Vragen en antwoorden ChristenUnie
Tekst van het document
Datum Raad Nr. raadsvoorstel
Raadsvergadering 9 juni 2022 Onderwerp
Jaarrekening 2021 en begroting 2023 Hart van Brabant
Fractie ChristenUnie/J. van Groos Datum binnenkomst 9 mei 2022 vraag Datum 31 mei 2022 beantwoording Naam team/steller CSTR Portefeuillehouder S. Ausems Vragen Vraag: Waarom staat er niet in de aanleiding bij het jaarrapport dat verantwoording wordt afgelegd over de uitvoering van beleid, maar over het gevoerde beleid? Antwoord: De drie W-vragen (Wat willen we bereiken, wat gaan we daarvoor doen en wat mag het kosten) zijn passend als het gaat om het bereiken van maatschappelijke doelen zoals we die hebben opgenomen in de gemeentelijke begroting. Hart van Brabant is geen bestuurslaag met eigenstandige bevoegdheden, verantwoordelijkheden of oplossingsvermogen om maatschappelijke doelen te bereiken. Een van de kritiekpunten op de huidige SMA en P&C- producten van HvB is dat het wel die schijn wekt. Het college is daar altijd kritisch op geweest. In die zin spreek het college liever over gemeentelijke ambities van Waalwijk en over ambities voor de regionale samenwerking: hoe kan deze bijdrage aan de eigen lokale ambitie? De vraag zou dan ook niet moeten zijn of de regionale samenwerking HvB maatschappelijke doelstellingen weet te behalen, maar of de samenwerking in de ogen van college en gemeenteraad (voldoende) een steentje bijdraagt in combinatie met de eigen inspanning om onze lokale ambities te verwezenlijken.
Wat het college betreft moet de schijn van bestuurslaag met eigenstandige ambities, verantwoordelijkheden en oplossingsvermogen worden vermeden als we gaan werken met de Kernagenda systematiek. Vraag: Wanneer komt de jaarrekening van de jeugdhulp, want dit is veruit de grootste post van Hart van Brabant? Waarom is hier na 7 jaar nog zoveel onduidelijkheid over, terwijl de gemeenschappelijke regelingen te maken hebben met een officiële deadline bij het toezichthoudend orgaan? Antwoord: Dat de jaarcijfers van jeugdhulp later zijn, heeft te maken met de landelijke standaard administratie- en declaratieprotocol. Op het gebied van de jeugdhulp wordt een termijn van 90 dagen gehanteerd. Gemeenten zijn verplicht om te controleren of de gedeclareerde jeugdhulp daadwerkelijk is geleverd. Daarvoor gebruikt de gemeente de productverantwoording van de zorgaanbieder. Deze verantwoordingen worden gecontroleerd en ondertekend door een accountant. Die verantwoordingen komen pas op 1 april binnen . Pas na ontvangst van deze verklaringen kunnen de vervolgstappen voor het opstellen van de jaarrekening worden gezet. Vraag: De strategische meerjaren agenda is vervangen door een kern- plus keuzeagenda.
Is dit gedaan om de afzonderlijke gemeenteraden meer keuzevrijheid te geven? Zo ja, hoe worden in Waalwijk de keuzes bepaald? Gezien de kader stellende rol van de gemeenteraad neem ik aan dat de raad hierover zelf afspraken kan maken.
Antwoord: De systematiek met een kernagenda en keuzeagenda moet zorgen voor meer focus en een betere balans tussen ambities en oplossingsvermogen: capaciteit en budget. Wat we samen doen moet bijdrage bij de lokale ambities.
Daarnaast biedt het gemeenten de mogelijkheid om aan te geven waar ze wel of (nog) niet de samenwerking opzoeken in de regio. De regionale samenwerking is geen nieuwe bestuurslaag, maar verlengd lokaal bestuur. Dat betekent dat het de colleges zijn die deelnemen aan de regio HvB en gemeenteraden kaders en richting kunnen aangeven. Het is nog niet duidelijk wat het abstractieniveau is van de kernagenda en hoe het proces exact gaat zijn. In de eerdere raadsinformatiebrieven (bv 7 september 2021) heeft het college aangegeven wat het perspectief van Waalwijk is bij de afweging om wel of niet samenwerken in de regio. Het principe van ‘eerste overheid’ is voor het college het uitgangspunt: voor beleid en uitvoering die direct en diep raakt aan de leefwereld van onze inwoners, organisaties en bedrijven willen we zelf (bestuurlijke) verantwoordelijk voor nemen en aanspreekbaar zijn. Ook omdat de democratische legitimatie en controle lokaal plaatsvindt. Via de Raadsinformatiebrieven blijf het college de raad proactief meenemen in het proces, het college staat altijd open voor gesprek over dit onderwerp.
Vraag: Op pagina 16 van de ontwerpbegroting staat de volgende ambitie: “We verbeteren het openbaar vervoer en zetten in de landelijke gebieden alternatieven in als de bus er niet meer rijdt.” Hoe denkt het Algemeen Bestuur van Hart van Brabant het openbaar vervoer te verbeteren, terwijl dit een bevoegdheid van de provincie is? En aan welke alternatieven voor het landelijk gebied moet worden gedacht? Antwoord: Het is inderdaad zo dat de bevoegdheid van de OV concessie bij de provincie ligt en dat het college de Waalwijkse belangen daarbij direct inbrengt. De regio functioneert als gesprekstafel van gemeenten richting de provincie. De regio HvB heeft noch de bevoegdheid noch het vermogen om de genoemde doelstelling te behalen, maar kan ondersteunend en faciliterend (gesprekstafel) werken richting de provincie, maar altijd op basis van de lokale ambities. Het heeft geen nut om ambities op te nemen als de bestuurlijke verantwoordelijkheid en oplossingsvermogen niet aanwezig zijn. In die zin spreek het college liever over gemeentelijke ambities (bv voor het OV in Waalwijk) en over ambities voor de regionale samenwerking: hoe kan deze bijdrage aan de eigen lokale ambitie? De provincie heeft een ambitiedocument gedeelde mobiliteit vastgesteld, daarin worden mogelijkheden geschetst voor o.a.
de bereikbaarheid van het landelijk gebied: https://www.brabant.nl/onderwerpen/verkeer-en-vervoer/openbaar-vervoer Vraag: Het valt op dat in de ontwerpbegroting geen prestatie indicatoren zijn opgenomen. Welke indicatoren gelden bijvoorbeeld ten aanzien van het openbaar vervoer? Aantal passagiers, kilometers en reistijden? Antwoord: De regionale samenwerking is geen bestuurslaag met eigenstandige ambities, verantwoordelijkheden of oplossingsvermogen. Die indruk zou je wel kunnen krijgen als je de huidige SMA leest of de jaarschijf daaruit (de begroting).
Dit is een van de redenen om in de nieuwe periode geen nieuwe SMA te maken maar een Kernagenda. Wat het college betreft zo concreet mogelijk op projectactiviteitniveau. Daarbij geen maatschappelijke effectindicatoren (outcome), maar output indicatoren. In eigen gemeentelijke begroting kunnen wel dergelijke ambities doelen worden genoemd, en zoveel mogelijk voorzien van passende (outcome) indicatoren. De afgelopen jaren hebben daarin flinke stappen gezet, maar we zijn er nog niet. Vraag: Waarom worden de kosten voor het regiotaxivervoer (leerlingen plus WMO) niet genoemd in paragraaf 3.6 Kosten buiten de regiobegroting? Antwoord: Dat komt omdat regiotaxivervoer weliswaar een regionale activiteit is, maar geen activiteit is die deel uitmaakt van de SMA. Vraag: Op pagina 23 van de ontwerpbegroting staat dat Tilburg en Waalwijk samen accountmanagement co-financieren. Kan hierop enige toelichting worden gegeven? In welk document van het college aan de gemeenteraad is hierover meer terug te vinden? Antwoord: Zoals bekend wordt aan Midpoint een bijdrage per inwoner betaald, welke bijdrage voor de hele regio gelijk is. Deze bijdrage wordt grotendeels ingezet voor de bekostiging van de formatie Midpoint. Daaronder valt ook formatie voor accountmanagement. Naast de algemene bijdrage worden projecten ingekocht.
In de regel gebeurt dit door Waalwijk en Tilburg (dit vanwege de regionale bedrijvigheid die is geconcentreerd in deze twee gemeenten). In die projectbijdrage zit ook accountmanagement versleuteld, hetgeen in de projectbegroting zichtbaar wordt gemaakt. Een recent voorbeeld is het project Smart MKB dat toeziet op digitalisering van MKB bedrijven, waarbij als voorwaarde door Waalwijk is gesteld dat ook Waalwijkse bedrijven moeten worden geworven, waarvoor dan accountmanagement moet worden ingezet. De financiering van de projecten vindt plaats uit het budget economie. Voor de opdrachtverlening van de projecten is derhalve geen raadskrediet nodig. Verantwoording vindt achteraf plaats via de jaarrekening. Vraag: Uit het conceptjaarrapport blijkt op pagina 31 dat Hart van Brabant aan het eind van 2021 nog een vordering van ruim € 1.7 miljoen had op openbare lichamen. Op pagina 35 staat een nadere specificatie, waaruit blijkt dat de gemeente Waalwijk nog € 275.000 moet betalen. Antwoord: Het betreft hier nog niet betaalde gemeentelijke bijdragen (inwonersbijdrage). Voor wat betreft Waalwijk was er nog wat uitzoek werk/ waren er enkele vragen, inmiddels is de vordering betaald. Vraag: Op pagina 37 staat een overzicht van alle onttrekkingen uit de Algemene Reserve.
In 2021 bedroeg dit € 550.000; hoe verhouden deze onttrekkingen zich tot het budgetrecht van de gemeenteraden? Antwoord: Alle gemeenteraden hebben vanuit hun kaderstellende rol de huidige Gemeenschappelijke regeling vastgesteld. In de Gr staat dat de regio een algemene reserve kan hebben van maximaal 10% van de begroting van dat jaar en dat het AB kan besluiten deze reserves in te zetten voor het uitvoeringsprogramma.
Vraag: Wat zegt de verhouding tussen de apparaatskoten en de uitvoeringskosten over de wijze waarop Hart van Brabant functioneert? Antwoord: De basisbegroting van HvB bestaat uit de inwonersbijdrage van de deelnemende gemeenten. Daarvan worden de apparaatskosten (programmabureau en bedrijfsvoering) betaald en aan de diverse portefeuillehouders overleggen (poho’s) werkbudgetten toebedeeld. De verdeling is ongeveer 50%-50%. Voor de uitvoering van projecten en activiteiten leveren gemeenten ambtelijke capaciteit, als er onvoldoende capaciteit is bij de deelnemende gemeenten kan er ook gekozen worden voor inhuur. Als het werkbudget onvoldoende is kan er ‘met de pet rond gegaan worden’, gemeenten kunnen besluiten of wel of niet uit de eigen begroting een project te financieren. Als gemeenten (in kind) geen ambtelijke capaciteit leveren voor een regionaal project dan is wat het college betreft een belangrijk signaal over de motivatie en draagvlak voor het project. Tegelijkertijd zien we dat diverse gemeenten, zeker de kleinere gemeenten, soms wel willen maar in capaciteit niet kunnen leveren. Het is zo dat het hebben van een programmabureau relatief veel vraagt van het budget. Tegelijkertijd is het programmabureau relatief klein en kwetsbaar (bij personele uitval) en vragen eisen aan AVG (privacy) en archivering steeds meer capaciteit.
Vraag: In hoeverre zijn de beleidsdoelstellingen bereikt? Welke beoogde effecten zijn gerealiseerd? Antwoord: Zie eerder antwoord. Omdat HvB geen bestuurslaag is met eigenstandige bevoegdheden, verantwoordelijkheden of oplossingsvermogen kan er eigenlijk niet gesproken worden over beleidsdoelstellingen van de regio. Een van de kritiekpunten van de huidige SMA (en de begroting als jaarschijf van de SMA) is dat het wel die verwachting wekt. Gemeenten zijn aanspreekbaar op het behalen van beleidsdoelstellingen, hoewel ook voor gemeenten geldt dat ze niet altijd over het (volledige) oplossingsvermogen beschikken. Wat het college betreft gaat de Kernagenda over het uitvoeren van projecten en activiteiten die gemeenten samen oppakken. Dus niet over outcome (maatschappelijke effecten), maar over output. Natuurlijk is het zo dat Waalwijk gebaat is bij krachtige gemeenten in de subregio Langstraat en de grotere regio. Zowel richting Midden- Brabant (HvB) als richting de regio ’s-Hertogenbosch. Vraag: Midpoint Brabant is een triple helix organisatie; hoe kan het dat de financiering hiervan alleen maar voor rekening komen van overheden; wat is de bijdrage van ondernemers en onderwijsinstellingen? Antwoord: De bijdrage van ondernemers en onderwijs is tot nu toe in-kind: in de vorm van capaciteit.
Voor Waalwijk is een triple helix samenwerking belangrijk, zeker bij gebrek aan onderwijsinstellingen binnen de eigen gemeente. Over Bijdrage van ondernemers en bedrijven wordt momenteel actief gesproken en is een doelstelling voor komende periode. .