Verslag gespreksavond 150126
Tekst van het document
Beknopt verslag van de gespreksavond gehouden op donderdag 15 januari 2026 Voorzitter: Griffier:
de heer R. Tiemstra de heer J. Deneer de heer J. Chambille mevrouw M. Peeters
Aanwezig:
de heer A. van Belkom de heer B. Bruurmijn de heer W. Damen de heer J. van Dijk de heer J. van Hest de heer K. Mandemakers de heer J. de Meijer de heer N. van der Pluijm mevrouw M. Verhagen-van Lier mevrouw M. Veraa de heer E. van Bockel de heer M. Bokšan de heer D. Dubbeldam mevrouw I. Klerks de heer T. Klerks de heer G. den Braven mevrouw A. Kenger mevrouw Y. van Laar de heer R. Frodyma de heer H. de Vaan mevrouw M. van Thielen mevrouw C. de Bruijn de heer N. Kieboom de heer H. Metzke de heer J. van Groos de heer W. van Veelen de heer J. de Zwart mevrouw Y. IJpelaar
Lokaal Belang Lokaal Belang Lokaal Belang Lokaal Belang Lokaal Belang Lokaal Belang Lokaal Belang Lokaal Belang Lokaal Belang Lokaal Belang VVD VVD VVD VVD VVD GroenLinksaf GroenLinksaf GroenLinksaf Samen Waalwijk Samen Waalwijk Samen Waalwijk CDA D66 D66 ChristenUnie ChristenUnie ChristenUnie Lijst IJpelaar
Afwezig m.k.
de heer G. Kocken mevrouw B. Koptagel-Demirbas de heer W. Lodenstijn de heer J. Pulles de heer H. van Zelst
Samen Waalwijk Lokaal Belang Lokaal Belang Lokaal Belang SGP
Portefeuillehouders:
de heer A. de Jong mevrouw S. Schuijffel de heer S. Slaats
Secretaris:
de heer M. Tromp
Notulen:
notulistenbureau Leeuwenburgh Vendrig
1. Opening en mededelingen De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen harte welkom.
Verslag gespreksavond 15 januari 2026
1
Hij meldt het bericht van verhindering van de leden Kocken, Koptagel, Lodenstijn, Pulles en Van Zelst. De raadsvoorstellen die vanavond worden besproken komen op de agenda van de raadsvergadering van 29 januari a.s. De vergadering wordt via een livestream uitgezonden. 2.
Vaststellen van de agenda
De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. Bespreking raadsvoorstellen met inwoners en daarna college 3.
Vaststellen Omgevingsvisie gemeente Waalwijk
Iedere gemeente is wettelijk verplicht om uiterlijk in 2027 een Omgevingsvisie te hebben. Met de vaststelling van nu voorliggende Omgevingsvisie voldoet de gemeente Waalwijk aan deze eis. De voorzitter biedt gelegenheid om in te spreken. De heer Weijters spreekt in en geeft aan dat volslagen onterecht de indruk wordt gewekt dat de voorliggende conceptversie van de Omgevingsvisie met haast vastgelegd moet worden en dat veroorzaakt bij veel burgers een gevoel van onvrede. De fatale beslistermijn op grond van de Omgevingswet is 31 december 2026 en daarom is er voldoende tijd om niet overhaast te werk te gaan. Aan het einde van deze maand al een besluit nemen kan mogelijk fouten opleveren omdat nog niet alle dossierstukken voor iedereen helder zijn. Het dossier dat vanavond voorligt telt 700 pagina’s. De commissie voor de milieueffectrapportage was glashelder in haar advies; de MER is te algemeen opgesteld als houvast voor concrete besluitvorming. Het blijft onduidelijke welke keuzes noodzakelijk zijn om de ambities vanuit de Omgevingsvisie te realiseren. Dit met een bijlage repareren is sowieso als merkwaardig te kwalificeren, maar op zijn minst zou daarna een onderbouwd advies van degene die het advies heeft uitgebracht gevraagd moeten worden of de aanvulling als compleet beschouwd mag worden. Een tweede advies komt van de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden.
De drie daarbij aangegeven stappen hoe raadsvoorstellen het best beoordeeld kunnen worden moeten niet onbekend zijn voor de raad. Voorts verwijst hij naar de aankomende verkiezingen op 18 maart aanstaande waarbij de burgers voor de komende vier jaar de nieuwe raadsleden kiezen. Veel van de thans zittende raadsleden zijn niet opnieuw verkiesbaar en vanwege het aantal inwoners wordt het aantal zetels uitgebreid van 29 naar 31 zetels. De nu voorliggende Omgevingsvisie heeft zodanig verstrekkende gevolgen dat daaraan serieus aandacht dient te worden besteed omdat deze van invloed zijn op heel Waalwijk. Het besluit zou daarom juist door de nieuwe raadsleden genomen moet worden. Hij stelt voor een werkgroep aan te stellen waarbij leden vanuit de politieke fracties worden vrijgemaakt om te kunnen deelnemen zodat zij ruim de tijd kunnen nemen om dit dossier te bespreken samen met een zorgvuldig te selecteren groep burgers. Ook hij heeft het dossier inhoudelijk onvoldoende kunnen doornemen waardoor bespreking nu minder zinvol is. Hij ontraadt het nemen van een besluit op 29 januari a.s. af en roept op daarmee te wachten tot de nieuwe gemeenteraad is gestart. Zelfs na een inwerkperiode is er nog 9 maanden tijd om tot een stevige fundering te komen. De voorzitter biedt gelegenheid om vragen te stellen aan inspreker.
Verslag gespreksavond 15 januari 2026
2
De heer Van der Pluijm is het niet eens dat er een haastige beslissing wordt genomen gezien het voortraject dat is doorlopen en verzoekt om verduidelijking. De heer Weijters reageert dat slechts drie fracties vragen hebben gesteld over een dossier van 700 pagina’s. Op een aantal vragen is nog geen volledig antwoord gekomen. Hij begrijpt niet dat er niet meer tijd genomen wordt. De heer Van der Pluijm vervolgt dat zijn fracties ideeën heeft en voornemens is om moties en amendementen in te dienen om op bepaalde punten verbeteringen aan te brengen. Hij weet uit ervaring dat het inwerken van nieuwe raadsleden veel tijd vergt en vraagt of het niet als probleem gezien wordt dat nieuwe mensen zich in redelijk korte tijd moeten inlezen op dit dossier. De heer Weijters is van mening dat raadsleden de plicht hebben om hun stem uit te brengen. Als zij onvoldoende kennis hebben heeft de stem niet de waarde die deze zou moeten hebben. Hetgeen wat al gepasseerd is, is grotendeels vastgelegd op papier en terug te lezen in 9 maanden tijd. De heer Van der Pluijm merkt op dat er veel op raadsleden afkomt in het begin en dan is een dossier van 700 pagina’s echt veel waardoor hij denkt dat het vooral in praktisch opzicht spaak zal lopen. De heer Weijters informeert wie van de aanwezige raadsleden de 700 pagina’s daadwerkelijk heeft doorgenomen om op 29 januari een beslissing te kunnen nemen.
De voorzitter vermoedt dat de heren het niet eens worden en stelt dat het goed is om kennis te nemen van elkaars standpunt. Mevrouw Klerks bevestigt dat de raad een toezichthoudende en kaderstellende rol heeft, hoe dit wordt ingevuld en of daartoe 700 pagina’s worden gelezen is aan de raad. De huidige raad is ervaren en in de afgelopen vier jaar meegenomen door de organisatie in meerdere sessies over de Omgevingsvisie en daarom het meest capabel om daar een besluit over te nemen. De heer Weijters benadrukt dat de nieuwe raadsleden straks verantwoordelijk zijn voor hetgeen hieruit voortkomt. Mevrouw Klerks vervolgt dat wat nu voorligt een langere doorloop heeft dan vier jaar. Het is ook niet mogelijk om de raadsleden die over vier jaar gekozen worden hierbij te betrekken. De huidige raad heeft tot de verkiezingsdatum mandaat om keuzes te maken. Zij wijst op een voorbeeld in de gemeente Bilthoven dat er de komende twee maanden niet vergaderd kan worden en ook BOPA’s niet meer vastgesteld kunnen worden. De huidige raad is ervaren, de opvolgers kunnen straks prima met de keuzes uit de voeten, partijen zetten hun ideologie gewoon voort en blijven voor een groot deel hetzelfde. Juist vanwege de voortgang in de raad kan de Omgevingsvisie gewoon vastgesteld worden.
De heer Weijters begrijpt niet waarom bepaalde zaken na 29 januari geen doorgang meer zouden kunnen hebben of vertraagd worden. Mevrouw Klerks verduidelijkt dat er op 29 januari een besluit genomen kan worden omdat de huidige raad het meest ervaren is en is meegenomen in dit dossier en in die zin ook meer capabel is om hierover een besluit te kunnen nemen dan de nieuwe raad.
Verslag gespreksavond 15 januari 2026
3
De heer Weijters benadrukt dat het jaren heeft geduurd voordat deze wet er was en daarom moet daarover geen overhaast besluit genomen worden. Mevrouw Klerks kan zich niet vinden in de suggestie dat er een overhaast en onzorgvuldig besluit wordt genomen aangezien het besluit zorgvuldig door het college en de ambtelijke organisatie is voorbereid. De voorzitter stelt voor de discussie te staken en het debat te voeren in de raadsvergadering die daarvoor is bedoeld. De heer Frodyma vraagt inspreker waarom hij denkt dat het college ervoor kiest om de Omgevingsvisie net voor de verkiezingen vast te stellen terwijl de nieuwe raad straks verantwoordelijk is voor de uitvoering en er tot 1 januari 2027 tijd is om dit zorgvuldig te zoen. De heer Weijters heeft tot dit moment nog geen argumenten gehoord die duidelijk maken waarom dit zo moet gebeuren. De voorzitter bedankt inspreker voor zijn bijdrage en geeft aan dat aan het einde van de behandeling van dit agendapunt gelegenheid wordt geboden om een slotreactie te geven. De heer Verdoorn heeft een plantenkwekerij in Sprang-Capelle waarin hij met hart voor zijn bedrijf, de medewerkers en de omgeving werkt. De voorliggende Omgevingsvisie is ambitieus en duidelijk wordt dat Waalwijk vooruit wil, economisch, vitaal, duurzaam en met zorgvuldigheid. De visie geeft richting en ruimte om stap voor stap keuzes te maken.
Zijn perceel van 5 hectaren ligt langs het Halve Zolenpad, een gebied dat in de visie wordt aangeduid als toekomstige onderzoeklocatie. Hij heeft eerder al een verzoek ingediend en spreekt vandaag in om twee zaken onder de aandacht te brengen. De kassen zijn verouderd. Voor een goede bedrijfsvoering moeten in de komende jaren investeringen gedaan worden (vervanging, verduurzaming, optimalisering). Zijn dilemma is of er nu vooruitlopend op de kaders geïnvesteerd moet worden of gewacht moet worden tot er meer duidelijk is. In de Omgevingsvisie wordt onderscheid gemaakt tussen ontwikkellocaties, onderzoeklocaties en toekomstige onderzoeklocaties. Dit zou voor tien jaar onzekerheid kunnen zorgen. Hij begrijpt dat zorgvuldigheid belangrijk is en waardeert de gebiedsgerichte aanpak, maar tegelijkertijd zijn niet alle locaties gelijk qua gebruik, bebouwing en urgentie. Zijn perceel is grotendeels bebouwd en kan een bijdrage leveren aan vitaliteit en leefbaarheid van de kern Capelle, de westelijke Langstraat en de maatschappelijke meerwaarde voor Waalwijk. Hij vraagt of de raad op korte termijn voor meer inzicht, snelheid in het onderzoekproces en meer duidelijkheid en maatwerk kan zorgen. Tien jaar is te lang en het zou zonde zijn om dit momentum niet te benutten.
Afsluitend nodigt hij de raadsleden uit een kijkje op zijn locatie te komen nemen om de potentie van dit gebied te ervaren. De voorzitter biedt gelegenheid om vragen te stellen aan inspreker. De heer Bokşan vraagt welke vorm van duidelijkheid en inzicht inspreker als ondernemer nodig heeft om investeringen te kunnen doen. De heer Verdoorn antwoordt dat de gemeente duidelijk moet maken wat zij met de kern Capelle wil aangezien de leefbaarheid en de voorzieningen in deze kern achteruit gaan. Zijn locatie zou een rol kunnen spelen in de vitaliteit. Hij moet kunnen bepalen of hij zijn bedrijf gaat voortzetten in de komende 20 jaar of dat er op korte termijn ontwikkelingen te verwachten zijn waardoor hij zijn een bedrijf of een andere manier moet runnen, verkopen of herontwikkelen.
Verslag gespreksavond 15 januari 2026
4
De heer Van der Pluijm vraagt of inspreker weet waarvoor zijn locatie onderzocht wordt. De heer Verdoorn reageert dat zijn locatie is aangeduid als potentieel onderzoekgebied. In de bijlage bij de MER staat een voorstel voor de ontwikkeling van woningbouw in één of andere vorm. Voorts moet het gebied onderzocht worden omdat GlasNat ooit ontwikkeld is als concentratiegebied voor glastuinbouw. Hij vraagt zich af of de concentratie op deze plek nog de juiste concentratie is. Een deel van de ondernemers in het onderzoekgebied betrekt warmte van de Amercentrale maar aangegeven is dat dit vanaf december niet meer mogelijk is waardoor zij hun kassen op een andere manier moeten verwarmen. Als hiervoor investeringen gedaan moeten worden, is het belangrijk om te weten of deze investeringen in de komende 15 tot 20 jaar terugverdiend kunnen worden. De heer Van Groos heeft aangaande de genoemde potentie begrepen dat er ook andere locaties voor woningbouw in beeld zijn en vraagt of de kern Capelle behoefte heeft aan een multifunctioneel centrum of winkelvoorzieningen. De heer Verdoorn vindt dit geen vraag voor een tuinder, maar omdat hij ook stedenbouwkundige is, kan hij daar wellicht wel iets over zeggen hoewel hij niet bestudeerd heeft waar de kern Capelle behoefte aan heeft.
Zijn voorstel zou zijn om het onderzoek te versnellen kijkend naar de kern Capelle, hoeveel scholen zijn er, is het dorpshuis nog open, zijn er mogelijkheden om een supermarkt of winkels terug te krijgen, hoe zit het met de vergrijzing en ontgroening, hoeveel mensen die willen doorstromen wonen alleen in een te grote woning. Vraag daarbij is of de onderzoeklocatie een antwoord kan zijn voor deze vragen en opgaven. Voorts zijn er ook nog opgaven vanuit groen, landschap en water en het Halve Zolenpad is een interessante, recreatieve route, wellicht dat het vroegere station terug kan keren of iets wat daar op lijkt. De voorzitter bedankt inspreker voor zijn bijdrage en geeft aan dat aan het einde van dit agendapunt gelegenheid wordt geboden om een slotreactie te geven. Dit agendapunt is geagendeerd door de fracties van ChristenUnie, Lokaal Belang, VVD en GroenLinksaf. De heer Van Groos spreekt zijn complimenten uit voor het vele werk dat is verricht, voor het participatietraject en de snelle beantwoording van de vragen. Hij vindt het lastig om dit onderwerp op hoofdlijnen te bespreken omdat de hoofdlijnen niet altijd even duidelijk zijn. De Omgevingsvisie maakt duidelijk dat er diverse ruimtelijke keuzes moeten worden gemaakt, maar onvoldoende duidelijk is welke normen hierbij worden gehanteerd en welk instrumentarium uiteindelijk wordt gebruikt.
Daardoor is de Omgevingsvisie wat zijn fractie betreft niet concreet genoeg om als kader te dienen voor de nadere uitwerking. Vage plannen of een vage visie bieden veel ruimte voor allerlei keuzes, maar maken het ook moeilijker om bepaalde keuzes te onderbouwen. Dit leidt mogelijk tot plannen die bij de rechter vastlopen vanwege motivatieproblemen. Wat zijn fractie betreft wordt dit ruimtelijke traject ook gebruikt om ervoor te zorgen dat de rechter de gemeente niet hoeft terug te fluiten omdat plannen goed in elkaar steken en voldoen aan de visie. Wethouder De Jong antwoordt dat met een dynamische planning van een visie, naar een programma, naar een Omgevingsvisie en evaluatie gegaan wordt. Een eventuele bijstelling is eind 2027 voorzien dus de nieuwe raad verzorgt minimaal twee keer een actualisering. Aangaande concreetheid verwijst hij naar hoofdstuk 5 waarin aangegeven wordt dat de thema’s in een gebiedsgerichte uitwerking komen op visie en strategisch
Verslag gespreksavond 15 januari 2026
5
niveau. De concretiseringen volgen op de programma’s en dan komen de doelstellingen gekoppeld aan data en monitoring. Hij is niet bang voor allerlei juridische kwesties, want die gaan altijd over plannen. De finetuning van wat uiteindelijk in de openbare ruimte gerealiseerd wordt, is het grondstuk dat bij de rechter voorligt. Het plan moet zichzelf bewijzen en wordt getoetst op stikstof, groen, biodiversiteit en dat soort aspecten. Groen is het eerste beleidsstuk dat geïncorporeerd is in deze visie. De heer Van Groos is van mening dat dit antwoord uitnodigt tot discussie, maar hij stelt zijn volgende vraag. Voor Sprang-Capelle geldt dat er een afweging tussen woningbouw en wateropgaven plus de gewenste landschappelijke en ecologische kwaliteiten moet worden gemaakt (pagina 18, bijlage 6). Hij vraagt hoe deze afweging wordt uitgewerkt en welke keuzes daarbij gemaakt worden. Bij plannen wordt teruggegrepen op visies en daarom wil hij een duidelijke visie. De visie is nog niet duidelijk genoeg, daarom heeft hij zo veel vragen. Wethouder De Jong antwoordt dat er een behoorlijke wateropgave ligt voor Landgoed Driessen. Vanuit de vernatting in het kader van Natura 2000 volgt een directe confrontatie met de realisatie van woningbouw daar. Er zijn inmiddels bufferbassins voor opvang, berging en scheiding.
De heer Van Groos vervolgt dat zijn fractie heeft gevraagd wat onder passend, voldoende en aantrekkelijk verstaan wordt. Het woord passend komt 58x voor, het woord voldoende 49x en het woord aantrekkelijk 66x. Geantwoord wordt dat het antwoord op deze vraag heel erg afhankelijk is van de context. Wat is het onderwerp en wat is de locatie waar gebruikte woorden aan refereren. Iedere keer als hij het woord passend, voldoende of aantrekkelijk tegenkomt, moet hij naar de context kijken en bedenken wat daaronder verstaan wordt. Dit is niet werkbaar voor een raadslid en dan heeft hij het nog niet gehad over begrippen als verbeteren, stimuleren en vergroten. Wethouder De Jong antwoordt dat bij het gebruik van deze termen de context belangrijk is. Bij woningen gaat het om het vinden van balans in de diversiteit. In alle items die van invloed zijn op brede welvaart en het welzijn van inwoners en ondernemers komen soms tegenstrijdigheden voor. Hoe moet dit opgelost worden, soms zijn er proeven om dit aan de voorkant duidelijk te maken en daarom wordt continu naar evenwicht gezocht waarbij het ene kan (mitigerende maatregelen) zodat ook de andere belangrijke aspecten met voldoende kwaliteit gerealiseerd kunnen worden zonder vervolgschade of nadeel. Groen versus wonen, ondernemen versus verkeer en mobiliteit in het kader van stikstof en dergelijke.
Er wordt van onder naar boven geredeneerd. De behoefte om evenwicht te vinden wordt geproefd in het stuk. De heer Van Groos realiseert zich bij een visie over ruimtelijk gebruik van grondbeleid dat er veel druk is en vragen komen vanuit verschillende partijen. Soms kan tot dubbelgebruik gekomen worden, maar over het algemeen zijn vragen conflicterend. Hij vraagt zich af wat de doorslaggevende factor is, waar de balans gevonden wordt en voorts hoe de plannen kunnen worden getoetst aan een visie die zo ruim is dat alles voldoet. Wethouder De Jong reageert dat de raad Landgoed Driessen fase 2 op hoofdpunten heeft goedgekeurd en dat er ook goedkeuring is van Gedeputeerde Staten. Nu er een stap verder gemaakt wordt naar tactisch en operationeel worden botsingen nadrukkelijker gevoeld omdat adequate oplossingen gevonden moeten worden om ook goed aan de andere opgaven te kunnen voldoen. Als er geen oplossing voor de wateropgave gevonden wordt, kunnen er geen 1.000 woningen gebouwd worden. Met een bijstelling wordt misschien op 800 uitgekomen of een ander getal. Als de plannen zijn ingetekend
Verslag gespreksavond 15 januari 2026
6
en de waterstromen en de eisen zijn helder komt het conflict vanzelf naar boven. Als daar niet uitgekomen wordt met de ketenpartners gaan de plannen niet of sterk gewijzigd door. Parkeernormen afwentelen in het centrum wordt niet meer gedaan. Als de raad daar niet mee akkoord kan gaan, zal er gesaneerd moeten worden in het aantal parkeerplaatsen om het plan toch te kunnen laten doorgaan. De heer Van Groos wijst op het slimmer toepassen van parkeernormen op pagina 71 en vraagt zich af wat met slimmer wordt bedoeld. Hij begrijpt dat de wethouder terugkomt bij de raad als niet aan de norm voldaan wordt. Hij vraagt waarom de EU-normen worden gehanteerd en niet de WHO-waarden die zijn gebaseerd op de meest recente wetenschappelijke inzichten op gezondheidseffecten door luchtverontreiniging. Wethouder De Jong antwoordt dat de EU-normen op dit moment actueel zijn en daar houdt de gemeente zich aan. Om te kunnen voldoen aan de WHO-waarden heeft de gemeente nog wel een traject te gaan. De heer Van Groos vraagt zich af waarom gewacht wordt op het ingaan van deze waarden aangezien een visie vastgesteld wordt die verder reikt dan 2030 Wethouder De Jong antwoordt dat de Europese Unie en de Nederlandse regering hebben besloten om de huidige normen te hanteren (deze zijn al gehalveerd). De WHO bekijkt zaken alleen vanuit gezondheid, die normen wordt over een aantal jaren van kracht.
Als dit in 2030 in de Nederlandse wetgeving wordt geïmplementeerd, zal hieraan voldaan moeten worden, maar er wordt niet vooruitgelopen op mogelijke wetgeving. De heer Van Groos zegt dat brede welvaart een begrip is dat vaak wordt gebruikt als niet echt duidelijk is wat de gemeente Waalwijk daarmee wil of kan. De score op de thema’s cultuur, gezondheid, sociale samenhang en wonen is in 2023 lager dan in 2019. Uit het Regiokompas brede welvaart blijkt dat de scores op eenzaamheid en geluidshinder aanzienlijk zijn verslechterd. Hij vraagt of de visie het antwoord is om ervoor te zorgen dat brede welvaart op deze punten hoger gaat scoren of dat de visie daarvoor niet bedoeld is en waarom dan niet. Wethouder De Jong antwoordt dat brede welvaart één van de belangrijkste strategische uitgangspunten is in de visie die door de raad is vastgesteld. Deze kernambitie is in het centrum van het wiel weergegeven samen met ontmoeten en het versterken van diversiteit. Brede welvaart landt steeds meer, maar het is nog een containerbegrip dat geoperationaliseerd wordt. In het Regiokompas zijn allerlei aspecten opgenomen die van invloed zijn op het welbevinden en daarom is dit geland in de visie om te kunnen monitoren waar de gemeente zich bevindt in het kompas. De gemeente kan zichzelf vergelijken met andere gemeenten.
In het geval van duidelijke afwijkingen kan inspiratie opgedaan worden vanuit andere gemeenten. De heer Van Groos merkt op dat het college de strategische visie heeft vastgesteld terwijl dit bij uitstek een document is voor de raad omdat het een parapluplan voor alle domeinen is, niet alleen de fysieke leefomgeving. Het is daarom een belangrijke onderlegger voor het overdrachtsdocument en daarmee ook voor het nieuwe coalitie- of raadsakkoord. Hij vraagt waarom de strategische visie niet ter vaststelling is voorgelegd aan de raad. Wethouder De Jong antwoordt dat deze stap in het proces wel is voorgelegd aan de raad, maar daarop is geen reactie gevolgd dat het anders zou moeten zijn.
Verslag gespreksavond 15 januari 2026
7
De heer Van Groos gaat terugkijken wat er tijdens die bijeenkomst expliciet is gezegd, hij heeft dit kennelijk gemist. In de Omgevingsvisie staat dat in de visie ambities en opgaven zijn opgenomen waarvoor investeringen nodig zijn. In het raadsvoorstel staat dat aan het voorstel geen financiële consequenties zijn verbonden, waarschijnlijk omdat voor de investeringen aparte voorstellen worden voorgelegd. Hij vraagt waarom er geen enkele indicatie voor die investeringen wordt gegeven. Wethouder De Jong antwoordt dat dit nader aangemerkt kan worden. De raad geeft geen generaal pardon. De gemeente heeft vanuit het Rijk behoorlijk wat subsidies binnengekregen voor de hubs. Voor kaderstelling, budgettering en locatiekeuze volgt nog een apart voorstel. Zaken worden in de visie hoogover aangegeven omdat grote projecten en kwesties nog apart naar de raad komen. De heer Van Groos heeft als raadslid behoefte aan een overzicht van alle plannen en wat dit allemaal kost omdat de gemeente niet alles kan betalen maar keuzes moet maken. Als voor de ontwikkeling in Zanddonk € 10 mln. uitgetrokken moet worden, wil hij kunnen bepalen of dit bedrag niet beter aan een ander project kan worden besteed om woningbouw mogelijk te maken. Wethouder De Jong is zich bewust van het feit dat er een uitvoeringsagenda moet komen en deze wordt aangereikt bij de eerste actualisatie in 2027.
Hij veronderstelt dat de raad bij een investering van € 10 mln. in staat is om een integrale afweging te maken, de begroting en de investeringsruimte zijn bekend. De heer Van Groos geeft aan dat het college met het oog op De Els geen ruimte biedt aan supermarkten buiten het centrum en citeert vervolgens de betreffende tekst. Hij vraagt vervolgens of het college de ontwikkeling van het centrum van Waalwijk boven de leefbaarheid in andere wijken en buurten stelt. Wethouder De Jong antwoordt dat dat de conclusie die met deze vraag wordt getrokken niet klopt. De Els is een groot project voor de gemeente en dat vraagt om duidelijkheid en stabiliteit om vervolgens de detailhandelsvisie voor de gehele gemeente aan de orde te stellen. Het is niet zo dat daaraan geen gehoor gegeven wordt, maar het is even on hold gezet afhankelijk van de progressie en duidelijkheid binnen dit grote project in het centrum. De supermarkten in Sprang-Capelle en Waspik functioneren en het is wel bekend dat een aantal supermarkten graag wil uitbreiden, maar de leefbaarheid wordt niet echt geweld aan gedaan. De heer Van Groos vervolgt dat de functie van supermarkten verandert, het gaat niet alleen om het aantal vierkante meters verkoopoppervlak, maar ook om de beleving en het ontmoeten. Daarvoor is meer ruimte nodig. Er zijn wijken met maar één supermarkt en dat is de ontmoetingsplek voor die wijk.
Als er geen ruimte is voor ontmoeten schaadt dat de leefbaarheid van die wijk. Wethouder De Jong vraagt zich af of de ontmoeting in de wijk afhankelijk is van het aantal vierkante meters. Het is niet zo dat de huidige behoeften tien jaar on hold worden gezet vanwege het grote project. Hij schat in dat er over hooguit anderhalf jaar duidelijk zal zijn hoe hiermee omgegaan wordt. De heer Van Groos is van mening dat mensen elkaar prima kunnen ontmoeten op de markt in Waalwijk, maar er komt nog een ontmoetingsplek bij terwijl op andere plekken deze ontmoeting net zo hard nodig is. Niet alle inwoners komen naar het centrum van Waalwijk om verschillende redenen. Groen is wel concreet opgenomen en dit heeft een aanpassing gekregen ten opzichte van de eerder vastgestelde documenten. Landelijk
Verslag gespreksavond 15 januari 2026
8
wordt gewerkt met de 3, 30, 300 norm. Dit houdt in dat vanuit elke woning 3 bomen zichtbaar moeten zijn, tenminste 30% van de wijk valt in de schaduw van bomen en op 300 meter van elke woning bevindt zich een park of een groene, openbare ruimte. De 3 bomen zijn niet opgenomen, de 30% en de 300 meter wordt wel haalbaar geacht. Hij informeert waarom niet de hele norm wordt overgenomen. Wethouder De Jong zegt schriftelijke beantwoording toe. De heer Van Groos merkt op dat de visie duidelijk is over hoogbouw in het centrum op basis van eerdere afspraken. Hij heeft de indruk dat ook buiten het centrum hoogbouw mogelijk is en informeert waarom er geen normen voor hoogbouw zijn opgenomen. Wethouder De Jong zegt schriftelijke beantwoording toe. De heer Van der Pluijm hoort graag een reactie van de wethouder op de suggestie om de Omgevingsvisie na de verkiezingen vast te stellen. Voorts hoort hij graag een nuancering van de wethouder op de kritiek vanuit de commissie MER. Afsluitend vraagt hij of er nu al keuzes worden gemaakt. De SGP heeft in haar vragen verwezen naar de mobiliteitshub aan de Noorder Parallelweg waar wordt genuanceerd dat daar nog niet voor een ontwikkeling gekozen wordt, maar wel voor een ambitie. Hij vraagt hoe de raad hierop bijstuurt.
Wethouder De Jong reageert dat in de raad in de afgelopen raadsperiode is meegenomen met het Koersdocument, de alternatieven en het voorkeursalternatief. Aan de oorspronkelijke MER is inmiddels 80% toegevoegd om aan de opmerkingen van de commissie tegemoet te komen. De resterende 20% volgt bij de actualisatie in 2027 of eerder of het gaat om een detaillering die in de programma’s terechtkomt. Voor een nieuwe raad is het vaststellen van een dergelijk document een hele opgave. Praktisch gezien is het vanwege de aanbesteding niet aan te bevelen om vanwege inkoop een ander bureau te kiezen. Voorts is het niet wenselijk om in de werkzaamheden richting het omgevingsplan vertraging op te lopen. De commissie MER heeft goede aanbevelingen gedaan om de plannen in kwaliteit te laten groeien. Het is ongebruikelijk dat een commissie zo gedetailleerd ingaat op een MER die aan een Omgevingsvisie is gekoppeld. De inhoudelijke opmerkingen worden herkend, vandaar dat er inmiddels al 80% is gerealiseerd. Voor de hub is een onderzoeksgebied aangegeven en een voorkeursrecht opgelegd. Op dit moment vinden er haalbaarheidsstudies plaats, meer informatie volgt in februari/maart, vervolgens komt er een voorstel naar de raad. De heer Van der Pluijm vraagt hoe de raad kan bijsturen op dit soort ambities. Wethouder De Jong reageert dat voor de hubs een subsidie is binnengehaald.
Voor de inwoners is dit een belangrijke voorziening. Hij verzoekt het college de ruimte te bieden om met een integraal voorstel te komen zodat er gefundeerde besluitvorming kan plaatsvinden. De heer Van der Pluijm verduidelijkt dat zijn fractie graag zou willen bijsturen op een aantal aspecten van de visie. Daar wordt zeker op teruggekomen al dan niet gebruik makend van raadsinstrumenten. De heer Bokşan informeert of de wethouder kan aangeven wanneer ondernemers duidelijkheid krijgen over locaties die als (potentiële) ontwikkellocatie en onderzoeklocatie zijn aangemerkt.
Verslag gespreksavond 15 januari 2026
9
Wethouder De Jong antwoordt dat gisteravond een startbijeenkomst heeft plaatsgevonden. Er kan aangehaakt worden op het GGA traject in de Westelijke Langstraat, maar andere zaken liggen wat verder in de tijd. Als de raad aangeeft daar zijn wij het mee eens is dat een basis om met die mensen in gesprek te gaan. De heer Bokşan begrijpt dat wanneer de raad de stukken vaststelt de (potentiële) ontwikkellocaties en onderzoeklocaties bekend zijn, maar dat wil niet zeggen dat ondernemers binnen vijf of tien jaar duidelijkheid hebben. Bezien vanuit ondernemers is het vreemd dat wanneer de gemeente een gebied aanwijst vervolgens jarenlang gewacht moet worden op duidelijkheid of er wel of niet geïnvesteerd kan worden. Hij roept de wethouder op hier rekening mee te houden. In de visie wordt water- en bodemsturend zwaar neergezet als uitgangspunt. In de raad zijn eindeloze discussies gevoerd over het bouwen van woningen. Zijn fractie vraagt zich af waar de urgentie van woningbouw uit blijkt. Wethouder De Jong antwoordt dat verwacht wordt dat de kaderrichtlijn water een grotere impact gaat hebben dan stikstof. Het structuurplan mobiliteit volgt deze zomer. De wens om woningen te bouwen staat voorop, maar bijvoorbeeld in Landgoed Driessen moet wel aan de parameters voldaan worden en daarom is het goed om het belang vroegtijdig in beeld te brengen.
Bij de gebiedsuitwerking zijn accentverschillen aangegeven met een duidelijke differentiatie voor de gebieden (woonwijken, bedrijventerreinen, (stedelijke) linten, oude linten, buitengebied, sport). Niet ieder thema weegt even zwaar in elk gebied. De heer Bokşan leest dat wanneer een locatie niet optimaal is voor water- en bodemsturend werken naar inpassing gestuurd wordt. Hij vraagt wanneer woningbouw van zwaarwegend maatschappelijk belang is aangezien woningbouw gezien de wooncrisis eigenlijk altijd van zwaarwegend maatschappelijk belang is. Wethouder De Jong bevestigt dat woningbouw belangrijk is, maar woningbouw kan niet overal. Als Waalwijk met 7.500 inwoners moet groeien moeten er woningen gebouwd worden. Het is mogelijk om woningen te realiseren maar als de stikstofnorm niet wordt bijgesteld en de Provincie neemt vergunningen niet in behandeling heeft de gemeente een probleem als de stikstofnorm overschreden wordt. De woningbouwaantallen moeten uiteindelijk wel gehaald worden en dan moet er wellicht een plan B of plan C komen. Dit vraagt veel van het organisatievermogen in de wisselwerking tussen overheid en bedrijfsleven, maar hij heeft wel vertrouwen in de kans van slagen. De heer Bokşan vraagt hoe getoetst wordt wat van zwaarwegend maatschappelijk belang is.
Het is een politieke keuze om wel of niet in het groen te willen bouwen of bepaalde dingen belangrijker te vinden dan andere dingen. Wethouder De Jong antwoordt dat de gemeente ervoor gaat zorgen dan iedereen een dak boven zijn hoofd heeft, maar daarbij moet de gemeente zich wel aan de wet houden anders zullen hogere instanties de plannen tegenhouden of de gemeente voor de rechter dagen. Dit maakt dat plannen bijgesteld moeten worden of er worden mitigerende maatregelen getroffen waarbij in de natuurkwaliteit geïnvesteerd wordt. Het is vervolgens aan de raad of daar daadwerkelijk budget voor beschikbaar gesteld wordt. De heer Bokşan begrijpt dat wanneer bij een project aangegeven wordt dat woningbouw een zwaarwegend maatschappelijk belang heeft, dit betekent dat water- of bodemsturend minder scoort waarna de wethouder met een voorstel naar de raad komt om de woningbouw alsnog te realiseren.
Verslag gespreksavond 15 januari 2026
10
Wethouder De Jong vervolgt dat wanneer de gezondheid van mensen schade oploopt hij daarvoor geen verantwoordelijkheid zou willen nemen. Als zaken met elkaar botsen, zal het op een andere manier moeten. De heer Bokşan geeft aan dat in het landelijk gebied inbreiden voor uitbreiden gaat, er mag pas versneld worden als er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang. Hij vraagt waarom wordt gekozen voor inbreiden of uitbreiden in plaats van inbreiden en uitbreiden. Wethouder De Jong reageert dat inbreiden voor uitbreiden gaat en daarom heeft hij dit onder de aandacht gebracht bij de gedeputeerde voor de uitbreiding van Landgoed Driessen in 2021. Als er sprake is van veel inbreiding, is het logisch dat er op een gegeven moment ook uitbreiding volgt. Hij heeft de gedeputeerde kunnen overtuigen dat het verantwoord is om ook uit te breiden. De heer Bokşan begrijpt niet waarom dan in het stuk staat dat inbreiden voor uitbreiden gaat. De wethouder geeft aan dat er al sprake is van inbreiden en dat de Provincie toestemming heeft gegeven voor de uitbreiding van Landgoed Driessen fase 2. Wethouder De Jong vervolgt dat in de ontwikkelvisie SRBT en het provinciale stuk is opgenomen dat inbreiden voor uitbreiden gaat als algemene beleidslijn. Als het inbreiden goed wordt gedaan en er is een goed plan voor uitbreiding is het mogelijk om dat bespreekbaar te maken.
De gemeente werd verplicht om onderzoek te doen met betrekking tot fase 2. Aan alleen uitbreiden zal de Provincie geen medewerking verlenen. Landgoed Driessen is aangemerkt als sleutellocatie voor SRBT. Uitbreiden is mogelijk, maar de gemeente moet wel moet hele goede plannen komen. De heer Bokşan herhaalt dat de wethouder in zijn beantwoording steeds aangeeft dat het gaat om inbreiden en uitbreiden en daarom begrijpt hij niet waarom het nodig is om zo absoluut in de Omgevingsvisie te formuleren dat het één voor het ander gaat aangezien in de uitvoering blijkt dat dit hand in hand kan gaan. Wethouder De Jong reageert dat het potentieel van inbreiden niet onderschat moet worden, zeker niet in Waalwijk centrum omdat dit significant is en een mogelijkheid biedt voor het voorkeursalternatief om te groeien in inwoneraantal. De heer Bokşan verduidelijkt dat hij niet stelt dat aan inbreiden voorbij gegaan moet worden, inbreiden en uitbreiden kunnen hand in hand gaan. Zijn fractie is voorstander van inbreiden, er zijn nog genoeg locaties en het is ook mogelijk om bedrijven te verplaatsen om daar vervolgens woningbouw te realiseren. De maatregelen voor waterberging en drooglegging gaan veel invloed hebben op woningbouw. Hij informeert wie daarvoor moet betalen en wat dit doet met de betaalbaarheid van woningen.
Wethouder De Jong geeft aan dat de berekening is gebaseerd op een verwachting. Regenbuien zullen intenser zijn en langer duren waardoor de afvoer groter zal zijn. Dit is van invloed op het huidige rioolstelsel. Bij een grondgebonden woning moet het eigen water geborgen kunnen worden. Dit kan enigszins een prijsopdrijvend effect hebben in versteende omgevingen als er voorzieningen getroffen moeten worden om aan de eisen te voldoen. Verdichting betekent meer verstening en dat moet in combinatie zijn met open plekken en groen voor hittebeperking en absorptie. De heer Bokşan vervolgt dat de noodzaak voor waterberging helder is. Hij begrijpt dat er mogelijk een prijsopdrijvend effect kan zijn en dat zal doorberekend worden waardoor
Verslag gespreksavond 15 januari 2026
11
woningen uiteindelijk minder betaalbaar worden. Zijn fractie is geen voorstander van het opleggen van nog meer regels bij het ontwikkelen van woningen en daarom is hij benieuwd of deze norm vanuit de landelijke politiek wordt opgelegd. Hij gaat deze vraag technisch indienen. In de visie wordt het afwegingskader gepresenteerd als een richtinggevend instrument. Hij vraagt of het college voornemens is om dit standaard op te nemen in raadsvoorstellen die gaan over bouwprojecten of plannen die voortkomen uit de Omgevingsvisie. Wethouder De Jong antwoordt dat het afwegingskader vooral een intern handelingskader is om te kijken hoe er is gescoord. Hoe dit verder gaat moet nog nader bepaald worden, dit kan wellicht in de startnotitie opgenomen worden. De suggestie of dit in het raadsvoorstel wordt opgenomen heeft hij genoteerd. De heer Bokşan verduidelijkt dat het doen van een investering van € 10 mln. voor de mobiliteitshub afgewogen moet kunnen worden ten opzichte van alle andere zaken die gedaan moeten worden. Afsluitend geeft hij aan dat dit document voor zijn fractie een document is met grote politieke keuzes. Het afwegingskader geeft aan dat op gemeentelijk niveau de ambities belangrijk zijn, per deelgebied wordt de balans gezocht.
Hij vraagt of de wethouder het met hem eens is dat het wenselijk is dat ook de raad nadenkt over een politiek-bestuurlijke rangschikking om mee te geven aan het college voor de deelgebieden als er afwegingen gemaakt moeten worden. Wethouder De Jong heeft in de richting van de heer Van der Pluijm al aangegeven dat dit bij voorkeur wordt gedaan via een integraal voorstel. Voor de hubs is ongeveer € 35 mln. aan subsidies binnengekomen. Bij de actualisatie in 2027 volgt een uitvoeringsagenda met projecten en die kan bij de begroting betrokken worden. Het is een dynamisch proces wat maakt dat er bijstellingen zullen volgen. De heer Bokşan denkt na of hij een raadsinstrument gaat inzetten. De heer G. den Braven geeft aan dat circulaire economie als doel is opgenomen in de Omgevingsvisie maar in de praktijk wordt vooral ruimte gemaakt voor grootschalige logistiek. Raad en inwoners hebben aangegeven dat op een andersoortige bedrijvigheid ingezet moet worden. Hij vraagt welke politiek-bestuurlijke overweging het college maakt en wat voorrang krijgt als circulaire economie en grootschalige logistiek botsen. Wethouder De Jong begrijpt dat dit voorbeeld wordt genoemd, maar daarbij is het wel van belang om te bepalen hoe belangrijk circulaire economie wordt gevonden en wanneer dit geregeld moet zijn.
Voor Haven 8 Oost is ook vanuit de Provincie gekozen voor grootschalige logistiek als katalysator voor het bedrijventerrein. Aan circulariteit is als speerpunt beleidsmatig nog onvoldoende inhoud gegeven. De heer G. den Braven vermoedt dat de wethouder begrijpt hoe urgent deze vraag is gezien de afronding van Haven 8 Oost. De gronden kunnen maar één keer uitgegeven worden en wat zijn fractie betreft is de ruimte dan echt op. Als grootschalige logistiek mogelijk wordt gemaakt tegen de wens van de raad en een meerderheid van de inwoners in moet er inderdaad een stevig gesprek gevoerd worden. Er kan niet met circulaire economie begonnen worden als er geen ruimte meer is. Wethouder De Jong herhaalt dat circulaire economie nu nog een abstract begrip is dat nog lading moet krijgen. Voorts is ook gewezen op kenniseconomie. Het kan in een visie genoemd worden maar daarmee is het nog niet geoperationaliseerd. De raad heeft met betrekking tot de uitgifte allerlei instrumenten om dit aan de orde te stellen.
Verslag gespreksavond 15 januari 2026
12
De heer G. den Braven merkt op dat in de visie wordt aangegeven dat groei nodig is om voorzieningen in stand te houden, maar tegelijkertijd wordt gezegd dat voorzieningen nodig zijn om groei mogelijk te maken. Dit is een cirkelredenering. Hij vraagt of het college hiermee zegt dat eeuwigdurende economische groei noodzakelijk is en dat dit voor de bevolking betekent dat die maar moet blijven doorgroeien. Wethouder De Jong antwoordt dat de tijdhorizon tot 2050 reikt (25 jaar) en daarbij is uitgesproken dat groei goed is voor brede welvaart en de aantrekkelijkheid van het hebben van voorzieningen op een bepaald niveau. In kleine kernen redden de kleine winkels het niet meer. Om het centrum van Sprang-Capelle overeind te houden worden dergelijke voorzieningen in Landgoed Driessen niet toegestaan. Op het bedrijvenpark gelden andere wetten, maar beiden zijn nodig. Bij het voorkeursalternatief is gekozen voor vernieuwend beleid en een groei van 7.500 inwoners voor de vitaliteit van de gemeente, maar hij sluit niet uit dat dit een keer eindig is. De heer G. den Braven wijst op de term internationale medewerkers. Hij weet waarom deze term wordt gebruikt, maar in een visie moet eigenlijk de term arbeidsmigranten gebruikt worden. In de praktijk gaat het vaak om arbeidsmigranten en die verkeren vaak in een kwetsbare positie.
Hij vraagt of het college erkent dat taalgebruik de sociale werkelijkheid kan vertekenen waarmee het probleem voor de samenleving mogelijk wordt gebagatelliseerd. Wethouder De Jong reageert dat taal heel machtig is en daarom sluit hij dit niet uit. Collega Spierings heeft deze term bedacht en geïntroduceerd en daarom kan hij niet zomaar toezeggen dat dit veranderd wordt. Hij stelt voor dit aan te kaarten. De heer G. den Braven begrijpt dat de kaderrichtlijn water een grotere impact gaat hebben dan stikstof. Hij vraagt waarom in het hoofdstuk schoon en veilig water een duidelijke uiteenzetting van de visie op vervuiling die het gevolg is van landbouw en veeteelt ontbreekt (bestrijdingsmiddelen en mest). Wethouder De Jong reageert dat de commissie MER daarover geen opmerkingen heeft gemaakt. Hij moet het antwoord in hoeverre de gemeente daar zelf invloed op heeft nagaan. Water valt onder de verantwoordelijkheid van Waterschappen en de Provincie. Bekeken moet worden wat deze wet voorschrijft en wat dit vervolgens betekent. Er wordt gewaarschuwd dat de richtlijn indringender kan zijn dan stikstof. De voorzitter biedt gelegenheid om het woord te voeren in tweede termijn.
De heer Frodyma vraagt of de wethouder kan aangeven waarom er niet voor gekozen is om de commissie MER opnieuw te laten kijken naar het addendum zodat de raad een onafhankelijk oordeel kan vellen over de kwaliteit en de volledigheid van de aanvullingen. Wethouder De Jong antwoordt dat aanbevelingen en adviezen van de commissie MER niet opgevolgd hoeven te worden en daarom is het niet gebruikelijk om een controle uit te voeren. De heer Frodyma begrijpt dat het niet gebruikelijk is maar dat maakt wel dat er een niet uitgekristalliseerd stuk voorligt. Wethouder De Jong herhaalt dat het niet gebruikelijk is, maar de raad is het hoogste orgaan en het college moet zich verhouden tot wat de raad hierin beslist. Het college is van mening dat dit niet nodig is.
Verslag gespreksavond 15 januari 2026
13
De heer Frodyma gaat nadenken. De voorzitter biedt gelegenheid om onderling standpunten uit te wisselen ter voorbereiding op de behandeling in de raadsvergadering. De heer Van Groos merkt op in de richting van de VVD dat er een buurgemeente is die zo veel belang toekende aan wonen dat er woningen zijn gebouwd in een gebied dat bij een beetje hoogwater onderstroomt en daarom is het niet verkeerd om water leidend te laten zijn. Hij vraagt of zijn indruk juist is dat de heer Bokşan net als hij op zoek is wat de raad aan deze visie heeft als daar ja tegen gezegd wordt en hoe de keuzes vervolgens gemaakt worden. Eerder vanavond begreep hij van mevrouw Klerks dat al jaren over de visie gesproken wordt dus daarom hoeft de besluitvorming niet uitgesteld te worden. Hij is benieuwd naar de punten waarop de VVD moties of amendementen zou willen indienen. Ook van Lokaal Belang hoorde hij dat er moties of amendementen kunnen worden verwacht, maar het is niet duidelijk waar deze over gaan. Hij zou graag wat meer duidelijkheid krijgen. Voorts informeert hij of de intentie daarbij is om de visie beter te krijgen en of fracties open staan voor initiatieven van buiten de coalitie. De heer Bokşan verduidelijkt dat zijn fractie geen tegenstander is van waterbergingsnormen, maar er wordt opgeroepen goed na te denken bij het opleggen van extra regels.
De noodzaak is duidelijk, maar het kan ook leiden tot minder betaalbare woningen. Het is sympathiek om water- en bodemsturend belangrijk te maken, maar er moet wel oog blijven voor betaalbare woningen. Het woord water wordt 350x genoemd, het woord woningen komt veel minder aan bod. Aangaande het vaststelling van de visie geeft hij aan dat een proces is doorlopen waarbij de raad bijzonder goed is meegenomen. Hij ziet dat de heer Van Groos knikt. De participatieprocessen voor de raad en de samenleving zijn goed ingericht. In het raadsvoorstel wordt een actualisatie in 2027 genoemd. Met dit stuk worden ook politieke keuzes gemaakt en daarom kan hij niet uitsluiten dat in een volgende periode dingen zullen veranderen omdat de politieke verhoudingen anders liggen of het college kan anders naar dingen kijken. De huidige raad is ingelezen en moet een besluit kunnen nemen, maar hoe dit allemaal concreet gaat uitpakken is wel een terecht punt. Wat zijn fractie betreft kan voor de verkiezingen een besluit genomen worden zonder extreme gevolgen, want het is een levendig stuk dat aan aanpassingen onderhevig zal zijn. Wat niet wegneemt dat er een stevig debat zal plaatsvinden in de raadsvergadering omdat er wat zijn fractie betreft wel in het groen gebouwd mag worden. De heer Van Groos weet heel goed dat zijn fractie inhoudelijk sterke voorstellen steunt.
Hoe de raad kan sturen is een element dat vanavond naar voren werd gebracht. Zijn fractie overweegt een motie om met een politiek-bestuurlijke rangschikking mee te geven welke gebieden belangrijker zijn. Als de heer Van Groos een goed idee heeft, is er altijd bereidheid om mee te denken. De heer Van Groos reageert dat het aantal keren dat een woord voorkomt niet zo veel zegt over het belang. Wellicht is het woord water heel veel keer nodig om uit te leggen waarom het zo belangrijk is om daar naar te kijken. Voor aanvang van de vergadering had hij de gedachte via een amendement voor te stellen om de visie voor kennisgeving aan te nemen en te komen met aanvullingen voor 1 januari 2027. Nadat hij de wethouder vanavond heeft gehoord denkt hij dat dit niet mogelijk is want dan moet de gemeente op zoek naar een nieuwe projectleider en een bureau inhuren waardoor deze optie vervalt. De visie is in zijn optiek niet kaderstellend genoeg dus als er meer kader meegegeven kan worden en hij komt op een idee gaat hij dat inbrengen. Hij zou daar graag met anderen over nadenken.
Verslag gespreksavond 15 januari 2026
14
De heer Bokşan denkt graag mee en stelt voor als raad af te spreken dat er nog een moment volgt waarop nog meer kaders meegegeven worden. Dit kan via een motie. Hij is het eens dat het aantal keren dat een woord voorkomt niets zegt over het belang, maar één van de eerste zinnen in het stuk is dat water- en bodemsturend het uitgangspunt is voor alles. De heer Van Groos kan zich erin vinden dat water en bodem leidend zijn. De heer Van der Pluijm geeft aan dat hij bij de inventarisatie van de standpunten zal aangeven op welke onderwerpen moties en amendementen worden overwogen. De heer Bokşan informeert welk punt GroenLinksaf wil maken aangezien voorgesteld wordt om een term uit het stuk te verwijderen. De heer G. den Braven verduidelijkt dat de achterliggende vraag is of er wel doorgegaan moet worden met arbeidsmigranten. Als in de Omgevingsvisie een andere term wordt gebruikt, is het lastig om deze discussie te voeren. Zijn fractie waardeert het dat wethouder Spierings hieraan een andere draai geeft vanuit hoe de VVD naar arbeidsmigranten en economie kijkt, maar de term internationale medewerkers roept een ander beeld op dan arbeidsmigranten. Zijn fractie komt met een amendement, niet om een semantische discussie los te maken, maar omdat er anders iets verbloemd wordt.
De heer Bokşan refereert aan de bustoer langs allerlei bedrijven voor het kerstreces om te zien hoe logistiek in Waalwijk werkt. Hij is van mening dat aandacht gehouden kan worden voor de misstanden, die ook op tv zijn besproken, zonder de term aan te passen. De heer G. den Braven waardeert het dat er een convenant komt en de inzet van de wethouder hiervoor en daarom moet er geen term gebruikt worden die nergens anders in Nederland gebruikt wordt. Door de term internationale medewerkers te gebruiken zou je een andere lading kunnen geven aan dit fenomeen. De heer Van Groos vult aan dat het Rijk de term internationale medewerkers gebruikt voor kenniswerkers en arbeidsmigranten. In Waalwijk zijn niet zo veel kenniswerkers. Internationale medewerkers zijn vooral arbeidsmigranten, mensen die vooral met hun handen werken en niet voor hun kennis naar Waalwijk zijn gekomen. De heer G. den Braven kan zich vinden in deze meer duidelijke toelichting. De heer Bokşan weet dat gemeenten van elders in Waalwijk op bezoek komen om te kijken hoe de grootschalige huisvesting wordt geregeld en hoe wordt omgegaan met arbeidsmigranten en dit vervolgens overnemen. De voorzitter biedt insprekers gelegenheid om een slotreactie te geven. De heer Weijters sluit niet uit dat er burgerparticipatie heeft plaatsgevonden in het voortraject, maar hij heeft niet meegekregen waaruit dit bestaan heeft.
Hij werd verrast door de opmerking dat er sprake zou zijn van verandering van inkoop en dat dit ertoe leidt dat er aan het einde van de maand besluitvorming moet volgen. De voorzitter geeft aan dat het op dit moment niet meer mogelijk is om vragen te stellen. Hij kreeg ingefluisterd dat er een bijlage over participatie is toegevoegd. De heer Visser reageert namens de heer Verdoorn dat er een momentum is aangebroken voor zijn bedrijf en de kern Capelle vanwege de vitaliteit en de leefbaarheidsopgaven.
Verslag gespreksavond 15 januari 2026
15
Ook bij SRBT is recent een dorpsstrategie vastgesteld. De locatie biedt kansen voor waterkwaliteit in relatie tot GGA en natuur. Ook het stoppen van het betrekken van warmte van de Amercentrale maakt het momentum belangrijk voor het gebied naast de ontwikkelingen in de sector zelf. Hij roept de raad op over een jaar tot maximaal 1,5 jaar duidelijkheid te geven over het onderzoekgebied, niet alleen vanuit GGA maar ook kijkend vanuit de kern Capelle. Het zou jammer zijn als er investeringen gedaan worden die de ontwikkeling van het gebied voor de komende 15 jaar blokkeren. Afsluitend herhaalt hij de uitnodiging om een kijkje te komen nemen op locatie. De voorzitter bedankt de insprekers voor hun bijdrage aan dit onderwerp en inventariseert de standpunten. De heer Frodyma heeft vanavond veel gehoord; zwaarwegend belang, intern en extern salderen, water leidend maken en de commissie MER is niet opnieuw om een oordeel gevraagd. Zijn fractie denkt graag mee bij moties en amendementen. De heer Bokşan kiest voor een bespreekstuk om kaders mee te geven, bijvoorbeeld voor een versnelling voor de onderzoekgebieden. De heer Van der Pluijm overweegt diverse amendementen. Allereerst over de ambitie Haven 8 Oost waar wordt geopteerd voor een einde aan de blokkendozen en een beperking op het aantal arbeidsmigranten.
Vervolgens wordt nagedacht over het bijsturen van de ambitie op het ontwikkelen van zonneparken op een gebied van maximaal 15 hectaren. Voorts wordt een motie overwogen om een nadere invulling te geven in het concretiseren van het proces van monitoren en planning. Afsluitend geeft hij aan dat zijn fractie altijd openstaat voor ideeën van andere fracties die worden gesteund als de fractie zich daarin kan vinden. Omgekeerd staat zijn fractie ook open voor steun van de eigen moties en amendementen. De heer G. den Braven kiest eveneens voor een bespreekstuk vanwege een amendement over de term arbeidsmigranten in plaats van internationale medewerkers en een amendement om Waalwijk per 2040 vrij te maken van chemische bestrijdingsmiddelen rondom natuurgebieden en nieuwbouw. De heer Metzke kan zich grotendeels vinden in de visie, maar op enkele details is er toch een wens om bij te sturen, bijvoorbeeld de verdozing van Haven 8 en voorts wordt aangesloten bij waar Lokaal Belang mee gaat komen. Mevrouw De Bruijn sluit zich aan bij het aanmerken als bespreekstuk omdat haar fractie zich afvraagt hoe alle ambities waargemaakt kunnen worden en daarom wordt wellicht aangesloten bij het door de ChristenUnie aangekondigde amendement. Voorts wordt teruggekomen op inbreiding en uitbreiding. De heer Van Groos wil iets zeggen het kaderstellende karakter van de visie.
Als er mogelijkheden worden gezien om de visie meer kaderstellend te maken zal zijn fractie dat niet nalaten en de andere fracties daarbij betrekken. De heer Tiemstra geeft aan dat het ook voor de SGP een bespreekstuk is vanwege de opmerkingen die zijn gemaakt over de besluitvorming en onderzoekstermijn waardoor ondernemers in de knel zouden kunnen raken, wellicht dat er samen met de VVD opgetrokken wordt. Voorts is het onderwerp zo omvangrijk dat op dit moment nog niet overzien kan worden welke accenten zullen worden gelegd binnen de beschikbare spreektijd.
Verslag gespreksavond 15 januari 2026
16
De voorzitter constateert dat de fracties van Lokaal Belang, VVD, GroenLinksaf, Samen Waalwijk, SGP, CDA, D66 en ChristenUnie het voorstel als bespreekstuk agenderen voor de raadsvergadering van 29 januari a.s. Bespreking raadsvoorstellen met college 4.
Vaststellen Beleidsnotitie kleine windmolens
Deze notitie legt vast welk beleid gemeente Waalwijk hanteert voor kleine windmolens. Zo kan de gemeente aanvragen voor de plaatsing van kleine windmolens eenduidig beoordelen. Dit agendapunt is geagendeerd door de fractie van de ChristenUnie. De heer Van Groos vraagt waarom ten aanzien van kleine windmolens geen smartdoelstellingen plus bijbehorende prestatie-indicatoren zijn opgenomen. Hij vraagt voorts waarom het college eisen stelt aan het oprekken van vermogen. Afsluitend vraagt hij waarom het college zo veel eisen stelt aan het realiseren van kleine windmolens in open landschappen terwijl zij zelf heeft bepaald dat windmolens alleen in open landschappen mogen staan. Wethouder Schuijffel antwoordt dat geprobeerd wordt ruimte te geven aan de wens van ondernemers om hun eigen energie op te wekken voor gebruik in hun eigen bedrijf. Bij windmolens in de stedelijke omgeving moet een afweging gemaakt worden tussen de te verwachten energieopbrengst als bijdrage aan de energietransitie in verhouding tot de impact op de omgeving. De opbrengst is het grootst in open landschap. Vanwege de impact op de leefomgeving is een aantal randvoorwaarden gesteld om te zorgen voor een zo gering mogelijke impact.
Het is niet de bedoeling om op de stoel van de ondernemer te gaan zitten, maar er worden wel randvoorwaarden gesteld vanwege de mogelijke impact op de omgeving, niet om ondernemers dwars te zitten. Aangaande de smartdoelstellingen en kpi’s ziet zij niet in wat dit dan zou moeten zijn, wellicht dat dit nader toegelicht kan worden. De heer Van Groos kan zich voorstellen dat als doelstelling wordt opgenomen dat een bepaald percentage van de bedrijven in het buitengebied zelfvoorzienend is. Als ondernemers hun eigen energie opwekken en daarmee het netwerk ontlasten zou dat een mooi punt kunnen zijn. Als de door de gemeente gestelde doelstellingen niet behaald worden, kan gekeken worden waar dit aan ligt, zijn de eisen te zwaar of ligt het ergens anders aan. Wethouder Schuijffel vervolgt dat dit een mooie gedachte is, maar gezien de impact die het plaatsen van deze kleine windmolens heeft afgezet tegen wat het oplevert is dat beperkt ten opzichte van de opgave. Er zijn tussen de 130 en 250 kleine windmolens nodig om de capaciteit van één grote turbine te evenaren. Gezien de verhouding is dat niet op deze manier opgenomen. Bedrijven worden gestimuleerd om zonnepanelen te plaatsen op hun daken, maar dat gebeurt ook niet altijd. Voor Haven 8 Oost worden andere regels gesteld en daarom is het een goede suggestie om hierover na te denken.
Het voorstel is vooral bedoeld om agrariërs tegemoet te komen in hun wens om voor het eigen bedrijf een opwek te realiseren. De heer Van Groos vraagt of het effect van de grotere windturbines die in de polder bij Waspik geplaatst worden en op Haven 8 niet vele malen groter is als het gaat om het aantasten van het open landschap dan een heleboel kleine windmolens.
Verslag gespreksavond 15 januari 2026
17
Wethouder Schuijffel reageert dat het verrommelen van het landschap door het toevoegen van elementen sowieso verstorend zou kunnen werken, maar zij heeft daar niet op deze manier naar gekeken. Juist door het stellen van regels krijgt de gemeente daar meer grip op. Als de voorziene grote windturbines worden vervangen door 150 kleine windmolens zal dat een grotere aantasting zijn. De heer Van Groos geeft aan dat één van de oudere windturbines evenveel energie opwekt als de zonnepanelen op de stortplaats. Windenergie is veel lucratiever dan zonneenergie en daarom staat zijn fractie daarvoor open, zeker omdat het om 20 jaar gaat een periode waarin wellicht een andere energietransitie wordt gerealiseerd (tijdelijk leed en tijdelijk voordeel). Wethouder Schuijffel is blij met deze opmerking. De voorzitter biedt gelegenheid om het woord te voeren in tweede termijn. Mevrouw De Bruijn vraagt of de grote windmolens gevolgen veroorzaken voor de kleine windmolens. Zij vraagt voorts of kleine windmolens gevolgen hebben voor natura 2000gebieden en of is nagedacht over een combinatie van kleine windmolens en zonnepanelen voor fruittelers. Een inspreker heeft hier op een eerder moment een voorbeeld van gegeven waarop gereageerd zou worden. Zij informeert of dit is gebeurd. De voorzitter verzoekt de vragen schriftelijk te stellen omdat deze technisch van aard zijn.
Wethouder Schuijffel antwoordt dat ook fruittelers een aanvraag voor een kleine windmolen kunnen indienen. Ook deze vraag kan schriftelijk gesteld worden, want zij weet niet of voor het genoemde voorbeeld eventueel andere bezwaren zijn of regels vanuit de Provincie. De heer Frodyma merkt op dat het bindend adviesrecht bij de aanvraag voor een kleine windmolen ingrijpend is en vraagt hoe het college ervoor zorgt dat de raad voldoende betrokken blijft bij gevoelige aanvragen als het formele adviesmoment vervalt. De raad stelt de kaders, maar wil ook zicht houden op de uitvoering. Wethouder Schuijffel antwoordt dat deze vraag inmiddels schriftelijk is beantwoord. De heer Frodyma vraagt hoe de wethouder omgaat met aanvragen die net buiten een beleidskader vallen. Voorts vraagt hij of er een mechanisme is om de raad te betrekken bij uitzonderlijke situaties. Wethouder Schuijffel antwoordt dat in dergelijke gevallen altijd wordt teruggekoppeld naar de raad. De heer Frodyma vraagt hoe geborgd wordt dat het college consistent en transparant handelt bij alle aanvragen zodat er geen verschillen ontstaan tussen vergelijkbare situaties. Hij vraagt voorts of daarvoor voldoende capaciteit beschikbaar is want zonder bindend advies van de raad draagt het college de volledige verantwoordelijkheid bij bezwaar- en beroepsprocedures.
Wethouder Schuijffel verzoekt deze schriftelijk te stellen omdat zij technisch van aard zijn.
Verslag gespreksavond 15 januari 2026
18
De heer Van Hest begrijpt dat er een evenwicht moet zijn tussen het landschap en de energie-opwek en vraagt of de optelsom van kleine windmolens niet alsnog leidt tot een aantasting van het landschap en de leefomgeving. Voorts vraagt hij welke politieke grens het college daarin trekt. Wethouder Schuijffel heeft niet gesproken over het landschap, maar over de leefomgeving. Er wordt gekeken hoe inwoners en omwonenden de impact op de leefomgeving beoordelen. Het gaat om maximaal 20 plekken waar kleine windmolens mogelijk zijn waarbij de vraag is of deze zo dicht bij elkaar gelegen zijn dat dit een probleem vormt voor de omgeving. De heer Van Hest begrijpt dat het om tijdelijke windmolens gaat met een lange gebruikstermijn en zelfs ruimte voor uitstel van de opruimplicht. Hij vraagt hoe het college verantwoordt richting toekomstige generaties dat nu de baten van deze windmolens worden genoten, maar dat het risico gelopen wordt dat men later met de lasten geconfronteerd wordt als deze niet of te laat opgeruimd worden. Wethouder Schuijffel reageert dat deze vraag eerder al is gesteld en daarbij is aangegeven dat er een anterieure wordt gesloten die verplicht tot opruimen. De termijn kan verlengd worden mits de windmolen onderhouden is en nog voldoet. De windmolen mag niet blijven staan als deze niet meer in werking is.