Vragen en antwoorden ChristenUnie
Tekst van het document
Datum Raad Nr. raadsvoorstel
Raad A 25 november Onderwerp
Raad B Meerjaren Investeringsprogramma Onderwijshuisvesting 2022-2025
Fractie ChristenUnie/J. van Groos Datum binnenkomst 26 oktober 2021 vraag Datum beantwoording Naam team/steller TMAO Portefeuillehouder D. Odabasi Vragen Vraag: Voor alle investeringen geldt voor de gehele levensduur is voorzien in dekkingen van de daarmee gepaard gaande kapitaalkosten; waarom is dat voor onderwijsgebouwen niet het geval? Antwoord: De reserve onderwijshuisvesting is toereikend om de kapitaallasten van alle bestaande onderwijsgebouwen en de nu reeds lopende projecten gedurende de gehele levensduur te dekken. Voor de in het concept-MIP 2022-2025 voorgestelde nieuwe investeringen (uitbreiding CBS De Brug, vervangende nieuwbouw OBS De Hoef en vervangende nieuwbouw De Veste) is dit niet het geval. Hiervoor is aanvullende dekking nodig. Vraag: Is hier sprake van duurzame financiering? Antwoord: Een extra jaarlijkse bijdrage voor de reserve onderwijshuisvesting is nodig om structureel voldoende dekking te hebben om de kapitaallasten nieuwe onderwijsgebouwen meerjarig te dekken.
De in het MIP 2022-2025 voor de nieuwe onderwijsgebouwen opgenomen investeringensbedragen zijn indicatief, enerzijds (voor de kosten van uitbreiding, nieuwbouw en eerste inrichting) gebaseerd op de normvergoedingen uit bijlage IV van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Waalwijk, anderzijds op ervaringscijfers (sloopkosten en tijdelijke huisvesting) De normvergoedingen zijn gebaseerd op de bouwkosten 2021 inclusief BENG. Er is nog geen rekening gehouden met de indexering 2022, de marktwerking in de bouw, maar ook bijkomende kosten als aanleg parkeerplaatsen, aanpassen van de infrastructuur en het vervallen van de boekwaarde van de te vervangen gebouwen. Daarom wordt rekening gehouden met een risicomarge van € 1 miljoen (ongeveer 10% van het totaal aan nieuwe investeringen). Vraag: Wat rechtvaardigt het doorschuiven van het financiële probleem naar het nieuwe college of beter gezegd de nieuwe gemeenteraad? Antwoord: De intentie van ons voorstel om nu geen besluit te nemen over de financiële consequenties van het MIP 2022-2025, maar dit bij het nieuwe college te leggen is niet om het financiële probleem “door te schuiven”, maar om het nieuwe college de mogelijkheid te bieden om te komen tot een integrale afweging. Het nu door ons nemen van een besluit over de financiële consequenties van het MIP, zou het nieuwe college hierin mogelijk belemmeren.
Vraag: Blijkens bijlage 3 zijn tot en met 2035 de jaarlijkse lasten groter dan de baten; betekent dit dat de gemeente Waalwijk te veel heeft geïnvesteerd/investeert in onderwijsgebouwen of moet omdat de bouwkosten al jaren meer stijgen dan de inflatie een groter deel van de compensatie van het Rijk voor inflatie worden toegevoegd aan de structurele baten van de onderwijshuisvesting?
Antwoord: De gemeente is verantwoordelijk voor de huisvesting van scholen in het primair onderwijs en voortgezet onderwijs. Voor de financiering hiervan krijgt Waalwijk jaarlijks een bijdrage uit het Gemeentefonds. Het is niet mogelijk om een directe koppeling te maken tussen wat we ontvangen vanuit het Rijk en wat we investeren in onderwijshuisvesting. Een voorbeeld is de ontwikkeling omtrent het accres van het gemeentefonds dat niet direct een relatie heeft met de ontwikkeling van de kosten van onderwijshuisvesting. Bij het opstellen van het MIP wordt gebruik gemaakt van de indexering, zoals die is bepaald in de Nota van Uitgangspunten voor het opstellen van de begroting. In het concept MIP is gerekend met een jaarlijkse index van 1%. Vraag: Waarom is als uitgangspunt gekozen dat bij energie neutrale nieuwbouw het schoolbestuur voor 50% mee-investeert in de aanvullende kosten, terwijl de schoolbesturen voor 100% profiteren in de lagere energielasten? Antwoord: In paragraaf 3.2.1a van het concept-MIP beschrijven wij de beleidsambitie “duurzame en gezonde schoolgebouwen / investeren in duurzaamheid”. De beleidsambitie gaat verder dan waartoe de gemeente in het kader van haar wettelijke taak ten aanzien van onderwijshuisvesting verplicht is. De schoolbesturen ontvangen van het Rijk geen financiële middelen om te investeren in duurzaamheid.
Met het voorstel voor een gezamenlijke financiering van extra aanvullende duurzaamheidseisen willen wij de schoolbesturen in dit hiaat tegemoet komen. Vraag: Hoe ziet het meerjarenonderhoudsplan voor de schoolgebouwen eruit? Antwoord: Sinds 2015 (jaar waarin de bekostiging van het totale onderhoud bij de schoolbesturen kwam te liggen) beschikken wij niet meer over meerjarenonderhoudsplannen van de schoolgebouwen. Schoolbesturen laten in verband met het onderhoud aan hun schoolgebouwen dergelijke plannen wel opstellen. Deze hoeven zij echter niet te delen met de gemeente. Vraag: Van welk inwoneraantal in 2041 is Pronexus uitgegaan? Antwoord: De door Pronexus opgestelde leerlingenprognose is bijgevoegd. Bijlage II (tabel bevolking) geeft tot en met 2041 een overzicht van het aantal inwoners. De tabel geeft voor 2041 54.081 inwoners aan.