Vragen en antwoorden ChristenUnie
Tekst van het document
Datum binnenkomst vraag Datum raadsvergadering
Technische vragen
Portefeuillehouder
Dhr. T. Klerx
Behandelend team
VBL 24 oktober 2025 31-10-2025
Uiterste afdoeningsdatum Datum beantwoording vraag
Belastingverordeningen 2026
1
2
Vraag De opbrengsten van de afvalstoffenheffing, reinigingsrechten en rioolheffing mogen alleen worden gebruikt voor de producten afval en riool (gesloten systeem). Hoe kan het dat de dit jaar extra verhoging van de btw ten goede kan komen aan de algemene dienst, waardoor deze middelen voor van alles en nog wat kunnen worden ingezet? Antwoord Er mag BTW worden toegerekend aan de tarieven voor afval en riool. Deze toerekening is een voordeel voor de gemeentebegroting aangezien de BTW ook gewoon gecompenseerd kan worden bij het compensatiefonds. Dit heeft te maken met de ontstaansgeschiedenis van het BTW compensatiefonds. Dit is conform het ombuigingsvoorstel waar de raad mee heeft ingestemd met de Kadernota 2026. Vraag Bij onderdeel 7 Bijdrage aan SDG’s staat dat binnen de tariefstructuur het principe ‘de vervuiler betaalt’ geldt. Dit principe wordt niet consequent toegepast; dit blijkt uit de volgende voorbeelden: inwoners kunnen onbeperkt, gratis, rollen PMD-zakken ophalen en het aanbieden van gft is gratis terwijl de gemeente moet betalen voor het verwerken van gft. Kan het principe ‘de vervuiler betaalt’ beter worden toegepast? Antwoord Het principe ‘de vervuiler betaalt’ wordt binnen de tariefstructuur zoveel mogelijk toegepast.
Tegelijkertijd heeft de raad in eerdere besluitvorming gekozen voor enkele maatregelen die specifiek gericht zijn op het stimuleren van afvalscheiding, ook als dat betekent dat het principe niet in alle gevallen strikt wordt toegepast. Het gaat daarbij om: Gratis verstrekking van PMD-zakken: Dit is destijds op verzoek van de raad in de tarieventabel doorgevoerd en besloten met als doel om de gescheiden inzameling van PMD-afval (plastic, metalen en drankenkartons) te bevorderen. Door drempels voor het scheiden van PMD te verlagen, neemt de kwaliteit van het restafval af en wordt de totale afvalverwerking duurzamer. Gratis inzameling van GFT-afval: Ook dit is een bewuste keuze van de raad geweest bij de aanname van het Grondstoffenbeleidsplan in 2024. Door geen tarief te heffen op GFT wordt het voor inwoners aantrekkelijker om hun groente-, fruit- en tuinafval gescheiden aan te bieden. Dat draagt bij aan hogere scheidingspercentages en een lagere hoeveelheid restafval. Hoewel deze maatregelen betekenen dat het principe ‘de vervuiler betaalt’ niet volledig consequent wordt toegepast, sluiten ze wél aan bij de beleidsdoelstelling van de raad om afvalscheiding te bevorderen en de hoeveelheid restafval te verminderen. In die zin is het een afweging tussen financiële prikkels en gedragsstimulering.
3
Vraag Uit het op 17 september 2024 door de gemeenteraad vastgestelde Grondstoffenbeleidsplan stap 2, 2024 (bijbehorende stukken) blijkt nergens uit dat deze stap pas per 1 april 2026 wordt geëffectueerd. De stukken wekken de indruk dat de stap per 1 januari 2026 zou worden gezet. Waarom wordt dit niet in het raadsvoorstel toegelicht? Waarom is voor deze datum gekozen? Is dit omdat die na de verkiezingsdatum van 18 maart 2026 ligt? Is de datum van 1 april wel handig, aangezien de gemeente twee betaaltermijnen (januari-juni + juli-december) hanteert? Waarom worden de hogere tarieven, met name vastrecht, al wel per 1 januari ingevoerd en de nieuwe nultarievenpas per 1 april? Antwoord De keuze voor de ingangsdatum van 1 april 2026 heeft geen enkele relatie met de verkiezingen van maart 2026. De datum is uitsluitend bepaald op praktische en uitvoeringsgerichte gronden. Veel van de huidige contracten met inzamelaars en verwerkers, zoals voor de inzameling van oud papier, lopen af per 1 april 2026. Tot die datum geldt bijvoorbeeld nog de afspraak dat oud papier los gebundeld wordt ingezameld. Vanaf 1 april 2026 gaat een nieuwe contractperiode in met gewijzigde inzamelafspraken. Om die reden is gekozen om de nieuwe werkwijze en tariefstructuur per diezelfde datum in te laten gaan, zodat beleid en uitvoering goed op elkaar aansluiten.
De keuze voor 1 april heeft geen consequenties voor de aanslagoplegging. De gemeente hanteert twee betaaltermijnen (januari–juni en juli–december), maar dit vormt in de uitvoering geen probleem.
4
Vraag Wat is de reden dat alleen de griffier de tarieventabellen ondertekent? Antwoord De verordening zelf wordt altijd door de burgemeester én de griffier ondertekend. De tarieventabel is een bijlage behorend bij de verordening. Die hoeft alleen de griffier te tekenen om te laten zien dat dit precies de versie is die de raad heeft vastgesteld. Dat is dus een administratieve handtekening, geen nieuw besluit. De griffier tekent dus niet namens de raad inhoudelijk, maar bevestigt authenticiteit en juistheid van de bijlage voor publicatie.
5
Vraag Waarom is de dagkaart voor parkeren niet geïndexeerd en is niet een bedrag van € 8,15 of € 8,20 opgenomen? Als dit is, omdat het parkeertarief niet omhoog is gegaan, dan is de consequentie van deze keuze, dat in 2027 het tarief ineens met veel meer dan het indexpercentage van dat jaar omhoog gaat. Antwoord Het dagtarief voor het betaald parkeren wordt uitsluitend aangepast wanneer ook het uurtarief wordt gewijzigd. Omdat het uurtarief voor 2026 niet wijzigt, het niet-afgeronde geïndexeerde tarief geeft daar geen aanleiding toe, blijft het dagtarief ook ongewijzigd. Bij een toekomstige aanpassing van het uurtarief zal het dagtarief in redelijkheid mee wijzigen. Daarbij speelt enerzijds een rol dat de verhouding tussen het uurtarief en het dagtarief zich met een bandbreedte tot elkaar verhoudt, en anderzijds dat het dagtarief een logisch te communiceren bedrag moet zijn voor gebruikers. De koppeling tussen beide tarieven is bewust gekozen. Het afzonderlijk wijzigen van slechts één tarief brengt de nodige kosten en systeemaanpassingen met zich mee. Omwille van efficiënt gebruik van gemeentelijke middelen worden tariefwijzigingen daarom zoveel mogelijk gelijktijdig en samenhangend doorgevoerd.
6
Vraag Zijn de verhoging berekend met 2,2 + 3 = 5,2% of eerst met 3% en vervolgens nog eens met 2,2%? Is voor dit laatste gekozen, omdat dit hogere tarieven oplevert? Antwoord De tarieven zijn eerst verhoogd met 3% conform het Integraal Waterplan (IWW) 2025-2027 zoals vastgesteld in de Raad van juni 2024, alvorens te indexeren met 2,2% volgens de Kadernota 2025. De werkwijze van het berekenen van de tarieven sluit aan bij voorgaande jaren.
7
Vraag Waarom wordt de verhoging van de verblijfsbelasting niet gekoppeld aan het vaststellen van het nieuwe beleidskader Vrije Tijd? Antwoord De verhoging van de verblijfsbelasting is een vertaling van het ombuigingsvoorstel waar de raad mee heeft ingestemd in de Kadernota 2026. Dit betreft een generieke ombuiging in de categorie ‘inkomsten verhogen’ en heeft geen beleidsinhoudelijke koppeling.
Ingediend door:
Jan van Groos ChristenUnie