CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag begrotingsvergadering 4 en 11 november

Raadsvergadering (B) 11 november 2021, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Verslag van deze vergadering (vervolg van 4 november)49.266 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

51

gemeenten om aan die regeling te voldoen. Het is een regeling waar wel wat voorwaarden aan zitten. Ze geldt voor studenten die voor studiefinanciering in aanmerking komen en om medische redenen niet in staat zijn bij te verdienen. Er zit nog een kleine schaalsprong in, vanaf 23 jaar is dat die € 300 waarover in de motie wordt gesproken. Op lagere leeftijd wordt dat in dezelfde mate verlaagd als het jeugdloon wordt verlaagd. Ik zal dit punt bij het DB van Baanbrekers inbrengen, want daar moet het wel worden neergelegd. Dan probeer ik het ook gelijk in de Langstraat te harmoniseren. Ik ga daar morgenochtend mee aan de slag. Verder heb ik heel aandachtig geluisterd naar alle bijdragen, maar over mijn portefeuille heb ik weinig vragen of opmerkingen gehoord. Ik heb alles uiteraard meegekregen maar heb weinig reactie daarop. Mevrouw Schuijffel: Ik ben heel erg blij dat het college de motie overneemt en er morgenochtend meteen mee aan de slag gaat. Ik begrijp alleen niet zo goed waarom deze regeling uit het armoedebudget betaald moet worden. Het gaat toch over iets heel anders? Wethouder Bakker: De regeling zelf ziet toe op een regeling van bijzondere bijstand, vandaar ook de verlening via Baanbrekers, maar in de algemene uitkering zit wel een bedrag daarvoor.

Minister Van Ark heeft indertijd ook al aangegeven dat er in de algemene uitkering al een hele tijd een bedrag hiervoor is opgenomen. Daarom heeft de minister aangegeven geen extra financiering te sturen. Ik moet er wel gelijk iets bij zeggen. Ik denk dat in Waalwijk niet zo veel studenten zijn die echt studeren en recht hebben op een studiefinanciering en dusdanig medisch beperkt zijn dat ze niet kunnen bijverdienen wonen. Je zou je namelijk elke dag moeten verplaatsen naar een universiteit of hogeschool. Ook in het verleden ging het maar om een paar mensen en dus ook lage bedragen. Ik denk dus niet dat we een hele grote tool hoeven te maken om dat nog eens apart financieel te gaan regelen. Uiteindelijk komt de rekening voor de inwoners van Waalwijk die er gebruik van maken, wel bij Waalwijk terecht en niet bij Baanbrekers. Wethouder Van den Hoven: Voorzitter. Ik heb een paar zaken voorbij horen komen. Eén daarvan was Go Waalwijk. Ik heb iemand horen zeggen dat de kernen er minder goed vanaf komen als het gaat om de bekendheid van Go Waalwijk. Dan moet ik toch even de verantwoordelijkheid bij de aanbieders in de kernen leggen. De aanbieders van dergelijke initiatieven moeten zich namelijk melden.

Go Waalwijk is een platform en doet zelf een beperkt activiteiten in projecten, maar verder moet er vanuit de aanbieders animo zijn om op sport, cultuur, gezondheid, zorg of wat dan ook iets te organiseren. Men moet zich dus zelf melden om vervolgens te kunnen meedraaien in een project. Dan heb ik met betrekking tot de extra bezuinigde € 15.000 de vraag gehoord waarom die zijn bezuinigd. Dat is eigenlijk heel simpel. Als portefeuillehouder Financiën heb ik allerlei zaken in mijn portefeuille, waarvan één Go Waalwijk is. Destijds heb ik ook binnen mijn portefeuille de vraag neergelegd waar we zouden kunnen bezuinigen zonder dat er iets echt helemaal niet meer door kan. En dat was toen die € 15.000. Daarbij wel werd gezegd dat het, afhankelijk van hoe de toen lopende projecten hun weg zouden vinden, mogelijk was om te bezuinigen, maar dat de projecten dan niet meer uitgebreid konden worden en dat men ook geen nieuwe initiatieven kon ontplooien. En net die laatste, op die projecten van het voorliggend veld, blijken nu heel waardevolle projecten te zijn. Dat zijn projecten die wij graag wel verder zouden willen uitbreiden, zowel in aantal als in soort. Ik heb er een paar die ik u nu niet wil onthouden. Er waren namelijk partijen die heel graag wilden weten wat wij dan zo al extra gaan doen. Ik heb er een paar samengevat. Het eerste project is Samen vitaal in de wijk.

Dat zijn beweegcoaches voor senioren. Men zoekt verbinding met eerstelijnszorg, dus huisartsen, fysio’s en ergotherapeuten en gaat partijen verwijzen naar de beweegcoach. Welzijn op recept, heet dat. Dat zijn nieuNotulen raadsvergadering 4 en 11 november 2021

52

we dingen die we heel graag willen uitrollen met dat geld. We willen ook graag de samenwerking met de Nationale Diabetes Challenge uitbreiden, omdat het een groot succes gebleken voor een aantal mensen die op diverse manieren tegen het sociaal domein aan dreigen te komen. Dan gaat het over eenzaamheid, psychische nood, mensen met een lichamelijke beperking, et cetera. Allerlei zaken komen naar voren en het zou erg nuttig zijn als we die dingen zouden kunnen uitbreiden. Met betrekking tot de jeugd willen we de programma’s nog meer focussen op de kwetsbare jeugd. Dat gaat om kinderen met een culturele achtergrond, kinderen met overgewicht. Kinderen met specifieke problematiek willen we betrekken bij dit soort projecten, om ze uit het sociaal domein te houden. Dat zijn even een paar zaken die ik wil hebben benoemd en dan is het aan u wat u straks van deze motie vindt. Dat gezegd hebbende, kom ik bij het amendement van de ChristenUnie. Dat gaat over het hertenkamp en over het beleidsplan van de Wmo. Het college zou die motie willen overnemen, alleen de tweede overweging vind ik een hele lastige. Als die geschrapt kan worden, is het wat ons betreft een prima amendement om over te nemen. Dan ben ik door mijn onderwerpen heen. De voorzitter: Verduurzaming gemeentelijk vastgoed? Wethouder Van den Hoven: Dat doet wethouder Daandels.

De heer Slaats: Volgens mij is het niet mogelijk een amendement over te nemen, dus we zullen het in stemming moeten brengen. Wethouder Van den Hoven: U heeft gelijk, excuus. Mevrouw Klerks: Mijn collega Van der Weijden heeft in zijn betoog welgeteld één vraag gesteld en die was gericht aan u. Ik had dus wel gehoopt op een antwoord. Wethouder Van den Hoven: Ik weet het al, excuus. Dat ging over de binnenstad. Ik heb goed nieuws. Wij hadden eerder met de griffie een wandelroute voorgesteld. Die is echter door allerlei prioriteiten naar achteren geschoven. Het voorstel is nu om het op 18 november, als we ook de visie van Palmbout behandelen, mee te nemen. Met uw goedkeuring wordt die 18 november meegenomen in het hele traject van de Gedempte Haven tot aan de brandweerkazerne, inclusief de binnenstad. Mevrouw Klerks: Zonder wandeling, dus? Wethouder Van den Hoven: Ja, als u een wandeling wilt, kan dat ook nog, maar dat moet u dan even onderling en met de griffie afstemmen. Wat ons betreft staat dat aanbod nog steeds. De heer Van Groos: Ik heb twee opmerkingen en een vraag. De eerste is dat in het amendement de tweede overweging met betrekking tot de algemene reserve wat ons betreft uit kan. Dan is dat gelijk voor het college en de fracties duidelijk. Het tweede is dat u de toelichting op Go Waalwijk niet had hoeven geven als er een groei-evaluatie had gelegen.

En de vraag is of u zou willen ingaan op onze kritiek ten aanzien van de verordening precariobelasting en parkeerbelasting, met name over de tarieven. Daar heeft u niets over gezegd. Wethouder Van den Hoven: Klopt, u hebt precariorechten bij mijn weten niet genoemd, wel de parkeerbelasting maar daar gaat wethouder Bakker u nog over bijpraten, als het Notulen raadsvergadering 4 en 11 november 2021

53

goed is. Ik heb het even gemist, ik weet niet wat ik erover moet zeggen maar dat komt zo meteen. Wat zei u verder nog? De heer Van Groos: De tweede opmerking ging over Go Waalwijk, maar dat was geen vraag. De opmerking over precario was dat naarmate een bouwer of sloper langer gebruik maakt van de openbare ruimte, hij relatief steeds meer moet gaan betalen. Dat is om hem te prikkelen zo kort mogelijk gebruik te maken van de openbare ruimte ten behoeve van de omgeving. Het college stelt een halvering van het tarief voor. Daarmee geeft het college weer ruimte aan de ontwikkelaar om langer voor overlast te zorgen. Wethouder Van den Hoven: Dat is een technische vraag. Die had u al gesteld en daar is ook antwoord op gekomen. Ik wil de technische vraag best wel beantwoorden. Het is namelijk zo dat het eenmalige tarief van € 79 is komen te vervallen. Dat is gehalveerd in de eerste maand, maar de tweede, derde en vierde maand betalen ze ook dat tarief. Dus als die ontwikkelaar vindt dat die daar zes maanden een container moet neerzetten, is die volgens mij meer kwijt dan € 79. Dat is de overweging geweest. Maar dat is volgens mij een technische vraag. De heer Van Groos: Dat antwoord heb ik gelezen maar komt niet overeen met wat er in de verordening staat. Nu wordt het wel technisch, maar onze vraag is dan of we wel met de verordening moeten instemmen.

De voorzitter: De vraag is ook of we nu nog op technische vragen moeten ingaan. Wethouder Van den Hoven: Met uw goedkeuring, mijnheer Van Groos, neem ik het nog heel even mee om dat technisch uit te zoeken, en beloof ik u dat u daar binnen een paar dagen bericht over krijgt. Meer kan ik er nu niet aan doen. Ik voel nog wel even de behoefte om iets te zeggen over de evaluatie. U geeft daar een waardeoordeel en dat vind ik heel vervelend. Als ik het me goed herinner, was u niet bij de evaluatie, maar kwam u pas binnen toen die afgelopen was. Binnen de raad heb ik helemaal geen negatieve klanken gehoord over de evaluatie. Dat vind ik dus wel vervelend. De mensen die dat filmpje hebben gemaakt en daarna ook de raadsinformatiebrief met factsheets hebben gestuurd aan de raadsleden die wel aanwezig waren, worden naar mijn idee tekortgedaan. De heer Van Groos: Ik had hele goede redenen om er die avond niet te zijn. Onze fractievolger, Willem van Veelen, was wel aanwezig en die heeft verslag gedaan. Ik heb ook het filmpje gezien, maar ik vond dat absoluut niet de term ‘evaluatie’ verdienen. Het was een promotiefilmpje. Het lijkt me nu niet het tijdstip om al mijn kritiek daarop te spuien, maar ik versta onder een evaluatie echt iets anders dan wat u meent te moeten presenteren.

Wethouder Van den Hoven: Die mening respecteer ik, maar ik beschouwde het als een waardeoordeel en dan wil ik het opnemen voor de mensen die hebben geprobeerd om het met een filmpje zo goed mogelijk aan de raad voor te spiegelen. Dan heb ik nog wel één ding. Ik ben helemaal vergeten op het stadstrand in te gaan en dat is ook van mij dus daar wil ik toch wel even op ingaan. Dat is wel een motie, volgens mij, de heer Slaats. Dus daar mag ik wel iets van zeggen. Wij vinden de motie heel sympathiek. Wij zouden het echter op prijs stellen als wij, voor wij echt met die opdracht aan de slag gaan, nog even een onderzoekje kunnen doen naar de haalbaarheid van een stadstrand. Er zijn ook elders in Nederland stadstranden. Ik zou het heel prettig vinden als dat mogelijk is. Als de motie op die manier kan worden aangepast, zodat we één trapje ertussen zetten en wij even kijken – en dat hoeft allemaal niet lang te duren – Notulen raadsvergadering 4 en 11 november 2021

54

naar de voors en tegens die wij kunnen ophalen bij andere gemeenten en op basis daarvan de haalbaarheid van een stadstrand beoordelen. De heer Tiemstra: Eén vraag hierop aansluitend. Vanuit de raad is ook de suggestie gekomen om niet alleen te focussen op een stadstrand maar ook een integrale visie op het hele gebied, of een plan hiervoor, net hoe het gaat. Het lijkt me zeer zinvol dat er dan ook zeker bij te betrekken. Dat kan mét het tussenstapje dat u voorstelt. Wethouder Van den Hoven: Ja. Ik moet eerlijk zeggen dat ik die totaalvisie wel erg ver vind gaan. Ik kan het voorbeeld nog terughalen. We hebben nu ook serieuze belangstelling voor de ontwikkeling van het nieuwe Lido, op de plek waar het ooit stond. Als die mensen het college over twee weken een mooi voorstel doen, lijkt het mij ook heel erg lastig om tegen hen te zeggen dat we eerst de totaalvisie willen gaan ontwikkelen. Dan kan het momentum ook wel eens weg zijn. Terwijl ik denk dat wat daar ooit heeft gestaan, daar prima past. Ik vind dat we wel heel ver gaan als we een hele visie gaan ontwikkelen op een recreatiegebied dat we altijd hadden en weer in ere willen herstellen. Daarbij is nu een mooi initiatief voor een stadstrand gekomen en zijn de ontwikkelaars van het nieuwe Lido hard aan het werk om met een plan naar het college te komen.

We moeten voorkomen dat het allemaal heel erg groot en vaag wordt en we weer over een visie gaan praten. Dan vraag ik me af over hoeveel jaar we iets kunnen gaan doen in dat gebied. We zien nu immers ook dat er ontwikkelingen zijn die we juist niet willen en dat er dingen gebeuren die we beter niet kunnen hebben. De heer Klerx: Fijn dat het college onze motie sympathiek vindt. Ik ben alleen het spoor een beetje bijster. Wij vragen om een startnotitie. Gesuggereerd wordt dus dat je opschrijft waarmee je wilt starten. Ik kan me heel goed voorstellen dat een haalbaarheidsonderzoek, dus of we het wel moeten doen en wat de voors en tegens zijn, daar ook in zit. Wat is dan die kleine tussenstap die de portefeuillehouder eerst nog zou willen zetten, alvorens met een startnotitie te komen, waarin wordt gezegd wat je allemaal gaat doen om wellicht te komen tot de ontwikkeling van het stadstrand en het aanwijzen van zwemwater? Wethouder Van den Hoven: Als ik de heer Klerx goed begrijp, zegt hij dat er in die startnotitie al een haalbaarheidsonderzoek zit. Als dat zo is, vind ik het prima en heb ik dus geen moeite met deze motie. Maar ik wil het wel gezegd hebben, want zoals ik de motie lees, lijkt het erop dat er een stadstrand komt en dat we in een notitie beschrijven hoe we het gaan invullen en wat voor budget er nodig is.

Dat is op zich prima, maar ik zou in die startnotitie heel graag aangeven dat we elders hebben geïnformeerd, de plussen en minnen in beeld hebben gekregen en bepaalde conclusies trekken. De heer Klerx: Ik vind dat al heel ver gaan voor een startnotitie dus als dat er allemaal in staat, zou ik dat fantastisch vinden. Wij vragen het college daarmee te komen. Wij besluiten hier niet dat er per se een stadstrand moet komen. We vragen alleen het uit te zoeken en met een startnotitie te komen, waarin staat hoe we dat zouden kunnen doen. De heer Spierings: De wethouder heeft het steeds over een integrale visie. Dat is framing, want daar hebben wij het niet over gehad. We hebben het over een plan en een totaalplan voor dat gebied. Dat zegt helemaal niks over de uitvoering, want het kan best zijn dat die horecaondernemer met wie u in gesprek bent, heel goed in dat plan past. En die kan daar dan natuurlijk gewoon zijn werk gaan doen. Waar je voor moet uitkijken, is bijvoorbeeld wat er op dit moment in het nieuws is over buitentennisbanen die worden omgevormd tot padelbanen. Die tennisbanen liggen vaak in woongebieden. Wat zie je hier gebeuren? Mensen die bij die padelbanen wonen, gaan klagen over het geluid. Ik weet niet of u wel eens kinderen hebt horen schreeuwen in een zwembad, maar als je daar de Akkerlanen gaat bouwen, zie ik wel wat daar zou kunnen gaan gebeuren.

Dus ik Notulen raadsvergadering 4 en 11 november 2021

55

vind het plan te snel, te kort door de bocht, niet goed doordacht. Laten we eerst eens even het museum gaan afbouwen en het centrum doen. We willen nog met elkaar in gesprek gaan over de Gedempte Haven en nu weer dit. Dat vind ik te snel, dus ik zou adviseren eens even goed na te denken over wat je daar nu wilt op het gebied van horeca, strand, noem maar op. Het is een leuk plan, maar je moet het wel doordacht uitvoeren. Mevrouw Pouw: Wij willen ons graag aansluiten bij het betoog van de VVD. Ook wij vinden dat plan te snel en niet doordacht genoeg. U zegt dat u een onderzoek gaat doen naar de mogelijkheden voor een strand. Ik vraag me af of u dan ook aandacht gaat besteden aan de zwemveiligheid. Want volgens mij is dat in het verleden wel eens vaker besproken. Toen het zwembad gebouwd werd, is er ook gekeken naar de mogelijkheid om van de vijver zwemwater te maken. Eigenlijk heeft de gemeente altijd de houding gehad dat ze het wel gedogen, maar wel waarschuwen dat zwemmen in een afgraving wel gevaarlijk is. Eigenlijk werd de mensen altijd gezegd om aan de kant te blijven. Wij vinden het dus te snel, maar als u een onderzoek gaat doen naar de mogelijkheid van een strand, zou u dan ook de zwemveiligheid willen meenemen, in het bijzonder over de verantwoordelijkheden die dat bij de gemeente teweegbrengt? Wethouder Van den Hoven: Dat is een bijna open deur.

Die nemen we zeker mee. Mevrouw De Jongste: Ik heb nog wel een aanvulling. Ik zou graag meer aandacht willen hebben voor de mensen met een beperking, opdat zij ook deel kunnen nemen aan die recreatie, zeker als daarbij ook het hertenkamp is. Ik zou daar graag een uitdaging willen meenemen. Wethouder Van den Hoven: Ja, ik kan dat direct toezeggen. Wij willen namelijk graag inclusief zijn als Waalwijk, dus met dit initiatief nemen we ook zeker die bevolkingsgroep mee. Wethouder Odabasi: Voorzitter. Ik heb vier moties waar ik op wil reageren en nog een paar onderwerpen die benoemd zijn. Ik ga beginnen met de moties en wil als eerste de gemakkelijkste motie beantwoorden. Dat is die over het fysiek energieloket. Zoals de motie ingediend is, en dus niet veel breder zoals in de discussie, zou ik deze kunnen overnemen. Wij hebben een digitaal energieloket gelanceerd. Binnen het uitvoeringstraject van de warmtetransitievisie hebben we ook aangegeven dat we onze inwoners de komende tijd op allerlei manieren willen informeren, dat we samenwerkingen willen met allerlei lokale ondernemers en met energiecoöperaties. Op zich past deze motie daar dus prima in, dus dat is mijn reactie op de eerste. Dan de motie van de SGP over zwemmen. Ik pak deze even op, omdat een van de opdrachten is om te onderzoeken of we het schoolzwemmen weer moeten invoeren.

Anders zou het ook via sport opgepakt kunnen worden, maar ik spreek namens het hele college. Gezinnen met een laag inkomen krijgen de zwemles voor het behalen van het A- en Bdiploma vergoed via het Jeugdfonds Sport. Dat is een fonds dat in de plaats is gekomen van het Plonsfonds dat mevrouw Schuijffel aangaf. Zoals de VVD aangaf, is de zwemvaardigheid van een kind een verantwoordelijkheid van de ouders. We hebben ook met de scholen gesprekken daarover en die geven aan dat het tijd kost en een behoorlijke verantwoordelijkheid is. Als alternatief voor gymlessen wordt het wel eens ingevoerd, maar die behoefte zien we niet. Het belangrijkste punt dat ik opgepikt heb in de discussie is dat ook kinderen die door omstandigheden van de ouders, die in armoede leven of dat zelf niet kunnen bekostigen, de mogelijkheid moeten krijgen om hun zwemdiploma te halen. Dat hebben we volledig geborgd vanuit ons armoedebeleid en vanuit het sportbeleid. Daar is dus die behoefte niet. Vanuit dat perspectief wil ik eigenlijk aangeven dat wij deze motie niet ondersteunen.

Notulen raadsvergadering 4 en 11 november 2021

56

Dan wil ik overgaan naar de motie Kansrijk Waalwijk van de SGP. Ik begin met te zeggen dat ik de motie heel sympathiek vind. Alleen is dit ook een motie over iets waaraan we al heel veel doen in Waalwijk. We hebben gekeken naar wat Kansrijk Altena volgens de site allemaal doet, want dat wordt in de motie als voorbeeld gegeven. Kansrijk Altena heeft vooral aandacht voor het met een startkwalificatie van school afkrijgen van jongeren. Wij hebben in Waalwijk een schooluitval van 1,7% bij jeugdigen. Dat is een cijfer waarom werd gevraagd. We hebben op verschillende niveaus in totaal zeven projecten lopen en die zijn heel divers. Bepaalde leeftijdscategorieën, het Regionale Meld- en Coördinatiepunt is genoemd, het Jongerenpunt is genoemd. Metz heeft een entreeopleiding mbo-1. Vanuit jongerenwerk Waalwijk, het Tavenu, zijn er projecten. We hebben een OPDC, een zorgstructuur voortgezet onderwijs en dan noem ik nog niet eens de projecten die via Baanbrekers heel specifiek voor bepaalde doelgroepen worden opgezet. Het RMC benadert alle jongeren zonder een startkwalificatie onder de 23 jaar individueel. Wij missen dus geen enkele jongere. Vanuit het Jongerenpunt, dat een regionaal project was dat we lokaal hebben overgenomen en bij Team WijZ hebben ondergebracht, krijgen wij lijsten van jongeren die individueel benaderd worden.

Er wordt een plan gemaakt voor die jongeren om te kijken waar ze behoefte aan hebben, of dat een traject richting een opleiding kan zijn of richting werk. Er wordt echt gehamerd op die startkwalificatie. Vanuit onze leerplicht zijn we daar ook heel alert op. Dus ik wil Altena best als voorbeeld nemen, maar volgens mij doen wij zelfs meer dan wat Altena op dit moment biedt vanuit het project Kansrijk, voor zover wij tot dusver hebben kunnen zien op de website. Wat dat betreft denk ik dus dat we de capaciteiten die we zouden moeten inzetten voor zo’n onderzoek voor andere dingen kunnen gebruiken, omdat we binnen die doelgroep echt geen enkele jongere missen. De heer Tiemstra: Dank u wel, wethouder, voor het keurige antwoord. Ik ben echt onder de indruk van wat u allemaal onderneemt, en zeker uw zinnetje “we missen geen enkele jongere” vind ik heel mooi. Dat meen ik oprecht. Ik kijk nog even naar wat Altena vraagt. De doelgroep van Kansrijk Altena is de inwoner van 23 jaar of ouder. Dat gaat over statushouders, arbeidsmigranten en mensen in de bijstand. Ik heb u niet horen zeggen dat u ook die groep volledig in beeld heeft en niemand mist. Daar ziet dit nu juist op. Ik ben blij met uw opmerking dat we geen enkele jongere missen. Dat vind ik prima; houd dat vast, zou ik zeggen. Maar er zijn er natuurlijk nog meer.

Als die geholpen kunnen worden, zouden wij daar toch graag een lans voor breken. Wethouder Odabasi: Gezien de tijd gaat het te ver om alle projecten die wij op dit moment voeren gedetailleerd aan u uit te leggen. Ik kan het natuurlijk wel met u delen in een bestuurdersbrief of raadsinformatiebrief. Die wil ik u toezeggen. Het Jongerenpunt is bijvoorbeeld een specifiek project voor jongeren tussen 23 en 27 jaar. Met Baanbrekers hebben we de internationale schakelklas, speciaal voor de statushouders die geen startkwalificatie kunnen halen, omdat ze niet leerbaar zijn of wat dan ook. Daar hebben we weer een apart project op. We doen echt heel veel binnen die doelgroep en ik kan u toezeggen dat ik deze informatie met u deel. Dan kunt u op basis daarvan kijken of u het voldoende vindt. De heer Tiemstra: Ik dank u voor de toezegging en zal de motie aanhouden. De heer Lodenstijn: In het debatje dat ik met de heer Tiemstra had, hadden we het ook over de leeftijdscategorieën. Toen werd er gezegd dat iedereen in staat moet zijn om een startkwalificatie te halen, dus ongeacht de leeftijd. Die doelgroep benoemt u niet. Hoe kijkt u aan tegen de stelling dat iedereen uiteindelijk in staat moet zijn een startkwalificatie te halen? Wethouder Odabasi: Ik vind het streven ernaar fantastisch, maar de vraag is of het uitvoerbaar is.

Hebben we daar voldoende capaciteit voor? Hoe gaan we die groep bereiNotulen raadsvergadering 4 en 11 november 2021

57

ken? Want we hebben natuurlijk ook maatschappelijke activering. We hebben per doelgroep specifieke dingen die we doen. Ik heb hem nu vooral opgepakt vanuit de jongere schoolverlaters en de startkwalificatie vanuit het onderwijs. Als je gaat kijken naar wat je bij 27+ zou moeten doen, moeten we dat denk ik op een andere manier doen en niet moeten koppelen aan een startkwalificatie, want dan heb je met andere problemen te maken. Mevrouw Schuijffel: Ik kom even terug op de motie over het fysiek loket. Fijn dat u de motie wilt overnemen. Ik vroeg me alleen af of u zou kunnen aangeven wanneer wij dan iets kunnen verwachten. Wethouder Odabasi: Er staat een datum in de motie. Die datum houden we gewoon aan. Mevrouw Schuijffel: Prima, dank u wel. Wethouder Odabasi: Goed, dan ga ik naar de overname van de schuld als gevolg van de toeslagenaffaire. Ook dit is een vrij uitvoerig verhaal, waarover ik u op voorhand wil zeggen dat ik wellicht heb verzuimd om u te informeren over de stappen die we hebben gezet vanaf mei. De heer Van Groos haalde dit al aan. Ik had niet begrepen dat die behoefte er was bij de raad en ik heb ook geen vragen gehad, maar ik houd het bij mezelf. Ik heb u niet geïnformeerd, dat klopt, maar we hebben wel een hele hoop gedaan. We hebben een Taskforce Gedupeerden Kindertoeslagaffaire opgestart. We hebben alle gedupeerden van de kindertoeslagenaffaire in beeld.

Ik heb daar ook de cijfers van, in totaal gaat het om ruim 160 mensen. Deze mensen zijn allemaal benaderd. Een kleine groep hebben we niet kunnen bereiken, omdat ze verhuisd zijn, geen telefoonnummer hebben of uit beeld zijn, bijvoorbeeld omdat ze in een andere gemeenten zijn gaan wonen. Van die groep is er een categorie die door de Belastingdienst erkend is als gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij hebben binnen twee weken die € 30.000 ontvangen. Het loket voor de kindertoeslagaffaire hebben we bekend gemaakt en wij gaan proactief die mensen benaderen. Zodra mensen gedupeerd zijn door de kindertoeslagaffaire, worden hun schulden voor een jaar bevroren. Er komen dus geen deurwaarderstrajecten. Dat is dus ook geborgd. We hebben inmiddels ook een aantal kwijtscheldingen doorgevoerd in overleg met de Belastingdienst. De overname van de schulden vanuit de herstelwet wordt gedaan door de Belastingdienst. Die herstelwet is in de maak en het college moet binnen nu en volgende week een besluit nemen om in het kader van de herstelwet te acteren. Dat besluit is in voorbereiding. Het overnemen van de schulden, dus klakkeloos en zonder die toets van de Belastingdienst, kan enorme financiële kosten met zich meebrengen. Wij proberen echt maatwerk te bieden. Wij proberen die mensen goed in beeld te hebben en trajecten aan te bieden, waardoor we ze kunnen begeleiden.

Als we signalen krijgen dat ze niet bekend zijn bij de Belastingdienst wordt het ook opgepakt. Ik denk dus dat we het heel goed in beeld hebben, dat we maatwerk toepassen en dat we de mensen helpen binnen de mogelijkheden die we hebben. Vanuit dat perspectief wil ik u toezeggen om het proces tot nu toe binnen afzienbare tijd met u te delen, inclusief de cijfers die daarbij horen. De motie kan ik niet overnemen, omdat ik helemaal niet weet welke impact die gaat hebben. Als je voor 164 mensen de schulden gaat overnemen zonder toets, is dat een forse aanslag op ons budget, zonder garantie dat we dat geld vanuit het Rijk terugkrijgen. Het Rijk heeft wel toegezegd dat wij worden gecompenseerd voor alle schulden die door de Belastingdienst zijn getoetst. De heer Tiemstra: Ik drukte iets te vroeg op de interruptieknop. U had het over grote financiële risico’s en toen dacht ik dat de gemeente sowieso gecompenseerd zou worden door het Rijk, die de problemen immers heeft veroorzaakt. De overheid heeft het ten slotte gedaan, dus wij helpen de mens. Ik zat even te kijken hoe groot die financiële risiNotulen raadsvergadering 4 en 11 november 2021

58

co’s dan precies zijn, daar had ik niet helemaal een beeld bij, maar u zei daar later wat over. Wethouder Odabasi: Als we kijken naar de bedragen die wij nu kwijtgescholden hebben, zijn er zelfs gezinnen waarbij geen schulden zijn die kwijtgescholden hoeven te worden, en er zijn er een aantal waar dat wel moet. Volgens mij is het gemiddelde bedrag € 20.000. Het belangrijkste, dat was volgens mij ook de oproep die u deed, is dat de gedupeerden rust moeten krijgen om verder te kunnen met hun leven. En die rust proberen we echt zo goed mogelijk te organiseren door de incasso stop te zetten. Of ze nu wel of niet erkend zijn door de Belastingdienst: daar zorgen we in ieder geval voor. Dus die rust wordt gecreëerd maar het Rijk heeft inderdaad het probleem veroorzaakt, niet de gemeente, en dan is het lastig om de schulden zonder die kaders over te nemen. Ik snap dat grotere gemeentes dat wel hebben gedaan, maar ook zij hebben dat niet voor de hele doelgroep gedaan. Zij hebben zelf een toets gedaan. Als je zelf een toets wilt doen, kost dat ook weer een hele hoop werk. Ik vind het belangrijk dat de mensen gehoord zijn, dat de druk van de ketel is, dat wij er voor ze zijn en dat we ze helpen en begeleiden. En dat hebben we zo goed mogelijk geborgd. En ik ga u daarover informeren. De heer Van Groos: Dank voor de informatie. Ik had dit liever eerder gehoord dan vanavond.

We hebben niet voor niets in mei vragen gesteld over deze situatie. Toen was het antwoord gewoon ‘we volgen het advies van de VNG’. Ik begrijp dat het wat genuanceerder ligt. Ik heb nog één vraag. U kunt schulden kwijtschelden als ze betrekking hebben op de gemeente, maar als ze betrekking hebben op andere instanties niet. Heeft u nog de behoefte voor sommige gezinnen de schulden over te nemen om ze daarmee te ontlasten? Want ook al ontlasten wij ze, dan nog kan het voor hen heel zwaar voelen. Ik ben best bereid om het amendement aan te passen op zo’n manier dat het niet meer zo ruim is en er meer getoetst wordt. Die behoefte was er ook bij andere fracties, begreep ik. Zegt u nu dat het helemaal niet nodig is omdat u het voor iedereen zo goed mogelijk heeft geregeld? Wethouder Odabasi: Ik stel het volgende voor. Ik ga u informeren met cijfers over wat we op dit moment gedaan hebben en wie we in beeld hebben. De verwachting is dat de herstelwet op 1 januari ingaat. Daar zijn toezeggingen over. De minister heeft ook toegezegd dat we gecompenseerd worden en dat we vooruit kunnen lopen op de herstelwet. Daar zijn we mee bezig. Ik stel voor dat ik u goed informeer met alle cijfers, onderbouwingen en bedragen. Als u dat onvoldoende vindt, komen we daar op een ander moment op terug. De heer Van Groos: Dat is een mooie toezegging.

Misschien is het nog handiger om aan te geven dat u het bij de raad meldt, als u van ons mandaat nodig hebt om in dezen te acteren. Daar was deze motie namelijk ook voor bedoeld. Met die toezegging kan de motie voor vanavond van tafel. Wethouder Odabasi: Die toezegging kan ik u doen. Als wij vinden dat we meer moeten doen dan we op dit moment doen en we zien echt de problemen die niet opgelost kunnen worden door de wettelijke regelingen, kom ik er bij u op terug. Dan kom ik bij jeugdzorg. Ik ben behoorlijk teleurgesteld in de VVD-fractie. Ik vind de vergelijking met een wasmiddel, de vergelijking tussen een product en alle ontwikkelingen binnen de jeugdzorg, een beetje jammer. Ik snap dat u die beeldspraak wilt gebruiken, maar wij hebben de raad naar eer en geweten geïnformeerd. Wij hebben verschillende sessies georganiseerd, waarbij de VVD-fractie schitterde in afwezigheid. De fractieleden van de VVD waren daar niet bij. U heeft budgetrecht, geeft kaders mee en kunt het college opdrachten meegeven. Drie jaar lang stelt u mij dezelfde vraag. Drie jaar lang geef ik u zoveel mogelijk antwoorden over wat wij weten en wat we met u kunnen delen. Notulen raadsvergadering 4 en 11 november 2021

59

Wij doen er vanuit beheersmaatregelen en op allerlei andere manieren alles aan om zelf inzicht te krijgen in wat er precies speelt binnen die jeugdzorg. U gaat er continu vanuit dat er sprake is van overbehandeling, ik niet. We hebben te maken met een stelsel, waardoor heel veel problemen buiten onze schuld of onze mogelijkheden om plaatsvinden. En het is niet één probleem. Het is niet zo dat het aan de kleur ligt, zoals bij dat wasmiddel. Het is een heel complex probleem. Het gaat over mensen, kinderen, opvoeding, zorgbedrijven, onderwijs en nog heel veel meer andere onderwerpen die niet in het stelsel passen. Ik roep de VVD-fractie dus op mij met een motie opdracht te geven met budget om een grondig onderzoek te doen, met KPI’s, met benchmarks en alles. En dan ga ik dat doen. Maar de toon waarmee u de vragen stelde en de reactie die u gaf, heb ik opgevat als wantrouwen in wat wij tot nu toe gedaan hebben met al onze goede intenties. Ik wil ook graag weten wat er met onze jongeren aan de hand is. Wij doen keihard ons best om dat boven tafel te krijgen, maar meer dan dit kunnen we op dit moment niet geven. Ik zeg niet dat wij het op dit moment niet weten, maar ik kan het niet zo concreet maken als u wilt. Ik geef aan dat er meerdere factoren zijn en dat wij niet het onderzoeksrapport hebben, waarin staat waar het aan ligt. Dat heb ik ook in andere vergaderingen aangegeven.

Volgens mij kun je dat ook niet op die manier duiden. Er is geen enkele gemeente in Nederland die dat wel kan. De heer Van der Weijden: Wat vervelend dat u dat zo ervaart. Dat is zeker niet de bedoeling en het is ook zeker niet persoonlijk. Volgens mij hebben wij ook nooit betwist dat u het niet wilt weten of dat u niet uw stinkende best doet. Volgens mij heb ik zelfs beaamd dat dat zo is. U zegt dat u teleurgesteld bent in de VVD-fractie. Ik val niet u aan, maar ik val het beleid aan. Ik geef aan mij zorgen te maken over het feit dat er in Waalwijk 300 kinderen meer gebruik moeten maken van jeugdzorg in de vergelijkbare gemeenten. U zegt dat ik dat wijt aan overbehandeling, maar dat zeg ik niet. Ik zeg dat wij dat niet weten. U zegt dat u niet hebt gezegd het niet te weten, maar volgens mij waren dat uw letterlijke woorden, vorige week of twee weken terug. Ik wil het wel graag over het probleem hebben. U verwijst naar een informatieavond waar dingen besproken zijn en waar wij niet bij waren. Ik zou het zo fijn vinden als u zou zeggen: ik zie dat probleem van die 300 kinderen ook, en dat baart mij zorgen; het baart mij zorgen dat u continu dezelfde vraag stelt en we blijkbaar niet snappen waar dat vandaan komt. Ik vraag geen eenduidig antwoord, niet één miraculeuze reden waarom wij dat doen, waarom er 300 meer kinderen zijn.

Het antwoord was echter niet: er zijn vier redenen voor, waarvan we er twee kennen en nog twee onderzoeken. Nee, het antwoord was: we weten het niet; als we het weten, bent u de eerste die het hoort. Maar het gaat niet om mij. Het gaat om die 300 kinderen in Waalwijk om wie ik me zorgen maak. Laten we het daarover hebben. Wethouder Odabasi: Dan kan ik u melden dat ik me enorm veel zorgen maak, niet alleen om die 300 kinderen, maar over alle kinderen in Waalwijk. We zijn vooral bezig om de zorgen over die kinderen zo goed mogelijk te monitoren en er te zijn voor die kinderen. We zijn dus vooral met de uitvoering bezig. Ik heb niet de capaciteit en de middelen om op onderzoek uit te gaan. Ik heb niet gezegd dat ik het niet weet, maar dat ik een hele hoop redenen heb. Ik heb al die redenen in de verschillende vergaderingen genoemd. In de verschillende sessies over het sociaal domein hebben we in besloten bijeenkomsten met de raad heel veel voorbeelden gegeven van cases. Daarin wordt de situatie heel duidelijk gemaakt en worden de problemen geschetst: hoe het met de crisiszorg zit, dat er zorgaanbieders zijn die kinderen weigeren, waardoor we bij andere zorgaanbieders terechtkomen, de problematiek over de individualisering, de problemen over opvoeding et cetera. Er zijn er een hele hoop en die heb ik allemaal genoemd, maar ik heb er niet eentje aangewezen als oorzaak.

Dat kan ik niet, want ik weet dat niet. Ik weet niet één oorzaak. Ik kan er wel honderd noemen en dat is wat ik zeg. Die honderd oorzaken kan ik noemen en dat heb ik eerder ook gedaan.

Notulen raadsvergadering 4 en 11 november 2021

60

De heer Van der Weijden: Nogmaals, ik zeg niet dat u niet uw stinkende best doet, of dat u zich geen zorgen maakt. De vergelijking die ik probeerde te maken in mijn betoog, ging erom dat ik als een bezetene aan het kijken was waar het aan lag. Dat ik elke dag een andere oplossing had voor het probleem, waarvan ik zei ‘ja, beste leidinggevende, het is een heel complex probleem, het is heel lastig en ik zie het hier, hier en hier.’ Zij zei steeds nee, omdat zij dacht dat er een onderliggend probleem was, wat wij niet wisten of niet zagen. Het is mijn gevoel dat dat bij de jeugdzorg in Waalwijk ook zo is. En volgens mij mag ik dat zeggen. De voorzitter: Ik wil even voorkomen dat we hier het hele gesprek over jeugdzorg en dat we het niet weten gaan doen. U wilt nog één reactie geven en daarna rond ik hem af. Wethouder Odabasi: Het punt is wel dat u daar een marketeer en een onderzoeker voor nodig had om dat probleem te duiden. Die heb ik niet dus misschien is het handig dat we die marketeer naar Waalwijk halen. Geeft u mij maar een opdracht en kom met een budget. Ik zie geen motie of een opdracht. Twee dingen nog: de GGD, de coronatesten. Volgens mij had iedereen die er iets over zei gelijk. Je hebt verschillende soorten testen. Je hebt een toegangstest en een test bij ziekte. De een is wel gratis en de ander niet. Niet alles is in Waalwijk aan te bieden.

Ik zal dus met de GGD in gesprek gaan over of er een optie is om in Waalwijk een testlocatie te hebben. Ik vermoed dat dat heel lastig gaat worden, omdat er ook een centenkwestie is. Ik zal u wel het overzicht geven waar de tests zijn en waar u voor welke test terecht kunt. Mevrouw IJpelaar: Dank, wethouder, voor de toezegging. Ik wil even iets zeggen tegen alle mensen die hebben geappt: bedankt. Het ging eigenlijk over een testlocatie van de GGD en niet een testen-voor-toegang locatie. Wethouder Odabasi: Ik heb nog één onderwerp, ook van mevrouw IJpelaar. Dat gaat over de zelfredzaamheidsroute, waarvan ik zei dat ik het een zorgroute noem. Dat is namelijk echt een maatwerkroute, waarbij we maximaal de tijd nemen om mensen te helpen om de taal onder de knie te krijgen en zo spoedig mogelijk op hun niveau een inburgeringstraject te doorlopen. Dat wordt niet aanbesteed; alleen het taalonderdeel wordt aanbesteed, maar de begeleiding zit bij Baanbrekers en deels bij Vluchtelingenwerk. Dat houden we ook in stand. Wethouder Daandels: Voorzitter. De begroting 2020. Ik zie een motie. Ik zie zweet, betrokkenheid, allemaal goed in deze raadszaal. Ik heb heel veel gehoord vanavond. Ik wil u er op hoofdlijnen in meenemen. Een paar dingen hebben mij overigens bijzonder geraakt en dat zijn dingen die niet inhoudelijk zijn, maar die ik wel even wil noemen.

Los van het respect voor iedereen die door de begroting heen worstelt – het is een hele pil, dus complimenten daarvoor – vind ik het heel fijn dat men ook een compliment geeft aan onze ambtelijke organisatie. Ik weet dat heel veel mensen op dit moment onze vergadering volgen. Dat waardeer ik, dat hoort bij hun werk, maar ze doen het wel. Ik weet dat veel mensen heel veel energie hebben gestoken in deze begroting en dat veel mensen binnen onze organisatie ook heel betrokken zijn en het fijn vinden als het hoogste orgaan hier, de gemeenteraad, uitspraken doet over die waardering. Dus mijn waardering voor het feit dat u dat hebt gedaan. Eén ding raakte mij nog meer en dat was de opmerking over de tweedeling in onze maatschappij in zijn algemeenheid. Wij zijn hier met de begroting voor Waalwijk bezig en we hebben allemaal het goede voor met iedereen in Waalwijk. Ik vind wel dat we moeten blijven kijken naar die tweedeling in onze maatschappij, die in mijn ogen eerder groter

Notulen raadsvergadering 4 en 11 november 2021

61

wordt dan kleiner. Misschien moeten we daar in de toekomst nog maar eens over nadenken. Ik ga, gezien de tijd, in op de inhoud. Energiearmoede is genoemd, dan heb ik het over de maatschappij. Meerdere fracties hebben gesproken over mensen die het wat moeilijk hebben in onze maatschappij. Binnenkort kom ik met armoedebeleid en met een beleidsplan schuldhulpverlening. Dat zijn allemaal dingen die komen nadat er iets gebeurd is. Wij zitten liever aan de voorkant. Los hiervan kan ik u melden dat het college heeft besloten extra middelen in te zetten voor de hoogoplopende energierekening. Noem het armoedebeleid, energiebeleid of energiearmoede, het is om het even. Dat is een begrotingswijziging die straks op u afkomt. Die heeft te maken met het feit dat wij voor drie jaar tijd middelen die we vanuit het Rijk hebben gekregen kunnen inzetten om degenen die daardoor geraakt zijn te helpen. Ik wil u dat even melden, ook naar aanleiding van de discussie. Er is over Skaeve Huse gesproken. Op dit moment is daarvoor niets in de begroting opgenomen. U weet dat deze wethouder pas om geld vraagt als hij concreet kan zijn. Dat kan ik op dit moment niet. Ik ben nog in de onderzoeksfase bezig. Ik ben ook bezig met stakeholders.

U kunt zich afvragen of dat niet wat sneller kan, maar u moet zich beseffen dat wij niet alleen praten over het eventueel realiseren van een project, maar ook meteen de invulling daarvan willen concretiseren. Het betekent nogal wat om een plek in de maatschappij te realiseren voor mensen die het in hun gewone woon- en leefomgeving wat moeilijker hebben. Gun ons daar even de tijd voor. Er is binnen de raad gediscussieerd over de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed. Er ligt een amendement van LokaalBelang. Ik heb met aandacht daarnaar geluisterd. Over het amendement zou enige verwarring kunnen bestaan, zoals we in de discussie binnen de raad ook wel zagen. Ik constateer echter dat er enkele overwegingen zijn die raken aan wat wij al van plan waren. Kort gezegd hebben we in het verleden bezuinigd op het onderhoudsplan gebouwen. Dat ging niet van harte, maar we hadden een forse bezuinigingsopgave binnen onze gemeente. Wij willen dat onderhoudsplan het liefst weer op orde brengen. Ik zie een amendement waarmee dat wordt gedaan, maar het amendement is ook verweven met duurzaamheidsmaatregelen. Ik wil benadrukken dat het ophogen van die ene ton extra, dus het weer op niveau brengen van ons onderhoudsbudget, een duurzame noodzaak is die we eigenlijk gewoon altijd moeten hebben in onderhoudsplannen.

Had ik vandaag dit amendement niet gezien, dan kreeg u vroeg of laat het verzoek ook een keer, omdat wij structureel langjarig onderhoud plannen. Wij gaan alleen werk met werk maken. Dat betekent dat wij wel energiescans doen vanuit het onderhoudsplan. Als daar iets uitkomt wat we kunnen meenemen in het grote onderhoud, dan zullen die energiescan en de tools vanuit het duurzaamheidsbeleid in ieder geval naar voren worden gebracht. Eventueel worden er zelfs middelen gegenereerd, los van het structurele onderhoudsbudget. Als dat amendement door u ook zo wordt beleefd, kan het college in ieder geval met het besluit instemmen, want wij zijn ook blij met het ophogen van dat structureel budget. Dan zijn we duurzaam bezig, dus ik omarm het amendement. Althans, ik wil het u aanbevelen. Dan is er over de Quiet Community gesproken. Daar kan ik heel kort over zijn. We krijgen op 9 december een informatieavond. De Klijnsma-gelden wil het college zeker niet hiervoor inzetten, maar voor de generatiearmoede. Daar hebben we al eerder met u over gesproken. Er zal een informatieavond komen en dan zullen we meer duidelijkheid krijgen over wat dat betekent. Mocht het om extra budget vragen, is het aan de raad om te bepalen hoe we daarmee omgaan. Natuurlijk moet het van onderaf, zoals u ook terecht zegt, maar ik kan me ook voorstellen dat er ook vragen richting ons komen.

Ik vind een reservering op voorhand ook te voorbarig. Ik wil de informatieavond afwachten. Ik wil

Notulen raadsvergadering 4 en 11 november 2021

62

afwachten wat uw wensen zijn en ik zie een begroting voorliggen die voldoende ruimte biedt om er later eventueel op terug te komen. De Gedempte Haven en participatie. We spreken heel vaak met de raad over participatie. Ik ben het eens met de heer Ottens dat we vaker met elkaar in gesprek moeten, los van de Omgevingswet die er nog niet is. Een burger kan elk moment participeren en ik ben het met de heren Klerx en Van Hamond eens dat de discussie, de ruimtelijke procedure en de participatie daaromtrent nog volgen. Er is een amendement ingediend voor flexwoningen. In de woonvisie hebben wij al gesproken over tijdelijke woningbouw. De urgentie is hoog en wij omarmen het concept van flexwoningen. Ik moet u echter ook vertellen dat de problematiek rondom die doelgroep duidelijk is. Ik kan me voorstellen dat er financiële mogelijkheden worden geboden, zoals de heer Ottens terecht zegt, door de grond om niet of tegen een lagere prijs aan te bieden. Het zou wel fijn zijn om ook ieders rol daarin goed te bekijken. We zijn daarover in overleg met stakeholders. Ik kom op korte termijn bij u terug met een aantal voorstellen, zoals ik eerder heb gemeld. De reden waarom ik wat terughoudend ben als het gaat om het volledig overnemen van het amendement, komt met name door het feit dat u een beschikbaarstelling aan Casade doet.

Casade heeft zeker een visie op flexwoningen, maar het is de vraag in welke hoedanigheid. Ik zit met meer stakeholders aan tafel. Daarnaast neemt u een budget op voor onderzoek en realisatie, waarvan ik denk dat we op een later moment meer kunnen duiden. Ten derde is het college van mening dat we nog voor de verkiezingen de financiele mogelijkheden in de begroting hebben om een keuze te maken. Ik vind het amendement waardevol en ondersteun hem in die zin, maar qua inhoud zou ik wel even willen wachten, want u legt te veel tools neer en gaat stakeholders te veel positioneren. Iedereen moet zijn eigen rol hebben, dus ik zou u aanraden het amendement aan te houden. Op de manier waarop het amendement nu voorligt, kan ik het niet omarmen. De heer Ottens: Ik ben benieuwd op welke stakeholders de wethouder doelt, want om zoiets mogelijk te maken, moet je het algemeen belang juist kunnen duiden. Dat algemeen belang kun je nooit aan de markt overlaten, want dan kom je direct de Wet markt en overheid tegen. Dus zo veel stakeholders zijn er niet, als je op deze manier een ontwikkeling in gang zet. Feitelijk hebben we hier alleen Casade als corporatie die zoiets op zich kan nemen. Dus ik ben benieuwd op welke andere stakeholders u doelt. Wethouder Daandels: Mijnheer Ottens, u mag van mij verwachten dat ik het totale amendement tot me neem. Daar noemt u bedragen en aantallen woningen.

Het lijkt mij goed om alle stakeholders en alle locaties waar we op dit moment mee bezig zijn in het kader van flexwoningen naast elkaar te zetten, want dan kunt u beter duiden of die € 500.000 maatschappelijk geld daadwerkelijk noodzakelijk is of dat Casade die rol op deze manier of op een andere manier wilt vervullen. Dat bekijk ik in relatie tot andere stakeholders. Dus ik kijk naar het totale amendement, en ik vind in uw amendement een situatie terug die u alleen linkt aan Casade en dat vind ik iets te beperkt. Ik waardeer uw amendement echt, maar als ik de inhoud bekijk, zou ik u willen voorstellen om even met ons mee te denken. Ik kom er echt op korte termijn op terug. U kunt hem wat mij betreft altijd nog positioneren, maar het is aan de raad hoe hiermee om te gaan. De heer Ottens: Maar nogmaals, u duidt niet aan welke typen stakeholders dat zijn. Zoals ik al aangaf, zijn dit soort constructies alleen mogelijk als je een beroep doet op het algemeen belang. Ik vroeg welke andere stakeholders er zijn. Een antwoord daarop helpt mij het verder te duiden. Bovendien nog even een aanvulling: het is ook een beetje het de kip en het ei-verhaal, want als de gemeente wel een budget beschikbaar stelt, kan men ook nog een beroep doen op de Rijksregeling specifieke doelgroepen huisvesting. Ergens moet je ook gewoon beslissen om ermee aan de slag te gaan.

Notulen raadsvergadering 4 en 11 november 2021

63

Wethouder Daandels: In ieder geval mijn compliment dat u goed op de hoogte bent van de regelingen. Dat waardeer ik ten zeerste. Financieel zou de raad het wel kunnen maken, omdat we wat ruimte in de begroting zien. Of u er op voorhand al iets voor moet reserveren, is de vraag. Als ik over stakeholders praat, gaat het niet alleen over de woningbouwcorporaties, maar ook over bedrijven binnen onze maatschappij. Ik noem geen namen, maar die hebben natuurlijk andere uitgangspunten. Ons gaat het natuurlijk om de doelstelling van flexwoningen voor verschillende doelgroepen. Daar gaat het u ook om. U wilt flexwoningen bouwen en u noemt er een aantal binnen een bepaalde tijd. Ik ondersteun de oproep om op korte termijn flink in te zetten op flexwoningen. Mijn oproep is om die kip even een ei te laten leggen. Dat is geen uitstel, want we zijn er volop mee bezig, maar het is een overweging voor de raad. Dus nogmaals: het amendement begrijp ik. Voor een groot gedeelte kan ik erin meegaan, maar door de gedetailleerdheid en de onderbouwing wil ik even wachten, omdat u volgens mij binnenkort een betere afweging kunt maken. De voorzitter: Ik hoor dat de wethouder geen stakeholders kan noemen, ook al wilt u die graag horen. Ik hoor hem ook zeggen dat hij dat binnenkort wel gaat doen. Heeft u een termijn voor de heer Ottens? Wethouder Daandels: Voor de verkiezingen.

Het liefst zo snel mogelijk, maar ik ben ook afhankelijk van derde partijen. Ik noem de stakeholders op dit moment niet, omdat wij nog niet concreet tot een eindresultaat zijn gekomen en ik het niet kies vind om daar in de onderhandelingsfase al uitspraken over te doen. De heer Ottens: Ik snap dat u dat niet in de openbaarheid wilt doen, maar misschien kan dat in beslotenheid toch nog eens gemeld worden. Het gaat mij echt alleen om de beeldvorming. Als laatste opmerking: ik ben niet zo van de broedende kippen. Wethouder Daandels: Ik wil de heer Ottens erop wijzen dat ik altijd bereid ben om met iedereen aan tafel te gaan als wij dingen niet zien of niet goed zien. Ik vind dat hetgeen hij voorlegt zeker hout snijdt. Ik heb eraan toegevoegd hoe ik er tegenaan kijk. Het is nu aan de raad om die overweging zo meteen te maken. De voorzitter: Wethouder, de heer Ottens vraagt of er zo in vertrouwelijkheid iets met hem gedeeld kan worden over beeldvorming. Wethouder Daandels: In vertrouwelijkheid wil ik best iets delen met heel de raad, maar ik ben in de onderhandelingsfase en zolang die niet is afgerond, ben ik heel terughoudend. Ik vind dat ook niet kies, want als de onderhandeling niet doorgaat, willen partijen niet graag genoemd zijn. Dus ja, ik kan u in vertrouwen meenemen, maar op dit moment nog niet.

De heer Ottens: Ik geef niet aan of u het goed ziet of niet goed ziet, maar ik stel die vraag om mij en de raad juist te helpen daarin. Het kan best zijn dat ik nu vanuit de regelgeving te beperkt kijk, maar dan zou ik ook nog het amendement kunnen aanhouden om een juist veel zuiverdere benadering daarin te geven. Vandaar mijn vraag, niet om te bepalen wie het wel of niet goed ziet. Wethouder Daandels: Ik wil graag de handdoek oppakken. Dat wil ik altijd als u een suggestie doet, maar moet wel even kijken hoe ver mijn reikwijdte is zonder de onderhandelingen te schaden. Ik denk dat we heel ver moeten kunnen komen. De voorzitter: Als u goed heeft geluisterd, hoort u wethouder Daandels zeggen dat hij al in onderhandeling is over flexwoningen.

Notulen raadsvergadering 4 en 11 november 2021

64

Wethouder Daandels: En daar heb ik denk ik ook de vraag van mevrouw Schuijffel beantwoord, want zij vroeg naar de laatste stand van zaken. Mevrouw Schuijffel heeft naar de kosten van Wmo en de vooruitzichten gevraagd. We zetten in op de herstelvoorzieningen. U weet dat we nog een jaar ter overbrugging hebben en gaan een maatschappelijke discussie voeren om in 2023 definitief weer het nieuwe Wmo-beleidsplan te gaan vormgeven. Daarin proberen we het een en ander wat meer te duiden. Ik kan u erop wijzen dat de beheersmaatregelen die we van tevoren met elkaar hebben afgesproken, goed hun werk doen. We zien wel een autonome groei. Voor de Wmo is de huishoudelijke hulp een hele forse uitgave. Het komende jaar gaan we met elkaar, los van de maatschappelijke dialoog, de nieuwe invulling van het Wmo-beleid vormgeven. Ik denk dat we dan beter met elkaar kunnen duiden waar we op inzetten. Ook financieel kunnen we dan de kaders en aspecten vaststellen, want ook daar doen we op dit moment een onderzoek naar. Mevrouw Schuijffel: Misschien kunt u nog heel even iets vertellen over die huishoudelijke hulp. Dat is best een ding, met name de huidige eigen bijdrageregeling. Wat zijn daar de ontwikkelingen? Kunt u daar iets over zeggen? Wethouder Daandels: Het is zorgelijk gezien de toename van huishoudelijke hulp. Dat had u ook wel verwacht, denk ik.

Dat is een effect dat wij niet prettig vinden, omdat we heel veel mensen zien die behoorlijk vermogend zijn en toch gebruik maken van de regeling. Daar wordt in de regio over gesproken, alsook binnen Waalwijk. In het kader van het nieuwe beleidsplan moeten we gaan kijken hoe we daarmee omgaan. Ik weet dat wij in de meerjarenbegroting over budgetplafonds hebben gesproken en dat dat best een moeilijke discussie was binnen de gemeenteraad. Ik hoop dat we in een overdrachtsdocument kunnen meegeven aan de nieuwe coalitie, zodat nogmaals wordt uitgesproken hoe daar in de toekomst mee wordt omgegaan. We zijn nu de cijfers aan het bekijken en we hebben komend jaar die maatschappelijke dialoog, maar ook de impact van die cijfers voor u. Mevrouw Pouw: Ik wil de wethouder graag nog even iets vragen over vergrijzing. Daar had ik namelijk iets over gezegd. Ik heb de Rekenkamer ook wel eens geprobeerd te attenderen op vergrijzing, want ik ben heel benieuwd aan welke knoppen wij kunnen draaien om de vergrijzing op te vangen. Ik ben benieuwd of u daar al iets over weet. Wethouder Daandels: Ik was nog niet helemaal klaar en dit was inderdaad een van de vragen die u gesteld heeft. Ik was overigens niet voornemens uitputtend te zijn. Ik probeerde de hoofdlijnen te pakken, maar dit is wel een heel belangrijk onderwerp. We zien de vergrijzing ook in Waalwijk fors toenemen.

U kent misschien de cijfers daarvan. Los van het beleid voor woningbouw en allerlei ondersteunende maatregelen, moeten wij ook in de regio afstemming zoeken. Wij willen nog eens nader met de raad spreken over het ouderenbeleid. Op dit moment gaat het te ver om dat uit de doeken te doen, maar ik ben best bereid om eens een afspraak te maken via de griffie. Ik weet echter niet of dat nog lukt binnen deze periode, maar anders komt het met de nieuwe raad wel aan bod. Ik heb nog een tweetal suggesties, los van andere opmerkingen die gemaakt zijn. Ik zie dat het CDA vraagt of het voor het college niet mogelijk is om de splitsing van woningen en de woonverplichting op te pakken. Dat gaat over de beleggingsstructuur, denk ik. Ik kan u toezeggen dat dat elementen zijn die ook in Waalwijk aan de orde zijn. Als wij zo’n grote nood hebben op de woningbouwmarkt moeten we dit soort maatregelen niet schuwen, maar juist stimuleren en bekijken of het waardevol kan zijn. We zetten daar wat mij betreft op in om dat nader uit te werken.

Notulen raadsvergadering 4 en 11 november 2021

65

Mevrouw IJpelaar: Ik heb de wethouder ook het een en ander gevraagd over ouderen, maar daar heeft hij niet op gereageerd. Wethouder Daandels: Nee, dat klopt, mevrouw IJpelaar. U heeft mij overigens wel geraakt met die opmerking. Ik heb het wel genoteerd. Als ik het goed heb, heeft u het volgende verteld. U hebt gezegd dat u in het openbaar gebied wat mist met rustbankjes, gehandicapten, parkeerplaatsen, mindervalidenparkeerplaatsen of gladheidbestrijding. Dat vind ik waardevol, maar dat heeft iets te maken met het beheer van de openbare ruimte, dus dat leg ik terug bij mijn collega Van den Hoven. Daarom heb ik er zelf geen inhoudelijke reactie op gegeven. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Daandels. Dan is er één korte vraag gesteld over mijn portefeuille. Als u het goedvindt, blijf ik even zitten. Burgemeester Ausems: Het CDA heeft mij een vraag gesteld over veiligheid in de wijk. Ik pak even mijn lijstje erbij. Het ging erover dat er alleen op basis van incidenten wordt geacteerd, het vertrouwen van burgers en de activiteiten van de BOA’s. In de begroting wordt voorgesteld om structurele gelden op te nemen in plaats van incidenteel geld. We hadden een structureel als een incidenteel budget voor BOA’s. Voorgesteld wordt om dat om te zetten naar structureel geld.

Daarnaast is er vanuit de coronafinanciering één extra fte die vanaf juni is ingezet en ook heel volgend jaar nog actief zal zijn. Het blijkt dat we daar prima mee kunnen reageren, dat dingen snel worden opgepakt en dat BOA’s zichtbaar aanwezig zijn. De klacht van te weinig zichtbaarheid horen we eigenlijk niet. Als u daar specifieke klachten over heeft, horen we dat graag. Mensen zeggen juist dat ze niet de hele tijd rondrijdende BOA’s willen zien, maar dat ze bereikbaar moeten zijn. Dat wordt erkend. Zelf zouden we best dertig BOA’s aan het werk kunnen en willen hebben, maar dat is natuurlijk een afweging van effectiviteit en kosten, vandaar dat we nu op dit aantal van 4,67 fte zitten. Waar ik nog even op wil reageren, is dat u ondermijning een hype noemt. Dat raakt me bijzonder, ook vanwege de voorbeelden die we hier eerder met de raad hebben gedeeld. Ik denk dat ondermijning absoluut geen hype is. Dat is redelijk naïef en ik vind het ook eigenlijk wel misplaatst, zeker ook in het licht van de presentatie die we hier recent hebben gehad door het RIEC en van mijn eigen ervaringen die ik heb mogen opdoen met mijn portefeuille. Ik hoop dat dit voldoende is. De heer Spohr: Het was zeker niet de bedoeling u hier persoonlijk mee te kwetsen. Ik realiseer me wel hoe dat kan overkomen. Zo was het zeker niet bedoeld. Wel is het zo dat bijna alles op dit moment over ondermijning gaat.

Ondermijning is een containerbegrip en ik heb af en toe het gevoel dat het wat verder gaat dan zou moeten. Maar goed, daar kunnen we hele discussies over houden. Misschien had ik die opmerking over ondermijning niet moeten maken, maar ik wilde met name zeggen dat wij het belangrijk vinden dat de aandacht vooral op de wijken gericht moet zijn en zeker niet alleen op hele grote zaken. De burger ervaart kleine incidenten in zijn eigen leefomgeving het meest. U begon net iets te zeggen over incidenten in de wijk. Het ging ons erom dat in de begroting een verschil wordt gemaakt tussen incidenten met impact en zonder impact. Wij vonden het vreemd om te lezen dat bij een incident zonder impact, whatever that is, geen actie wordt ondernomen. Zo wordt wel een heel rare indruk achtergelaten. Wij vragen ons af of dat zo bedoeld is. Als dat zo is, denken wij dat dat geen goede zaak is. Burgemeester Ausems: Ik zal nog even specifiek naar de tekst kijken maar ik denk dat ik echt met u deel dat de veiligheid in de wijk juist ook op kleine zaken heel relevant is en de ervaring die we nu hebben is dat BOA’s daar bijzonder goed op inspelen en zichtbaar zijn. De realiteit is dat we er ook wel dertig aan het werk zouden kunnen hebben.

Notulen raadsvergadering 4 en 11 november 2021

66

De voorzitter: Dan wil ik graag even met u kijken naar de orde van de vergadering. Het is heel laat. We dachten door te gaan met de beantwoording van de wethouders. Inmiddels is het 00.25 uur. We hebben nog de tweede termijn en de besluitvorming. De vraag is of we doorgaan of dat we schorsen en volgende week verdergaan. Kan ik handen zien van de mensen die willen schorsen? We hebben een meerderheid voor een schorsing. Ik stel voor volgende week dinsdag de vergadering te vervolgen. Mevrouw De Bruijn: Dank u wel, voorzitter. Volgende week is er ook een voorlichtingsavond over de omgevingsvisie. De voorzitter: Maandag kan het ook, maar dan is het de vraag wie er allemaal kunnen. We zijn nog wel twee uur bezig, verwacht ik. De regel is om dinsdag door te gaan. We kunnen even kijken hoe laat dat kan. Laten we proberen om tot een gedeelde uitspraak te komen. De heer Klapwijk: Het toeval wil dat we hier volgende week donderdag weer zijn. Als de tweede termijn en de stemming een beetje efficiënt kunnen, zouden we het misschien kunnen combineren. De voorzitter: Mag ik even handen zien? Gaan we het volgende week donderdag aan de vergadering plakken? Ik zie dat de meerderheid akkoord gaat. Mijnheer Van Groos vraagt nog het woord. De heer Van Groos: Het besluit is genomen om het volgende week te koppelen aan de reguliere raadsvergadering.

Mijn inschatting is dat we dit dan die avond niet afkrijgen en dat we dan weer tegen hetzelfde probleem aanlopen. Dinsdag 16 november is er een bijeenkomst over het raadsprogramma gepland. Het mag van mij allemaal. De voorzitter: Wat mij betreft gaan we proberen het donderdag wel af te krijgen. We kunnen ook iets eerder beginnen, bijvoorbeeld om 19.00 uur of 18.30 uur. Mevrouw Schuijffel: Nee, ik werk ook nog. De voorzitter: We gaan donderdag verder en we komen nog met een tijdsvoorstel. De vergadering is geschorst tot donderdag 11 november. Dank voor vanavond. Ik vond het een positief, open gesprek. De vergadering wordt geschorst tot donderdag 11 november 2021. De voorzitter: De vergadering is heropend. Welkom bij de hervatting van de begrotingsvergadering van vorige week donderdag. Ook welkom aan alle kijkers thuis. De vergadering is via een livestream te volgen voor publiek. De heer Klapwijk heeft zich afgemeld. De heer Van den Meerendonk komt later en wellicht komt hij helemaal niet. En de heer Spohr is later. De voorstemmer is ook in deze vergadering nog de heer Lodenstijn. Vanavond is het vervolg van de begrotingsvergadering van vorige week donderdag. Ik wil even met u delen dat ik deze vergadering prettig verlopen vond, met dank daarvoor. Er was een goede sfeer en een goed onderling debat, dus dat was fijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10840769/1