CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag extra gespreksavond 190625

Raadsvergadering 11 september 2025, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Verslagen en besluitenlijsten11.259 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beknopt verslag van de gespreksavond gehouden op donderdag 19 juni 2025 Voorzitter: Griffier:

de heer R. Tiemstra de heer J. Deneer de heer J. Chambille

Aanwezig:

de heer B. Bruurmijn de heer W. Damen de heer J. van Dijk de heer J. van Hest mevrouw B. Koptagel-Dermibas de heer W. Lodenstijn de heer N. van der Pluijm de heer J. Pulles mevrouw M. Verhagen-van Lier mevrouw M. Veraa (vanaf 19.45 uur) de heer E. van Bockel de heer M. Bokšan de heer D. Dubbeldam de heer T. Klerks (later) de heer E. Knops de heer F. den Braven de heer G. den Braven mevrouw Y. van Laar de heer R. Frodyma de heer G. Kocken mevrouw M. van Thielen mevrouw C. de Bruijn de heer R. Spohr de heer N. Kieboom de heer H. Metzke de heer J. van Groos de heer W. van Veelen mevrouw Y. IJpelaar

Lokaal Belang Lokaal Belang Lokaal Belang Lokaal Belang Lokaal Belang Lokaal Belang Lokaal Belang Lokaal Belang Lokaal Belang Lokaal Belang VVD VVD VVD VVD VVD GroenLinksaf GroenLinksaf GroenLinksaf Samen Waalwijk Samen Waalwijk Samen Waalwijk CDA CDA D66 D66 ChristenUnie ChristenUnie Lijst IJpelaar

Afwezig m.k.

de heer A. van Belkom de heer H. van Zelst

Lokaal Belang SGP

Portefeuillehouders:

mevrouw S. Ausems de heer T. Klerx mevrouw S. Schuijffel de heer S. Slaats de heer F. Spierings

Secretaris:

de heer M. Tromp

Notulen:

notulistenbureau Leeuwenburgh Vendrig

1.

Opening en mededelingen

De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen harte welkom. Hij richt een speciaal woord van welkom aan de insprekers.

Verslag extra gespreksavond 19 juni 2025

1

De vergadering wordt via een livestream uitgezonden. Hij meldt het bericht van verhindering van de leden Van Belkom en Van Zelst. De leden Klerks en Veraa sluiten later aan. Hij feliciteert de heer Pulles met zijn verjaardag. De raadsvoorstellen die vanavond worden besproken komen op de agenda van de raadsvergadering van 3 juli a.s. 2.

Vaststellen van de agenda

De voorzitter stelt voor om de Kadernota met voorrang te behandelen vanwege de vele belangstellenden die aanwezig zijn op de publieke tribune (waarschijnlijk vanwege het onderwerp Schoenenkwartier) en constateert dat de meerderheid van de raad zich hierin kan vinden. De agenda wordt dienovereenkomstig vastgesteld. Bespreking kadernota begroting 2026 met inwoners en daarna college 5.

Kadernota begroting 2026

Het college biedt elk jaar de Kadernota aan de raad aan. Hierin stelt het college de beleidsrichting voor 2026 voor inclusief de financiële kaders. De raad besluit in zijn vergadering van 3 juli over deze Kadernota. Ook stelt de raad de kaders vast voor de daarbij behorende meerjarenbegroting. De heer Vugts spreekt in namens de Stichting vrienden van het Schoenenkwartier. De Stichting heeft al veel decennia actieve betrokkenheid bij het wel en wee van het toenmalige museum. Bij de voorbereiding voor de plannen voor wat nu het Schoenenkwartier is geworden was het bestuur met ondersteuning actief lid van de klankbordgroep die de raad als opdrachtgever in het leven had geroepen. In die hoedanigheid werden gesprekken gevoerd met directies en commerciële medewerkers van verschillende regionale musea. Er werd een goed beeld verkregen van de visie en aanpak, de succesfactoren en de blijvende aandachtspunten. Museum en gemeente dienen samen te werken vanuit een visie als cultureel ondernemer met beide ogen gericht op de toekomst. Een goed cultuuraanbod is essentieel voor de aantrekkingskracht van een gemeente en daarvoor zijn publiekstrekkers nodig. Het Schoenenkwartier heeft deze potentie, maar ook het Huis van Waalwijk en het museum St. Jan; een rondje cultuur in het centrum van Waalwijk.

Er moet een onderscheidende propositie geboden worden en het moet aantrekkelijk blijven door inspirerende tentoonstellingen. Het gastenboek en de gesprekken met bezoekers bevestigen het unieke en verrassende karakter van het Schoenenkwartier, de verwachtingen van bezoekers worden overtroffen. Maar onbekend maakt onbemind en daarom moet blijvend aan de weg getimmerd worden bij de verschillende doelgroepen, zeker in de eerste jaren van dit museum. Bezoekers merken regelmatig op dat het een prachtig museum is en vragen zij zich af waarom zij niet eerder van het bestaan wisten. Waalwijk heeft iets moois in handen voor vandaag en voor morgen met het Schoenenkwartier als trekker. De Stichting gaat er vanuit dat bij de komende besluitvorming over de Kadernota de beleidsvisie als cultureel ondernemende gemeente de leidraad zal zijn net zoals destijds de investering van het nieuwe concept Schoenenkwartier is goedgekeurd. De voorzitter constateert dat er geen vragen zijn aan inspreker. De heer Pulles spreekt in namens de Vrijwilligersraad Schoenenkwartier. Zijn vragen gaan niet over geld, maar over waarde. Het museum heeft 83 vrijwilligers, 86% van hen is 65 jaar of ouder, veel van hen zijn alleenstaand. Enkele citaten vanuit vrijwilligers:

Verslag extra gespreksavond 19 juni 2025

2

Het museum vult een na het werkzaam zijn ontstane leegte. Ik voel mij gewaardeerd om de bijdrage die ik lever. Het is een nieuwe bron van sociale contacten en ik leer nieuwe mensen kennen. Omgang met jeugdigen is voor mij een toegevoegde waarde. Ik kan weer van betekenis zijn door op verschillende manieren wat bij te dragen, bijvoorbeeld door het doorgeven van mijn vakkennis, het ondersteunen van de operatie die een museum nu eenmaal is, het begeleiden van groepen en gasten, het ondersteunen van de staf en hand- en spandiensten verlenen. De vele vrijwilligers zijn ambassadeurs en fans tegelijkertijd en zij vinden het een zinvolle, nuttig en vooral fijne tijdsbesteding. Het verrijkt hun levens en het heeft een enorme waarde. Een waarde die niet in geld is uit te drukken. De voorzitter biedt gelegenheid om vragen te stellen aan inspreker. De heer Dubbeldam merkt op dat vrijwilligers bij sportverenigingen ook de club een warm hart toedragen en informeert naar de reden van inspreken. De heer Pulles antwoordt dat het museum niet alleen van waarde is voor het historisch besef van Waalwijk, maar ook voor een aantal inwoners die daar als vrijwilliger actief zijn en dat heel graag willen blijven doen. Het voortbestaan van het Schoenenkwartier is voor hen uitermate belangrijk.

De heer Dubbeldam vraagt of hij mag concluderen dat in het geval de raad niet instemt met de opstartsubsidie er donkere wolken worden gezien voor het museum. De heer Pulles vervolgt dat de vrijwilligers oproepen om zuinig te zijn op wat de gemeente heeft en moet proberen om dat te laten voortbestaan. Daar hoort inderdaad subsidie bij en daarom staan de vrijwilligers achter de aanvraag om de startsubsidie structureel te maken. De heer Van der Pluijm bedankt inspreker voor de verrassende insteek. Hij is blij dat het museum voor veel Waalwijkers op deze manier van waarde is. De heer Mathot is toezichthouder van het Schoenenkwartier en verantwoordelijk voor de financiële audit. Tot voor kort was hij wereldwijd verantwoordelijk voor het schoenenmerk BATA, één van de laatste locaties in Nederland waar ter plekke wordt geproduceerd in een moderne fabriek. Vorig jaar werd een robotarm gedoneerd aan het Schoenenkwartier om daarmee te laten zien hoe vandaag de dag wordt geproduceerd in een moderne schoenenfabriek. Het Schoenenlab is een ontwikkelplatform binnen het museum omdat het lastig is om kwalitatief goede medewerkers te vinden. Naast het belang als werkgever voor de Regio wil hij ook graag het economisch belang aanstippen. Het museum heeft 27.246 bezoekers mogen verwelkomen in 2024, waarvan 24.600 van buiten postcodegebied 51.

In de Dutch Design Week heeft het museum 22.000 mensen mogen verwelkomen om bij te dragen aan de citymarketing van Waalwijk. Dit levert inkomsten op voor de middenstand van Waalwijk. Hij citeert Hendrik Beerda uit de publicatie ‘Cultuur doet ertoe, óók economisch’. Uit zijn onderzoek blijkt dat je elke euro die voor de entree wordt betaald met de factor 2.5 vermenigvuldigen mag worden. Het publiek gaat een hapje eten, gaat winkelen en maakt gebruik van het openbaar vervoer. Als de parkeergelden daarbij opgeteld worden, kom je op de volgende rekensom. Het Schoenenkwartier heeft € 300.000 aan entreegelden geïnd in 2024, maal factor 2.5 betekent dit voor de middenstand een opbrengst van € 750.000 op jaarbasis. Tel hierbij op een geschatte parkeeropbrengst van € 50.000. Hij verzoekt de raad om ook het economisch belang mee te wegen bij de besluitvorming. Vanuit de vrijwilligers is zojuist vanuit maatschappelijk belang ingesproken. De donkere wolken van het niet meer

Verslag extra gespreksavond 19 juni 2025

3

hebben van opstartsubsidie zal voor de vrijwilligers minder hard binnenkomen, maar het economisch perspectief wel behoorlijk onder druk zetten voor het voortbestaan van dit prachtige museum. Hij roept de raad op mevrouw Jurgens en haar team het vertrouwen voor de toekomst te geven door de startsubsidie te verlengen. De voorzitter biedt gelegenheid om vragen te stellen aan inspreker. De heer Van Groos geeft aan dat de raad in 2019 een exploitatiebegroting heeft ontvangen waarbij een opstartsubsidie werd verleend omdat deze in de eerste jaren nodig was om aan naamsbekendheid te doen (marketing en dergelijke). Het bezoekersaantal is lager dan op de oude locatie, maar er is wel wat veranderd in museumland, waardoor hij veronderstelt dat de naamsbekendheid nog onvoldoende is. Het verlengen van de opstartsubsidie zou daarin een grond kunnen vinden, maar in de stukken leest hij dat de subsidie nodig is om de bedrijfsvoering op orde te houden. Hij verzoekt om verduidelijking. De heer Mathot verwijst naar de coronacrisis die na 2019 plaatsvond waardoor de ambities verlaat hebben plaatsgevonden. Aangetoond is hoe de gelden worden gebruikt en welke fondsen nodig zijn. Hij verzekert dat de prognose in 2019 is gemaakt vanuit een perspectief dat op dat moment het juiste leek, maar op dit moment moet gezien de huur van € 600.000 een aantal zaken in perspectief geplaatst worden.

De heer Van der Pluijm merkt op dat prognose en perspectief de essentie vormen voor de extra subsidie. Zijn fractie kan zich voorstellen dat er nu pas meer zicht is op de inkomsten, uitgaven, inspanningen, kosten en opbrengsten. Daarmee rijst ook de vraag of dit het is. Het is begrijpelijk dat nu gevraagd wordt om de opstartsubsidie structureel te maken, maar gevreesd wordt dat er over een jaar of over twee jaar, drie jaar opnieuw zo’n vraag komt. De heer Mathot kan niet in de toekomst kijken, maar de zaken die zijn gedaan om het museum verder invulling te geven met als hoogtepunt het bezoek van Hare Majesteit Koningin Maxima werkt in museumland en ook voor het bezoekersaantal. Hij begrijpt dat er wordt achtergelopen op de ambitie, maar kan niet verzekeren dat het museum over vijf jaar dermate florerend is dat er geen enkele subsidie meer nodig is. Hij gaat er wel vanuit dat de situatie dermate gezond zal zijn op dat moment waardoor het museum wat zelfstandiger kan opereren zonder de opstartsubsidie, maar dit kan hij niet beloven. De heer Dubbeldam zegt dat het antwoord op de vraag van de heer Van Groos niet echt duidelijk was voor hem. Het aantal bezoekers was 26.000 in 2023 terwijl in de businesscase werd uitgegaan van 35.000 bezoekers per jaar. Hij vraagt wat het Schoenenkwartier in de afgelopen jaren verkeerd heeft gedaan waardoor zij dit nu in één klap wil rechtzetten.

De heer Mathot benadrukt de stijgende lijn die het Schoenenkwartier op dit moment laat zien ondanks de situatie vanuit de coronacrisis. Hij beaamt dat 27.000 niet in lijn is met de prognose die werd gegeven in 2019. Er is niets fout gedaan, maar er moet in marketing geïnvesteerd worden en een nieuwe collectie om mensen (opnieuw) naar het museum te trekken. Als de collectie niet wordt gewisseld, wordt niet naar 35.000 bezoekers gegroeid. Mevrouw Jurgens wijst op het grote aantal aanwezigen op de publieke tribune vanavond wat het gewicht van dit agendapunt benadrukt. Zij is inmiddels twee jaar directeur van het Schoenenkwartier. Vorig jaar heeft zij ook ingesproken. De sentimenten die leven rondom het Schoenenkwartier zijn haar inmiddels duidelijk, maar toch vraagt zij om deze

Verslag extra gespreksavond 19 juni 2025

4

even los te laten en te luisteren naar de kansen en potenties van het Schoenenkwartier die zij samen met haar team en de vele bezoekers ziet. Vorig jaar bracht zij direct nadat de startsubsidie niet structureel werd toegewezen een bezoek aan Bilbao. Deze stad was vroeger niet bekend en onaantrekkelijk. De gemeenteraad daar wilde de stad meer bekendheid geven en deed dat met een dependance van een kunstmuseum in een gebouw van een bekende architect op een centrale plek aan het water. Nu jaren later heeft Bilbao een luchthaven, vele hotels en restaurants en duidelijke en aantrekkelijke bewegwijzering naar het museum door de aanleg van parken en fietspaden. Zij vertelt dit omdat de raad van Waalwijk net zo groot heeft gedacht als de raad van Bilbao. Op een fantastische locatie in het centrum van Waalwijk staat nu het Schoenenkwartier in prijswinnende architectuur. Het is geen dependance, maar een museum dat het gaat over het hart van elke Waalwijker, over het DNA, over de schoen- en leerindustrie. Een museum plus concept met het enige museale schoenenlab ter wereld met het nationale schoenenmuseum van Nederland als resultaat.

Zij verzoekt de raad om na de fantastische keuze en investeringen die reeds zijn gedaan om ook B te zeggen door ervoor te zorgen dat het Schoenenkwartier met behoud van de startsubsidie kan groeien, niet de helft van het personeel moet ontslaan en alle programma’s moet stoppen waarna vervolgens alleen nog maar de deur open gehouden kan worden. Dat is pas een desinvestering. B zeggen betekent ook de vindbaarheid en bereikbaarheid van het Schoenenkwartier vergroten, trots zijn op het Schoenenkwartier, zorgen dat bezoekers het Schoenenkwartier kunnen vinden met een snelle bushalte, een invalidenparking bij de deur en het stadspark dat af is. Zij hoopt dat de raad voorbij de sentimenten wil kijken door het Schoenenkwartier unaniem een kans te geven om de meerwaarde voor de Waalwijkers te zijn en een reden om naar Waalwijk af te reizen voor elke Nederlander. De voorzitter biedt gelegenheid om vragen te stellen aan inspreker. De heer Van Hest bedankt inspreker voor het vlammende betoog. In juni 2024 is niet alleen over de motie gesproken, maar de raad heeft aangegeven dat graag een businessplan te willen zien. Zojuist werd op een vraag van de heer Dubbeldam geantwoord dat er niet zo zeer iets verkeerd is gedaan, maar het moet in een ander perspectief bezien worden.

Hij hoorde zojuist welke kansen de gemeente Waalwijk heeft na het voorbeeld van Bilbao, maar hij mist wederom een businessplan en een plan van aanpak wat het museum anders gaat doen om de bezoekers uiteindelijk naar Waalwijk te trekken en te blijven trekken. Mevrouw Jurgens antwoordt dat de begroting is opgesteld toen het museum niet open was. Afgesproken werd dat na vijf jaar gekeken zou worden of de subsidie nog nodig zou zijn. Toen het museum dicht was, was niet bekend hoe hoog de energielasten zouden zijn want het gebouw is niet energieneutraal. Na vijf jaar dicht zijn is het niet zo dat er na een jaar meteen 35.000 bezoekers zijn. Toen deze aannames werden gedaan was niet bekend dat er een coronacrisis, een energiecrisis, een inflatiecorrectie van 13% en loonstijgingen zouden volgen. De startsubsidie was helaas keihard nodig voor de structurele bedrijfsvoering. Zij gelooft erin dat wanneer het Schoenenkwartier de kans krijgt om het museum voort te zetten met het kleine team en de vrijwilligersorganisatie naar de gewenste bezoekersaantallen gegroeid wordt, maar dit vraagt tijd. De heer Van Hest vraagt wanneer verwacht wordt dat er geen beroep meer zal worden gedaan op een financiële bijdrage vanuit de gemeente. Mevrouw Jurgens antwoordt dat een museum nooit zonder subsidie kan bestaan.

Het museum kan zorgen voor meer inkomsten via fondsenwerving bij de Provincie en op projectbasis. Voorts wordt geprobeerd om partners aan het museum te verbinden (op dit moment ongeveer 15) en vanuit de bezoekers volgen inkomsten. De extra gelden die

Verslag extra gespreksavond 19 juni 2025

5

hiermee binnengehaald worden, kunnen vervolgens ingezet worden voor een aantrekkelijke programmering en extra reclame zodat er meer naamsbekendheid volgt. De heer Dubbeldam merkt op dat het DAF museum in Eindhoven geen subsidie ontvangt. Hij herhaalt de vragen die vorig jaar door zijn voorganger gesteld zijn niet, maar vraagt waarom het museum niet met één groot verzoek komt volgend jaar zodat meteen gekeken kan worden of de pilot werkt in plaats van direct gaan voor structureel voor de lange termijn. Mevrouw Jurgens reageert dat het museum € 600.000 overhoudt als de huur van de subsidie wordt afgetrokken. 1/3 minder betekent heel veel voor de bedrijfsvoering. Dat kan zij niet oplossen met nog meer vrijwilligers, dan moet er personeel ontslagen worden en programma’s moeten stoppen. Zij kan niet anders dan kiezen voor het op orde hebben van de financiële basis en dat betekent 1/3 structureel toevoegen. De voorzitter biedt gelegenheid om vragen te stellen aan de wethouder. De heer Van Groos merkt op dat in het stuk staat het structureel maken van de opstartsubsidie en vraagt of dit wel een handige term is. Het gaat niet om het structureel maken van de opstartsubsidie, maar om het structureel hoger maken van de subsidie omdat de subsidie die in eerste instantie was bedacht niet voldoende is om de bedrijfsvoering op orde te houden.

Wethouder Klerx geeft aan dat deze omschrijving de lading ook dekt. Voor de leesbaarheid is verwezen naar de opstartsubsidie omdat daar eerder aan gerefereerd is. De heer Kocken begrijpt dat de subsidie nodig is om de bedrijfsvoering op orde te krijgen en vraagt of de wethouder er vertrouwen in heeft dat door het verstrekken van de subsidie dit onderwerp de komende jaren niet meer op tafel komt. Voorts merkt hij op dat de raad nog steeds wacht op de afronding van het krediet voor het museum. Hij verzoekt voor de behandeling van de Kadernota een raadsinformatie brief te verstrekken over de stand van het krediet en wat eventueel nog nodig is in verband met de bewassingsinstallatie. Wethouder Klerx antwoordt dat het college van mening is dat op het moment dat de subsidie wordt verhoogd, dan wel dat de opstartsubsidie structureel wordt gemaakt die nodig is om verder te kunnen bouwen aan het Schoenenkwartier, vervolgt kan worden met het ambitieniveau waarmee gestart is. Als de subsidie wegvalt, valt er een belangrijke basis weg die een teruggang in het activiteitenniveau, het personeelsbestand, de ambities, de plannen en uiteindelijk de mensen die worden bereikt zal veroorzaken. Het wordt dan een ander type museum en dat vindt het college zonde.

Het college heeft er vertrouwen in dat op deze manier blijvend gebouwd kan worden aan het verbinden van bedrijven en waardevolle sponsoren, maar dit vraagt bijna altijd om maatwerk. Het is allemaal nieuw voor het Schoenenkwartier. Het eerste bezoek is met simpele marketing nog wel te realiseren, maar daarna moeten bezoekers met een nieuwe expositie verleid worden om opnieuw te komen. Verwacht wordt dat hiermee ook nieuwe bezoekers getrokken worden, een olievlek die steeds groter wordt. In de afgelopen vijf jaar is veel gebeurd, de verwachting was dat dit sneller zou gaan, maar nu de deuren eenmaal open zijn, heeft dit tijd nodig. De heer Kocken zegt dat het antwoord de lading van de vraag niet geheel dekt. Hij vraagt nogmaals of het zou kunnen dat het museum over anderhalf tot twee jaar toch nog extra geld nodig heeft. Het structureel maken van € 200.000 moet onderbouwd worden.

Verslag extra gespreksavond 19 juni 2025

6

Wethouder Klerx verwacht dat het Schoenenkwartier op deze manier een heel eind in de richting komt, maar hij kan helaas niet in de toekomst kijken. Het plan geeft het college voldoende vertrouwen om jaren vooruit te kunnen waardoor het Schoenenkwartier ruimte krijgt om de eigen inkomsten te verhogen en aan de bezoekersaantallen te werken. Over de afsluiting van het krediet zijn vragen gesteld bij de Jaarrekening. Het college hoopt dat deze beantwoording afdoende is en komt niet met een raadsinformatiebrief omdat er niets meer te melden is. Het wordt niet logisch geacht om voor een onderdeel van de oplevering van de verbouwing een apart krediet naar de raad te brengen. Als de raad dit toch wenst dan hoort hij dat graag, maar in principe wacht het college totdat daar meer duidelijkheid over is. In het geval er meer geld nodig is dan binnen de kaders van de financiële verordening uitgegeven mag worden binnen de overschrijdingsregels komt het college naar de raad om een krediet aan te vragen. De heer Kocken neemt aan dat de wethouder ruim voor de verkiezingen met het resultaat komt. Wethouder Klerx gaat er alles aan doen om het krediet zo snel mogelijk af te ronden omdat het inderdaad al lang duurt. Hij gaat zijn best doen om één en ander dit jaar voor te leggen, maar kan dit niet toezeggen.

De heer Bokšan begrijpt dat de wethouder vertrouwen heeft dat de bezoekersaantallen zullen stijgen en vraagt of de wethouder kan aangeven waarop dit vertrouwen gebaseerd is. De beoogde groei van 8.000 bezoekers (van 27.000 naar 35.000) komt neer op € 124.000 (tarief € 15,50) vermenigvuldigd met de factor 2.5 is dit € 310.000. Het is bekend dat deze groei niet in één jaar gerealiseerd zal worden, maar wellicht in vijf jaar wat inhoudt dat er € 1 mln. aan subsidie wordt betaald voor een groei van € 300.000. Wethouder Klerx vindt het lastig om de subsidie te koppelen aan euro’s. Het college onderschrijft dat een deel van de subsidie en de waarde die het Schoenenkwartier levert economisch is, maar de erfgoed-, culturele en maatschappelijke waarde is moeilijker in euro’s uit te drukken. Op het moment dat er meer bezoekers komen en het herhaalbezoek groeit wordt daarmee de sprong gemaakt. Als dit een aantal jaren op rij gebeurt, is de hoop dat de olievlek langzaam breder wordt. De heer Bokšan is van mening dat het omhoog krijgen van het bezoekersaantal niet alleen om het behouden van erfgoed en culturele zaken gaat, maar ook vanuit de wil om het Schoenenmuseum financieel overeind gehouden en te laten groeien, maar hij begrijpt het antwoord van de wethouder. De voorzitter biedt gelegenheid om vragen te stellen over de Kadernota in eerste termijn.

De heer Van Groos wijst op het structurele nadeel en vraagt hoe dit probleem zich verhoudt tot het bij punt 9 in het raadsvoorstel genoemde duurzaamheidsdoel (SDG) dat wordt gestreefd naar een structureel sluitende meerjarenbegroting en tijdig bijsturen bij voorziene of geconstateerde afwijkingen. Voorts vraagt hij of het college zich realiseert dat zij de OZB voor niet woningen, afgezien van de inflatiecorrectie meestal 2%, in totaal met 8% wil verhogen (3% voor GOL en 5% voor de overige investeringen). Het college stelt dat zij een bezuiniging op de financiering van de onderwijshuisvesting heeft doorgevoerd en vraagt hoe het college kan spreken over bezuinigen op onderwijs als zij zelf steeds bij de raad terugkomt voor grote investeringen in het onderwijs (Kindcentrum Meerdijk, De Brug, De Koningsschool, De Veste). Hij vraagt waarom het college per 2029 een taakstelling van € 100.000 op parkeren heeft opgenomen terwijl de raad heeft aangegeven dat de tarieven kostendekkend

Verslag extra gespreksavond 19 juni 2025

7

moeten zijn. De kosten zouden dan met € 100.000 moeten stijgen waardoor de ruimte op de begroting niet toeneemt. Hij vraagt of het college zich bewust is van het feit dat een deel van de extra lasten in het Sociaal Domein zijn veroorzaakt door eigen beleid. Op pagina 44 worden de oorzaken genoemd. Hij wijst op de toenemende druk op mentale gezondheid bij jongeren en jongvolwassenen, de groei van het aantal internationale medewerkers en de bijbehorende ondersteuningsaanvragen en de achterblijvende bestaanszekerheid. Hij vraagt wat het college eraan doet dat Baanbrekers eerst heeft geëist dat de gemeente de eigen schoonmaker opnieuw aanbesteedde bij Baanbrekers, maar nu eenmalig een beleidskeuze maakt waardoor één van de mede-eigenaren wordt opgezadeld met een structureel tekort van € 75.000. Hij vraagt hoe het bestaat dat het college voorstelt voor € 1,5 mln. aan wensen op te nemen, de OZB buiten inflatie met 5% te verhogen en de gemeente met een structureel tekort van € 4 mln. op te zadelen terwijl zij ook nog eens de structurele problemen verergert door incidentele middelen in te zetten.

Hij vraagt waarom het college voorstelt om bij de begroting van meerdere gemeenschappelijke regelingen een zienswijze in te dienen omdat die organisaties zich niet aan de nullijn houden, terwijl zij zelf de begroting niet sluitend heeft en de nullijn ruimschoots overschrijdt (is dat meten met twee maten)? Wethouder Klerx antwoordt dat zeker de eerste twee jaren nog een nadeel wordt gepresenteerd en dat is voor het college een dilemma. Bij financieel duurzaam beleid hoort ook een sluitende meerjarenbegroting in alle jaren en daar zou het college idealiter voor willen staan. Gelet op de enorme uitdagingen vanwege het ravijnjaar, dat bij het opstellen van de Kadernota voor een deel nog niet door het Rijk vooruit was geschoven, was er een grote achteruitgang van de algemene uitkering waardoor gekozen is om een tekort te presenteren en te accepteren dat er pas in 2028-2029 een sluitend begroting volgt. Het is een politieke keuze om te kijken in welke tempo dit wordt opgelost. Het college zich realiseert terdege dat de OZB voor niet woningen met 8% zal stijgen (5% ombuiging en 3% GOL) zodra het GOL is gerealiseerd. Het is vrij zeker dat dit niet in 2026 wordt geeffectueerd. Zodra de kapitaallasten voor het GOL in de begroting worden verwerkt, wordt de OZB verhoging doorgevoerd waardoor een extra stijging van 3% in 2028-2029 volgt. Bezuiniging op het onderwijs moet zijn ombuiging.

Daar is een andere systematiek gekozen die ruimte schept omdat de reserve onderwijshuisvesting opgeheven wordt. Met de taakstelling wordt afgeweken van de lijn dat parkeren in principe kostendekkend moet zijn. Bij de behandeling van de parkeervisie is dit deels besproken. Parkeren levert al een aantal jaren meer geld op dan het kost. Dit leek de eerste jaren een incidentele meevaller, maar dit heeft nu een wat structureler karakter. In de komende jaren wordt een megaoperatie gedaan waardoor het college het opportuun acht om dit in te rekenen. Als de metamorfose straks achter de rug is de verwachting dat hier een taakstelling doorgevoerd kan worden om € 100.000 extra inkomsten te genereren omdat gehoopt wordt dat de huidige bezoekersaantallen zullen terugkomen op het eerdere niveau. Het is inderdaad een politieke keuze om van de eerdere principeafspraak af te wijken. De nullijn in de zienswijzen; dit is een terechte constatering, maar de nullijn betekent voor heel veel gemeenschappelijke regelingen niet dat er niets gebeurt. Vaak worden de nieuwe activiteiten die worden voorgesteld gedekt door andere ombuigingen dan wel bezuinigingen. Een deel van de ombuigingen die worden gepresenteerd is het verhogen van de inkomsten. Die maatregel kan de gemeente wel treffen, maar de gemeenschappelijke regelingen kunnen dat niet.

In de ogen van het college is het maar net hoe je naar de nullijn kijkt. Wethouder Slaats reageert op de vraag over de stijging van de zorgkosten met betrekking tot maatschappelijke, demografische en beleidsmatige ontwikkelingen (pagina

Verslag extra gespreksavond 19 juni 2025

8

25) dat Waalwijk wil groeien waardoor de algemene zorgkosten waarschijnlijk zullen toenemen. De vraagstukken van internationale medewerkers zijn soms van andere aard dan die van de reguliere inwoners. Op mentale gezondheid wordt ingezet en dat zorgt voor een stijging van de kosten. Er wordt hard gewerkt om goede plannen voor de huidige tendensen te maken. Zelfredzaamheid en bestaanszekerheid zijn zaken waar hard op ingezet worden. De Coalitie Waalwijk Kansrijk en allerlei partijen kijken hoe mensen in hun netwerk ondersteund en beter toegerust kunnen worden. Soms is er sprake van het uit elkaar groeien van verschillende groepen, maar hij denkt dat hetgeen wordt genoemd valt onder maatschappelijke en demografische ontwikkelingen. Wethouder Schuijffel geeft aan dat de wijziging van Baanbrekers voortkomt uit de Participatiewet. Mensen moeten zo regulier mogelijk aan het werk geholpen worden. Baanbrekers heeft geconcludeerd dat dit dusdanig succesvol is dat niet meer voldaan kan worden aan de schoonmaakdiensten. De heer Van Groos vraagt wanneer met de gemeenteraden is besproken dat het uitvoeren van de wet niet meer kan zoals Baanbrekers dat heeft gedaan waardoor de bakens verzet moesten worden. Hij vraagt voorts of Baanbrekers dit mag bepalen of dat de gemeenten over het beleid gaan. Wethouder Spierings reageert dat de gemeente over het beleid gaat.

Baanbrekers is een uitvoeringsorganisatie. Hij geeft toe dat dit vanuit Baanbrekers en de gemeenten niet adequaat is opgepakt in het verleden waardoor dit als een verrassing kwam en daarom wordt voorgesteld om een andere keuze te maken in navolging van Loon op Zand. De heer Van Groos zou het geen verrassing willen noemen want daarbij heeft hij positieve associaties en dat is nu niet het geval. Wethouder Spierings vervolgt dat hij zaken altijd positief benadert. Partijen moeten met elkaar verder en daartoe moeten zij elkaar af en toe vasthouden. De heer Van Groos merkt op dat de wethouder aangaf dat het woord bezuiniging niet goed is gekozen maar dit staat wel als zodanig in de tekst. Bij een ombuiging wordt ergens geld weggehaald om dit vervolgens ergens anders aan uit te geven zodat de lasten niet verhoogd hoeven te worden. Hij heeft geen ombuiging gezien bij onderwijs die ten gunste is gekomen van andere beleidsterreinen, want er gaat nog steeds evenveel of misschien wel meer geld naar onderwijs. De wethouder geeft aan dat er een structureel overschot is op parkeren. Zijn fractie heeft aangegeven dat de tarieven structureel te hoog zijn om het parkeren sluitend te krijgen. Hij vraagt of het college de auto opnieuw als melkkoe wil gebruiken door de parkeeropbrengsten te gebruiken ter aanvulling op de begroting.

Aangaande de nullijn maakte de wethouder een vergelijking, gemeenschappelijke regelingen hebben geen eigen inkomsten, die komen bij de gemeenten vandaan. Zij kunnen de uitgaven wel verhogen, maar de gemeenten zeggen wij betalen niet meer. Gemeenten kunnen hun inkomsten wel verhogen door meer geld te vragen aan de inwoners. Hij vraagt waarom voor de inwoners de nullijn niet aangehouden wordt terwijl gemeenschappelijke regelingen wel extra geld mogen kosten. Wethouder Klerx antwoordt dat de voorgestelde constructie bij ombuiging onderwijsvesting maakt dat een deel van de reserve die is bestemd voor onderwijshuisvesting nu wordt ingezet binnen de algemene reserve. De systematiek om dit uit een bestemmingsreserve te halen wordt opgeheven. Omdat daar nu zo’n € 4 mln. vrijkomt heeft dat als voordeel dat vanwege de 10% vrije ruimte dit vervolgens ingezet kan worden ter dekking van het structurele tekort om het financiële ravijn te dempen. Hij

Verslag extra gespreksavond 19 juni 2025

9

herhaalt dat het woord ombuiging beter op zijn plaats is want het heeft niets te maken met meer of minder investeren in onderwijs dan wel onderwijshuisvesting. Voor parkeren is gekeken hoe meer voldaan kan worden aan de wens van de raad ‘de gebruiker betaalt’. Op het moment dat er een forse investering wordt gedaan in het voorzieningenniveau (een parkeergarage voor de binnenstad) mogen daar enigszins meer inkomsten voor verwacht worden waardoor het passend wordt gevonden dat parkeerinkomsten worden gebruikt ter dekking van de algemene begroting. Afgelopen jaren is heel veel geïnvesteerd in de binnenstad. Met name ook in mobiliteit en daarom wordt het reëel geacht om de inkomsten van parkeren straks in te zetten ter dekking van allerlei investeringen in mobiliteit. De nullijn; uiteindelijk is dit een beetje hoe de democratie werkt. De gemeenteraden bepalen uiteindelijk of er meer inkomsten komen bij een gemeenschappelijke regeling en dat is ook wat het college voorstelt als vertegenwoordiging van de inwoners. Als dit niet reëel geacht worden, zullen er andere keuzes gemaakt moeten worden. Het college is van mening dat het gelet op de voorstellen passend is om deze inkomstenverhoging als laatste optie voor te stellen in het streven naar een structureel sluitende meerjarenbegroting.

De heer Van Groos begrijpt dat de Provincie aangeeft dat de kapitaallasten voor onderwijshuisvesting niet ten laste gebracht mogen worden van de reserve onderwijshuisvesting zoals dat jarenlang werd gedaan. Deze komen ten laste van de reguliere begroting en daardoor vervalt een groot deel van de reserve onderwijshuisvesting. Dit wordt gestort in de algemene reserve en van die reserve wordt weer een deel gebruikt voor de structurele dekking binnen de begroting. De wethouder noemt het een ombuiging, maar nog steeds geldt dat deze middelen ten laste komen van onderwijshuisvesting. Het is geen bezuiniging en ook geen ombuiging, het wordt alleen boekhoudkundig anders opgeschreven. Wethouder Klerx is het helemaal eens met de heer Van Groos. De heer G. den Braven vraagt of het klopt dat wat nu is opgenomen in de Kadernota voor de OZB niet meer is dan een uitgestelde reguliere indexatie en een correctie op eerder misgelopen OZB inkomsten. Hij vraagt of het volgens het college te verkopen is dat bedrijven belastingvoordelen krijgen terwijl mensen die structureel geen uitzicht hebben op inkomensverbetering in Waalwijk minder worden bijgestaan dan in omringende gemeenten.

Hij vraagt of het college het eens is dat onze bedrijven een morele verplichting hebben om bij te dragen aan het oplossen van het armoedeprobleem in Waalwijk waar zij vaak met het type werk dat zij aanbieden aan bijdragen. Hij vraagt of het college meer kan vertellen over de resultaten van het in oktober in een raadsinformatiebrief aangekondigde onderzoek waarin het verhogen van de individuele inkomenstoeslagen (IIT) op het besteedbare inkomen is onderzocht. Wethouder Klerx kan zich voorstellen dat zijn collega Spierings met liefde iets meer over het IIT vertelt maar de vraag is wel erg breed geformuleerd, wellicht dat de vraag iets concreter gesteld kan worden. De OZB gaat verder dan een uitgestelde indexatie en misgelopen inkomsten, één van de allerlaatste regels in de dekkingsvoorstellen is een vrij generieke 5% OZB stijging die daar bovenop komt. Belastingvoordeel voor bedrijven is in de ogen van het college geen lokaal beleid, maar vanuit de brede welvaartsgedachte wordt gekeken hoe ook bedrijven kunnen bijdragen aan voordelen voor de hele samenleving (inwoners, economie, maatschappij) dus in zekere zin is er een kans tot bijdrage.

Verslag extra gespreksavond 19 juni 2025

10

Wethouder Spierings vult aan dat het college dagelijks bezig is met bijdragen vanuit het bedrijfsleven in het kader van brede welvaart. Werkgevers worden gevraagd om met Baanbrekers in gesprek te gaan. Aangaande IIT meldt hij dat de kosten lager schijnen te zijn dan eerder werd aangegeven. Het college denkt dat daar waarschijnlijk toch positief naar gekeken moet worden, maar het is aan de raad in hoeverre hier funding voor beschikbaar wordt gesteld. Voor de besluitvorming over de Kadernota komt nadere informatie naar de raad. De heer G. den Braven geeft aan dat de houtwal als PM post is opgenomen en vraagt of het college een update kan geven van de stand van zaken en aan welke richting gedacht moet worden bij deze PM post. De voorzitter merkt op dat dit een technische vraag is. De heer G. den Braven heeft ten aanzien van het OV gezien dat enkel wordt benadrukt dat er een verbeterde verbinding moet komen tussen Tilburg, Waalwijk en Den Bosch. Een ambitie om de kernen beter te verbinden wordt gemist. Hij vraagt of het college kan vertellen hoe de pilot met Brabant Flex is ontvangen en of daarvan voldoende gebruik wordt gemaakt. Zijn fractie heeft signalen gekregen dat er grote zorgen blijven over de bereikbaarheid van de kernen op de avond en in het weekend.

Zijn fractie heeft begrepen dat EBS meedoet als partij in de OV concessie van de Provincie naast Arriva en daar heeft zij morele bezwaren tegen. Het feit dat dit alleen op papier een Nederlands bedrijf is werkt niet echt in het voordeel. In andere provincies waar EBS meedeed aan de concessie is duidelijk geworden dat de kwaliteit die van een OV bedrijf verwacht mag worden niet geleverd kan worden. Hij verzoekt het college om zich uit te spreken tegen EBS als vervoersbedrijf voor de Provincie. Overwogen wordt om met een motie te komen om het college hiertoe op te roepen. Lange tijd vielen er stevige woorden over de kleedkamers van WSC en bleef onduidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is. In de afgelopen periode is de kou schijnbaar uit de lucht gehaald, maar zijn fractie hoort toch graag of deze duidelijkheid er nu is en door welk wondermiddel er plotseling € 750.000 vrijgemaakt kan worden. Dit wondermiddel kan mogelijk ook gebruikt worden voor een verhoging van de IIT. Wethouder Klerx antwoordt dat het beter bereikbaar maken van de kernen ook voor het college een belangrijk punt is. Gehoopt wordt dat er stappen gezet kunnen worden in de nieuwe concessieperiode, maar er zijn nog geen concrete voorstellen gedaan.

Met het beter toegankelijk maken van de bushaltes (die voor een deel ook landen in de kernen) wordt hopelijk een wat groter publiek bereikt en wordt voorgesorteerd op het wat vaker gebruiken van het OV. Dit onderwerp heeft de aandacht, maar voor nu is er nog niets voorgesteld. Als de raad van mening is dat het college zich moet uitspreken over één van de partijen die meedoet aan de concessie moet daar een uitspraak over gedaan worden omdat dit een zaak van de Provincie is. Als het bedrijf de juiste kwaliteit niet kan leveren zal deze betreffende partij waarschijnlijk niet als winnaar uit de bus komen. Duidelijkheid over de kleedkamers van WSC; in de ogen van het college is er nooit onduidelijkheid geweest wie moet betalen voor het onderhoud (groot dan wel klein) van de kleedkamers, want dat was WSC. De discussie daarover is uiteindelijk beslecht. Er is niet zo zeer sprake van een wondermiddel, het college was altijd al van mening dat er een verantwoordelijkheid lag voor de nieuwbouw dan wel vervangende nieuwbouw voor de kleedkamers omdat in het sportaccommodatiebeleid staat dat er voldoende goede kleedkamers moet zijn bij voetbalvelden. Deze constructie is ook elders in de gemeente al eens toegepast. Met deze incidentele bijdrage gaat het eigendom nu wel over naar de voetbalvereniging en is en blijft zij verantwoordelijk voor onderhoud, renovatie en op termijn nieuwbouw.

Beide partijen staan achter deze oplossing.

Verslag extra gespreksavond 19 juni 2025

11

De heer Van Groos merkt op dat de wethouder een opmerking maakt over het beleid van de gemeente, maar het is al sinds jaar en dag dat de gemeente zorg voor kleedkamers heeft en de verenigingen voor de kantine. Met SSC is een beleidswijziging ingetreden, maar deze is nooit vastgelegd in regels. Wat nu wordt voorgesteld voor WSC is vergelijkbaar wat met wat voor SSC is gedaan, maar daarmee wordt weer afgeweken van de regel dat de gemeente zorgt voor de kleedkamers en de vereniging voor de kantine. Wethouder Klerx reageert dat deze zeer strikte uitleg een correcte weergave is van het beleidsdocument dat al enige jaren oud is. Dit is wat breder geïnterpreteerd gelet op het feit dat dit eerder zo is gedaan bij SSC. Daarom vindt het college dat de gemeente verantwoordelijk is voor de kleedkamers en wordt een bijdrage gedaan. Verantwoordelijkheid voor de kleedkamers zou zo uitgelegd kunnen worden dat de gemeente eigenaar is. Daarin wordt nu een iets andere constructie gekozen die ook voldoet aan de geest van de wet, maar daarover kan ook anders gedacht worden. De heer Dubbeldam gaat er vanuit dat het college op de hoogte is van de publicatie van de meicirculaire op 28 mei en vraagt of de herijking al is doorgerekend. Wethouder Klerx antwoordt dat de organisatie daarmee bezig is.

De heer Dubbeldam vervolgt dat zijn fractie vooralsnog geen financieel plaatje heeft kunnen ontdekken, maar de signalen zijn positief. Er lijkt sprake te zijn van een meevaller. Als de meicirculaire naast de Kadernota gelegd wordt valt op dat er voordelen zijn voor projecten zoals kunst in de openbare ruimte, uitbreiding bibliotheek, BaLaDe, het Schoenmuseum, et cetera. Maar er is ook een stevige tegenvaller: een verhoging van de OZB met 5%. Dit voelt toch een beetje als een verjaardagscadeau en daarna de rekening krijgen. Hij vraagt of het college het eens is met zijn fractie dat het financieel voordeel uit de meicirculaire volledig ten goede moet komen aan de inwoners en dat de lastenverzwaring in 2026 daarmee van tafel is. Wethouder Klerx antwoordt dat dit nu nog niet gesteld kan worden omdat de meicirculaire nog doorgerekend wordt. De meevaller waarop wordt gedoeld lijkt met name voor 2026 en 2027 te zijn. De totale doorrekening voor 2028 en 2029 is nu nog niet te overzien en met name de volledige uitwerking van de Kadernota, de meicirculaire en alles wat daar nog bij komt wat uiteindelijk wordt gepresenteerd in de begroting. Als dit in totaliteit in het meerjarenbeeld niet nodig blijkt te zijn of maar voor een deel dan begrijpt hij dat opgeroepen wordt om de OZB zo snel mogelijk te verlichten zoals dat is afgesproken in het coalitieakkoord.

Het is nu te vroeg om te zeggen dat dit zeker gaat gebeuren. De heer Dubbeldam vraagt of het college wel met een berekening komt voor de behandeling van de Kadernota. Wethouder Klerx antwoordt bevestigend. De voorzitter biedt gelegenheid om onderling standpunten uit te wisselen of aankondigingen te doen. De heer Bokšan refereert aan de vraag van GroenLinksaf of bedrijven een morele verplichting hebben om armoede terug te dringen en verzoekt om verduidelijking. In zijn optiek doen ondernemers dit door banen aan te bieden.

Verslag extra gespreksavond 19 juni 2025

12

De heer G. den Braven begrijpt dat de VVD daar op deze manier naar kijkt. Zijn fractie ziet ook dat bedrijven nodig zijn om banen te creëren, maar het type bedrijf dat naar Waalwijk gehaald wordt heeft ook een andere kant. Het is algemeen bekend dat in Waalwijk veel mensen werken met een migratieachtergrond, maar ook mensen die minder betaald werk doen. Dit legt uiteindelijk een extra druk op de samenleving. Ondernemers worden gezien als degene met de brede schouders waarvan best wat extra’s gevraagd kan worden om mensen aan de onderkant iets extra’s te geven want het is ook bekend dat Waalwijk in vergelijking met de omgeving meer mensen met een lager niveau dan de bijstandsnorm in aanmerking laatkomen voor de individuele inkomenstoeslag. Zijn fractie overweegt om hier iets voor te doen. De voorzitter roept beide heren op een ideologische discussie te voorkomen. De heer Bokšan informeert of er een armoedebelasting voor ondernemers moet komen. De heer G. den Braven denkt na over hoe met de OZB omgegaan kan worden en tegelijkertijd is de OZB op niet woningen gedaald in de afgelopen jaren. Daar komt iets bij en zijn fractie overweegt om er nog iets bij te vragen om de IIT aan te passen. Hij heeft zojuist gehoord dat de doorrekening van de meicirculaire nog volgt.

De VVD vraagt om deze volledig te gebruiken ter compensatie van de voorgestelde OZB verhoging, maar daarmee wordt slechts een deel van de inwoners bereikt. De heer Bokšan veronderstelt dat het standpunt van zijn fractie bij de behandeling van de motie van GroenLinksaf nog aan de orde zal komen, maar voor zijn fractie is het wel een punt dat de OZB met een percentage bovenop de inflatiecorrectie en areaaluitbreiding verhoogd wordt. Voorstellen die zorgen voor meer lasten voor inwoners zullen niet zomaar gesteund worden. De voorzitter concludeert dat het een interessant debat zal worden en verzoekt het hierbij te laten voor dit moment. Hij biedt vervolgens de insprekers gelegenheid om een slotwoord te spreken. De heer Vugts weet dat wanneer een plan niet uitkomt iedere ondernemer weet dat wanneer een plan wordt opgesteld dat the best guess is van dat moment. Wanneer vanuit een achterstand wordt gestart moet rekening gehouden worden met het feit dat dan niet dezelfde doelstellingen voor ogen gehouden kunnen worden. Hij roept de raad op terug te kijken naar de visie en de koers: het centrum van Waalwijk met het museum als trekker want dit zal waarschijnlijk de reddingsboei zijn. Mevrouw Jurgens benadrukt dat de opstartsubsidie echt structureel nodig is voor de bedrijfsvoering, dus tijdelijk is niet voldoende.

Als er nog vragen zijn dan is zij gaarne bereid om die te beantwoorden en iedereen is van harte welkom om langs de komen in het museum. In de richting van de VVD geeft zij aan dat het museum voor houders van een museumjaarkaart veel minder ontvangt dan € 15,50. De voorzitter concludeert dat het voorstel unaniem als bespreekstuk wordt geagendeerd voor de raadsvergadering van 3 juli a.s. Hij schorst de vergadering tot 21.30 uur. 3.

Jaarrekening 2024

De accountant heeft de jaarstukken gecontroleerd en een goedkeurende verklaring afgegeven. De raad wordt voorgesteld de jaarstukken 2024 vast te stellen. De

Verslag extra gespreksavond 19 juni 2025

13

jaarrekening is ook besproken in het auditcomité. De voorzitter van het auditcomité verzorgt een terugkoppeling. De heer F. den Braven: Op 3 juni heeft het auditcomité de jaarrekening met de ambtelijke organisatie en de wethouder besproken. Daarnaast heeft het auditcomité met de accountants de accountantsstukken besproken waarbij de wethouder de nota van verantwoording hierover heeft toegelicht. De vragen vanuit het auditcomité zijn zowel door de wethouder als de accountants naar tevredenheid beantwoord. Het auditcomité kan zich technisch gezien vinden in de jaarstukken. De voorzitter constateert dat er geen vragen zijn aan het auditcomité. Dit onderwerp is geagendeerd door de fractie van de ChristenUnie. De heer Van Groos vraagt hoeveel zin het heeft om te rapporteren op output (dat wil zeggen op ondernomen acties) als de maatschappelijke effecten (de outcome) niet bekend zijn. Het college heeft bij veiligheid bijna alles op groen gezet, terwijl uit de onderliggende indicatoren blijkt dat de gemeente Waalwijk op alle gemeentelijke onderdelen onveiliger is geworden. Slechts één actiepunt kleurt rood (Skaeve Huse) en daar is de gemeente zelf verantwoordelijk voor. De actie verbeteren openbaar vervoer staat op groen, terwijl de dienstregeling niet is verbeterd.

Bij sport staat slechts één actiepunt op rood (het onderzoek naar de mogelijke verzelfstandiging van het team sport) terwijl het aantal niet sporters in Waalwijk is gedaald. Dat is een afwijking ten opzichte van de landelijke ontwikkeling. Hij vraagt hoeveel zin het heeft om met stoplichten aan te geven hoe het gaat en de indruk te wekken dat het goed gaat terwijl uit andere cijfers blijkt dat het helemaal niet goed gaat. De paragraaf lokale heffingen vertoont nogal wat afwijkingen ten opzichte van de primaire begroting ( OZB + € 650.000, riool + € 200.000, reinigingsrecht + € 300.000, hondenbelasting + € 50.000 (20%), verblijfsbelasting - € 100.000 (20%), parkeerbelasting + € 66.000 (5%), grafrechten - € 132.000 (35%). Hij vraagt hoe het kan dat de afwijkingen zo groot zijn en wat daaraan gedaan wordt want het gaat in absolute zin in totaal om ongeveer € 1,5 mln. Zijn fractie zou graag een scherpere begroting zien, zeker met het oog op de aanstaande krappe jaren. Hij vraagt waarom de mate van kostendekking op parkeren niet gegeven wordt, ook niet na technische vragen van zijn fractie. Als de raad de productenverantwoording had gekregen, had hij dit zelf kunnen opzoeken en uitrekenen. Wethouder Klerx geeft aan dat het college de opmerking over het rapporteren op outcome in plaats van output snapt.

In de afgelopen jaren is altijd op activiteitenniveau geschreven in de begroting en niet zo zeer op het maatschappelijk effect. Het bestuur had dit wel scherp, maar het verwoorden van de outcome is best een uitdaging. Daar zijn al wat stapjes in gezet, maar dat moet nog veel meer gedaan worden en daarna kan overwogen worden of het zin heeft om de stoplichtmethodiek voor de activiteiten in de begroting op deze manier te doen. Het college staat er voor open om te kijken naar de maatschappelijke effecten en wat daarin de voortgang is. Het is lastig om op dit moment precies aan te geven wat de oorzaak is van de afwijkingen in de lokale heffingen. Toeristenbelasting bijvoorbeeld blijft altijd een schatting op basis van het voorgaande jaar, maar dergelijke zaken zijn vaak afhankelijk van factoren waar geen invloed op uitgeoefend kan worden (het weer, feestdagen in vakantieperiodes). Als er een precies antwoord wordt gewenst, kan daar technisch op teruggekomen worden. Hij begrijpt niet waarom de kostendekking parkeren niet is verstrekt, dit wordt alsnog gedaan.

Verslag extra gespreksavond 19 juni 2025

14

De heer Van Groos bedankt voor de toezegging. Hij kreeg als antwoord dat parkeren een algemeen dekkingsmiddel is, maar de raad heeft aangegeven dat alle kosten die worden gemaakt voor parkeren moeten terugkomen. De vraag over de indicatoren die op groen staan terwijl deze in de praktijk op rood staan zou ook kunnen leiden tot de vraag of wel doorgegaan moet worden met dit soort acties als deze het tegenovergestelde opleveren. Misschien moet geconstateerd worden het is weggegooid geld en moet het stoplicht op groen gezet worden. Wat zijn fractie betreft zou het stoplicht dan op rood moeten staan. Hij heeft niet gevraagd om de heffingen op alle punten toe te lichten. De wethouder noemde als voorbeeld een posten die veel moeilijker te voorspellen is dus dan is de afwijking wat beter te begrijpen. De OZB hoeft niet zo af te wijken want het is bekend hoeveel woningen er stonden op 1 januari het jaar daarvoor, de waarde is bekend en ook hoeveel er binnenkomt. Hetzelfde geldt voor riool en reinigingsrecht. De afwijking telt op tot meer dan € 1 mln. Dat is tamelijk slordig en daarom wordt een motie overwogen in de raadsvergadering over de jaarrekening. Wethouder Klerx reageert dat het moeilijk is om aan te geven als met een activiteit wordt gestopt dat het weggegooid geld is, dat je zomaar met de activiteit kunt stoppen.

Het kan zomaar zijn dat er iets wordt gedaan waardoor de daling die er zou zijn geweest nog veel groter zou zijn als dit niet was gedaan. Het college begrijpt dat het wellicht iets slimmer kan door op outcome te rapporteren. De heer Knops merkt op dat de jaarrekening een overschot laat zien van € 7,5 mln. Tevens blijkt uit de jaarrekening dat de gemeente € 7,5 mln. aan OZB heeft opgehaald. Hij vraagt waarom de wethouder de OZB zo sterk wil verhogen als er een megaoverschot is en er feitelijk 100% te veel belasting is opgehaald bij de inwoners. Wethouder Klerx antwoordt dat de OZB wordt bepaald op basis van de in de begroting aangegeven kengetallen en dat moet structureel in evenwicht zijn. Uiteindelijk moet dit in de ideale situatie meerjarig structureel dekkend zijn. Dat is nu niet het geval. Het is structureel dekkend in 2028 en 2029 in het financiële doorzicht dat nu wordt gepresenteerd met de Kadernota. Daarbij komt dat de oorzaak van die incidentele meevaller is dat er heel veel extra incidentele middelen vanuit het Rijk zijn gekomen waar geen rekening mee gehouden kan en mag worden aan het begin van het jaar. Er moet een structureel sluitende meerjarenbegroting voorgelegd worden. De VNG en de toezichthouder hebben de gemeenten geadviseerd om een deel daarvan dekken door 10% van de algemene reserve in te zetten als structureel dekkingsmiddel.

Daarmee wordt gehoopt een klein beetje van deze toch wel grote meevaller structureel te kunnen inrekenen. Wat het college betreft is de vergelijking die wordt gemaakt over 100% te veel OZB heffen niet helemaal juist vanwege het structurele karakter dat in de begroting nodig is. De heer Knops verduidelijkt dat hij met name vroeg waarom de OZB volgend jaar wordt verhoogd. Hij begrijpt dat het overschot van dit jaar met incidentele meevallers te maken heeft, maar gegeven dat overschot de vraag waarom de OZB nog verder verhoogd moet worden. Dit jaar heeft het meer dan € 600.000 opgeleverd dan begroot. De heer Van Groos heeft daar zojuist ook al kritische opmerkingen over gemaakt. Wethouder Klerx vervolgt dat er een sluitende begroting voorgelegd moet worden en daarvoor moeten dekkingsvoorstellen gedaan worden. Voor een deel daarvan wordt gebruik gemaakt van die constructie om die incidentele meevallers enigszins in te rekenen op de manier zoals zojuist toegelicht. En dan nog is gelet op alle voorstellen die worden gedaan dekking nodig en daarvoor is als laatste dekkingsmiddel voorgesteld om

Verslag extra gespreksavond 19 juni 2025

15

de OZB te verhogen omdat de grote incidentele meevallers die nu worden gezien niet structureel ingerekend kunnen worden. De heer Knops vraagt of de wethouder zich kan voorstellen dat dit voor burgers heel raar voelt en dat die financieel technische verklaring in de portemonnee heel anders aanvoelt. Wethouder Klerx antwoordt bevestigend. De heer Knops vraagt of de wethouder zich wil inzetten om te proberen die verhoging voor volgend jaar van tafel te krijgen om tegemoet te komen aan het gevoel bij inwoners en zijn fractie. Wethouder Klerx heeft geprobeerd aan te geven hoe het college hierin staat gelet op de begroting. Dit voorstel wordt gedaan omdat er een sluitende begroting gepresenteerd moet worden. Het college neemt alles mee in de verwerking naar de definitieve begroting en daarbij mag van het college verwacht worden als het mogelijk is dat daarop geanticipeerd wordt. Dit is een groot voorbehoud omdat hij nog niet precies weet wat de uitkomst en de doorrekening exact gaat zijn, maar hij snapt het pleidooi dat dit niet als een verrassing komt. De heer Van der Pluijm zegt dat in het accountantsverslag aangegeven wordt dat financiële positie van de gemeente onzeker blijft. In de presentatie van de wethouder staat (dia 6) dat de financiële positie stabiel blijft. Hij gaat er vanuit dat er een nuanceverschil zit in deze uitspraken en informeert wat de nuance is.

Wethouder Klerx antwoordt dat het citaat in de presentatie en citaat is uit het accountantsverslag waarin gezegd wordt dat de huidige financiële positie stabiel is. Dat gaat met name over de weerbaarheid en de wendbaarheid van de organisatie. De accountant maakt daarbij wel de kanttekening en dat de toekomstige financiële positie van de gemeente onzeker is en dat onderschrijft het college. Dit heeft er met name mee te maken dat de algemene uitkering sterk daalt. Naar alle waarschijnlijkheid komt er enigszins verlichting in 2026 en 2027 en dan schuift dat tekort iets op, maar daarom zegt de accountant terecht het blijven onzekere tijden. Het college zet via de VNG vol in op in gesprek blijven met het Rijk, misschien moet hij wel zeggen onderhandelen, over het feit dat de middelen die de gemeente krijgt niet in balans zijn met de taken die zij moet uitvoeren. De heer Van der Pluijm geeft aan dat het duidelijk is. De voorzitter biedt gelegenheid om onderling standpunten uit te wisselen of verwachtingen en voornemens uit te spreken. De heer Van Groos geeft aan dat het jammer is dat er geen steun was voor het voorstel van de ChristenUnie vorig jaar om op de combi-aanslag een korting toe te passen, want er is nu veel meer geld opgehaald dan nodig was. Hij vraagt hoe de VVD aankijkt tegen het opnemen van een bedrag van € 1,5 mln.

aan wensen voor 2026 want het college komt niet alleen met uitgaven voor onontkoombaarheden en de basis op orde. De heer Knops antwoordt dat zijn fractie dat een zeer kwalijke zaak vindt. Het is ongepast om extra belasting te heffen terwijl er een enorm overschot is. Er is al meer OZB binnengehaald dan begroot en vervolgens worden er extra uitgaven gedaan van de extra heffing. Hij is daar helemaal niet blij mee.

Verslag extra gespreksavond 19 juni 2025

16

De heer Van Groos bedankt voor het duidelijke antwoord. Voorts wordt voorgesteld om een BTW bijdrage te stoppen in de afvalstoffenheffing en de rioolheffing terwijl de BTW al terugkomt via het BTW compensatiefonds. Hij vraagt hoe de VVD aankijkt tegen het feit dat BTW die al wordt teruggekregen via het compensatiefonds ook nog eens in rekening wordt gebracht aan de inwoners. De heer Knops reageert dat de heer Van Groos hem overvraagt, dit is een technische kwestie waarvan hij onvoldoende inhoudelijk op de hoogte is. De heer Van Groos hoopt dat de VVD over een paar weken wel een visie hierop heeft. De voorzitter inventariseert de standpunten. De heer Frodyma geeft aan dat het een bespreekstuk is omdat zijn fractie de zaken die vanavond naar voren zijn gebracht nog nader wil bespreken. De heer Knops zegt dat het bespreekstuk omdat zijn fractie wil terugkomen op het punt te veel belasting innen bij inwoners. De heer Spohr kiest voor een bespreekstuk om nog nader naar de belastingheffing te kunnen kijken. De heer Van Groos komt met een motie om met het oog op de begrotingen voor de komende jaren het college op te roepen de begroting realistischer te maken zodat de raad over de juiste cijfers een oordeel kan vellen.

De voorzitter constateert dat de fracties van VVD, Samen Waalwijk, CDA en ChristenUnie het voorstel als bespreekstuk aanmerken voor de raadsvergadering van 3 juli aanstaande. 4.

Voorjaarsbericht 2025

De gemeenteraad ontvangt twee keer per jaar informatie over hoe de begroting 2025 ervoor staat. Eén keer via het Najaarsbericht en één keer via het Voorjaarsbericht. Het Voorjaarsbericht bevat kredietvoorstellen en de raad wordt gevraagd hier een besluit over te namen. Dit onderwerp is geagendeerd door de fractie van de ChristenUnie. De heer Van Groos merkt op dat het college op pagina 5 meldt dat via het Voorjaarsbericht geen nieuwe zaken op de begroting mogen worden gezet. Toch wordt in dit bericht ineens gesproken over de vervanging van het hoofdveld van de hockeyclub voor € 870.830. Hij informeert of hiervoor niet een apart raadsvoorstel aangeboden moet worden. Hij vraagt hoe het kan dat voor de fontein op het Raadhuisplein geen budget is vastgesteld voor onderhoud en reparaties. Op 23 november 2023 is de afschrijvingstermijn voor de inventaris van culturele instellingen teruggebracht van 15 naar 10 jaar. In het raadsvoorstel van toen staat dat de nieuwe afschrijvingstermijnen gelden voor nieuwe investeringen en dat aan het raadsvoorstel geen financiële consequenties zijn verbonden. Anderhalf jaar later stelt het college voor de verkorte termijn te verrekenen. Dit jaar gaat het om € 200.000 en in de jaren daarna om € 100.000.

Hij vraagt of ergens financiële ruimte voor geregeld moet worden, bijvoorbeeld de verhuizing van de bibliotheek of de exploitatie van het Schoenenkwartier.

Verslag extra gespreksavond 19 juni 2025

17

Het college stelt dat het hogere onderhoudsbudget voor de openbare ruimte in Sprang-Capelle en Waspik incidenteel is terwijl dit met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid structureel van aard is. Hij vraagt waarom het college de raad wil opzadelen met een structureel probleem van ruim € 300.000. Het gebeurt wel vaker dat kosten die structureel zijn eerst als incidenteel worden aangeduid, maar dat dit op den duur niet haalbaar blijkt. Net zoals het betalen van structurele kosten uit incidentele middelen zoals reserves. Hij vraagt welke betekenis de raad moet hechten aan het genoemde nadelig resultaat van € 1,6 mln. terwijl al jaren aan het eind van de rit een groot overschot ontstaat. Afsluitend vraagt hij waarom het college niet eerder een extra krediet heeft gevraagd voor Kindcentrum Meerdijk, nu zijn de kosten al gemaakt. Wethouder Klerx antwoordt dat de vervanging van het kunstgrasveld bij de hockey een vervangingsinvestering is die al gepland stond. Daar is een tekort, maar deze ruimte wordt gevonden omdat er geld wordt overgehouden in de vervangingsinvestering voor de atletiekbaan. Omdat het gaat om een vervangingsinvestering is er geen apart raadsvoorstel nodig, maar het wordt wel expliciet gemaakt omdat het college zich realiseert dat er op de ene post geld overblijft en op de andere post een geld tekort wordt gekomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15718114/1