Vragen en antwoorden ChristenUnie (2)
Tekst van het document
Datum Raad Nr. raadsvoorstel
Raad A 27 mei 2021 Onderwerp R5.14-21
Raad B Omgevingsdienst OMWB Rekening 2020 en Begroting 2022
Fractie ChristenUnie/J. van Groos Datum binnenkomst 18 mei 2021 vraag Datum 27 mei 2021 beantwoording Naam team/steller TVVB Portefeuillehouder E. Daandels Vragen Vraag: De praktijk wijst uit hoe belangrijk het om een stevige OMWB stevig, die kwalitatief goed werk levert; waarom is deze organisatie dan opgezadeld met een bezuinigingsopdracht? Bestaat de indruk bij het bestuur dat de organisatie te ruim in bepaalde budgetten zit of niet efficiënt genoeg werkt? De gemeente Waalwijk zou juist een betere dienstverlening door de OMWB willen; wordt deze kwalitatieve ontwikkeling en het juist voorsorteren op de Omgevingswet geblokkeerd door deze bezuinigingsoperatie? Antwoord: Binnen onze regio staan een aantal gemeentes financieel onder druk. Vandaar dat er door verschillende deelnemers gevraagd wordt om te kijken of de kosten gedrukt kunnen worden. De indruk bestaat niet dat de OMWB te ruim in hun budgetten zit. De voorbereidingen voor de komst van de Omgevingswet zijn voor dit jaar al in volle gang, gepland ingangsdatum is op dit moment 1 januari 2022. Dit heeft geen invloed op de ontwikkelingen.
Vraag: Hoe kan het dat de werkelijke afschrijvingen nog niet eens de helft waren van wat begroot was? Als argument worden de achterblijvende investeringen in 2018 + 2019 genoemd; maar die waren bij het opstellen van de begroting 2020 toch al grotendeels bekend? De afwijking geldt in nog sterkere mate geldt voor huisvesting plus facilitaire kosten en ICT-kosten (primair proces). COVID-19 zal hierbij een rol hebben gespeeld, maar zijn de grote verschillen hierdoor voor het overgrote deel te verklaren? Antwoord: De verklaring van het feit dat de werkelijke afschrijvingen nog niet de helft waren van de primitieve begroting (onderdeel primair proces primair begroot 235K, werkelijk 104K) is: 1. In 2020 is met een begrotingswijziging een deel van het afschrijvingsbudget (75K) overgeboekt naar het onderdeel bedrijfsvoeringen de werkelijke lasten hiervan waren in 2020 82K zie overzicht jaarrekening blz. 38/39). Dus ten opzichte van de 235K zijn de werkelijke afschrijvingslasten 2020 186K. 2. Achterblijvende investeringen: bij het opstellen van de begroting 2020 (begin 2019) was nog de verwachting dat in 2020 nog de achtergebleven investeringen 2018 en de investeringen 2019 zouden worden ingelopen. Dit is ook zo verwerkt in de begroting 2020, maar mede door corona is dit in 2020 niet gerealiseerd.
Ook bij de huisvesting (incl facilitaire kosten) en met name de ICT-kosten zijn verschillen ontstaan tussen budgetten en werkelijke verantwoording bij de onderdelen primair proces en bedrijfsvoering. Bij ICT is bij onderdeel primair proces een aanzienlijk voordeel door het niet nakomen van contractuele afspraken van de leverancier Roxit (begroting 124K en uitgaven 16K), terwijl dit bij het onderdeel bedrijfsvoering juist een nadeel geeft als gevolg van de problemen met het pakket Roxit (begroting 2266K en uitgaven 2571K). Op bladzijde 47 van de jaarrekening staat “Doordat gedurende 2020 bij de administratie een zuiverdere toerekening is gehanteerd dan bij het opstellen van de begroting, wijkt de
realisatie op een aantal onderdelen af van de begroting.” In de komende begroting zullen de begrote en werkelijke kosten primair proces en bedrijfsvoering (overhead) beter afgestemd zijn.