CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Vragen en antwoorden ChristenUnie

Raadsvergadering (A) 15 april 2021, gemeente WaalwijkBij agendapunt: (R4.3-21) Vaststelling bestemmingsplan Waalwijk, Wijnruitstraat 196463 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum Raad Nr. raadsvoorstel

Raad A 15 april 2021 Onderwerp R4.3-21

Raad B Vaststelling bestemmingsplan Waalwijk, Wijnruitstraat 196

Fractie ChristenUnie/J. van Groos Datum binnenkomst 8 april 2021 vraag Datum 13 april 2021 beantwoording Naam team/steller TREW Portefeuillehouder E. Daandels Vragen Vraag: Kan de Nota inspraak en vooroverleg aan de stukken worden toegevoegd? Antwoord: De Nota inspraak en vooroverleg maakt als bijlage IX onderdeel uit van het vast te stellen bestemmingsplan (vanaf bladzijde 225 pdf-document). Vraag: Waarom wordt alleen bij punt 10 van een exploitatieplan gesproken en in de rest van het raadsvoorstel niet? Dit geldt ook voor raadsvoorstel R4.4-21. Antwoord: Dit is conform de gebruikelijke werkwijze in raadsvoorstellen voor het vaststellen van bestemmingsplannen waar met initiatiefnemers een anterieure overeenkomst is gesloten. De raad dient expliciet te besluiten dat geen exploitatieplan op grond van de Wet ruimtelijke ordening benodigd is in het kader van het vast te stellen voorliggende bestemmingsplan. Vraag: Op pagina 31 van het bestemmingsplan staat: “Uit bovenstaande tabel blijft dat de verharde oppervlakte met dit plan zal afnemen. Dat betekent dat compensatie in waterberging hier niet aan de orde is”.

Waarom behoeft een bestemmingsplan niet aan de bergingsnorm uit het Integraal Waterplan Waalwijk te voldoen (60 mm), als het verharde oppervlak (met 42 m2) afneemt? Antwoord: Op pagina 29 van het bestemmingsplan staat ook: Al het hemelwater moet op eigen terrein worden geïnfiltreerd in de bodem. Een overloop vanuit de voorziening naar oppervlaktewater moet zichtbaar over het maaiveld geschieden richting het nabijgelegen oppervlaktewater. Bovendien in de toelichting van bestemmingsplannen wordt verantwoord op welke wijze rekening is dan wel wordt gehouden met gemeentelijk beleid, waaronder onder meer beleid op het gebied van riolering en waterberging. In het IWW is opgenomen dat bij nieuwbouw de particulier zorgt voor aanleg van 60 mm berging op eigen perceel. De beoordeling of dit ook daadwerkelijk gebeurt, vindt plaats bij de toetsing van het inrichtingsplan c.q. aanvraag omgevingsvergunning en niet in het bestemmingsplan. Vraag: Op pagina 37 van het lezen we: “Overige soorten (boomkikker, heikikker, kamsalamander, rugstreeppad, poelkikker muurhagedis, gevlekte witsnuitlibel, teunisbloempijlstaart en platte schijfhoren) worden niet verwacht binnen het plangebied”. Nergens staat vermeld waarom ze niet worden verwacht en kennelijk is het niet onderzocht. Waarom wordt gezien de locatie (aan een belangrijke watergang) niet gewoon een flora- en faunaonderzoek uitgevoerd? Antwoord:

Een onderzoek quickscan flora en fauna (inclusief) veldbezoek maakt onderdeel uit van het onderhavige bestemmingsplan. Dit betreft bijlage V (vanaf bladzijde 137 pdfdocument). Vraag: Als de ontwikkelaar bij nader inzien gebruik wil maken van WKO, speelt het feit dan een rol dat deze locatie dichtbij een waterwingebied ligt? Antwoord: Bij een dergelijke aanvraag zal onder meer gekeken worden naar de omliggende invloedsgebied waaronder de mogelijke invloeden van het WKO-systeem van de nieuwe Bloemenoordflats en het waterwingebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10005712/1