Verslag Kaderstellend debat 3 juli
Tekst van het document
NOTULEN van de openbare vergadering van de raad der gemeente Waalwijk, gehouden op 3 juli 2025 Aanwezigen Kaderstellend debat 3 juli 2024 Voorzitter:
mevrouw S. Ausems, burgemeester
Griffier: Plv. griffier: Griffie:
de heer J. Deneer mevrouw F. Opperman de heer T. Broeders de heer J. Chambille mevrouw M. Peeters
Aanwezig de leden:
de heer M. Bokšan de heer F. den Braven de heer G. den Braven (aanwezig vanaf agendapunt 8) mevrouw C. de Bruijn (aanwezig vanaf agendapunt 5) de heer B. Bruurmijn de heer J. van Dijk de heer D. Dubbeldam de heer R. Frodyma de heer J. van Groos de heer J. van Hest mevrouw Y. IJpelaar-Alias de heer N. Kieboom de heer T. Klerks de heer E. Knops de heer G. Kocken mevrouw B. Koptagel-Demirbas (aanwezig vanaf agendapunt 8) de heer W. Lodenstijn de heer H. Metzke de heer N. van der Pluijm de heer J. Pulles (aanwezig vanaf agendapunt 8) de heer R. Tiemstra mevrouw M. Veraa mevrouw M. Verhagen-van Lier de heer H. van Zelst
Afwezig:
de heer A. van Belkom mevrouw Y. van Laar de heer C. Pullens de heer R. Spohr
Tevens aanwezig:
de heer A. de Jong, wethouder de heer T. Klerx, wethouder staat dus bij mij open de heer S. Slaats, wethouder mevrouw S. Schuijffel, wethouder de heer F. Spierings, wethouder
Aanvang: Einde:
14:00 uur op 3 juli 2025 22:50 uur op 3 juli 2025
Notulen:
mevrouw E. van Asten (Notuleerservice Nederland)
1. Opening De voorzitter: Ik open deze vergadering op de gebruikelijke wijze met een moment van stilte voor bezinning. Laten wij ons vanuit onze of geloofsovertuiging bij het begin van deze raadsvergadering bezinnen op onze gemeenschappelijke opdracht en verantwoordelijkheid om deze gemeente te besturen. De vergadering is geopend. Welkom, allemaal, ook de belangstellenden op de publieke tribune en de kijkers thuis. Ieder jaar is dit weer een bijzonder moment. Het is een van de belangrijkste vergaderingen van het jaar. Vandaag staan de gemeentefinanciën centraal. U stelt de jaarrekening 2024 vast, het voorjaarsbericht 2025 en de kadernota 2026. De kadernota is de algemene beschouwing voor het volgende begrotingsjaar, een van de belangrijkste momenten dus van dit politieke jaar. U geeft als raad vandaag de kaders mee voor volgend jaar. Vandaar dat belangrijke moment. Deze vergadering is ook een uitdaging omdat het vaak een van de langste vergaderingen van het jaar is. We hebben vanwege het reces geen uitloopmogelijkheid, dus vandaar dat we vroeg beginnen en hopelijk dus ook kunnen afronden vanavond, zonder dat het nachtwerk wordt. We gaan het zien. Ik ben blij dat u er bent en ik wens u allen een goed debat en wijze besluitvorming.
2. Mededelingen De voorzitter: We missen nog wat mensen. Ik heb een aantal afmeldingen. Een afmelding van mevrouw Van Laar, de heer Van Belkom en de heer Kees Pullens. Mevrouw Koptagel komt later. De heer Den Braven moet eerder vertrekken. Meneer Gijs den Braven heeft zojuist zich ziek gemeld en misschien dat hij nog aanwezig gaat zijn, maar dat is niet duidelijk. Meneer Ruud Spohr komt later. We hebben van mevrouw De Bruijn geen afmelding. Hebben we nog andere waarvan er geen afmeldingen hebben? Dan zijn we denk ik rond.
3. Vaststellen agenda De voorzitter: De agenda. Ik wil voorstellen de agenda ongewijzigd vast te stellen. Bent u het daarmee eens?
Ter vaststelling lijst van ingekomen stukken en verslagen
Notulen raadsvergadering 3 juli 2025
2
4. Lijst ingekomen stukken a. Ingekomen stukken Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt de lijst ingekomen stukken ongewijzigd vastgesteld.
Ter vaststelling akkoordstukken 5. Verdagen beslistermijn bezwaarschriften De Els De voorzitter: Dan ben ik bij de akkoordstukken. Er is één akkoordstuk, punt 5, het verdragen van de beslistermijn bezwaarschriften De Els. Wenst iemand een stemverklaring af te leggen? Kunnen we dit voorstel zonder hoofdelijke stemming aannemen. Aldus besloten.
Debat 6. Jaarrekening 2024 De voorzitter: Dan zijn we aanbeland bij de bespreekstukken van vanmiddag en vanavond. Ik heb ze net al opgenoemd, we beginnen met de jaarrekening 2024. De accountant heeft de jaarstukken gecontroleerd en een goedkeurende verklaring afgegeven. De raad wordt voorgesteld jaarstukken 2024 vast te stellen. Het is een bespreekpunt voor twee fracties, zijnde de VVD en de ChristenUnie. Ik wil graag de ChristenUnie als eerste het woord geven. Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Dank u wel, voorzitter. Het is te hopen dat het college op korte termijn erin slaagt om de maatschappelijke effecten van gemeentelijk beleid beter te meten, zodat uit de jaarrekening duidelijk blijkt dat Waalwijk bijvoorbeeld onveiliger is geworden, het openbaar vervoer niet is verbeterd enzovoort. Bij de algemene beschouwingen later vandaag zal ik meer voorbeelden noemen. Bij het vaststellen van de begroting in 2023 voor het jaar 2024, heeft de fractie van de ChristenUnie voorgesteld de belastingaanslag te verlagen, omdat de gemeente het geld niet nodig had en omdat het een minder zware lastenverzwaring voor de bewoners zou betekenen. De gemeenteraad was daar toen niet voor, omdat het geld dan bij de verkeerde mensen terecht zou komen.
Bij wie komt het geld, een overschot van ruim zesenhalve ton nu wel terecht en wie geeft het nu waaraan uit? Die zesenhalve ton is bijna de helft van de absolute afwijkingen ten opzichte van de begroting 2024. De OZB, de rioolheffing, het reinigingsrecht, afvalstoffenheffing en de hondenbelasting hebben ten opzichte van de primaire begroting een afwijking van in totaal 1,2 miljoen. Dat is nogal fors voor mensen die onze burgers niet onnodig willen belasten. Daarom dienen we mede met Samen Waalwijk een motie in. De ChristenUnie heeft in 2023 voorgesteld de parkeerbelasting niet te verhogen. Bij wie komt dit geld, een overschot van ruim 66.000, nu wel terecht en wie geeft het nu waaraan uit? Het antwoord is bij het college dat dit met steun van Lokaal Belang en de overige coalitiepartijen uitgeeft aan leuke dingen. De portefeuillehouder heeft tijdens de gesprekstafel toegezegd onze vraag over de kostendekkendheid van parkeren te Notulen raadsvergadering 3 juli 2025
3
beantwoorden. Maar helaas, geen kostendekkingsgraad, geen productverantwoording, geen vastgoedrapportage, geen doelmatigheidsonderzoek. Kortom, geen verantwoording, geen transparantie. Daarmee moet de raad het maar doen. Motie: Juiste belastingopbrengsten De raad, in vergadering bijeen op 3-7-2025, gehoord de beraadslaging, Constaterende dat: -
De belastingopbrengsten voor OZB, de rioolheffing, het reinigingsrecht en de hondenbelasting voor in totaal € 1,2 miljoen afwijken van de primaire begroting (pagina 444 van de Jaarrekening).
Overwegende dat: -
De eerder genoemde belastingen realistischer zijn te berekenen, omdat de WOZ waarden bekend zijn, evenals het aantal rioolaansluitingen, het aantal adressen waar afval wordt opgehaald en het aantal honden;
-
Het voor de raad belangrijk is om op basis van nauwkeuriger bedragen tarieven vast te stellen;
-
Inwoners en ondernemers niet mogen worden opgezadeld met te hoge tarieven.
Draagt het college op: -
Voor de begroting 2026 uit te gaan van een juistere berekening van de belastingopbrengsten voor OZB, rioolheffing, afvalstoffenheffing/reinigingsrechten en honden.
-
De raad daarbij uit te leggen hoe tot realistische bedragen is gekomen.
en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Dank u wel, meneer Van Groos. U heeft een motie kunnen zien. Zijn er andere fracties naast Samen Waalwijk die deze motie steunen? Ik zie de VVD, ik zie de SGP , ik zie Lijst IJpelaar en het CDA. Dank u wel. Dan wil ik nu de VVD het woord geven? Meneer Knops. De heer Knops: Dank u wel, voorzitter. Ik houd het kort. De jaarrekening geeft een fantastisch rooskleurig beeld over hoe het met de gemeentefinanciën ervoor staat. We hebben 7,5 miljoen euro overschot. Dat is enerzijds hartstikke mooi nieuws. Je kunt beter een overschot hebben dan een tekort. Anderzijds is het een teken dat wij te veel belasting heffen bij onze inwoners. Daar is 6,5 miljoen OZB opgehaald woningen en we hebben een overschot van 7,5 miljoen op de begroting. Dat vindt de VVD geen goede zaak. Wij gaan daar bij het agendapunt Kadernota dan op terugkomen. Dank u wel.
Notulen raadsvergadering 3 juli 2025
4
De voorzitter: Dank u wel, meneer Knops. U mag in debat met elkaar. Ik zie daar niet veel animo voor. Dan wil ik het college vragen uit naam van het college, de wethouder, om op de motie te reageren. Beantwoording college Wethouder Klerx: Dank u wel, voorzitter. Het moge duidelijk zijn dat het college zo reëel mogelijk probeert te ramen. We hebben helaas geen glazen bol, dus we doen daarvoor ons uiterste best. De term juister ramen is voor ons niet te doen. Wij doen daar onze uiterste inspanning voor. Wij doen dat zo juist mogelijk. Dat mag u van ons verwachten. We hebben zo goed mogelijk op hoofdlijnen de grote afwijkingen willen toelichten in de jaarrekening. Daar zitten een aantal inderdaad eenmalige incidentele veranderingen en afwijkingen in. Die hebben we toegelicht. In onze ogen is dat zo transparant en zo eerlijk mogelijk, maar kunnen we niet in een glas bol kijken, hoe graag we dat misschien ook zouden willen. We doen daarvoor ons uiterste best, maar het blijft altijd een inschatting. Wij ontraden dit amendement, omdat we niet meer kunnen doen dan wat we nu doen. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie meneer Van Groos opstaan, die heeft vast nog een vraag voor u. Het is in de raadsvergadering niet de bedoeling om in debat te gaan met het college, het is de bedoeling dat u onderling in debat gaat. U mag nog wel een verduidelijkende vraag stellen.
De heer Van Groos: Voorzitter, dan wordt het lastig als de wethouder onzin begint te verkopen. Dan moet ik vragen hoe dat dat zit, want hij komt met een glazen bol. De voorbeelden die zijn genoemd, er zijn juist voorbeelden van belastingopbrengsten die we vrij nauwkeurig kunnen berekenen. Neem de OZB, die is gebaseerd op de WOZ-waarden van woningen per 1 januari van het jaar voorafgaand aan dat we het opleggen. In de beantwoording is door het college aangegeven dat toen we de tarieven moesten vaststellen voor de OZB, de organisatie nog niet zover was met het doornemen van alle veranderingen. We weten precies hoeveel woningen er staan, we weten precies wat de waarde is van de woningen, we stellen een tarief vast, dus we weten precies wat de opbrengst is. Dan kun je er niet zesenhalve ton naast zitten. We weten hoeveel woningaansluitingen er zijn. We weten hoeveel huishoudens afval laten inzamelen, we weten welke contracten we hebben met bedrijven die door ons afval in laten zamelen. Kom niet aan met een glazen bol. Waarom komt u aan met een glazen bol, zou ik aan de wethouder willen vragen, via u, voorzitter. Dan stel ik een vraag, dan hoop ik dat we daar een antwoord op krijgen. Het argument overtuigt ons absoluut niet.
De voorzitter: Kunt u hier nog kort op reageren, wethouder, namens het college? Wethouder Klerx: Was het maar zo simpel, voorzitter, als de heer Van Groos het doet toeschrijven. Het is echt niet zo simpel dat wij elke woning precies weten ruim een jaar van tevoren hoeveel er gebouwd wordt, wanneer welke aansluitingen er zijn. Daar zijn altijd afwijkingen en we doen dat zo secuur mogelijk. De grootste afwijking in de OZB zat daarin in een verkeerde berekening. Dat hebben we toegelicht. Dat is naar aanleiding van de vraag van de heer Van Groos nog specifieker toegelicht. Dat hadden we wat beterschap in kunnen tonen. Dat hebben we toen al eerder aangegeven in de beantwoording van vragen bij eerdere P&C-cycli. Ik blijf erbij, we kunnen niet zo exact in de toekomst stellen als de heer Van Groos zegt dat het wel kan.
Notulen raadsvergadering 3 juli 2025
5
De voorzitter: Meneer Van Groos. Ik kan me zomaar voorstellen dat het niet aan uw wens beantwoordt. De heer Van Groos: Dat heeft u goed ingeschat, voorzitter, want nu gaan we van de glazen bol naar ineens exact. Staat er bij de motie dat het exact moet zijn, dat er geen enkele afwijking mag zijn? We hebben gevraagd om juister, dus dat is beter dan tot nu toe is gedaan. Als de wethouder in eerste instantie zegt, we hebben alles toegelicht, alle afwijkingen, ik weet nog steeds niet waarom we 35 procent minder aan grafrechten hebben binnengekregen dan dat er was begroot. Daar wordt geen toelichting op gegeven. Je schrijft je lam aan vragen om toelichting te krijgen op dingen waarvan je hoopt dat het college begrijpt dat raadsleden daarin geïnteresseerd zijn. Hadden we een productraming, dan hadden we daar nog in kunnen kijken om te zien wat de afwijkingen zijn, maar de productraming hebben we ook niet meer helaas. Het wordt wel lastig om als raadslid al goed geïnformeerd te zijn, laat staan dat je de lijnen uit kunt zetten. Waarom gebruikt u nu het woord exact, is de vraag van mij aan de wethouder. De voorzitter: Wethouder Klerx. Wethouder Klerx: Omdat dat is volgens mij wat de heer Van Groos vraagt, een zo exact mogelijke berekening, inschatting van de werkelijkheid. Ik geef aan dat dat moeilijk is. Het woord glazen bol was niet goed, voorzitter, het woord exact is niet goed.
Ik probeer hier zo goed mogelijk aan te geven dat het een moeilijke exercitie is om op een jaar van tevoren in te schatten wat onze opbrengsten gaan zijn. We doen dat zo goed mogelijk, we doen dat zojuist mogelijk. Dat kan dus in onze ogen niet juister. U mag van ons aannemen dat we daar onze uiterste inspanning voor doen. De voorzitter: Volgens mij vallen we in herhaling. Meneer Van Groos, wilt u nog wat zeggen of zal ik eerst de anderen het woord geven? Misschien wilt u daarna nog reageren. Zal ik eerst meneer Knops het woord geven? De heer Knops: Voorzitter, dank u wel. De wethouder gaf net aan dat het niet beter kan dan het nu gaat. Waarom is hij dan toch gekomen in het kader van de ombuiging met een voorstel om de areaaluitbreiding anders op te nemen in de WOZ-berekening? Het kon toch niet juister dan nu al gebeurde, vraagteken? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Klerx: Voorzitter, dat zijn in onze ogen appels met peren. We hebben het hier over een juiste inschatting te maken van het aantal en de correctie areaaluitbreiding is een andere manier van berekenen. Dan bereken je het anders dan wat we nu doen. Dat is wat we voorstellen met die areaaluitbreiding. Als je iets anders gaat doen, dan is dat niet juister, dan is dat anders. Dat is wat we voorstellen met de areaaluitbreiding, om het iets anders te gaan doen.
Daarmee komt er een hogere OZB-opbrengst in onze begroting, maar niet een betere inschatting of een juistere. De voorzitter: Meneer Knops. De heer Knops: Voorzitter, is de wethouder het met mij eens dat het wel strevenswaardig is om tot een betere inschatting te komen, vraagteken?
Notulen raadsvergadering 3 juli 2025
6
De voorzitter: Wethouder. Wethouder Klerx: Nogmaals, voorzitter, we proberen het zo goed mogelijk te doen. Ik mag hopen dat de raad begrijpt dat hier dagdagelijks mensen in het team Belastingen bezig zijn om zo goed mogelijk hun werk uit te voeren. Als jullie vragen, doe dat beter, dan vind ik dat nogal een waardeoordeel. Dan zegt dat, u doet het nu niet goed genoeg. Dat is best stevig wat u daarmee impliciet wil zeggen. Daar ga ik voor staan. We doen ons uiterste best. Kan het beter? Het kan altijd beter, maar het kan op veel vlakken beter, als u in algemeenheden wil blijven praten. Dat is niet waar wij als college nu voor staan. We zeggen, we doen ons uiterste best. Het blijft een inschatting. Ik denk dat we daar echt achter blijven staan, voorzitter. De voorzitter: Meneer Knops. De heer Knops: Twee dingen, voorzitter. Eén, ik stel vast dat de areaaluitbreiding dus niet een correctie in de rekenmethode is, maar een poging om de OZB te verhogen. Daar kom ik graag op terug bij het volgende agendapunt, Kaderstelling in ieder geval. Het tweede is, de resultaten zijn niet goed genoeg. Er is te veel afwijking. Ik zeg niet dat de mensen hun best niet doen of dat ik wantrouwen in de mensen heb. Er moet wel een streven naar verbetering zijn. Dat wil ik de wethouder graag meegeven. De voorzitter: Dank u wel. Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Dank u wel, voorzitter.
De toon is gezet op deze zonnige donderdagmiddag. Wat Lokaal Belang betreft, is deze motie overbodig, want zoals de wethouder keurig verwoordt, wordt hier hard gewerkt om de belastingen goed vast te stellen. De wethouder heeft al verduidelijkt, kleine verschillen zullen er altijd zijn, de grote verschillen zijn verantwoord. Als Lokaal Belang zeggen we van, er wordt al voldoende rekening mee gehouden. We zullen voor deze motie stemmen, want we gaan ervan uit dat de ambtenaren dit doen en dan kunnen we dit gechagrijn achter ons laten en, zoals gezegd, leuke dingen gaan doen. De voorzitter: Dank u wel, meneer Van der Pluijm. Ik wil wel corrigeren dat mensen in de raad hun vragen mogen stellen, ook kritisch mogen zijn, zonder dat meteen gekwalificeerd moet worden als chagrijn. Die wil ik graag aan u meegeven. Meneer Van Groos, wilde u daar nog een reactie geven op het debat hiervoor? De heer Van Groos: Voorzitter, ik moet even tot rust zien te komen. Ik waardeer op zich dat Lokaal Belang reageert en niet pas bij de stemknop. Ik vraag én aan de heer Van der Pluijm én aan de wethouder wat de verklaring is voor een lagere opbrengst begraafplaatsen van 35 procent.
Ik vraag beide heren, als het college wist dat bij het vaststellen van de OZB-tarieven voor de begroting van 2024 de organisatie nog niet zover was met het doorrekenen van alle WOZ-waarden, waarom de raad daar dan niet over is geïnformeerd? Zo van, u stelt nu de tarieven vast. Die hebben wij berekend op basis van een incompleet beeld, dus houdt u er alstublieft rekening mee en begin niet achteraf te piepen als de opbrengst afwijkt van wat wij hadden gedacht. Dat zou ik tenminste mogen verwachten, denk ik, als raadslid van het college wat de raad in de juiste positie brengt. Vindt u het goed dat dat niet is gebeurd, kunt u dat uitleggen? Bent u daar ook zo blij over. De voorzitter: Een vraag aan u, denk ik, meneer Van der Pluijm. Notulen raadsvergadering 3 juli 2025
7
De heer Van der Pluijm: Voorzitter, dank u wel. Ik zag de blik van de heer Van Groos, maar ik weet het antwoord niet. Wat ik wel weet, is dat het gaat om, zoals de wethouder het verwoordt, een primitieve begroting versus realisatie in de jaarrekening. Waar dan die verschillen in zitten, laat ik aan de wethouder, want ik weet het niet. De voorzitter: Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, dank aan de heer Van der Pluijm voor het beantwoorden van één vraag, maar ik had graag van hem het antwoord op de andere vraag. De voorzitter: Misschien moeten we hem daar bij helpen, denk ik. De heer Van Groos: Of meneer Van der Pluijm het goed vindt als het college weet dat op basis van werk dat nog niet af is de tarieven worden voorgesteld, dat het college dan de raad informeert van, de tarieven hebben wij zo bepaald, maar weet dat het werk nog niet af is, of u dat de normale gang van zaken zou vinden of dat we als raad dat niet horen en achteraf moeten vaststellen dat de afwijking veel te groot is dan wat we hadden mogen verwachten. De voorzitter: Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Dank u wel, voorzitter. Ik ben het eens met de heer Van Groos. Het zou fijn zijn als we als raad op de hoogte worden gehouden. De voorzitter: Voldoende? Ik probeer hem even te lezen. U wil nog iets zeggen? Gaat uw gang. De heer Van Groos: Ik heb de vraag ook aan de wethouder gesteld.
De voorzitter: Wethouder namens het college. Wethouder Klerx: Gaat het dan over de grafrechten, voorzitter, waar u nu een reactie van het college van wenst? De voorzitter: Ik denk een wat bredere vraag, maar ik leg liever meneer Van groos de woorden niet in de mond. Ik vraag het nog een keer aan meneer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, ik verwacht dat de wethouder hier ter plekke dus niet die 35 procent kan verklaren. De vraag waarom de raad niet is geïnformeerd over het feit dat bij het berekenen van de OZB in de WOZ de organisatie nog niet zover was, dat ervoor gekozen is om daarover de raad niet te informeren en hoe dat hij daarop terugkijkt, dat is de vraag. De voorzitter: Wethouder. Wethouder Klerx: Dan moet ik terug in mijn geheugen, voorzitter, maar volgens mij heeft het college wel degelijk aangegeven dat het het afgelopen jaar, maar ook twee jaar, best wel een exercitie was met vele bezwaren die we hebben gehad met ook het capaciteitsprobleem dat we daar hebben, we komen daar onder andere in de kadernota niet voor niks op terug, dus we hebben daarin wel degelijk allerlei informatiebrieven aan u gestuurd om aan te geven dat het best wel een ingewikkelde exercitie was.
Notulen raadsvergadering 3 juli 2025
8
Ik geloof direct dat het misschien niet voldoende in het raadsvoorstel stond en dat dit een expliciet risico was dat u wellicht een volgende keer explicieter dan in het raadsvoorstel wil hebben. We zijn nog niet 100 procent klaar met het werk, dus het zou kunnen zijn dat we een klein beetje afwijken straks op het einde. Over de grafrechten, het blijft een inschatting over hoeveel grafrechten er worden verlengd. Dat is iedere keer weer een inschatting die we doen. Het kan zo zijn dat er mensen stoppen en geen grafrechten meer wensen te betalen, omdat ze daarmee stoppen. We moeten een inschatting maken hoeveel nieuwe mensen erbij komen, dat blijft altijd een moeilijke inschatting maken, voorzitter. We doen dat zo goed mogelijk. Dan herhaal ik mezelf, maar ik blijf erbij dat we dat echt naar eer en geweten doen. De voorzitter: Meneer Van Groos, u gaat inderdaad herhalen, wethouder. Even kijken hoe we niet in herhaling kunnen vallen en dit debat toch goed kunnen doen. De heer Van Groos: Voorzitter, ik dank de portefeuillehouder voor zijn beantwoording en we komen later vandaag nog over de grafrechten te spreken. De voorzitter: Dank u wel. Heeft er iemand behoefte aan een tweede termijn op dit onderwerp. Meneer Van Groos. Anderen? Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, het is jammer dat de wethouder alleen maar heeft gereageerd op de motie.
Ik dacht dat de wethouder verantwoording zou afleggen, als dat aan de orde is. Als ik dan mijn betoog afsluit, we krijgen geen kostendekkingsgraad voor parkeren, we krijgen geen productverantwoording, we krijgen geen vastgoedrapportage, we krijgen geen doelmatigheidsonderzoek, kortom, geen transparantie, dat een wethouder daar niet op reageert, daar wil ik mijn verbazing over uitspreken. Kennelijk wordt dat gedoogd door de rest van de raad die het afwijken van allerlei opbrengsten maar normaal vindt. U hoort mij niet zeggen dat de organisatie niet zijn best doet. Ik vind het mooi dat de wethouder daar pal voor gaat staan. Prima. Ik snap dat het om complexe zaken gaat. Als wij in financieel lastige tijden beter willen kunnen sturen, zullen we beter informatie moeten hebben. Als de wethouder daar niet aan wenst mee te werken en de raad de motie niet steunt, dan zegt ons dat genoeg. We brengen hem wel in stemming. De voorzitter: Dank u wel. Dat was inderdaad een vraag van mij geweest. Ik denk dat een aantal partijen al wel steun hebben uitgesproken, maar dat gaan we zo zien bij de stemming. We gaan eerst het raadsvoorstel in stemming brengen. Is er iets waar we nu aandacht aan moeten besteden? Mevrouw De Bruijn.
Mevrouw De Bruijn: Voorzitter, is het in dezen misschien een oplossing dat we gaan zeggen dat de wethouder in ieder geval belooft dat hij dit zeer zeker in aandacht neemt en volgend jaar zeker zal laten zien dat hij zijn best heeft gedaan? De voorzitter: Volgens mij ligt er een motie voor ter stemming en kunt u stemmen zo meteen. Dan is het afhankelijk daarvan hoe de raad zich daarover uitlaat. Ik denk dat we niet het debat opnieuw gaan doen. Raadsvoorstel in stemming brengen. Wenst iemand een stemverklaring af te leggen rondom jaarrekening 2024. Meneer van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, u zult begrepen hebben dat wij veel kritiek hebben op de jaarrekening en het ontbreken van stukken die in onze ogen er bij zouden moeten horen. Aan de andere kant realiseren we ons dat de jaarrekening wel een getrouw beeld Notulen raadsvergadering 3 juli 2025
9
weergeeft van wat er in 2024 is gebeurd, dus zullen wij om die reden instemmen met de jaarrekening. De voorzitter: Helder. Dank u wel, meneer Van Groos. De raad stemt digitaal over het raadsvoorstel. Met unanieme stemmen voor wordt het raadsvoorstel aangenomen. De voorzitter: Dan hoef ik niet meer te vragen of de motie in stemming gebracht moet gaan worden, want daarover heeft meneer Van Groos zich zojuist uitgesproken. Wenst iemand een stemverklaring af te leggen nog? Meneer Metzke. De heer Metzke: Dank u wel, voorzitter. Uiteraard is D66 niet voor te hoge belastingen. Daar komen we in de kaderstelling op terug. De motie suggereert dat het college dit bewust verkeerd heeft gedaan door het woord juistere te gebruiken. Daarom zullen wij de motie niet steunen. De voorzitter: Dank u wel. Anderen? Dan gaan we stemmen over de motie Juiste belastingopbrengsten. De raad stemt digitaal over de motie. Met 18 stemmen voor en 3 stemmen tegen wordt de motie aangenomen. 7. Voorjaarsbericht 2025 De voorzitter: Dan gaan we naar het voorjaarsbericht 2025. De gemeenteraad ontvangt twee keer per jaar informatie over hoe de begroting 2025 ervoor staat. Een keer via het najaarsbericht en een keer via het voorjaarsbericht. Het voorjaarsbericht bevat kredietvoorstellen en de raad neemt hier vanavond een besluit over.
Het is een bespreekpunt voor de ChristenUnie en ik geef de heer Van Groos het woord. De heer Van Groos: Voorzitter, nu voelen wij ons weer genoodzaakt om opmerkingen te maken bij het voorjaarsbericht. Niet omdat we daar zo enthousiast over zijn, het spijt me, maar omdat we aantal punten, opmerkingen willen maken. Ten eerste, het is niet zo slim om eerst bij de provincie een flinke subsidie aan te vragen voor infrastructurele werkzaamheden, die subsidie te krijgen en vervolgens niet te benutten, maar terug te moeten betalen. Op 23 november 2023 heeft de gemeenteraad de nota Waarderings- en afschrijvingsbeleid vastgesteld waarin voor nieuwe investeringen de afschrijvingstermijn voor de inventaris van culturele instellingen teruggebracht wordt van vijftien naar tien jaar. Het college zegt per abuis ervan uit te zijn gegaan dat korte termijn ook geldt voor oude investeringen, terwijl expliciet in het raadsvoorstel staat dat er geen financiële consequenties zijn verbonden, omdat de nieuwe termijnen gelden voor nieuwe investeringen.
Hoe kan het college anderhalf jaar later vergeten zijn wat de raad heeft besloten, en dat nog wel op voorstel van het college? Waarom is niet eerst gecheckt wat besloten is? Hoe kan het college nog steeds achter het voorstel staan om de verkorte termijn te hanteren voor bestaande investeringen, terwijl het eerder de raad heeft voorgehouden dat aan het voorstel geen financiële consequenties zijn verbonden? Is het beschikbaar krijgen van extra middelen voor het college belangrijker dan de eigen geloofwaardigheid? Waarom is Notulen raadsvergadering 3 juli 2025
10
het college niet eerder met een raadsvoorstel gekomen om de raad extra krediet van vier ton te vragen voor Kindcentrum Meerdijk? Waarom is het college niet transparant geweest over wat hiervoor de onderliggende redenen zijn? Waarom komt het college niet met een raadsvoorstel nu gebleken is dat de renovatie van de toplaag van de atletiekbaan van AC Waalwijk en de vervanging van het hoofdveld van hockeyvereniging KMHC geen reguliere vervangingen zijn? Waarom kiest het college ervoor dit op een niet-transparante wijze op te nemen in het voorjaarsbericht? Amendement: Vasthouden aan oude afschrijvingstermijnen De fractie stelt het volgende amendement voor: Constaterende dat: -
De raad op 23 november 2023 een voorstel van het college de afschrijvingstermijn voor de inventaris van culturele voorzieningen voor nieuwe investeringen heeft verkort van 15 naar 10 jaar;
-
In het raadsvoorstel staat dat hieraan geen financiële consequenties zijn verbonden, omdat de afschrijvingstermijnen alleen gelden voor nieuwe investeringen;
-
Het college in de Voorjaarsnota meldt dat de afschrijvingen nu op basis van 10 jaar zijn herrekend voor de oude investeringen, met als gevolg en nadeel van € 2 ton voor 2025 en ruim € 1 ton voor de jaren daarna.
Overwegende dat: -
Het college toegeeft zich te hebben vergist;
-
Het college niet zelf met een voorstel komt om dit conform raadsbesluit te herstellen;
-
Het college vreemde opvattingen heeft ten aanzien van het uitvoeren van raadsbesluiten.
Besluit: -
Het vierde beslispunt uit het dictum als volgt aan te vullen: o
met uitzondering van de herberekening van de afschrijvingsbedragen voor de inventaris van culturele instellingen.
De voorzitter: Dank u wel, meneer Van Groos. U legt een amendement voor. Wie steunt het amendement op voorhand? Ik zie Samen Waalwijk. U kunt met elkaar in debat, maar ik zie daar niemand voor opstaan. Meneer Van der Pluijm, wilt u iets zeggen? Iets voor de orde, een ordevoorstel? De heer Van der Pluijm: Het is denk ik een ordevoorstel. We hebben dit voorstel zo laat gekregen dat wij er deels geen kennis van hebben kunnen nemen en dus zeker nog geen eenduidigheid over hebben bereikt. We willen voorstellen om te schorsen, dan kunnen we het er alsnog over hebben. De voorzitter: Hoelang heeft u nodig? Notulen raadsvergadering 3 juli 2025
11
De heer Van der Pluijm: Vijftien minuten. De voorzitter: Een schorsing van vijftien minuten. Hoe laat leven we? Tot 14.45 uur. De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. De voorzitter: Alvast een punt van orde, tot de rest binnen is. Ik vind het prima als u wil schorsen. Is uw goed recht gedurende deze vergadering. Ik zou u willen vragen om te bekijken waar dat inderdaad nodig is en hoelang. Ik ben blij dat u wat eerder terug was. Natuurlijk heeft u alle tijd en kans om te schorsen, maar we willen graag de vergadering vanavond afronden. Aan u om wijsheid daarin te betrachten waar u dat nodig heeft. Als u het nodig heeft, is die mogelijkheid er. Meneer Van der Pluijm, na deze schorsing geef ik u graag het woord. De heer Van der Pluijm: Dank u wel, voorzitter. Dank dat u ons deze tijd heeft gegund, want hij was al echt nodig. Dit is niet het enige amendement of motie die last minute binnenkomt. Het zijn er meerdere. U zult begrijpen, we zijn met een grote fractie, wij werken, we slapen, we eten en daartussendoor moeten we meerdere moties en amendementen nog doornemen, waaronder deze. We hebben het net besproken. We kijken uit naar het antwoord van de wethouder om ons te duiden wat er bedoeld wordt met de afschrijvingstermijn voor de inventaris van culturele voorzieningen. Wij hebben geen gelegenheid gehad om dit allemaal op te zoeken wat hiermee bedoeld wordt.
We kijken uit naar het antwoord van de wethouder. De voorzitter: U mag ook met elkaar in debat over een bijdrage, dus u kunt ook de vraag aan uw collega-raadslid stellen. Dat is niet de bedoeling? De heer Van der Pluijm: Als iemand het mij kan uitleggen, dan proberen we het allemaal te snappen en wat hier het belang van is en wat we dan moeten doen hiermee. De voorzitter: Meneer Van Groos, u heeft hem ingediend. De heer Van Groos: Voorzitter, als u mij toestaat, nog een enkele opmerking meer. Eén is dat we op 2 juli nog antwoorden hebben gekregen en op 1 juli, terwijl ik neem aan de fractie van Lokaal Belang op 30 juni heeft vergaderd, dat is de eerste. De tweede is dat tijdens de gespreksavond wij vragen hierover hebben gesteld. Daar zaten mensen van Lokaal Belang, dus die zouden naar aanleiding daarvan hebben kunnen denken van, laten we eens kijken, want die Van Groos roept niet zomaar iets, die komt daar mogelijk op terug. Het derde is dat als we het hebben over de inventarisatie van culturele instellingen, we de terminologie gebruiken die het college hanteert in het voorjaarsbericht. Dat slaat op de inventaris van De Leest, de inventaris van de bibliotheek, de inventaris van het Schoenenkwartier. Aan dat soort instellingen moet u denken.
Daarvoor hebben we anderhalf jaar geleden de termijn verkort voor nieuwe investeringen van vijftien naar tien jaar, als het gaat om afschrijvingen. Het college heeft nu ineens bedacht dat dat voor de bestaande investeringen in de inventaris van culturele voorzieningen zou moeten gelden. Ik hoop dat het zo duidelijk is voor de heer Van der Pluijm. De voorzitter: Meneer Van der Pluijm.
Notulen raadsvergadering 3 juli 2025
12
De heer Van der Pluijm: Dank u wel, voorzitter, voor het woord. Ook dank aan de heer Van Groos voor deze toelichting. Het is nu weer een stuk helderder, wat betreft de afschrijvingstermijnen. Wij als Lokaal Belang, en dat geldt ook voor het vorige raadsvoorstel, vertrouwen erop dat het college en haar ambtenarenapparaat dat doet met een reden en dat die reden goed overwogen is. Dat geldt dan ook voor dit raadsvoorstel, met name dan het derde punt bij de overwegingen. dat is een punt waar wij als Lokaal Belang ons niet in zouden kunnen vinden, dat er gesuggereerd wordt dat er vreemde opvattingen leven. Wij vertrouwen erop dat onze organisatie dat met de beste intenties doet, met de beste kennis en gebaseerd op wet- en regelgeving en wat dan ook. Het vorige raadsvoorstel hebben we mee ingestemd, omdat we dat niet meer dan normaal vinden dat dat gebeurt. Ook bij deze zouden we ons daar niet in kunnen vinden. De voorzitter: Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, dank u wel. Wat ons betreft, mag die derde overweging eruit. Dat is niet de strekking van dit punt dat we willen maken. Het geeft me nu wel de gelegenheid om duidelijk te maken waarom die opmerking er staat.
Als het college ons eerst een besluit laat nemen en zegt, de verkorte afschrijvingstermijn geldt voor nieuwe investeringen, het college meldt, we hebben het herberekend met terugwerkende kracht voor bestaande investeringen, dan kiest het college ervoor om het raadsbesluit niet uit te voeren, dan wordt het college erop geattendeerd van, jullie houden je niet aan het raadsbesluit, dan komt het college met het excuus dat het een vergissing was, dan verwacht ik als raadslid, maar ik heb dan kennelijk andere verwachtingen dan de overige raadsleden in de zaal of een deel van de overige raadsleden, dat het college zegt van, we passen het aan, we voeren het raadsbesluit uit. We corrigeren dat. Het antwoord is, het college zegt, we vinden het een goed voorstel om het met terugwerkende kracht voor de bestaande investeringen te doen, dus we handhaven dat, waarmee ze niet hun eigen fout corrigeren, niet het raadsbesluit uitvoeren en een raadslid van een eenmansfractie dwingen om nog op de valreep te komen met een amendement waar Lokaal Belang helaas nog geen kennis van had kunnen nemen. Zo werkt het dan, meneer Van der Pluijm. De voorzitter: Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Dank u wel, voorzitter. Blij dat de heer Van Groos bereid is om de derde overweging te schrappen. Laten we dan als Lokaal Belang er nog over nadenken. We kijken uit naar de beantwoording van de wethouder.
Ik vind het een discussie, gaan we ons houden aan de boekhoudregels van de heer Van Groos of gaan we ons houden aan de boekhoudregels van de gemeente? Ik ben erg benieuwd naar wat de wethouder hierop te zeggen heeft. De voorzitter: Meneer Van der Pluijm, ik ga u voor een tweede keer corrigeren vanmiddag. Het gaat niet over de boekhoudregels van meneer Van Groos, denk ik. Ik wil u vragen om op uw taal te letten. Dank u wel. Meneer Van Groos, u wil hier eerst op reageren. De heer Van Groos: Ik heb nog een vraag aan de heer Van der Pluijm. Hij is benieuwd naar de reactie van de wethouder, en dat ben ik zelf ook, maar wat vindt de heer Van der Pluijm ervan als de raad op voorstel van het college een besluit neemt voor nieuwe investeringen, het college vervolgens daarop terugkomt, in eerste instantie zegt, heeft geen financiële consequenties, want het slaat niet op bestaande investeringen, daar dan ruim een jaar later op terugkomt en zegt, we doen het ook voor de bestaande, een
Notulen raadsvergadering 3 juli 2025
13
raadslid zegt, we hebben een ander besluit genomen, en het college zegt, we willen het toch doen, wat vindt Lokaal Belang van deze gang van zaken? De voorzitter: Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Ik vind het erg verwarrend wat de een zegt, de ander zegt. Ik heb geen idee. De voorzitter: Ik denk dat we gaan herhalen. U hebt beiden gevraagd om een reactie van de wethouder. Die gaan we zo krijgen. Mevrouw IJpelaar. Mevrouw IJpelaar: Meneer Van Groos, ik heb van vanmiddag met u contact gehad over dat derde bolletje van de overweging, omdat ik daar moeite mee had. Is het een motie of amendement? Amendement. Daarom heb ik uw amendement net niet gesteund. Nu ga ik hem wel steunen, want u haalt hem eruit. Dank u wel. De voorzitter: Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Dank u wel. Misschien dat de griffie hem eruit kan halen, dat het voor iedereen duidelijk is, maar die derde overweging mag eruit, heb ik aangegeven. TER VERGADERING AANGEPAST - Amendement: Vasthouden aan oude afschrijvingstermijnen De fractie stelt het volgende amendement voor: Constaterende dat: -
De raad op 23 november 2023 een voorstel van het college de afschrijvingstermijn voor de inventaris van culturele voorzieningen voor nieuwe investeringen heeft verkort van 15 naar 10 jaar;
-
In het raadsvoorstel staat dat hieraan geen financiële consequenties zijn verbonden, omdat de afschrijvingstermijnen alleen gelden voor nieuwe investeringen;
-
Het college in de Voorjaarsnota meldt dat de afschrijvingen nu op basis van 10 jaar zijn herrekend voor de oude investeringen, met als gevolg en nadeel van € 2 ton voor 2025 en ruim € 1 ton voor de jaren daarna.
Overwegende dat: -
Het college toegeeft zich te hebben vergist;
-
Het college niet zelf met een voorstel komt om dit conform raadsbesluit te herstellen;
Besluit: -
Het vierde beslispunt uit het dictum als volgt aan te vullen:
Notulen raadsvergadering 3 juli 2025
14
o
met uitzondering van de herberekening van de afschrijvingsbedragen voor de inventaris van culturele instellingen.
De voorzitter: Dank u wel. Meneer Knops. Was u eerder? Ik heb het niet gezien. Meneer Van Zelst. De heer Van Zelst: Voorzitter, dank u wel. Ik heb een vraag aan meneer Van der Pluijm. Ik hoor meneer Van der Pluijm net zeggen van, het college heeft waarschijnlijk goede redenen om van deze afschrijvingstermijn af te wijken. Meneer Van Groos heeft uitgelegd dat wij als raad een besluit hebben genomen. Is meneer Van der Pluijm dan van mening dat als wij als raad besluiten nemen en het college bedenkt zich later, dat kunnen we beter anders doen, dat ze dat maar gewoon door mogen voeren, hoeven ze geen rekening meer te houden met genomen raadsbesluiten of daar in elk geval een nieuw voorstel voor te doen? De voorzitter: Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Wordt dezelfde reactie als zojuist bij de heer Van Groos, voorzitter. Laten we eerst luisteren naar de wethouder, want daar blijven we een beetje omheen draaien. De voorzitter: Meneer Van Zelst, u wil reageren. De heer Van Zelst: Voorzitter, volgens mij kan er antwoord gegeven worden op deze vraag. Ik stel, we nemen een raadsbesluit, is meneer Van der Pluijm van mening dat het college daar van af mag wijken zonder toelichting? Daar hebben we toch geen reactie van het college voor nodig? Daar kunt u toch op reageren? De voorzitter: Meneer Van der Pluijm. De heer Van der Pluijm: Daar kan ik niet op reageren.
Ik wil eerst de visie van de wethouder weten. De voorzitter: Meneer Knops. De heer Knops: Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat collega Van Groos groot gelijk heeft, het college mag niet zomaar afwijken van een genomen raadsbesluit. Echter, als het formele standpunt, het gaat hier om een relatief klein bedrag. Mijn vraag aan collega Van Groos zou zijn, vindt hij het geen goede zaak dat wij vervroegd afschrijven op meubilair dat blijkbaar niet zo, of inventaris, dat blijkbaar niet zo lang meegaat? Losgezien van het formele punt dat hij gelijk heeft dat het college een raadsbesluit moet uitvoeren. Voor ons is in ieder geval de inhoud van wat het college heeft gedaan voldoende om dit door de vingers te zien. Waarom niet voor de heer Van Groos? De voorzitter: Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, ik dank de heer Knops voor zijn vraag en voor zijn reactie. Twee dingen. Eén is, het komt helaas vaker voor dat raadsbesluiten niet worden uitgevoerd. Daar hebben wij veel moeite mee. Wij zijn het hoogste orgaan als raad. Ook al delen wij het besluit niet, dan nog vinden we dat de besluiten moeten worden uitgevoerd. Daarin zijn we principieel.
Notulen raadsvergadering 3 juli 2025
15
Het tweede is dat we het maar heel normaal hadden gevonden als het college de fout had hersteld. De raad heeft in november 2023, en de heer Knops zat toen ook al in de raad, dit besluit genomen. Een besluit waarbij werd gezegd, hier zitten geen financiële consequenties aan, want het geldt voor nieuwe investeringen. Volgens mij lag er niet toen een voorstel van de VVD om dat dan ook met terugwerkende kracht voor de bestaande investeringen te doen, voor alle bestaande investeringen, omdat het toch niet om een groot bedrag ging, omdat als de termijn kort moet zijn, dat we dat dan maar meteen moeten doen. Toen heb ik niks van de VVD gehoord. Graag een reactie van de heer Knops. De voorzitter: Volgens mij herhalen we een beetje. Ik dacht dat meneer Knops nog andere vragen had gesteld. De heer Van Groos: Dan moet hij maar misschien herhalen, want dan kan ik wel antwoord geven. De voorzitter: Meneer Knops. De heer Knops: Voorzitter, u heeft de helft van mijn tekst al uitgesproken, namelijk, ik erken dat de heer Van Groos gelijk heeft. Het raadsbesluit is niet uitgevoerd door het college, dat is niet correct. Daar zijn we het in principiële zin mee oneens, maar in dit geval vinden wij het een goede zaak om vervroegd af te schrijven.
Mijn vraag aan de heer Van Groos was, vindt u het geen goede zaak om dit vervoegd af te schuiven, los van de principiële kwestie? De voorzitter: Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, dat komt omdat ik informatie mis, dat ik die vraag niet kan beantwoorden, maar ik zal u wel uitleggen wat er mogelijk achter zit. Daar is het college niet transparant in geweest. Dat is gissen van mijn kant. U weet net als ik dat de bibliotheek moet verhuizen. Ga je verhuizen met oude inventaris waar nog op een afschrijvingstermijn staat, of zou het handig zijn als die inventaris is afgeschreven, die je tot het laatst gebruikt, waardoor voor de verplaatste bibliotheek nieuwe inventaris mogelijk is? Kunt u zich voorstellen dat dat hier aan de orde is en dat we daarom iets hebben van, op die manier willen we daar niet aan meewerken? De voorzitter: Meneer Knops. De heer Knops: Voorzitter, dat is de suggestie die de heer Van Groos doet. Het is niet aardig richting het college. Ik wacht nu evenals de heer Van der Pluijm met grote belangstelling de reactie van het college af, met name op de suggestie die Van Groos nu doet. Ik weet niet of dat aan de orde is, net als u. De voorzitter: Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, dat is niet zo aardig, ben ik met de heer Knops eens, maar de heer Knops dwong me met zijn vragen om hiermee te komen. Naar mijn idee speelt dit op de achtergrond.
Als het niet zo is, dan hoor ik het graag. Dan hoor ik waarom het college toch erachter blijft staan om het raadsbesluit niet uit te voeren. De voorzitter: Het debat is volgens mij gevoerd, als ik dit zo hoor en rondkijk. Er zijn een aantal mensen erg benieuwd naar de reactie van het college. Ik geef graag de wethouder het woord. Notulen raadsvergadering 3 juli 2025
16
Beantwoording college Wethouder Klerx: Dank u wel, voorzitter. Het klopt dat we het raadsbesluit niet goed genoeg scherp hadden als college. Dat hebben we ook erkend in de beantwoording van de vragen van de heer Van Groos. Het klopt ook dat we wel achter dit voorstel nog steeds staan, maar dat we ons wel in een bepaald dilemma voelen staan, precies wat de heer Van Groos net schetst. Dat hebben we proberen te verwerken in ons antwoord, maar blijkbaar niet voldoende. We snappen goed het dilemma waar we voor staan. Waarom we inhoudelijk nog achter dit voorstel staan, voorzitter, heeft ermee te maken dat we nu dus een ruim een jaar, we zijn in 2024 begonnen met die nieuwe afschrijvingstermijn voor de inventaris voor alle nieuwe investeringen die we doen in al die culturele instellingen, overigens geldt dit niet alleen voor culturele instellingen, we hebben alleen de doorrekening nu pas alleen gedaan voor culturele instellingen, maar we gaan dit nog allemaal krijgen voor alle andere vormen van inventaris, bijvoorbeeld dit stadhuis, maar al het andere vastgoed waar we nog inventaris op onze balans hebben staan. Dat is niet overal het geval bij het maatschappelijk vastgoed. Dan weer terug naar de inhoud. Een beetje technisch, maar dan hopen we daarbij een klein beetje context te geven.
We zijn daar nu dus begonnen en we komen tot de conclusie dat we, en dat is zo inzichtelijk bij culturele instellingen, omdat die inventarissen allemaal op een apart productnummer staan, inzichtelijk dat we, omdat we die afschrijvingstermijn nu verkort hebben, we geld tekortkomen, omdat je de afschrijvingstermijn hebt verkort. Dat is denk ik dus een logisch gevolg. Dat hadden we alleen in 2023 duidelijker naar voren moeten brengen, want er werd achteraf gezegd, ik was zelf bij, kort door de bocht gezegd, geen financiële consequenties op dat moment. Dat klopt. Dadelijk hebben we allemaal een nieuw inventaris en hebben we een kortere afschrijvingstermijn met hogere kapitaalslasten, omdat we nou eenmaal al die kosten in een kortere tijd afschrijven. We merken nu al na jaar één van de tien dat we daar tekortkomen op die budgetten. Daarom sterkte het college om in ieder geval voor deze post van culturele instellingen dit voorstel te doen en daar wat haast mee te maken ten opzichte van al die andere inventaris waar we dit mogelijk nog aan de orde gaan krijgen. Dat is alleen wat grotere pot waardoor je soms wat beter kan opvangen. Hier is het vrij specifiek, omdat het over kleinere potten gaat. Daardoor kwam het dus aan de orde. Heeft dus niks te maken met de suggestie die werd gedaan daarnet.
Dit is een vrij technische uitleg en daarom hebben we daar wellicht onvoldoende achteraf bij stilgestaan, mede omdat wij dus dachten dat we uitvoering gaven aan het raadsvoorstel. Dat was een misvatting. We staan wel echt inhoudelijk achter dit voorstel, omdat we anders ook gaan zien dat we de komende tien jaar alsnog dit herstel zullen moeten doorvoeren. Dan ga je jaar in jaar uit een beetje overschrijden van het budget en uiteindelijk een keer, omdat je nou eenmaal van de provincie goed moet inschatten wat je voorzieningen en je afschrijvingstermijnen zijn, een herstel moeten doen. Het college heeft gemeend dat we dat dus daarom op dit moment toch nog steeds moeten doen. Daarom is er die correctie niet gekomen, ondanks dat we weten dat dat niet het raadsbesluit was, achteraf gezegd. De voorzitter: Ik dacht al, ik zie meneer Van Groos opstaan. Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, dank aan de portefeuillehouder voor zijn duidelijke antwoord. In algemene zin kan ik u zeggen, meegeven, dat als raadslid Van Groos een vraag stelt, dat daar technisch geantwoord op mag worden, dat dat meestal wel lukt om dat te begrijpen.
Notulen raadsvergadering 3 juli 2025
17
Tweede is dat ik toch mijn verbazing wil uitspreken over het volgende. Normaal is het zo in overheidsland dat we termijnen gaan verlengen, bijvoorbeeld van vastgoed, omdat we daarmee lagere kapitaallasten krijgen. Als je termijnen gaat verkorten, krijg je hogere kapitaallasten. Moeten we nu voorstellen dat het college in november 2023 zich dat niet heeft gerealiseerd? Dat zou wel een grote teleurstelling zijn. Het tweede is, het college vraagt nu aan ons om in te stemmen om die verkorte afschrijvingstermijn ook voor de bestaande inventarissen doen. We horen vanmiddag, ik heb dat niet in de stukken gezien, dat dat niet alleen geldt voor de culturele instellingen, maar veel breder en dat aan ons een principe-uitspraak wordt gevraagd die afwijkt van ons raadsbesluit, die consequenties heeft die we helemaal niet kunnen overzien en waar het enige wat we weten, is dat het meer gaat kosten. Misschien moeten we wel weer terug naar een termijn van vijftien jaar. Dat is veel duurzamer. Gaan we langer mee. Langer aan het werk met de inventaris. Kan de wethouder dan aangeven over welk bedrag we het hebben? We leven niet in tijden dat het geld hier over de plinten klotst. De voorzitter: Wethouder Klerx, namens het college. Wethouder Klerx: Nee, voorzitter, al had ik dat graag gedaan, meer inzichtelijk willen geven over wat het allemaal nog meer voor consequenties had.
Ik denk dat de conclusie van de heer Van Groos wel correct is, dat we met het vaststellen in november 2023 geen directe financiële consequenties hadden, maar dat we ons allen en het college voorop hadden moeten realiseren dat daar in de toekomst wel financiële consequenties aan- De redenatie klopt. Kortere afschrijvingstermijnen is hogere kapitaalslasten. Zo simpel is het. Dat had dan beter gemoeten in november van 2023.Daar kan ik nu mijn excuses voor aanbieden, maar daar heeft u helemaal niks aan. Die veronderstelling van de heer Van Groos klopt. Er was nog een punt waar ik op wilde reageren, maar ik weet het niet meer. Dat was precies inderdaad het punt, of dat we dan terug moeten. Nee, want, en dat heeft ook de commissie BBV en nadrukkelijk de commissie BBV, waar wij die richtlijnen ook gebruiken, gezegd, u moet voldoen aan de economische waarde van materiële activa. Dat hebben we bewust opgenomen in onze Financiële verordening. Daarom hebben we gezegd, inventaris moet naar tien jaar terug en technische installaties blijven bijvoorbeeld op vijftien jaar staan. Ze hebben een aantal afwijkingen daarin vastgesteld nu met elkaar in november 2023. Daar staan wij wel echt achter, omdat we nu merken, en dan met name dus nu onze, omdat we daar echt het gesprek en de focus op hebben liggen, de culturele instellingen merken dat dit daadwerkelijk zo is.
U kunt zeggen, dan zult u er toch mee moeten doen. U moet er nog maar vijftien jaar langer mee doen, want dat is nou eenmaal de afspraak die we hebben. Dat is een afweging die u als raad zou kunnen maken, maar het college onderschrijft wel dat de inventaris in tien jaar toen een goede keuze was geweest en daar zullen we dan in zekere zin ook de financiële consequenties van moeten dragen. Dat is lastig in deze tijd, maar we staan er wel echt achter, omdat dit veel beter aansluit bij de economische waarde. De voorzitter: Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, dank u wel. Zou het dan niet beter zijn om dit amendement vanmiddag aan te nemen? Het kan ook nog in het najaarsbericht worden verwerkt. En dat de raad tijdig wordt geïnformeerd over wat er nog allemaal meer speelt met inventarissen. Het zou vervelend zijn als we in het voorjaarsbericht van 2026 weer zo'n mededeling krijgen als nu van, we moeten met terugwerkende kracht afschrijven, we moeten een extra verlies voor onze rekening nemen, waar we op dat moment niks van Notulen raadsvergadering 3 juli 2025
18
weten. Dan hebben we het liefst gelijk goed in de begroting voor 2026 en volgende jaren staan. De voorzitter: Wethouder Klerx. Wethouder Klerx: Wat ons betreft, blijven we bij het feit dat we het amendement ontraden, omdat we achter de inhoudelijke keuze staan om deze inventaris nu te corrigeren. Uiteindelijk gaat uw raad daarover, wat u daarmee doet, met het amendement. Wij gaan uiteraard ons zo snel mogelijk weer inzichtelijk maken wat het nog meer voor consequenties heeft, met name dan gericht op de toekomst. Dan nog merken we daar ook nu al van, omdat we dit al sinds 2024 op deze manier doen. Zodra we die informatie hebben, komen we bij u terug met daarin weer een toelichting. Wanneer dat dan precies is, er leven veel dingen, de afdeling Vastgoed en Financiën zijn allebei met veel dingen bezig. Dit is een van die dingen waar ze hard aan werken. Dit was geen gemakkelijke exercitie. Je moet dan goed in beeld hebben wat de precieze termijnen zijn van welke inventaris. Dat was een best wel uitvoerige inventarisatie. Dat gaan we zo doen voor al onze de inventaris die in de boeken staat, maar dat kost tijd. De voorzitter: Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, het is jammer dat ik geen glazen bol heb. Dan had ik al sneller kunnen reageren op waar het college dan later mee zou komen en dan behoeden voor nog meer fouten.
Waar ik wel steeds meer last en jeuk van begin te krijgen, is dat als het zo'n groot vraagstuk is en het zit op deze manier weggestopt in het voorjaarsbericht, waarom niet transparanter? Waarom staat er niet, we doen het nu hier, maar het geldt nog voor meer en er komt nog meer? Is dat omdat er dan vragen komen, waarvoor dan wel en hoeveel gaat dat kosten? Dus is dat er angst is dat raadsleden vragen stellen? Wat speelt er dan, of moeten we dat maar normaal vinden dat we op deze manier de informatie aangereikt krijgen? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Klerx: Voorzitter, het college zou echt met klem afstand willen doen van deze insinuatie. Ik moet mezelf inhouden, merk ik, dat ik al een paar keer voor de organisatie ben gaan staan. We proberen echt niks te verstoppen. We proberen het zo transparant mogelijk te doen, maar deze olifant hebben we inderdaad in stukjes proberen te eten. Daarom is dit voorstel nu doorgekomen. We hebben dat zo goed mogelijk proberen op te schrijven in het voorjaarsbericht. Daar hebben we niks willen wegstoppen. Dat staat helemaal uitgelegd. We hebben daar eerlijk over gecommuniceerd. De voorzitter: Ik snap u ook wel, want de angst die u benoemt, is wel een beetje insinuerend. Laten we proberen de vragen te stellen in plaats van in de mond te leggen. De heer Van Groos: Voorzitter, ik vind het vervelend dat dat bij de wethouder zo valt.
Als wij een voorstel krijgen en we denken, het is een slurf of een staartje, maar er blijkt een olifant aan vast te zitten, dan roept dat bij mij jeuk op. Dan kan er geprobeerd zijn om dat zo goed mogelijk te doen. Ik wil geen enkele ambtenaar beschuldigen. Wethouders weten wat er speelt. Die zien wat er naar de raad gaat en die zouden kunnen zeggen, hier moet nog wel een stukje tekst bij, want er is veel meer aan de hand. De voorzitter: Goed. Volgens mij gaan we herhalen. U mag uw onvrede uitspreken, maar ik vraag u dat om dat kwalificerend te doen, laat ik het zo zeggen. Meneer Knops. Notulen raadsvergadering 3 juli 2025
19
De heer Knops: Dank u wel, voorzitter. Eerst twee punten vooraf. Dit wordt een vrij technische discussie. Ik denk dat we misschien beter in het ambtelijk comité kunnen voeren. Twee, of beide heren zijn abuis in mijn ogen, of ik heb het niet goed begrepen. Geheel tegen mijn karakter in, heb ik geleerd om toch maar van het tweede uit te gaan. Wat vragen om duidelijkheid. Zoals ik de situatie begrepen heb, is er een raadsbesluit genomen om in de toekomst sneller te gaan afschrijven. Daarbij is gezegd, er zijn geen financiële consequenties. Dat is correct. Als investeringen die je in de toekomst gaat doen, daar moet een nieuw raadsbesluit voor worden genomen. Bij dat nieuwe raadsbesluit ga je dan uit van die kortere afsluitingstermijn, dus dat besluit neem je op dat moment, kennende alle consequenties. In tegenstelling tot het raadsbesluit, heeft het college nu toch met terugwerkende kracht afgeschreven. Dat kost twee ton extra. Dat was een eenmalige operatie in mijn ogen. Ik hoor de heren nu zeggen, nee, dat gaat toekomstige consequenties hebben. Die snap ik niet. Volgens mij gaan alle toekomstige investeringen een nieuw krediet vergen, waarvoor een nieuw raadsvoorstel nodig is, waarover we dan een besluit nemen met de kapitaalslasten die daar dan in staan. Heb ik het goed begrepen? De voorzitter: Meneer Van Groos gaat het vast uitleggen.
De heer Van Groos: De wethouder mag het ook doen. Het gaat niet alleen om de inventaris van de culturele instellingen, maar de inventaris van veel meer. We weten niet waarvan en dat komt nog, want de wethouder zegt, we hebben dit alleen maar in beeld voor de culturele instellingen. Dat zijn aparte postjes en zij beginnen zelf daarover te piepen. Dat bedoel ik met toekomstig. Tweede is, als het gaat om nieuwe investeringen, en daar doelde de wethouder op, als je in plaats van vijftien jaar in tien jaar gaat afschrijven, gaan je lasten omhoog. De vervangingsinvesteringen zijn gebaseerd op het structureel opnemen van de kapitaallasten. De nieuwe investeringen kun je dus betalen vanuit de kapitaallasten die je al in de begroting hebt staan. Als dat te weinig is, omdat je naar korte termijn gaat, moet je het bedrag gaan verhogen. Dat is het probleem waar het college mee zit, en wij dus ook, want aan ons wordt gevraagd om met extra geld te komen. De opmerking in het raadsvoorstel van 23 november 2023 dat aan het voorstel geen financiële consequenties zitten, klopt dus niet. Het had toen niet voor de oude consequenties, nu het college acteert wel, maar voor alle nieuwe heeft het wel consequenties. De voorzitter: Meneer Knops.
De heer Knops: Over de nieuwe moeten we nog een besluit nemen en dat besluit gaan we nemen met de juiste kennis, want op dat moment zijn die hogere kapitaalslasten zichtbaar. Als we ze dan te hoog vinden, kunnen we zeggen, zou u toch niet over vijftien jaar afschrijven? Dan heb ik nog een vraag aan de wethouder. Wethouder, klopt het dat u deze verkorte afschrijvingstermijnen breder wilt gaan toepassen dan alleen culturele instellingen? De voorzitter: De wethouder. Wethouder Klerx: Precies, voorzitter. Dat heb ik gezegd. Dat is dus niet het geval. Dit kwam het meest aan de orde, omdat we weten dat bijvoorbeeld hier in dit huis het ook aan de orde is. Ook deze inventaris staat helemaal in onze boeken. Uiteraard, zou ik Notulen raadsvergadering 3 juli 2025
20
bijna willen zeggen. Daarvan zien we nu dat die verkorte afschrijvingstermijn financieel effect gaat hebben. Het idee van het college was, en nogmaals, zonder zich gerealiseerd te hebben dat dat niet de bedoeling was geweest expliciet van de raad toen en ook dus van het collegevoorstel in 2023 om het met terugwerkende kracht te doen om in één keer die pijn te pakken, die doorrekening te nemen, in ieder geval voor de culturele instellingen, omdat het wel degelijk zo is dat we daar dus meer kapitaalslasten voor krijgen. Daar komen niet steeds nieuwe voorstellen voor. U kunt zich voorstellen dat als wij hier een aantal tafels of stoelen gaan vervangen, komen we niet iedere keer bij u terug voor een nieuw investeringsvoorstel. Dat is namelijk een vervangingskrediet, die staan iedere keer standaard opgenomen in onze begroting en daar komen we nu kapitaalslasten tekort, omdat we dus die afschrijvingstermijn hebben verkort. De voorzitter: Het lijkt mij goed als we gaan kijken of we naar een soort conclusie kunnen komen van dit debat, want ik heb het idee dat we in ronden gaan. Menheere Kocken wil nog een vraag stellen, zie ik. Meneer Knops, heeft u nog aanvullende vragen die voor u belangrijk zijn in de besluitvorming? De heer Knops: Ik heb nog één opmerking. Ik denk dat we hier in het auditcomité gedetailleerder op moeten terugkomen. De voorzitter: Meneer Kocken.
De heer Kocken: Voorzitter, ik werd getriggerd door de opmerking van de heer Van Groos, die het had over de afschrijving en vooral vanuit economische motieven worden die afschrijvingen nu naar voren gebracht. Wij willen als gemeente een duurzame gemeente zijn. Dan zou je zeggen, moet je zo lang mogelijk met het inventaris doen, totdat het echt helemaal versleten is, dan ben je duurzaam bezig. Hoe verhoudt zich dit ten opzichte van het duurzaamheidsbeleid dat we als gemeente voeren om een heleboel inventaris voor kort te gaan afschrijven, los van de economische en de financiële consequenties die dit heeft, met het principiële standpunt, we willen een duurzame gemeenten zijn. Wat blijkt dan uit dit voorstel dat we duurzaam zijn? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Klerx: Een beetje een lastige vraag om nu zo op te reageren namens het collegevoorzitter, voorzitter, omdat dit een politieke afweging vraagt. De BBV draagt ons op als gemeente zo goed mogelijk aan te sluiten bij de economische waarde. Als u vindt dat we niet moeten voldoen aan die economische waarde, maar dat u vindt dat we meer duurzamer moeten zijn en langer met onze spulletjes moeten omgaan, dan is dat een keuze die u maakt. Het sluit niet aan bij de Financiële verordening die we op dit moment hebben en 2023 is vastgesteld.