CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Vragen en antwoorden ChristenUnie (2)

Raadsvergadering 3 februari 2026, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Vaststellen Omgevingsvisie gemeente Waalwijk1.681 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum binnenkomst vraag Datum raadsvergadering Portefeuillehouder Behandelend team Uiterste afdoeningsdatum

Technische vragen

Datum beantwoording vraag

maandag 12 januari 2026 donderdag 29 januari 2026 Dhr. A. de Jong OBL 19 januari 2026 12 januari 2026

Omgevingsvisie (2) Inleiding/toelichting Het valt niet mee om dit voorstel met alle bijlagen op hoofdlijnen te beoordelen, om te bepalen of we hiermee de goede richting inslaan. Dat komt voor een deel omdat nog veel niet is ingevuld en vage formuleringen zijn gebruikt. Ambities zijn soms strijdig met elkaar en niet duidelijk is welke keuze wordt gemaakt, wat dan zwaarder weegt en waarom. Niet alles kan tegelijk; het is niet duidelijk welke ambities in de bestuursperiode 2026-2030 voorrang krijgen.

1

Vraag Wat wordt verstaan onder passend, voldoende en aantrekkelijk? Antwoord Dit is een eerste omgevingsvisie, waarin het bestaande beleid gebundeld is opgenomen. Uitzondering hierop is het groenbeleid, dat is volledig integraal overgenomen. Voor biodiversiteit was er nog geen bestaand beleid, daarvoor is een verdiepingsslag opgenomen in de omgevingsvisie. Met deze omgevingsvisie wordt op ’hoog over’ een doorkijk gegeven op de langere termijn, richting 2050. Wat precies passend, voldoende en aantrekkelijk (en andere vergelijkbare termen) is, zal voor sommige onderwerpen de komende tijd worden ingevuld aan de hand van thematische en/of gebiedsgerichte programma's. Het resultaat hiervan zal worden meegenomen in de actualisatie van de omgevingsvisie (2027) en in het omgevingsplan. Daarbij wordt een afweging gemaakt, afhankelijk van wenselijkheid en haalbaarheid, binnen het onderhavige project, onderwerp of programma. Het betreft dus maatwerk. De beantwoording van deze vraag is bovendien heel erg afhankelijk van de context: wat is het onderwerp en wat is de locatie waar de gebruikte woorden naar refereren.

2

Vraag Welke afwegingen zijn gemaakt tussen ecologie, wonen, economie en leefbaarheid? Antwoord Op visieniveau hebben we duidelijke keuzes gemaakt. Zo is er geen uitbreiding van het areaal aan bedrijventerreinen opgenomen, buiten de nu al voorziene plannen. De opgave ligt hier vooral in het intensiveren en optimaal benutten, waardoor er in de visie geen claim gelegd wordt op het buitengebied. Ook voor wonen zetten we in op inbreiden voor uitbreiden. Waar uitbreiding wel opgenomen is, maken ambities op het vlak van water en ecologie integraal onderdeel uit van de planvorming. Uitbreiding wordt dan juist gezien als kans voor het versterken van de omgevingskwaliteit, met verbetering van landschappelijke karakteristieken en de natuurlijke waardes daarin. Elke ontwikkeling op het gebied van economie en wonen, maar bijv. ook met betrekking tot mobiliteit, is zo een middel om het doel van het verbeteren van de leefbaarheid te bereiken. Onderdeel hiervan is het versterken van de ecologie, in stand houden van voorzieningen, betekenis geven aan erfgoed, etc. Bovendien ontlasten we de natuur van de Westelijke Langstraat door ook de Overdiepse polder (en eigenlijk het hele gebied tussen Maas en A57) recreatief aantrekkelijk te maken.

Zoals bij vraag 1 toegelicht zijn niet alle afwegingen op visieniveau te maken. In de gebiedsgerichte uitwerking van de omgevingsvisie (hoofdstuk 5) zijn de benoemde thema’s (hoofdstuk 4) per deelgebied geprioriteerd. Dit is weergegeven in de afwegingskaders welke per deelgebied in de omgevingsvisie zijn opgenomen. Deze afwegingskaders worden mede als basis gebruikt voor het op te stellen omgevingsplan en te maken keuzes binnen concrete projecten. Vraag Welke ambities uit de omgevingsvisie worden niet of minder gerealiseerd, en waarom?

3

Antwoord De ambities die opgenomen zijn in de omgevingsvisie, zijn alle bedoeld om gerealiseerd te worden. Hierbij dient wel de belangrijke nuance geplaatst te worden dat er een verschil is tussen willen (en daarvoor dus mogelijkheden bieden) en daadwerkelijk kunnen. In verschillende passages in de omgevingsvisie wordt daarom aangegeven dat bepaalde ambities: • niet overal realiseerbaar zijn (dus gebiedsspecifiek zijn), • afhankelijk zijn van externe factoren, • afhankelijk zijn van vrijwillige medewerking, • of pas later concreet worden uitgewerkt. De omgevingsvisie is nadrukkelijk een langetermijnsvisie, sommige ambities worden pas later gerealiseerd of realiseerbaar. Er zijn wat dat betreft twee planhorizonnen in de omgevingsvisie: • de langetermijnvisie voor 2050 • de korte termijnvisie voor de komende 5 tot 10 jaar waarin maatregelen al doorgevoerd kunnen worden. Voor de lange termijn is er meer gelegenheid ontwikkelingen ook haalbaar te maken. Daarbij is het van belang dat doorgaan op de huidige voet in sommige gevallen ook niet haalbaar is (zoals bij klimaatmaatregelen). Vraag Worden kwetsbare groepen actief meegenomen? Zo ja, hoe? Zo neen, waarom niet? Antwoord De vraag is niet duidelijk over waarin kwetsbare groepen wel of niet actief worden meegenomen en wat voor groepen daarbij bedoeld worden.

4

De omgevingsvisie beschrijft de visie op de fysieke leefomgeving op de lange termijn. In het participatietraject is hierover met een breed pallet aan belanghebbenden gesproken, waaronder een vertegenwoordiging van kwetsbare groepen, zoals Platform Inclusief Waalwijk, Bemoeizorg, de Seniorenvereniging Waspik, KBO Waalwijk Café Brein. Binnen een project of beleid dat voortkomt uit deze visie en waarbij kwetsbare groepen of een specifieke kwetsbare groep belanghebbend is/zijn, zal binnen het participatieproces gerelateerd aan het project of het beleid met deze doelgroep en de vertegenwoordigers gesproken worden. In de beleidscyclus, waar evaluatie van de nu voorliggende omgevingsvisie onderdeel van is, zullen kwetsbare groepen eveneens geraadpleegd worden.

5

Vraag Hoe weten we over 4 jaar of we op koers liggen? Antwoord

Onderdeel van de beleidscyclus van de omgevingsvisie is een evaluatie, monitoring en actualisatie. Richting 2027 werken we niet alleen aan een actualisatie van de omgevingsvisie maar ook aan een monitoringssysteem dat aansluit op het MER, om het behalen van beleidsdoelen goed te kunnen volgen. Op basis van de evaluatie kan bepaald worden in hoeverre we op koers liggen. Dit is mede afhankelijk van de resultaten van de komende gemeenteraadsverkiezingen en de specifieke prioritering van ambities die daaruit voortvloeien. In 2027 vindt een actualisatie plaats van de omgevingsvisie en kan waar nodig worden bijgesteld. Ondertussen wordt verder gewerkt aan het integreren en afstemmen van nieuw en bestaand beleid. Dit kan eveneens leiden tot nadere concretisering. Vraag Is dit voorstel toekomstbestendig richting 2043/2050? Antwoord We hebben in de omgevingsvisie gewerkt vanuit de lagenbenadering het principewater en bodem sturend en brede welvaart. Daarmee is er ook veel aandacht geweest voor de zachte kwaliteiten, zoals klimaat, natuur en welzijn. Zodoende is de omgevingsvisie in hoge mate toekomstbestendig.

6

De doelstelling voor klimaatneutraal in 2043 is overgenomen uit de bestaande kaders uit de visie Duurzaam Waalwijk 2030. Vanwege het beleidsneutrale karakter van de omgevingsvisie, blijven de kaders uit de visie Duurzaam Waalwijk staan. Vanuit het huidige Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid 2024-2027 (en voorgaand uitvoeringsprogramma 2020-2023) werken we al geruime tijd aan de realisatie van deze ambitie. We zijn dus al bezig om deze doelstelling in te vullen. Vanuit het programma Duurzaamheid wordt de voortgang hierop gemonitord. Maar, bij de actualisatie van de omgevingsvisie wordt ook bekeken of we op koers zijn en of alle jaartallen goed stroken met ambities die mogelijk elders zijn overeengekomen. De omgevingsvisie is door Platform 31 (een gerenommeerd landelijk kennis en netwerkorganisatie op het gebied van ruimtelijke ordening) beoordeeld. Hierbij is uitgebreid ingegaan op de in de omgevingsvisie opgenomen beschrijving van de voorziene trends en ontwikkelingen. De conclusie hiervan is dat deze compleet en goed verwoord zijn. Niet enkel fysieke, ook sociale componenten zijn daarbij meegenomen in de visie.

7

Vraag Is aantoonbaar gekeken naar hergebruik en transformatie vóór uitbreiding? Antwoord Bij de totstandkoming van de omgevingsvisie is voor woningbouwlocaties een gemeentebrede inventarisatie gedaan naar planologisch en stedenbouwkundig mogelijke ontwikkellocaties. Hierbij zijn zowel individuele percelen als grotere gebieden bekeken waar (op termijn) een ontwikkeling voorstelbaar wordt geacht. Het gaat hierbij om onderzoekslocaties (middellange termijn) welke nagenoeg allemaal binnenstedelijk zijn gelegen. De meeste toekomstige onderzoekslocaties (lange termijn) zijn uitbreidingslocaties. Het is een bewuste keuze geweest om in de omgevingsvisie enkel grotere locaties aan te wijzen waar op termijn een gebiedsontwikkeling voorstelbaar wordt geacht ((toekomstige) onderzoekslocaties). Het opnemen van individuele percelen is te gedetailleerd voor het niveau van de omgevingsvisie en is tevens een keuze aan de particuliere grondeigenaar. Ondanks dat we in de omgevingsvisie enkel grotere locaties hebben aangewezen kunnen kleinere individuele percelen nog steeds (her)ontwikkeld /getransformeerd worden.

Vraag Worden water, bodem en natuur daadwerkelijk leidend of slechts randvoorwaardelijk? Antwoord Water en bodem sturend betekent dat het water- en bodemsysteem de richting bepalen voor ruimtelijke keuzes. Ontwikkelingen moeten passen binnen de draagkracht van het bodem- en watersysteem en risico’s moeten worden beperkt.

8

Door het water- en bodemsysteem als uitgangspunt te nemen, betekent dit dat het wateren bodemsysteem bepalend is in de keuze voor nieuwe geschikte bouwlocaties. Vanuit dit oogpunt is ook opgenomen dat inbreiding voor uitbreiding gaat en niet ten koste mag gaan van het structuurgroen binnenstedelijk. Wanneer een bouwlocatie niet optimaal is vanuit het perspectief van het water- en/of bodemsysteem, maar vanwege zwaarwegend maatschappelijk belang toch ontwikkeld moet worden is water en bodem sturend randvoorwaardelijk in de wijze waarop we een ontwikkeling inpassen. Er zijn buiten de grenzen van de kernen bovendien ook juist kansen om water, bodem en natuur door middel van een natuur- en waterinclusieve (woningbouw)ontwikkeling te verbeteren.

9

Vraag Wat krijgt voorrang als ambities met elkaar botsen? Antwoord In de gebiedsgerichte uitwerking van de omgevingsvisie (hoofdstuk 5) zijn de benoemde thema’s (hoofdstuk 4) per deelgebied geprioriteerd. Dit is weergegeven in de afwegingskaders welke per deelgebied in de omgevingsvisie zijn opgenomen. Deze prioritering op gebiedsniveau helpt bij de belangenafweging op planniveau en in concrete projecten, waarbij ook meer informatie bekend is (nadere inventarisatie en analyse van een locatie en de context een ontwikkeling). Vaak blijken conflicterende ambities door middel van creatieve oplossingen echter prima te verenigen, denk hierbij bijvoorbeeld aan het omvangrijke dakpark met waterberging bij de herontwikkeling van De Els. Het betreft hier telkens maatwerk binnen projecten.

10

Vraag Welke ambities krijgen in de bestuursperiode 2026-2030 voorrang en waarom? Antwoord Zoals bij vraag 9 toegelicht zijn per gebied de thematische prioriteiten opgenomen in de afwegingskaders. Welke van deze ambities voorrang krijgen in de bestuursperiode 20262030 is mede afhankelijk van de uitkomst van de verkiezingen. Verder zal bij de uitwerking de beschikbaarheid van middelen en capaciteit een rol spelen. Bij de actualisatie van de omgevingsvisie in 2027 wordt volgens de beleidscyclus ook een evaluatie gedaan. Op basis van de uitkomsten kan desgewenst worden bijgestuurd.

Ingediend door:

Jan van Groos ChristenUnie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16475550/1