CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag Debat & Besluit (B) 30-09-21

Raadsvergadering (B) 30 september 2021, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Besluitenlijst en verslag van deze vergadering35.203 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Maar als de brug niet vergund wordt, dus als de rechtbank gaat zeggen dat er geen brug komt, begrijp ik dat er ook geen woningen komen? Wethouder Daandels: Dan zou het zo kunnen zijn dat wij wel een vergunning af moeten geven voor woningen, want dat is in de ruimtelijke ordening. Ik zal het niet te moeilijk maken, maar ik kan vandaag een vergunning voor een woning aanvragen op uw grond. Die krijg ik ook, maar ik kan de woning dan niet bouwen, want dat zult u niet toestaan. Datzelfde geldt voor Akkerlaan 20. Wij zullen in de ruimtelijke procedure straks wel de woning moeten gunnen, maar ze kunnen niet voldoen aan een van de onderdelen van het bestemmingsplan, dat is de uitwegen. Dat betekent dat we dan handhavend zullen optreden. Ik denk dat de eigenaren voorafgaand aan dit soort investeringen goed nadenken over wat ze gaan doen. De heer Ottens: Dank u wel, voorzitter. Toch even reagerend op de grote hoeveelheid woorden die de wethouder heeft gebruikt. De raad heeft het voorstel op 29 april terugverwezen. Dat betekent dat u een opdracht heeft gekregen. Geen motie, die je naast je neer kunt leggen, maar gewoon een opdracht. Die opdracht was: “neem als gemeente ook een fatsoenlijke participatie voor uw rekening en kom met een nadere onderbouwing”. Wij zien op geen van beide zaken iets terug in dit voorstel. Er zijn wat punten en komma’s veranderd.

U kunt zeggen dat u spreekt over participatie, maar je moet niet spreken over participatie, maar vroegtijdig die bewoners erin betrekken. Dat heeft u gewoon niet gedaan en dan vind ik het ongepast hoe u richting de raad reageert. Dan neemt u de raad niet serieus en dan kan in ieder geval deze fractie u als wethouder ook niet serieus nemen. Dat wilde ik toch even kwijt, ik vind het erg bezwaarlijk. Wethouder Daandels: Ik vind het sowieso altijd jammer als een raadsfractie zegt dat ik het een en ander niet serieus neem. Ik gebruik geen grote woorden. Ik heb de vragen die de raad stelde, beantwoord. Ik vind dat ik op een fatsoenlijke manier moet antwoorden en dat heb ik op deze manier gedaan. Ik vind dat er een fatsoenlijke onderbouwing is gegeven met alle voors en tegens. U mag een andere mening hebben, ook over het participatieproces. Daar hebben we ook afspraken over met de raad. Ik heb liever dat u niet alleen zegt dat het een slechte participatie is, maar ook aanreikt op welke punten u verbeteringen noodzakelijk acht, want dan kunnen we daaraan werken. De indruk van het college is dat we in ieder geval de voors en tegens voldoende aan het woord hebben gehad. U weet wat er speelt en leeft in de omgeving. Dat betekent in de ogen van dit college dat u een afweging kunt maken over dit voorstel.

Notulen raadsvergadering 30 september 2021

35

De heer Ottens: Dan hierbij de verbetersuggestie. Graag geen bewoners uitnodigen op het moment dat u het voorstel al de openbaarheid in gooit, want zo neemt u bewoners niet serieus, neemt u deze raad niet serieus en neemt u de opdracht die de raad u heeft meegegeven niet serieus. Wethouder Daandels: Ik neem daar kennis van en deel uw mening niet. De voorzitter: Dank u wel. Wie wil er gebruik maken van de tweede termijn? Het woord is aan de heer Van Groos. Tweede termijn De heer Van Groos: Voorzitter. Ik heb kort twee opmerkingen. We zijn het eens met de wethouder dat het vaak om maatwerk gaat. Uiteindelijk beslist de raad daarover, dus wat ons betreft betrekt u de raad eerder dan bij het vaststellen van het bestemmingsplan. Ik heb al eerder de oplossing aangereikt, namelijk eerder in het traject met de raad in gesprek gaan over of we bereid zijn om mee te denken over een ontsluiting van zo’n perceel via een brug naar een andere straat. Dan hadden we de vervelende situatie die we nu hebben niet gehad. Maar de wethouder blijft weigeren om de voorhangbriefprocedure, zoals we die in het verleden hadden, te hanteren. Dan praten wij over het verbeteren van participatie, maar als goede suggesties gewoon in de wind worden geslagen of eigenlijk als raadsbesluiten worden genegeerd, wordt het wel erg lastig. Het tweede punt.

Van de regel “niet op het achtererf” wordt gezegd dat een opzet waarbij woningen achter elkaar zijn gesitueerd niet past binnen de bestaande stedenbouwkundige structuur. Nu staan in dat gebied de woningen kriskras door elkaar als je de Akkerlaan en de Jozef Israëlstraat tegen elkaar aanhoudt. Dan staat er ook nog bij “Bovendien leidt dit niet tot een acceptabel woonklimaat en gaat het ten koste van rust en privacy in de aangrenzende buitenruimte”, maar dan hoor ik dat we hier van een achtertuin een voortuin maken. Dan zouden de aangrenzende buitenruimten daar helemaal niets van merken. Dat gaat er bij mij echt niet in. De voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik even inventariseren wie het amendement van de ChristenUnie steunt. Mevrouw Klerks: Ik wil graag hoofdelijke stemming voor zowel het amendement als het voorstel, omdat de VVD verdeeld zal stemmen en daarom niet nu namens de hele fractie kan spreken. De voorzitter: Dan gaan we dat doen. Is er iemand die van tevoren een stemverklaring wil afleggen? Dat is niet het geval. We gaan over tot hoofdelijke stemming over het amendement. Tegen stemmen de leden Frodyma, Van Hamond, Van Baardwijk, Zijlmans, Lodenstijn, Van der Weijden, Spierings, Kuijten, Klerks, Slaats, Van den Udenhout, Bögemann, Klapwijk, Spohr, De Bruijn, Van den Meerendonk, Schuijffel, Tiemstra en Van Zelst.

Voor stemmen de leden Van Tuyl, Ottens, Pouw, IJpelaar, Van Groos, De Jongste en De Vaan. Met 19 stemmen tegen en 7 stemmen voor wordt het amendement verworpen. De voorzitter: Dan wil ik nu het raadsvoorstel in stemming brengen. Voor stemmen de leden Frodyma, Van Hamond, Van Baardwijk, Zijlmans, Lodenstijn, Van der Weijden, Spierings, Kuijten, Klerks, Slaats, Bögemann, Klapwijk, Spohr, De Bruijn, Van den Meerendonk en Schuijffel. Tegen stemmen de leden Van Tuyl, Van den

Notulen raadsvergadering 30 september 2021

36

Udenhout, Ottens, Pouw, IJpelaar, Van Groos, Tiemstra, Van Zelst, De Jongste en De Vaan. Met 16 stemmen voor en 10 stemmen tegen wordt het raadsvoorstel aangenomen. 8.

Afvalproeven Grondstoffenbeleidsplan fase II

De voorzitter: Dit agendapunt is een bespreekpunt voor de VVD, GroenLinksaf, CDA, D66, Lijst De Jongste/PvdA, SGP, Lijst Pouw en ChristenUnie. Ik geef het woord aan de heer Van Groos. De heer Van Groos: Dank u wel, voorzitter. De kunst van een goed grondstoffenbeleidsplan is om, uitgaande van de milieudoelstellingen, een juiste balans te vinden tussen serviceniveau en kosten, en daarmee samenhangende tarieven. Daarbij is het belangrijk om datgeen wat je niet wilt hebben, restafval, te ontmoedigen, en wat je wel wilt, afvalscheiding, te stimuleren. Tevens is het verstandig om de in rekening te brengen tarieven te koppelen aan de feitelijke kosten. In feite geldt dan het principe “de vervuiler betaalt”. Dat er veel weerstand kwam tegen omgekeerd inzamelen, oftewel de ondergrondse containers, is niet zo vreemd omdat dit in feite een verlaging is van de service ten opzichte van de huidige situatie. Het afval wordt niet meer bij de bewoners opgehaald, maar dat moeten ze wegbrengen. Natuurlijk stuit dat op weerstand. Toch is blijkens het raadsvoorstel het doel van de proeven draagvlak creëren. Dat draagvlak ontstaat niet door mensen te laten ervaren dat de service inderdaad minder is. Feit is wel dat in verschillende gemeenten al is gebleken dat omgekeerd inzamelen tot een aanzienlijke reductie van het restafval leidt en daarmee tot hogere scheidingspercentages.

Helaas blinkt dit voorstel uit in onduidelijkheid over wanneer de proeven als geslaagd mogen worden beschouwd. De ChristenUnie vindt het zeer terecht dat de VVD hiervoor aandacht heeft gevraagd met schriftelijke vragen. Een ander bezwaar tegen dit voorstel is dat er niet alleen wordt geëxperimenteerd met inzamelingsmethodieken maar dat de gft-proef ook wordt vervuild door een ander tarief. Waarom zouden die inwoners een nultarief voor gft moeten krijgen, terwijl de overige Waalwijkers wel moeten betalen voor hun gft-afval? In Heusden heeft het nultarief geleid tot vervuiling van het gft-afval waardoor enkele leveringen zijn afgekeurd en tegen hoge kosten zijn verwerkt. Wij dienen daarom een amendement in. Overigens doet dit nultarief ons denken aan het zogenaamde gratis aanbieden van PMD en luierzakken. Die zijn helemaal niet gratis, maar de hiermee gepaard gaande kosten, circa € 80.000, zijn ten laste gebracht van de voorziening afvalstoffenheffing, een potje dat we later hard nodig zullen hebben voor de investeringen van fase 2. Daarom moeten deze kosten in onze ogen worden doorberekend in het vastrecht. Daartoe dienen wij een motie in. Ten slotte vinden wij het een kwalijke zaak dat middelen die de gemeenteraad op 4 februari 2016 beschikbaar heeft gesteld voor investeringen in fase 1 volgens het college mogen worden gebruikt voor fase 2.

Wat is dat nu voor vreemde actie? AMENDEMENT 3: gft-tarief afvalproef hoogbouw Ondergetekende(n) stelt/stellen het volgende amendement voor: constaterende dat: • het plan is om bij proef 3 “Gft-afval in de hoogbouw” geen bedrag per inworp te vragen, waardoor het aanbieden van gft-afval voor deze bewoners gratis wordt;

Notulen raadsvergadering 30 september 2021

37

overwegende dat: • de bedoeling van de proeven niet is om het effect te meten van andere tarieven maar om te onderzoeken wat de effecten zijn van aanpassingen aan de huidige inzamelingssystemen; • bewoners van de laagbouw en van de overige hoogbouw wel moeten betalen voor het aanbieden van hun gft-afval, namelijk een bedrag per lediging plus een tarief per kilogram gft, respectievelijk per inworp; • deelnemers aan de 3e proef al een financieel voordeel hebben, omdat ze voor hun gftafval niet het hra-tarief krijgen berekend; • de gemeente moet betalen voor het verwerken van het gft-afval; besluit: het dictum van het besluit als volgt te wijzigen: • Aan het eerste besluit de zin ‘met dien verstande dat proef 3 wordt uitgevoerd met een bedrag per inworp dat is gebaseerd op de werkelijke kosten voor de gemeente’ toe te voegen. De voorzitter: Dank u wel. Het amendement wordt gesteund door D66 en PvdA/Lijst De Jongste. De motie over het vastrecht in verband met gratis PMD en luierzakken, wordt gesteund door PvdA/Lijst De Jongste. Mevrouw Klerks: Ik wil graag een vraag stellen aan de heer Van Groos, naar aanleiding van zijn bijdrage. Ik heb een vraag over het amendement. In uw overweging geeft u aan dat het onderzoek een extra variabele heeft gekregen, doordat er een nultarief wordt gerekend. Daar geef ik u gelijk in.

In het besluit geeft u echter aan dat het bedrag per inwoner moet worden gebaseerd op de werkelijke kosten. Die wijken volgens mij ook af van wat de hoogbouwbewoners nu betalen voor het gewone afval per inworp. Daardoor is er sowieso een verandering in de variabelen voor gft-afval. Klopt het dat u daarmee nog steeds die variabele in stand houdt? De heer Van Groos: Een terechte vraag. Het is zo dat ze, als ze beter scheiden, niet de tarieven voor restafval per kilo hoeven te betalen, maar het tarief voor gft. Dat geldt voor de bewoners van laagbouw ook. Dat is wat in feite aan de bewoners wordt gevraagd. Een van de redenen waarom er wordt gedacht aan gft-containers bij hoogbouw is dat de bewoners nu die mogelijkheid niet hebben. Maar het gaat er bij ons niet in dat je ze nu een financieel voordeel biedt, niet ten opzichte van de huidige situatie voor zichzelf, maar ten opzichte van andere inwoners van Waalwijk. Dat vinden wij niet rechtvaardig en ook niet passend bij deze proeven. Mevrouw Klerks: Dat argument snap ik, maar u heeft in uw amendement ook het argument staan dat niet gemeten zou moeten worden wat het effect is van het tarief, terwijl in uw voorstel er ook nog een effect van het tarief is. Dus volgens mij klopt daarmee de argumentatie niet helemaal. Dat wilde ik toch even gezegd hebben.

De heer Van Groos: Ik kan mevrouw Klerks volgen als zij stelt dat het voor die bewoners een financieel voordeel kan opleveren, maar het is niet een verandering ten opzichte van het huidige beleid. Nu geldt ook dat je, als je je restafval beter scheidt, ook een financieel voordeel hebt. Nu wordt het zelfs met een nultarief gepromoot en dat is wat we in andere wijken in Waalwijk niet hebben. Daarom heb ik bezwaar tegen deze variabele. Als u zegt dat we het hele tarief eruit halen en ze het restafvaltarief moeten betalen, heb ik daar minder moeite mee dan met wat nu wordt voorgesteld, al vind ik dat ook geen juiste meting. Mevrouw Klerks: Volgens mij scheiden hoogbouwbewoners nu niet, dus hebben die nu ook geen voordeel van dat verlaagde tarief van gft. Ik blijf er dus bij dat er ook in uw Notulen raadsvergadering 30 september 2021

38

voorstel een variabele bij komt. Ik weet hoe belangrijk we het vinden dat dingen zuiver zijn, dus volgens mij heeft u hier een steekje laten vallen en is het net niet helemaal zuiver. Mevrouw Schuijffel: Als je het tarief hetzelfde houdt, geef je de bewoners van hoogbouw hetzelfde voordeel als zij gaan scheiden. Volgens mij is dat wat je wilt uitproberen. Je geeft de mensen de mogelijkheid om afval te scheiden en daardoor hun kosten te verlagen. Daar heeft de gemeente voordeel bij. Als je daarbij ook nog het tarief verlaagt, heb je een compleet andere proef. Mevrouw Klerks: Maar je hebt ook nog de variabele dat mensen moeten scheiden, wat ze nu niet doen, en dat ze naar buiten moeten om het apart weg te gooien. Ik vind van alles van die afvalproeven en dat komt dadelijk wel in de bijdrage, maar het gaat mij erom dat er zo veel variabelen zijn dat het wetenschappelijk nooit klopt. Met het amendement van de ChristenUnie wordt het ook niet kloppend gemaakt. Misschien moeten we dat maar accepteren, maar er zijn meerdere variabelen. Mevrouw Schuijffel: Ik denk dat we dan van mening verschillen, want volgens mij is het echt geen andere variabele. Het is alleen dat je de manier van inzamelen voor de mensen in de hoogbouw zo maakt dat ze hetzelfde voordeel zouden kunnen halen als de mensen in de laagbouw. Daar zit ook de tariefcomponent aan, namelijk die we al hebben.

Wanneer je die tariefvariant ook nog verandert, heb je een dubbele verandering. De heer Slaats: Ik wil een vraag aan de heer Van Groos stellen, maar zal eerst een opmerking geven over het amendement en de motie met betrekking tot de gft. Wij zien heel erg het belang in en zullen dadelijk proberen te proeven wat er nodig is. Die zullen wij niet steunen. Wat er gezegd wordt over PMD vind ik wel interessant. Zoals mevrouw Klerks aangeeft, wilt u dingen zuiver maken, dus ik ben wel benieuwd hoe het college daarop reageert. De vraag die ik aan u heb, is iets meer elementair. U gaf in uw betoog aan dat service belangrijk is als we het hebben over hoe mensen hun afval scheiden en wat dat oplevert. Maar anderzijds vinden we het ook heel belangrijk dat het tarief gekoppeld wordt aan de bepaalde vorm van afval, zodat het allemaal kloppend is. Ik vraag me af wat voor u belangrijker is. Het ene kan namelijk ook sturend zijn voor het andere. We kunnen het niet los van elkaar zien. Dus wat vindt u nu belangrijker? De heer Van Groos: Dat is een lastige vraag, want uiteindelijk is het belangrijkste voor ons dat de milieudoelstelling wordt gehaald. Wij proberen dat te bereiken via financiële prikkels en dat lijkt ons de meest logische weg.

Maar als je het principe loslaat van waar de kosten liggen, moet je straks bijvoorbeeld het huishoudelijke restafval duurder gaan maken, terwijl de kosten voor het verwerken van bijvoorbeeld gft hoger zijn geworden. Maar omdat we daar dan een nultarief voor hebben, moeten we het restafval duurder gaan maken, omdat we nu eenmaal de kosten moeten dekken en dus de opbrengsten moeten verhogen. Dat is niet te verkopen aan onze inwoners. Dat het ene tarief omhooggaat, omdat er voor de andere kosten zijn. Ons standpunt is dat je, overal waar je kosten maakt, deze in rekening moet brengen. Dat geldt eigenlijk ook voor de PMDzakken, daar hadden de mensen gewoon voor moeten blijven betalen. Dan geldt de vervuiler betaalt. Nu worden ze gratis weggegeven en voor van alles en nog wat gebruikt, en daar moeten we met zijn allen voor betalen. Goed gedrag wordt dan niet beloond en daar hebben wij moeite mee. De heer Slaats: Dank u wel voor het toelichten van de afweging. Wij kijken daar wel net iets anders tegenaan. Wij vinden die milieudoelstellingen net als u heel belangrijk en als het kloppend is aan de achterkant, zou dat heel mooi zijn, maar als daar wat differentiatie nodig is om wat prikkels mee te geven zodat we dichter bij onze milieudoelstellingen komen, is dat voor ons een reden om daar op die manier naar te kijken. Notulen raadsvergadering 30 september 2021

39

De heer Van Groos: Onze stelling is dat je die milieudoelstellingen niet haalt als je het principe de vervuiler betaalt loslaat. De heer Slaats: Volgens mij doen we dat ook niet, we kijken er alleen op een andere manier tegenaan, en dat kan. De heer Van Zelst: Ik hoor de heer Van Groos over de vervuiler betaalt. Ik ben het op zich wel met hem eens wat betreft de € 80.000 voor de luierzakken en de PMD-zakken, maar ik ben van mening dat iemand die geen luierzakken gebruikt, daar ook niet voor hoeft te betalen. Is het mogelijk dit voorstel zo aan te passen dat er betaald wordt voor de luierzakken, dus dat de vervuiler betaalt? Ziet u die mogelijkheid, mijnheer Van Groos? De heer Van Groos: Die mogelijkheid is er als de raad daarvoor wil stemmen, maar in deze bestuursperiode heeft de raad besloten het gratis te maken. Ik voel me al vaker een Don Quichot, maar als ik de raad ga vragen om iets terug te draaien waartoe hij zelf besloten heeft, voel ik me helemaal Don Quichot. Daar begin ik niet aan. De voorzitter: Mijnheer Van Zelst, bedoelt u met uw vraag het verschil maken tussen luierzakken en PMD? De heer Van Zelst: Nee, ik ben van mening dat die € 80.000 opgebracht zou moeten worden door de mensen die de zakken gebruiken. Dat is nu niet het geval. Maar ik wil Don Quichot wel zijn, dus misschien kan ik dan dat voorstel aan de raad doen.

Ik weet niet of iemand daarop wil reageren? Dan hoeft de heer Van Groos het niet te doen. De heer Van Groos: Ik zag in de voorbereiding op de raadsvergadering dat het college de afvalstoffentarieventabel al heeft vastgesteld en dat die al onderweg is. Uiteindelijk zullen we daarover bij de begroting stemmen. Dus ik betwijfel ook of ik deze motie nog in stemming moet brengen, maar het gaat wel over hoe je omgaat met de tarieven en of je een voorschot neemt op het nieuwe beleid. Uiteindelijk stellen we de tarieven niet vanavond vast, maar bij de begrotingsbehandeling. Dan kunt u nog met een motie of amendement komen. De heer Van Zelst: Dank u wel voor de suggestie, die zullen wij noteren. Mevrouw Schuijffel: Voorzitter. Begin 2020 heeft het college voorgesteld het systeem van omgekeerd inzamelen in te voeren als volgende stap om ons restafval verder te verminderen en ons afval duurzamer te kunnen verwerken. Ons doel daarbij is stappen te maken naar een meer circulaire economie. De meerderheid van de raad besloot op dat moment dat er eerst proeven moesten plaatsvinden, om meer draagvlak te creëren onder de inwoners en om ervaring op te doen. Uiteraard zijn wij voorstander van het creeren van draagvlak. Maar eerlijk is eerlijk: zo ongewis zullen de uitkomsten van de proeven waarschijnlijk niet zijn.

In veel gemeenten zijn al vergelijkbare proeven uitgevoerd en de resultaten daarvan zijn ook al bekend. In onze buurgemeente Geertruidenberg is al geëxperimenteerd met het wegbrengen van restafval naar een ondergrondse container in de wijk. De uitkomst van deze proef was dat 86% van de mensen in de proefwijk het omgekeerd inzamelen wilde doorzetten. Van de mensen buiten de proefwijk wilde slechts 23% over naar omgekeerd inzamelen. Onbekend maakt onbemind, is de conclusie die getrokken kan worden. In ieder geval komt hier ook duidelijk naar voren dat communicatie key is, zowel voor, tijdens als na de proeven. Dat is ook opgenomen in het voorstel. Ik kom er toch nog even op terug: een opvallend detail in het voorstel is dat bij proef 3, het gescheiden inzamelen van gft-afval in de hoogbouw, niet alleen de wijze van inzameNotulen raadsvergadering 30 september 2021

40

len wijzigt, maar er ook geëxperimenteerd wordt met de tarifering. Daarmee worden onzes inziens de uitkomsten van de proef vertroebeld. Want welk effect meten we dan? Moeten we niet gewoon een vierde proef introduceren, willen we dit meten? Wij horen graag van de wethouder hoe zij hier tegenaan kijkt. Tot zover. De heer Slaats: Voorzitter. De zomer is nog maar net voorbij en toch is het alweer twee maanden geleden dat wij Earth Overshoot Day vierden. 29 juli was dit jaar de dag waarop we de hulpbronnen van de aarde van dit jaar opgebruikt hebben. De resterende vijf maanden van het jaar teren we dus eigenlijk in op het vermogen van de aarde. Denk daar maar eens over na. Onze economie draait voor een belangrijk deel op het verbruik van grondstoffen. Door goed met ons afval om te gaan, kunnen we onze impact verkleinen. In Waalwijk werken we daar al jaren aan, met aardige resultaten. Tegelijkertijd hebben we nog een lange weg te gaan als we in de buurt van de gestelde ambitie willen komen. Daar wringt de schoen wel eens. Wat zijn de juiste acties? Wat is voor de Waalwijkers werkbaar? Waar worden ze blij van? Wat levert het meeste op? We weten het gewoon niet precies. De fractie van GroenLinksaf is daarom blij met dit voorstel, waarmee we ons inzicht in de voor- en nadelen van verschillende alternatieven vergroten. Een voorstel waarin vernieuwen en leren centraal staan. Dank u wel.

Mevrouw De Jongste: Voorzitter. De afvalproeven grondstoffenbeleidsplan is een vraagstuk dat voor iedereen gevolgen heeft en daar ligt voor ons de moeilijkheid. Vele antwoorden hebben duidelijkheid verschaft, maar de vraag over het nut van de proef blijft voor ons een punt van aandacht. Want wat moet die proef opleveren? Dat is belangrijk, zeker omdat er forse investeringen gevraagd worden. Wat gebeurt er als de proef niet slaagt? Of als we, net als andere gemeenten, in de toekomst kiezen voor nascheiding van huishoudelijk afval? Met de mensen die het zelf niet kunnen, gaat u als gemeente in gesprek. Fijn dat u dat doet, maar wat zijn hiervoor de uitgangspunten? Mag de bewoner zelf de regie houden in wat mogelijk is? Bij de vragen die gesteld zijn, zou hiervoor een coach worden ingezet. We willen hier toch een toezegging van de wethouder dat uitdrukkelijk meegenomen wordt in de evaluatie om wat voor vragen het hierbij gaat. Ook willen we bij de uitwerking van de proef duidelijke criteria om te bepalen of de proef is geslaagd. Mevrouw Schuijffel: Mevrouw De Jongste, bent u bekend met het feit dat nascheiding niet voor alle grondstoffen even makkelijk is? Mevrouw De Jongste: Dat ben ik, maar we kunnen het wel bekijken omdat in de omliggende gemeentes ook veel proeven worden gedaan. Die zou ik graag mee willen nemen.

Mevrouw Schuijffel: Bedoelt u dan dat u het onderzocht zou willen hebben, maar niet als een serieuze mogelijkheid, neem ik aan? Mevrouw De Jongste: Als het onderzocht wordt, kunnen we dat meenemen als we ons beleid gaan vaststellen. Mevrouw Schuijffel: Maar u weet dat eigenlijk alleen PMD-afval nagescheiden kan worden? Dus dat zou betekenen dat er dan alleen een PMD-container minder zou kunnen komen. Maar het groenafval, papier en textiel moet je toch gescheiden inzamelen. Mevrouw De Jongste: Dat klopt, maar ik zou wel heel graag meer zicht willen hebben op die nascheiding, zodat we weten hoe dat in onze gemeente gaat.

Notulen raadsvergadering 30 september 2021

41

Mevrouw Pouw: Voorzitter. Het beste afvalsysteem is het systeem dat op de steun van onze inwoners kan rekenen. Na het vorige voorstel komt het college vandaag met het voorstel om afvalproeven te gaan doen. Met de afvalproeven zorg je voor draagvlak en krijg je inzicht in de effectiviteit van bepaalde maatregelen, de kosten en eventueel de praktische problemen. Veel gemeenten hebben al proeven gedaan en er is een schat aan informatie beschikbaar. Maar als de gemeente eigen proeven doet, krijg je inzicht in de praktische problemen die zich voordoen bij de invoering van een nieuw systeem in de eigen gemeente. Bovendien leidt het doen van proeven tot een soepele overgang, dus wat ons betreft so far, so good. Bij andere gemeenten zien we echter ook dat de uitslag van de proeven ingehaald wordt door de realiteit. En die realiteit is dat afvalverwerkend Nederland massaal inzet op nascheiding. De focus op de kilo’s restafval wordt verplaatst naar recycling. Steeds meer gemeenten zetten in op nascheiding. Machines kunnen het scheiden van de vele varianten al even goed als, zo niet beter dan mensen. Ook in Brabant is de interesse gewekt. Bij andere gemeenten zien we dat de afvalproeven uiteindelijk leiden tot de invoering van een ander afvalsysteem.

Om nu de afvalproeven te gaan doen en daarmee de nascheiding volledig te negeren, alleen maar omdat het in Waalwijk nog in de maak is, zou een gemiste kans zijn. We zullen dus vandaag tegen stemmen. De heer Slaats: Ik heb een korte vraag aan mevrouw Pouw. Heeft u enig idee op welke termijn nascheiding mogelijk is in Brabant? Mevrouw Pouw: In het voorstel staat 2030. Als we nu proeven zouden gaan doen en we zouden omgekeerde afvalinzameling gaan invoeren, wat volgens mij 2,3 miljoen kost, en we zouden in 2030 toch overgaan op nascheiding, vind ik dat een behoorlijke afschrijving per jaar. De heer Van Groos: Ik heb ook een vraag aan mevrouw Pouw. Het voordeel van niet nascheiden en het PMD apart inzamelen, is dat mensen zich veel meer bewust zijn van hoeveel afval ze veroorzaken. En de eerste stap op de ladder van Lansink is zo min mogelijk afval. Vervolgens moet je het afval dat je hebt zo veel mogelijk scheiden. Dus als je mensen lui maakt door het afval later te scheiden, haal je die eerste trede niet. Tweede vraag: pleit u voor een combinatie van voorscheiding en nascheiding, wat op zich qua milieuresultaten het meeste oplevert, of pleit u voor nascheiding, waarbij je de goede stromen eruit haalt, die op dat moment al vervuild zijn, wat nu niet gebeurt omdat het apart wordt ingezameld? Mevrouw Pouw: Wij pleiten voor de combinatie.

Wij zouden ook nog meer aan de voorkant willen zien, dat mensen ook kunnen experimenteren met wat je aan afval in huis haalt. We hebben ook de 100-100-100-proef al genoemd en die zouden wij graag uitgevoerd willen zien. Er zijn ook gemeenten die nascheiding gaan doen in combinatie met voorscheiding. Die halen niet alleen papier en glas eruit, dus dat blijft gewoon bestaan. Zij halen de gfe ertussenuit, om de kwaliteit van het ingezamelde plastic te verhogen ten behoeve van hergebruik. De heer Spohr: Voorzitter, een korte bijdrage van het CDA. Het CDA zal voor dit voorstel stemmen. We hebben immers eerder afgesproken dat we naar de proeven zouden kijken. Wel hebben we twee opmerkingen. We vragen ons af of we inmiddels niet wel genoeg pilots en proeven in Nederland over dit thema hebben gehouden en of we de extra kosten wellicht niet kunnen besparen. Daarnaast vragen we ons af of het wel handig is om afvalcontainers als proef te plaatsen in een wijk als Laageinde, die daar al deels mee vertrouwd is, omdat daar al enkele van dit soort containers staan. Dat zou mogelijk een voorspelbaar antwoord op de proef kunnen opleveren. We begrijpen van de wethouder

Notulen raadsvergadering 30 september 2021

42

dat de waarde en de keuze van deze proef juist is. Daar vertrouwt onze fractie dus maar op. De heer Tiemstra: Voorzitter, geachte aanwezigen, ook wij maken het niet lang. Het raadsvoorstel over de afvalproeven grondstoffenbeleidsplan fase 2 ligt vanavond voor. Nadat het vorige plan omgekeerd is ingezameld, spreek ik enkele woorden van ons rondom dit voorstel. U gaat afvalproeven uitvoeren in twee wijken en bij vijf appartementencomplexen. Nu kent u onze gemeente. Ziet u het voor u, ondergrondse afvalcontainers, bijvoorbeeld aan de Hogevaart of andere mooie straten in ons mooie buitengebied? Is deze proef representatief in verhouding tot bijvoorbeeld genoemde straten? Vervolgens: niemand zit te wachten op een ondergrondse container voor zijn of haar deur. Dat betekent geloop, aan- en afrijdende auto’s, stank, gebonk van vallende vuilniszakken, et cetera. Daarnaast wil niemand ver lopen om een afvalzak weg te brengen. En wat als het pasje niet werkt, of de container is vol? Gaat de burger van Waalwijk de zak dan weer mee naar huis nemen? Ik wel natuurlijk, maar ik denk niet dat iedereen dat gaat doen. Verder gaan wij ervan uit dat de proef niet gratis is en er sprake is van een eerlijke kostendoorberekening. Dat is enerzijds voor het evenwicht op onze begroting, anderzijds om straks de evaluatie niet door prijseffecten te laten beïnvloeden.

Kort en goed, afrondend: de SGP-fractie was destijds niet gelukkig met het terugbrengen van de inzamelfrequentie van de grijze container van twee naar vier weken. Nog steeds bereiken ons klachten hierover. Nu dan naar een volgende fase. Belangrijk is dat het serviceniveau jegens onze burgers niet afneemt en de kosten niet stijgen. Dat horen we graag nog. De heer Ottens: Ik denk dat het serviceniveau zoveel mogelijk op hetzelfde niveau moet blijven, daar kan niemand op tegen zijn. Maar u geeft daarbij aan dat de kosten niet mogen stijgen. Per saldo hebben we daar als gemeente heel weinig invloed op, want uiteindelijk bepalen de verwerkers de kosten van afvalverwerking. Daar zou ik dus toch graag een nadere toelichting van u op willen. De heer Tiemstra: Laten we als gemeente in ieder geval wakker blijven bij de kostenfactoren die we zelf kunnen beïnvloeden voor onze inwoners, opdat we geen kostenverhogende maatregelen nemen voor onze burgers. En op zaken waar we geen invloed op hebben, hebben we geen invloed. De heer Van Groos: De heer Tiemstra kwam met het bezwaar dat niemand die containers voor de deur wil hebben, maar hoe beoordeelt hij dan de huidige situatie? Daarbij hebben mensen voor de deur containerverzamelplaatsen, waar elke week containers komen te staan die daar maandenlang op het achtererf hebben staan broeien.

Tegenwoordig moet daar ook het papier worden gedropt, wat, als het niet goed is verpakt, door de hele straat en bij die mensen in de tuin waait? Wat is dan beter? Zoeken naar plaatsen waar de ondergrondse containers zo min mogelijk overlast geven? Of doorgaan met de huidige situatie? De heer Tiemstra: Ik denk dat u het antwoord gedeeltelijk zelf geeft. Containers die staan te broeien en stinken, daar kan niemand voor zijn. Hetzelfde geldt voor afval dat overal naartoe waait. Als dat op dit moment speelt, moet dat op dit moment aangepakt worden. Daar zouden we als gemeente niet in moeten berusten. Over ondergrondse containers voor de deur heb ik een aantal effecten daarvan genoemd in mijn bijdrage. Daar moeten we wel voorzichtig mee zijn. En als we het hebben over een proef, is dit denk ik het moment om bezwaren of aandachtspunten aan te dragen. Dat laatste klinkt wat vriendelijker, maar we bedoelen hetzelfde.

Notulen raadsvergadering 30 september 2021

43

Mevrouw Klerks: Voorzitter. In de raadsvergadering van februari 2020 heeft de raad het toen voorliggende plan teruggegeven aan de wethouder met de opdracht meer draagvlak te creëren en proeven te gaan doen. Ik hoor links en rechts dat mensen de proeven niet willen, maar dat hebben we toch echt zelf besloten. Het aangepaste plan met de proeven ligt nu voor ons en om te komen tot een nieuw afvalsysteem vindt de VVD het prima om te gaan werken met proeven. Door middel van afvalproeven kunnen we zien of er draagvlak gecreëerd wordt onder inwoners. Of we kunnen zien of de uitvoering binnen het budget valt, of we kunnen zien of er minder restafval is, of … Dit is eigenlijk het grootste bezwaar van de VVD. Het lijkt een prima idee, maar wat willen we er nu mee bereiken? Hoe bepalen we over een jaar welke proef wel geslaagd is en welke niet? Op basis waarvan gaan we dan kiezen voor een bepaald afvalsysteem? De antwoorden op de vragen die we hierover hebben gesteld, geven aan dat we kijken naar kosten, service en milieu. Maar dus niet naar draagvlak. Draagvlak wordt echter wel als een van de hoofdredenen aangedragen om deze proeven te gaan doen. Ook zien we dat we inwoners gaan stimuleren om beter te gaan scheiden.

Maar hoe weten we dan wat het effect is van de gedragsstimulering en wat het effect is van de afvalproeven? De VVD maakt zich met name zorgen over het traject na deze proeven, namelijk dat we dan alsnog niet weten waar we toekomstige keuzes op gaan baseren. Volgens ons zouden we eigenlijk eerst duidelijk moeten hebben wat we nu precies meten, wat we met die metingen willen bereiken en wat we mee gaan nemen in onze overwegingen. Anders doen we nu een hoop interessante proeven, maar leiden die niet tot resultaten. Aan de andere kant beperken we onszelf ook erg met maar drie proeven. Dit zijn niet de enige methodes die effect zouden kunnen hebben. Er zijn volgens ons nog meer zaken en elementen die niet in het vorige plan stonden. Wat zou bijvoorbeeld volledige privatisering doen? Wat zou nascheiding doen? Wat zouden bijvoorbeeld flitsende afvalplekken doen, die we in Dordrecht zien? De wijsheid hebben we niet in pacht, maar we gaan ervan uit dat deze afvalproeven gaan leiden tot meer inzicht. De VVD zou graag daarna voortvarend aan de slag willen onder het motto ‘doen’. We denken dat eenduidige doelstellingen daar beter bij zouden passen, maar goed, die zijn er niet.

Daarom willen we graag gebruik maken van de ruimte om aan de wethouder te vragen of we bij een vervolgsysteem voor een nieuw afvalsysteem niet alleen de afvalproeven beoordelen, maar deze af te zetten tegen afvalproeven die in andere gemeenten zijn gedaan en ook mogelijkheden als privatisering en nascheiding mee te nemen. De heer Slaats: Ik heb één korte vraag. Volgens mij is het een heel goed idee om bij het doen van proeven te meten of het voldoet aan hetgeen waar we van tevoren vinden dat het daaraan moet voldoen. U geeft aan dat het draagvlak niet wordt gemeten, maar zit dat niet nog deels in het onderdeel service? Meet je daarmee niet ook draagvlak, of zie ik dat verkeerd? Of laat ik het zo formuleren: hoe stel je service vast? Mevrouw Klerks: Voor mij is service en draagvlak inderdaad niet hetzelfde. Ik kan best wel voor een bepaald afvalsysteem zijn maar nog steeds een lage service ervaren, of andersom juist een hele hoge service ervaren maar het nog steeds geen goed idee vinden, omdat ik het te duur vind of de kwaliteit onvoldoende vind. Dus volgens mij zijn dit twee dingen die we niet helemaal op één lijn kunnen trekken. Beantwoording college Wethouder Odabasi: Voorzitter. Om de reactie op de motie en het amendement niet af te raffelen door de tijdsdruk, zal ik daarmee beginnen. Allereerst de motie van de ChristenUnie. Op zich begrijpen we deze motie volkomen.

Als we het grondstoffenbeleidsplan in 2020 hadden aangenomen, waren die PMD-zakken ook niet meer gratis en hadden we er een andere oplossing voor. Dan zouden er namelijk containers geplaatst worden. Dat was de inzet van het grondstoffenbeleidsplan. Het was toen een tijdelijke maatregel om die PMD-zakken en die luierzakken gratis af te geven, dus dat heeft vooral te maken met Notulen raadsvergadering 30 september 2021

44

uitstel van het grondstoffenbeleidsplan. Wat wij willen voorstellen hebben, is het volgende. We hebben op dit moment de PMD-zakken en die zijn in de begroting 2022 opgenomen onder het product vuilophaal en -afvoer. We hebben namelijk een overdekking van 6,2% op de begroting. We zouden willen voorstellen om de bekostiging voor 2022 zo te laten en vanaf 2023 de afvalzakken weer in de begroting willen opnemen en doorbelasten aan onze inwoners. Daarvoor zou u bij de begroting de motie kunnen indienen, of u zou genoegen kunnen nemen met deze toezegging. Dat zou onze reactie zijn op de motie. Dan het amendement. Door bij deze proef geen bedrag per inworp toe te passen bij gft, willen we ook toetsen wat dit betekent voor de vervuiling van het gft. In hoogbouw zijn mensen niet gewend gft te scheiden. In het grondstoffenbeleidsplan zoals het voorlag, hadden we ook het voorstel opgenomen om gft voor iedereen gratis te maken, of tenminste daarvoor niemand te laten betalen. Vanuit dat voorstel hebben we deze pilot op die manier willen invoeren. Het effect hiervan is een bedrag van € 250 tot maximaal € 500 op de begroting. Met deze proef kunnen we ook meten hoe groot de vervuilingsgraad is van het gft dat opgehaald wordt in hoogbouw.

Ik begrijp uw standpunt ‘de vervuiler bepaalt’ en ik weet dat u daar heel stellig in bent, maar volgens mij hebben we dat standpunt al een tijdje geleden losgelaten, want bij de inzameling van luiers, tuinafval, harde kunststoffen, asbest, en KCA heffen we ook geen tarieven. We hebben geprobeerd om in plaats daarvan met beloningen te werken, maar ook daarin moeten we ervaring opdoen. Het amendement zou ik willen afwijzen, maar uiteraard bent u aan zet om daar een besluit over te nemen. Dan even de reacties op de vragen. D66 heeft het over de resultaten van de proeven, dat de uitkomsten bekend zijn en dat er al genoeg proeven zijn gedaan. Dat klopt, er zijn genoeg proeven gedaan. En al die input van die proeven hebben wij destijds gebruikt als input voor het grondstoffenbeleidsplan fase 2. Alleen u heeft toen als raad aangegeven dat u daar geen genoegen mee wilde nemen. Op basis daarvan zijn we met de proeven gekomen. Daar heeft u dus volkomen gelijk in. Over gft gratis heb ik uitgelegd wat de achtergrond is. U vroeg om een vierde proef bij hoogbouw. Als u dat wilt kan dat, maar we hebben dat nu niet opgenomen. Lijst De Jongste/PvdA had het over het nut van de proef. Volgens mij heeft u dat bepaald. Waar het om gaat, is dat wij ervaring gaan opdoen en alles wat wij tijdens die proef ophalen, wordt in een rapport gezet. Met dat rapport komen we naar de raad.

Dan geef ik ook meteen antwoord op de vraag van de VVD. Volgens mij hebben wij ook in de beantwoording van uw onderhandse vragen aangegeven dat wij bereid zijn die acht punten die u genoemd heeft mee te nemen in de evaluatie. Ik kan u dus toezeggen dat wij wat breder gaan rapporteren en evalueren, zodat u op basis daarvan een keuze kunt maken. De bedoeling is dat we na de proeven een advies gaan koppelen aan de informatie die we opgehaald hebben op basis van onder andere service, kwaliteit, reacties van inwoners en enquêtes, waarvoor we een heel proces hebben uitgestippeld. Met dat advies komt het college naar de raad. Daarna kunt u besluiten er wel of niet mee in te stemmen. Ik wil nog even reageren op nascheiding. Wij zijn ook met Eindhoven en de provincie in gesprek over de mogelijkheden van nascheiding. Ik heb binnenkort weer een overleg met de wethouder van Eindhoven. De manier waarop ze in de regio inzetten op het nascheidingstraject is gebaseerd op bronscheiding. Dus ook bij de installatie waar nu aan gewerkt wordt, moet je bronscheiden. Daar zetten ze op in. Daarom vonden ze ons systeem ook erg mooi en gaan we daarover in gesprek met elkaar, want in Eindhoven en andere gemeenten hebben ze dat niet. We gaan dus met elkaar in gesprek hoe we kunnen bekijken hoe we dat op elkaar kunnen laten aansluiten. De realisatie van de nascheiNotulen raadsvergadering 30 september 2021

45

dingsinstallatie zoals het voorgesteld is, zal op zijn vroegst in 2030 zijn. Het zou zonde zijn om die tijd voorbij te laten gaan zonder in te zetten op het verminderen van restafval en dat is onze belangrijkste doelstelling. De rest laat ik even zo. Ik hoor graag uw vragen als ik ze niet beantwoord heb. Mevrouw Schuijffel: Nog even een verduidelijkende vraag. Ik begrijp dat de gemeente dat nultarief bij de proef in de hoogbouw wil toepassen om te toetsen of de vervuilingsgraad hoger of lager is. Maar juist als je dat ook wilt testen, dan gaat het dus niet om het verzamelen an sich maar ook om de vervuilingsgraad, dan zou je toch een vierde proef moeten toevoegen? Wethouder Odabasi: De reguliere vervuilingsgraad kennen we natuurlijk. Wat de vervuilingsgraad nu is bij mensen die er wel voor betalen, weten we. Daar gaan we de vervuilingsgraad bij het gratis aanbieden van afval tegenover zetten. Het gaat erom dat we meten of die meer of minder is. Mevrouw Schuijffel: Maar is het niet zo dat in de ene proef wordt gekeken hoe het gaat als mensen in de hoogbouw hun gft- en restafval scheiden, wat ze nu niet doen? En dat in de tweede proef wordt gekeken wat het effect is op de kwaliteit van het gft-afval als we het tarief veranderen? Wethouder Odabasi: Ik begrijp uw vraag en wellicht hadden we dat kunnen doen.

Ik heb nu niet paraat wat het betekent als we een vierde proef moeten invoeren, omdat we ook de wijken uitgezocht hebben. Het gaat om honderd inwoners. Ik weet niet of we daar een splitsing in kunnen maken en of dat in dezelfde wijk een handige zet is of niet. Dat kan ik op dit moment niet goed inschatten, maar ik zal deze opmerking wel meenemen. Mocht het zo zijn dat we het kunnen toetsen, dat we daar een verdeling in kunnen maken, zal ik daar zeker naar kijken. De heer Van Groos: Ik heb een vraag aan de wethouder. Dank voor de reactie. Ik ben het niet met alles eens, maar dat zal ik wel in de tweede termijn laten horen. De wethouder zegt dat ze de vervuilingsgraad wil vergelijken met gft bij laagbouw. Maar dat is heel iets anders dan gft bij hoogbouw, want die hebben al geen ‘t’ van tuinafval, omdat ze geen tuin hebben. Die situatie is dus heel anders. Bij laagbouw -- dat is ook het probleem van Heusden -- kun je onder in de groene kliko restafval stoppen en daar bovenop gft. Als je de klep opendoet, denk je dat het gft is, maar dan zit er van alles tussen. Die situatie doet zich niet voor bij hoogbouw. Of het nu zo’n geweldige proef is om naar de vervuilingsgraad te kijken, waag ik toch te betwijfelen. Hoe kijkt u daar tegenaan? Wethouder Odabasi: Het verschil is natuurlijk dat we met gft-zuilen gaan werken dus het zijn geen containers.

Mensen moeten hun zakjes naar de zuil brengen, dus dat is een ander uitgangspunt, waardoor het niet één op één vergelijkbaar is. Je zou dus de totale hoeveelheid moeten checken. Heel eerlijk: zoals het nu schetst, brengt u mij wel in twijfel over waar we goed aan zouden doen. Het lijkt me dus handig als ik deze vraag meeneem. Als u straks instemt met de pilot, geef ik een terugkoppeling over de mogelijkheden, voordat we starten. Dat kan via een raadsinformatiebrief. Ik heb nu namelijk niet paraat hoe we dat anders zouden kunnen doen. Mevrouw Klerks: De wethouder gaf in haar beantwoording aan dat ze de acht punten uit mijn vragen wil meenemen, maar de acht punten uit mijn vragen waren de acht doelstellingen die al in het voorstel staan. Daarmee wilde ik aangeven dat die acht doelstellingen er best veel zijn en daardoor niet heel duidelijk zijn. Ik zou juist naar dingen buiten het voorstel zou willen, dus bijvoorbeeld privatisering, nascheiding en afvalproeven die in

Notulen raadsvergadering 30 september 2021

46

andere gemeenten worden gedaan. Mijn vraag is dus niet of u de acht doelstellingen die al in uw raadsvoorstel staan wilt meenemen, maar juist of u naar buiten wilt kijken. Wethouder Odabasi: Sorry, ik heb het verkeerd gelezen. Ik zie het nu. Met nascheiding kunnen we geen vergelijking maken, dus daar kan ik niet op terugkomen. Ik heb net toegelicht dat er ook in omliggende gemeenten nog geen nascheidingsinstallatie is. Anders ga je in grote steden kijken waar ze geen bronscheiding hebben dus dat wordt een hele lastige. Privatisering vind ik een heel ander vraagstuk. Ik denk dat we dat wel kunnen onderzoeken, maar of dat onderdeel moet zijn van de pilot, vind ik een lastige. Ik wil hem dus apart meenemen om te kijken welke effecten dat zou hebben. Maar ik zie het niet als onderdeel van de pilot. Mevrouw Klerks: Dan zijn we het daarover eens, want ik zie het ook niet zo. Als we voor een nieuw afvalsysteem gaan kiezen, gaat het mij erom dat we enerzijds de gegevens uit de pilot meenemen, maar ook andere dingen meenemen die dan weer leiden tot een nieuw raadsvoorstel. Ik wil niet dat we alleen de afvalproeven meenemen wanneer we dat gaan doen. Wethouder Odabasi: Die toezegging kan ik u doen. Mevrouw De Jongste: Ik had nog een vraag openstaan.

Hoe gaat de wethouder in gesprek met de mensen die het niet zelf kunnen, zoals in het plan staat? En houden de mensen die dat niet zelf kunnen zelf de regie in handen? Wethouder Odabasi: Ik weet niet wat u bedoelt met de regie, maar we gaan afvalcoaches inzetten. Dat zijn mensen die degenen die daar moeite mee hebben, kunnen helpen. Ze kunnen informeren en begeleiden. Ook in andere gemeenten is dat beproefd en het blijkt ook heel goed te helpen. Vooral in de beginfase maken mensen daar veel gebruik van, met name oudere mensen. Dat gaan we dus doen. Maar ik begrijp niet goed wat u met de regie bedoelt. Mevrouw De Jongste: Ik bedoel dat ze zelf kunnen gaan bepalen hoe ze dat in de toekomst willen gaan doen en dat ze niet gestuurd worden. Wethouder Odabasi: We gaan straks aan de hand van de afvalproeven een keuze maken voor een afvalbeleid. De heer Tiemstra betoogde net dat hij geen kostenverhoging wil en dat het serviceniveau niet mag veranderen. Dan zouden we bij hetzelfde moeten blijven, maar dan halen we onze milieudoelstellingen niet. Als er iets gaat veranderen, bepaalt de gemeenteraad dat en natuurlijk gaat dat ook iets voor die mensen betekenen. Als wij straks voor ondergrondse containers of een andere inzamelsystematiek kiezen, dienen ze daar wel gebruik van te maken. Dus we kunnen niet individueel een afvalsysteem ontwikkelen voor inwoners.

Mevrouw De Jongste: Dat snap ik, dat is ook niet de bedoeling. De heer Slaats: In de beantwoording van de vraag van de heer Van Groos gaf u aan dat de gemeente allang afscheid heeft genomen van ‘de vervuiler betaalt’. In het kader van bijvoorbeeld asbest snap ik dat, maar toch wil ik u een ander perspectief voorleggen. Als het restafval verbrand of op een andere manier verwerkt wordt en gft-afval op een bepaalde manier wordt hergebruikt, is dat laatste een grondstof en geen afval. Zou het perspectief dan ook niet kunnen zijn dat de vervuiler nog steeds betaalt, als we voor restafval een hoog tarief hanteren en voor gft niets? Wethouder Odabasi: Jawel, alleen waar het hem in zit, is volgens mij dat wij er nog steeds geld moeten bijleggen. Dat is wat de heer Van Groos bedoelt, dus die begrijp ik Notulen raadsvergadering 30 september 2021

47

ook. We proberen van die twee systemen naar een systeem te gaan waarbij we alle drie de doelstellingen, dus service, kosten en milieu, zo goed mogelijk uit te voeren en daarbij onze inwoners met verschillende prikkels te stimuleren om meer aan bronscheiding te doen. Dat is het idee achter de pilot en destijds het grondstoffenbeleidsplan fase 2. De heer Slaats: Ik snap de achterliggende gedachte en ik snap dat u zegt dat dat een perspectief zou kunnen zijn en dat we toch doen aan ‘de vervuiler betaalt’. De heer Van Hamond: Zowel bij mevrouw Klerks als bij de wethouder heb ik een paar keer het woord ‘privatisering’ gehoord. Wat wordt daar nu daadwerkelijk onder verstaan? Is dat privatisering voor de bewoner of van een ophaaldienst door een privéorganisatie, zoals we er in Waalwijk al een hebben? Wethouder Odabasi: Volgens mij is dat meer een vraag aan mevrouw Klerks. De heer Van Hamond: U hebt dat woord ook in de mond genomen dus ik dacht dat u het wel zou weten. Wethouder Odabasi: Ik heb het vertaald als een organisatie die het overneemt, maar wij besteden het afval al uit. Maar het is niet volledig, want bedrijven hebben een ander afvalophaalsysteem dan gemeenten. Je zou nog naar andere methodes kunnen gaan. Je zou het kunnen samenvoegen. Ik ga ervan uit dat ze dat bedoelt, maar wellicht kan ze het zelf nog toelichten.

Mevrouw Klerks: Als ik op zaterdag met mijn aanhangwagen naar Maton rijd, kom ik daaraan, dump mijn afval en gaan zij het allemaal regelen. Daar word ik heel gelukkig van. Als ik met mijn aanhanger naar de milieustraat rij, moet ik keilang in de rij staan, daarna wegen op die weegbrug, wat ook kneiterlang duurt, dan moet ik naar de milieustraat om alles te scheiden. Dan loop ik me een ongeluk, want het ene moet hier en het andere moet daar. Dan staan er mensen van de gemeente te controleren of ik het wel of niet goed doe. En dan moet ik weer op de weegbrug en dan moet ik betalen … U snapt dat ik van dat eerste een stuk gelukkiger word. Ik dacht dat dat misschien goede dingen zijn die we ook in onze gemeente verder zou kunnen uitbreiden. De heer Van Hamond: Ik begrijp u volkomen. U zegt dat u een aanhangwagen vol heeft. Maar als je gewoon in een woonwijk woont, heb je geen aanhangwagen vol. Die hebben een containertje of een zakje of iets dergelijks. Moeten die allemaal met hun containertje of zakje op zaterdag naar de milieustraat toe gaan, of naar de firma X die daar toevallig in de buurt zit? Mevrouw Klerks: Wat ik bedoel, is dat het gaat om de beleving van ontzorging, van gastvrij voelen, van ergens komen en dat het afval dat je brengt als grondstof wordt gezien, wat het geval is bij Maton, in plaats van dat het gezien wordt als afval. De hele beleving is daar heel anders.

Ik denk dat het mooi zou zijn als we dat in heel onze gemeente voor alle afvalstromen op die manier zouden kunnen bekijken, want ik geloof dat daar nieuwe kansen in zitten. Wethouder Odabasi: Daar wil ik even op reageren. We zijn bezig met het onderzoeken van regionale ambachtscentra. Dan gaat het met name om grote afvalstromen. We zijn aan het kijken hoe we dat ook in de regio op elkaar kunnen afstemmen, maar dan gaat het over grof afval. Dat kun je inderdaad op die manier inzetten. Voor fijn huishoudelijk afval wordt het wel wat lastiger. Ik snap uw punt dat dat bij Maton wat makkelijker gaat, om die naam ook maar te noemen, maar we hebben ook milieudoelstellingen. Dat betekent dat we gescheiden moeten aanleveren, zodat de bruikbare dingen eruit gehaald

Notulen raadsvergadering 30 september 2021

48

kunnen worden. Bij die regionale ambachtscentra zou dat straks wel kunnen. Daar proberen we dus naartoe te werken en dat zal zich de komende tijd verder ontwikkelen. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Odabasi. Dat lijkt me voldoende voor nu. Ik wil graag inventariseren wie er gebruik wil maken van de tweede termijn. Het woord is aan de heer Van Groos. Tweede termijn De heer Van Groos: Dank u wel, voorzitter. De wethouder had het in reactie op andere onze vragen erover dat het college graag wil belonen in plaats van straffen. Daar zijn wij ook voor, maar als je alle herbruikbare fracties gratis maakt en alleen voor het huishoudelijke restafval betaalt, terwijl de gemeente voor het afvoeren van sommige gratis fracties zoals gft moet betalen, vrezen wij dat al die kosten terechtkomen in het restafvaltarief of in het vastrecht. Als onze inwoners beter gaan scheiden, kan dat betekenen dat ze uiteindelijk toch meer gaan betalen, omdat al die kosten via andere stromen gaan. Dat is in onze ogen straffen in plaats van belonen. Het lijkt alsof je ze beloont, maar uiteindelijk straf je ze zwaar. Dat geldt ook voor de PMD-zakken. Onze overtuiging is dat mensen minder kwijt waren toen ze het zelf moesten betalen dan wanneer je alle PMD-zakken via het vastrecht gaat rekenen. Dat is dus uiteindelijk straffen in plaats van belonen, al komt het heel sympathiek over.

Veel inwoners tuinen er ook in. Daarnaast vinden wij het heel erg klinken als een soort Akkerlaantje 20. Het college doet een voorstel, de raad wijst het af. Het college neemt het terug en komt vervolgens weer met hetzelfde voorstel. Dat is de teneur in het voorstel, in het verhaal, in de antwoorden die we krijgen … Het moet uitdraaien op ondergronds inzamelen en daarvoor doen we wat dingen, maar het is onduidelijk wanneer het is goedgekeurd en wanneer we het gaan uitrollen. Wij voorspellen dat er over enige tijd weer eenzelfde voorstel komt te liggen. Overigens denk ik dat het handig is –ik weet niet of de andere fracties daar ook zo over denken – om de motie vanavond niet in stemming te brengen en deze terug te trekken, zodat de weg vrijkomt voor Don Quichot Van Zelst. Of dat we zelf bij de begroting met een amendement kunnen komen in plaats van een motie. De voorzitter: Hartelijk dank. De motie is ingetrokken. Dan wil ik doorgaan naar het volgende agendapunt. 9.

Aansluiting zwembad Olympia op warmtenet Akkerlanen

De voorzitter: Dit agendapunt is een bespreekpunt voor Lijst Pouw, SGP en ChristenUnie. Ik wil de sprekers in deze volgorde het woord geven. Het woord is aan mevrouw Pouw. Mevrouw Pouw: Dank u wel, voorzitter. Alweer een voorstel in deze raad waarvan het onderwerp, namelijk Plan Akkerlanen, alsmede aquathermie, nog onder de rechter ligt. We blijven het zeer vreemd vinden om besluiten te nemen over onderwerpen die nog onder de rechter liggen. Maar omdat er over besloten gaat worden, zullen wij er toch, onder protest, op reageren. In het voorstel lezen we dat door de gemeente besloten is een energievoorziening voor woningen binnen Plan Akkerlanen via een warmtenet te laten verlopen. Eerder is namelijk de ambitie uitgesproken een warmtenet aan te leggen op basis van aquathermie of thermische energie uit oppervlaktewater, TEO. Daarop zou ook zwembad Olympia aangesloten moeten worden, waardoor het zwembad geheel gasloos geëxploiteerd kan worden. Hele nieuwe wijken aansluiten op warmtenetten, die worden voorzien door duurzame energie, is een manier om sneller te kunnen voldoen aan de klimaatdoelstellingen. Als we in het land kijken, duiken er veel problemen op met leveringen van warmte wanneer Notulen raadsvergadering 30 september 2021

49

verplicht verwarmd wordt middels een warmtenet, met de leverancier als monopolist. We zien thuiswerkers die in een nieuwbouwwoning met een deken om de benen geslagen de online vergadering volgen, mensen die met een baby bij een storing voor een warm bad bij vrienden of familie moeten aankloppen. Ondanks dat er prijsafspraken zijn gemaakt over tarieven in de Warmtewet wordt er geklaagd over grote geldbedragen die nagevorderd worden. De gebruikers staan in een strijd voor goede en betrouwbare levering met hun rug tegen de muur. Ze worden door de bepalingen in de Warmtewet en het toezicht door de ACM onvoldoende beschermd om de problemen op te lossen. Ze hebben geen grip op de contractuele verplichtingen van de leverancier, omdat ze zelf formeel geen partij zijn in het contract. Waalwijk kiest er met een rol als vergunningsverlening in het warmtenet voor om zijn invloed op prijs, kwaliteit en duurzaamheid van het warmtenet uit handen te geven. Met een gemeente als vergunningsverlener mogen namelijk niet te veel voorwaarden aan de vergunning verbonden worden. Anders wordt de gemeente opdrachtgever. Wij vragen ons af of dit niet anders had gekund.

Zwemmen onze inwoners bij een storing straks in koud water? Wie kan het zwembad straks aanspreken als de leverancier niet aan zijn verplichtingen voldoet? Hoewel de gemeente officieel niet de initiatiefnemer van het warmtenet is, zien we elders in de praktijk wel dat de gemeente wordt aangesproken bij problemen met het warmtenet. Bij hoge navorderingen bij het zwembad wordt waarschijnlijk ook weer aanspraak gedaan op de gemeentekas. Warmtenetten moeten voor gebruikers prettig in gebruik, betrouwbaar en betaalbaar zijn. De borging daarvan zien wij hier voor een eventuele toekomstige gebruiker als het zwembad als openbare voorziening, waar mensen komen om te bewegen, te recreëren en te leren zwemmen, onvoldoende terug. Ook de nieuwe afschrijving van de hybride variant ondersteunen wij niet. Jammer dat de alternatieven niet onderzocht zijn. Wij staan dus niet positief tegenover dit voorstel. TEO staat in dit voorstel voor ons voor ‘Terug En Opnieuw’. De heer Tiemstra: Voorzitter, geachte aanwezigen. Vanavond zullen we mogelijk gaan besluiten om het zwembad Olympia op warmtenet Akkerlanen aan te sluiten. Gaat het over Akkerlanen, dan heb ik de neiging in allerlei negatieve reflexen te schieten. Gaat het over een zwembad, schiet ik meteen weer in een andere stand. Dit raadsvoorstel hebben we als fractie getracht nuchter te bekijken.

Eigenlijk zijn er twee opties: of we doen het, of we doen het niet. Het kost geld, en tegenover deze investering staat ook een besparing. Het blijft natuurlijk een last. Stellen we het uit? Dan blijven we lekker doorstoken. Laten we deze mogelijkheid onbenut en nemen we in de toekomst een maatregel zoals deze? Dan is dat waarschijnlijk door nood of wetgeving gedreven. Dat kost op dat moment pas geld en ook dan gaan we pas besparen. Hoe het kostenplaatje, de te nemen technische maatregelen afgezet tegen de besparing op energiekosten, er dan uitziet weten we niet. In het kader van de duurzaamheidsmaatregelen ten behoeve van zwembaden en sportvoorzieningen, hebben wij onderhands navraag gedaan naar de plannen voor het prachtige zwembad Ziedewinde in Sprang-Capelle en de nabijgelegen wat gedateerde sporthal. Het deed ons goed te vernemen dat voor beide sportlocaties een duurzaamheidsscan en een business case worden opgesteld zodat de raad op korte termijn, wellicht met circa een jaar, een voorstel tegemoet kan zien. Hier zien wij zeer belangstellend naar uit. Het is een beetje zoeken naar woorden rondom het voorliggend voorstel. Maar niet te lang. De SGP-fractie is en blijft een tegenstander van Plan Akkerlanen. Wanneer doorgang van dit plan echter een gegeven is, blijft een enkele vraag over: of Olympiabad Waalwijk op het warmtenet mee kan, mag en misschien wel moet.

De SGP-fractie denkt van wel. Laten we daarom nu doen wat we kunnen doen. De besparingsteller gaat nu lopen. Daarom zullen we dit voorstel steunen.

Notulen raadsvergadering 30 september 2021

50

De heer Van Groos: Voorzitter. Het is vreemd om vanavond in te stemmen met het aansluiten van ons overdekte zwembad of het warmtenet Akkerlanen, terwijl de gemeenteraad nog niet eens de transitievisie warmte heeft vastgesteld. Ook is het vreemd met het instemmen met het aansluiten op het warmtenet Akkerlanen, terwijl de rechter zich nog buigt over het bestemmingsplan. Het zou ook vreemd zijn als de meerderheid van de raad vanavond geen punt maakt van het laagfrequente geluid van warmtepompen, waarover steeds meer te doen is, terwijl een dergelijk geluid van windturbines eerder zo goed als onoverkomelijk was. Merkwaardig is het ook om als raad middelen ter beschikking te stellen voor een verbetering van een circa tien jaar oud zwembad, terwijl het tientallen jaren oudere zwembad Ziedewinde al vijf jaar wacht op noodzakelijke investeringen, waarvoor al in 2016 aan de raad de middelen zijn gevraagd. Vreemd is het ook dat het college in het raadsvoorstel schrijft dat van beleidsvrijheid geen sprake is, terwijl in het antwoord op een van onze vragen wordt toegegeven dat de raad kan besluiten de huidige situatie nog een aantal jaren te laten voortbestaan. In het antwoord op onze vraag over het afwijken van het aanbestedingsbeleid wordt verwezen naar het desbetreffende collegebesluit. Uit de kop van het raadsvoorstel valt af te leiden dat dit op 29 juli 2021 moet zijn geweest.

Dat besluit is echter niet gepubliceerd. Het antwoord op onze vraag staat waarschijnlijk in het collegevoorstel, maar dat is voor ons tot nu toe onzichtbaar gebleven. Betekent het feit dat de gemeenteraad niet is geïnformeerd over een openbaar collegebesluit -- ik spreek de commissie bezwaarschriften na -- dat de raad dit voorstel vanavond niet kan behandelen? Wij hopen van niet, want anders zou het zo kunnen zijn dat in deze bestuursperiode geen nieuwe concrete stappen worden gezet op het terrein van het terugdringen van fossiele energie. Dat gaat de ChristenUnie echt te ver. Wij stappen daarom over al onze bezwaren heen en zullen dit voorstel steunen, want als gemeente moet je ten aanzien van de energietransitie zeker het goede voorbeeld geven. Beantwoording college Wethouder Van den Hoven: Voorzitter. Ik ben blij want ik denk dat de raad een besluit gaat nemen dat past. Zoals de heer Van Groos aangaf, gaan we als gemeente nu stappen zetten in de warmtetransitie. Ik denk dat het ook een kans is die we moeten aangrijpen, omdat wij aan de vooravond staan van een stap in de goede richting wat betreft dit zwembad. Ik heb ook de heer Tiemstra gehoord en hij weet dat Sprang-Capelle bij de duurzaamheidsscan in het plan is opgenomen. Ik begrijp eveneens de frustratie van de heer Van Groos over de renovatie en aanpassing van het zwembad in Sprang-Capelle.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10661059/1