Vragen en antwoorden ChristenUnie
Tekst van het document
Datum Raad
Raad A 18 maart 2021 Onderwerp R3.6-21 ChristenUnie/J. van Groos
Raad B
Nr. raadsvoorstel Kaderbrief 2022 VRMWB Fractie Datum binnenkomst 8 maart 2021 vraag Datum beantwoording Naam team/steller TLTH Portefeuillehouder N. Kleijngeld Vragen Vraag: Wanneer behoort het aanpakken van een incident tot het takenpakket van de Veiligheidsregio? Aan welke kenmerken/criteria moet worden voldaan? Antwoord: Het aanpakken van een incident behoort tot het takenpakket van de veiligheidsregio als het valt onder de wettelijke bepalingen zoals beschreven in de Wet veiligheidsregio’s en de wet publieke gezondheid. In de wet veiligheidsregio’s geven de volgende artikelen daar meer duiding aan: • Artikel 1 (kenmerken / criteria van ramp en crisis ); • Artikel 10 (taken en bevoegdheden van de Veiligheidsregio); • Artikel 25 (taken van de brandweer); • Artikel 39 (het overgaan van bevoegdheden van de burgemeester naar de voorzitter van de Veiligheidsregio in geval van (vrees voor) een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis).
Artikel 1 beschrijft de kenmerken en criteria van een ramp/crisis: ramp: een zwaar ongeval of een andere gebeurtenis waarbij het leven en de gezondheid van veel personen, het milieu of grote materiële belangen in ernstige mate zijn geschaad of worden bedreigd en waarbij een gecoördineerde inzet van diensten of organisaties van verschillende disciplines is vereist om de dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken; crisis: een situatie waarin een vitaal belang van de samenleving is aangetast of dreigt te worden aangetast. De wet publieke gezondheid geeft de veiligheidsregio een rol bij zogenaamde A-ziekten. Corona is bijvoorbeeld door de Minister van VWS aangewezen als een A-ziekte. De Veiligheidsregio heeft een rol in de voorbereiding op de bestrijding van een A-ziekte. De voorzitter dient zorg te dragen voor de bestrijding van een epidemie van een infectieziekte behorend tot groep A, of een directe dreiging daarvan en heeft daarvoor een aantal bevoegdheden (zie artikel 6 lid 2 en 4 wet publieke gezondheid). Naast deze wettelijke bepalingen heeft de veiligheidsregio Midden- en West-Brabant in haar meerjaren beleidsplan 2019-2023 de zogenaamde gereedschapskist geïntroduceerd. Directe aanleiding hiervoor was de rol die de veiligheidsregio vervulde bij de ontmanteling van Fort Oranje.
Maar ook andere gebeurtenissen met een flinke maatschappelijke impact hebben tot de gereedschapskist geleid. Gebeurtenissen zoals de ontmanteling van een drugslab in een woonwijk, een calamiteit op een school, een gekke oproep via social media, de komst van een groot aantal asielzoekers. De veiligheidsregio kan op verzoek van gemeenten helpen bij dergelijke crisissituaties. Dit zijn geen wettelijke taken van de veiligheidsregio maar kan wel een toegevoegde waarde voor gemeenten zijn.
De zeven instrumenten zijn: 1. Operationele leiding en coördinatie de veiligheidsregio Midden- en West-Brabant leidt met haar crisisteams veel operationele processen op straat en in crisisruimtes. Een effectief besluitvormingsproces, scenario-denken en netcentrisch informatie delen maken hier deel van uit.
2. Risico- en crisiscommunicatie
3.
4.
5.
6.
7.
De veiligheidsregio Midden- en West-Brabant beschikt over uitgebreide mogelijkheden om voor, tijdens en na een incident of crisis met bevolking en stakeholders te communiceren over feiten, duiding en betekenis van een situatie. Informatiemanagement De veiligheidsregio Midden- en West-Brabant beschikt over veel informatie en heeft vanuit haar platformfunctie een goede positie om informatie bij partners op te halen en te delen. Deze informatie maakt data-analyse mogelijk waarmee onveiligheid snel geduid en zelfs voorspeld kan worden. Uithoudingsvermogen en slagkracht Met een robuust stelsel aan brandweereenheden en crisisteams, (acute) zorgpartners onder regie van de GHOR en met de back-up van belangrijke partners zoals defensie, houdt de veiligheidsregio Midden- en West-Brabant operaties in de crisisfase, maar zeker ook in de complexe herstelfase die daarop volgt, lang vol. Regie op (bovenlokale) veiligheidsprocessen De veiligheidsregio Midden- en West-Brabant werkt intensief samen met partners op bestuurlijk, tactisch en operationeel niveau, vaak over de grenzen van domeinen heen. Kennis van risico’s, crisis en incidenten De veiligheidsregio Midden- en West-Brabant heeft veel kennis en ervaring op het terrein van risico’s, de te verwachten effecten en de fysieke bestrijding ervan. Deze kennis is vaak ook toepasbaar op andersoortige crises.
Netwerk- en stakeholdermanagement De veiligheidsregio Midden- en West-Brabant beschikt over, ontwikkelt en bestuurt een robuust netwerk van structureel samenwerking
Hieronder treft u voor de volledigheid de artikelen 10, 25 en 39. Artikel 10 Wet veiligheidsregio’s Bij de regeling, bedoeld in artikel 9, worden aan het bestuur van de veiligheidsregio de volgende taken en bevoegdheden overgedragen: a. het inventariseren van risico’s van branden, rampen en crises; b. het adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en crises in de bij of krachtens de wet aangewezen gevallen alsmede in de gevallen die in het beleidsplan zijn bepaald; c. het adviseren van het college van burgemeester en wethouders over de taak, bedoeld in artikel 3, eerste lid; d. het voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing; e. het instellen en in stand houden van een brandweer; f.
het instellen en in stand houden van een GHOR;
g. het voorzien in de meldkamerfunctie; h. het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel; i.
het inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze diensten en de andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij de onder d, e, f, en g genoemde taken.
Artikel 25 Wet veiligheidsregio’s 1. De door het bestuur van de veiligheidsregio ingestelde brandweer voert in ieder geval de volgende taken uit: a. het voorkomen, beperken en bestrijden van brand; b. het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand; c. het waarschuwen van de bevolking; d. het verkennen van gevaarlijke stoffen en het verrichten van ontsmetting; e. het adviseren van andere overheden en organisaties op het gebied van de brandpreventie, brandbestrijding en het voorkomen, beperken en bestrijden van ongevallen met gevaarlijke stoffen. 2. De brandweer voert tevens taken uit bij rampen en crises in het kader van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing. 3. De brandweer staat onder leiding van een commandant. Artikel 39 Wet veiligheidsregio’s 1. In geval van een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis, of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, is de voorzitter van de veiligheidsregio ten behoeve van de rampenbestrijding en crisisbeheersing in de betrokken gemeenten bij uitsluiting bevoegd toepassing te geven aan: a. de artikelen 4 tot en met 7 van deze wet; b. de artikelen 172 tot en met 177 van de Gemeentewet, met uitzondering van artikel 176, derde tot en met zesde lid; c. de artikelen 11, 14, eerste lid, 56, eerste en vierde lid, en 62 van de Politiewet 2012; d.
de artikelen 5 tot en met 9 van de Wet openbare manifestaties. 2. De voorzitter van de veiligheidsregio roept een regionaal beleidsteam bijeen, dat bestaat uit de burgemeesters van de gemeenten die betrokken zijn of dreigen te worden bij de ramp of crisis, alsmede uit de hoofdofficier van justitie, bedoeld in artikel 12, eerste lid. De voorzitter van elk direct betrokken waterschap wordt uitgenodigd deel uit te maken van het beleidsteam. 3. De voorzitter van de veiligheidsregio wijst een regionaal operationeel leider aan, die is belast met de leiding van een regionaal operationeel team, dat bestaat uit leidinggevenden van de betrokken diensten. De regionaal operationeel leider neemt deel aan de vergaderingen van het regionaal beleidsteam. De voorzitter van de veiligheidsregio nodigt voorts de functionarissen wier aanwezigheid in
verband met de omstandigheden van belang is, uit deel te nemen aan de vergaderingen. 4. Tenzij de vereiste spoed zich daartegen verzet, neemt de voorzitter van de veiligheidsregio geen besluiten met toepassing van de in het eerste lid genoemde artikelen dan nadat hij het regionaal beleidsteam daarover heeft geraadpleegd. Een burgemeester kan in het regionaal beleidsteam schriftelijk bezwaar doen aantekenen, indien hij van mening is dat een voorgenomen besluit het belang van zijn gemeente onevenredig schaadt. 5. De voorzitter van de veiligheidsregio geeft de regionaal operationeel leider de bevelen die hij nodig acht in verband met de uitvoering van de door hem genomen besluiten. 6. Zodra de omstandigheden het toelaten, ontbindt de voorzitter het regionaal beleidsteam.