CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag e-Debat & Besluit (B) 290421

Raadsvergadering (B) 29 april 2021, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Besluitenlijst en verslag van deze vergadering30.302 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

We respecteren dat en zullen dat deels ook volgen. Wij willen het college oproepen om snel met verduidelijkingen te komen en ervoor te zorgen dat de vragen op tijd beantwoord worden, zodat we dit plan zo snel mogelijk kunnen voortzetten. De voorzitter: Oké, maar voor u is het dus ook een T-stuk? De heer Klerx: Nee, maar we volgen de rest erin. Moet ik daar een uitspraak over doen? Ik geef een aanvulling op wat de heer Van Zelst zegt.

Notulen raadsvergadering 29 april 2021

17

De voorzitter: Ik wil even verifiëren of het een T-stuk is. Als ik dat voorstel doe, moet ik weten of ik een meerderheid heb. Ik ga alle fracties even langs en vraag nu of LokaalBelang het na deze uitspraak ermee eens is dat het een T-stuk is in deze vergadering? De heer Klerx: Volgens mij kunnen we dat accepteren. Mevrouw Schuijffel: Voor ons geldt hetzelfde. We hebben het ook als A-stuk bestempeld, maar na het debat en wat we besproken hebben in de schorsing, gaan wij mee met het voorstel om er een T-stuk van te maken. De heer Klapwijk: Wij hebben dezelfde argumentatie. Wij denken dat het beter is voor het draagvlak om een pas op de plaats te maken en kunnen ons dus ook vinden in het voorstel om er een T-stuk van te maken. De voorzitter: Dat betekent dat ik straks ga voorstellen om er een T-stuk van te maken. Zijn er mensen die daar bezwaar tegen hebben? Dan moet u het nu zeggen, anders is dat straks mijn voorstel. Dat is niet het geval. We gaan naar het volgende agendapunt. 6.

(4.3-21) Vaststelling bestemmingsplan Waalwijk, Wijnruitstraat 196

De voorzitter: Het woord is aan Lijst De Jongste/Partij van de Arbeid. De heer De Vaan: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij hadden wij doorgegeven dat het een A-stuk was. De voorzitter: Als dat zo is, neem ik daar graag kennis van. U staat wel op het lijstje. Het woord is aan D66. Mevrouw Schuijffel: Voorzitter. Ik moet eerlijk zeggen dat ik deze bijdrage ook bij het vorige punt had kunnen houden, maar ik heb besloten het bij Wijnruitstraat 196 te benoemen. Het gaat weer over burgerparticipatie; de norm of voor de vorm? Deze uitspraak hebben wij onlangs gedaan bij het debat over Laageinde 103. Ik vind het hartstikke vervelend dat we deze uitspraak nu weer moeten doen. Ons betoog gaat nu niet over de plannen voor de bouw van het appartementencomplex zelf. Het lijken mooie plannen op een plek waar nu een oud en vervallen schoolgebouw staat. We moeten er met het huidige tekort alles aan doen om meer woningen aan onze gemeente toe te voegen. Immers, iedereen heeft recht op een goed en betaalbaar dak boven zijn hoofd. Dat laat echter onverlet dat omwonenden goed geïnformeerd en betrokken moeten worden bij het proces. Het valt ons op dat de coronamaatregelen steeds als excuus worden gebruikt om het gesprek niet aan te gaan, maar een en ander via een brief en eventueel een animatievideo af te doen. Met een beetje creativiteit en wil had dat heel anders gekund.

Inderdaad, niet iedereen is bedreven met Teams, Zoom, Jitsi of wat dan ook. Maar met wat instructie en begeleiding lukt het de meesten wel. Ook een meeting in de buitenlucht zou een optie kunnen zijn. Wij vragen de portefeuillehouder dan ook waarom de coronamaatregelen zo vaak als excuus worden gebruikt. Waarom wordt er geen beroep gedaan op de creativiteit en de inventiviteit van de organisatie en/of de inwoners van Waalwijk? Wat gaat de portefeuillehouder doen om voortaan linksom of rechtsom het gesprek met onze inwoners aan te gaan waar het gaat om dit soort ontwikkelingen? Tot zover. Mevrouw Klerks: Voorzitter. Ik denk dat mevrouw Schuijffel en ik ongeveer hetzelfde op papier hebben gezet, want ook de VVD is erg blij met het plan om te gaan bouwen. En ook ik heb opgeschreven dat ik meer creativiteit wens te zien als het gaat om de participatietrajecten. Ik denk dat mevrouw Schuijffel daarover al een mooie handreiking heeft gedaan. Wij gaan één stap verder. Wij willen een belofte doen aan de wethouder. Elk Notulen raadsvergadering 29 april 2021

18

bestemmingsplanwijziging die na deze vergadering voorligt en geen participatietraject heeft gehad, gaan wij afwijzen. We zijn er gewoon een beetje klaar mee. We hebben het Laageinde gehad, we hebben nu Akkerlaan gehad, we hebben dit gehad. Voor ons is die openheid van de overheid gewoon heel erg belangrijk. Dat hebben we met onze laatste schriftelijke vragen ook laten zien. Daar is een participatietraject gewoon een voorwaarde voor. Dus bij deze die belofte, en we hopen dat we die belofte nooit hoeven in te willigen. Beantwoording college Wethouder Daandels: Voorzitter. Het lijkt mij goed dat we over het woord “participatie”, dat heel vaak gebezigd wordt, nog eens gaan spreken met de raad. In het voortraject heeft participatie plaatsgevonden. Dat kan natuurlijk op verschillende manieren, maar het heeft plaatsgevonden. Er waren in het voorontwerp twee zienswijzen. In het huidige ontwerp is er geen enkele zienswijze. Dat betekent dat participatie wel degelijk resultaten heeft gehad, anders trekken mensen hun zienswijze niet in. Ik begrijp de reactie niet dat er geen participatie zou zijn geweest. Als er geen participatie plaatsvindt, gaat het college het voorstel niet aan u voorleggen. Participatie is een eerste vereiste om überhaupt een proces en een voorstel in behandeling te nemen. U heeft het niet over participatie an sich, u heeft het over de inhoud van de participatie.

Die is volgens u niet voldoende. Daar wil ik met u over praten, niet over de vraag of er wel of geen participatie heeft plaatsgevonden, voordat we het hier voorleggen. Daar mogen we over praten, maar dat is voor ons al een uitgangspunt op voorhand. Dus graag treed ik met uw raad in gesprek over wat we verstaan onder participatie en hoe we wensen ermee om te gaan. Want willen we ontwikkelen met elkaar, dan moet daar toch enige lijn en enige duidelijkheid vanuit de raad gegeven worden aan dit college. Participatie heeft namelijk wel degelijk plaatsgevonden, maar blijkbaar volgens uw raad niet voldoende. Mevrouw Klerks: Het lijkt me heel goed om hierover in gesprek te gaan, want ik denk dat dat ook de enige manier is om hieruit te komen, maar ik wil toch even een reactie geven. We hebben een raadsvoorstel voor ons liggen en onder kopje 6 staat bij inspraak alleen dat het voorontwerp bestemmingsplan heeft voorgelegen, dat er twee insprekers zijn geweest en dat die insprekers een reactie hebben gehad. Dat is gewoon de formele weg die er ook ligt, maar dat is geen participatie. Dus ja, het lijkt me heel goed om daarover in gesprek te gaan, maar ik wil toch even benadrukken dat ik het zeer oneens ben met hoe de wethouder het afdoet en dat wat in het raadsvoorstel staat, geen participatie is. Wethouder Daandels: Jammer dat mevrouw Klerks de zin die eronder staat niet voorleest.

Daar staat dat er een nota van inspraak is geweest, dat er vooroverleg is geweest en dat er inzage heeft plaatsgevonden. Natuurlijk sta ik open voor suggesties, maar ik heb het al gezegd: laten we met de raad eens spreken over participatiewant anders krijgen we dit soort discussies bij elk voorstel. Mevrouw Schuijffel: Ik sluit mij aan bij mevrouw Klerks. Het is heel goed dat we hierover nog eens met elkaar om de tafel gaan. Mijn bezwaar zit hem er ook nog in dat de coronamaatregelen zo vaak als excuus worden gebruikt om dingen niet of heel beperkt te doen. Ik heb gevraagd hoe we dit nu anders gaan doen. We zitten de komende periode nog steeds met de coronamaatregelen, dus ik zou graag wat alternatieven willen horen. Wethouder Daandels: Er is een gereedschapskist voor participatie en het lijkt me goed dat college en raad met elkaar bespreken wat we van participatie minimaal verwachten. Anders hebben we deze discussie elke keer. In het kader van corona is er inderdaad aangepaste participatie, weliswaar niet fysiek. Natuurlijk gaat dat ook veranderen met de tijd. Als de maatregelen verruimd worden, heb je ook weer wat meer mogelijkheden in participatie. Je moet ook zien dat zo’n proces waarover we hier spreken al enige tijd geleden voor de eerste keer is neergelegd. Toen was corona net aan de orde en waren de Notulen raadsvergadering 29 april 2021

19

maatregelen weer anders als op dit moment. Ik sta open voor suggesties. Nogmaals, ik ga het voorstel doen om met u te praten over participatie en de verdere vormgeving in de uitwerking. De voorzitter: Oké, met die toezegging waarin we breder dan participatie en corona over de essentie van participatie het gesprek gaan voeren, zou ik willen voorstellen om naar agendapunt 7 te gaan. 7.

(4.5-21) Verbouwingskrediet Den Bolder

Mevrouw De Bruijn: Geachte voorzitter, collega-raadsleden en toehoorders. Den Bolder is bekend als het WIJ Dienstencentrum van Waspik en gericht op laagdrempelige ontmoetingen. De plaats waar al lang vele generaties samenkomen voor culturele, educatieve en vrijetijdsactiviteiten. De veranderde maatschappelijke ontwikkelingen maken dat er meer eisen gesteld worden aan het gebouw om het te laten voortbestaan als ontmoetingsplek. Een plek waar iedereen, dus jongeren, ouderen, mensen met een beperking, arbeidsmigranten, nieuwkomers en kwetsbare inwoners zich thuisvoelen. Waar men zonder schroom of terughoudendheid kan binnenlopen en een welkom gevoel ervaart. Waar men veilig vragen kan stellen, ondersteuning of antwoorden krijgt. Waar men even binnenloopt voor een kopje koffie, een hapje en een praatje. Waar men cursussen volgt en zijn of haar hobby in groepsverband kan uitvoeren. Niet te vergeten: ook voor een cultureel avondje is Den Bolder gefaciliteerd. Waspik is uniek in zijn afstand binnen de gemeente Waalwijk. Het ligt tien kilometer verwijderd van het centrum van Waalwijk. Voor sommige doelgroepen is die afstand moeilijk te overbruggen. Was er niet eens consultatiebureau en een speciale ontmoetingsplek voor hangjongeren? Om te voldoen aan de huidige functie en eisen van een ontmoetingsplek voor iedereen kan dit niet meer waargemaakt worden in het huidige gebouw Den Bolder.

De raad heeft in de begroting voor 2021 al ingestemd met de verbouwing. De fractie van het CDA wil deze bloeiende gemeenschap Den Bolder binnen de kernen van Waspik in de toekomst behouden als huiskamer voor iedere inwoner. Natuurlijk mag dat niet ten koste gaan van te hoge financiële uitgaven, maar binnen de noodzakelijke aanpassingen die nodig zijn om in de toekomst te kunnen voldoen aan de eisen en ontwikkelingen van de maatschappij. De gemeente is eigenaar van het gebouw en dus gaat het CDA ervan uit dat de portefeuillehouder goed toezicht houdt op de besteding van de gemeentelijke investering tijdens de bouw, zodat de noodzakelijke aanpassingen worden gerealiseerd, maar er geen onnodige uitgaven worden gedaan. Er blijft echter nog één vraag aan de wethouder. Wij nemen aan dat u in overleg blijft met het bestuur van Den Bolder en erop blijft aansturen dat ze blijven investeren en voortdurend onderzoeken en in overleg treden met organisaties die hun deskundigheid aanbieden, daar waar hiaten ontstaan en waar wel behoefte aan is bij onze inwoners. Onze fractie wil graag op de hoogte blijven van de ontwikkelingen, met name over de vraag of Den Bolder erin is geslaagd meer activiteiten te organiseren en bezoekers aan te trekken. Ter afsluiting. Als CDA-fractie zijn wij verheugd dat de gemeente en het college zich positief hebben ingezet en willen investeren in Den Bolder.

Hierdoor wordt Den Bolder voor de Waspikse bewoners nog beter te bereiken om als huiskamer en sociaal middelpunt te functioneren. Tot zover. Mevrouw Pouw: Voorzitter. We hadden hier eigenlijk een A-stuk van willen maken, maar door de discussie afgelopen jaar bij de begroting willen wij toch nog even twee dingen aanstippen. Participatie, het meest uitgesproken woord van vanavond. Waar bij de vaststelling van de meeste plannen participatie in de raadsvergadering ter sprake komt, is Notulen raadsvergadering 29 april 2021

20

dat meestal niet omdat het participatieproces zo goed verlopen is. Maar bij dit plan is dat anders. Dit plan is namelijk in samenspraak met de gebruikers van het centrum ontwikkeld. We hebben het rapport met de bevindingen van de huidige bezoekers en hun ideeen voor de verbouwing mogen ontvangen, netjes uitgesplitst per leeftijdscategorie. Bij de inspraak is zelfs aan de jongere inwoners gedacht. De bijdrage van die directe ondervraagden zien wij herkenbaar terug in de verbouwplannen die we door het bestuur van Den Bolder toegelicht hebben gekregen. Oftewel: we zien hier een mooi voorbeeld van wat participatie kan zijn. Verder willen wij nog benadrukken dat de waarde van de resultaten van deze verbouwing hem wat ons betreft zit in de bewustwording dat niet alleen de huidige bezoekers tot de klantgroep behoren, maar dat het gebouw ook aantrekkingskracht uitoefent op nieuwe bezoekers en dus een belangrijk wervingsinstrument is voor het WIJ-centrum. De coalitie geeft in het coalitieprogramma aan dat zij in wil zetten op een WIJ-centrum waar veel inwoners gebruik van maken. Daaruit blijkt wat ons betreft het strategisch belang van een aantrekkelijk gebouw. Wat ons betreft dus een prima investering met het oog op de toekomst en een mooi voorstel van het bestuur van Den Bolder en deze wethouder. Als het gebouw ook nog meteen duurzaam gemaakt zou worden, zou het perfect zijn geweest.

Mevrouw Schuijffel: Voorzitter. Het is goed dat sociaal-cultureel centrum Den Bolder in Waspik een fikse opknapbeurt krijgt. Met een aantal aanpassingen kan Den Bolder voor de gemeenschap in Waspik weer volop dienstdoen als ontmoetingsplek, een plaats om te leren, te lezen en te ontwikkelen en als punt waar inwoners terecht kunnen voor allerlei dienstverlening. Daar is D66 blij mee. Waar wij niet blij mee zijn, is dat maatregelen in het kader van de energietransitie en de verduurzaming tot een later moment worden uitgesteld. Daarom hebben wij de volgende vragen aan de wethouder. - Waarom? Hoe eerder hoe beter voor het klimaat en de energierekening van Den Bolder, toch? - In het voorstel geeft u aan dat u aanneemt dat het uitstel niet leidt tot desinvesteringen.

Hoe komt u tot die aanname? - Is het niet logisch dat je, als je tweemaal aan de slag gaat, daar twee keer de nadelen van ondervindt? - Wat verstaat u eigenlijk onder desinvesteringen? Alleen de investeringen van de gemeente of ook de overlast en eventuele desinvesteringen van de organisaties die in Den Bolder gehuisvest zijn? - Heeft de wethouder nagedacht over hoe deze werkwijze eruitziet voor onze inwoners? Geven we daarmee het juiste voorbeeld? - Wat is de reden dat er voor uitstel gekozen is? - Wat zijn de consequenties als wel gekozen wordt voor het energieneutraal maken van Den Bolder? En zijn die consequenties onoverkomelijk? De heer Van Groos: Voorzitter. De samenvatting van het raadsvoorstel begint met de volgende zin: “Bij de begrotingsbehandeling voor 2021 en volgende jaren heeft de raad ingestemd met de verbouwing van Den Bolder in Waspik”. Deze zin wordt herhaald bij punt 1 en punt 2, en zojuist ook nog door de vertegenwoordiger van het CDA. Bij onze vragen hebben wij erop gewezen dat er toch geen verbouwingsvoorstel voorligt, aangezien nu voor de raad krediet wordt gevraagd. Erkend wordt dat de raad nog niet heeft ingestemd met de verbouwing, maar daarvoor wel middelen heeft gereserveerd.

Toch begint elke beantwoording van technische vragen van de fracties met de inleiding “Het voorliggende voorstel betreft enkel het beschikbaar stellen van een krediet voor de verbouwing van Den Bolder. Uw raad heeft al ingestemd met deze verbouwing bij het vaststellen van de begroting voor 2021”. Hierin klinkt voor ons door: “raad, probeer eens het lef te hebben om tegen dit voorstel te stemmen”. De ChristenUnie heeft dat lef.

Notulen raadsvergadering 29 april 2021

21

Wij zien geen enkele noodzaak om in deze tijd een half miljoen uit te trekken voor een verbouwing van Den Bolder. Onze indruk is dat het bestuur van Den Bolder met het plan van de gemeente voor een WIJ Dienstencentrum in Waspik een haakje heeft gevonden om eigen wensen ten aanzien van het gebouw mogelijk te maken. Een deel van de genoemde verbouwingsacties, denk aan installaties en de vloer voor de biljartruimte, heeft niets te maken met het WIJ Dienstencentrum. Ook de vergelijking met Zidewinde gaat niet op. Zidewinde was op doordeweekse dagen overdag gesloten en de bibliotheek was elders gevestigd. Terwijl Den Bolder sinds het begin elke dag open is, de bieb al jaren inpandig gehuisvest is en het al een tijdje als WIJ Dienstencentrum functioneert. Het bestuur had in eerste instantie zelfs nog grootsere plannen met dit gebouw en die zijn een stuk teruggedraaid. Maar kan het college nu klip en klaar uitleggen waarom de resterende uitgaven van een half miljoen euro noodzakelijk zijn. De spaarzame argumenten die ons zijn aangereikt, overtuigen niet. Beantwoording college Wethouder Daandels: Voorzitter. Voor u ligt het beschikbaar stellen van krediet voor de verbouwing van Den Bolder. Waarom is deze investering noodzakelijk, vroeg de heer Van Groos zojuist.

Dat zit hem eigenlijk al in het feit dat de raad en het college in 2015 met elkaar de nota Ontmoeting doe je samen hebben vastgesteld. Daarin was de ambitie opgenomen om te komen tot een aantal WIJ Dienstencentra, onder andere in Den Bolder. Dat zou de structurele ontmoetingsactiviteiten moeten bevorderen. Wij hebben vanuit dat uitgangspunt een onderzoek laten doen naar alle gemeenschapshuizen. Daar kwam uit dat voor Den Bolder de noodzaak voor herinrichting aan de orde was, om te voldoen aan het optimaliseren van de inloop en ontmoetingsfunctie, samen de integratie van de bibliotheek die ook eerder werd genoemd en het creëren van flexplekken voor de WIJ Dienstencentra en andere diensten dicht bij onze burgers. Dat heeft geleid tot het voorstel dat voorligt. Er zijn keuzes in gemaakt, ook in het voorstel. In het eerste voorstel lagen veel meer wensen die ook vanuit Den Bolder aan de orde waren. Wij hebben ons beperkt tot de wensen die wij hebben om te komen tot de functionaliteit van WIJ Dienstencentra. Dat betekent dat een aantal investeringen, zoals inrichting, voor rekening van Den Bolder zelf dienen te komen. We hebben gesproken over duurzaamheidsmaatregelen. Los van de investeringen die voorliggen, waarmee het gebouw toegankelijker wordt maakt en de bibliotheek wordt geïntegreerd, zouden we duurzaamheidsmaatregelen kunnen treffen.

Het college heeft geconstateerd dat het in het kader van vastgoedbeleid gemeentelijk vastgoed moet beoordelen op basis van energieneutraliteit. Op basis van die scans willen we een meervoudige aanbesteding doen. Dan kijken we waar verduurzaming noodzakelijk is, zodat we synergievoordeel bereiken. Dat betekent dat we er op dit moment niet voor hebben gekozen om dat op voorhand bij Den Bolder te doen. Wij verwachten dat we voordeel kunnen behalen als we dat gezamenlijk met andere gemeenschapshuizen doen. Ook was er de afweging dat als we die investering op dit moment zouden integreren, we bijna drie ton zouden moeten investeren in Den Bolder om het energieneutraal te krijgen. Dat, samen met de keuzes die wij hebben te maken in onze begroting, maakte dat wij dat op dat moment niet verstandig vinden. Laten we die investeringen in onze begroting elders inzetten en eerst kijken naar het synergievoordeel door meer gemeenschappelijke gemeentelijke gebouwen te bezien en eventueel gezamenlijk aan te pakken. Dat is een keuze die we hebben gemaakt in dit voorstel. Er vindt geen desinvestering plaats, omdat wij niets gaan veranderen aan zonnepanelen of al dat soort zaken. Wij veranderen lichtelijk iets aan de lichtinval, doordat de ramen iets groter worden gemaakt. Wij veranderen met name de integratie van de bibliotheek en het ontmoetingscentrum.

Wij veranderen de flexplekken die daar gerealiseerd kunnen worden voor onze WIJ Dienstencentra en wij denken dat we daarmee misschien niet de wensen van het bestuur van Den Bolder en de gemeenschap van Waspik volledig invulNotulen raadsvergadering 29 april 2021

22

len, maar wel dat we een verantwoorde investering doen. Het zou dus kunnen dat er later nog investeringen elders in het gebouw plaatsvinden als het gaat over duurzaamheidsmaatregelen in het kader van energieneutraliteit, maar dat zal beoordeeld worden op basis van een totale opgave van al ons gemeentelijk vastgoed. Daar kom ik later nog op terug bij u. Mevrouw Schuijffel: Ik vroeg me even af of u van dat synergievoordeel dat we dan behalen al weet of dat groter zal zijn dan het nadeel dat we eraan ondervinden als we het niet doen? Ik heb gevraagd aan de wethouder of hij weet wat voor indruk dit geeft aan onze inwoners. Geven wij het goede voorbeeld als je gaat verbouwen en die maatregelen nu niet neemt en dat we het ooit weer, op een later tijdstip, opnieuw gaan doen. Ik zou daar graag een reactie op willen hebben. Mevrouw Pouw: Ik zou graag van de wethouder willen weten hoe het besluit om de nieuwe inrichting door Den Bolder zelf te laten bekostigen tot stand is gekomen. Was dat bij de andere wijkcentra ook aan de orde? Wethouder Daandels: Wij hebben ook bij andere WIJ Dienstencentra als uitgangspunt genomen dat wij inzet plegen voor de ontmoeting en het realiseren van activiteiten, die we zelf hebben beschreven, die vastliggen in een rapport en ook uit een evaluatie van een aantal jaren geleden naar voren kwamen.

Mocht men aanvullende eisen hebben, dan kijkt het college naar de initiatiefnemers zelf. In dit geval gaat Den Bolder zelf wat doen aan de inrichting, ook qua uitstraling. Wij hebben gezegd dat ze daar zelf geld voor moeten reserveren, en dat gaat men ook doen. Dan het synergievoordeel met betrekking tot allerlei gebouwen, en of dat opweegt tegen de drie ton die wij ongeveer inschatten als we Den Bolder op dit moment energieneutraal gaan maken. Dat kan ik niet op voorhand voorspellen, want dat onderzoek vindt nog plaats. Dat onderzoek heeft ook een keerzijde. Wij moeten namelijk een afweging maken in het kader van onze gemeentelijke begroting. Wij hebben wel bekeken of er geen ingrepen zijn die een desinvestering met zich meebrengen, maar het heeft ook te maken met het feit dat wij aan onze gemeenschap wel kunnen uitleggen dat onze begroting onder druk staat, dat we heel veel wensen hebben in de gemeenschap en dat we dat geld op dit moment op andere manieren inzetten. Daar bent u uiteraard aan zet. Dat zijn keuzes die we maken. Dan kom je op termijn misschien twee keer in hetzelfde gebouw, maar wat ons betreft is dat op voorhand geen probleem, omdat wij op dit moment niets aanpakken wat straks eventueel in het kader van energieneutraliteit ook weer volledig aangepakt moet worden. Dat zijn keuzes die we maken in het kader van begroting versus de wensen die eenieder heeft.

In dit geval hebben we dus gekozen om die duurzaamheidsmaatregelen later gezamenlijk met ander gemeentelijk vastgoed te voorzien en eventueel uit te voeren. Tweede termijn De heer Van Groos: Op onze vraag naar de noodzaak heeft de wethouder aangegeven dat de verbouwing wordt voorgesteld vanwege het optimaliseren van de situatie. In het woord “optimaliseren” hoor ik geen noodzaak, dus de portefeuillehouder heeft ons daarmee niet overtuigd. Het WIJ Dienstencentrum draait misschien niet zo optimaal als men wellicht zou willen, maar het kan zo wel. 8.

(R4.2-21) Rekenkamerrapport Governance Parkmanagement

De heer Klerx: Voorzitter. Ruim anderhalf jaar geleden vroeg onze fractie om een onderzoek naar de governance van parkmanagement, mede-ondersteund door vele andere fracties. Dit was naar aanleiding van de definitieve benoeming van een ambtenaar tot directeur. Dat was in onze ogen verre van ideaal, maar acceptabel vanwege de beperkte Notulen raadsvergadering 29 april 2021

23

werkzaamheden -- vier tot acht uur per week werd gezegd -- de noodzakelijke verbintenis met en kennis van de ambtelijke organisatie en de voorgenomen verkoop van de gronden van de containerterminal. De huidige situatie is toch weer anders. De directeur werkt intussen alweer 16 uur per week en de terminalgronden zijn inmiddels verkocht. Een echte noodzaak voor een ambtenaar als directeur is totaal verdwenen. Los daarvan bevestigde het rapport van de Rekenkamercommissie onze eerdere grote twijfel: deze situatie past niet bij good governance. Dit willen we dus niet meer in de toekomst en vraagt op termijn om een oplossing. Wij snappen namelijk dat we vanuit continuïteit en behoorlijk bestuur niet zomaar afscheid kunnen nemen van de huidige directeur. Daarnaast volgen er nog een aantal aanbevelingen uit het rapport, specifiek aan de raad. In onze ogen kunnen we die het beste in een tijdelijke werkgroep met elkaar bespreken en bepalen hoe we hier zo goed mogelijk structureel invulling aan kunnen geven. De werkgroep kan zich dan bijvoorbeeld ook buigen over de aanbeveling om een permanente commissie Verbonden Partijen in te stellen. De werkgroep kan overwegen of deze taak wellicht kan worden toegevoegd aan het audit-comité. Ook de andere suggesties kunnen zij overwegen en waar nodig voorstellen aan de raad.

Tegelijkertijd kan ook het college deze werkgroep wellicht eenmalig of vaker als gewenst gebruiken als klankbord voor het implementeren van de aanbevelingen waar het college voornamelijk mee aan de slag zal gaan, al dan niet in overleg met de raad van commissarissen. Daarom dient de fractie van LokaalBelang, mede namens D66, CDA en GroenLinksaf, een motie in om beide punten te bewerkstelligen. MOTIE 1: Parkmanagement Waalwijk De raad, gehoord de beraadslaging, constaterende dat: • de Rekenkamercommissie diverse aanbevelingen heeft gegeven in het recente rapport over de governance van Parkmanagement Waalwijk, zowel in het algemeen, als specifiek aan de raad zelf; • het college wordt verzocht uiterlijk voor 1 januari 2022 de raad te informeren of een voorstel te doen over hoe aan elk van de aanbevelingen het beste gevolg zal of kan worden gegeven; overwegende dat: • een aantal aanbevelingen aan de raad zijn gedaan welke verdere uitwerking verdienen door onder andere de raad zelf; • enkele van deze aanbevelingen ingaan op toezicht op alle verbonden partijen, zoals de aanbeveling om een commissie verbonden partijen in te stellen en dat dit het beste kan worden onderzocht in een tijdelijke raadswerkgroep; • het college naar verwachting het merendeel van de aanbevelingen adequaat gevolg zal geven gezien de bestuurlijke reactie in hoofdstuk 4 van het rapport; • in de bestuurlijke

reactie echter een aantal aanbevelingen enigszins worden afgezwakt c.q. anders worden ervaren en betrekking hebben op: o de onafhankelijkheid van de directeur/bestuurder; o de kruissubsidiëring en rechtvaardigheid; o de rolscheiding in het college als eigenaar en opdrachtgever; o de formele versterking van de bevoegdheden van de AvA en verzwakking van de RvC; • de gevraagde competenties van de RvC-leden gericht lijken te zijn op het controleren op inhoud en niet (of in mindere mate) op houding, gedrag en procedurele aanpak van bestuur en organisatie; Notulen raadsvergadering 29 april 2021

24

• de benoeming van een ambtenaar als directeur van een verbonden partij vanuit het oogpunt van good governance niet wenselijk is; draagt het college op: 1. om zo snel mogelijk, maar uiterlijk voor 1 januari 2022: a. samen met een tijdelijke werkgroep van raadsleden de aanbevelingen aan de raad verder uit te werken; b. de raad te informeren over de toelichting/conclusies in het rapport betreffende kruissubsidiëring/ rechtmatigheid; c. in te zetten op een striktere rolscheiding binnen het college als eigenaar/opdrachtgever, de geadviseerde rol en samenstelling van de AvA en de versterking van de bevoegdheden van de AvA; d. met een voorstel te komen hoe het toezicht op houding, gedrag en procedurele aanpak van bestuur en organisatie vanuit de RvC beter geborgd kan worden; 2. in het vervolg een onafhankelijke persoon als directeur/bestuurder van Parkmanagement Waalwijk te benoemen en voor de huidige onwenselijke situatie binnen twee jaar een oplossing te vinden. en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: De motie is ondertekend door de fracties van LokaalBelang, D66, CDA en GroenLinksaf en wordt mede ondersteund door Lijst De Jongste, PvdA, ChristenUnie en Lijst Pouw. De heer Ottens: De heer Klerx, ook dank voor uw betoog, daardoor konden wij er bij dit onderwerp een A-punt van maken in plaats van een B-punt. Toch heb ik een vraag.

U geeft aan dat u begrijpt dat de huidige directeur niet ontslagen kan worden, maar waar baseert u dat op? Uiteindelijk is het een gecombineerde samenstelling, deels ambtelijk medewerker en deels directeur. Volgens mij zou je hem gewoon weer als ambtelijk medewerker kunnen inzetten. De Rekenkamercommissie stelt duidelijk dat dit een ongewenste situatie is. Volgens mij moet je die zo snel mogelijk herstellen, daar zijn we het ook over eens. Maar u gaf aan het lastig is om deze directeur op korte termijn te ontslaan. De voorzitter: Even tussendoor en in het algemeen: ik snap de vraagstelling en als het volledig anoniem is, is het prima want daar moet je het nu eenmaal over hebben, maar wanneer je de naam van een directeur noemt, weet iedereen wie het is. Ik vind dat je daar ook voorzichtig in moet zijn, opdat we ons medewerkers beschermen. Dat geldt ook voor de directeur van Parkmanagement, want daar is de gemeente de enige aandeelhouder. Let dus een beetje op wat u allemaal zegt, zou mijn advies zijn. Dat doet u altijd, maar nu extra. De heer Ottens: Volgens mij heb ik geen namen genoemd, het gaat mij om het vermengen van functies. De voorzitter: Klopt, dat gaf ik ook aan. Daar heb ik begrip voor, maar let er een beetje op, want iedereen weet dat je geen groot onderzoek hoeft te doen naar wie het is.

Het is een van de medewerkers van de gemeente Waalwijk en er is maar één directeur Parkmanagement. In het circuit van het bedrijfsleven weet iedereen over wie we het hebben, dus een klein beetje omzichtig graag. Ik snap uw punt, dus gaat u verder. De heer Klerx: In het betoog dat ik namens LokaalBelang hield, heb ik willen aangeven dat we een verantwoordelijkheid voor behoorlijk bestuur hebben. Wij hebben in al onze wijsheid de overweging anderhalf jaar geleden om deze aanstelling wel te doen. We zijn helemaal niet ontevreden over het functioneren, het gaat ook niet om de persoon zelf, Notulen raadsvergadering 29 april 2021

25

maar over de onwenselijke situatie. Dat is naar onze beleving niet voldoende reden om iemand meteen op staande voet te ontslaan. Daar heb je echt meer voor nodig. We vragen het college dan ook zorgvuldig maar wel binnen afzienbare tijd tot een oplossing te komen. Vandaar deze formulering in de motie. Mevrouw Klerks: Ik heb ook een vraag aan de heer Klerx. In het dictum van uw motie vraagt u in 1d aan het college met een voorstel te komen over hoe de raad van commissarissen beter toezicht kan houden op houding, gedrag en de procedurele aanpak van bestuur en organisatie. Ik vraag me af waarom u ervoor kiest dit aan het college aan te vragen en niet de raad van commissarissen zelf opdracht geeft hier een voorstel voor te doen, gezien zij daar zelf over gaan. De heer Klerx: Het college kan in de algemene vergadering van aandeelhouders de raad van commissarissen daartoe verzoeken. Wij zijn immers als gemeente 100% aandeelhouders, Voor een groot gedeelte zijn wij ook verantwoordelijk voor het aanstellen van die raad van commissarissen. Ik kan me dus ook voorstellen dat daar gesprekken mee zijn vanuit het college en het lijkt me de ordentelijke weg als dat via het college gaat en de vergadering van aandeelhouders. Mevrouw Klerks: Nu staat er letterlijk dat u wilt dat het college met een voorstel komt.

Maar als ik het goed begrijp, wilt u dus dat het college aan de rvc vraagt om met een voorstel te komen? Dat is niet hoe het dictum nu is, maar zo begrijp ik het goed? De heer Klerx: U begrijpt het goed, maar volgens mij bedoelen wij ook hetzelfde. Het college moet met een voorstel komen en het voorstel kan volgens mij zijn om in de aandeelhoudersvergadering of daarbuiten in gesprek te gaan met de rvc. Dat kan ook in een ander overleg of via de telefoon. Dat maakt niet uit. Ik denk dat we daar best uitkomen en dat we op dit onderwerp in gesprek kunnen gaan om tot verbetering te komen. Wij vinden het een belangrijk punt en het is op dit moment niet bij de raad van commissarissen onder de aandacht, ook niet in de statuten. Daarom vragen wij er extra aandacht voor. De voorzitter: Oké, ik begreep dat D66 en CDA medeondertekend hebben. Hebt u op dit moment behoefte aan een pitch? De heer Klapwijk: Voorzitter, ik houd het kort. Het CDA is blij dat we dit onderzoek hebben laten uitvoeren. Het is goed om deskundigheid in te schakelen, die we niet altijd zelf in huis hebben. We steunen de aanbevelingen en het voorstel. We zijn ook blij met de motie die voorligt. Daarmee willen we nog wel wat extra aandacht geven aan het oprichten van een tijdelijke raadswerkgroep om de governance verder vorm te geven. Onze fractie vindt het namelijk een prima idee.

Daarmee houden we in het achterhoofd dat goede governance voor meer verbonden partijen geldt. En dat zijn er best wel wat. Het zou dus zomaar kunnen dat dit traject inzichten geeft die meer algemeen gelden. Denk bijvoorbeeld aan de rol van de raad in de plan and controlcyclus. Ook kan dit traject inzicht geven in hoe in de toekomst met nieuwe verbonden partijen om te gaan. We denken dan bijvoorbeeld aan constructie van de windmolens. Deze bijvangst moet niet afleiden van het hoofddoel, een goede governance voor parkmanagement, maar het is wel een aandachtspunt waar we als raad in de toekomst ons voordeel mee kunnen doen. Tot zover. Mevrouw Schuijffel: Voorzitter. Het merendeel is al gezegd. Heel kort: wij zijn ook blij met het onderzoek zoals het gedaan is. De conclusie en de aanbevelingen zijn heel helder en zijn het ook absoluut waard om overgenomen te worden. Daarover gaat ook eigenlijk de motie die wij samen met LokaalBelang en de andere ondersteunende partijen hebben ingediend. Waar het specifiek de directeur van het parkmanagement betreft, beNotulen raadsvergadering 29 april 2021

26

nadrukken wij dat onafhankelijkheid een groot goed is. Daarom zou er ook, als deze motie wordt ondersteund door een meerderheid van de raad, over uiterlijk twee jaar een onafhankelijke directeur moeten zijn benoemd. Dat is eigenlijk ook een beetje het antwoord op de vraag die net gesteld werd. Voor die twee jaar is gekozen om de huidige directeur, aangesteld in 2019, ruimte te geven zich voor te bereiden op een andere positie of wellicht zelfs een ander toekomstpad. Tot zover. De heer Tiemstra: Voorzitter. Ik houd het kort, want veel is al gezegd. Als we kijken naar het rekenkamerrapport over de governance van parkmanagement, vinden wij de aanbevelingen die erin staan zeer helder. Dan denk ik ook met name met hetgeen op bladzijde 18 genoemd staat. Ik denk dat de motie daar ook intensief naar verwijst. Ik denk dat de motie in die zin misschien zelfs overbodig is. Als het college aan de gang gaat met de aanbevelingen, verwachten wij daar best wel wat van. Het college is ten slotte het bestuur. De raad stelt kaders, vertegenwoordigt het volk en controleert. In die zin weet ik niet of het helemaal zuiver is als de raad zich hier ook in het bestuur gaat mengen. Wat mij betreft neemt het college de aanbevelingen over. Dat lees ik ook in het voorstel terug en daarom zullen wij niet voor de motie stemmen.

We vinden hem wel sympathiek, maar nogmaals, het sluit onzes inziens naadloos aan op hetgeen het rekenkamerrapport aangeeft. De heer Van Groos: Voorzitter. De fractie van de ChristenUnie is blij met beide rapportages van de Rekenkamercommissie, niet alleen omdat de uitkomst is dat we als gemeente het beste grip kunnen hebben op een bv, maar ook omdat enkele gesignaleerde problemen worden bevestigd. Bijzonder is dat de raad van toezicht over meer bevoegdheden beschikt dan strikt noodzakelijk, waardoor de verhouding tussen de rol van aandeelhouder en de rol van toezichthouder niet evenwichtig is. De gemeente moet als eigenaar voldoende bevoegdheden om haar belangen te behartigen. Ook qua informatievoorziening zijn verbeteringen noodzakelijk. Het college verzuimt aan de financiële stukken voor de raad een advies toe te voegen, waarin het een oordeel geeft over het gevoerde en afgekondigde beleid en ontwikkeling. De financiële stukken zijn vorig jaar niet op tijd naar de raad gestuurd. De toezeggingen door het college betreffende het versturen van informatie en het actief en tijdig betrekken van de gemeenteraad bij ontwikkelingen waar de raad toestemming of goedkeuring voor dient te verlenen, worden niet nagekomen.

Wij willen als raadsfractie niet in de positie worden gebracht, waarin we om bepaalde pragmatische redenen keuzes zouden moeten maken die afwijken van principiële uitgangspunten, zoals is gebeurd bij het benoemen van een ambtenaar tot directeur. Zowel de gemeente Waalwijk als Parkmanagement Waalwijk zijn aanbestedende diensten en dienen bij het verstrekken van overheidsopdrachten te voldoen aan de aanbestedingsregels. Uit de begroting 2020 blijkt dat sommige opdrachtsommen van Parkmanagement aan individuele marktpartijen zelfs boven de Europese drempelbedragen liggen. In die gevallen had dus een Europese aanbestedingsprocedure moeten worden gevolgd. Het is niet voor niets dat de Rekenkamercommissie stelt dat de kerntaak van Parkmanagement op dit moment het realiseren van een professionele inkooporganisatie is. Tot zover in de eerste termijn. Beantwoording college Wethouder Bakker: Voorzitter. Ik heb de bijdragen gehoord, waarvoor dank. Het is een onderzoek dat u uiteraard zelf heeft opgestart. Duidelijk is ook dat wij tevreden zijn met de uitkomsten ervan, behalve wat bestuurlijk commentaar dat wij erop hebben gegeven. Op zich is het goed dat de raad aanbiedt om capaciteit beschikbaar te stellen om de aanbevelingen uit te werken tot nadere kaders die u wilt stellen.

Ik denk dat dat een hele goede zet is in navolging van de exercitie die we hebben gedaan in 2011, nadat het vreselijk mis was gelopen met een onafhankelijke directeur die daar was aangesteld. We hebben toen een heleboel veranderd in de governance en in de rollenscheiding tussen de gemeente en Parkmanagement BV. Nu kunnen we in de tweede ronde, tien jaar later, Notulen raadsvergadering 29 april 2021

27

zien dat het nog niet helemaal perfect is en het is ons streven dat het wel perfect wordt, zodat het in ieder geval goed in elkaar zit. Ik meen overigens dat wij in de praktijk al heel veel dingen doen die de Rekenkamercommissie heeft opgemerkt als onvolledig in de statuten uitgewerkt. Maar we gaan eraan werken. U heeft zelf het raadsvoorstel geschreven, u heeft er een motie over ingediend, en ik hoor wel wat er precies uitkomt. Verder heb ik weinig vragen aan mij gehoord. De heer Klerx: Ik werd getriggerd door de laatste opmerking van de heer Bakker die ik niet helemaal begreep: “Ik zie wel wat er allemaal uitkomt”. Is er iets onduidelijk aan de motie, of wat bedoelt u precies? Wethouder Bakker: Nee, dat ging over de vraag of het blijft bij het raadsvoorstel waarin ook een opdracht staat beschreven om als college uitwerking te geven aan de aanbevelingen, of dat die motie wordt aangenomen, waarin die opdracht wat breder uitgewerkt staat en waarin ook nog wat aanvullende opdrachten staan. Dat bedoelde ik ermee. Dus ik zie dan wel wat er uiteindelijk uitkomt. De voorzitter: Helder. Ik concludeer dat er geen tweede instantie nodig is. 9.

(R4.1-21) Verlenging ontheffing vereiste ingezetenschap wethouder Daandels

De heer Bögemann: Voorzitter. Vanavond besluiten we over het verlenen van de ontheffing voor wethouder Daandels in het kader van de woonplaatsvereiste. Het is een voorstel waar de fractie van GroenLinksaf voor zal stemmen, net als we de voorgaande jaren hebben gedaan. Tegelijkertijd willen wij van deze gelegenheid gebruik of misbruik maken om een algemene oproep te doen. Als fractie vinden we dat een wethouder bij voorkeur woont in de gemeente waar hij of zij wethouder is. We snappen dat er meer zaken meespelen bij het selecteren van wethouders, zoals bestuurlijke kwaliteiten en beschikbaarheid. Toch wil GroenLinksaf pleiten voor een wethouder uit de gemeente, al dan niet door te verhuizen. In deze baan is lokale betrokkenheid uitermate belangrijk, iets waaraan je kunt werken als je van buiten komt, maar iets wat je pas ondergaat als je in de gemeente loopt. Al is het alleen maar om de beeldvorming van de inwoners van Waalwijk. Om die reden doen wij hierbij de oproep aan de partijen van Waalwijk om na te denken over hoe zij het wethouderschap de volgende bestuursperiode willen invullen. Vanuit Waalwijk of daarbuiten? Mevrouw Pouw: Voorzitter. Wij hadden eigenlijk alleen met een stemverklaring willen komen, dus die ga ik nu geven. Wij horen van inwoners dat ze wel moeite hebben met het feit dat de wethouder niet uit Waalwijk komt.

Dat heeft ook niet met de heer Daandels zelf te maken, maar met het feit dat hij hier niet woont. Toch vinden wij voor deze periode dat we niet vlak voor de verkiezingen weer een andere wethouder moeten aanstellen, omdat deze ook al ingelezen is. Voor nu zullen wij dus instemmen. De voorzitter: Dank u wel. Ik vind het leuk hoe u dat zegt; ‘hij is ingelezen’. Wethouder Daandels, neem het ter harte. Ik ga naar D66. Mevrouw Schuijffel: Voorzitter. Alles is eigenlijk al gezegd. Wij zullen ook in dit geval, juist ook omdat we voor de verkiezingen van volgend jaar staan, akkoord gaan met dit voorstel, maar het moge duidelijk zijn dat wij de voorkeur geven aan wethouders die meer binding met Waalwijk en de gemeente hebben dan nu het geval is. De heer Ottens: Voorzitter. Voorgaande jaren heeft de Partij van de Arbeid tegengestemd. Niet vanwege de heer Daandels zelf, maar vanwege het bijzondere ambt van Notulen raadsvergadering 29 april 2021

28

wethouderschap. Je neemt besluiten voor de gemeente en wij zijn principieel van mening dat de wethouder in de gemeente moet wonen omdat hij of zij ook last moet kunnen hebben van besluiten die hij of zij neemt. Dat was de bijdrage in de voorgaande periode en daar wil ik het deze keer bij laten. Ik snap heel goed dat fracties in deze laatste periode niet tegen het vestigingsbesluit zullen stemmen, omdat je daarmee wel in een hele lastige positie komt. Ik sluit me van harte aan bij de oproep van GroenLinksaf. De heer Van Groos: Voorzitter. Terecht wordt in het raadsartikel verwezen naar artikel 36A, lid 2, van de Gemeentewet, waarin staat dat de raad een wethouder voor de duur van ten hoogste één jaar ontheffing kan verlenen van de vereiste van ingezetenschap. De ontheffing kan in bijzondere gevallen telkens met een periode van maximaal één jaar worden verlengd. Vorige jaren werd hierbij vermeld dat de Kamer bezig was met het verruimen van de regeling, echter is deze wetswijziging niet door de Eerste Kamer gekomen, omdat men terecht hecht aan het ingezetenschap. Bij een ongeclausuleerde bevoegdheid van de raden is er te veel mogelijkheid om de wettelijke regel buitenspel te zetten. Bij gelding van het nieuwe regime zou gemakkelijk een praktijk kunnen ontstaan, waarbij al bij de collegevorming de zaak wordt dichtgespijkerd.

De kandidaat-wethouders van buiten de gemeente zouden hun bereidheid afhankelijk kunnen maken van de mogelijkheid van een ontheffing voor de hele raadsperiode. Bij instemming van de coalitie heeft deze politieke afspraak een bindend effect en blijft er van de woonplaatsvereiste weinig meer over: het wordt aan de politiek uitgeleverd. Dat is wat hier in Waalwijk aan de hand is. In de ogen van de ChristenUnie zijn voorbeelden van bijzondere gevallen: een wethouder die aan de Kaatsheuvelse kant van de Zuid-Hollandse Dijk woont of een wethouder die net als de heer Daandels in de vorige bestuursperiode binnen een jaar voor de verkiezingen een vacature invult. In onze ogen is er echter geen sprake van een bijzonder geval. Het is zeer wel mogelijk en ook te begrijpen als de gezinsleden van de heer Daandels niet uit Heeswijk Dinther willen vertrekken. Er zijn meer beroepen waar verhuizing een voorwaarde is. Ik denk aan predikant of militair. Wie een dergelijke functie en bijbehorende beloning ambieert, moet de daarbij horende consequenties accepteren. Door deze wijze van handelen, laten we zien hoe we denken in Waalwijk met wetten en regels om te moeten gaan. Dat past niet bij de voorbeeldfunctie die de gemeenteraad heeft.

We lezen dat huishoudens hun woningen aan de Molenstraat te Sprang moeten verlaten, terwijl ze dat niet willen, dat moeders met hun kinderen hun woning moeten verlaten, omdat de vaders de financiële situatie wilden verbeteren door iets met wietplanten te doen en dat arbeidsmigranten hun woning moeten verlaten, omdat op korte afstand al kamergewijze verhuur plaatsvindt. Waarom zou een wethouder dan niet hoeven te verhuizen, terwijl hij volgens de wet moet wonen in de plaats waar hij werkt? Wij kunnen dit niet met elkaar rijmen. De heer Tiemstra: Voorzitter, beste kijkers en luisteraars. Het is door verschillende mensen aangehaald. Het is een herhaling van het debat dat vorig jaar en het jaar daarvoor plaatsvond. De belangen die worden gehecht aan de woonplaatsvereiste voor de wethouder en de eigen gemeente, het zelf ondervinden van de effecten van een Waalwijks beleid, is vorig jaar en het jaar daarvoor ook door verschillende leden al naar voren gebracht. Kern van de zaak: de SGP stemt tegen dit voorstel. Tijdens de installatie van de wethouder, al drie jaar geleden, heeft de wethouder duidelijk aangegeven niet naar Waalwijk te willen verhuizen. Als raad moeten we het daarmee doen, maar wij gaan ervan uit dat dit destijds binnen de coalitie is afgekaart.

Daarom moeten we het ieder jaar op dezelfde manier hebben over de bijzondere omstandigheden om het verzoek een jaartje te verlengen. Bijzondere omstandigheden die er gewoon niet zijn. De wethouder wil gewoon niet verhuizen. Daarom vinden wij dit debat meer iets voor een project voor een hogere toneelschool. Daar voelen wij ons niet toe geroepen. Nu we nog een klein jaar voor de verkiezingen zitten -- het is door meer mensen aangehaald -- zijn wij realistisch Notulen raadsvergadering 29 april 2021

29

genoeg om te beseffen dat er echt niets meer verandert. Wel zijn we benieuwd of wethouder Daandels zich gedurende deze bestuursperiode, en het staartje van de vorige, zich zo aan Waalwijk is gaan hechten dat hij zich bij een gunstige en hiervoor aanleiding gevende verkiezingsuitslag opnieuw voor een wethouderschap van Waalwijk beschikbaar stelt. En wat dat dan voor zijn woonplaatskeuze betekent. Misschien wil hij daar straks nog iets over zeggen. Wij zijn in ieder geval benieuwd. Beantwoording college Burgemeester Kleijngeld: Ik zal in ieder geval het belangrijkste deel van de beantwoording voor mijn rekening nemen. Alhoewel, het belangrijkste deel van de beantwoording – ik heb eigenlijk weinig te zeggen. Ik constateer dat bij de vorming van dit college door de raad wethouders zijn benoemd, dat daarbij een keuze is gemaakt voor een wethouder van buiten de gemeente, dat je die afspraak voor een periode van vier jaar aangaat, en weet dat het via de wet mogelijk is, mits we dit debat elk jaar voeren. Ik zie dat als een gegeven. Iedereen heeft daarin het recht om te vinden wat de bijzondere omstandigheden zijn, hoe je die invult, want als er één ding subjectief is, is het wat men onder bijzondere omstandigheden verstaat. Ik denk dat wethouder Daandels zou zeggen dat de bijzondere omstandigheid is dat hij weet hoe zijn gezin hierop reageert.

Dat is in zijn optiek de bijzondere omstandigheid, denk ik. Ik weet dat anderen daar anders over denken. Hoe dat dan afloopt, zien we bij de stemming. Ik stel voor het hierbij te laten. De heer Tiemstra: Ik had nog een vraag gesteld. Wethouder Daandels: Voorzitter. Als het goed is, was de vraag of ik aan Waalwijk ben gaan hechten. Ik moet zeggen dat Waalwijk een uitdagende gemeente is met heel veel mooie ontwikkelingen. Wat dat betreft is het een fijne gemeenschap om in te wonen, werken en leven. Ik heb, en dat hoef ik niet te herhalen, met mijn gezin ook al eerder de afweging gemaakt of een verhuizing voor een tijdelijk wethouderschap een redelijke optie is. De sociaaleconomische binding van het gezin zelf is ook aanwezig, die spreekt natuurlijk ook mee. Dat heeft gemaakt dat ik gebruik heb gemaakt van de mogelijkheid die er in de wet is om de vraagstelling voor te leggen aan de gemeenteraad. Of dat in een nieuwe periode aan de orde is, vind ik eigenlijk niet iets om nu op te reageren. Misschien is er geen nieuwe situatie, misschien ook wel. Op dat moment moet die afweging gemaakt worden. Ik kan daar op dit moment inhoudelijk niet op reageren. 10. (R4.6-21) Vierde compensatiepakket corona De voorzitter: In de A-raad hadden we het er nog over dat dit agendapunt voor iedereen een A-punt is, dus ik kom daar bij de besluitvorming op terug.

Ik zal dan voorstellen om zonder hoofdelijke stemming akkoord te gaan met het voorstel. Motie vreemd aan de orde van Lijst IJpelaar en D66: lessen uit slavernijverleden Mevrouw IJpelaar: Voorzitter. Ik had gezegd te komen met een motie vreemd aan de orde om excuses te vragen voor het slavernijverleden. Echter: excuses hiervoor vragen, ligt primair bij de centrale regering. Als ik goed heb opgelet, is die dat geenszins van plan. Daarom dien ik deze motie in, Lessen uit het slavernijverleden, mede-ondersteund door D66. Waarom zou men excuses vragen voor het gedrag van voorouders, is vaak de beredenering? Tja, in Nederland is men gewend de dingen koud te bekijken en is men gauw geneigd om te zeggen “nou, ja, dat is uit die tijd”. Maar uit die tijd hebben we nog steeds een diep ingesleten vorm van ongelijkheid. Wij bedoelen het niet zo, maar zij interpreteren het verkeerd, badinerend. Men vergeet voor het goede gemak dat de tong een vlijmNotulen raadsvergadering 29 april 2021

30

scherp wapen is, en dat de attitude van “wij zijn beter en wij weten het beter dan die ander” denigrerend kan zijn. Het gaat mij er vanavond niet om wie dan ook de les te lezen, maar om het bespreekbaar maken van het feit dat veel nakomelingen uit dat verleden nog steeds dagelijks met de gevolgen te maken hebben. Het ingebakken racisme tegen burgers met een andere huidskleur mag misschien minder fundamenteel zijn dan in een ander land, maar ook in Nederland gaat het verder dan flauwe grappen. Ik geef een voorbeeld. “In het donker zien wij jou niet”, een relatief onschuldig stereotype. Zo weten we inmiddels hoe instituties bewust of onbewust burgers met een andere huidskleur discriminerend hebben behandeld. Denk aan de toeslagenaffaire bij de Belastingdienst, etnisch profileren door de politie, of systematische discriminatie van werkgevers. Om nog maar te zwijgen over onze eigen Waalwijkse zwarte bladzijde. Het weggepeste gezin in 2007, een kwestie die de landelijke en internationale pers wekenlang bezighield. De raad nam een motie aan voor een onafhankelijk onderzoek naar de verantwoordelijkheden en de samenwerking van de gemeente met de betrokken instanties. Er kwam nog een rapport met aanbevelingen, met een zeer duidelijk handvat. De regierol strakker in de hand nemen, meer sturen, meer doorvragen, meer controleren. Om te voorkomen dat het nog een keer zou gebeuren.

Mijn vraag: wat is er de afgelopen veertien jaar in de praktijk van de aanbevelingen in het vorige rapport terechtgekomen? Persoonlijk heb ik het slavernijverleden een plaats gegeven. Ik doe niet mee met Black Lives Matter-demonstraties, want voor mij is het All Lives Matter. Echter sluit ik mijn ogen nimmer voor onrecht jegens mezelf en anderen. De strekking van mijn motie hierbij is: als je echt in iets gelooft, discussieer dan niet alleen, maar doe er iets aan. Daarom is het mijn intentie dat er in de Waalwijkse gemeenschap een breed maatschappelijk debat komt en blijft, zodat wij weten en niet zullen vergeten. We moeten niet alleen sorry zeggen, maar ook werken aan bewustwording en erkenning. We moeten dit verleden breed een plek geven in Waalwijk. Tot zover.

Motie vreemd aan de orde: Lessen uit slavernijverleden De raad van de gemeente Waalwijk, overwegende dat: • Waalwijk veel culturen rijk is, waaronder die van de Nederlandse Caribische eilanden, Suriname en Sri Lanka, die deel uitmaken van het koloniale verleden, in het bijzonder het slavernijverleden van Nederland; • er zwarte bladzijden zijn in onze vaderlandse geschiedenis die we een plaats moeten geven, maar niet mogen vergeten; • ons slavernijverleden generatie na generatie doorwerkt in onze huidige samenleving en vaak leidt tot gevoelens van uitsluiting; • moderne slavernij wereldwijd nog welig tiert en ook in Nederland nog elk jaar mensen bevrijd moeten worden uit een positie van dwang en uitbuiting; • het Nederlandse debat over het slavernijverleden en excuses maken volop plaatsvindt; • het vragen van excuses voor het slavernijverleden primair een zaak is van de nationale overheid, maar de gemeente wel kansen kan scheppen voor het vergroten van de kennis en de bewustwording van deze slavernij- en migratiegeschiedenis én culturen van nazaten van de tot slaaf gemaakten; • Waalwijk ook een zwarte bladzijde kent in haar geschiedenis, namelijk de kwestie Hayes, het weggepeste Liberiaanse gezin in Waspik.

In dit kader is 14 jaar geleden beloofd dat dit nooit meer zal voorkomen in Waalwijk; • op dit moment blijkt dat veel mensen, ook raadsleden, niet op de hoogte zijn van deze kwestie, ondanks dat deze door onze gemeente tot één van de Waalwijkse Historische Hotspots van de afgelopen twintig jaar is benoemd in het Streekarchief;

Notulen raadsvergadering 29 april 2021

31

• inclusie niet alleen gaat over ras, geloof, mindervaliden, gender en leeftijd, maar ook moet gaan om de houding tegenover de ander, over rechtvaardigheid, gelijkwaardigheid en respect. verzoekt het college: 1. ervoor te zorgen dat bij het aantreden van de nieuwe raad in 2022, de handvatten en aanbevelingen uit het Forum-rapport van 14 jaar geleden, over de racistische overlast in Waspik, steviger betrokken worden bij het integratiebeleid; 2. de weerbaarheid van de nazaten uit het slavernijverleden te vergroten door het effect van vooroordelen en discriminatie/racisme daadwerkelijk te erkennen; 3. een brede maatschappelijke dialoog over dit verleden te voeren met mensen uit de sportwereld, het bedrijfsleven, de cultuursector en het onderwijs, die laat zien dat men echt werk wil maken van inclusie en sociale rechtvaardigheid in Waalwijk. en gaat over tot de orde van de dag. De heer Spierings: Voorzitter. Wij kregen deze motie onder ogen en dachten dat dit een landelijke aangelegenheid is. We zullen er dus zo mee omgaan als alle andere zaken die landelijk zijn. Toch gingen we er binnen de fractie wat dieper op in en zijn we tot de conclusie gekomen dat we hem niet gaan steunen. Maar we hebben wel een hele discussie gehad in de fractie en hebben met elkaar toch gemeend daar toch iets van te vinden.

Met uw goedvinden zou ik dat kenbaar willen maken door middel van een klein betoogje. De VVD wil een identiteitsstrijd in Waalwijk voorkomen en roept iedereen in de raad op om zeer voorzichtig om te gaan met de breed beladen term “racisme”. Jazeker, laten we waakzaam zijn en blijven voor institutioneel racisme, maar daar niet in doorslaan als het gaat om onze eigen samenleving. De VVD erkent direct dat er discriminatie plaatsvindt in diverse sectoren en tegen bepaalde groepen. Dat is een probleem en daar moeten we iets aan doen. We willen echter benadrukken dat discriminatie veelal het gevolg is van onbewuste vooringenomenheid. Dat zit in de menselijke aard. Dat maakt het niet goed, maar wel enigszins behapbaar als een gezamenlijk probleem. Het is dus een probleem van ons allemaal, waar we aan moeten werken. De VVD gaat ervan uit dat iedereen in Waalwijk fijn wil leven en mee wil doen. Kortom, deel uitmaken van de gemeenschap. Inclusie bereik je niet door te polariseren of te ontkennen, maar door klein en concreet te verbinden, te zoeken met elkaar op het werk, op school, bij sportclubs of waar dan ook. We moeten dan ook zeker knelpunten benoemen en kijken of we hier lokaal iets aan kunnen doen. Zorg dat deze acties zo concreet en breed mogelijk zijn en op de lange termijn effect hebben. Inclusie is namelijk een cultuurverandering en vraagt om een lange adem.

Wij denken dan ook niet dat het helpt om een historische gebeurtenis en bepaalde groepen uit te lichten in deze motie, omdat dit een wij-zijgevoel kan versterken. Je doet eigenlijk hetgeen je wilt tegengaan. Het polariseren verzuurt de dialoog, voordat deze is gestart. Wanneer je impliciet een cultuur de schuldvraag voorlegt, krijg je verzet en bereik je juist het tegenovergestelde. We gaan ervan uit dat dit niet het doel is van de indieners. Den Haag lost dit probleem niet voor ons op. Lokaal hebben we ook een inspanningsverplichting. De VVD ziet dat de coronacrisis de bubbels waarin we leven, hebben verkleind en dat daarmee de binding met de gemeenschap is verzwakt. We moeten de komende periode breed inzetten op het herstel hiervan. Dat is volgens ons de meest urgente opgave, niet polariseren. De conclusie. Wij kunnen ons niet vinden in de polariserende toon van de motie, maar we vinden wel dat raadsleden goed moeten worden onderwezen in depolarisatie. Dat wil zeggen dat ze niet redeneren vanuit wij-zij maar vanuit wij-wij. Laat dat in het curricuNotulen raadsvergadering 29 april 2021

32

lum van nieuwe raadsleden prominenter naar voren komen. Dat kunnen we onderling afspreken. Daarnaast vinden we een dialoog, gebaseerd op het verleden en impliciet op wat ons anders maakt, niet wenselijk, laat staan helpend. Als VVD hebben we een optimistisch wereldbeeld. We willen graag vooruitkijken en samen zoeken naar concrete acties die onze gemeenschap kunnen versterken voor de toekomst. Dan kan een dialoog plaatsvinden, maar niet op deze manier. Mevrouw Schuijffel: Voorzitter. Mevrouw IJpelaar heeft onze gezamenlijke bijdrage geleverd. Ik heb echter een vraag aan de heer Spierings. Hij heeft het erover dat de VVD niet wil polariseren. Hij vindt de toon van de motie polariserend. Ik ben heel benieuwd waar dat dan uit blijkt. Hij zegt ook dat het een probleem is van ons allemaal en dat we een inspanningsverplichting hebben. Ik vraag me af hoe dan, want volgens mij is het dan juist belangrijk dat je met elkaar de dialoog aangaat, dat je het hier met elkaar over hebt. Want het is wel gebleken dat dit zich niet vanzelf oplost. Dat is niet iets wat alleen mevrouw IJpelaar ziet, maar ook wat ik zie. En de heer Spierings heeft gelijk: heel veel van de issues die spelen, zijn ontstaan omdat wij ons niet bewust zijn van onze eigen vooringenomenheid en vooroordelen, maar daar gaat het juist om. Het gaat er juist om dat je dat erkent.

Dat je op die manier naar de wereld kunt kijken en kunt zien wat daar gebeurt. Als je er dan met elkaar over praat, gaat er misschien iets veranderen in de hoofden van mensen. Daar gaat het volgens mij om. Ik kan me dus heel goed vinden in een hoop van uw woorden, maar ik begrijp niet zo goed waarom u onze motie niet ondersteunt. De heer Spierings: Dat polariseren komt echt van het feit dat je in de motie bepaalde groepen benoemt. Wij hebben het niet over groepen. Wij hebben het gewoon over de samenleving en wie je daar ook in bent, je kunt heel het riedeltje – kort, lang, dik, dun, gekleurd of niet gekleurd, noem maar op – noemen, maar ik denk dat het voor iedereen geldt. U vraagt op welke manier dat dan is. We zitten niet zo ver bij elkaar vandaan, maar ik denk dat we nog eens moeten bespreken hoe we dat effectief gaan aanpakken. Je zit met cultuurverschillen en wat dat nou is. Is dat dat je bepaalde dingen niet van elkaar weet of dat je niet wilt investeren? Dat gaat verder dan alleen maar benoemen of excuses maken. Als je praat over inclusie, zijn wij van mening dat het niet uitmaakt waar je vandaan komt. Het gaat er gewoon om dat je mee mag en kan doen in het geheel. Ik zeg al: over de manier waarop moeten we het misschien nog eens een keertje hebben met elkaar. Mevrouw Schuijffel: Ik begrijp dat, iedereen moet meedoen, daar kan ik me helemaal in vinden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10141659/1