Vragen en antwoorden ChristenUnie
Tekst van het document
Datum Raad Nr. raadsvoorstel
Raadsvergadering 9 juni 2022 Onderwerp
Jaarrekening 2021, begroting 2023 en meerjarenraming 2024 - 2026 Baanbrekers
Fractie ChristenUnie/J. van Groos Datum 9 mei 2022 binnenkomst vraag Datum beantwoording Naam team/steller TMAO Portefeuillehouder R. Bakker Vragen Vraag: Waarom staat in het raadsvoorstel bij het resultaat over 2021 niet dat het negatieve resultaat feitelijk € 2 miljoen negatief is, maar door de vrijval van de voorziening meerjarig onderhoud voor een bedrag van anderhalf miljoen euro minder negatief is uitgekomen? Antwoord: De voorziening “Meerjarig onderhoud” is per eind 2021 komen te vervallen, als gevolg van het besluit tot herhuisvesting. De vrijval van deze voorziening betrof een bedrag van € 1.475.000 (zie blz. 70). Naast deze vrijval heeft op 13 december 2021 het algemeen bestuur besloten tot een afboeking van de resterende boekwaarde ad € 1.245.773 van gebouw 1, als gevolg van de sloop van gebouw 1 ten gevolge van de herhuisvesting op de huidige locatie (zie blz. 53. Verder blijkt volgens de toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening 2021 dat het geraamd resultaat volgens de bijgestelde begroting 2021 (na vierde wijziging) ten opzichte van het definitieve resultaat van de jaarrekening 2021 zich een positieve afwijking voordoet van € 154.000.
Onderstaand overzicht geeft op hoofdlijnen een verklaring op deze afwijking: De belangrijkste afwijkingen ten opzichte van de bijgestelde begroting betreffen: Bedragen x € 1.000 DP 1|3 DP 2|3|4|OVH DP 2|3|4|OVH DP 1|2|3|4|OVH
Resultaat op BUIG Wsw rijksvergoeding Gesubsidieerd personeel Niet gesubsidieerd personeel
voordeel voordeel nadeel nadeel
293.000 229.000 -/- 122.000 -/- 248.000
Voor een nadere gedetailleerde toelichting van deze belangrijkste afwijkingen wordt verwezen naar pagina 65 en 66 van de jaarstukken 2021. Uiteindelijk komt het totale resultaat na verrekening van alle baten en lasten voor 2021 dan uit op -555.000 t.o.v. de oorspronkelijke begroting 2021. Vraag: Waarom staat in het raadsvoorstel onder punt 3 dat het college vertrouwen heeft in het realisme van de ontvangen jaarstukken en de ontwerpbegroting 2023, terwijl het bekend is dat de Rijksbijdrage (BUIG) aanzienlijk kan en vermoedelijk zal afwijken en de kans reëel is dat de begroting 2023 begin 2023 alweer moet worden aangepast? Hoe verhoudt die uitspraak over het realisme zich tot de onder punt 5 genoemde ‘nodige onzekerheden’? Antwoord: Baanbrekers stelt de begroting op met de meest actuele informatie waarover zij beschikken. Dat neemt niet weg dat er soms aannames en inschattingen moeten worden gedaan op basis van maatschappelijke en economische ontwikkelingen. Daarnaast geeft u terecht aan dat Baanbrekers te maken heeft met een grote mate van onzekerheid over de omvang van de door het Rijk beschikbaar gestelde rijksbijdrage BUIG middelen.
Voor het begrotingsjaar wordt door de Rijksoverheid op drie momenten over de hoogte van de rijksbijdrage BUIG middelen gecommuniceerd. Te weten in oktober vóór het begrotingsjaar (voorlopig budget), eind april in het begrotingsjaar (nader voorlopig budget) en in oktober van het begrotingsjaar (definitieve budget). Gemeenten en dus Baanbrekers hebben geen enkele invloed op de omvang van deze rijksuitkering en zijn geheel afhankelijk van deze informatie over de te ontvangen rijksbijdrage. Om dus een (geactualiseerde) begroting zo actueel mogelijk te houden worden ontwikkelingen en afwijkingen, zoals deze in de twee bestuursrapportages worden gerapporteerd, bijgesteld. Vraag: In de afspraken met Baanbrekers is door de gemeenten vastgelegd dat de Algemene Reserve maximaal € 1,2 miljoen mag bedragen. Over een minimum is niets afgesproken. Blijkens de begrotingsstukken is Baanbrekers van mening dat het minimum ook € 1,2 miljoen moet zijn en dat daarom is opgenomen dat de AR weer wordt aangevuld. Is dit vanwege het feit dat de begroting vanwege de onzekerheden over de Rijksbijdragen onbetrouwbaar is? Antwoord: Herhaaldelijk wordt de vraag gesteld of de Algemene Reserve inderdaad 1,2 miljoen Euro moet zijn en blijven, of deze ook minder mag zijn, of er zelfs niet hoeft te zijn. Hierover wordt regelmatig ambtelijk en bestuurlijk gediscussieerd.
Hierbij wordt steeds aangegeven dat als de organisatie Baanbrekers effectief moet kunnen blijven functioneren, en ook operationeel moet kunnen blijven anticiperen op zaken, oftewel going concern, het verre van effectief en efficiënt is om telkens terug te moeten naar de Raden van de deelnemende gemeenten voor een zienswijze procedure. Dit ondanks het feit dat gemeenten garant staan voor de gemeenschappelijke regeling. Ook wordt er bij deze discussies gerefereerd naar hetgeen de Provincie adviseert om operationeel te kunnen blijven werken. Baanbrekers functioneert nu al ruim onder het geadviseerde niveau van solvabiliteit van 1,1/1,2. De conclusie is dan dat in verband met het bedrijfsvoeringsproces van going concern bij Baanbrekers de algemene reserve van 1,2 miljoen gehandhaafd moet blijven.