CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Vragen en antwoorden CDA

Raadsvergadering (B) 28 januari 2021, gemeente WaalwijkBij agendapunt: (R1.5-21) Toekomstbestendig sportpark S.S.C. '55625 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum Raad Nr. raadsvoorstel Fractie Datum binnenkomst vraag Datum beantwoording Naam team/steller Vragen Vraag:

Raad A 14 januari 2021 Onderwerp R1.5-21

Raad B Toekomstbestendig sportpark S.S.C. '55

CDA/R. Spohr 14 januari 2021

TMAO

Portefeuillehouder

J. van den Hoven

Hoeveel huur betaalt SSC nu voor de accommodatie? Antwoord: In 2021 betaalt SSC voor de drie velden die men gebruikt een bedrag van 5.634,80 per veld per jaar, in totaal dus 16.904,40. Vraag: Bij andere organisaties die door de gemeente gesubsidieerd of financieel worden gesteund wordt het principe 1/3 - 1/3 – 1/3 voor de financiële verantwoordelijkheid van de betrokken partijen in acht genomen. Waarom wordt dit principe bij SSC ten aanzien van de opstallen niet gehanteerd? Antwoord: De regeling Buitensport voorziet inderdaad in de genoemde 1/3 – 1/3 – 1/3 regeling bij de realisatie van kunstgrasvelden, ledverlichting en kleedkamers. Uitgangspunt daarbij is dat de gemeente eigenaar hiervan is. In het voorstel over SSC gaan we uit van overdracht in eigendom van de opstallen, waardoor hier sprake is van een andere situatie. Dit betekent dat de vereniging zelf moet zorgen voor realisatie, onderhoud en vervanging. Voor de gemeente leidt dit ertoe dat we in de toekomst geen kosten meer hebben aan instandhouding, onderhoud en vervanging van de opstallen.

Vraag: Welk risico bestaat er dat het niet-hanteren van het principe 1/3 - 1/3 – 1/3 voor de opstallen leidt tot precedentwerking voor andere sport- of maatschappelijke organisaties binnen de gemeente? En in hoeverre zouden andere sportverenigingen hierin een reden kunnen zien om alsnog een andere eigendomsconstructie voor hun opstallen te kunnen claimen (rechtsgelijkheid)? Antwoord: In de regeling Buitensport is helder weergegeven wanneer de 1/3 – 1/3 – 1/3 regeling van toepassing is. Indien een andere vereniging verzoekt om ook eigenaar te worden van de opstallen zullen wij dat verzoek op gelijke wijze behandelen en is het mogelijk om ook met hen specifieke afspraken te maken. Vraag: In hoeverre kan de eigendom van de opstallen van SSC de gemeente blokkeren bij toekomstige ruimtelijke plannen met het terrein van SSC?

Antwoord: Dat zou het geval kunnen zijn als er op deze locatie ontwikkelingsplannen zouden zijn. Op dit moment zijn er geen plannen om op deze locatie iets anders te ontwikkelen. Vraag: Worden er ook anti-speculatievoorwaarden opgenomen bij de eigendomsoverdracht van de opstallen? Antwoord: De overdrachtsdocumenten moeten nog opgesteld worden. De vereniging is bereid hierin een voorwaarde op te nemen dat de gemeente het eerste terugkooprecht tegen de aankoopprijs heeft. Vraag: Hoe zit het met de veiligheidsvoorschriften, als de gemeente geen eigenaar meer is van de opstallen? Antwoord: De veiligheidsvoorschriften veranderen niet, de verantwoordelijkheid gaat over naar de vereniging. Vraag: Verbindt de gemeente, als de eigendom overgaat naar SSC, ook gebruiksvoorschriften aan de opstallen, zoals: o de mogelijkheid voor gebruik door inwoners van Sprang-Capelle in het kader van sport en bewegen (denk aan buurtsport initiatieven), gebruik door scholen o het voorkomen van hinder voor de naastgelegen woonwijk o het voorkomen van niet gewenste commerciële (horeca)activiteiten Antwoord: Het toelaten van gebruik door anderen, is in principe een bevoegdheid van de eigenaar. Het is ingewikkeld om dit in een juridische constructie te regelen. Echter de vereniging heeft aangegeven dat het huidige multifunctionele gebruik van het sportpark tenminste gehandhaafd blijft.

Men staat open voor nog meer gebruik, met name binnen het sociaal domein (kinderopvang, dagopvang etc.) Als overheidsorgaan moet de gemeente overheidstaken regelen via het bestuursrecht en niet via een privaatrechtelijke overeenkomst. Over het voorkomen van hinder, en het tegengaan van ongewenste activiteiten kan de gemeente dus niets afspreken in een contract. Daarop zijn o.m. de Wet milieubeheer, de Algemene plaatselijke verordening, de Wet ruimtelijke ordening/het bestemmingsplan en de Drank- en Horecawet van toepassing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9669641/1