Vragen ChristenUnie en beantwoording
Tekst van het document
Datum Raad Nr. raadsvoorstel
Raad A 15 april 2021 Onderwerp R4.4-21
Raad B Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Akkerlaan 20
Fractie ChristenUnie/J. van Groos Datum binnenkomst 8 april 2021 vraag Datum beantwoording Naam team/steller TREW Portefeuillehouder E. Daandels Vragen Vraag: Bij punt 1 staat: In uw vergadering van 23 juni 2020 heeft uw college ingestemd met het ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan "Akkerlaan 20". Hoe moeten we het verstaan dat het college besluiten neemt tijdens de raadsvergadering? Antwoord: Het college heeft in haar vergadering op dinsdag 23 juni 2020 besloten tot het ter inzage leggen van het ontwerp bestemmingsplan. Het college neemt geen besluiten tijdens een raadsvergadering. Vraag: Waarom wil het college volgens punt 2 van het raadsvoorstel een spoedige realisatie van de herontwikkeling van deze locatie? Waar komt de spoed voor het college vandaan? Waarom wordt gesproken van herontwikkeling? Antwoord: Dit is een door ons vaker gebruikte bewoording. De zinssnede betreft een algemene bewoording waarmee wordt beoogd aan te geven dat de procedure niet nodeloos langer wordt gemaakt dan strikt noodzakelijk is. Vraag: Waarom lezen we behoudens een algemene passage op pagina 28 niets in het bestemmingsplan over een zorgfunctie voor beide nog te bouwen woningen? Tijdens de bijeenkomst op 30 september 2020 bleek dat het bouwen van de 2 woningen te maken hebben met het verlenen van zorg aan familieleden; daarom is in eerste instantie gekeken naar een kangoeroewoning.
Antwoord: De toelichting had betrekking op een eerdere planvariant waarvan door de initiatiefnemer is afgezien. Vraag: Waarom staat op pagina 32 van het bestemmingsplan (bijlage 1) dat het plan getoetst is aan het GRP en niet aan het vigerende Integraal Waterplan Waalwijk, waardoor gezien de voorgestelde toename van de verharding het bouwplan een waterbergingseisen moet voldoen? Antwoord: Uit de nota van zienswijzen inclusief ambtshalve aanpassingen volgt dat het plan onder andere aangepast en getoetst moest worden aan het laatste vastgestelde beleid. Hieronder begrepen het Integrale Waterplan Waalwijk. In het naar aanleiding van de nota van zienswijzen aangepaste bestemmingplan is het per 1 januari 2021 in werking getreden Integraal Waterplan Waalwijk opgenomen en het plan is eraan getoetst en er kan worden geconcludeerd dat het plan eraan voldoet. Als omissie is niet de aangepaste toelichting van het bestemmingsplan toegevoegd. Inmiddels is via de griffie de juiste tekst aangeleverd. Onderstaand integraal de aangepaste tekst; “Beleid gemeente Waalwijk Het gemeentelijke beleid ten aanzien van water is vastgelegd in het Integraal Waterplan Waalwijk (IWW) 2021-2024, dat de opvolger is van het Gemeentelijk Rioleringsplan
2016-2020. Het IWW omvat de beleidsvoornemens en maatregelen voor het Waalwijkse rioolstelsel. Omdat de interactie met het oppervlaktewater sterk is toegenomen, is het oppervlaktewater toegevoegd aan de scope van het beleidsplan. Conform de wetgeving stelt het IWW dat iedere perceeleigenaar in beginsel verantwoordelijk is voor de verwerking van het regenwater dat op zijn/haar perceel valt. Bij nieuwbouw en aanbouw vraagt de gemeente om 60 mm (6 liter/m²) berging te maken over de extra verharding. Anders dan het waterschap hanteert de gemeente derhalve geen ondergrens voor de toename van afwaterend oppervlak Bij alle nieuwbouw wordt alleen het huishoudelijk afvalwater aangesloten op de gemeentelijke riolering en afgevoerd naar de RWZI. Beoordeling De Keur kent diverse verbodsbepalingen voor handelingen in het watersysteem. Deze handelingen mogen enkel worden verricht indien een waterwetvergunning is verleend, of indien wordt voldaan aan algemene regels. Uit de kaarten behorende bij de Keur waterschap Brabantse Delta 2015 volgt dat de locatie gelegen is binnen het invloedsgebied Natura 2000. Het invloedsgebied Natura 2000 betreft een zeer ruim gebied en omvat grote delen van West-Brabant. Dit zijn de gebieden rond Natura 2000-gebieden waar significante effecten van de verruiming van agrarische grondwateronttrekking niet kan worden uitgesloten.
Voorliggend initiatief betreft geen grondwateronttrekking. Derhalve is de ligging binnen dit invloedsgebied niet relevant voor het initiatief. Aan de westzijde van het plangebied is een A-watergang aanwezig die door het waterschap wordt onderhouden. Ten behoeve hiervan blijft een 5 meter brede obstakelvrije strook vrijgehouden, zodat het waterschap het onderhoud uit kan voeren. De A-watergang zal worden doorkruist door een duiker/brug. Hiervoor wordt een watervergunning ingevolge de keur aangevraagd en zal vooroverleg/afstemming plaats vinden met het waterschap. Het plangebied beslaat een oppervlakte van circa 2.395 m2 en is thans onverhard. Uitgaande van een verhardingspercentage van 60% zal in de toekomst sprake zijn van een lichte verhardingstoename, echter niet zodanig dat deze meer dan 2.000 m2 bedraagt. Op basis van het beleid van het waterschap is daarmee geen sprake is van een retentievereiste. Op grond van het gemeentelijke IWW geldt bergingseis van 60 mm (6 liter/m²). Aan deze eis wordt in onderhavig geval voldaan. In de toekomstige situatie zal het schone hemelwater (zogenaamde hemelwaterafvoer; HWA) niet direct op het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) worden aangesloten maar separaat binnen het plangebied worden verwerkt.
Om verdere invulling te geven aan een duurzaam waterbeheer, kan bij eventuele bouwwerkzaamheden rekening gehouden worden met duurzaam bouwen. In de Nationale Pakketten Duurzaam Bouwen: Woningbouw nieuwbouw, Woningbouw beheer en Utiliteitsbouw is een tweetal maatregelen (S/U237 en S/U444) opgenomen die onder meer betrekking hebben op het verminderen van de emissie van milieubelastende stoffen naar het van daken afgevoerde hemelwater. Bij bouwwerkzaamheden wordt geadviseerd gebruik te maken van niet-uitloogbare bouwmaterialen in verband met de waterkwaliteit. Dit houdt in dat toepassing van materialen voor daken, dakgoten en hemelafvoeren zoals zink, koper, lood etc. wordt afgeraden, tenzij de materialen zijn voorzien van een coating. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de waterhuishouding binnen het plangebied wordt gerespecteerd.”
Vraag: Was de reden voor het WOB-verzoek van omwonenden dat de gemeente
terughoudend was met het verstrekken van informatie of hebben de inwoners meteen dit instrument ingezet? Antwoord: Een bewoner heeft dit instrument meteen ingezet per mail d.d. januari 2021. Vraag: Als reactie wordt op het 2e punt van de zienswijze gegeven dat “Het feit blijft ten gevolge van corona het niet mogelijk was om een bijeenkomst te organiseren waarbij de buurtbewoners mondeling zouden worden geïnformeerd. De initiatiefnemer heeft de buurtbewoners schriftelijk geïnformeerd”. Maar initiatiefnemer was toch al ruim voordat COVID-19 zich meldde, in gesprek met de gemeente over een bouwplan op deze locatie? Toen was er toch al volop de gelegenheid om buurtgenoten te informeren; waarom is uw reactie dan nog wel gerechtvaardigd? Moet de raad het dan doen met uw opmerking dat er geen wettelijke plicht tot informeren bestaat, terwijl de raad meer dan eens nadrukkelijk heeft aangegeven dat belanghebbenden tijdig bij bouwplannen moeten worden betrokken en de coalitie de nodige transparantie voorstaat? Antwoord: Voordat het participatieproces wordt opgestart dient aannemelijk te zijn dat medewerking niet vooraf onwenselijk is. Daartoe dient het proces van principeverzoeken. In dit proces kan een plan gewijzigd worden of zelfs door de initiatiefnemer worden ingetrokken. Het gelijktijdig opstarten van een participatietraject is dan niet opportuun.
Vraag: Bovenaan pagina 4 staat dat geen sprake is van een terecht beroep op het vertrouwensbeginsel zonder dat hiervoor argumenten worden gegeven; kunt u die alsnog met ons wisselen? Antwoord: De inspraakreactie begint onderaan pagina 3 en eindigt bovenaan pagina 4. In onze reactie verwijzen wij naar vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Vraag: Staat de ten behoeve van de brug te kappen boom op privégrond of gemeentegrond? Als dit laatste het geval is, kan op grond van het gemeentelijk bomenbeleid dan een vergunning tot kap worden gegeven? Antwoord: Twee van de te kappen bomen staan op privéeigendom. De boom is niet monumentaal en ook niet aangemerkt als beschermde boom. Het is ook niet mogelijk deze monumentaal te maken door middel van het bestemmingsplan. Gegeven het feit dat de betreffende boom niet monumentaal is kan deze zonder vergunning worden verwijderd. Met dien verstande dat initiatiefnemer zich bereid heeft verklaard om deze boom te verplaatsen c.q. te compenseren. Eén te kappen c.q. te verwijderen boom staat op gemeentegrond. Ook deze boom is niet aangemerkt als waardevolle boom. In de anterieure overeenkomst is bepaald dat deze boom verplaatst dan wel gecompenseerd dient te worden. Vraag: Wat zijn de redenen geweest om in het verleden niet te voldoen aan de vraag van indieners om een stuk gemeentegrond (pg.
7) te mogen kopen? Antwoord: Op de gevraagde gemeentegrond is een persleiding aanwezig. Om voor de toekomst de bereikbaarheid van het gebied te kunnen behouden en voldoende ruimte te hebben voor het onderhoud van deze persleiding. Bovendien is de lijn dat we minder groen verkopen omdat we het areaal groen in de gemeente willen vergroten. Het streven is om in 2030 10% meer groen te hebben dan nu. De verkoop van openbaar groen, maakt het moeilijker om dit streven te behalen.
Slechts in uitzonderlijke gevallen waarbij het gaat om (delen van) groen die niet beheerd kunnen worden, is uitgifte mogelijk. Deze groenstrook kan prima beheerd worden dus komt niet in aanmerking voor uitzondering.