Vragen ChristenUnie (2)
Tekst van het document
Datum Raad
Raadsvergadering 21 september 2023
Nr. raadsvoorstel Fractie ChristenUnie/J. van Groos Datum binnenkomst 4 september 2023 vraag Datum beantwoording Naam GRFF Portefeuillehoude T. Klerx team/steller r Vragen Vraag: Eén aanbeveling gaat over het bieden van inzicht ten aanzien van de vervangingsinvesteringen op de lange termijn. Dit is om verschillende redenen vreemd. De huidige systematiek is dat aan de raad steeds een plan voor de komende 2 jaren wordt vastgesteld met een doorkijk naar de volgende 2 jaren. De praktijk is altijd dat een aantal van die doorkijkprojecten toch niet op het volgende IUP komt. Hieraan liggen verschillende redenen ten grondslag. Dus een horizon van 4 jaar werkt al niet goed, wat moet het dan worden als dit opschuift naar 20 jaar. Dit kan alleen door uit gaan van de technische afschrijvingsduur voor de verschillende assets, terwijl nu de organisatie veel meer werkt met de economische levensjaar. De Rekenkamercommissie noemt dit een technische manier van werken: vervangen als het nodig is. Gaat de door de commissie voorgestelde transparantie niet te veel ten koste van een verstandige inzet van de schaarse financiële middelen? Antwoord:
Vraag: In het raadsvoorstel staat bij punt 9 Vervolgstappen: Niet van toepassing. Hoe moet de raad niet zien, want de raad verwacht dat na instemming met het voorstel de aanbevelingen worden opgevolgd? Waarom is ervoor gekozen om hier n.v.t. in te vullen? Antwoord:
Vraag: In het rapport staat dat bij de budgettering geen rekening wordt gehouden met areaalaccres, waardoor dit over de jaren heen ertoe leidt dat de budgetten voor het beheer van de openbare ruimte relatief gezien krimpen (p9). Waarom worden dan elk jaar in de kadernota in de lijst met onontkoombaarheden extra kapitaallasten opgevoerd ten behoeve van extra kapitaallasten vanwege extra onderhoud wegens areaaluitbreidingen? Is het nog mogelijk verbeteringen aan te brengen in het rapport? Antwoord:
Vraag: Heeft het te maken met de langere afronding van dit onderzoek dat in het rapport staat dat het Mobiliteitsplan in 2015 is vastgesteld, terwijl de raad op 9 maart van dit jaar een nieuw Mobiliteitsplan heeft vastgesteld? Antwoord: