Vragen en antwoorden ChristenUie
Tekst van het document
Datum Raad
Raad A 27 mei 2021 Onderwerp R5.2-21 ChristenUnie/J. van Groos
Raad B
Nr. raadsvoorstel Gebiedsspecifiek beleid PFAS Fractie Datum binnenkomst 10 mei 2021 vraag Datum 25 mei 2021 beantwoording Naam team/steller TREW Portefeuillehouder Odabasi Vragen Vraag: Waarom heeft, toen het duidelijk werd dat niet alle problemen met PFAS per 31 december 2020 zouden zijn opgelost, het Rijk er niet voor gekozen om het Besluit bodemkwaliteit te verlengen? Antwoord: Bij het vaststellen van de wijziging eind december 2019 is bepaald dat de wijziging voor 1 jaar zou zijn. Ons is de precieze motivatie niet bekend waarom het Rijk er niet voor heeft gekozen om de aanpassing van het besluit Bodemkwaliteit te verlengen. Vraag: Waarom wordt geregeld aan de raad gevraagd om in te stemmen met besluiten, opdat daarmee vertraging kan worden voorkomen, terwijl vaak al veel vertraging door de organisatie, het college en anderen overheden is ontstaan? Antwoord: Uw vraag is dusdanig algemeen geformuleerd dat deze niet concreet te beantwoorden is. Als het college aan de raad vraagt om in te stemmen met besluiten teneinde vertraging in een bepaald proces te voorkomen, geven wij daarbij de reden ervan aan. Het is vervolgens aan de raad om al dan niet in te stemmen met het voorstel.
Vraag: Past het bij het beoogde participatiebeleid dat de gemeente nastreeft dat inwoners en andere belanghebbenden nu pas achteraf bezwaar kunnen maken tegen een dergelijk besluit in plaats van vooraf? Antwoord: Het voorstel ziet op mandatering van een bevoegdheid van de raad aan het college. De procedure die met de uitoefening van de betreffende bevoegdheid samenhangt, waaronder het moment waarop al dan niet bezwaar kan worden gemaakt door belanghebbenden, wijzigt hierdoor niet. Het Besluit bodemkwaliteit bepaalt dat bij de voorbereiding van een besluit om lokale maximale waarden vast te stellen afdeling 3.4 van de Awb wordt toegepast. Dit betekent dat vooraf de mogelijkheid wordt geboden zienswijzen in te dienen op een ontwerpbesluit. Het raadsvoorstel bevat op dit punt dan ook een omissie en is hierop aangepast. Vraag: Hoe luidt de eerste volledige zin van pagina 3? Antwoord: Verzoek is mandatering aan het college en daarbij wordt gehandeld volgens In afwijking van het eerste lid kan een besluit als bedoeld in dat lid ook worden genomen door burgemeester en wethouders in plaats van de gemeenteraad, als het betrekking heeft op poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS). Deze tekst had uit het voorstel verwijderd moeten worden. Dat is helaas maar gedeeltelijk gebeurd.
Vraag: De opmerking bij punt 9 van het raadsvoorstel wekt de indruk dat er nog bijlagen bij het raadsvoorstel zijn, maar in het RIS tref ik alleen het voorstel en een brief van een betrokken inwoner aan. Kunnen de bijlagen aan het RIS worden toegevoegd?
Antwoord: Er zitten geen bijlagen bij dit voorstel. Deze tekst komt standaard in het raadsvoorstel te staan. Vraag: Wat zijn bij benadering de extra kosten als grond niet mag worden hergebruikt in het gebied, maar moet worden afgevoerd? Antwoord: Binnen het GOL wordt rekening gehouden met 3 miljoen extra kosten als de grond niet hergebruikt mag worden in het gebied. Vraag: Het ontwijken van kosten lijkt voor het college belangrijker te zijn dan het in het gebied houden van potentieel zeer zorgwekkende stoffen; waarom is het college niet transparanter als het gaat om de hoeveelheid zeer zorgwekkende stoffen en welke norm is voor het college nog acceptabel? Antwoord: Het uitgangspunt van het gebiedsspecifieke beleid PFAS is dat grond uit het gebied alleen in het gebied hergebruikt mag worden. Bij bodemonderzoeken zijn de hoogste waarden die voor som PFOS zijn aangetroffen 17 µg/kg d.s. In het tijdelijk handelingskader is de norm voor som PFOS voor industrie 3 µg/kg d.s. Op dit moment wordt nog gerekend wat de achtergrondwaarde in het gebied is en het is daardoor nog niet mogelijk om te zeggen welke norm voor dit gebied acceptabel is.