Verslag gespreksavond 21 februari 2024
Tekst van het document
Beknopt verslag van de gespreksavond gehouden op woensdag 21 februari 2024 Voorzitter: Griffier: Plv. griffier:
de heer F. den Braven mevrouw J. Louer mevrouw F. Opperman
Aanwezig:
de heer B. Bruurmijn de heer J. van Dijk de heer J. van Hest mevrouw B. Koptagel-Dermibas de heer W. Lodenstijn mevrouw M. Verhagen-van Lier mevrouw M. Veraa de heer M. Bokšan de heer T. Klerks de heer E. Knops de heer G. den Braven mevrouw A. Wens mevrouw B. de Jongste-van Heijst de heer R. Frodyma de heer R. Tiemstra (vanaf punt 4) de heer H. van Zelst de heer R. Spohr de heer N. Kieboom de heer H. Metzke de heer J. van Groos mevrouw M. Schilders
Lokaal Belang Lokaal Belang Lokaal Belang Lokaal Belang Lokaal Belang Lokaal Belang Lokaal Belang VVD VVD VVD GroenLinksaf GroenLinksaf Samen Waalwijk Samen Waalwijk SGP SGP CDA D66 D66 ChristenUnie Waalwijk in Beweging
Afwezig m.k.
de heer J. van Baardwijk mevrouw C. de Bruijn mevrouw Y. IJpelaar mevrouw I. Klerks mevrouw Y. van Laar de heer N. van der Pluijm
Lokaal Belang CDA Lijst IJpelaar VVD GroenLinksaf Lokaal Belang
Portefeuillehouders:
mevrouw R. Odabasi-Seker mevrouw S. Schuijffel de heer F. Spierings (vanaf punt 4)
Afwezig m.k.
mevrouw S. Ausems de heer T. Klerx
Notulen:
notulistenbureau Leeuwenburgh Vendrig
1. Opening en mededelingen De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen harte welkom. Hij meldt het bericht van verhindering van de leden Van Baardwijk, De Bruijn, IJpelaar, Klerks, Van Laar en Van der Pluijm evenals van burgemeester Ausems en wethouder Klerx. De vergadering wordt via een livestream uitgezonden.
Verslag gespreksavond 21 februari 2024
1
De avond staat in het teken van de beleidsvisie Grootschalige Opwek Duurzame Energie, inclusief het voorkeursalternatief. Het raadsvoorstel dat vanavond besproken wordt, komt, samen met de raadsvoorstellen die in de gespreksavond morgenavond besproken worden, op de agenda van de raadsvergadering van 7 maart. In de loop van volgende week staat het verslag van deze gespreksavond op de website. 2. Vaststellen van de agenda De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 3.
Toelichting op notitie 'Second opinion windenergie Overdiepse polder'
De voorzitter geeft aan dat de notitie is opgesteld door Pondera, een bedrijf dat zich richt op duurzame energieprojecten. De opstellers van de notitie geven vanavond een nadere toelichting. De heer Janssen (adjunct directeur en adviseur duurzame energie) verzorgt een toelichting (zie Bijlage 1). De second opinion richt zich op de volgende vragen: Wat is de exacte juridisch bestuursrechtelijke status van de Overdiepse polder enerzijds als laagvliegroute en anderzijds als doorstroomgebied van de Maas, wat betekent dat en welke rechten en plichten zijn daaraan verbonden. Hoe zien de belangen van respectievelijk Defensie en Rijkswaterstaat eruit? Is er in overleg een oplossing denkbaar waarbij deze belangen samengaan, of zijn deze wederzijds uitsluitend? Welke gevolgen hebben deze aspecten voor de eventuele uitvoerbaarheid van het windinitiatief in de Overdiepse polder voor 2030? Vertegenwoordigers van het ministerie van Defensie zijn vanavond aanwezig. De Overdiepse polder geniet op dit moment geen harde juridische bescherming. Er zijn geen zaken of bouwbeperkingen vastgelegd in een bestemmingsplan of ruimtelijk plan ter voorkoming van hinder voor vliegbewegingen. Als het windinitiatief gerealiseerd zou worden moet daarvoor een vergunningprocedure doorlopen worden waarbij een belangenafweging moet worden gemaakt.
Defensie voert in het gebied oefeningen uit en heeft rechten om daar laag te vliegen, maar dit recht houdt niet per definitie in dat andere zaken uitgesloten worden. Defensie heeft aangegeven dat een aantal specifieke oefeningen in deze polder plaatsvindt, onder andere landingen vanuit helikopters. Er zijn meer laagvlieggebieden in Nederland, maar de vraag is in hoeverre deze beschikbaar en bereikbaar zijn. De belangen van Rijkswaterstaat zijn geborgd via de Beleidsregels grote rivieren (Waterbesluit) en daarin is de polder aangewezen als doorstroomgebied. Dit houdt in dat er beperkingen zijn voor wat is toegestaan aan bebouwing. Bouwwerken mogen, in welke vorm dan ook, de doorstroming van de rivier/waterafvoer niet nadelig beïnvloeden. Voor het realiseren van een bouwwerk is een watervergunning vereist. Hiervoor vindt een nauwere toetsing plaats. De belangen van de Waterwet zijn limitatief (een opsomming waaraan getoetst wordt) en één van de eerste stappen is of er redelijkerwijs alternatieven zijn voor het voorliggende plan (kan het ook ergens anders). Deze toetsing vindt pas plaats bij het doen van een aanvraag voor een watervergunning, niet bij het opstellen van een beleidskader. De conclusie is dat het op voorhand juridisch niet onmogelijk is om windenergie te realiseren in de Overdiepse polder, maar dit vereist wel een goede motivering.
Deze motivering komt aan de orde bij het daadwerkelijk verlenen of doorlopen van een vergunningprocedure, enerzijds in het kader van een omgevingsvergunning, anderzijds in het kader van een watervergunning. Het belangrijkste daarbij is of het noodzakelijk is om het initiatief in de Overdiepse polder te realiseren, zijn er alternatieven om de energiedoelstellingen te halen en weegt het belang van de duurzame energieopwekking
Verslag gespreksavond 21 februari 2024
2
zwaarder dan de belangen van het ministerie van Defensie. De verwachting aan de hand van met partijen gevoerde gesprekken is dat in ieder geval het ministerie van Defensie in beroep zal gaan tegen het verlenen van een omgevingsvergunning op het moment dat er windenergie wordt toegestaan in de Overdiepse polder omdat haar belangen te zeer worden geschaad. De vraag hierbij is in hoeverre een dergelijk beroep relevant is voor de besluitvorming. Op zichzelf wordt in Nederland helaas tegen ieder initiatief voor windenergie beroep ingesteld bij de Raad van State, dus een gang naar de Raad van State is niet zo zeer verrassend en levert op zichzelf niet echt vertraging op voor het realiseren van een windenergietraject. Op het moment dat de rechter meegaat in het beroep volgt in het gunstigste geval een bestuurlijke lus en moet er een nieuw besluit genomen worden. In het ongunstigste geval wordt het initiatief afgewezen en moet men opnieuw beginnen. Dat houdt in dat er een aanzienlijke vertraging optreedt en het is dn de vraag of het realistisch is dat het initiatief nog voor 2030 gerealiseerd kan worden. Een geslaagd beroep op een andere locatie leidt tot dezelfde consequenties. De voorzitter biedt gelegenheid tot het stellen van vragen. De heer Bokšan heeft vragen over het rapport van Vattenfall.
Tijdens de conceptbeleidsvisie heeft Lokaal Belang gevraagd om met een nieuwe geactualiseerde berekening te komen of Waalwijk gaat voldoen aan de energiebehoefte in 2030. Hij vraagt waarom bij de berekening voor een lokale situatie landelijke ontwikkelingen zijn meegenomen. Vastgesteld is dat er tot 2030 wordt gewerkt met zon en wind. In de berekening zijn ook zaken als groene waterstof meegenomen om te beargumenteren dat 2030 gehaald wordt, maar dat dit niet voldoende is op weg naar 2043. De heer Janssen antwoordt aangaande het betrekken van de landelijke ontwikkelingen dat de energievoorspellingen aanzienlijk toenemen. Door naar een selectief deel van de energievraag te kijken blijft een groot restdeel over waarbij de vraag gesteld moet worden wie dit moet invullen en daarom wordt ook naar het grotere plaatje gekeken. Uiteraard is het aan de raad om daar al dan niet in mee te gaan. Het betrekken van waterstof heeft dezelfde achtergrond, kijkend naar de landelijke trends gaat dit zeker een rol spelen voor de industrie in de gemeente Waalwijk. De vraag daarbij is welk deel toegerekend mag worden. Geprobeerd is om een goede inschatting te maken van hoe het eruit zou kunnen zien. Voorspellingen zijn lastig en wijken altijd van elkaar af omdat er aannames worden gedaan over hoe de toekomst eruit gaat zien waardoor tot andere uitkomsten gekomen wordt.
De heer Van Groos bedankt de heer Janssen voor het heldere rapport en de toelichting. Toen werd aangehaald dat bij het realiseren van windparken juridische procedures worden gevoerd werd het woord ‘helaas’ toegevoegd. Hij informeert waarop dit is gebaseerd; is dat omdat veel mensen een gang naar de Raad van State maken die al overbelast is, of komt dit voort uit de wens om zo veel mogelijk windparken te realiseren waarbij hij zich vervolgens afvraagt hoe objectief het voorgelegde rapport is. De heer Janssen antwoordt dat hij het woord helaas bewust heeft gebruikt. Uiteindelijk zou het mooi zij als met elkaar toe overeenstemming gekomen kan worden waar iets zou moeten worden gerealiseerd. Daarvoor eerst bij een rechter uitkomen kan nooit de insteek zijn. De voorzitter bedankt de heer Janssen voor de toelichting op het rapport.
Verslag gespreksavond 21 februari 2024
3
Bespreking raadsvoorstellen met inwoners en daarna college 4.
Vaststelling Beleidsvisie Grootschalige Opwek Duurzame Energie inclusief Voorkeursalternatief
De voorzitter geeft aan dat de gemeente in de Beleidsvisie Grootschalige Opwek Duurzame Energie (afgekort tot GODE) de (rand)voorwaarden rondom de ontwikkeling van zon- en windenergie stelt. De gemeente is verplicht om in 2030 minimaal 50% van de verbruikte elektriciteit duurzaam op te wekken. Het vaststellen van de beleidsvisie vormt de volgende stap in het proces van Grootschalige Opwek Duurzame Energie. De beleidsvisie heeft van 27 september 2023 tot en met 8 november 2023 ter inzage gelegen. Veel mensen hebben daar een zienswijze op ingediend. Sommigen van hen gaan vanavond met de raad in gesprek. Om het inspreken overzichtelijk te houden zijn de insprekers ingedeeld in categorieën. De insprekers die algemeen komen inspreken, komen zo dadelijk als eerste aan het woord. Daarna krijgen insprekers over de Oostkant het woord en ten slotte is het woord aan insprekers over de Westkant van het projectgebied. Algemeen De heer Van Vliet spreekt in namens Langstraat Energie (zie Bijlage 2). De voorzitter biedt gelegenheid om vragen te stellen aan inspreker. De heer Van Zelst begrijpt dat er in de afgelopen jaren rendementen tussen 42% en 68% zijn behaald op het zonnepark van LangstraatZon. Hij vraagt waarom de coöperatie geen omgevingsfonds heeft en waarom de omgeving niet mag meeprofiteren van dit zonnepark dat op de voormalige vuilstortplaats is gelegen.
Hij wijst op de intentieovereenkomst met Green trust en Eneco en vraagt of in het geval het tot de ontwikkeling van een windpark komt er wel of geen omgevingsfonds komt aangezien het uitgangspunt lokaal eigendom is. Hij vraagt voorts welke garanties hier mede namens de partners op gegeven kunnen worden. De heer Van Vliet antwoordt dat het rendement gemiddeld 9% bedraagt. Vanwege de exorbitant hoge prijzen door de schaarste van aardgas zijn er in één jaar tijd enorme verkoopprijzen behaald. Het bestuur heeft besloten om dit uit te keren aan de leden omdat zij in hun privé situatie een hoge energierekening kregen. Langstraat Energie heeft een duurzaamheidsfonds, LangstraatZon is de eigenaar van het park, de leden hebben de zeggenschap en zij hebben besloten om ieder jaar een bijdrage te doen aan het duurzaamheidsfonds. Dit fonds is bedoeld voor maatschappelijke activiteiten in het kader van verduurzaming. Hierbij wordt met name gedacht aan mensen met lage inkomens omdat zij soms niet in staat zijn om de kosten voor verduurzaming te betalen. Als Casade lang wacht met het verduurzamen van de woning zijn mensen ondertussen veel geld kwijt vanwege energieverlies. Gedacht wordt aan een klein potje om deze mensen te kunnen bijstaan, bijvoorbeeld bij het bestrijden van tocht. Er wordt om garanties gevraagd, maar in een coöperatie bepalen de leden wat er gebeurt.
Het bestuur komt met voorstellen die geaccordeerd moeten worden. Het duurzaamheidsfonds is door de ledenvergadering geaccordeerd. De heer Van Zelst is blij met de toelichting over het duurzaamheidsfonds, maar verzoekt toch om de raad daar wat informatie over te sturen. Hij begrijpt dat de fondsen van LangstraatZon naar Langstraat Energie gaan, maar dat dit wordt gedaan om bepaalde kosten te dekken, niet dat het geld wordt vrijgemaakt voor andere zaken.
Verslag gespreksavond 21 februari 2024
4
De heer Van Vliet vervolgt dat Langstraat Energie het Energieloket verzorgt, 12 energiecoaches helpen en adviseren inwoners kosteloos. De kosten van het loket worden door de gemeente betaald. Het duurzaamheidsfonds is bedoeld voor extra zaken waar nu geen voorzieningen voor zijn. De voorstellen hiervoor moeten goedgekeurd worden door de ledenraad van LangstraatZon. De heer Kieboom refereert aan de opmerking over een passende compensatie voor aangetoonde overlast en informeert wat hieronder beschouwd wordt en wanneer hier sprake van is. De heer Van Vliet antwoordt dat de overlast van windmolens bekend en te meten is (geluidsoverlast en slagschaduw). De raad heeft gekozen voor een afstand van 750 meter. Het nadeel hiervan is dat windcontouren met pieken gaan waardoor piekbelasting kan ontstaan. Dit moet per situatie gemeten worden. Als boven een bepaald aantal decibel gekomen wordt, is er sprake van bovenmatige overlast. In de avonduren en ’s nachts zijn deze normen lager en kan aanspraak op een vergoeding gemaakt worden. Piekbelasting kan collectief gemaakt worden door omwonenden die daar last van hebben waardoor de windmolen langzamer moet gaan draaien. ’s Nachts kan de motor afgeremd worden waardoor deze minder geluid geeft waardoor binnen de normen gebleven wordt. De gevoelswaarde is een moeilijk punt.
Vroeger vond men de meelmolens prachtig er moest immers meel gemalen worden en daarover was geen discussie. Nu gaat het om duurzame energie waardoor mensen tegen een windmolen moeten aankijken. De één vindt het een mooi ding, de ander vindt het luchtvervuiling. Er zijn rechtsuitspraken waarin een zekere horizonvervuiling vergoed wordt. De heer Van Dijk wijst op het financiële model achter de coöperatie. Tegenover passende compensatie moeten inkomsten staan. Hij vraagt of dit over periodieke of eenmalige compensatie gaat en of dit vanuit het financiële model wordt gedaan. De heer Van Vliet antwoordt dat er diverse ervaringen met compensatie zijn. Wat het beste werkt is aantoonbare overlast verwerken in deelnamecertificaten die degene die overlast ervaart ontvangt waardoor deze meeprofiteert van de opbrengsten van de windmolen. Onderzoek toont aan dat mensen dan psychologisch gezien 50% minder overlast ervaren. Als mensen dit niet willen kan er een jaarlijkse vergoeding voor overlast gegeven worden die wordt betaald uit de opbrengst van de windmolen. Windmolens zijn op dit moment zeer rendabel, er is nog geen enkele windmolen failliet gegaan, tijdens de levensduur gaat het om acht maal het investeringsbedrag. De meest duurzame windmolen waarvan de wieken uit één materiaal bestaan (hernieuwbaar) gaan nog veel langer mee. Windmolens voor 25 jaar bouwen is niet duurzaam.
De gemeente geeft aan dat zij gebruik wil maken van de meest moderne techniek. De heer Knops merkt op dat een aantal projectontwikkelaars actief is en verzoekt uit te leggen hoe 50% lokale participatie wordt gezien. Voorts vraagt hij wat van de gemeente verwacht wordt om dit te ondersteunen. De heer Van Vliet antwoordt dat er nu staat tenminste 50% dit betekent dat de intentie is dat dit meer zou kunnen zijn. Het aantal van 9 windmolens wordt aangemerkt als een klein project. De twee windmolens op de vuilstort zijn niet rendabel. Meer dan 50% is in zijn optiek haalbaar omdat het een nagenoeg risicoloos project is. Windmolenprojecten hebben aangetoond dat zij rendabel zijn. Er is een groot aantal mensen dat wil investeren in zonnepanelen en windmolens via LangstraatZon omdat dit een safe project is. De coöperatie kan putten uit het provinciale fonds dat recent is opgericht met BOMgelden die met name zijn bedoeld om de 14 coöperaties vanuit Brabant te helpen bij de financiering in de voorontwikkeling van een project. Dit betreft leningen die terugbetaald
Verslag gespreksavond 21 februari 2024
5
moeten worden. Bij het eerste project op de vuilstort heeft de gemeente garant gestaan voor enkele noodzakelijk te maken kosten. De samenwerking met de gemeente en de motivatie om de verduurzaming van de grond te krijgen is prima in orde en schept vertrouwen. Als mensen vooraf een optie kunnen nemen totdat het project groen licht krijgt, is de ervaring dat mensen daadwerkelijk storten en zelfs bijboeken. De heer Knops maakt zich juist zorgen dat de projectontwikkelaar geen zin heeft om delen van het project af te staan. Mensen zullen zondermeer geïnteresseerd zijn, zeker als er een vorm van overlast ervaren wordt is het fijn als de ‘eigen’ windmolen geld oplevert. Hij vraagt hoe afgedwongen wordt dat de projectontwikkelaar delen afstaat aan de Waalwijkse bevolking. De heer Van Vliet vervolgt dat er niet over afdwingen gesproken wordt, het gaat om overleggen en samenwerken. De doelen van sociale wind en zonnepanelen worden onderschreven en gezien door de ontwikkelaars. Indien nodig is men bereid om mee te bewegen. Voor het voorbereiden van de projecten wordt betaald. Het bouwen van de windmolens is een winstproject voor een bouwer die een goed product heeft. Men staat in de rij voor de afname van de energie met een gegarandeerd contract voor 10 jaar.
Op dit moment zijn er voor vijf jaar afspraken met Greenchoice, daarna wordt gekeken of er doorgegaan wordt of dat een andere leverancier een beter bod heeft. Zelfs Eneco met twee windmolens wil meedenken. Oostkant plangebied De heer Vos, inwoner van Drongelen, spreekt in (zie Bijlage 3). Hij is lid van de Meewindgroep Drongelen die de windmolens op een positief, kritische manier volgt. In het verleden heeft hij persoonlijk en samen met anderen zienswijzen ingediend op zowel de NRD, de MER en nu op GODE. De enige aanpassing op de ingebrachte punten is dat de optie om ook vertegenwoordigers van buiten de gemeente Waalwijk plaats te laten nemen in de stichting die over de besteding van het omgevingsfonds gaat beslissen wordt opengehouden. Hij zou liever zien dat optie wordt omgezet in een voorwaarde. Ook zou de zwaarte van de overlast door windmolens moeten meetellen in de facilitering van projecten die de duurzaamheid van in zijn geval gedupeerden aan de overkant van de Bergse Maas vrijwel zeker gaat treffen. Een ander belangrijk punt is het toekennen van een zogenaamd burgerbudget zodat burgers zelf expertise kunnen inkopen om gefundeerd zienswijzen te kunnen indienen. Dit is door de raad steeds afgewezen zonder daar inhoudelijk op in te gaan.
Wel is aangeboden om zaken toe te lichten of om vragen te beantwoorden, maar dat is zoiets als aan de slager vragen om zijn eigen vlees te keuren. Hij verzoekt om uitleg waarom hier nooit inhoudelijk op ingegaan is. Het hele inspraakproces lijkt hierdoor in zijn ogen meer op een proces van ter inzage leggen, de burgers zogenaamd inspraak geven, een vinkje zetten en weer verdergaan. Zo wordt uiteindelijk via de rechtspraak tot een definitief plan gekomen. Hij hoopt dat er op deze twee punten ingegaan wordt en dat de GODE vooral op het eerste punt aangepast wordt. De voorzitter biedt gelegenheid om vragen te stellen aan inspreker. De heer Kieboom verzoekt om verduidelijking met betrekking tot de voorwaarde die worden gesteld. De heer Vos antwoordt dat het nu een optie is, dit zou een voorwaarde moeten zijn.
Verslag gespreksavond 21 februari 2024
6
De heer Van Zelst begrijpt dat gesteld worden dat mensen die een zienswijze in willen dienen financiële steun nodig hebben vanuit de gemeente om een goede weerlegging te kunnen doen. De heer Vos antwoordt bevestigend. Het gaat om een plan dat meer dan 500 pagina’s bestrijkt. De gemeente Altena heeft een bureau ingehuurd om tot een goede zienswijze te komen. Hij vraagt zich af daarom af hoe een individuele burger op een fatsoenlijke manier kan reageren. In zijn optiek is het gewoon een vinkje zetten. De heer Van Zelst gaat hierover nadenken en bekijkt of hier op 7 maart iets aan gedaan kan worden met een motie of amendement. Hij vraagt of insprekers bekend is met gemeenten waar dit soort dingen gebeuren, zo ja welke gemeenten en op welke manier dit gaat. De heer Vos antwoordt dat hij geen directe voorbeelden kan noemen, maar de vereniging NLOVW (Nederlandse Vereniging Omwonenden Windturbines) is daar heel duidelijk over en heeft hier ook vaker om gevraagd. Hij kan de plannen helaas niet volledig doorgronden. De expertise om dit te doen zou hij graag inkopen, maar dat kan hij niet betalen. Dat is de reden waarom hij zich afvraagt hoe je dan een gefundeerde zienswijze kunt indienen.
De heer Van Groos vraagt of in het geval de gemeente Altena een groot bouwplan ontwerpt om in de kern Drongelen meer woningen te bouwen waar bewoners het niet mee eens zijn omdat daarmee hun uitzicht verdwijnt de gemeente financiële middelen beschikbaar stelt om een zienswijze te kunnen indienen tegen het bestemmingsplan. De heer Vos is van mening dat deze vergelijking niet opgaat. Niemand heeft vrij uitzicht. Het gaat hier nadrukkelijk om het ondervinden van overlast door windmolens waarbij het ontvangen van lusten nog een optie is. Vrij uitzicht is wat anders dan overlast. De heer Van Groos vervolgt dat overlast ook kan bestaan uit geluid van de buren en van de bouw, maar vreest dat hij met inspreker van mening zal blijven verschillen. De voorzitter merkt op dat deze vraag niet voor het eerst wordt gesteld in deze setting. De heer Himpers, inwoner van Drongelen, spreekt in namens meerdere inwoners, onder andere vanuit de Dorpsraad en Meewind (zie Bijlage 4). Sinds de aankondiging van de windturbines is hij betrokken en volgt hij de ontwikkelingen met argusogen. Zijn gedachten en gevoelens heeft hij eerder gedeeld via inspraak en het indienen van zienswijzen. De plannen worden steeds concreter.
Het is en blijft jammer dat de gemeente kiest voor een scenario waarbij de inwoners van de naastgelegen gemeente serieus overlast gaan ondervinden zonder dat zij hierop directe politieke invloed kunnen uitoefenen. Dit is onbegrijpelijk als het om zoiets groots als windturbines gaat. De windmolens zullen voor overlast gaan zorgen: rode knipperende lampen in het donker, slagschaduw, geluid, horizonvervuiling, milieuschade. Hij heeft begrepen dat hierover afspraken gemaakt worden met de exploitanten en vraagt hoe geborgd wordt dat de verantwoordelijken er daadwerkelijk voor gaan zorgen dat aan deze voorwaarden wordt voldaan en hoe de gemeente of verantwoordelijke instanties dit bewaken. Daarnaast vraagt hij hoe ervoor gezorgd gaat worden dat burgers inzicht krijgen in welke mate wel of niet voldaan wordt, gemeld wordt wanneer er niet aan voldaan is en eventueel op makkelijke wijze hun recht kunnen halen als er niet aan de voorwaarden voldaan wordt. Na zijn zienswijze kwam als reactie dat op overtreding van de afgesproken maximale geluids- en/of slagschaduwnormen aanpassingen uitgevoerd dienen te worden om binnen de normen te blijven. Als dit niet tot het gewenste resultaat leidt, kan uiteindelijk de
Verslag gespreksavond 21 februari 2024
7
installatie worden stilgelegd. Hij wordt nerveus van het woord uiteindelijk en vraagt zich af hoe lang dit gaat duren. Hij wijst ter illustratie op een casus in de gemeente Houten. Om burgers te beschermen werd besloten om maatwerkvoorschriften in te stellen, echter Eneco wilde na verloop van tijd van deze voorschriften af omdat de opbrengsten in de praktijk tegenvielen en heeft vervolgens een rechtszaak hierover gewonnen. Voorts noemt hij windpark Oud-Dintel waarbij de overlast na het plaatsen serieus veel groter is dan verwacht, iedereen met iedereen in gesprek is, maar ondertussen blijft de overlast al een aantal jaren bestaan onder het mom van ‘wij hebben ons gehouden aan de afspraken’. Inwoners kunnen hier niets mee. Exploitanten maken een bedrijfseconomische en juridische afweging en in de tussentijd hebben de inwoners het nakijken. Hij heeft zojuist met gekromde tenen geluisterd naar het verhaal van kunnen participeren waardoor de overlast ineens minder zou zijn. Hij vraagt welke concrete mechanismen ingebouwd worden om inwoners tegen overlast in bovengenoemde mechanismen te beschermen. Met uiteindelijk voelen inwoners zich echt niet serieus genomen. De voorzitter biedt gelegenheid om vragen te stellen aan inspreker.
De heer Van Groos vraagt in het geval inspreker een bouwwerk op zijn perceel plaatst dat niet vergunning vrij is of niet voldoet aan de vergunning wat hij een logische weg vindt; de gemeente regelt een bulldozer die het bouwwerk platgooit of de gemeente stuurt een brief met het verzoek om het bouwwerk in overeenstemming met de vergunning te brengen waarna er uiteindelijk al niet tot actief overgegaan wordt tot actie overgegaan wordt en geschoond op kosten van inspreker. De heer Himpers is van mening dat genoemde situatie in deze context niet te vergelijken is en daarom heeft het weinig zin om op deze vraag te reageren. De heer Van Groos vervolgt dat wanneer iemand de regels overtreedt, dat kan ook gaan om windturbines, gelegenheid tot herstel wordt geboden en daarom is het woord uiteindelijk opgenomen. Als er niet wordt gereageerd op aanmaningen wordt er uiteindelijk fors ingegrepen. In eerste instantie krijgen partijen altijd de gelegenheid om te herstellen. De heer Himpers merkt op dat er na een jaar gekeken wordt hoeveel overlast er is, maar in de tussentijd duurt de overlast al wel een jaar.
Hij is van mening dat er praktisch gezien kleinere stappen genomen zouden kunnen worden, bijvoorbeeld door de inwoners inzicht te geven wanneer er overlast is zodat zij daarop kunnen acteren en als zij willen acteren dat dit niet heel veel geld gaat kosten om te procederen tegen iets waar zij niet om gevraagd hebben. Hij wil absoluut niet het risico lopen zoals in de gemeente Houten waar men dacht dat er goede afspraken waren gemaakt terwijl er gewoon voor het geld gekozen wordt. Hij weet niet hoe dit daadwerkelijk ingevuld moet worden in contracten, maar hij denkt dat er niet uitgegaan moet worden van ‘wij zijn gewend het zo te doen dus dan doen wij het ook zo’. De heer Van Groos benadrukt dat er juris prudentie is als het gaat om het optreden tegen overlast waardoor niet allerlei zaken bedacht kunnen worden die niet standhouden bij de Rechtbank. De heer Himpers merkt op dat de contracten nog opgesteld moeten worden waarbij alle creativiteit betracht kan worden. Mevrouw Akkermans spreekt in, verwijst naar de ingediende zienswijze en de reactie op verschillende aspecten die zij als erg summier aanmerkt. Zij gaan vervolgens nader in op
Verslag gespreksavond 21 februari 2024
8
enkele punten. Reactie 53.1 ecologische verbindingszones; gevoeligheidskaarten van Sovon worden niet gebruikt omdat het een indicatie is. De gemeente heeft wel een knelpuntenanalyse gemaakt die is gebaseerd op een inschatting. Zij vraagt hoeveel deze knelpuntenanalyse waard is. Voor het project MER is extra onderzoek nodig. Zij vraagt of het niet verstandiger is om eerst onderzoek te doen en vervolgens een voorkeur aan te geven. Reactie 53.2 NNB-gebieden; de Provincie stelt dat bij het plaatsen van windturbines binnen de overdraaiafstand sprake is van directe aantasting van het NNB-gebied. Dit moet gecompenseerd worden. Deze compensatie wordt pas onderzocht wanneer de exacte locatie bekend is. Zij vraagt waarom dan de voorkeur voor dit gebied wordt uitgesproken. Dit wordt vervolgens niet beschreven in GODE. Veldonderzoeken zijn in oktober 2023 afgerond en deze resultaten worden niet meegenomen in GODE maar pas in het vervolgproces. Reactie 53.3 gezondheidsrisico’s; volgens GODE bevindt inspreker zich in het gebied van 47 decibel, maar er mag maximaal 45 decibel geluidsbelasting zijn op de gevel van haar woning. Dit wordt gehandhaafd en waar nodig wordt de turbine stilgelegd. Bij voorbaat is al bekend dat er geluidshinder gaat plaatsvinden. Zij vraagt of zij op de hoogte wordt gesteld wanneer de nulmetingen plaatsvinden.
Reactie 53.7 grootte windturbines; zoals zij al aangaf is een windturbine van deze grootte nog nergens geplaatst. De huidige regelgeving is niet gebaseerd op deze grote windturbines. Zij vraagt hoe omgegaan wordt met GGD- en veiligheidsrapporten en vraagt voorts of er extra onderzoek wordt gedaan naar de veiligheid, gezondheidsrisico’s en invloed op de natuur van deze grote windturbines en zo ja of dit wordt meegenomen. Aangegeven wordt dat veel zaken worden uitgewerkt in het vervolgproces. Zij vraagt of er gelegenheid komt om hier vervolgens op te reageren of dat het blijft bij de ingediende zienswijze. Ondertussen zijn de nieuwe landelijke normen windenergie in de maak. Hieruit blijkt dat de afstand tot kwetsbare objecten tweemaal de tiphoogte moet bedragen. Dit rapport is ontwikkeld doordat windturbines steeds groter worden. Ook de hier voorziene windturbines worden steeds groter. De uitkomsten van nieuwe onderzoeken worden meegenomen in het vervolgproces, maar het onderzoek ligt nu ter inzage en wordt medio 2025 definitief. Dat is net nadat het proces voor windturbines in de gemeente Waalwijk is afgerond. Zij benadrukt dat afsluitend zij het niet fair vindt dat de gemeente 270 arbeidsmigranten als tijdelijke bewoners ziet.
Tijdelijke bewoners die er wel voor zorgen dat de economie in de gemeente goed blijft draaien, stellen dat het schappelijk is dat er 400 in plaats van 300 meter aangehouden wordt terwijl er nieuwe landelijke normen in ontwikkeling zijn. De voorzitter merkt op dat inspreker veel detailvragen stelt en niet weet of de raad deze nu kan beantwoorden. Hij biedt vervolgens gelegenheid om vragen te stellen aan inspreker. De heer Bokšan roept in herinnering dat inspreker tijdens een vorige inspraakronde ook heeft gewezen op de mogelijke effecten voor de gezondheid in de omgeving. Zijn fractie deelt deze zorgen. Wanneer het voorkeursalternatief wordt vastgesteld wordt bij een project in de buurt van inspreker altijd nog een MER procedure doorlopen waarbij nogmaals getoetst wordt op de effecten voor de gezondheid. Hij informeert hoe inspreker over deze tussenstap denkt. Mevrouw Akkermans vervolgt dat het GGD-rapport zich baseert op een ander type windturbines, niet op deze grote windturbines met een tiphoogte van 270 meter. De heer Bokšan deelt deze zorgen. Hij begrijpt dat het maximum van 45 decibel op de gevel een harde eis is en gaat daar straks een vraag over stellen aan de wethouder.
Verslag gespreksavond 21 februari 2024
9
De heer Van Zelst deelt eveneens een deel van de zorgen van inspreker over gezondheid en arbeidsmigranten en gaat deze vragen straks stellen aan de wethouder. Wat betreft de tiphoogte, de raad heeft kaders gesteld. De nieuwe normen van het Rijk zijn kleiner dan de kaders die de raad heeft gesteld, maar het Rijk stelt ook nog andere kaders en de vraag is of die straks ook meegenomen worden. Naar aanleiding van de vraag of er nogmaals een zienswijze ingediend kan worden reageert hij dat hij vermoedt inspreker dan in de bezwaarfase komt. De heer Van Groos merkt op dat deze gespreksavond meer op een vraag en antwoord avond voor de leden van de raad lijkt te worden. De raad heeft de reactienota niet opgesteld. Bijna alle vragen die worden gesteld zijn vragen aan het college waardoor er wellicht beter een vraag en antwoord avond voor het college en de organisatie had kun worden georganiseerd. Deze manier van behandelen komt niet overeen met het karakter van de gespreksavond en doet ook geen recht aan de insprekers. Het is niet zijn rol om antwoord te geven op de vragen die worden gesteld. De voorzitter begrijpt deze opmerking, het is hem ook opgevallen, maar de raad kan de inhoud van de bijdragen van inwoners niet bepalen. Inwoners weten dat de avond op deze manier is georganiseerd, het is spijtig dat de raad hier vanavond niet anders mee kan omgaan.
De heer Verschure spreekt in namens WALEUK Recreatie- en Speelboerderij. Nadat hij de vorige keer heeft ingesproken heeft hij een zienswijze ingediend. Helaas heeft hij hierop niets vernomen vanuit de gemeente. Ondertussen heeft hij begrepen dat er naast geluidsoverlast ook slagschaduw, schittering, lichtoverlast en andere milieubelasting door windturbines wordt veroorzaakt. Door slijtage van de wieken komen micro- en nanoplastics en bisfenol A in het milieu. Uit diverse onderzoeken blijkt dat door de steeds grotere wieken, die een hogere tipsnelheid kunnen maken van 300km per uur, slijtage onder invloed van wind, regen, sneeuw en hagel sterk toeneemt. Per wiek wordt jaarlijks een verlies van 60kg gerapporteerd. Dit zijn zeer kleine fragmenten van het coatingmateriaal die de omgeving in geslingerd worden. Omdat het gebied vaak te maken heeft met westenwind en hij achter de windmolens woont, zullen deze deeltjes voornamelijk zijn kant op komen. De wieken bestaan uit glas- of carbonvezels versterkt met polymeren waarvan expohars en bisfenol A meestal de binders zijn. De totale bijdrage hiervan aan de massa van de wieken ligt tussen 40% en 60%. Bisfenol A is een schadelijke hormoon verstorende stof met effecten op bijvoorbeeld de voortplanting, de stofwisseling, het immuunsysteem en de ontwikkeling van kinderen.
Deze effecten kunnen al optreden wanneer je hele kleine hoeveelheden van bisfenol binnenkrijgt. Dit blijkt uit onderzoek van het RIVM en dit betekent dat met de afgifte van bisfenol uit wiekfragmenten milieuvervuiling ontstaat die uiteindelijk ook in de voedselketen terechtkomt via grazend vee, volkstuinen, tuinen, akkers, boomgaarden en neerslag in het oppervlaktewater dat vervolgens weer wordt gebruikt als drinkwater voor vee en het besproeien van de akkers. Met andere woorden hoe groen is deze groene stroom? De voorzitter biedt gelegenheid om vragen te stellen aan inspreker. De heer Den Braven merkt op dat het aantal grammen dat wordt genoemd niet het aantal is dat bekend is bij zijn fractie omdat dit inmiddels is weerlegd. Hij gaat het college zo dadelijk om verduidelijking vragen. Westkant plangebied De heer Van Dortmont spreekt in namens Vattenfall. Op 21 september heeft de raad met een grote meerderheid een motie aangenomen die het college oproept om te
Verslag gespreksavond 21 februari 2024
10
onderzoeken of en hoe windmolens gerealiseerd kunnen worden in de Overdiepse polder. Dit wordt gewaardeerd en hij is blij dat er extra onderzoeken zijn uitgevoerd en dat hierover afstemming heeft plaatsgevonden. Hij spreekt vanavond in om de voorkomen dat op basis van al deze stukken een onjuist besluit wordt genomen. Gevraagd wordt om in lijn met de motie de Overdiepse polder separaat toe te voegen aan het vka. De effecten op doorstroming en waterberging zijn verwaarloosbaar, hij verwijst hiervoor naar het onderzoek van Witteveen+Bos dat bij de stukken is gevoegd. In dergelijke discussies wordt vaak direct naar de zorgen rondom en Defensie en de juridische aspecten gegaan, maar niet vergeten moet worden waarom Overdiep uniek is en de moeite waard om naar te kijken. Als wordt gekozen voor het vastleggen en uitbreiden van de ruimte voor Defensie is deze mogelijkheid er straks niet meer. De second opinion toont helder aan dat het juridisch mogelijk is. Er zal tegenstand komen, in dit geval van Defensie, maar een beroep van Defensie heeft bij de rechter net zo veel kans als andere beroepen. In de notitie wordt geen onderbouwing aangetroffen waarom dit niet zo zou zijn. Het betekent dat goed onderbouwd moet worden waarom de gemeente kiest voor duurzame energie. Een rechter zal de afweging inhoudelijk slechts terughoudend toetsen.
Voor de tijdlijn heeft dit geen impact ten opzichte van andere locaties. Een belangrijk onderdeel van de onderbouwing is of er een alternatief is. Realistisch kijkend naar het energieverbruik van Waalwijk in 2030 voldoet het huidige vka niet, zie ook het externe onderzoek dat is uitgevoerd door Pondera. Realistisch bezien ligt er een haarscherpe onderbouwing waarom de Overdiepse polder nodig is voor de gemeente richting 2030 die in zijn optiek stand kan houden voor de rechter. Afsluitend geeft hij aan dat wanneer voor de belangen van Defensie gekozen wordt dit grote impact zal hebben op de inwoners, zeker gezien de geplande groei- en verliesbewegingen. Er moet niet alleen naar de juridische aspecten gekeken worden, maar een afweging gemaakt worden op basis van de inhoud. Het is aan de raad om te kiezen wat hij wil met dit gebied. De voorzitter biedt gelegenheid om vragen te stellen aan inspreker. De heer Knops heeft een vraag naar aanleiding van een eerdere discussie over lokale participatie. Hij vraagt hoe Vattenfall de lokale participatie denkt in te richten anders dan de deelname van de zes agrariërs die nu al deelnemen aan het project. Voorts vraagt hij of er ook een mogelijkheid komt voor inwoners van Waspik en ’t Vaartje om financieel te participeren in het project zoals Vattenfall dat voor ogen heeft.
De heer Van Dortmont reageert dat Vattenfall heeft verklaard te voldoen aan het participatiebeleid en het invullen van lokaal eigendom en daarom is men in gesprek met bijvoorbeeld Platform Waspik. De heer Metzke begrijpt dat er aanvullend onderzoek is gedaan in afstemming met de gemeente en informeert hoe deze afstemming eruit heeft gezien. De heer Van Dortmont antwoordt dat er ambtelijk afstemming heeft plaatsgevonden bij het formuleren van de onderzoeksvragen en het bespreken van de resultaten. De heer Spohr vraagt hoe inspreker het ziet dat er afspraken zijn gemaakt met individuele bewoners en hoe dit wordt beoordeeld ten opzichte van andere locaties waar misschien geen afspraken met bewoners zijn gemaakt. Inspreker geeft aan dat het vka niet voldoet. Hij verzoekt aan te geven in welke mate en waarom inspreker van mening is dat deze situatie zich zal voordoen. De heer Van Dortmont antwoordt dat Vattenfall zich aan de gedragscode windenergie op land houdt. Hierin wordt aangegeven dat omwonenden moeten kunnen meeprofiteren van een windpark. Dit wordt toegepast bij alle windparken die ontwikkeld worden, ook
Verslag gespreksavond 21 februari 2024
11
hier. De heer Van den Bos kan antwoord geven op de vraag waarom het vka niet voldoet aan de energiebehoefte. Pondera komt uit op een wat hogere elektriciteitsbehoefte al in 2030 dan het college en dat is onderbouwd in het rapport met drie aspecten. De heer Spohr vervolgt dat inspreker stelt dat de oplossing van de gemeente überhaupt niet voldoet en dat is een boude stelling. Hij had duidelijke voorbeelden verwacht van inspreker als verplichte aanvulling op het vka. De heer Van Dortmont verduidelijkt dat de gemeente de elektriciteitsbehoefte heeft onderschat met name omdat de bijdrage voor het bedrijfsleven niet is meegenomen omdat er vanuit gegaan wordt dat dit volledig energieneutraal zal gebeuren wat gezien de netcongestie niet onmiddellijk logisch is. Voorts is de warmtevraag die zal toenemen waardoor ook de elektriciteitsbehoefte zal toenemen niet meegenomen terwijl er vanaf 2026 geen CV ketels op gas meer mogen worden verkocht. De heer Spohr begrijpt dat inspreker de raad wijst op het nemen van het juiste besluit en oproept om vooral ook aan de Overdiepse polder te denken. Hij vraagt wat het betekent voor de toekomst als de raad kiest voor het vka. De heer Van Dortmont antwoordt dat dit betekent dat er al in 2030 een tekort aan elektriciteit gaat ontstaan in de gemeente.
De heer Spohr benadrukt dat eigenlijk aangegeven wordt dat wanneer nu niet besloten wordt om Vattenfall en de Overdiepse polder op wat voor manier dan ook mee te nemen in dit verhaal er een verkeerd besluit wordt genomen. Hij vraagt of in het geval dit besluit wordt genomen de situatie in de toekomst niet aangepast kan worden. De heer Van Dortmont reageert dat Defensie in december de notitie reikwijdte en detail voor Defensie heeft neergelegd waarin staat dat het aantal vliegbewegingen in Nederland, ook in de Overdiepse polder, fors gaat toenemen. Bovendien is opgenomen dat Defensie de laagvlieggebieden planologisch en juridisch wil verankeren. Dit houdt in dat er een bouwhoogtebeperking komt in de Overdiepse polder waardoor daar geen windturbines gebouwd kunnen worden. De heer Van Groos merkt op dat de regel dat er vanaf 2026 geen CV ketels op gas meer mogen worden verkocht op de helling staat, maar daar gaat het vanavond niet over. Inspreker geeft aan dat er in de kern Waspik veel draagvlak is voor de Overdiepse polder, veel meer dan voor de Bovenkerkse polder. Dat is begrijpelijk want dat is voor de meeste bewoners verder weg. Uit inspraakreacties vanuit de gemeente Altena blijkt dat voorgesteld wordt om de windmolens zo ver mogelijk van haar grondposities te plaatsen en daarom zou hij eerder voor de Bovenkerkse dan Overdiepse polder pleiten.
Hij vraagt of inspreker een opvatting heeft over de weging van de belangen van de eigen inwoners ten opzichte van de inwoners van een buurgemeente, mensen die dezelfde rechten hebben en dezelfde overlast zouden kunnen gaan ervaren. De heer Van Dortmont heeft daar geen opvatting over. Het is aan de raad om deze afweging te maken. De heer Van Zelst informeert hoe in het geval de raad op 7 maart a.s. geen vka toevoegt voor het Overdiep de kans wordt ingeschat dat er in de toekomst nog wel mogelijkheden zijn om hier windmolens te plaatsen. Hij vraagt of gezien de plannen van Defensie om meer vast te leggen voor laagvlieggebieden inspreker vreest dat na vaststelling van deze plannen de kans op windmolens in het Overdiep voorbij is waardoor de doelstellingen voor een klimaatneutraal Waalwijk in 2043 niet gehaald zullen worden.
Verslag gespreksavond 21 februari 2024
12
De voorzitter merkt bij interruptie op dat deze vraag zojuist al gesteld en beantwoord is. De heer Van Zelst vraagt hoe inspreker het ziet in het geval er op 7 maart a.s. geen vka wordt toegevoegd voor het Overdiep per direct het afsprakenkader van afgelopen vrijdag verlaten moet worden. De heer Van Dortmont antwoordt dat Vattenfall dat zou betreuren en aanmerken als een gemiste kans. De Overdiepse polder is uitermate geschikt voor windenergie met een mooi constante luchtstroom en een hoge constante windsnelheid. De heer Bokšan merkt op dat er een vraag werd gesteld over een brief aan de gemeente waarin Vattenfall stelt dat er in de berekeningen niet voldoende rekening is gehouden met de energiebehoefte. Er werd stilgestaan bij het niet opnemen van de internationale en nationale ontwikkelingen, CV ketels en dat de groei van bedrijvigheid volledig energieneutraal gebeurt. Naar aanleiding van de opmerkingen in deze brief heeft hij technische vragen gesteld waarna uit de beantwoording blijkt dat het college dit voor zover mogelijk en relevant wel heeft meegenomen in de berekeningen. Het maximale scenario voor de autonome groei is ook meegenomen. Bij de elektrificering voor de warmtevraag heeft het college gekeken naar de adviezen van het adviesbureau. In de brief wordt uitgebreid stilgestaan bij het belang van Defensie, maar Rijkswaterstaat wordt nergens genoemd.
Rijkswaterstaat geeft aan dat wanneer de gemeente redelijkerwijs geen alternatieven kan aantonen de Overdiepse polder een optie is. In het vka wordt wel een alternatief genoemd en daarom zou hij graag een reactie van inspreker horen over het standpunt van Rijkswaterstaat. Voorts wordt het nationaal programma ruimte voor Defensie genoemd waarbij naar 9 laagvlieggebieden wordt gezocht. Hij is benieuwd of inspreker zich ervan bewust is dat dit niet over alternatieve maar over aanvullende locaties gaat. Hij garandeert dat zijn fractie graag de opties wil bekijken en ervoor willen zorgen dat dit goed wordt gedaan, maar in zijn optiek wordt in de brief bagatelliserend gesproken over het belang van Defensie. Hij hoort liever het geluid van Nederlandse helikopters dan het geluid van Russische SU35’s. Gezien de huidige oorlogsdreiging en de onzekerheid die terugkomt in het nieuws van de afgelopen weken hoort hij graag een reflectie van inspreker ten opzichte van deze casus. De heer Van Dortmont antwoordt dat in de Beleidslijn grote rivieren een uitzondering wordt gemaakt voor duurzame energie en daarbij moet worden aangetoond dat er onvoldoende alternatieven zijn. Vattenfall gaat er vanuit dat de elektriciteitsbehoefte tot 2030 is onderschat en dat het vka onvoldoende invulling geeft aan de elektriciteitsvraag en daarom wordt gezegd dat er onvoldoende alternatieven zijn.
Overdiep is nodig om de behoefte überhaupt te kunnen invullen. Aanvulling in plaats van uitbreiding van de gebieden voor Defensie; de raad gaat over het leefmilieu van de inwoners. Het aantal vliegbewegingen zal verdubbelen. Niemand zal betwisten dat er liever geen Russische vliegtuigen worden gezien dus het is duidelijk dat Defensie meer moet oefenen. Verwacht zou kunnen worden dat de 9 aanvullende gebieden voldoende zijn om Overdiep te ontlasten. Daar wordt al meer dan 20 jaar gevlogen. Defensie zou ook kunnen kiezen voor intensiever vliegen in andere gebieden. Defensie geeft aan dat er speciale oefeningen worden gedaan in Overdiep (water scheppen uit de Maas). Nederland heeft voldoende water. Onderzocht wordt of het mogelijk is om de vliegbewegingen naar Zeeland te verplaatsen of om ook daar te gaan vliegen gezien de mogelijkheid voor het scheppen van water. De heer Bokšan constateert dat de toon die in de brief gebruikt wordt in de beantwoording niet anders is en dat vindt hij jammer gezien het grote belang van Defensie.
Verslag gespreksavond 21 februari 2024
13
De heer Van Genugten spreekt in (zie Bijlage 5). De voorzitter biedt gelegenheid om vragen te stellen aan inspreker. De heer Metzke komt later terug op de opmerkingen over de houtwal. Inspreker geeft aan dat het huidige vka volstrekt niet voldoende is om straks aan de energievraag te voldoen waardoor hij juist dacht dat zowel de Kerkvaartse haven en het Overdiep voorgesteld zouden worden, maar voorgesteld wordt om de Kerkvaartse haven te laten vallen en te kiezen voor het Overdiep. Hij raagt of dan wel wordt voldaan aan de opgave tot 2043. De heer Van Genugten reageert dat met de wens voor meer bedrijven en meer woningen er meer nodig is dan wat er in 2030 zal staan, maar hij kan dit niet exact aangeven. De heer Hooijmaijers, bewoner van de Overdiepse polder en betrokken burger, spreekt in. Elf jaar geleden zijn er door voorgangers van de raad verplichtingen aangegaan voor Waalwijk energieneutraal. Nu ligt er de plicht voor de volksvertegenwoordigers om dit voort te zetten omdat burgers hebben gestemd op zowel individuen als partijen. Hij vraagt zich af hoe het kan zijn dat er discussie wordt gevoerd en dat er niet naar de stemmers wordt geluisterd. Communicatie en participatie zijn belangrijk. Een mooi voorbeeld in onze duurzame gemeente is het terpenplan in de Overdiepse polder. Daar is gezamenlijk aan begonnen, samen zijn wij sterk.
Hij begrijpt het niet waarom voor het plan in de Overdiepse polder nog geen belangstelling is getoond en waarom de samenwerking niet opgepakt wordt. Voorstanders en tegenstanders kunnen met elkaar tot een goed besluit komen en daarom vraagt hij om het Overdiep toe te voegen aan het vka en parallel te laten lopen in een tweede spoor. Persoonlijk is hij van mening dat de energiebehoefte in de Bovenkerkse polder op het randje zal zijn. Als de Overdiepse polder niet aan het vka toegevoegd wordt om parallel te lopen aan het tweede spoor zullen de doelstellingen van elf jaar geleden niet gehaald worden. Defensie timmert alles dicht, er is geen alternatief. Hij hoopt dat hij de aanwezigen heeft kunnen overtuigen om de samenwerking aan te gaan, Overdiep parallel mee te laten lopen aan het tweede spoor, de samenwerking op te pakken en alles bespreekbaar te maken om een goed besluit te nemen. Afsluitend roept hij op te luisteren naar de burgers zodat iedereen trots kan zijn op wat er gezamenlijk wordt bereikt. De voorzitter biedt gelegenheid om vragen te stellen aan inspreker. Mevrouw Veraa informeert wat inspreker onder samenwerking verstaat. De heer Hooijmaijers geeft graag voorbeelden. In de Overdiepse polder is men een samenwerking aangegaan. Er waren twee kartrekkers die dat samen hebben gerealiseerd.
Hij is de trotse vader van een zoon van 7 die dolgraag met zijn buurjongetje speelt. Zijn buurman is tegen het windpark maar hij is voor omdat wanneer de samenwerking wordt aangegaan er tot een goed besluit gekomen kan worden. Dat zijn buurman tegen is, betekent niet dat er met hem geen rekening gehouden hoeft te worden. Het gaat om samen doen. Mevrouw Veraa vraagt hoe inspreker in de samenwerking de rol van de gemeente voor zich ziet. De heer Hooijmaijers denkt dat het geen geheim is dat er al plannen zijn voor de windmolens die er zouden kunnen komen. Er is geen belangstelling getoond voor dit plan. Wellicht zijn er fantastische ideeën, maar als deze niet bekend gemaakt worden
Verslag gespreksavond 21 februari 2024
14
kunnen deze niet meegenomen worden. Hij roept elkaar sterker te maken om tot een goed plan te komen. Hij is onvoldoende capabel om over de Bovenkerkse polder te beslissen, maar hij wil het wel samen doen. Hij roept de gemeente op om aan tafel te komen om kennis te nemen van elkaars punten om tot een goed plan te komen. De heer Van Zelst gaat een vraag stellen die de Partij voor de Dieren zou stellen. Een aantal jaren geleden heeft inspreker een betoog gehouden over dierenwelzijn en de negatieve kanten van windmolens op dierenwelzijn en de melkproductie. Hij vraagt of inspreker inmiddels over nieuwe onderzoeken beschikt waaruit het tegendeel blijkt. Als dit niet het geval is, verzoekt hij inspreker uit te leggen waarom hij nu wel voorstander is van windmolens in het Overdiep. De heer Hooijmaijers antwoordt dat destijds is onderzocht welke invloed windmolens hebben op de gezondheid van zijn koeien, daarbij ging het om een tiphoogte van 180 meter. Aangegeven werd dat wanneer dit binnen een bepaald afstandscriterium valt aangenomen mag worden dat er schade kan zijn voor het melkvee (straling). Het landelijk afstandscriterium werd verhoogd en daardoor is deze zorg vervallen. Hij wil graag zelf de regie houden waar de windmolens komen zodat de afstand van molen naar boerderij goed weggezet wordt. Bij straling is ook de windrichting een belangrijk aspect.
De heer Van Zelst kan het nog niet helemaal volgen en stelt voor om hier later nog eens over te spreken. Drie jaar geleden was de windrichting hetzelfde als nu. Omdat hij zich zorgen maakt, wilde hij toch even de Partij voor de Dieren vertegenwoordigen. De heer Hooijmaijers herhaalt dat elf jaar geleden een verplichting is aangegaan; Waalwijk energieneutraal. Toen was de Overdiepse polder nog niet definitief klaar, de specie van de boerderijen was nog niet hard, maar de bewoners kregen al te horen dat er een wens was om windmolens te plaatsen. Er was net een intensief plan gerealiseerd dat veel teweeg bracht bij mensen, maar er werd wel om inspraak gevraagd, kom later terug. Mevrouw Schilders vraagt wanneer inspreker zich wel serieus genomen voelt daar aangegeven wordt dat er helemaal geen belangstelling is getoond voor het plan Overdiepse polder. Bij het vorige agendapunt is een uitgebreide toelichting gegeven op de second opinion, er is een onderzoek uitgevoerd waar veel gemeenschapsgeld in gestoken is en daarom begrijpt zij niet dat dit zo wordt gesteld. De heer Hooijmaijers antwoordt dat een half jaar geleden met de onderzoeken is gestart. Twee jaar van te voren werd al gevraagd om eens langs te komen omdat er bereidheid was om de gemeente te helpen haar doelstelling te bereiken. In deze twee jaar heeft men zelf het voortouw genomen om verder te gaan.
Er is vaak genoeg contact opgenomen met de gemeente, maar er is geen respons gekomen en dat wordt betreurd. Inspreker herhaalt zijn verzoek om dit parallel te laten lopen aan het tweede spoor omdat anders niet aan de energiebehoefte voldaan kan worden. De heer Bonninga spreekt in. Hij vraagt zich af waarom de windturbines precies voor zijn deur worden gepland. Het is bekend dat wieken van windturbines en vogels geen goede match zijn. Een Apache is niet zo snel uit de lucht te slaan, maar ook de luchtmacht wil deze wieken niet in haar buurt. Aan de oostkant van Waspik wordt een mooi natuurgebied ontwikkeld waar veel vogels op af komen en nu is er een plan om heel dicht bij dit natuurgebied windmolens te plaatsen. Momenteel staan er ongeveer 1.800 windturbines in Nederland die zorgen voor 50.000 vogelslachtoffers, ongeveer 28 vogels per turbine. Gezien het geplande aantal windmolens in Waalwijk wordt dit een paar honderd vogels meer. De luchtmacht ziet het liefst dat de Overdiepse polder wordt
Verslag gespreksavond 21 februari 2024
15
gevrijwaard van deze turbines. Hij is ex-militair en heeft geoefend in verschillende gebieden. Er zijn altijd restricties. Aangezien er een natuurgebied wordt ontwikkeld mag de KLU wel enige concessies doen. Windturbines worden gemaakt van verschillende materialen, voldoende recyclebare materialen zoals staal en ijzer. De wieken baren hem zorgen vanwege de kunststoffen waarvan deze gemaakt worden. Aan het eind van de levensduur worden deze weleens begraven. Bekeken wordt of de wieken vermalen kunnen worden om er stoeptegels van te maken, maar dat is het vooruitschuiven van het probleem omdat het nog steeds om vermalen rotzooi gaat. Zojuist is al aangegeven wat er door de wieken de natuur in geslingerd wordt en daarom roept hij op aan het einde van de levensduur de resten niet in de natuur te gooien. Als noodzaak voor de komst van de windturbines wordt aangegeven dat ze ergens moeten komen omdat er anders onvoldoende stroom zal zijn. Als de windmolens nergens kunnen komen, moet naar alternatieven gekeken worden. Als hij boodschappen gaat doen, komt hij langs een windmolenpark waarvan altijd een paar molens stilstaan. Plaatjes geven aan wat een windmolen zou moeten opleveren, hij vraagt zich af of dit daadwerkelijk gerealiseerd wordt aangezien windmolens zo vaak stilstaan. Hij is geschrokken toen hij zich inlas over het onderhoud van windmolens.
In een windmolen zit 2.000 liter keerolie, 500 liter hydraulische olie. Groen? Hij denkt het niet. Dit moet ook ververst worden. De voorzitter constateert dat er geen vragen zijn aan inspreker. De heer Van Dongen spreekt in namens Platform Waspik aan de vooravond van het vaststellen van het voorkeursalternatief voor locaties van windmolens in de gemeente. Het Platform staat deze ontwikkelingen zeker niet in de weg, maar wil wel streven naar de best mogelijke oplossing waarbij een gedegen en doordachte onderbouwing als grondslag geldt voor het vaststellen van de locaties. Het Platform heeft kennisgenomen van de onderzoeksrapporten naar de energiebehoefte van Waalwijk waarbij volgens opgave van de raad is gekeken naar de behoefte tot 2030. Over deze berekening van de toekomstige energiebehoefte heeft hij een aantal vragen. In de opdracht wordt uitgegaan van 50% duurzame opwek. Hij vraagt of dit wel correct is. Het regeerakkoord voor 2030 is namelijk aangepast naar 55%. Dit is in verhouding 10% extra, oftewel 24 gigawatt uur op jaarbasis. Er wordt ook uitgegaan van 30 gigawatt uur opbrengst uit de geplande 15 hectaren zonnevelden. Echter met de huidige stand der techniek komt hij maar tot 13 gigawatt uur. Deze twee punten bij elkaar opgeteld komen uit op een tekort van twee windmolens.
Hij vraagt of er ook rekening wordt gehouden met de energiebehoefte in de verdere toekomst na 2030. Het Platform ziet geen plannen van de gemeente voor 2030 tot 2043. Pondera geeft aan dat de energiebehoefte in 2030 met een factor 2,5 tot 3 kan toenemen gezien de te realiseren woningbouw met onder andere full electric warmtepompen, de toename van elektrisch vervoer (een doelstelling van de gemeente) en industrie en logistiek die moeten elektrificeren (de ambitie voor een full electric haven). Daarnaast is het argument dat in het doorstroomgebied Overdiep geen windmolens kunnen staan van tafel omdat de berekening aantoont dat er slechts 0,13mm waterstijging ontstaat door de windmolens. Dit valt binnen het door Rijkswaterstaat gestelde maximum van 1mm. Wat betreft de op handen zijnde ruimteclaim van Defensie geeft hij aan dat de Overdiepse polder slechts een klein deel van het oefengebied Maas en Waal is. Om voldoende energie op te wekken tot 2030 zal de doelstelling met het huidige vka niet gehaald worden, laat staan wat de verwachting is na 2030. Als de locatie Overdiep nu wordt geschrapt, komt deze locatie voorlopig niet terug. Het Platform ziet liever een clustering van windmolens in de Overdiepse polder dan een versnippering door de hele gemeente. Hij roept de raad op dit mee te nemen in zijn overwegingen. De voorzitter biedt gelegenheid om vragen te stellen aan inspreker.
Verslag gespreksavond 21 februari 2024
16
De heer Van Zelst informeert of hij het goed begrijpt dat Langstraat Energie inmiddels een overeenkomst heeft gesloten met Platform Waspik om tot één energiecoöperatie te komen. Voorts vraagt hij of er in de toekomst nog mogelijkheden zijn in de Overdiepse polder als Defensie beperkingen oplegt met haar nieuwe plannen waardoor uiteindelijk niet tot klimaatneutraal in 2043 gekomen wordt. De heer Van Dongen antwoordt dat er nog geen overeenkomst is gesloten, er worden gesprekken gevoerd om te kijken naar de ontwikkelingen en mogelijkheden in de toekomst vanuit de wens om samen te werken met andere organisaties. Hij veronderstelt dat de doelstelling niet gehaald wordt als de Overdiepse polder uitgesloten wordt. Hij acht 2043 absoluut niet haalbaar en ook bij 2030 plaatst hij vraagtekens. Het Platform pleit ervoor om zich te richten op de Overdiepse polder in plaats van de Bovenkerkse polder. Als de locatie Overdiep nu verlaten wordt, krijgt Defensie daar de ruimte en kunnen daar nooit meer windmolens geplaatst worden. Waspik vreest dat er in dat gevoel windmolens rondom het dorp komen en daar wordt niemand blij van. De heer Van den Bosch spreekt in namens HMC Energieparken. Hij ondersteunt de initiatiefnemers van de Overdiepse polder om daar een windpark te realiseren.
Naar aanleiding van de motie zijn twee zaken nader onderzocht; de mogelijkheid om windmolens te plaatsen in het overstroomgebied en de toekomstige energiebehoefte van Waalwijk. Voor het overstroomgebied zijn gesprekken gevoerd met Rijkswaterstaat. Hieruit blijkt dat het plaatsen van windmolens mogelijk is op grond van artikel 6 van de Beleidslijn grote rivieren. Een belangrijke voorwaarde daarbij is dat de stijging van de waterstand in de rivier onder 1mm blijft. Een bureau heeft destijds onderzoek gedaan naar de invloed van de terpen en daaruit blijkt dat rekening gehouden moet worden met een stijging van maximale 0,13mm wat als verwaarloosbaar wordt aangemerkt. Voorts is gekeken naar de maatschappelijke noodzaak, de windmolens kunnen niet buiten het rivierbed geplaatst worden. Hieraan wordt voldaan als via een plan MER alternatieve locaties zijn vergeleken, waaruit blijkt dat de windmolens in het rivierbed nodig zijn om de gemeentelijke doelstelling te halen. Pondera is gevraagd om duidelijk te maken hoe de elektriciteitsvraag eruit zal zijn in 2030 en in 2043 want het einddoel is Waalwijk 100% duurzaam. Dit komt voor 2030 uit op 317 gigawatt uur. Het college komt uit op 241 gigawatt uur (25% lager).
Belangrijkste oorzaak hiervoor is het niet meenemen van de landelijke ontwikkelingen, de aanname dat de toename van bedrijvigheid volledig energieneutraal is en het slechts beperkt meenemen van de stijging van de elektriciteitsbehoefte voor de warmtevraag ondanks het verbod op gasgestookte CV ketels vanaf 2025. Gevreesd wordt dat daadwerkelijke verbruik in 2030 hoger zal zijn. Daarnaast stijgt de energiebehoefte tot 850 gigawatt uur in 2043 (350%). Daarom is de conclusie dat windpark Overdiep onmisbaar is om de doelstelling te realiseren. Genoemde onderzoeken maken duidelijk dat punt 2 van de motie standhoudt; Overdiep is geschikt om windenergie op te wekken. Afsluitend verzoekt hij de raad om als parallelspoor een nieuwe procedure op te starten om windpark Overdiep te faciliteren. De voorzitter biedt gelegenheid om vragen te stellen aan inspreker. De heer Van Zelst vraagt inspreker wat hij denkt dat er gebeurt als de locatie Overdiep nu niet in het vka wordt meegenomen. De voorzitter merkt op dat deze vraag inmiddels voor de derde maal wordt gesteld. Inspreker krijgt de gelegenheid om antwoord te geven, maar hij de heer Van Zelfst verzoekt om deze vraag daarna niet opnieuw te stellen.