CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag Debat & Besluit (B) dd 040321 met vervolg op 090421

Raadsvergadering (A) 15 april 2021, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Vaststellen verslagen38.747 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

NOTULEN van de openbare vergadering van de raad der gemeente Waalwijk, gehouden op 4 en 9 maart 2021 Voorzitter op 4 maart: Voorzitter op 9 maart:

de heer G.M.J. Slaats, vice-voorzitter de heer A.M.P. Kleijngeld, burgemeester (afwezig op 4 maart)

Griffier a.i.: Plv. griffier:

de heer A.W.J.M. Cornelissen mevrouw J.W.M. Louer

Aanwezig zijn de leden:

de heer J.M. van Baardwijk (afwezig op 4 maart) de heer B.C. Bögemann mevrouw F.I.H.M. de Bruijn de heer J.G. van Dinther de heer R.H.M. Frodyma de heer J. van Groos de heer A.A. van Hamond mevrouw E.Y. IJpelaar-Alias mevrouw E.A. de Jongste-Van Heijst de heer D. Klapwijk mevrouw I.C. Klerks de heer T.A.B. Klerx de heer C.M.A. Kuijten de heer W.C.P.B. Lodenstijn de heer J.H.M. van den Meerendonk de heer L. Ottens mevrouw A.L. Pouw mevrouw C.G.W.M.C. Schuijffel de heer G.M.J. Slaats (voorzitter op 4 maart) de heer T.F.J.H. Spierings de heer R.J.M. Spohr de heer R.A.A. Tiemstra de heer J.M.M. van Tuyl mevrouw A.J.A.M. van den Udenhout de heer J.M.C. de Vaan de heer M. van der Weijden de heer H.J. van Zelst (afwezig op 9 maart) de heer D.L.G.C. Zijlmans (vanaf agendapunt 6)

Tevens aanwezig:

de heer R. Bakker, wethouder de heer H.A.W.M. Daandels, wethouder de heer M.J.C. van den Hoven, wethouder mevrouw R. Odabasi-Seker, wethouder

Notulen:

mevrouw I.C. Wendt-Kok (Notuleerservice Nederland)

1.

Opening

De vergadering wordt geopend om 19.30 uur. De voorzitter: Laten wij ons vanuit onze eigen visie of geloofsovertuiging bij het begin van deze raadsvergadering bezinnen op onze gemeenschappelijke opdracht en verantwoordelijkheid om deze gemeente te besturen. 2.

Mededelingen

De voorzitter: Welkom aan iedereen. De presentielijst is getekend. Ik heb een afmelding ontvangen van de heer Van Baardwijk. Ook de burgemeester is verhinderd. Daarom zit ik, Sjors Slaats, de raadsvergadering voor. In geval van hoofdelijke stemming zal nr. 27, de heer Tiemstra, als eerste zijn stem uitbrengen. De voorzitter: Onlangs hebben wij met u gesproken over de nieuwe manier van vergaderen. Het verzoek is om uw camera de gehele vergadering te laten aanstaan. U heeft onlangs hierover een nieuwsbericht ontvangen. Het geluid mag u wel uitzetten op het moment dat u het woord niet voert. We spreken altijd met een timer. Dat zijn we gewend in de gemeenteraad. De timer is op dit moment niet zichtbaar, maar de tijd wordt wel bijgehouden. Dat doe ik samen met de Griffie, zowel voor de raadsleden als voor het college. Als u straks wilt reageren op een pitch of een reactie wilt geven op wat de wethouder zegt, dan kunt u een digitaal handje opsteken via Teams. Als we hoofdelijk moeten stemmen, doen we dat in de volgorde waarop we normaal gesproken in de raadzaal zitten. 3.

Vaststelling agenda

De voorzitter: Van de heren Tiemstra en Van Zelst is een verzoek binnengekomen voor het houden van een interpellatie over de uitspraak door de Raad van State van 24 februari jl. over het herstelbesluit bestemmingsplan gemengd gebied. Volgens het reglement van orde wordt een interpellatie toegestaan indien een vijfde deel van de aanwezige raadsleden hiermee instemt. Ik ga nu even kijken of dat zo is. Ik neem aan dat u ermee kunt instemmen. Er is geen reactie, dus ik concludeer dat u ermee akkoord gaat. Ik zie toch nog een handje verschijnen. Dat is van de heer Tiemstra. U krijgt zo meteen het woord, maar als u nu al iets wilt zeggen, mag dat. De heer Tiemstra: Dank u wel, voorzitter. Een aantal fracties heeft van tevoren laten weten dat ze het interpellatieverzoek steunen. Dat zijn de fracties Pouw, IJpelaar, ChristenUnie, Partij van de Arbeid en D66. Ik ga er dus vanuit dat de stemming een vergelijkbaar beeld laat zien. De voorzitter: Heel goed, hartelijk dank voor deze toevoeging. Volgens mij komt het goed. De heren Tiemstra en Van Zelst vragen ook om 7 minuten spreektijd in eerste termijn. Dat betekent dat de wethouder vervolgens in 14 minuten mag reageren. Daarna zullen de andere raadsleden de gelegenheid krijgen om in 2,5 minuut een toelichting te geven, waarna de woordvoerder van de SGP het mag afsluiten. Zo is het gebruikelijk bij een interpellatie.

We doen het voorstel om de interpellatie als volgt in te richten. De interpellatie vindt plaats bij de behandeling van agendapunt 6. Zoals ik aangaf, is de eerste termijn 7 minuten. Het antwoord van het college is 14 minuten. De overige raadsleden 2,5 minuut en we sluiten met de interpellant. U heeft zojuist het voorstel gekregen om in te stemmen met het interpellatieverzoek en de inrichting van de interpellatie. Als u het er Notulen raadsvergadering 4 en 9 maart 2021

2

niet mee eens bent, kunt u nu reageren. Dat gebeurt niet, dus het is volgens mij helder. We zullen de interpellatie toevoegen aan agendapunt 6. LokaalBelang verzoekt om de pitchtijd van agendapunt 7 te verlengen tot 3,5 minuut. Dat gaat om de evaluatie betaald parkeren. Lijst IJpelaar verzoekt om de pitchtijd van agendapunt 9 te verlengen tot 4 minuten. Dat is het bestemmingsplan Jan de Rooijstraat 12. Ik ga ervan uit dat de raad daarmee instemt en dat wij de agenda op deze wijze kunnen vaststellen. De agenda wordt met deze wijzigingen en aanvullingen vastgesteld. 4.

Vragenronde

Er is geen aanmelding geweest voor de vragenronde. 5.

Toelating tijdelijk benoemd raadslid

De voorzitter: Op grond van de Kieswet heeft de voorzitter van de raad het zieke raadslid Van Bavel tijdelijk ontslag van de gemeenteraad gegeven voor een periode van 16 weken. Hiermee is een vacature ontstaan. De voorzitter van het Centraal Stembureau heeft de heer Zijlmans tijdelijk benoemd als raadslid voor de periode van 10 februari 2021 tot en met 1 juni 2021. U neemt nu een besluit over de tijdelijke toelating tot de raad van de heer Zijlmans. Een na de verkiezing ingestelde commissie, bestaande uit de leden Schuijffel, Ottens en Van Hamond, hebben de geloofsbrieven onderzocht, voordat u besluit tot toelating. Een geloofsbrief bestaat uit een verklaring van aanneming/benoeming, een verklaring van alle openbare betrekkingen en een uittreksel uit het personenregister. De commissie heeft onderzocht of de geloofsbrief voldoet aan de eisen van de Kieswet en of voldaan wordt aan de eisen van de Gemeentewet voor het lidmaatschap van de raad. Dat gaat onder andere over het vervullen van geen onverenigbare betrekkingen. Mevrouw Schuijffel van de commissie mag nu verslag uitbrengen van de bevindingen. Mevrouw Schuijffel: Dank u wel, voorzitter. De commissie van de raad van de gemeente Waalwijk heeft de geloofsbrief en verdere bij de Kieswet gevorderde stukken ontvangen, ingezonden door de heer Diel Zijlmans, wonende te Waalwijk.

Op 10 februari 2021 is de heer Zijlmans tijdelijk benoemd tot lid van de gemeenteraad tot en met 1 juni 2021. De commissie rapporteert de raad dat zij bovengenoemde bescheiden heeft onderzocht en in orde heeft bevonden. Gebleken is dat de benoemde aan alle in de Gemeentewet gestelde eisen voldoet. De commissie adviseert tot zijn toelating als lid van de gemeenteraad. De voorzitter: Hartelijk dank, mevrouw Schuijffel. Ik stel de raad voor om te besluiten tot de tijdelijke toelating van de heer Zijlmans. De Gemeentewet schrijft voor dat een raadslid, voordat hij zijn functie gaat uitoefenen, de eed of verklaring en belofte aflegt aan de voorzitter van de raad of zijn vervanger. "Ik verklaar dat ik, om tot lid van de raad benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de raad naar eer en geweten zal vervullen”. De heer Zijlmans: Dat verklaar en beloof ik. Notulen raadsvergadering 4 en 9 maart 2021

3

De voorzitter: Dank u wel. Fijn dat u deelneemt. U kunt vanaf dit moment deelnemen aan de raadsvergadering als raadslid. Welkom. De heer Zijlmans: Dank u wel. 6.

(R2.3-21) Benoeming en beëdiging lid rekenkamercommissie

De voorzitter: In verband met het digitaal vergaderen heeft via briefstemmen een schriftelijke stemming plaatsgevonden over het benoemen van een lid van de rekenkamercommissie. Van die schriftelijke stemming is een proces-verbaal opgemaakt. In de online-raadsvergadering van 11 februari stond het voorstel tot het benoemen van een lid van de rekenkamercommissie op de agenda. In deze vergadering waren 23 raadsleden aanwezig. De griffier heeft 22 getekende formulieren “oproep schriftelijke stemming”, met daarbij 22 gesloten enveloppen met stemformulieren ontvangen. Het stemquorum van 12 is daarmee behaald, waardoor de stemming rechtsgeldig is. De stemcommissie heeft op 1 maart de enveloppen met de stemformulieren geopend. Er zijn 21 stemmen uitgebracht op de heer M. Barrois en 1 stem op de heer T. Klerx. Met deze uitslag heeft de raad de heer Barois benoemd tot lid van de rekenkamercommissie per 4 maart 2021. In de verordening van de rekenkamercommissie staat dat een lid in de raad beëdigd moet worden. Daarvoor zal de heer Barois de verklaring en belofte afleggen. "Ik verklaar dat ik, om tot lid van de raad benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.

Ik verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de raad naar eer en geweten zal vervullen”. De heer Barois: Dat verklaar en beloof ik. De voorzitter: Gefeliciteerd. U bent nu lid van de rekenkamer. Wees welkom om de vergadering verder te volgen. Er komt vast nog een moment dat we elkaar allemaal kunnen ontmoeten.

Debat Interpellatie over de uitspraak van de Raad van State van 24 februari 2021 over het herstelbesluit vaststelling bestemmingsplan Gemengd Gebied De voorzitter: We hebben zojuist de orde en het onderwerp vastgesteld. We gaan beginnen met de interpellatie door de heer Tiemstra het woord te geven voor de eerste termijn. Zijn pitchtijd is 7 minuten. De heer Tiemstra: Voorzitter, dank u wel. Wethouder Daandels, geachte leden van de raad. Onder andere op 17 september 2020 hebben we in de raad over de uitsterfregeling tegen leegstand gesproken. Per amendement heeft de SGP-fractie die avond voor een misser willen behoeden. We hebben immers het beste met onze ondernemers voor, maar ook met u. De wethouder sprak die avond van een vergissing van de SGP. Hij gaf aan dat hij voer op deskundigheid. We hebben beloofd om na de definitieve uitspraak van de Raad van State hierop terug te komen. Dat doen wij vanavond.

Notulen raadsvergadering 4 en 9 maart 2021

4

We gaan er in 5 minuten tijd niet in slagen om met u de ontwikkelingen in het dossier bestemmingsplan Gemengd Gebied van de afgelopen 12 jaar tot op de dag van vandaag met u door te nemen. We gaan het toch proberen. We concentreren ons hierbij op de door het college gewenste uitsterfregeling en straks hebben we nog een paar vragen aan de wethouder. In 2009 -- laten we niet nog verder teruggaan – werd al gesproken over het bestemmingsplan Gemengd Gebied. Burgers, pers, bedrijven, de WOF en de VOSC schoven bij het college aan tafel. Namens de ondernemers sloten bij u aan het voormalig gemeenteraadslid Leo van Helden en ondernemer Henk van Zelst van de gelijknamige kledingzaak. De WOF was hierbij betrokken namens ondernemers in Waalwijk en Waspik. Het bestemmingsplan Gemengd Gebied raakt voor het grootste gedeelte de kern van Sprang-Capelle. Vandaaruit was dan ook de meeste betrokkenheid. Dat bleek bijvoorbeeld uit de informatieavonden eind 2016. Ziedewinde puilde uit met inwoners en ondernemers. Kort nadien – ik weet niet of het toeval was – werd tot verbouwing van Ziedewinde besloten. Dat vindt de SGP dan weer prima. Dan komen we bij de detailhandel: helpt elkaar, koop lokale waar. Dat is iets wat we nog kennen in Sprang-Capelle. Daartegenover staan de zorgen die de ondernemers hebben gehad. We hebben het nu niet over corona, maar over de plannen van de gemeente.

In eerste instantie stond er in het bestemmingsplan dat de detailhandelbestemming na één jaar leegstand zou vervallen. Dat is de uitsterfregeling. Door tussenkomst van de VOSC en enkele ondernemers heeft de gemeente dit iets willen oprekken naar drie jaar. De SGP-fractie heeft hier steeds krachtig stelling tegen genomen. Uiteindelijk gaat het om grote, persoonlijke belangen voor de betreffende ondernemers. Realiseert u zich dat hun pensioen veelal in de stenen van hun winkelpand zit? Realiseert u zich dat een basis- of een woonbestemming deze mensen niet echt veel brengt? We hebben even zitten tellen. Naast alle informatiesessies is dit onderwerp drie keer in de raad besproken: één keer in het Forum, twee keer bij de Raad van State. De ondernemers hebben zienswijzen ingediend, bezwaren ingediend, beroep ingesteld bij de afdeling van de Raad van de State. Het lijkt ons niet iets om trots op te zijn. Is de wethouder zich daarvan bewust? Nu de Raad van State uitspraak heeft gedaan, kunnen de ondernemers zich weer richten op hun kerntaken: het bedienen van hun klanten, ondernemen, het genereren van omzet en winst. Hoe moeilijk dat ook is in deze tijd, kunnen zij op deze manier het verenigingsleven sponsoren en de leefbaarheid en veiligheid in de kernen op peil houden. Dat doen ze en dat is goed voor onze inwoners, voor de ondernemers en uiteindelijk goed voor de hele gemeente.

Nu de SGP-fractie deze zaak opnieuw in de raad brengt, verbaast het ons niet dat het college eergisteren met een raadsinformatiebrief kwam. De uitsterfregeling is in ieder geval door de uitspraak van de afdeling vernietigd. Wat ons dan toch verbaast, is dat het college in deze raadsinformatiebrief allerlei voorbehouden en kanttekeningen plaatst. Het is alsof ze het toch nog beter willen weten dan de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Zou dat nu de juiste houding zijn om op dit moment in te nemen? Voorzitter. Tot zover enkele inleidende woorden om de hoofdzaken helder voor ogen te hebben. Thans komen we tot onze vragen aan wethouder Daandels. 1. Hoe kijkt u aan tegen de laatste uitspraak van de Raad van State, waarin de uitspraak is gedaan dat kortweg gesteld de detailhandelstructuur in het lint behouden blijft, ook bij de gevestigde detailhandel op achterpercelen? Notulen raadsvergadering 4 en 9 maart 2021

5

2. Wat vindt u van het handelen van het college en uw eigen handelen? Wilt u daar in het bijzonder ingaan op de vele waarschuwingen die u onder andere van de SGP-fractie hebt gekregen om het bestemmingsplan niet op de door u beoogde wijze vast te stellen? 3. Welke boodschap hebt u nu voor de ondernemers die 12 jaar in onzekerheid hebben gezeten over de bestemming van hun onroerend goed? Kunnen zij de toekomst nu met vertrouwen tegemoetzien? 4. Hebt u in beeld welke kosten de gemeente Waalwijk in dit dossier heeft moeten maken? Hebt u in beeld welke kosten de betrokken ondernemers in dit dossier hebben moeten maken? Kunt u ons daar wat meer over vertellen? 5. De betrokken inwoners en ondernemers krijgen na 12 jaar onrust, ongenoegen, juridische kosten en onzekerheid over hun pensioen, eindelijk zekerheid. Vindt u niet dat er, wellicht op een creatieve wijze, gezocht moet worden naar een weg om hen te compenseren voor alle tijd, energie, moeite en kosten die zij door uw toedoen aan dit dossier hebben moeten spenderen? 6. Wat vindt u van onze veronderstelling dat u in dit dossier de raad op een verkeerde weg hebt meegenomen? 7. Deze gang van zaken draagt bij aan het beeld dat Waalwijk zijn zaken graag langs juridische weg tot een oplossing tracht te brengen. Hoe kijkt u hier zelf tegenaan? Had het niet veel eerder tot een goed einde gebracht kunnen en moeten worden? 8.

U gaf aan te varen op deskundigheid. Hoe kijkt u thans aan tegen de adviezen die u van het u ten dienste staande juristencollectief gehad heeft gehad rondom deze procedure bij de Raad van State? 9. Hoe beschouwt u de uiteindelijke uitkomst van deze zaak? Ziet u het als “eind goed, al goed”, of wilt u ons hieromtrent iets anders meegeven? 10. Terugkijkend op de hele zaak: wat zou u met de kennis van nu anders hebben gedaan in dit dossier? Wat hebt u ervan geleerd? Wat gaan de raad en de samenleving hiervan merken? Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Hartelijk dank. Een tiental vragen voor de wethouder. Die wil ik dan ook gelijk het woord geven. Beantwoording college Wethouder Daandels: Dank u wel, voorzitter. Ik ben blij dat het bestemmingsplan voorligt. Het zal niet de laatste keer zijn, overigens. Een bestemmingsplan moet flexibel zijn en meegaan in wat de samenleving ervan vindt. Dat betekent dat er na heel veel jaren en na een heel interactief proces eindelijk een eindstreep aan zit te komen voor dit bestemmingsplan, althans op de basis die nu voorligt. Over het vervolg zullen we binnenkort spreken, namelijk over eventuele wijzigingen die de samenleving voor ogen heeft. Ik ga graag in op de vragen. 1.

Hoe kijkt u aan tegen de laatste uitspraak van de Raad van State, waarin de uitspraak is gedaan dat kortweg gesteld de detailhandelstructuur in het lint behouden blijft? Als ik die vraag kortweg stel, valt in de uitspraak geenszins terug te lezen dat de Raad van State van mening is dat de detailhandelstructuur in het lint hiermee behouden blijft. De Raad van State constateert dat de raad in het herstelbesluit onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de uitsterfregeling voor achterpercelen in stand kan blijven. Deze opdracht volgt naar onze mening echter niet uit de tussenuitspraak die wij al hadden. Daarin had de Raad van State immers geoordeeld dat een uitsterfregeling niet het juiste instrument is om leegstand tegen te gaan. Hier had men het dus over een uitsterfregeling ter voorkoming van leegstand. Dat hebben we gerepareerd in ons herstelbesluit. De uitsterfregeling ten aanzien van detailhandel en andere voorzieningen op achterpercelen Notulen raadsvergadering 4 en 9 maart 2021

6

kent een heel ander motief, namelijk behoud en versterken van onze ruimtelijke, functionele en sociale herkenbare lintstructuur. Dit volgt ook uit de beleidsnotitie die we interactief met elkaar hebben opgesteld: de beleidsnotitie Gemengd Gebied. De Raad van State lijkt dit over het hoofd te hebben gezien, althans, dat is onze mening. Wij zijn dan ook sterk van mening dat het repareren in de aanstaande herziening van het bestemmingsplan Gemengd Gebied aan de orde is als het gaat om de achterterreinen. U zult misschien zeggen: wie ben ik als wethouder om de hoogste bestuursrechter tegen te spreken. U weet dat de Raad van State ook niet onfeilbaar is, zoals onlangs bleek uit de Toeslagenaffaire. 2. Wat vindt u van het handelen van het college en uw eigen handelen in dit dossier? U vraagt mij om in het bijzonder in te gaan op de vele waarschuwingen die u als SGP-fractie aan ons hebt meegegeven. De Raad van State heeft in zijn tussenuitspraak op 8 april 2020 geoordeeld dat het systeem dat wij hadden opgenomen in het bestemmingsplan moet worden aangemerkt als een uitsterfregeling en dat dit niet het juiste instrument is om leegstand tegen te gaan. Een dergelijke regeling kan slechts worden toegepast op functies die niet langer in overeenstemming worden geacht met een goede ruimtelijke ordening.

Ja, daar gaan we juist een aspect mee maken, waarop ik heel sterk heb ingezet als portefeuillehouder en als college: interactief kijken met ondernemers om niet rücksichtlos iets weg te bestemmen, maar om een flexibel systeem op te houden. Doordat de functiedetailhandel in het door ons beoogde flexibel systeem onder voorwaarden kan worden teruggekregen, dachten wij het ei van Columbus te hebben. De raad concludeert echter dat het in het kader van de ruimtelijke ordening een kwestie van hinken op twee gedachten is: we willen iets wegbestemmen, maar de ondernemers willen, mits goed onderbouwd, misschien weer terugkomen op dit soort functies. Voor de duidelijkheid. De SGP heeft bepaalde argumenten naar voren gebracht, zoals de heer Tiemstra zojuist aanhaalde, maar de Raad van State heeft helemaal niet geoordeeld dat de regeling rechts onzeker is, dat de termijn van 3 jaar te kort zou zijn, dat er sprake zou zijn van onrechtmatige aantasting van het eigendomsrecht, of dat er rechtsongelijkheid ontstaat ten opzichte van winkels aan bijvoorbeeld het Raadhuisplein. 3. U vraagt mij welke boodschap ik heb voor de ondernemers die 12 jaar in onzekerheid hebben gezeten over de bestemming van hun onroerend goed en of zij de toekomst nu met vertrouwen tegemoet kunnen zien. Ik kan u twee antwoorden geven.

Eén formeel-juridisch, want volgens de vaste rechtsuitspraken van de Raad van State kunnen er nooit blijvende rechten worden ontleend aan een geldige bestemming. Als u het vanuit de raad bekijkt, is er op basis van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen altijd een mogelijkheid om iets aan te passen. Dat kan bijvoorbeeld zijn om leegstand tegen te gaan, of winkelclusters toekomstbestendig te maken. Ik ben van mening dat bij verandering van wensen vanuit onze samenleving het past om geen bestemmingen te hebben, waar je te allen tijde rechten aan kunt ontlenen. De gemeenteraad moet de afwegingskaders blijven houden op basis van alle belangen en moet daar ook naar kunnen handelen. Dat is mijn mening als portefeuillehouder. In de regeling die wij hadden bedacht, hadden de ondernemers in ieder geval de zekerheid dat ze in deze planperiode van het gemengd gebied hun winkel of onderneming konden voortzetten. Die zekerheid hadden ze. Pas bij langdurige leegstand, na 3 jaar, zou die functie vervallen. Dat betekent dat wij zekerheid hebben geboden dat ondernemers 3 jaar de tijd hadden om een andere invulling aan hun pand te geven. Ik noem dat zekerheid, geen onzekerheid. 4.

Hebt u in beeld welke kosten de gemeente Waalwijk in dit dossier heeft gemaakt? Wat mij opvalt dat de heer Tiemstra heel snel het juridische traject voor ogen Notulen raadsvergadering 4 en 9 maart 2021

7

neemt en daar de kosten bij bepaalt. Dat heeft hij in eerdere betogen ook gedaan. Ik hoop dat hij daar heel objectief naar kijkt. De kosten die samenhangen met de voorbereiding en opstelling van een bestemmingsplan zijn altijd groot, gemiddeld genomen ongeveer een ton of meer. Hier gaat het om de detailhandel, om discussies en om ondernemers die naar de rechter zijn gegaan. Als we die kosten uitsplitsen, denk ik dat de meerkosten voor de gemeente ongeveer € 1.000 zijn geweest op een totaal van ruim een ton voor het bestemmingsplan. De heer Tiemstra mag zeggen wat hij daarvan vindt. 5. De betrokken inwoners en ondernemers krijgen na 12 jaar onrust, ongenoegen, juridische kosten en onzekerheid over hun pensioen, eindelijk zekerheid. Dat zegt de heer Tiemstra bij vraag 5. Vindt u niet dat er, wellicht op een creatieve wijze, gezocht moet worden naar een weg om hen te compenseren voor alle tijd, energie, moeite en kosten die zij door uw toedoen aan dit dossier hebben moeten spenderen? Voorafgaand aan het vaststellen van een bestemmingsplan heeft er uitgebreide participatie plaatsgevonden. De heer Tiemstra heeft daar terecht op gewezen. Hierin zijn wij steeds heel open geweest over onze doelstellingen en keuzen. We hebben deze keuzen steeds verantwoord en soms bijgesteld naar aanleiding van signalen uit de samenleving. U refereerde aan de eenjaarstermijn en de driejaarstermijn.

De beleidskeuzes zijn vertaald in het bestemmingsplan. Vervolgens heeft er een transparant besluitvormingstraject plaatsgevonden. Volgens mij is dat heel duidelijk. Wat betreft de onzekerheid over de pensioenen, zoals de SGP aangaf, sluit ik me graag aan bij de eerdere opmerkingen die ik ooit van de heer Van Groos heb gehoord in het kader van dit dossier. Hij stelde dat eigenaren 3 jaar de tijd krijgen om een andere huurder of koper te vinden. Als dit niet lukt, is het niet de gemeente die het bezit – in veel gevallen de pensioenvoorziening – heeft aangetast, maar is dat het gevolg van de markt. Ik sluit me aan bij dit soort conclusies. Bij een omvangrijk plan zoals het Gemengd Gebied is het echter een illusie om te denken dat hiertegen niet op onderdelen weerstand zal zijn. In het beroep is uiteindelijk de flexibele regeling voor detailhandel om juridisch-technische redenen gesneuveld en detailhandel op achterpercelen om een gemeend motivatiegebrek – onze mening – ook. Belanghebbenden die tegen deze onderdelen zijn opgekomen in de Raad van State hebben hiervoor een proceskostenvergoeding toegewezen gekregen. Wij zien geen reden voor extra compensatie. Die was wellicht anders geweest als er echt sprake was van een beginsel van onbehoorlijk bestuur, of van geschonden fundamentele rechten. Daar kan hier volgens het college helemaal geen sprake van zijn. 6.

Wat vindt u van onze veronderstelling dat u in dit dossier de raad op een verkeerde weg hebt meegenomen? Ik kan daar kort over zijn. Ik vind het een verkeerde veronderstelling van zaken. 7. De gang van zaken draagt bij aan het beeld dat Waalwijk zijn zaken graag langs juridische weg tot een oplossing tracht te brengen. Hoe kijkt u hier zelf tegenaan? Had het niet veel eerder tot een goed einde gebracht kunnen en moeten worden? Dit bestemmingsplan Gemengd Gebied maakt dat er veel belangen spelen. Ik praat iets sneller, want ik heb maar kort de tijd en ik wil nog veel vertellen. Als overheid moeten wij een afweging maken tussen alle belangen. Iedereen het altijd naar zijn zin maken, kan een wensbeeld zijn, maar is volgens mij geen realiteit. Als bestuur willen wij de zaken niet graag via juridische weg oplossen, maar we vinden het wel een goed gegeven dat binnen ons democratische bestel mogelijkheden zijn om zaken te toetsen.

Notulen raadsvergadering 4 en 9 maart 2021

8

8. U gaf aan te varen op deskundigheid. Hoe kijkt u thans aan tegen de adviezen die u van het u ten dienste staande juristencollectief gehad heeft gehad rondom deze procedure bij de Raad van State? Het college, en deze wethouder in het bijzonder, voelt zich gesterkt door een goede ambtelijke organisatie en het juridische advies. Dat blijkt ook: het bestemmingsplan heeft ontzettend veel elementen in zich; als u bij al die duizenden vraagstukken die wij jaarlijks afhandelen, turft hoe vaak wij in het ongelijk worden gesteld, dan voel ik mij een geprezen man. U zult bij het turven een conclusie kunnen trekken die hopelijk hetzelfde zal zijn. 9. Hoe beschouwt u de uiteindelijke uitkomst van deze zaak? Ziet u het als “eind goed, al goed”, of wilt u ons hieromtrent iets anders meegeven? Ik vind “eind goed, al goed” een opmerking die ik niet helemaal kan plaatsen. Al zouden wij als gemeente volledig in ons gelijk gesteld zijn, dan zijn er altijd nog mensen die het liever anders hadden gezien. We hebben echter meerdere belangen te dienen. Dat heb ik al vaker aangegeven. Het bestemmingsplan is in overgrote meerderheid overeind gebleven. Dat is naar tevredenheid van dit college. 10.

Terugkijkend op de hele zaak: wat zou u met de kennis van nu anders hebben gedaan in dit dossier? Wat hebt u ervan geleerd? Wat gaan de raad en de sa-menleving hiervan merken? Ik kan u meedelen dat het bestemmingsplan Gemengd Gebied tot stand is gekomen na een uitgebreid participatieproces met diverse werkgroepen van bewoners en ondernemers. Dit heeft in mijn ogen eraan bijgedragen dat dit omvangrijke plan voor het overgrote deel onherroepelijk in werking is getreden. Slechts één onderdeeltje van het plan heeft de eindstreep niet gehaald. Hoewel het door de SGP anders wordt geframed, mag dit gerust een succes worden genoemd. Bij toekomstige plannen van deze omvang zal ik daarom inzetten op eenzelfde wijze van participatie. Dat heb ik in ieder geval geleerd van dit dossier. Ik hoop dat de raad nog wel meegaat in de wens van het college om in het kader van de achterterreinen nog een aanpassing te kunnen doen. In het kader van de ruimtelijke ordening is dat gewenst, omdat de raad meerdere malen heeft aangegeven dat verrommeling van het achterterrein niet wenselijk is. Wij menen dat de Raad van State aan dat gegeven voorbij is gegaan. Daar wil ik het bij laten. De voorzitter: Dank u, wethouder Daandels. Het woord is aan de heer Spohr. Daarna ga ik het rondje af. U heeft 2,5 minuut om te reageren. De heer Spohr: Voorzitter.

Voordat ik reageer, zou ik eerst willen vragen om even te schorsen naar aanleiding van deze twee betogen. Een minuut of tien is genoeg. De voorzitter: Een verzoek van de heer Spohr om te schorsen. Gaat de raad daarmee akkoord? Dat is het geval. De vergadering wordt geschorst van 20.08 uur tot 20.20 uur. De voorzitter: Ik heropen de vergadering. Het woord is aan de heer Spohr om toe te lichten wat er in de schorsing is besproken. De heer Spohr: Ik heb met de coalitiepartijen overlegd. Dat was de reden voor de schorsing. We hebben even afgestemd hoe wij over de vragen en de beantwoording door de wethouder denken. Daarnaast hebben we nagedacht over het vervolg. Dat zult u zometeen merken. Ik wil even een reactie geven op hetgeen net is voorgevallen. Daarna wil ik een motie indienen. Als u mij toestaat, zal ik nu mijn reactie geven.

Notulen raadsvergadering 4 en 9 maart 2021

9

De voorzitter: Dat lijkt me een goed plan. Gaat uw gang. De heer Spohr: Voorzitter. In 2018 is het ontwerp bestemmingsplan Gemengd Gebied door deze raad behandeld. Natuurlijk had dat een hele voorgeschiedenis, zoals de heer Tiemstra heeft geschetst, maar dit is in het nabije verleden de belangrijkste datum in dit dossier. Bij leegstand werd een overgangstermijn van 3 jaar geregeld, nota bene nadat daarover overleg is gevoerd met de lokale ondernemers. Die 3 jaar was nodig om uiteindelijk te kunnen beslissen of een functie eventueel zou moeten vervallen door een andere bestemming aan de locatie te geven. Met het oog op diezelfde ondernemers is daarbij ook nog een flexibiliteitsbepaling toegevoegd. Op 8 april 2020 heeft de Raad van State in de tussenuitspraak laten weten dat er een aantal gebreken in het bestemmingsplan zaten. Het belangrijkste was op dat moment de flexibiliteitsbepaling. De Raad van State gaf aan dat er op twee gedachten werd gehinkt en dat zou niet kunnen. Ik ga daar verder niet op in, want dat is al voldoende uitgelegd. Het trieste is dan dat het college en de raad hebben geprobeerd om de Sprang-Capelse ondernemers tegemoet te komen. Zodoende heeft de portefeuillehouder na de besluitvorming in de raad het raadsbesluit uitgevoerd. Dat is niet zoals de SGP-fractie doet voorkomen, alsof de portefeuillehouder een soort eigen beleid heeft gevoerd. Dat klopt niet.

Ook het herstelbesluit is een raadsbesluit. Weliswaar is het een besluit geweest waar niet alle fracties mee ingestemd hebben, maar dat doet er niet aan af. De SGP-fractie was destijds tegen, maar de raad heeft het besluit genomen. Uiteraard is er een advies van het college en de ambtelijke organisatie geweest en is het besluit op juridische gronden juist genomen. Uit de uitspraak van de Raad van State blijkt dat de wijziging uit het herstelbesluit in stand gebleven zijn. Zo fout doet deze raad of het college het kennelijk niet. De Raad van State vernietigt weliswaar een onderdeel van het herstelbesluit, namelijk de uitsterfregeling voor achterpercelen, maar dat was nu net een redelijk onnavolgbare uitspraak. Dat heeft ook de heer Daandels net uitgelegd, ondanks de redelijk tendentieuze bewoordingen die de SGP gebruikt om de werkwijze van het college ter discussie te stellen. De geboden regeling met betrekking tot leegstand is immers een redelijke regeling die wettelijk geoorloofd is, welke kwalificatie de SGP daar dan ook aan geeft. Voor de duidelijkheid: college en raad zijn ingesteld om te besturen en niet om op hun handen te zitten. Waar nodig kun je daarbij juridische ondersteuning inschakelen. Dat gebeurt ook. De SGP doet het voorkomen alsof er alleen maar op basis van juridische ondersteuning wordt gewerkt.

Ik zou eens gaan kijken naar andere gemeenten in het land, dan komt Waalwijk er bepaald niet slecht uit. Ik vind dat echt tendentieus! De voorzitter: Wilt u gaan afronden? De heer Spohr: Ik ben inderdaad bij de afronding. Desalniettemin vindt het CDA dat dit wel een goed moment is – gelet op de geschiedenis van dit bestemmingsplan – om te kijken naar een wat meer stimulerende regeling. Dat zou wellicht een aantrekkelijke manier kunnen zijn om leegstand tegen te gaan. Volgens mij zou dat ook zeker de goedkeuring van de SGP wegdragen. Voor wat betreft het achterterrein roepen wij het college op om snel met een reparatie te komen. Daarvoor dienen wij een motie in. Motie 1: Uitspraak Raad van State Herstelbesluit vaststelling bestemmingsplan Gemengd Gebied De raad, gehoord de beraadslaging, constaterende dat: Notulen raadsvergadering 4 en 9 maart 2021

10

• de raad met de regeling voor voorzieningen, waaronder detailhandel, in het bestemmingsplan Gemengd heeft beoogd structurele leegstand in het lint tegen te gaan; • ter voorbereiding op het bestemmingsplan in werkgroepen over (onder meer) deze regeling is gesproken met bewoners en ondernemers; • in de Beleidsnotitie Gemengd gebied een regeling is beschreven waarbij bestaande rechten worden gerespecteerd, maar komen te vervallen als deze langer dan 1 jaar niet worden gebruikt; • dit tot weerstand heeft geleid bij de ondernemers in Sprang-Capelle; • overleg hierover ertoe heeft geleid dat de vervaltermijn is verlengd van 1 naar 3 jaar; • de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) in de tussenuitspraak van 8 april 2020 heeft geoordeeld dat deze vervaltermijn moet worden aangemerkt als uitsterfregeling en dat dit niet het juiste instrument is om leegstand tegen te gaan; • de raad in zijn herstelbesluit van 17 september 2020 daarom de uitsterfregeling uit het bestemmingsplan heeft gehaald voor zover deze betrekking had op het tegengaan van leegstand; • de Afdeling in haar einduitspraak van 24 februari 2021 deze en overige wijzigingen die de raad heeft doorgevoerd in het herstelbesluit in stand heeft gelaten; • de Afdeling in haar einduitspraak het bestemmingsplan echter op een nieuw punt heeft vernietigd, namelijk de uitsterfregeling voor detailhandel

op achterpercelen; • de Afdeling van mening is dat het herstelbesluit op dit punt onvoldoende is gemotiveerd, omdat hierin slechts is opgemerkt dat de raad dit niet in overeenstemming acht met een goede ruimtelijke ordening; overwegende dat: • de uitsterfregeling voor achterpercelen een ander motief kent dan leegstand en de tussenuitspraak de raad daarom geen aanleiding gaf om dit aan te passen; • de raad zelfstandige functies op achterpercelen in het Gemengd gebied nog steeds niet wenselijk acht, omdat dit de ruimtelijke, functionele en sociale herkenbaarheid van de lintstructuur aantast; • leegstand in het lint van Sprang-Capelle nog steeds een ongewenste situatie oplevert, die een goed ondernemers- en winkelklimaat negatief beïnvloedt; • leegstand daarom door de gemeente zou kunnen worden tegengegaan door middel van een stimuleringsbeleid; • het stimuleringsbeleid moet worden gebaseerd op enerzijds het behoud van detailhandel in Sprang-Capelle en anderzijds met name de vestiging in het centrum aantrekkelijker wordt gemaakt; draagt het college op: 1. bij de aanstaande herziening van het bestemmingsplan Gemengd gebied, die naar aanleiding van het voorbereidingsbesluit van 17 december 2020 wordt voorbereid, de uitsterfregeling voor detailhandel op achterpercelen weer voldoende onderbouwd in het bestemmingsplan op te nemen; 2.

teneinde leegstand in het lint van Sprang-Capelle tegen te gaan, een beleid te ontwikkelen waarin ondernemers worden gestimuleerd en gefaciliteerd bij het vinden van winkelruimte in leegstaande panden, waarbij het uitgangspunt is om winkels zoveel mogelijk te concentreren in het centrum van Sprang-Capelle, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: De motie is ingediend door de fractie van het CDA. Mijn voorstel is om de interpellatie nu even te laten voor wat het is en verder te gaan met de motie. Ik maak een rondje langs de fracties om te horen wie er vragen over heeft of erop wil reageren. Vervolgens zal ik kort de wethouder laten reageren. Daarna gaan we verder met de Notulen raadsvergadering 4 en 9 maart 2021

11

interpellatie en heeft iedereen, buiten het CDA, een kans om een reactie te geven. Ik zie dat de heer Tiemstra iets wil zeggen. De heer Tiemstra: Het is nu misschien nog niet het moment, maar ik hoop dat ik straks nog wel even de gelegenheid krijg om op de beantwoording van de wethouder in te gaan en ook op hetgeen de heer Spohr zojuist te berde heeft gebracht. Daar heb ik zeker behoefte aan. De voorzitter: Als aanvrager van dit debat krijgt u sowieso nog de gelegenheid om het woord te voeren. Als u vragen aan de heer Spohr heeft over de motie, stel ik voor dat u deze nu stelt, zodat we de behandeling van de motie kunnen afhandelen. De heer Tiemstra: Ik zou graag de motie op het RIS willen zien, zodat ik de gehele tekst tot me kan nemen. Vervolgens zou ik graag even schorsen, want de motie is ons nog onbekend. Ik wil even ruggenspraak houden. De voorzitter: Helder. De motie is inmiddels op het RIS geplaatst. Zijn er andere partijen die in de tussentijd nog vragen hebben? Dan kunnen we daarna het verzoek om schorsing behandelen. De heer Van Groos: Ik heb een vraag aan de indiener van de motie.

Waarom vindt hij het gepast om een motie in te dienen, als een andere fractie een onderwerp op de agenda zet en dat nog nauwelijks heeft kunnen bespreken? Er zijn geen regels die het verbieden, maar het is volgens mij absoluut tegen de mores van de politiek en dus ook tegen die van de gemeenteraad van Waalwijk. De heer Spohr: Wat de heer Van Groos zegt, klopt. Er is niets dat ons verbiedt om de motie in te brengen. Het leek ons juist wel een gepast moment, juist omdat de motie een oplossingsrichting biedt, althans dat vinden wij. Omdat wij graag constructief meedenken in een dossier dat al lange tijd speelt, lijkt het ons goed om dat direct in de discussie te betrekken. De heer Van Groos: De andere vraag is of het niet tamelijk overbodig is om met deze motie te komen, gezien de raadsinformatiebrief die de raad van het college heeft gekregen, naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State. Daarin wordt aangegeven dat het college aan de slag gaat met het huiswerk dat de uitspraak heeft opgeleverd. De heer Spohr: In de motie vragen wij om reparatie van het achtererf, maar ten aanzien van het leegstandsbeleid doen wij wel degelijk een concreet voorstel, namelijk in de vorm van stimuleringsbeleid. Daar mag het college iets van vinden, maar dat is niet iets wat u in de raadsinformatiebrief terugvindt. Wat dat betreft lijkt de motie mij zeker niet overbodig.

De voorzitter: Ik zie dat er verder geen vragen meer zijn over de motie. Ik ga terug naar de heer Tiemstra. Hij verzocht om schorsing. Is 10 minuten voldoende, of misschien zelfs 5 minuten? De heer Tiemstra: Als het binnen 10 minuten kan, dan melden wij ons binnen 10 minuten. Als we enkele minuten meer nodig hebben, dan zij dat zo. Ik zou graag even met de leden van de oppositie willen overleggen. De voorzitter: Ik schors de vergadering tot 20.40 uur. De vergadering wordt geschorst van 20.30 uur tot 20.50 uur. Notulen raadsvergadering 4 en 9 maart 2021

12

De voorzitter: Ik heropen de vergadering. Het woord is aan de heer Tiemstra. De heer Tiemstra: Voorzitter. Ik heb eerst een vraag van procedurele aard. Wilt u dat ik inga op wat we tijdens de schorsing hebben besproken, of krijg ik van u de gelegenheid om te reageren op wat door de wethouder is ingebracht en door de heer Spohr? Daar heb ik namelijk wel wat tijd voor nodig. De voorzitter: U mag in eerste instantie even toelichten wat de conclusie is van de schorsing, mits u daar behoefte aan hebt. Daarna gaan we verder met de behandeling van de motie. Dat betekent dat u vragen aan de heer Spohr kunt stellen of met hem in debat kunt gaan. Als laatste krijgt de wethouder de gelegenheid om te reageren op de motie. Daarna gaan we verder met het interpellatiedebat, waarbij alle fracties de mogelijkheid krijgen om te reageren op de inbreng van de heer Tiemstra. De fractie van de SGP krijgt als aanvrager als laatste de gelegenheid om te reageren op al hetgeen er voorbij is gekomen. Als eerste hoor ik dus graag de conclusie van het overleg tijdens de schorsing. De heer Tiemstra: Dat is helder. We hebben even de hoofden bij elkaar gestoken om over de motie te praten. Het is een flink stuk tekst. Wij hebben de indruk dat deze motie degelijk is voorbereid door het CDA en de wethouders. Ik weet niet of de andere coalitiepartijen hierdoor zijn overvallen of alleen de oppositie.

Dat laat ik in het midden. We hebben eerst ons best moeten doen om elkaar te pakken te krijgen. Vervolgens hebben we even met elkaar van gedachten gewisseld over de beantwoording van de wethouder en het initiatief van de heer Spohr. De vraag is in hoeverre je echt nog de gelegenheid hebt om kennis te nemen van de inhoud van de motie. Het is geen elegante manier van doen, vinden wij. Ook zijn we als oppositie tot de conclusie gekomen dat wij het optreden van de wethouder en de wijze van beantwoording zeer betreuren. Daar zullen wij mogelijk nog een vervolg aangeven of dat op een andere manier uitspreken. Daar laat ik het even bij voor dit ogenblik. Straks wil ik graag inhoudelijk op het onderwerp ingaan. De voorzitter: Hartelijk dank. Ik inventariseer even wie er wil reageren op de motie. De heer Van Groos krijgt het woord. Gaat uw gang. De heer Van Groos: Gaat het nu alleen om de motie van het CDA? De voorzitter: Ja, het gaat nu over de motie. Die wil ik eerst afhandelen, inclusief een reactie van de wethouder. Daarna gaan we verder met de interpellatie. De heer Van Groos: Dan wacht ik nog even. De voorzitter: Oké, helder. Dank u wel. Als er geen vragen meer zijn aan de heer Spohr, dan rond ik daarmee het debat over de motie af en geef ik de wethouder de gelegenheid om te reageren. Beantwoording college Wethouder Daandels: Dank u wel, voorzitter.

Het huidige systeem heeft voor- en nadelen. Ik heb begrepen dat de strekking van de motie is dat we twee zaken gaan uitvoeren. De eerste is reparatie van de achterterreinen als het gaat over een uitsterfregeling met betrekking tot detailhandel. Dat past in de visie en de opdracht die eerder door de raad is opgedragen. Daar zou ik dus mee kunnen leven. Het is ook een wens die het college zelf altijd heeft gehad, dus dat is geen enkel probleem. De tweede is een stimuleringsregeling om ondernemers bij leegstand warm te maken om samen met de gemeente op te trekken. Ik denk dat dit past in het kader dat het college altijd nastreeft, namelijk om samen Notulen raadsvergadering 4 en 9 maart 2021

13

te kijken hoe we problemen kunnen aanpakken. De motie is wat dat betreft keurig en kan ik ondersteunen. De voorzitter: Dank voor de toelichting. Ik wil nu graag verder gaan met het interpellatiedebat. We hebben een termijn gehad van het CDA. Nu krijgen de andere fracties de gelegenheid om te reageren. Als laatste is de gelegenheid aan de heer Tiemstra van de SGP om het slotwoord te doen. We beginnen met de heer Van Groos. U heeft 2,5 minuut voor uw reactie. De heer Van Groos: Voorzitter, dank u wel. Van mijn kant een reactie van gemengd verdriet. Ik kan hier niets positiefs aan ontdekken. In de eerste plaats betreur ik het dat de Raad van State ook na het reparatievoorstel, dat de ChristenUnie overigens niet heeft gesteund, deze uitspraak heeft gedaan. Ons past bescheidenheid. Ik heb heel veel moeite met de wijze waarop de portefeuillehouder reageert door te zeggen dat het maar een klein dingetje is. Het is wel een heel principieel dingetje geweest, want anders had het college er niet zo strikt aan vastgehouden. Het is ongepast om te zeggen dat de Raad van State het niet goed heeft gelezen, terwijl het college erop gewezen is dat de tussenuitspraak duidelijk genoeg was op dit punt. Wellicht heeft het college het niet duidelijk genoeg opgeschreven of voldoende voor het voetlicht gebracht, maar zo’n houding stemt ons verdrietig.

We zien wel wat er komen gaat, ook met de motie van het CDA. Die richt zich alleen op leegstand in Sprang, maar volgens mij hebben we ook in Waalwijk en Waspik leegstand. Er is overal leegstand en over het algemeen is dat niet goed voor het gebied en niet goed voor de gemeente Waalwijk. Dank u wel. De heer Ottens: De PvdA heeft tot nog toe altijd ingestemd met voorstellen met betrekking tot het bestemmingsplan Gemengd Gebied. De PvdA gaat er ook vanuit dat wij mogen vertrouwen op de deskundigheid van de adviezen en de voorstellen van het college die daaraan ten grondslag liggen. Nu blijkt dat die voorstellen juridisch onvoldoende onderbouwd zijn. Ze zijn aangevochten. In dat licht vinden wij de beantwoording van de wethouder op zijn minst ongepast. Dan druk ik mij nog zacht uit. Zeker bij een wethouder die in de afgelopen maanden al drie keer op juridisch vlak bakzeil heeft moeten halen, past bescheidenheid. Om dan te zeggen dat de Raad van State ook niet onfeilbaar is en de Toeslagenaffaire erbij te halen, vinden wij buitenproportioneel. De wethouder moet zich daar wat ons betreft diep voor schamen. Verder geloven wij de wethouder niet als hij stelt dat de juridische kosten pakweg € 1.000 bedragen, want alleen de griffierechten die moeten worden terugbetaald, zijn al hoger.

We zouden van de wethouder graag een totaaloverzicht van de juridische kosten met betrekking tot deze procedure willen ontvangen. De motie van het CDA zien wij als een een-tweetje met de wethouder om zijn gezicht te redden. Wij hebben er inhoudelijk geen kennis van kunnen nemen. We vinden het ook ongepast om de motie op deze manier in te dienen. Wellicht schorsen we straks nog even om er inhoudelijk kennis van te nemen, maar op dit moment zien wij geen reden om de motie te steunen. De heer Klerx: LokaalBelang respecteert het uiteraard als een fractie de werkwijze en de visie van het college bekritiseert. Laat dat vooropstaan. We móeten als raad kritisch zijn om onze controlerende taak goed uit te voeren. Dat zijn we ook met elkaar. Wij betreuren echter de wijze waarop de heer Tiemstra dit vanavond namens de SGP doet. Een onjuiste framing, suggestief en met een bijna belerende, nare, toon, in onze ogen. Dat is wat ons betreft niet gepast. Wij waarderen de inhoudelijke reactie van de portefeuillehouder en zouden heel graag de ingeslagen weg vervolgen. Het college voert de visie, zoals eerder in de raad vastgesteld, naar eer en geweten uit. En we zijn er bijna, zoals de Notulen raadsvergadering 4 en 9 maart 2021

14

portefeuillehouder zei. Daarom steunen wij de motie van het CDA om een volgende stap te zetten, een kleine suggestie mee te geven voor het stimuleringsbeleid en bij een volgende herziening de onderbouwing nog verder onder de aandacht te brengen, zodat we ook deze laatste stap kunnen zetten. Mevrouw Schuijffel: Ik kan heel kort zijn, want het merendeel is al gezegd door de heer Ottens, zelfs over het een-tweetje. Ik wil nog wel even aangeven dat daar waar LokaalBelang vindt dat de SGP een belerende en nare toon aanslaat, wij dat eigenlijk ook aan de andere kant zien. Misschien moeten we aan twee kanten vragen om op een andere manier te reageren. De motie die het CDA heeft ingebracht, vind ik sowieso een beetje vreemd, want er ligt al een raadsinformatiebrief waarin al staat wat er gaat gebeuren. Eerlijk gezegd is het een voorgekookte motie en wij hebben er nog niet naar kunnen kijken. U voelt wel aan dat wij waarschijnlijk niet met de motie gaan instemmen. Mevrouw IJpelaar: Ook wij vinden dat de manier waarop door de wethouder richting de SGP de vragen zijn beantwoord, niet zo chic. LokaalBelang zegt dat de SGP ook niet zo chic is geweest naar de wethouder toe. Ik zeg, net als mevrouw Schuijffel: misschien moeten beide partijen eens met elkaar in gesprek om te kijken of het in de toekomst op een andere manier kan.

De manier waarop het CDA ineens met een motie komt, vind ik ook niet chic. De motie zal ik zeker niet steunen. Mevrouw Pouw: Lijst Pouw sluit zich aan bij de voorgaande sprekers van de oppositie. Ook wij vinden het een een-tweetje. We vinden de gang van zaken van vandaag ook niet zo chic. Wij zien geen reden om de motie te steunen. Sowieso heb ik van de inhoud nog helemaal geen notie kunnen nemen. Ik ga de motie deze avond ook niet meer tot me nemen. Als het CDA steun had willen hebben, had de fractie de motie van tevoren moeten indienen. De heer Van Zelst: Ik weet niet of dit het juiste moment is, maar ik wil nog heel kort reageren op de motie van het CDA. Mag dat? De voorzitter: U krijgt de kans om tijdens de interpellatie te reageren, zoals ieder ander raadslid. U mag zeggen wat u wilt. Gaat uw gang. De heer Van Zelst: Ik had me voorgenomen om vanavond niet te reageren, omdat ik belanghebbende ben in deze zaak. Maar ik zie bij punt 2 van het dictum staan dat ondernemers in Sprang-Capelle gestimuleerd en gefaciliteerd worden, teneinde leegstand in het lint van Sprang-Capelle tegen te gaan.

Ik ben blij dat het CDA zo aan Sprang-Capelle denkt, maar geldt dit niet voor de winkels in Waspik en Waalwijk? Daar valt ook een groot gedeelte van in het bestemmingsplan Gemengd Gebied? Voor mij is het duidelijk waar deze motie vandaan komt, maar ik wil het voor mijn collega’s graag rechtzetten. Ik hoor graag een reactie van het CDA hierop, waarom ze Sprang-Capelle zou willen bevoordelen ten opzichte van Waspik en Waalwijk. Ik vind dat heel bijzonder. De voorzitter: Helaas kan ik het CDA niet meer het woord geven voor een reactie, want de motie hebben we net al besproken en dit is de reactie op de interpellatie. U moet het met de tekst van de motie doen. De heer Van Zelst: Dan hoop ik dat iedereen dit in zijn overweging meeneemt. De voorzitter: Ik zie geen leden meer die het woord willen voeren. Ik geef het woord aan de heer Tiemstra voor het slotwoord.

Notulen raadsvergadering 4 en 9 maart 2021

15

De heer Tiemstra: Voorzitter, dank u wel. Ik zal een paar punten naar voren halen. We hebben het gehad over 17 september. De heer Daandels heeft onder andere het volgende gezegd. “De vergissing die bij de SGP naar voren komt, is de volgende: de Raad van State heeft helemaal niet geoordeeld dat de uitsterfconstructie niet kan. Er zit een verschil tussen de uitsterfconstructie op het achtererf en de uitsterfconstructie in het hoofdgebouw en de voorgevel. Dat verschil haalt u misschien door elkaar”. In de verhandelingen van de raadsvergadering van 17 september lees ik alles wat er gewisseld is. We hebben een aantal vragen gesteld. De Raad van State heeft uitspraak gedaan. Als ons wordt voorgeworpen dat het tendentieus is en dat wij aan framing doen, dan beloof ik u dat ik zal zoeken naar woorden om op een chiquere manier te zeggen dat de wethouder zich vergist. Als wij vragen stellen, hoe kunnen wij dat dan chiquer doen dan dit? Vragen moet je kunnen stellen. Ik zal even kort door de beantwoording lopen. De heer Ottens heeft al iets gezegd over de kosten van € 1.000. De ondernemers zijn al meer kwijt geweest aan griffierechten en dan hebben we het nog niet over de interne juridische kosten, ambtelijke uren, kosten van buitenaf voor inhuur, enzovoorts. De wethouder heeft gesproken over het bestemmingsplan. Er ligt een goed bestemmingsplan. Daar is een hoop aan gedaan, prima.

Daar zeggen wij niets van. Wij hebben het vanavond gehad over het onderdeel “uitsterfregeling detailhandel”. De Raad van State heeft er een uitspraak over gedaan. Het zou goed zijn als we dat met zijn allen respecteren. Daar hebben wij om gevraagd. Er is een aantal keren gesproken over de rechtsonzekerheid in de termijn van 3 jaar. Het begon met 1 jaar. De ondernemers hebben om 7 jaar gevraagd. De gemeente heeft de ondernemers een termijn van 3 jaar opgelegd, maar die is niet geaccepteerd. We kunnen wel spreken over heel langdurige participatietrajecten en overleg, maar uiteindelijk doet de gemeente toch wat zij zelf wil. In coronatijd zal een leeg winkelpand niet zomaar volkomen. Een periode van 3 jaar kan in deze tijd best bedreigend zijn voor degene die het betreft. Ik merk dat het college toch door wil, ondanks de uitspraak van de Raad van State. Ik vraag me af of dat verstandig is. Wie is het college en wie is de wethouder om zich qua inhoud en qua expertise boven de Raad van State te verheffen? Dat vinden wij nogal wat. Vervolgens komt er een motie van het CDA. Wij zien geen andere mogelijkheid dan dat dit een een-tweetje is geweest met de wethouder. Er ligt een raadsinformatiebrief, dat is waar, maar bovenal ligt er een uitspraak van de Raad van State. Het zou goed zijn als we ons daaraan vasthouden. Tot besluit nog wat losse opmerkingen.

Ik vind het niet netjes dat onze bijdrage in de beantwoording door de wethouder als tendentieus en framend wordt betiteld, terwijl wij gewoon de vinger op de zere plek hebben gelegd. Er ligt een uitspraak: college, u had het verkeerd, al heeft de meerderheid van de raad er op een gegeven moment mee ingestemd. Op het moment dat een raadsfractie daarvan niets meer mag zeggen, zonder dat er van tendentieuze uitspraken en framing wordt gesproken, wordt het wel heel erg lastig om in deze raad ons werk te doen. Dat is iets wat wij zeer betreuren. Ik denk dat ik het daar maar even bij moet laten. Ik zou graag nog een ogenblikje willen schorsen voor overleg met de oppositie. De voorzitter: Kunnen we proberen om dat heel kort te doen? De heer Tiemstra: Wij doen dat korter dan de voorgaande schorsingen. De voorzitter: Dat lijkt me een goed voornemen.

Notulen raadsvergadering 4 en 9 maart 2021

16

De vergadering wordt geschorst van 21.25 uur tot 21.30 uur. De voorzitter: Ik heropen de vergadering. Het woord is aan de heer Tiemstra. De heer Tiemstra: Voorzitter. Wij hadden er behoefte aan om na de beantwoording vanuit de verschillende fracties even te wegen hoe wij ermee omgaan. We zien de realiteit, laten we daar eerlijk in zijn. Er ligt een motie die waarschijnlijk wordt aangenomen. We hebben net gezegd wat we van de motie vinden. Zowel qua procedure als qua inhoud kunnen wij de motie niet steunen. Daarnaast is het de realiteit dat de wethouder door de Raad van State wordt gecorrigeerd. Het enige wat we de wethouder hebben horen zeggen, is een rechtvaardiging van zijn eigen handelen. Geen enkel voorbehoud en geen enkele tegemoetkoming, geen enkele vorm van excuses dat iets anders had gekund of dat hij iets niet goed gezien heeft. Helemaal niets. Wij hebben daar kennis van genomen. We zullen dit meenemen in het verdere verloop. Daar willen we het op dit moment bij laten. 7.

(R1.4-21) Evaluatie betaald parkeren centrum Waalwijk

De heer Klerx: Dank u wel, voorzitter. Vandaag bespreken we de evaluatie betaald parkeren centrum Waalwijk. Dit gebeurt naar aanleiding van onze motie van 12 september 2019, Evaluatie parkeerbeleid. Daarin vroeg LokaalBelang om het parkeerbeleid te evalueren, met name voor de binnenstad en de directe omgeving. De brede evaluatie waar wij om vroegen, is echter door het college helemaal toegespitst op het betaald parkeren in en rondom het centrum. Ook in onze motie van 15 oktober 2020, Verkenning uitbreiding parkeernormen, vroegen wij het college nogmaals specifiek de uitbreiding van de parkeernormen mee te nemen in het advies dat in het voorjaar van 2021, nu dus, zou volgen over een toekomstbestendig parkeerbeleid. Ook hieraan is wederom helaas geen gehoor gegeven. Het toekomstbestendig parkeerbeleid voor de gemeente Waalwijk is in onze ogen veel breder dan alleen het betaald parkeren in het centrum van Waalwijk. Denk aan gereguleerd parkeren bij drukbezochte locaties, zoals kleine andere winkelcentra, of de parkeernormen die van groot belang zijn voor ruimtelijke ontwikkelingen en de leefbaarheid van onze wijken. Ook vandaag zullen deze parkeernormen wellicht terugkomen in de discussie over de verschillende bestemmingsplannen.

Waarom legt het college dit zomaar naast zich neer? Bovendien, waarom rekent het college vanuit deze prima evaluatie alleen toe naar een kostendekkend product “betaald parkeren”? Dat uitgangspunt is voor ons ook heel belangrijk -- laat daar geen misverstand over bestaan -- maar parkeren is een veel breder thema. We zullen tegenwoordig ook een visie moeten hebben op hoe we hierin duurzaamheid integreren, op hoe we omgaan met verschillende innovaties, zoals deelmobiliteit. We hebben hier anderhalve maand geleden nog heel veel over gehoord in de toelichting op de Regionale Beleidsagenda Mobiliteit: we stellen de gebruikers centraal, we worden gestuurd door data, werken gebiedsgericht en gaan ons focussen op nieuwe mogelijkheden. En ons college experimenteert volop met elektrische scooters, e-steps. Denkt het college vervolgens niet na over hoe we deze voertuigen in de toekomst een parkeerplek gaan geven? Door integrale keuzes te maken, kun je deze ambities op mobiliteit teweegbrengen. Parkeerruimte voor gedeelde mobiliteit werkt aan de pijler slim en efficiënt. Betere voorzieningen voor duurzaam vervoer werkt aan de pijler schoon, stil en gezond. Daarom heeft LokaalBelang samen met D66 een amendement voorbereid om het college op te dragen nog dit jaar een notitie te maken, om tot een gemeentebreed en toekomstbestendig parkeerbeleid te komen.

De mix van maatregelen zoals benoemd in de evaluatie is wat ons betreft een prima uitgangspunt voor gereguleerd parkeren in en rondom het Waalwijkse centrum. Maar in deze notitie moet echt aandacht zijn voor het gereguleerd parkeren in de rest van onze gemeente. De parkeernormen voor onze ruimtelijke ontwikkelingen en Notulen raadsvergadering 4 en 9 maart 2021

17

andere relevante ontwikkelingen en innovaties moeten allemaal aan bod komen. Op deze manier wordt echt gehoor gegeven aan onze beide moties, die eerder breed gesteund werden in de raad. Ook werken we zo toe naar een gemeentebreed toekomstbestendig parkeerbeleid. Amendement 1: Evaluatie betaald parkeren centrum Waalwijk De raad, gehoord de beraadslaging, constaterende dat: • in dit raadsvoorstel nog geen gehoor is gegeven aan de motie over verkenning uitbreiding parkeernormen van 15 oktober 2020; • er binnen de gemeente Waalwijk diverse nota’s en beleidsstukken zijn in relatie tot parkeren; • op 7 januari de Regionale Beleidsagenda Mobiliteit 2021-2024 is besproken welke vele raakvlakken heeft met parkeren, zoals meer focus op duurzame mobiliteit en deelvoertuigen; • uit de beantwoording van het college bleek dat zij de vraag heeft gekregen van de Verenigde Ondernemers Sprang-Capelle (V.O.S.C.) om gereguleerd parkeren in het centrum van Sprang-Capelle in te stellen; • in de afgelopen jaren meerdere signalen ons hebben bereikt over het mogelijk instellen van gereguleerd parkeren bij locaties zoals de Putstraat en het Bloemenoordplein in Waalwijk; overwegende dat: • een toekomstbestendig parkeerbeleid breder is dan het betaald parkeren in het centrum van Waalwijk; • door het uitbreiden van de parkeernormen beter kan worden geborgd dat er voldoende parkeergelegenheid is bij

ruimtelijke ontwikkelingen; • stimulering van duurzame oplossingen en slimme mobiliteit bijdraagt aan een toekomstbestendig parkeerbeleid en een leefbare stad; • de evaluatie betaald parkeren inclusief voorgestelde mix van maatregelen een prima vertrekpunt is voor gereguleerd parkeren in en rondom het centrum van Waalwijk; • het doel is om zo een nog aantrekkelijkere binnenstad te worden voor bewoners, winkelend publiek en overige gebruikers/toeristen; • hierbij een belangrijk uitgangspunt blijft dat het product betaald parkeren een minimaal kostendekkend product moet zijn; • door parkeerregulering breder in de gemeente toe te passen, drukbezochte locaties zoals kleine winkelcentra beter bereikbaar zijn en slimme innovaties zoals de digitale blauwe schijf sneller worden geadopteerd; besluit: het dictum van het besluit als volgt te wijzigen: 1. De Evaluatie Betaald parkeren centrum Waalwijk ter kennisgeving aan te nemen; 2. Het college op te dragen een voorstel te doen aan de gemeenteraad: a. om uiterlijk in 2021 een notitie vast te stellen om tot een gemeente-breed en toekomstbestendig parkeerbeleid te komen, waarin de bovengenoemde overwegingen zijn meegenomen; b. om indien nodig de Nota Parkeernormen Waalwijk te actualiseren, verordeningen aan te passen of vast te stellen en de tarieven voor parkeervergunningen, -ontheffingen en abonnementen te wijzigen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9929576/2