Vraag en antwoord ChristenUnie
Tekst van het document
Datum Raad
Raadsvergadering 21 december 2023
Nr. raadsvoorstel Erfgoedverordening 2024 Fractie ChristenUnie/J. van Groos Datum binnenkomst 20 december 2023 vraag Datum 21 december 2023 beantwoording Naam TREW Portefeuillehouder T. Klerx team/steller Vragen Vraag: Fijn dat nu wel de juiste Erfgoedverordening op de raadsagenda staat. Maar daarmee is onze technische vraag over het vervallen van artikel 13 nog niet beantwoord. Is het mogelijk dat wij het antwoord daarop nog voor de raadsvergadering ontvangen? Deze vraag luidde: De nieuwe Erfgoedverordening kent geen bepaling om een vergunning in te trekken; waarom niet? Wat gebeurt in de nieuwe situatie als een vergunning blijkt te zijn afgegeven op basis van onjuiste of onvolledige gegevens, of de vergunninghouder de voorschriften verbonden aan een vergunning niet naleeft, of de vergunde activiteit zou moeten worden gestopt, omdat de omstandigheden te zeer zijn veranderd (zie het oude artikel 13)? Antwoord: Mogelijkheden om een vergunning in te trekken is geregeld in de Omgevingswet en niet meer bij verordening. Een uitgebreide toelichting volgt hierna. In de toelichting van de Erfgoedverordening staat het volgende opgenomen over het vervallen van artikel 13: ‘Artikel 13 vervalt vanwege de inwerkingtreding van de Ow en wordt vervangen door een beperkender regime.
Na inwerkingtreding van de Ow zijn de intrekkingsgronden van een omgevingsvergunning uitputtend geregeld in onder andere de artikelen 5.39 en 5.40 van de Ow, artikel 8.97 e.v. van het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl) en – i.v.m. overgangsrecht – ook artikel 10a.12 van het Bkl.’ Op grond van artikel 2.2. Wabo kan de gemeente bij verordening voor een gemeentelijk monument een vergunningplicht in het leven roepen. Deze vergunningplicht is geregeld in de Erfgoedverordening 2016 en 2024. Onder de Omgevingswet bestaat de verplichting deze vergunningplicht in het omgevingsplan nieuwe stijl op te nemen, in plaats van in de verordening. Hiervoor is tot 2032 de tijd. Tot het omgevingsplan nieuwe stijl gereed is, blijft conform het overgangsrecht qua vergunningplichten in verordeningen de huidige situatie gehandhaafd. In artikel 12 van de Erfgoedverordening 2024 wordt bovengenoemde vergunningplicht (opnieuw) ingesteld. Artikel 13 gaf het college de mogelijkheid de vergunning in te trekken, onder voorwaarden. Dit artikel is nu vervallen, omdat in de artikelen 5.39, 5.40 en 18.10 van de Omgevingswet regels zijn geformuleerd die de intrekking van een omgevingsvergunning (of beschikking) direct regelen en niet bepalen dat dit via een verordening geregeld kan worden.
Deze regels gelden nu, maar ook als de vergunningplicht voor een gemeentelijk monument straks geregeld is in het omgevingsplan nieuwe stijl. In het omgevingsplan worden bepalingen over intrekken namelijk niet opgenomen, maar gelden de genoemde artikelen uit de Omgevingswet. Mocht er sprake zijn van een omgevingsvergunning op basis van onjuiste of onvolledige gegevens, of de vergunninghouder de voorschriften verbonden aan een vergunning niet
naleeft, of de vergunde activiteit moet worden gestopt, omdat de omstandigheden te zeer zijn veranderd (zie het oude artikel 13), dan kan de omgevingsvergunning nog steeds worden ingetrokken. Dat kan alleen niet meer op basis van de Erfgoedverordening, maar op basis van de Omgevingswet artikel 5.40 of 18.10.