Het rijk hanteert voortaan een nieuwe accresraming voor de algemene uitkering, die volgen wij. Bij de berekening van het accres wordt de loon- en prijsontwikkeling bijgesteld op basis van een gecombineerde index op basis van de CPB-indices voor de loonvoet sector overheid, prijsontwikkeling materiële overheidsconsumptie (IMOC) en de prijsontwikkeling bruto overheidsinvesteringen (IBOI). Hierbij wordt een verdeling van 60/20/20 tussen loon/consumptie en investeringen aangehouden. Vraag: Het invoeren van een vast percentage voor budgetsubsidies had als reden dat organisaties die budgetsubsidie ontvangen voor meer jaren duidelijkheid hadden; is het tegen die achtergrond verstandig om van deze werkwijze af te stappen? Welke zekerheid wordt nu aan die organisaties geboden? Antwoord: Ook bij de Nota van Uitgangspunten voor de begroting 2023 zijn door u op dit punt vragen gesteld.
Daarbij is aangegeven dat op verzoek van organisaties inderdaad een vaste indexering per jaar is afgesproken, destijds voor de jaren 2022 - 2024 van 1,85% voor budgetsubsidies en 1,60% voor de overige subsidies. Het ene jaar zouden ze overhouden en het andere jaar tekort komen. Gemiddeld was dit in orde en destijds is geconstateerd dat over eerdere jaren de organisaties niets tekort gekomen zijn. Echter, gelet op de uitzonderlijke situatie met een veel sterkere inflatie, is zowel voor de indexering van de subsidies 2023 als 2024 toch afgeweken van bovenstaande vaste gedragslijn. Reden daarvoor was dat het vasthouden aan deze lage percentages niet redelijk zou zijn, terwijl voor onze (“eigen”) budgetten veel hogere percentages gehanteerd werden. Voor 2023 is een indexering subsidies gehanteerd van respectievelijk 3,0% en 2,4% en voor 2024 5,0% en 4,4%. Het vasthouden aan de vaste percentages voor subsidies 2023 en 2024 zou er toe geleid hebben dat organisaties over deze jaren respectievelijk 4,3% en 3,6% minder zouden hebben gehad, terwijl ook zij met grote kostenstijgingen werden geconfronteerd. De nieuwe werkwijze geeft organisaties een betere indexering, doordat per jaar gerekend wordt op basis van de (meer actuele) verwachtingen van het Centraal Planbureau.
Overigens blijkt dat andere gemeenten ook jaarlijks de indexering bezien en deze niet voor meerdere jaren vooraf vastleggen. Vraag: Nogal wat gemeenschappelijke regelingen waarbij onze gemeente is aangesloten, hanteren de index die door de gemeente Tilburg wordt toegepast; die ligt over het algemeen een stuk hoger dan die van Waalwijk. Op welke wijze wordt hiermee in de uitgangspunten rekening gehouden? Antwoord: De gemeenschappelijke regelingen passen op verschillende manieren de indexering voor hun nieuwe begroting toe. Een aantal regelingen bepaalt zelf hun indexering en sommige regelingen volgen die van de gemeente Tilburg. Het is niet zo, dat die van de gemeente Tilburg altijd hoger ligt dan hetgeen de gemeente Waalwijk hanteert. Een
hogere index dan die van Waalwijk wordt meestal veroorzaakt doordat Tilburg niet alleen kijkt naar de index van het komende jaar, maar ook naar de ontwikkeling van het lopende jaar (nu 2024) en de uitkomst van het vorig jaar (nu 2023). Is die ontwikkeling hoger dan eerder van was uitgegaan, dan rekenen zij dat structureel door; is die lager dan ook. Bij beoordeling van de begrotingen van gemeenschappelijke regelingen toetst de gemeente Waalwijk of de indexering redelijk is. Daarbij accepteren we dat enkele regelingen de systematiek van Tilburg volgen en verwerken de effecten daarvan in de begroting van de gemeente Waalwijk (dat is een al jaren gehanteerde werkwijze). Vraag: Waarom hanteert de gemeente Waalwijk rentepercentages die 0,25 procentpunt onder de huidige rentepercentages liggen? Antwoord: Uitgegaan is van de rente-verwachtingen van experts. Daarvoor maken we gebruik van de rentevisie van een aantal grote banken. Op basis daarvan wordt een lichte daling verwacht. Overigens heeft de ECB (Europese Centrale Bank) op 6 juni jl. de beleidsrente met 0,25% naar beneden bijgesteld, hetgeen een trendbreuk is ten opzichte van ontwikkelingen in recente jaren (voor het eerst in 5 jaar een daling). Mogelijk volgen er later dit jaar nog meerdere neerwaartse bijstellingen (1 of 2); dit is wel afhankelijk van de inflatie-ontwikkelingen.
Vraag: De planning van vervangingsinvesteringen wordt in eerste instantie planmatig gedaan. Als een actief economisch is afgeschreven, dan wordt rekening gehouden met vervanging. Toch blijkt in de praktijk die vervangingsinvestering nodig te zijn en is het actief nog technisch en economisch geschikt. Wanneer wordt dit beoordeeld en zal deze uitkomst worden meegenomen in de begroting van 2025? Antwoord: Jaarlijks wordt ten tijde van het samenstellen van de begroting bezien of geplande vervangingsinvesteringen daadwerkelijk nodig zijn, waarbij ook eventuele extra onderhoudslasten worden betrokken. Is vervanging nog niet nodig, schuift het vervangingskrediet een jaar door en worden de kapitaallasten voor het volgende jaar bij de begroting 2025 voor dit actief neerwaarts bijgesteld.