Verslag vervolg gespreksavond 25 september
Tekst van het document
Beknopt verslag van de gespreksavond gehouden op donderdag 30 september 2025 Voorzitter: Griffier:
de heer F. den Braven de heer J. Deneer mevrouw F. Opperman
Aanwezig:
de heer B. Bruurmijn de heer J. van Hest mevrouw B. Koptagel-Demirbas de heer W. Lodenstijn de heer J. de Meijer de heer N. van der Pluijm mevrouw M. Veraa de heer M. Bokšan de heer D. Dubbeldam de heer E. Knops de heer G. den Braven mevrouw A. Kenger mevrouw Y. van Laar mevrouw A. Wens de heer R. Frodyma de heer G. Kocken de heer H. de Vaan mevrouw C. de Bruijn de heer J. van Groos mevrouw Y. IJpelaar
Afwezig m.k.
de heer A. van Belkom de heer J. van Dijk de heer T. Klerks de heer H. Metzke de heer R. Tiemstra de heer H. van Zelst
Lokaal Belang Lokaal Belang Lokaal Belang Lokaal Belang Lokaal Belang Lokaal Belang Lokaal Belang VVD VVD VVD GroenLinksaf GroenLinksaf GroenLinksaf GroenLinksaf Samen Waalwijk Samen Waalwijk Samen Waalwijk CDA ChristenUnie Lijst IJpelaar
VVD
D66 SGP SGP
Portefeuillehouders:
de heer A. de Jong mevrouw S. Schuijffel de heer F. Spierings
Notulen:
notulistenbureau Leeuwenburgh Vendrig
1.
Lokaal Belang Lokaal Belang
Opening en mededelingen
De voorzitter heropent de vergadering en heet de aanwezigen harte welkom. Hij meldt het bericht van verhindering van de leden Van Belkom, Van Dijk, Klerks, Metzke, Tiemstra en Van Zelst. Hij feliciteert de heer Van den Meerendonk met zijn verjaardag. De raadsvoorstellen die vanavond worden besproken komen op de agenda van de raadsvergadering van 9 oktober a.s. De vergadering wordt via een livestream uitgezonden. Bespreking raadsvoorstellen met het college
Verslag gespreksavond 30 september 2025 (vervolg van 25 september)
1
7.
Vaststellen beleidsplan inburgering 2026-2029
Gemeenten organiseren vanaf 2022 de inburgering van statushouders. Vanuit het Rijk komt daar nu minder geld voor terwijl er meer inburgering geregeld moet worden. De gemeente Waalwijk heeft drie scenario’s uitgewerkt om de inburgeringstaak goed te kunnen blijven uitvoeren. Het advies aan de raad is om te kiezen voor scenario 2 en een akkoord te geven op de extra kosten die daarbij horen. Dit agendapunt is geagendeerd door de fracties van de ChristenUnie en VVD. De heer Bokşan geeft aan dat één van de scenario’s is om het huidige beleid voort te zetten en ook een doemscenario met lange wachtlijsten. Zijn fractie ziet ruimte om te bekijken of elementen uit scenario 2 en 3 gecombineerd kunnen worden om kosten te drukken (bijvoorbeeld laptops op een alternatieve manier verstrekken, maatschappelijke begeleiding efficiënter inrichten). Hij informeert of de wethouder daarnaar zou willen kijken. Wethouder Schuijffel benadrukt dat scherp is gekeken wat er nodig is naar aanleiding van de evaluatie en dit heeft geresulteerd in een vermindering van kosten. Uit de evaluatie is gebleken dat mensen niet thuis kunnen oefenen omdat zij de digitale mogelijkheden daarvoor niet hebben. Dat zorgt ervoor dat zij minder snel digitaal vaardig worden en in de maatschappij kunnen meedoen. De heer Bokşan komt op hier op een later moment op terug.
Jongeren van 17 ervaren de overgang van school naar inburgering als een straf omdat zij onderwijs willen volgen met leeftijdgenoten waardoor het verzuim stijgt. Zijn fractie kan hier weinig sympathie voor opbrengen want onderwijs en inburgeren is een plicht om mee te kunnen doen in de samenleving. Hij informeert of de wethouder het eens is met zijn fractie dat de jongerenroute minder vrijblijvend moet zijn. Wethouder Schuijffel benadrukt dat inburgering voor niemand vrijblijvend is. Het kan voorkomen dat jongeren een inburgeringstraject moeten volgen met mensen die veel ouder zijn. Dat wordt niet altijd als prettig ervaren, maar dat ontslaat hen niet van hun inburgeringsplicht. De voorkeur gaat uit naar jongeren in een apart onderwijstraject waardoor zij niet afhaken zodat zij na hun scholing een goede bijdrage kunnen leveren aan onze maatschappij en daarom wordt gekozen voor een traject dat beter bij hun leeftijd past. Geen enkele inburgeringsplichtige kan afhaken omdat iets niet leuk wordt gevonden. De heer Bokşan geeft aan dat de wethouder heeft gesproken met een fractiegenoot naar aanleiding van schriftelijk gestelde vragen. Den Bosch en Tilburg vangen bepaalde doelgroepen statushouders liever niet op daar waar Waalwijk dit wel doet (bijvoorbeeld jonge Eritreeërs). Hij informeert wat Waalwijk gaat doen om een eerlijkere verdeling te krijgen.
Wethouder Schuijffel antwoordt dat Waalwijk niet kan bepalen welke mensen er aan de gemeente gekoppeld worden. In huizen van Sterk Huis worden jongeren met een status jonger dan 18 jaar (AMV’ers) opgevangen en begeleid. Als een jongere 18 jaar is volgt het inburgeringstraject. Mensen kunnen niet geweigerd worden, maar Waalwijk heeft wel om meer spreiding gevraagd. De verhouding tussen de verschillende groepen is inmiddels weer fiftyfifty zodat de juiste aandacht gegeven kan worden. De heer Bokşan begrijpt dat werkgevers terughoudendheid zijn in het aannemen van statushouders terwijl werken een belangrijke basis is om mee te doen in de samenleving.
Verslag gespreksavond 30 september 2025 (vervolg van 25 september)
2
Hij vraagt wat het werkgevers wordt geboden om hen te ontlasten en wat de wethouder gaat doen om werkgevers aan te moedigen om dit juist wel te doen. Wethouder Schuijffel denkt niet dat werkgevers statushouders weigeren, maar onbekend maakt onbemind en daarom wordt samen met Baanbrekers het gesprek aangegaan. De heer Bokşan merkt op dat statushouders ook na enkele jaren vaak nog afhankelijk zijn van de bijstand. Als zij niet kunnen aantonen dat zij aan de taaleis voldoen en daar inspanningen voor plegen mag de gemeente een sanctie opleggen zoals korten op de uitkering. Hij heeft deze maatregel niet teruggezien in de stukken terwijl hij wel signalen heeft gekregen dat er gevallen bekend zijn van mensen die niet meewerken. Hij vraagt of de wethouder het met zijn fractie eens dat in dergelijke gevallen op de uitkering gekort mag worden. Wethouder Schuijffel reageert dat de taaleis enkele jaren geleden is ingevoerd in verband met laaggeletterdheid. 1F is een ander niveau dan normaal gesproken gehanteerd wordt voor inburgeraars. Deze regel geldt voor alle mensen met een bijstandsuitkering. Zij is niet op de hoogte van de specifieke ins en outs van de Participatiewet. Dit heeft niets te maken met het beleidsplan inburgering.
Zij vindt het goed dat het taalniveau van mensen in de bijstand wordt getoetst, met name omdat de maatschappij erbij gebaat is dat mensen die niet kunnen lezen en schrijven geholpen worden om een bepaald taalniveau te bereiken. De heer Van Groos geeft aan dat uit de evaluatie blijkt dat het verzuim van taal- en andere lessen door meerdere partners als problematisch wordt ervaren. Meer voorlichting en een aangepast lespakket lijken daarbij het antwoord. De keuze voor een preventieve benadering is vriendelijk. Inburgeraars hebben verplichtingen, ook als het taalonderwijs hen niet aanspreekt. Hij informeert of er niets over repressie wordt aangegeven omdat inburgeraars nu een cursus moeten volgen die eigenlijk niet bij hen past. Wethouder Schuijffel antwoordt dat mensen een aantal uur taalles moeten volgen. Als er sprake is van ongeoorloofd verzuim wordt daar een stevig gesprek over gevoerd. Lessen die ingehaald moeten worden, moeten zelf bekostigd worden. De heer Van Groos vervolgt dat de Sociale Adviesraad (SAR) repressie aanmerkt als één van de dingen die niet gezien wordt maar het college in haar reactie niet aangegeven dat daarop ingezet wordt, vandaar dat zijn opmerking dat het vooral preventie was. Het is fijn dat dit vanavond verduidelijkt wordt, maar dan had de reactie op het advies van de SAR anders moeten zijn.
Wethouder Schuijffel herhaalt dat dit absoluut de aandacht heeft en worden concrete maatregelen betroffen. Er kunnen boetes opgelegd worden, maar mensen worden ook aangesproken op hun verantwoordelijkheden. Het is wel degelijk een heel strak traject. De heer Van Groos leest dat maatwerk veel voordelen biedt, maar dit kost meer. Hij vraagt of het college overwogen heeft om de overgebleven Oekraïne-gelden hiervoor in te zetten waardoor het mogelijk is om richting scenario 1 te gaan. Wethouder Schuijffel antwoordt dat er een kwaliteitsslag gemaakt kan worden waardoor het minder geld kost. Kiezen voor scenario 1 houdt niet in dat het beter wordt gedaan dan met scenario 2. Scenario 2 heeft juist een beter plan. Omdat het om een structurele uitgave gaat, kan dit niet vanuit incidentele middelen betaald worden en voorts wordt nog gewerkt aan de vervanging van de opvang voor Oekraïners die nu in het NH-hotel verblijven waaraan ook kosten verbonden zijn.
Verslag gespreksavond 30 september 2025 (vervolg van 25 september)
3
De heer Van Groos is blij dat het college geen incidenteel geld inzet voor structurele maatregelen, maar de reserve is dermate groot dat daar ook structureel middelen uitgehaald kunnen worden, vandaar deze ‘stoute’ gedachte. De heer Van Hest vraagt waarom het college ervoor kiest om structureel € 246.000 extra vrij te maken voor inburgering. Hij vraagt voorts of de wethouder het eens is dat er ondertussen grote tekorten zijn op andere beleidsterreinen die alle inwoners direct raken zoals zorg en leefbaarheid en hoe deze prioritering dan gerechtvaardigd wordt. Wethouder Schuijffel antwoordt dat het college ervoor kiest om de wettelijke taken uit te voeren. Er kan nog een kwaliteitsslag gemaakt worden maar op het moment dat dit bedrag niet uitgetrokken wordt kan niet aan de wettelijke taken voldaan worden. Dit houdt in dat er een grotere last ontstaat op andere vlakken. De heer Van Hest verwijst naar de ambitieuze doelen zoals 40% uitstroom naar betaald werk en 100% participatie binnen drie jaar en informeert of aangegeven kan worden hoe realistisch deze doelen zijn gezien de huidige arbeidsmarkt en de hoge eisen van werkgevers. Hij vraagt voorts wat er gebeurt als de doelen niet gehaald worden. Wethouder Schuijffel reageert dat voor de doelgroep B1 naar 40% uitstroom wordt gestreefd. Dat is realistisch want het percentage in Waalwijk is hoger dan het landelijk percentage.
De 100% betreft de Z-route waarbij geprobeerd wordt om mensen zo veel mogelijk te laten meedraaien in de maatschappij. Op dit moment participeert 83%. Het streven naar 100% ligt daarom binnen bereik. Mevrouw De Bruijn wijst op mensen die afhaken en lang in een uitkeringssituatie blijven en vraagt of het voor hen mogelijk om vrijwilligerswerk te doen zodat zij iets voor de maatschappij betekenen. Wethouder Schuijffel reageert dat met deze route geprobeerd wordt om mensen zelfstandig te laten meedoen in de maatschappij. Dit is niet perse gericht op werk. 83% van deze mensen is al werkzaam als vrijwilliger waarbij zij de taal in de praktijk leren. Hopelijk lukt het voor een aantal van hen ook om aan het werk te komen. Mevrouw IJpelaar informeert hoe ervoor gezorgd wordt dat dit beter geregeld wordt zonder dat de samenwerking met de partners versnippert. Wethouder Schuijffel antwoordt dat de aanpak van de maatschappelijke participatie al een aantal jaren succesvoller is en in huis doen is goedkoper. Mevrouw IJpelaar merkt op dat repressie in haar ogen straf is en vraagt of mensen die niet kunnen participeren gestraft worden. Zij spreekt haar complimenten voor het advies van de SAR. Wethouder Schuijffel geeft aan dat altijd naar de individuele situatie gekeken wordt. Mensen moeten ervan doordrongen zijn dat er regels zijn.
Het is belangrijk om mee te doen aan het inburgeringstraject en taallessen te volgen, maar dat betekent niet dat er geen oog is voor persoonlijke situaties. Het gesprek wordt aangegaan met oog voor de mens. Mevrouw De Bruijn verwijst naar een specifieke situatie van iemand die in ploegendienst werkte waardoor de cursus niet gevolgd kon worden en vraagt hoe hiermee omgegaan wordt. Wethouder Schuijffel antwoordt dat het goed is om te horen dat iemand aan het werk is. In het eerste jaar wordt meer taalonderwijs gegeven en dit wordt afgebouwd richting het derde jaar. Het afbouwen maakt dat werk en onderwijs makkelijker te combineren zijn.
Verslag gespreksavond 30 september 2025 (vervolg van 25 september)
4
Onlangs is gestart met taallessen in de avond. Uiteindelijk is het wel een verplichting dus daarom mag werk geen excuus zijn om de lessen niet te volgen. De voorzitter biedt gelegenheid om onderling het debat te voeren. De heer Van Groos kreeg de indruk dat Lokaal Belang moeite heeft om € 250.000 extra beschikbaar te stellen omdat daarbij opgemerkt werd dat er meer geld naar de zorg moet. Door het verkopen van bedrijventerrein komt de woningmarkt onder druk, maar ook de arbeidsmarkt omdat er meer handen nodig zijn. Hij vraagt zich af waarom er niet ingezet zou moeten worden op mensen die in Waalwijk wonen, maar nog niet de weg naar de arbeidsmarkt goed weten te vinden, door hen een opleiding te geven waardoor zij bijvoorbeeld in de zorg kunnen werken. De heer Van Hest reageert dat zijn fractie niet zou willen investeren, maar enkel vroeg naar de prioritering omdat de gemeente meer uitdagingen heeft. Duidelijkheid over de prioritering helpt om linksaf of rechtsaf te gaan. De heer Van Groos zegt dat het erop lijkt dat Lokaal Belang zelf geen prioritering heeft, maar de discussie daarover moet welllicht in de raadvergadering plaatsvinden. De heer Bokşan refereert aan het gesprek tussen het CDA en de wethouder over de Z-route en merkt op dat dit over 800 uur gaat verspreid over drie jaar. Omgerekend is dat 5 uur per week voor maatschappelijke inzet.
Zijn fractie is van mening dat dit heel erg weinig is. Ook zijn fractie kan zich vinden in het advies van de SAR over preventie en repressie. Hij informeert of de ChristenUnie bereid is om te kijken welke ruimte de gemeente heeft binnen de Wet inburgering om repressie beter in te richten. Meedoen in de samenleving is geen straf, maar een plicht. De heer Van Groos reageert dat zijn vragen vooral werden ingegeven door het advies van de SAR en de voorzichtige reactie van het college daarop. De wethouder heeft vanavond aangegeven dat daar steviger mee omgegaan wordt. Zijn fractie heeft geen behoefte aan extra maatregelen op dit moment. De heer Bokşan heeft alleen maar gehoord dat statushouders hun taallessen zelf moeten betalen. Hij begrijpt dat verzuim wordt geregistreerd en dat er vervolgens een streng gesprek plaatsvindt. Dat is in zijn optiek geen repressie. De heer Van Groos kreeg naar aanleiding van het antwoord van de wethouder de indruk dat nog niet bekend is wat repressie precies inhoudt en daarom is het lastig om op voorhand aan te geven dat er meer repressie moet plaatsvinden. Korten op de uitkering is een zware maatregel voor deze groep mensen. De heer Bokşan denkt dat Lokaal Belang niet ter discussie stelde dat er extra geld geïnvesteerd moet worden, maar dit wordt wel kritisch beoordeeld. Repressie blijft een beetje onduidelijk.
Het huidige beleid is vooral op preventie gericht. Hij vraagt of Lokaal Belang zich kan vinden in het advies van de SAR dat er meer repressie moet plaatsvinden. De heer Van Hest antwoordt dat zijn fractie uiteraard bereid is om daar naar te kijken. De voorzitter inventariseert de standpunten. De heer Bokşan denkt na over voorstellen om het beleid strenger te maken in het belang van de inburgering; bespreekstuk. De heer Van Hest kiest eveneens voor een bespreekstuk omdat het voorstel nog nader besproken wordt binnen de fractie.
Verslag gespreksavond 30 september 2025 (vervolg van 25 september)
5
Mevrouw De Bruijn koppelt terug naar de fractie, voorlopig een bespreekstuk. De heer Van Groos stelt voor de duidelijkheid voor af te spreken dat fracties die het voorstel nog willen bespreken binnen de fractie in eerste instantie voor een akkoordstuk kiezen. Na de bespreking kan het altijd nog een bespreekstuk worden. Voor zijn fractie is het een akkoordstuk. De voorzitter bevestigt dat dit is besproken in het fractievoorzittersoverleg, maar gaat hier niet nader op ondanks dat de heer Van Groos gelijk heeft. Ook de fractie van de SGP kiest voor een bespreekstuk, de motivatie hiervoor is hem onbekend. De heer Van Groos houdt zich graag aan afspraken. De voorzitter constateert dat de fracties van Lokaal Belang, VVD, SGP, CDA en Lijst IJpelaar het voorstel als bespreekstuk agenderen voor de raadsvergadering van 9 oktober a.s. 8.
Woningmarktonderzoeken en de inzet van woningmarktinstrumenten
In oktober 2023 besloot de raad de opkoopbescherming te verlengen en uit te breiden. Daarvoor is onderzoek gedaan naar woning schaarste. Op verzoek van de raad is breder gekeken, bijvoorbeeld naar het totale woningtekort, sociale huur, scheefwonen, nieuwbouw en landelijke regels. Vanuit zo’n integraal beeld van de woningmarkt maakt de raad een keuze over in te zetten instrumenten. Dit agendapunt is geagendeerd door de fracties van de ChristenUnie, VVD en GroenLinksaf. De heer Van Groos vraagt waarom er nog van alles uitgezocht moet worden aangezien dit gelijktijdig met de woningmarktonderzoeken had kunnen gebeuren. Woningaanpassingen die het college wil blokkeren kunnen ook over levensloopbestendig maken gaan. Hij vraagt of het de intentie van het college is om woningen niet levensloopbestendig te maken. De visie wekt de indruk dat het college niet strakker wil sturen op wat voor woningen gebouwd gaan worden. Hij informeert waarom. Hij heeft de indruk dat dit voorstel de rijken bevordert (zij mogen mantelzorgwoningen in hun tuin zetten) terwijl mensen met een krappere beurs worden gehinderd. Koopgarant is een goed systeem. Hij vraagt waarom de gemeente Casade niet helpt daar meer gebruik van te maken. Wethouder De Jong antwoordt dat nog aan het sociale herverdelingsfonds wordt gewerkt. Het college heeft vanmorgen besluiten genomen over mantelzorg- en premantelzorgwoningen.
Voor de kleinere maatregelen die nu nog resteren wordt nagegaan welke zaken voor pleiten, maar er zijn ook contraire zaken die daarbij betrokken moeten worden en daarvoor is nog enige onderzoektijd nodig. Onder de 2.400 woningen die gebouwd worden zijn 1.300 woningen nultredenwoningen. Het is niet de insteek om rijken te bevorderen, er wordt ruimte gecreëerd voor doorstroming en verplaatsing. 60% van de woningen binnen de gemeente is een koopwoning en voorts wordt vol ingezet om het volume van de woningcorporaties op 30% te houden en hen daarin goed te positioneren. Financiële steun vanuit de gemeente bij koopgarant; op de informatieavond van 23 oktober zal aangegeven worden wat het knelpunt is. De heer Van Groos vervolgt dat in het raadsvoorstel maar twee concrete dingen zijn opgenomen, er is weinig uitgewerkt. Waalwijk heeft al jaren problemen op de woningmarkt en nu aan het einde van de bestuursperiode moet nog van alles uitgezocht worden. Hij citeert als volgt: “Het onderzoeken van de noodzaak van het vaststellen van restricties ten aanzien van aan- en uitbouwen in het omgevingsplan in geval van
Verslag gespreksavond 30 september 2025 (vervolg van 25 september)
6
goedkope woningen bij toekomstige nieuwbouwprojecten”. Dit betekent dat in goedkope woningen beneden geen slaapkamer gemaakt mag worden omdat deze goedkoop moeten blijven. Deze woningen kunnen daardoor niet levensloopbestendig gemaakt worden. De wethouder gaf aan dat woningen die nu gebouwd worden al levensloopbestendig zijn. Hij vraagt of het dan alleen gaat over restricties voor toekomstige woningbouwprojecten en niet voor bestaande woningen. De vraag of het college strakker zou willen sturen op wat voor woningen gebouwd gaan worden ging niet alleen om de 30%-40%-30% regeling en daarom vraagt hij of de raad strakker moet sturen op woningen voor starters en appartementen voor senioren. Wethouder De Jong vervolgt dat de maatregelen die worden voorgesteld grosso modo kleine maatregelen zijn. Aangegeven is wat de gemeente nu al doet, wat wordt overgenomen en wat geadviseerd wordt om niet te doen. Ook al levert een maatregel maar 5, 10 of 20 woningen op, dan nog kan dit ergens aan bijdragen. Via de Regio is gezorgd voor een strategische visie op de ruimtelijke ordening die door de Provincie wordt onderschreven. Vanuit het Rijk volgden de woondeals waarop Waalwijk ingetekend heeft. Voor Landgoed Driessen fase 2 wordt een sleutelpositie ingenomen om de woningbouw te kunnen versnellen en daar wordt inzet op gepleegd.
Tot aan 2030 moeten vanaf dit moment 2.000 woningen gebouwd worden. Op dit moment zijn 70 plannen hard en daarbij is Landgoed Driessen fase 2 nog niet meegerekend. De plancapaciteit is 2.400. Vanuit de woonvisie was de gedachte om in tien jaar 1.500 woningen te bouwen (150 per jaar). Dit wordt nu opgekrikt naar 300 woningen per jaar (een verdubbeling) om tegemoet te komen aan de schaarste. Voor velen is het een grote stap om van geen woning naar een woning te gaan en daarom zijn bij project Achter de Hoven 12 tot 14 goedkope woningen gebouwd. Vanwege de schaarste aan goedkope woningen wordt onderzocht waar goed aan gedaan wordt. Op dit moment is de vraag of toegestaan moet worden dat er wordt aangebouwd bij een woning met 70% van de NHG waarde (€ 283.000) waardoor de waarde van de woning stijgt en deze bij vrijkomen niet meer geschikt is voor een starter om de eerste grote stap te maken. Aan de andere kant, waarom zou iemand deze vrijheid (die een ander wel heeft) niet gegund moeten worden. Bij koopgarant wordt de meerwaarde gedeeld door de koper en degene die garant staat. In 2050 zal er veel behoefte zijn aan woningen voor eenpersoonshuishoudens en daarom worden er in ieder geval al 1.300 nultredenwoningen gerealiseerd.
De heer Van Groos begrijpt dat het om kleine maatregelen gaat, de grote maatregelen betreft het bouwen van meer dan 1.000 woningen, maar er wordt niet voorgeschreven wat voor type woningen dat moeten zijn. Wellicht zijn het geen starterswoningen, woningen voor eenpersoonshuishoudens of appartementen voor senioren. Met kleine maatregelen worden vrijheden ingeperkt omdat er geen starterswoningen zijn en daarom denkt hij dat er nu starterswoningen gebouwd moeten worden. Wethouder De Jong reageert dat met de woningen aan De Loeff en Achter de Hoven getracht wordt om hieraan tegemoet te komen. Ouderen zijn met name gehouden aan sociale woningbouw om op terug te kunnen vallen. Hij is het eens dat gekeken moet worden hoe er nog meer starterswoningen gerealiseerd kunnen worden. Met een vereveningsfonds is dit wellicht financieel te realiseren omdat daarmee 30% behaald kan worden. Voor ouderen blijft de zorg bij ETZ geborgd, maar daarnaast ook faciliteren met woonzorgwoningen. Grotere uitleggebieden in de buurt van voorzieningen komen hiervoor in aanmerking. Precieze aantallen starterswoningen zijn niet bekend, het aantal particuliere verhuurders wordt minder waardoor de leemte wellicht anders ingevuld kan worden.
De heer Bokşan had eveneens verwacht, gezien alle onderzoeken die gedaan zijn, dat er een raadsvoorstel met concrete maatregelen voorgelegd zou worden om de woningmarkt vlot te trekken. Hij vraagt hoe de wethouder de urgentie voor starters, jongeren en senioren die op dit moment geen woning kunnen vinden beoordeelt.
Verslag gespreksavond 30 september 2025 (vervolg van 25 september)
7
Wethouder De Jong antwoordt dat de productie op het gewenste niveau gebracht wordt, een verdubbeling van de woonvisie. Er waren twee onderzoeken nodig om te komen met antwoorden op gestelde vragen (sociale bouw, woningbehoefte, woningtekort). De Stec Groep heeft een aantal suggesties gedaan. De grote dingen worden al gedaan, maar er zijn ook nog wat andere maatregelen die ingezet kunnen worden (hospitaverhuur, kamerverhuur, wonen met friends, optoppen, woningsplitsing, koopgarant). Dit zijn nuttige maatregelen die het brede pallet gaan dekken. De heer Bokşan mist nog een aantal zaken. In het stuk ligt de nadruk terecht op starters. In Waalwijk wonen ongeveer 1.300 25-plussers nog thuis en dat is onacceptabel en daarom is hij benieuwd naar de opkoopbescherming. Veel starters verdienen te veel voor een sociale huurwoning, maar te weinig voor een koopwoning en zij zijn daardoor op particuliere verhuur aangewezen. De opkoopbescherming is nauwelijks effectief gebleken, maar het college geeft wil tot 2027 wachten met het wel of niet afschaffen van deze regeling. Hij vraagt waarom er tot 2027 gewacht wordt. Wethouder De Jong antwoordt dat vrij snel na de opkoopbescherming de Wet Versterking regie volkshuisvesting volgde met een puntenstelsel en fiscale maatregelen waardoor het voor particuliere verhuurders minder rendabel werd om te investeren in vastgoed.
Er werd flink geïnvesteerd in de categorie onder € 350.000. De impact van de wet was voldoende om het effect de opkoopbescherming teniet te doen. Het is niet duidelijk met welke nieuwe maatregelen de minister gaat komen. Wat is belangrijker, het kunnen huren of het kunnen kopen van een woning; het college kan zich verhouden tot beide zaken. De heer Bokşan informeert of de wethouder zich kan vinden in het intrekken van deze ineffectieve maatregel. (Dit is het geval). Hij vervolgt met het belang voor het bouwen van seniorenwoningen, specifiek in de vrije sector huur en koop. Wanneer senioren kunnen doorstromen naar een gelijkvloerse woning van minimaal 80m² met een buitenruimte komt er vaak een ruime gezinswoning vrij wat zorgt voor meerdere verhuisbewegingen. Hij vraagt waarom dit niet expliciet is opgenomen in het beleid en of de wethouder dit alsnog zou willen opnemen. Wethouder De Jong reageert dat senioren vaak afhaken vanwege te hoge prijzen. Met de een verhuisvergoeding wordt geprobeerd de doorstroming op gang te brengen, maar sommige mensen zijn gewoon niet bereid om deze stap te zetten. De heer Bokşan vervolgt dat een actief beleid voor woningsplitsing en woningdeling en het verruimen van huisnummers ontbreekt in het voorstel. Woningsplitsing kan kleine huishoudens en starters kansen bieden en dit vergemakkelijkt mantelzorgsituaties.
Het toekennen van extra huisnummers voorkomt administratieve rompslomp. Hij vraagt of het college bereid is beleid te ontwikkelen om dit te faciliteren. Wethouder De Jong reageert dat medewerking wordt verleend bij woningsplitsing. De heer Bokşan heeft signalen dat er obstakels zijn bij het toekennen van extra huisnummers. Wethouder De Jong gaat navraag doen. Hij weet dat er voorwaarden worden gesteld (aparte slaapkamers, natte groepen, aparte deur en gang, et cetera) Huisnummers kunnen met a, b, c, aangevuld worden. De heer Bokşan wijst op aanhoudende regeldruk en de inrichting van procedures om tot een vergunning te komen die als verstikkend ervaren worden en vraagt wat gedaan kan worden om procedures te versnellen en regels te schrappen.
Verslag gespreksavond 30 september 2025 (vervolg van 25 september)
8
Wethouder De Jong antwoordt dat er op dit moment tientallen projecten tegelijk lopen. Regels kunnen niet zomaar weggepoetst worden. Voor een omgevingsplanwijziging moet het één en ander aangeleverd worden in het geval zaken niet in het oude bestemmingsplan opgenomen waren. Er wordt geprobeerd om de vaart erin te houden. Aan projectontwikkelaars wordt duidelijk gemaakt wat er nog nodig is om verder te kunnen. De heer Bokşan gaat ervan uit dat de wethouder het met hem eens is dat deze maatregelen zo snel mogelijk uitgewerkt en uitgevoerd moeten worden, maar hij mist een concrete planning. Wethouder De Jong antwoordt dat er nog geen exact overzicht is. Hij werkt samen met één ambtenaar aan dit alles. Als hij concrete data heeft, worden deze verstrekt. De heer Bokşan geeft met betrekking tot restricties op uitbouwen en aanbouwen om de woningprijzen laag te houden aan dat het vreemd is om dit soort restricties op te leggen voor een eigen woning. Deze maatregel verdient een lage prioriteit of hij moet geschrapt worden omdat de maatregel er niet voor zorgt dat er meer betaalbare woningen komen. Wethouder De Jong reageert dat de vrijheid van bezit een algemeen goed is, maar er zijn uitzonderingen. Als er slechts een beperkt aantal goedkope starterswoningen beschikbaar is, wil de gemeente dit aantal ook behouden.
Gekeken moet worden of deze beperking waardevol is ten opzichte van wat er wordt bewerkstelligd met betrekking tot de doorstroming. Het wordt aan de voorkant gedaan voordat de woning wordt gekocht. De heer Bokşan vraagt zich af welk effect dit daadwerkelijk gaat hebben op de woningmarkt. Wethouder De Jong antwoordt dat gemiddeld genomen binnen 4 tot 7 jaar een verhuizing volgt. De heer G. den Braven refereert aan de bij de Kadernota unaniem aangenomen motie waarin het college wordt opgedragen om concrete woningmarktinstrumenten uit te werken. Hij vraagt waarom de wethouder ervoor gekozen heeft om deze motie niet mee te nemen in het voorliggende raadsvoorstel terwijl dit moment daar wel expliciet voor aangemerkt is. Voor de volgende cyclus staat het bijpraatmoment met Casade gepland. Hij vraagt of de wethouder het met zijn fractie eens is dat dit eigenlijk een omgekeerde volgorde is. Wethouder De Jong reageert dat de motie ver strekt. En nog actiever grondbeleid kost heel veel geld. De motie gaat er eigenlijk vanuit dat Casade de opdracht niet kan uitvoeren. Er wordt inmiddels al aan een casus gewerkt, maar dit moet nog naar generiek beleid gebracht worden. De heer G. den Braven vraagt nogmaals waarom er eerst iets wordt vastgesteld en daarna pas een bijpraatmoment wordt gehouden.
Wethouder De Jong denkt de instrumenten verdergaan dan de sociale woningbouw en daarom kan dit hier heel goed landen. De heer G. den Braven vervolgt dat het deels over sociale woningbouw gaat en dan zou het logischer geweest zijn om het andersom te doen. Het is handiger om eerst met de raad te praten over de instrumenten en daar vervolgens een raadsvoorstel voor op te stellen. Het aandeel sociale huur daalt steeds verder. De 30% norm komt steeds meer in het gedrang. Wat het meeste zorgen baart is dat Casade steeds minder investeert in kleinere woningbouwprojecten. Hij hoort graag van de wethouder welke garanties hij
Verslag gespreksavond 30 september 2025 (vervolg van 25 september)
9
heeft dat de afgesproken 30% daadwerkelijk gewaarborgd blijft. Hij vraagt hoeveel procent van de geprognosticeerde woningen überhaupt sociale huur is. Wethouder De Jong antwoordt dat 30% overeind gehouden wordt, maar als in de praktijk op zaken gestuit wordt, dan moet de sociale woningbouw op een andere locatie gerealiseerd worden. De heer G. den Braven merkt op dat nu met de wethouder gesproken wordt terwijl uit alles blijkt dat er eerst een gesprek met Casade had moeten plaatsvinden. Ook de wethouder twijfelt wanneer of niet gebouwd kan worden of dat men niet wil. Er wordt zelden meer dan 30% gebouwd, slecht af en toe wordt het percentage behaald. De wethouder spreekt over een sociaal vereveningsfonds, maar dat is een beetje iets witwassen dat vooral een cadeautje voor projectontwikkelaars is. Hiermee wordt voorbij gegaan aan de kaders en het beleid van de gemeente. Het is vooral een uitweg om niet te voldoen aan 30% sociale huur in een woningbouwproject. Hij vraagt hoe dit vereveningsfonds moet gaan werken, hoe het geld uit dit fonds gebruikt wordt en hoe aan de hand van dit plan gezorgd voor voldoende sociale woningbouw en spreiding over de verschillende segmenten. Het moet niet zo zijn dat marktpartijen iets afkopen terwijl er geen plan B is waardoor er geen sociale woningen komen en er geld in het fonds zit waar de gemeente niets mee kan.
Wethouder De Jong verduidelijkt dat het geld in het fonds bedoeld is om sociale woningbouw elders mogelijk te maken als ergens een hickup is. De gemeente is er niet zomaar voor om het ergens niet te laten lukken. Een plan van 35 of 75 kan wellicht gehonoreerd worden als er extra sociaal wordt gebouwd. Daar waar het iets stroever gaat op de ene plek kan het met het fonds op een andere plek wat soepeler gaan. De gemeente doet op dit moment grote subsidie aanvragen bij het Rijk en de Provincie in het kader van woningbouw en mobiliteit. De Provincie heeft al enkele subsidies toegezegd. De heer G. den Braven vraagt of de wethouder de implicaties van de aanstaande Wet Versterking regie volkshuisvesting wat meer kan duiden in relatie tot de instrumenten. Wethouder De Jong antwoordt dat hem op dit moment niet bekend is of deze wet bepaalde instrumenten gaat blokkeren of bevorderen. Mevrouw IJpelaar vraagt of de stroomcapaciteit in Waalwijk voldoende is voor 900 extra woningen. Zij vraagt voorts welke afspraken met de netbeheerder zijn gemaakt om de woningen veilig aan te sluiten. Wethouder De Jong antwoordt dat er gesprekken worden gevoerd met de netbeheerder. In Baardwijk komt een nieuw trafostation voor project Loeff. In de planning moet met aansluiting over 14 maanden rekening gehouden worden.
Desgevraagd geeft hij aan dat er geen zekerheid gegeven wordt, maar voor deze categorie komt het waarschijnlijk wel goed. Voor grote bedrijven is het lastiger. Mevrouw De Bruijn heeft begrepen dat in het verleden nooit tot 30% sociale huur werd gekomen. De wethouder zegt dat in de 650 geplande woningen deze 30% is voorzien, maar dan blijft er nog een tekort vanuit het verleden. Wethouder De Jong antwoordt dat 30% sociale woningen al is behaald. De heer Bruurmijn geeft aan dat de Tweede Kamer heeft ingestemd met een amendement dat het voor gemeenten mogelijk maakt om een leegstandsbelasting in te voeren voor woningen die langer dan 12 maanden leeg staan. De gemeente mag zelf de hoogte en de uitgangspunten bepalen. De opbrengst komt ten goede aan de gemeente. Hij informeert hoe de wethouder aankijkt tegen het invoeren van een dergelijke belasting.
Verslag gespreksavond 30 september 2025 (vervolg van 25 september)
10
Wethouder De Jong antwoordt dat het een amendement is en daarom nog niet door de gemeente gebruikt kan worden. Als deze beleidsregel er komt kan onderzocht worden of deze ingevoerd kan worden. De heer Van der Pluijm leest dat voor het instellen van een vereveningsfonds mogelijk middelen nodig zijn en vraagt of de wethouder kan toelichten waarom dit het geval is. Wethouder De Jong antwoordt dat dit fonds beheerd moet worden en dat vraagt capaciteit. Ook voor het inrichten zal iemand ingehuurd moeten worden. De heer Van der Pluijm begrijpt hieruit dat de gemeente geen geld in het fonds gaat storten. Wethouder De Jong vervolgt dat een eventuele storting eerst in de raad besproken wordt, bijvoorbeeld een beginkapitaal. De heer Van der Pluijm geeft aan dat hij nog kritischer tot het fonds staat wanneer daarvoor middelen vanuit de gemeente nodig zijn. De wethouder heeft zojuist een discussie gevoerd over de opkoopbescherming. Hij informeert of het een goed idee is om hiermee te stoppen. Wethouder De Jong heeft aangegeven dat twee kanten zijn belicht. De markt is rustig en daarom is opkoopbescherming niet nodig, maar aan de andere kant wat is belangrijker, meer woningen op de markt via investeerders of de mogelijkheid om een woning te kunnen kopen. De motivatie ontbreekt om nu onderzoek naar een eventuele disbalans te doen.
De heer Van der Pluijm vervolgt dat het raadsvoorstel aangeeft dat er op dit moment meerdere regelingen zijn waardoor het effect van de opkoopbescherming niet helder meer is. In de Randstad werd veel opgekocht, maar nu veel meer verkocht, waardoor meer woningen beschikbaar komen. In de raadsvergadering gaat hij aangeven of zijn fractie het nodig vindt om de opkoopbescherming af te schaffen. De heer Van Hest vraagt hoe voorkomen wordt dat inwoners in bepaalde dorpen of wijken nog steeds geen betaalbare huurwoning kunnen vinden terwijl er wel geld in het vereveningsfonds is. Wethouder De Jong antwoordt dat onderzocht wordt of het vereveningsfonds in de toekomst een instrument kan zijn om iets op andere locatie met geld te faciliteren. In het centrum vraagt sociaal bouwen om een extra inspanning van Casade, maar dit zal op 23 oktober nader geduid worden. De heer Frodyma verwijst naar de in juni unaniem aangenomen motie voor het bouwen van betaalbare starterswoningen in het middensegment en informeert waar hij dit kan terugvinden in het raadsvoorstel. Wethouder De Jong verzoekt om nadere duiding. De heer Frodyma verduidelijkt dat het gaat om betaalbare koopwoningen van maximaal € 405.000 met een korting van € 65.000 voor starters, middeninkomens, scheefwoners.
Wethouder De Jong reageert dat hiervoor naar een regeling wordt verwezen waarmee een bepaalde constructie bereikt kan worden. Dit betekent dat de ontwikkelaar de woning onder de marktwaarde moet verkopen.
Verslag gespreksavond 30 september 2025 (vervolg van 25 september)
11
De heer Frodyma vervolgt dat dit een rijksregeling is waar Waalwijk gebruik van kan maken. In oktober kan in de inschrijving voor de derde tranche. Hij begrijpt uit de reactie van de wethouder dat de regeling hem nog niet helemaal bekend is. Wethouder De Jong merkt op dat de projectontwikkelaar hiervoor een subsidieaanvraag moet indienen. In Waalwijk wordt geen gebruik gemaakt van deze regeling. De heer Frodyma zegt dat ook de gemeente hier het initiatief in kan nemen. Hij vraagt of de wethouder bij de totstandkoming van het raadsvoorstel contact heeft opgenomen met Stichting Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVN) omdat zij de gemeente kunnen helpen met het op gang brengen van de versnelling op de woningmarkt. Wethouder De Jong weet niet of de ambtenaar contact heeft gehad. De heer Kocken vraagt of de wethouder zich kan vinden in het doorschuiven van dit raadsvoorstel naar november zodat de inbreng van Casade meegenomen kan worden bij de behandeling in de raad. Wethouder De Jong ziet daarvoor geen directe aanleiding, alleen de motie van GroenLinksaf is ver strekkend en daarom is het nuttig om te checken of deze lijn ook door Casade wordt bevestigd. De heer Kocken vervolgt dat het voorstel als T-stuk aangemerkt zou kunnen worden. De heer Van Groos benijdt de wethouder niet. De gemeente bevindt zich op een complexe markt, bouwt zelf niet, Den Haag bepaalt de spelregels.
Die regels kunnen ook verstorend zijn, bijvoorbeeld partijen die iets aan de hypotheekrenteaftrek zouden willen doen waardoor middeninkomens straks ook geen woning meer kunnen kopen. Er wordt jarenlang onderzoek gedaan, de markt verandert doordat de regels aangepast worden. Hij vraagt of de wethouder mogelijkheden ziet om het zo te regelen dat de gemeente veel sneller maatregelen kan nemen die nodig zijn om de Waalwijkse woningmarkt goed in beweging te krijgen en te houden. Wethouder De Jong reageert dat alle maatregelen ertoe doen. De gemeente weet wat zij moet presteren, hoe zij dat gaat doen en welke middelen zij daarvoor heeft. De voorgestelde huurbevriezing had bij de corporaties voor een dip in de investeringen gezorgd. Tot op heden is het lukt om te netwerken en meningen en adviezen uit te brengen op de juiste plaats. De gemeente is goed op weg en moet dit volhouden. Hij bevestigt dat dit een uitdaging is. In de komende jaren verdwijnen 60.000 bouwvakkers uit de bouw, daarnaast moet rekening gehouden worden met netcongestie, stikstofnormen en de onmogelijkheid om intern te salderen. Met de gedeputeerde zijn goede contacten, maar de wereld is een beetje op hol op dit moment waardoor het lastig is om vooruit te kijken. Als doorgegaan wordt op de ingeslagen wordt, wordt het doel voor 2035 behaald, maar de zorgen zijn begrijpelijk.
Op 23 oktober is gelegenheid om Casade te bevragen omdat hij niet voor Casade wil antwoorden. De voorzitter constateert dat er geen behoefte is om onderling het debat te voeren en inventariseert de standpunten. De heer Kocken geeft aan dat het voor zijn fractie een T-stuk is. De inbreng van Casade is essentieel om een goed debat te kunnen voeren over dit onderwerp. Als het raadsvoorstel in de volgende raadsvergadering vastgesteld wordt en de resultaten van het gesprek met Casade leiden tot nieuwe inzichten dan moet in de discussie in de volgende raadsvergadering opnieuw gevoerd worden.
Verslag gespreksavond 30 september 2025 (vervolg van 25 september)
12
De heer Bokşan zegt dat het voor zijn fractie een bespreekstuk is, elke dag die langer gewacht wordt om maatregelen te treffen is er eentje te veel. Omdat er zaken gemist worden volgen mogelijk aanvullende voorstellen. De heer Van der Pluijm kiest voor een bespreekstuk, de fractie wil een aantal instrumenten nog nader bespreken, met name het vereveningsfonds. De heer G. den Braven zegt dat het ook voor zijn fractie een bespreekstuk is, onder andere vanwege het vereveningsfonds en wat hiervoor van het college verwacht mag worden, wellicht dat er een raadsinstrument ingezet wordt. Mevrouw De Bruijn sluit zich aan bij de inbreng van GroenLinksaf; bespreekpunt. Mevrouw IJpelaar sluit zich aan bij het aanmerken als bespreekpunt. De heer Van Groos merkt op dat wanneer het een T-stuk wordt de ontbrekende zaken nog toegevoegd kunnen worden. Wat zijn fractie betreft is het een bespreekstuk, er wordt tegen het voorstel gestemd omdat de fractie zich niet kan vinden in het instellen van een vereveningsfonds, vooralsnog geen restricties wil op uitbouwen en nogal wat bezwaren heeft tegen wat is voorgelegd. De voorzitter merkt op dat ook de fractie van de SGP heeft aangegeven dat het een bespreekstuk is.
De voorzitter constateert dat de fracties van Lokaal Belang, VVD, GroenLinksaf, SGP, CDA, ChristenUnie en Lijst IJpelaar het voorstel als bespreekstuk agenderen voor de raadsvergadering van 9 oktober a.s. De fractie van Samen Waalwijk heeft het voorstel als T-stuk aangemerkt. 9.
Vestiging van een gemeentelijk voorkeursrecht op de onroerende zaken die deel uitmaken van locatie Haven 8 Oost afronding
De gemeente Waalwijk wil een voorkeursrecht inzetten op de gronden binnen het gebied ‘Haven 8 Oost afronding’. Zo optimaliseert de gemeente de voorwaarden voor de realisatie van de ambities voor het gebied. Dit agendapunt is geagendeerd door de fractie van de ChristenUnie. De heer Van Groos geeft aan dat de Rechtbank recent heeft geoordeeld dat het voorkeursrecht per 17 september 2023 is vervallen omdat het bestemmingsplan onvoldoende overeenkomt met de in het voorkeursrecht genoemde bestemming en daarbij wordt verwezen naar uitspraken van andere Rechtbanken. Een beroep is om die reden niet ontvankelijk verklaard. Hij vraagt of het college op basis van jurisprudentie had kunnen weten dat de Rechtbank een dergelijke uitspraak zou doen waardoor zij niet geconfronteerd zou worden met het feit dat iets al twee jaar is vervallen. Wethouder Spierings antwoordt dat het college probeert grond te verwerven om uiteindelijk dit gebied te kunnen ontwikkelen. In het verleden is een masterplan opgesteld voor extensieve recreatie en groen. In 2023 is een nieuw bestemmingsplan aangevraagd om dit gebied gereed te maken voor grootschalige logistiek waarbij men van mening was dat het voorkeursrecht gewoon doorliep. Achteraf is vanwege de uitspraak van de Rechtbank gebleken dat dit niet het geval is en daarom moet een nieuw voorkeursrecht gevestigd worden.
Met bezwaarmaker zijn goede afspraken gemaakt en één en ander is ook afgestemd met het Kadaster. Het had anders moeten lopen, maar pas na de uitspraak is gebleken dat het voorkeursrecht niet geldt in het nieuwe bestemmingsplan waardoor de gemeente risico loopt dat daar onwenselijke zaken gebeuren. Op 19 augustus is een voorlopig voorkeursrecht gevestigd waarna op
Verslag gespreksavond 30 september 2025 (vervolg van 25 september)
13
20 augustus een aangetekende brief is verstuurd naar belanghebbende. Op dit moment loopt de bezwaarprocedure. De heer Van Groos verduidelijkt dat de wethouder aangeeft dat achteraf is gebleken dat het besluit van 17 september 2023 niet goed onderbouwd is, maar zijn vraag was of men dit niet vooraf had kunnen weten omdat genoeg uitspraken in die richting wezen. De raad heeft daardoor geen goed besluit genomen, het college had kunnen weten dat er al juridische uitspraken waren. Wethouder Spierings veronderstelt dat wanneer men hiervan op de hoogte was geweest er waarschijnlijk anders geacteerd zou zijn. De gemeente is hier later mee geconfronteerd en moest het op een nette manier oplossen. Als het college dit had geweten, had zij het zeker anders gedaan. De heer Van Groos constateert dat omdat het college dit had kunnen en zich nu in deze situatie bevindt. Wethouder Spierings is bereid de nadere context te delen met de raad. De heer Van Groos herhaalt dat het hem duidelijk is hoe één en ander is verlopen, het gaat meer om terugkijken naar het handelen in september 2023 en daar is nu van geleerd. Hij vraagt zich af of het toesturen van allerlei juridische documenten helpend is. De voorzitter constateert dat er geen behoefte is om onderling het debat te voeren en inventariseert de standpunten.
De heer Van Groos meldt dat zijn fractie een stemverklaring zal afleggen waarom tegen het voorstel gestemd wordt. De voorzitter constateert dat het voorstel unaniem als akkoordstuk wordt geagendeerd voor de raadsvergadering van 9 oktober a.s. 10.
Adviesrecht gemeenteraad voor het bouwen van vier appartementen op de locatie Loonsestraat 7-9 te Sprang-Capelle
Op basis van het tijdelijke omgevingsplan is bouwen van appartementen op deze locatie niet mogelijk. De raad kan besluiten om toch een omgevingsvergunning af te geven voor de bouw van de appartementen. Dit agendapunt is geagendeerd door de fractie van de ChristenUnie. De heer Van Groos vraagt of de wethouder vindt dat een raadslid het raadsvoorstel plus alle bijlagen zou moeten lezen om een bouwplan te kunnen beoordelen of dat het raadsvoorstel een voldoende compleet beeld zou moeten schetsen waarna een raadslid zich eventueel nog in de bijlagen kan verdiepen. Op een vraag van zijn fractie hoe te zien is op welke wijze het college de belangen van andere belanghebbenden heeft meegewogen wordt in het antwoord verwezen naar bijlage 6 (op het RIS bijlage 7) het verslag met beantwoording over de participatie. Het verslag laat zien hoe de initiatiefnemer met de reacties is omgegaan, maar niet hoe het college dit heeft gedaan. Verder is het zoeken naar wat er in het kader van de Omgevingswet veranderd is. Hij merkt op dat de raad geen omgevingsvergunning kan afgeven, terwijl dit wel zo in het dictum staat. De raad wordt gevraagd in te stemmen met een andere bestemming, in het verleden was dat een wijziging van het bestemmingsplan. Hij vraagt zich af wat de raad moet toetsen als gevraagd wordt om groen licht te geven voor het afgeven van een omgevingsvergunning.
Verslag gespreksavond 30 september 2025 (vervolg van 25 september)
14
Wethouder De Jong is het eens dat raadsvoorstellen eenduidiger zouden moeten zijn en de relevante elementen moet bevatten. Een omgevingsvergunning kan niet verleend worden als het omgevingsplan de activiteit niet toestaat. De heer Van Groos bedankt de wethouder voor zijn begrip en het feit dat hij zijn gelijk krijgt en informeert of het beter is om in het raadsvoorstel te vragen of de raad kan instemmen met de gewijzigde bestemming. Wethouder De Jong gaat dit na, daarna volgt eventueel een technische reparatie. De heer Van Groos wil graag een goed besluit nemen en laat zich via de wethouder graag informeren door mensen die hier verstand van hebben. De voorzitter constateert dat er geen behoefte is om onderling het debat te voeren en inventariseert de standpunten. De heer Frodyma geeft aan dat het een bespreekstuk is in afwachting van het gewijzigde voorstel. De heer Van Groos gaat ervan uit dat er een goed gewijzigd voorstel voorgelegd wordt en dat zijn fractie kan instemmen met de wijziging. De voorzitter constateert dat de fractie van Samen Waalwijk het voorstel als bespreekstuk agendeert voor de raadsvergadering van 9 oktober a.s. Inventarisatie A- of B-stukken niet besproken raadsvoorstellen Geen. Mededelingen over gemeenschappelijke regelingen Er zijn geen verzoeken om mededelingen te delen ontvangen. 11.
Sluiting
De voorzitter bedankt de aanwezigen voor hun inbreng en sluit de vergadering om 22.00 uur. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van gemeente Waalwijk van 9 oktober 2025.
De griffier,
De voorzitter,
Jeroen Deneer
Sacha C.A.M. Ausems
Verslag gespreksavond 30 september 2025 (vervolg van 25 september)
15