Verslag begrotingsraadsvergadering 7 november 2024
Tekst van het document
We hebben die locatie zeker wel onderzocht. Daar is geen haalbaarheidsstudie of onderzoek naar gedaan. We hebben daar een goede afweging gemaakt. Voordat u vraagt, dan wil ik alle documenten zien, die zijn niet. We doen daar ons werk en dat doen we op een zorgvuldige manier. Ik wil daar meteen wel verwachtingen managen. Ik snap goed, voorzitter, als college wat Samen Waalwijk beoogt met, je moet het liefst in één keer goed doen. Ik heb willen aangeven ook in de beantwoording op de vragen van het CDA dat het college gekeken heeft naar het totaalpakket, naar de beschikbare ruimte, naar verkeer en naar parkeren, naar de voorzieningen, naar de behoeften, maar ook naar het kostenplaatje. Als de grond niet past, zou je kunnen zeggen, dan gaat u grond aankopen. Dat is een ingewikkelde en vooral een kostbaar geheel. We hebben die belangenafweging gemaakt als college. Wij zien nu kans om het op deze manier te doen en om ook te kijken om niet helemaal de sportboulevardgedachte los te laten. In onze ogen werken we daar nog steeds aan, maar hebben we wel degelijk wel alle opties revue laten passeren, een weloverwogen besluit genomen, ook gelet op de financiële situatie, om voor deze locatie te kiezen. De voorzitter: Meneer Frodyma, voldoende? De heer Frodyma: Nee, voorzitter. Ik hoorde wethouder uiteindelijk aangeven dat toch die locatie die wij hebben aangegeven niet is onderzocht.
De sportverenigingen geven zelf aan dat de locatie- Wij hebben dat ook bekeken van onze kant, niet de financiële kant, eerlijk gezegd, maar wel qua de vierkante meters en de oppervlakte. Dan zou alles makkelijk, zowel de sporthal plus de padelbanen, uitbreiding van de voetbalvelden van de vereniging zelf. Die grote die voldoen ook namelijk niet, dus dan willen we daar ook graag een uitbreiding aan geven. Met andere woorden, ik zou toch wel een beetje willen aandringen om toch maar eens even deze locatie in overweging te gaan nemen. De voorzitter: Herhaling. U heeft uw punt gemaakt, u heeft ook een punt gemaakt, dat heeft u nu nog even uitgelegd waarom u deze locatie noemt. Dan wil ik graag even het woord geven aan de wethouder of u nog iets toe te voegen hebt op wat u net hebt uitgelegd.
Notulen raadsvergadering 7 november 2024
39
Wethouder Klerx: Voorzitter, ik begrijp uit de beantwoording van de heer Frodyma dat het niet gaat over sec het sportpark Elzenhagen, maar over denk ik ook nog omliggende gronden die niet van de gemeente zijn. Dan moet je grond aankopen. Die belangenafweging heeft het college wel degelijk gemaakt. Zowel het aankopen van gronden rondom die locatie, dan wel alleen die locatie. Allebei is de revue gepasseerd in het onderzoek. Uiteindelijk hebben wij gekozen om daar niet op door te gaan. De ene omdat het niet past, de andere met name vanwege het financiële plaatje. De voorzitter: Meneer Frodyma. De heer Frodyma: Voorzitter, ik dank de wethouder en portefeuillehouder voor zijn antwoord. Bij bijvoorbeeld de tennisvereniging, om maar eventjes uit het blote hoofd te reageren, die hebben een prachtig park daar liggen, maar die kunnen niet uitbreiden. Die gronden kunnen voor uiteindelijk bouwgrond verkocht worden. Dat kan je dus natuurlijk inbrengen in het gedeelte wat je dan uiteindelijk moet aan gaan kopen. Ik weet niet hoe de wethouder zijn afwegingen daarin heeft gemaakt, maar ik blijf vinden dat het een halve oplossing is. De voorzitter: Volgens mij hebben we kennisgenomen van wat u vindt en heeft de wethouder uit proberen te leggen wat de afweging is geweest. Ik wil even kijken of we nog nieuwe argumenten moeten wisselen.
Wethouder Klerx: De opties die de heer Frodyma voorstelt, zijn zeker op onze afwegingtafel geweest. Al die dingen die de heer Frodyma zegt, hebben wij ook meegenomen in onze keuze. De voorzitter: Meneer Frodyma. De heer Frodyma: Daar zal ik het mee moet doen, voorzitter. De voorzitter: Meneer Van Groos. Mevrouw De Bruijn was eerst. Mevrouw De Bruijn. Mevrouw De Bruijn: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik heb toch even een vraag aan de wethouder. Ik heb toch begrepen dat in het verleden het terrein niet goed was, ook vanwege de inrit naar het grasveld toe. Het feit dat er parkeergelegenheden, want die vervallen straks als er gebouwd gaat worden als de oude sporthal weggaat. Dat was mede een reden, en dat het gebied veel te klein was. Wij vragen toch van, let ook op de toekomst. Kijk niet zo kort naar dit stukje. Heb lef om even op de een of andere manier toch een goede sporthal neer te zetten en straks niet te zeggen, hadden we maar. De voorzitter: Wethouder. Het is in het verlengde van meneer Frodyma. Wethouder Klerx: Voorzitter, het college wil benadrukken dat juist om deze reden is het gebied groter. In het verleden hebben we gesproken over de solitaire oplossing aan de Margrietlaan en de solitaire oplossing op de Marijkelaan. We hebben juist gekeken nu ook naar de Stationslaan, dus het gebied achter de brandweerkazerne.
In de raadsinformatiebrief is ook te zien dat het een groter gebied betreft waar we die hele puzzel moeten gaan leggen. Inderdaad, er zijn daar nu ook beachlocaties bij gekomen, dus we hebben die ruimte nodig. Het gaat over een groter gebied denk ik dan u nu bedoelt. We snappen uw zorg, voorzitter. Dat gaan we allemaal meenemen. Ik wil benadrukken, met dat gebied is het bruggetje, die is er nu niet, maar dat zouden we ons goed kunnen voorstellen, naar VV Waspik makkelijk gemaakt. Dat zit kadastraal bijna tegen elkaar aan. Die verbinding is er nu fysiek niet. Wellicht, als u daar ook bereid bent in te investeren, zou dat Notulen raadsvergadering 7 november 2024
40
best wel mogelijk zijn. Laten we niet op de muziek vooruitlopen. Laten we dit nu eerst onderzoeken. Voor ons is de belangrijkste prioriteit sporthal Waspik en de beachaccommodaties. We gaan zeker met al die andere mensen die er ook nog zijn in het Waspikse erover doorpraten. We hopen dat we het op deze manier enigszins getrapt kunnen doen. Daar zou ik het ik bij willen laten. De voorzitter: Mevrouw De Bruijn. Mevrouw De Bruijn: Ik snap wat u zegt en ik snap dat u zegt, ik wil die sporthallen snel bouwen, maar toch blijf ik zeggen, we hadden een prachtproject, daar moest inderdaad grond voor gekocht worden. Ik denk dat het zich oplevert. Ook de nieuwe wijken in Waspik die gebouwd gaan worden met huizen, brengen ook weer sporters meer. We hebben veel sporters in Waspik die nu continu op en neer moeten reizen en de bezwaren die van de inwoners komen, dan denk ik, hebben we dan een sporthal in 2035? De voorzitter: Mevrouw De Bruijn, het is weer een herhaling van de argumenten die u net hebt genoemd. Wethouder, ik zie dat u nog een keer wil reageren. Wethouder Klerx: Ik zou volmondig ja willen zeggen. In 2035 hebben we een sporthal. De voorzitter: Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een aantal punten. Ik was blij om te vernemen dat de wethouder zei dat voor het college betrouwbaarheid ook een belangrijk punt is.
Dan is wel onze vraag, waaruit moet die betrouwbaarheid dan blijken? Wat verstaat u dan onder betrouwbaarheid? Bij betrouwbaarheid hoort naar ons idee dat je je houdt aan afspraken en dat je vertelt wat je gaat doen, en niet pas achteraf, en dat je ook vertelt als je daarvan afwijkt. Vanavond horen we ineens dat het college voornemens is om een egalisatiereserve parkeren in het leven te roepen bij de jaarrekening van 2024. Volgens mij gaat de raad daarover neemt, gaat de raad ook over het besteden van het bepalen wat er met het jaarrekeningresultaat gebeurt. Het college neemt nu daarop al een voorschot door de tarieven voor parkeren meer dan kostendekkend te verhogen, zonder dat daarover iets in het raadsvoorstel staat. Laat ik een ander voorbeeld noemen. Vorig jaar hebben we een hele discussie gehad over de nieuwe Parkeerverordening, onder andere over de tweede vergunning voor mensen die in het centrum wonen. Dat bleek uiteindelijk niet juist te zijn. Een argument dat is genoemd, is, er moet een mantelzorgregeling komen door een Lokaal Belang bij monde van mevrouw Koptagel, gebruikt in de discussie, was van Lokaal Belang een belangrijk punt. Vorig jaar stond er mantelzorgregeling in de verordening. Ik ontdekte deze week dat die in maart er al uit was gehaald. We krijgen een document waar alle wijzigingen instaan, maar deze wijziging staat er niet in.
Er is met geen woord over gerept. Als je dan de vraag stelt, waarom is er geen mantelzorgregeling, dat is niet nodig want we doen dat via de bezoekersregeling. Is dat betrouwbaar handelen van het college? Ik heb daar andere opvattingen over, maar ik hoor graag waarom het college vindt dat dat betrouwbaar is. Ik stel vast, maar misschien dat de wethouder daar nog op wil reageren, dat het college Waalwijk, met de coalitie krijg ik de indruk, naar de afgrond wil brengen. Er wordt als argument gebruikt van de VNG, maar de VNG heeft volgens mij aangegeven, laat alsjeblieft voortdurend zien wat het effect is van de bezuinigingsmaatregelen van Den Haag. Notulen raadsvergadering 7 november 2024
41
VNG heeft volgens mij niet gezegd, zorg ervoor dat je alles blijft doen, zodat je in 2026 in het ravijn stort. Als je weet dat je in een ravijn moet zijn en dat je daar uitkomt, zou je ook kunnen kijken, kunnen we daar via een ander route naartoe, zonder dat we ineens meters omlaag kukelen? Het laatste punt, als het mag, voorzitter, dat is de motie Kapelsche veer. De wethouder had het over onderhoudsniveau A. Ik weet waar het vandaan komt, maar er heeft op RIS geen motie gestaan over onderhoudsniveau A. Op vragen hebben wij antwoord gekregen, dat gaat als je naar onderhoudsniveau A gaat, dan kost dat 20.000 euro. Ons heeft vanuit de VOGW, Vereniging Oorlogsgraven Waalwijk, het bericht bereikt dat er vaker mensen komen bij het monument, zelfs buitenlandse gasten, en dat de VOGW eerst zelf dan aan de slag moet om die omgeving op orde te krijgen. Net zo goed als dat bij de Mariakapel vorige week voor de viering van de 80 jaar bevrijding het groen onderhanden is genomen, is geveegd, van alles is gedaan. Dat is bij dat monument lang niet altijd het geval. De motie vraagt alleen maar om te voorkomen dat er gasten komen, zeker buitenlandse mensen die er komen vanwege het feit dat daar gevochten is door mensen van hun eenheid of door hun familie, dan zouden we denk ik die mensen eren met een schoner gebied dan dat nu het geval is.
We laten het, zo staat het in de motie, aan het college om dat te regelen. Misschien moet er dan een piepsysteem met de VOGW zijn. Volgens mij is er in dit huis ook gevraagd om daar iets aan te doen. Zoveel hoeft dat niet te kosten. Het is wel van betekenis voor de mensen die het aangaat. De voorzitter: Dit waren uw drie vragen, of twee opmerkingen en misschien een vraag? Gaat uw gang. Wethouder Klerx: Dank u wel, voorzitter. Het college onderschrijft wat de heer Van Groos onder een betrouwbare overheid bestempelt. We kunnen ons daar ook in vinden, we doen daar ook ons best voor. Het sluit niet uit dat er dan weleens wordt teruggekomen op afspraak, dat we zeggen, we hebben nieuwe inzichten opgedaan en we stellen toch voor om een andere afspraak te maken. We vertellen zoveel mogelijk wat we gaan doen, leggen daar ook verantwoording over af, maar het komt weleens voor dat je lopenderwijs gedurende het jaar ergens tegen aanloopt en je denkt, we moeten nu handelen. Daarvoor leg je dan achteraf verantwoording af. Voorzitter, voor het college hechten wij net zoveel waarde aan die betrouwbare overheid als de heer van Groos, maar het is soms zoals het is en dat je dan gaandeweg als dagelijks bestuur moet anticiperen. We vertellen dus inderdaad ook wat we gaan doen.
Vrij recente ontwikkeling, we denken aan een egalisatiereserve voor een parkeerexploitatie van gebiedsontwikkeling de Els. Die informatie hebben we zeer recent tot ons laten komen als college. Daar werd specifiek naar gevraagd. Dan kondigen we dat ook aan. Uiteraard, u gaat daarover. Daarom zeggen we ook in de beantwoording, we komen er bij u op terug en we doen u dan een voorstel. Dat wil niet zeggen dat we dat nu al gaan inregelen en klaar is Kees en u kan tekenen bij het kruisje, of niet eens. Ik vind het zo jammer dat het op deze manier geframed wordt, voorzitter. We doen ons best. Zodra we het wisten, kondigden we het aan. Nou krijgen we het verwijt dat we het al van plan waren. Als we iets van plan zijn, kondigen we het aan. Zo werkt het. Uiteindelijk als raad bent u het hoogste orgaan en u heeft het recht om voorstellen voor of tegen te stemmen. Zo werkt het nu eenmaal. Die mantelzorgregeling heeft er inderdaad eerder bij gestaan. We hebben het daar volgens mij de vorige keer exact tien jaar geleden ook zeer uitgebreid over gehad. U op uw initiatief heeft toen een amendement aangenomen om juist een bezoekersregeling voor alle inwoners te treffen. Wij hebben toen ons college geconstateerd dat die Notulen raadsvergadering 7 november 2024
42
mantelzorgregeling, die we inderdaad voornemens waren te maken, helemaal niet meer nodig is, want nu is het niet alleen voor mensen die mantelzorg nodig hebben mogelijk om zeer goedkoop te parkeren, het is nu voor iedereen in de betaald-parkeerzones, dus ook het straatparkeren, mogelijk om gebruik te maken van het zeer goedkope tarief voor iedereen. Of dat het bezoek nu mantelzorg komt verlenen, voorzitter, of op bezoek komt bij een verjaardagspartijtje. Er is een zeer ruime bezoekersregeling en in de ogen van het college kunnen we echt vrijwel niks meer doen dan wat er nu is. Dat is in onze ogen al een zeer ruimhartige regeling. Daar wordt nu ook al meer gebruik van gemaakt dan in de vorige bezoekersregeling die er was. We zien ook dat onze inwoners dat langzaamaan steeds meer eigen maken. Dan het punt, voorzitter, ChristenUnie reageerde op het feit dat het college de gemeente naar de afgrond wil brengen. Ik wil opnieuw zeggen, dat is echt niet onze intentie. De VNG heeft wel degelijk gezegd, neem nu geen rigoureuze bezuinigingsmaatregelen, maak het inzichtelijk. Bereid het voor, maar wacht tot uiteindelijk het ravijnjaar. We willen we willen zo lang mogelijk met het Rijk in onderhandeling blijven om daar ook daadwerkelijk body aan te kunnen geven. Dat is wat de VNG nog steeds vol passie doet.
Ik zou de raad mee willen geven, heb het vertrouwen dat de VNG daar op het scherpst van de snede aan het onderhandelen is met het Rijk, zeer rigoureuze maatregelingen overweegt en ook echt bereid is om in te zetten. Het gaat over een serieus probleem, dat ravijnjaar. We zijn tegelijkertijd, en dan ga ik in herhaling vallen, ook bezig om, mocht dat onverhoopt niet het geval zijn en inderdaad, het Rijk heeft al een flinke duit in het zakje gedaan, onze verwachting van het college is dat dat weleens het enige kan zijn, dan zullen we uiteindelijk ook zelf met een oplossing moeten komen. Als laatste, voorzitter, over het monument. We hebben willen aangeven als college over wat het dan kost voor onderhoudsniveau A. Het verhaal blijft hetzelfde. Als je het op deze manier verhoogt, dan wordt het duurder. We hebben voor ons gevoel een goed systeem. Daar is best wel ruimte in de budgetten om, we doen het nu zo'n circa drie keer, dus op twee vaste momenten en nog één keer als we denken dat het echt noodzakelijk is omdat we dat zelf hebben geconstateerd.
Als er echt signalen zijn, en daarvoor kan ons Fixi-systeem gebruikt worden, het meldsysteem, we hebben ook goed contact met allerlei maatschappelijke organisaties, die weten ons vaak goed te vinden, voorzitter, als die mensen willen ontvangen en ons een signaal geven dat het net wat netter moet zijn en we moeten daar even een stapje bijzetten, dan zijn we daartoe bereid. Laten we dit praktisch doen, in plaats van het onderhoudsniveau nu te verhogen voor dit monument en dan mogelijk voor alle monumenten. We denken dat we dan echt extra geld nodig hebben, omdat we geen mogelijkheden zien om het onderhoudsniveau überhaupt te verhogen. De voorzitter: Dank. Ik ga eerst even naar meneer Van Groos. Meneer Van Groos, u en de wethouder hebben verschillende beelden gewisseld over betrouwbaarheid en de afgrond. Ik kijk even of daar nog echt op nodig is, want ik weet niet of u daar uitkomt samen. Er is een specifiek antwoord op het monument gekomen. Wilt u nog iets toevoegen, vragen, reageren? De heer Van Groos: Op die punten wel, voorzitter. In ieder geval op dat punt van betrouwbaarheid. Kan de portefeuillehouder mij dan uitleggen dat er vanavond over een Parkeerverordening moet worden besloten, waarin de tarieven meer dan kostendekkend zijn en daarover niets in het raadsvoorstel staat? Terwijl de raad heeft uitgesproken, het is een raadsbesluit, dat het kostendekkend moet zijn.
Niet meer dan kostendekkend. Dat noemen wij betrouwbaar. Misschien is dat voor het college niet betrouwbaar. Probleem van dat het niks te maken heeft met betrouwbaarheid. Dat is handelen op een Notulen raadsvergadering 7 november 2024
43
verstandige manier. De raad neemt een besluit en het college voert het uit, zou ik verwachten. Welk mandaat heeft het college dan? Ik realiseer me helaas dat ik vaker dit soort punten aanhaal tijdens raadsvergaderingen. Dat schaadt mijn vertrouwen in het college. Dat heb ik meer dan eens gezegd. Als dan dingen worden goedgepraat die niet volgens raadsbesluit zijn, die niet volgens afspraken zijn, dan blijf ik daar opmerkingen over maken. De voorzitter: Dat is ook uw recht om daar opmerkingen over te maken. Ik wil even het woord geven aan de wethouder over dit specifieke voorbeeld. Wethouder Klerx: Zeker. Omdat het echt anders is, voorzitter. De raad heeft op 4 maart 2021 bij de evaluatie van het betaald parkeren bij dictum 2 uitgesproken, ik citeer, dat een mix van maatregelen moet leiden tot een minimaal kostendekkend parkeerbeleid en dat deze wijziging in het parkeerbeleid spoedig tot uitvoering moeten worden gebracht. De raad heeft wel degelijk besloten dat het minimaal kostendekkend is. We hebben inderdaad meevallers nu. Er is een klein overbudget nu ontstaan op de parkeerexploitatie. Inderdaad, op vragen van de ChristenUnie hebben we aangegeven dat we dat plusje ook zeker nodig gaan hebben met de terugval die we verwachten als we aan die totale gebiedsontwikkeling van de Els verwachten.
We hebben ook in de Parkeervisie al eerder gezegd dat op het moment dat de Els is gerealiseerd, laten we hopen dat het lukt, dan komt daar een moment dat je hier weer opnieuw naar moet kijken. Is dit dan nog steeds de uitspraak die je wil hebben, of wil je dan, want dat ging ook over de Parkeervisie, dan naar wellicht iets meer sturende maatregelen rondom parkeren in de binnenstad? Ook hier, voorzitter, wil ik benadrukken dat het college wel degelijk zeer veel waarde hecht aan afspraak is afspraak, dat we vertellen, zodra we weten wat we willen gaan doen, dat we dat ook aan de raad kenbaar maken en dat we daar dan ook conform alle regels en wetten en verordeningen die er zijn de juiste besluitvorming wat ons betreft alles aan doen om dat te laten werken. Ik wil ook benadrukken op dat laatste punt, in het raadsvoorstel van de belastingen, waar de parkeerbelasting onder andere ook over gaan, staat wel degelijk iets over de indexatie van de parkeertarieven. Dat hebben we expliciet genoemd, omdat we weten dat we afwijken van de nota van uitgangspunten. We hebben daar overigens in de kadernota ook al expliciet aandacht voor gevraagd, dat we dat voornemens zijn. Dat voeren we nu uit. Ik wil echt ontkrachten, voorzitter, dat we hier iets doen wat we niet hebben aangekondigd.
Dat hebben we al in de kadernota gedaan en dat hebben we nu opnieuw in het raadsvoorstel inzichtelijk proberen te maken. De voorzitter: Meneer Van Groos, u heeft antwoord gekregen op uw specifieke vraag. Zijn er nog andere zaken die u onder de aandacht wil brengen? De heer Van Groos: Voorzitter, de toekomst zal het leren. De voorzitter: Een cryptische afsluiting wel beetje. Mevrouw De Bruijn. Mevrouw De Bruijn: Ik weet niet of het in de tweede instantie moet of dat ik het nu kan doen, maar ik heb een vraag wat ook op financieel gebied een stuk gevolg heeft. Ik heb gevraagd over de toezegging van de aanvragen voor subsidie van Zidewinde, want die is toegezegd in het verleden toen we het erover hadden bij de volgende aanvraag. En over de Kerkvaartse haven. Als die stil blijft liggen, want die vraag hebben we gesteld, kost dat straks nog veel meer geld. Dat zou u antwoorden. Misschien hoort dat bij de andere wethouder. Notulen raadsvergadering 7 november 2024
44
De voorzitter: Deze worden door de ander wethouders van het college beantwoord. Meneer Van Groos, zie ik dat u nog iets wil zeggen? De heer Van Groos: Ja, voorzitter, want ik had drie punten en u gaf mij de gelegenheid om te reageren op het gat en de betrouwbaarheid. Kapelsche veer heb ik nog niet op gereageerd. Wethouder noemt precedentwerking voor andere monumenten. Dan denk ik dat we niet zo veel oorlogsmonumenten hebben waar geregeld mensen uit het buitenland langskomen. We hebben hier een monument achter het stadhuis, maar dat ligt binnen een gebied wat onderhoudsniveau A heeft. We hebben een monument is Sprang-Capelle, maar daar zie ik nooit buitenlandse gasten. Over welke precedentwerking heeft de wethouder dan, nog afgezien van het feit dat op zich we misschien maar moeten proberen met de oplossing die is aangedragen van, we komen er drie keer en misschien moeten we dat op basis van de piepsysteem vaker doen. Dan is dat wellicht genoeg. Ik ben wel benieuwd naar die andere monumenten. De voorzitter: Wethouder. Wethouder Klerx: Voorzitter, het college wenst die afweging over precedent niet te maken op basis van het mogelijke bezoek van internationale gasten. We vinden al onze monumenten en oorlogsmonumenten van belang. Daar heeft het college op gedoeld met precedentwerking.
Er zijn nu geen signalen bekend er zijn nauwelijks, eigenlijk geen Fiximeldingen bekend bij dit specifieke monument. Als die er wel zouden zijn, dan zouden we daar ook op anticiperen, want we hechten groot waarde aan onze monumenten en specifiek onze oorlogsmonumenten. Wij zouden het echt op deze praktische wijzen willen doen. Als het nodig is dat we op een aantal momenten, als er bijvoorbeeld internationale gasten komen, dat we daar dan ook extra aandacht voor hebben. De voorzitter: We vallen in herhaling, denk ik, want u heeft het al nog een keer herhaald. Meneer Van Groos, u had een andere wens dan de wethouder nu uitlegt. Kunt u hiermee leven of heeft u nog een andere vraag? De heer Van Groos: Ik ben zeker niet van plan om met ademen te stoppen, voorzitter. Wat de wethouder ook zegt. U vraagt mij of u ermee kunt leven. Als het antwoord nee is, dan zou ik dood moeten gaan. De voorzitter: Fijn dat u blijf leven. Gaat uw gang. De heer Van Groos: Ik blijf dat een rare uitdrukking vinden. De voorzitter: Dat is duidelijk. Gaat uw gang. De heer Van Groos: Dat is de persoon in mij. Ik kan tevreden zijn met de reactie van wethouder op dit punt en de bereidheid die hij heeft uitgesproken. Ik zal naar de VOGW terugkoppelen dat ze vooral dan gebruik moeten maken van het Fixi-systeem. Als het niet naar wens gaat, dan ziet u mij wel weer verschijnen. De voorzitter: Dank u wel.
De heer Van Groos: Als ik dan nog adem. De voorzitter: Ik hoop dat u er dan nog steeds mee kunt leven. Dan gaan we naar de beantwoording van de vragen door de wethouder Economie, meneer Frank Spierings.
Notulen raadsvergadering 7 november 2024
45
Wethouder Spierings: Dank u wel, voorzitter. In ieder geval, het college dankt u allen voor uw bijdragen en voor uw schriftelijke vragen ook de vragen hier vanavond. De bedoeling was dat wij antwoord zouden geven op amendementen en moties. In mijn portefeuilles zijn die niet op tafel gekomen. Ik heb wel in de betogen vier vragen weten te ontdekken. Misschien dat ik iets gemist heb, maar dan moet u mijn daar maar even op wijzen. De eerste vraag kwam vanuit de fractie van Samen Waalwijk met betrekking tot het idee van meneer Frodyma, via de voorzitter, voor het groen te koppelen. Ik heb daar al een paar keer met meneer Frodyma over gesproken. Daar hebben we ook best wel interesse voor, alleen het college en de stuurgroep heeft vooralsnog besloten dat we eventjes afwachten wat de Raad van State gaat doen. Daarna willen wij best in overweging nemen, waarom zou ik dat niet doen als we voor natuur zijn met zijn allen, om eventueel daar nog een mouw aan te passen, of ieder geval die wens in vervulling te laten gaan. We willen vooralsnog vol zetten op de uitspraak van Raad van State. De zitting is gepland op 10 december. We verwachten kort daarna een uitspraak. Of die positief of negatief zou zijn, we hopen natuurlijk op positief, maar dan is er in ieder geval duidelijkheid en weten we hoe we daarmee verder moeten, willen, kunnen.
De voorzitter: De andere vragen doet u straks? Dan gaan we eerst op deze in. Meneer Frodyma. De heer Frodyma: Voorzitter, dank u wel. Ik ben blij met het antwoord hierop. Kan ik dat zien, portefeuillehouder, als een toezegging van u? Kan ik dat noteren? De voorzitter: Portefeuillehouder. Wethouder Spierings: Dank u wel, voorzitter. Dat is een vraag die u aan mij stelt die ik niet met positief kan beantwoorden, om reden dat in dezen de provincie penvoerder is. Wat ik wel kan doen, is de vraag en de wens van u meenemen om het in ieder geval bespreekbaar te maken in de stuurgroep. Dat kunt u dan wel als toezegging zien. De heer Frodyma: Dan dank ik de wethouder voor dit antwoord. De voorzitter: Dank u wel. De andere vragen. Wethouder Spierings: We gaan verder. Ik heb van GroenLinksaf af via de heer Den Braven niet echt een vraag gehoord, maar ik wil er toch wel op reageren, op de toeslagen. Wij hebben toen beloofd voor de begroting met de uitvoering van de motie met wat info te komen. Het college heeft besloten om het niet mee te nemen in deze begroting, mede omdat er een externe partij nog met een onderzoekje bezig is dat uiteindelijk een rapportje op gaat leveren.
We gaan inderdaad eind Q1 aan de slag, of dan komt de uitspraak over met de correctie van vermogenstoets en een overwegingen beleidseffecten, en komen we met u daar nog over in gesprek om daar in ieder geval alle data die we hebben voor te leggen, om daar uiteindelijk een besluit op te kunnen nemen, samen met de raad. Dat was GroenLinksaf voor zover. Dan heb ik nog twee dingetjes van het CDA. De vraag met betrekking tot GOL. Daar komt u iedere keer mee terug. U krijgt van mij iedere keer hetzelfde antwoord. Vandaag heeft u van uw collega Van Groos nog een aanvulling gekregen, wat ik ook nog nooit benoemd heb, maar wel degelijk hout snijdt. Moeten we het uitstellen? Ook hier hebben we te maken met twintig stakeholders die al jaren bezig zijn. Dan kun je niet als eenzijdige partij zeggen van, we gaan het even heroverwegen. Dat werkt zo niet. We gaan vol gas Notulen raadsvergadering 7 november 2024
46
vooruit. We zitten bij de Raad van State. Alles is in voorbereiding. Tot uiteindelijk een uitspraken, of die positief of negatief is, nogmaals, als die positief is, hiep, hiep, hoi, is die negatief, dan hebben we nog wat anders te verzetten. Kerkvaartse haven, daar maakt u wat opmerkingen over. Daar gaan we mee door. Daar zijn we volop mee bezig. Sterker nog, ik heb vanmiddag de stuurgroepen samen met de collega's van de organisatie het weer aangejaagd om alles in kaart te brengen van, welke dingen hebben we nog te overwinnen? Het kost tijd. Inderdaad heeft het waterschap actie genomen om de waterveiligheid te garanderen. Die is in ieder geval geagendeerd. Dat geeft ons iets meer tijd om het allemaal goed uit te zoeken, om uiteindelijk tot een mooi project te komen. De voorzitter: Mevrouw Bruijn, u heeft nog een vraag. Mevrouw De Bruijn: Heb ik toch een aanvullende vraag aan u. Dat is, heb je ook met de ondernemers nog gesproken? Die blijven hun financiering geven? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Spierings: Dat is een continu proces. Die stakeholders hebben we ook inderdaad nodig, want anders heb ik een gat in de begroting. U kunt ervan uitgaan dat ik daar bovenop zit. De voorzitter: Dank u wel. Geen vragen meer voor deze wethouder, zie ik. Dank u wel.
Dan wil ik de wethouders Sociaal domein, de heer Slaats, vragen om antwoorden te geven die in de betogen naar voren kwamen en op eventuele moties en amendementen. Wethouder Slaats: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel aan de raadsleden voor de betogen en de inbreng. In algemene zin kan ik denk ik zeggen dat de dingen die we over het sociaal domein hebben gehoord in de bijdragen, dat we positieve dingen zien op de koers die we hebben ingezet. Het naar de voorkant halen van de werkzaamheden in het sociaal dagen, om preventief aan de slag te gaan en proberen te zorgen problemen te voorkomen in plaats van ze op te lossen. Dat in algemene zin. Ik heb een aantal vragen gehoord. De eerste vraag was van de SGP. Die ging over de begroting van Heusden en in hoeverre die vergelijkbaar is met die van de gemeente Waalwijk. Best een inhoudelijke vraag en best een ingewikkelde vraag in die zin ook. In algemene zin zou ik willen zeggen dat ik denk dat het investeren aan de voorkant, dat wat wij doen, dat dat leidt tot dat wij meer last hebben in het sociaal domein op dit moment. Tegelijkertijd moet ik ook zeggen dat er allerlei andere factoren zijn en kunnen zijn die van invloed kunnen zijn op die verschillen. Zo is het wel zo, u geeft aan dat Waalwijk Heusden vergelijkbaar zijn gemeenten, tegelijkertijd is het zo dat Heusden 8 procent minder inwoners heeft dan onze gemeente.
Daar zitten wel wat verschillen in. Desalniettemin interessante gegevens. De volgende vraag kwam van de heer Van Groos van de ChristenUnie. Deze ging met name over het boek dat hij meenam en waar hij aangaf het probleem van onze jongeren en onze jeugd. Het grote probleem van onze jongeren en onze jeugd zit in de schermpjes, in de mobieltjes, in de social media. Ik hebben met veel interesse geluisterd naar het betoog van de heer Van Groos. Ik denk dat ik aan aangeven dat het college zich ten volle inspant om de problemen van de jeugd en de jongeren zoveel mogelijk te voorkomen en, als die er zijn, op te lossen. De heer Van Groos haalde ook het traject aan dat
Notulen raadsvergadering 7 november 2024
47
we hebben met de jeugdzorg in de regio. Ook daar zit onze volle aandacht op, omdat wij dat belangrijk vinden. Wel denken wij dat mobieltjes en social media wel een probleem zijn, een probleem kunnen zijn, maar tegelijkertijd dat problemen vaak meerkoppig zijn, dus dat er wel zeker meer aanleidingen zijn voor problemen die onze jongeren en jeugd ervaren. Juist door te focus alleen op het oplossen van de problemen voor de jongeren en de jeugd, vergeten we de situatie die eromheen zit. Denk bijvoorbeeld aan het gezin. Als daar problemen spelen, kunnen we focussen op alleen de kinderen of op de jeugd, maar dan vergeten we de omgeving. Daarna heb ik nog een vraag gehad over de armoede, van het CDA, de armoedegrens. Ik denk dat het mooi om te zeggen is dat in deze begroting een voorstel zit om de inkomensgrens te verhogen van 110 naar 130 procent, waardoor meer mensen de mogelijkheid krijgen om gebruik te maken van sport, van cultuur en dat ander soort zaken, waardoor er misschien wat ruimte overblijft om weer andere dingen op te pakken of überhaupt ruimte gecreëerd wordt. Ik denk, een ander mooi voorstel of een ander mooi initiatief dat onlangs nog langsgekomen is, is dat we gestart zijn met Waalwijk Kansrijk. Dat is een samenwerking tussen veel partijen in het Waalwijkse van die zich bezighouden met dit onderwerp.
Wat we daar zien, is dat de gemeente een faciliterende rol speelt en dat we met al die partijen kijken, hoe kunnen we armoede verlichten voor iedereen die daarmee te maken heeft? Als laatste wil ik ook nog ingaan op de motie die er ligt rondom de Wmo. Het college ondersteunt de oproep om zorgvuldig om te gaan met zorgkosten, vinden we heel belangrijk en we snappen dat, zeker met het oog op de zorgkosten die hoog kunnen zijn, dat u die oproep ook doet. Wel zien we dat de wetgever ons verplicht om twee manieren voor de aanschaf van hulpmiddelen mogelijk te maken. De ene manier is via zorg in natura en de ander is via de PGB. Het is voor ons niet mogelijk om dat niet aan te bieden. Wat wij wel altijd doen, wat we belangrijk vinden, is dat we een goed gesprek voeren met de personen die de aanvraag doen. Wij willen mensen wel wijzen op de voordelen en de nadelen die zorg in natura heeft en die ook de PGB heeft. Als we bijvoorbeeld PGB-middelen aanschaffen, dan wordt het eigendom. Dat betekent ook dat onderhoud bijvoorbeeld daar ook bij hoort, verzekering van als het bijvoorbeeld over scootmobielen gaat. Daar zit meer aan. Eigenlijk hebben we geen mogelijkheid dus om die weg af te sluiten. We hebben ook geen mogelijkheid om dingen terug te vorderen, op het moment dat ze verleend zijn. Daar wil ik het bij laten. De voorzitter: Dank u wel.
We zien hier een erg betrokken redelijk nieuwe wethouder Sociaal domein. Ik merk dat het ook veel over beleid gaat. We hebben het vanavond over de begroting, dus ik wil u vragen om uw vragen ook wel echt op de begroting toe te spitsen en dat we niet vanavond een gesprek krijgen over het sociaal domein en ons beleid daarop. Meneer Tiemstra. De heer Tiemstra: Voorzitter, dank u wel. Ik zal me proberen daaraan te houden. Wethouder Slaats, dank voor uw beantwoording van alle zaken die zijn ingediend. Compliment ook daarvoor. Twee dingen waar ik op in wil gaan. U refereerde aan de vergelijking die we hebben gemaakt over de begroting sociaal domein Heusden en de gemeente Waalwijk, 57 miljoen en 71 miljoen. Terecht wijst u erop uit de gemeente Heusden 8 procent minder inwoners heeft. Als het verschil tussen 57 en 71 miljoen ook ongeveer 8 procent was of 9, dan had u mij er niet over gehoord. Ik snap dat we daar nu niet in detail op in kunnen zoomen. Vraag die wel nog even bij mij overblijft, ik heb een oproep om te kijken, wat kunt u van elkaar leren als gemeentes? Bent u van plan om daarmee aan de Notulen raadsvergadering 7 november 2024
48
gang te gaan, om dat te onderzoeken, om eens een keer met elkaar te praten, dingen naast elkaar te zetten? Dat is mijn eerste vraag. De voorzitter: Wethouder. Wethouder Slaats: Dank u wel. Dank u wel, meneer Tiemstra, voor de vraag en de verduidelijking en de mogelijkheid om mij daar nog wat meer over te zeggen. Een van de eerste dingen die ik gedaan heb als wethouder Sociaal domein, nieuw wethouder Sociaal domein, is op bezoek te gaan bij Heusden en daar het gesprek te voeren over wat zij doen, wat zij belangrijk vinden, waar ze mee aan de slag zijn. We hebben daar niet de begrotingen naast elkaar gelegd, maar wel gekeken van, hoe organiseren we dingen? Ik heb dat heel positief ervaren. Zo ervaar ik de samenwerking in de regio sowieso. Afgelopen week mocht ik nog in Loon op Zand op bezoek gaan. We proberen echt goed samen te werken, te kijken waar de mogelijkheden liggen. Om specifiek op die begrotingskosten, want als het dan alleen over kosten gaat, in te gaan, ik ben ook nog even net op onderzoek gegaan. U geeft aan, als dat alleen die 8 procent was, er liggen niet alleen lasten, maar er liggen ook baten bij. De baten die wij in het sociaal domein toerekenen, liggen 50 procent hoger dan in Heusden. In die zin is het verschil alweer veel kleiner.
Wat we ook zien, is dat het percentage dat sociaal domein in de begroting van Heusden in totaal inneemt, groter is dan dat het in Waalwijk is. Het zijn moeilijke grootheden denk ik om zo met elkaar te vergelijken. Ik zou liever met elkaar willen praten over, welke impact willen we maken en wat is daarvoor nodig? Dat gesprek voeren we met de gemeente Heusden. Dat ervaar ik als positief. Niet alleen met de gemeente Heusden, maar ook breder in de regio. De voorzitter: Dank u wel. Voldoende, meneer Tiemstra? De heer Tiemstra: Zeer uitvoerig antwoord. Dank u wel. De tweede vraag gaat over het amendement, als ik het me goed herinner, over de Wmo-hulpmiddelen. Tijdens het debat zojuist zijn in eerste termijn ontstond even de gedachte van, als het aangepast wordt, dat had met name te maken met een stukje pijn bij Lokaal Belang of een stukje onmogelijkheid om dit mee te kunnen nemen. U zegt vergelijkbare dingen. Toen ontstond ook de suggestie van, als we het voorstel aanpassen met in de zin van te bevorderen met alle fysieke hulpmiddelen en te bevorderen, tweede punt, het bevorderen hulpmiddelen na gebruik, die tekst zou iets aangepast worden. Zou u er dan wel mee kunnen leven? Dat is voor mij even een vraag uit interesse. De voorzitter: Wethouder. Wethouder Slaats: Dank dat de heer Tiemstra die vraag stelt. Dan kan ik het nog iets beter uitleggen.
De eerste twee punten zijn voor de gemeente niet uit te voeren. Wat wij wel doen, wij voeren nadrukkelijk het gesprek met de partijen om te kijken van, hoe kunnen we zorgen op zo'n goed mogelijke manier pas te maken. Sorry? De voorzitter: Laten we niet in herhaling vallen, want u heeft het net ook uitgelegd. Wethouder Slaats: Klopt, maar niet specifiek per punt. De wettelijke beperking zit op punt 1 en 2. We hebben geen mogelijkheden om de hulpmiddelen na overlijden bijvoorbeeld weer terug te vorderen zodat ze weer beschikbaar komen. Daar zouden we alleen het gesprek over kunnen voeren. Wat nog belangrijk is, ook punt 3 is ingewikkeld omdat punt 3 gaat over oneigenlijk gebruik. In dit geval spreken we namelijk niet over oneigenlijk gebruik. Het is namelijk, we verstrekken PGB op basis van de economische Notulen raadsvergadering 7 november 2024
49
levensduur die verwacht wordt met zo’n hulpmiddel. Daar schaft iemand een hulpmiddel mee aan. Dat hulpmiddel is eigendom van die persoon. Die persoon die gebruikt dat, die onderhoudt dat, die verzekert dat. Op het moment dat die persoon komt overlijden, behoort dat nog steeds tot het eigendom van die persoon. Het is geen oneigenlijk gebruik als dat daarna verkocht wordt. Is het misschien jammer? Daar kan ik zeker wel in meegaan, maar het is geen oneigenlijk gebruik. Als laatste wil ik toch nog zeggen, voorzitter, punt 4, wij zijn natuurlijk wel bezig met de transformatie in het sociaal domein. Ook in raadsvragen van de heer Klerks van de VVD hebben we aangeven dat communicatie voor ons daar echt een essentieel punt in is hoe we dat willen aanpakken. De beweging ondersteun ik. De juridische middelen om 1 en 2 uit te voeren hebben we niet. Punt 3 klopt wat mij betreft niet, omdat het niet over oneigenlijk gebruik gaat. De voorzitter: Dank u wel. Meneer Tiemstra, er is straks ook een debat geweest onderling, waarin ook al op punt 1 suggestie is gedaan voor een aanpassing, wethouder. Meneer Tiemstra, gaat uw gang. De heer Tiemstra: Voorzitter, dank u. Het is wel een wezenlijke. In deze raad wordt er goed naar de wethouder geluisterd.
Wat die ervan vindt, dat kan voor sommige fracties, met name binnen de coalitie, het verschil maken, steun ik of steun ik niet? 1 en 2 hebben we over gesproken. 3, maatregelen te nemen om deze wijze van oneigenlijk gebruik. Ik vermoed dat de pijn met name zit in de twee woordjes, deze wijze. Als er zou staan, maatregelen te nemen om oneigenlijk gebruik van Wmo-gelden in de toekomst te voorkomen, als we punt 3 zo zouden formuleren, zou die wellicht anders komen te liggen. Ik weet niet of ik dat goed begrepen heb, maar dat hoor ik graag. De voorzitter: Wethouder. Wethouder Slaats: Het ging met name om het feit dat het geen oneigenlijk gebruik is. Misschien is het ook nog goed om te duiden dat als we het hebben over PGB en zorg in natura, dat alle vragen, aanvragen en hulpmiddelen die wij krijgen, dat naar inschatting is dat 80 procent zorg in natura is. Er wordt veel verstrekt in zorg in natura. Een kleine 20 procent is PGB. Bij de gemeente zijn er geen voorbeelden bekend dat dat dat op oneigenlijke manier, wat niet zo is, maar uiteindelijk oplevert zoals in de motie verwoord is. Ik vraag me ook af in hoeverre we hier nu het gesprek voeren over iets wat vast weleens zal voorkomen en een probleem zou kunnen zijn, maar in wezenlijk maar een klein gedeelte van iets is.
In die zin zou ik ook nog zeggen, in hoeverre draagt de motie echt iets bij aan de ontwikkeling en de stap die we willen zetten? De voorzitter: Meneer Tiemstra. De heer Tiemstra: Dank u, voorzitter. Als laatste. Ik vind de motie dermate sympathiek, ik heb er niet aan meegebouwd, maar ik vind hem wel sympathiek. Als er ergens hobbels zijn in de in de tekst, woordje, kommaatje, puntje, dan wil ik graag meedenken om mensen bij elkaar te brengen. Dat is mijn insteek. Ik maak graag ruimte voor mevrouw IJpelaar, want die heeft daar meer over te vertellen, denk ik. De voorzitter: Wellicht kunt u in de schorsing uw hoofden bij elkaar steken om te kijken wat dan de tekst zou zijn die passend is. Mevrouw IJpelaar. Ik zie ook meneer Van Groos. Dan geef ik eerst mevrouw IJpelaar nog even het woord over deze motie.
Notulen raadsvergadering 7 november 2024
50
Mevrouw IJpelaar: Ik bedank de wethouder via u, voorzitter, voor het beantwoorden, het bekijken van de motie. Ik ga niet herhalen, want daar heeft de voorzitter al iets over gezegd. Ik weet heus wel het verschil tussen PGB en hulp in natura. Wij hebben het hier niet over zorg in natura, we hebben het over hulp in natura. Het is een ander verschil. Dit wordt al in Waalwijk toegepast. Het wordt al toegepast, dat als mensen een keukentafelgesprek hebben, ik mag niet herhalen, maar ik ga het toch even zeggen. Anders komen we er niet uit. De voorzitter: Mevrouw IJpelaar, wat is uw vraag? Mevrouw IJpelaar; Ik kan niet naar de vraag, want ik moet toch eventjes antwoorden op wat de wethouder zei. Het kwam bij mij een beetje over dat ik niet wist wat die twee behelzen. Daardoor zeg ik het nog een keer. Mijn vraag is, wat is het probleem dat u heeft om als mensen om een scootmobiel komen, goed de mensen uit te leggen wat de gevolgen zijn? U gaat niet vertellen dat ze kunnen kiezen, want dat weet ik dat dat niet gebeurt. U biedt ze aan om hulp in natura, maar ze hebben recht om het via PGB te doen. Ik vind dat we daar een balans in moeten gaan zoeken om de misbruik, mag ik ook niet zeggen, misbruik, zeg ik tussen haakjes, te voorkomen. Want het gebeurt.
Volgens mij heb ik straks SGP horen zeggen dat er veel geld gaan in het sociaal domein, dat we ergens moeten gaan korten en we ergens moeten zorgen dat er geld overblijft voor iedereen. Als u nu al zegt, maar dat kunnen we niet, dat kunnen we niet. De voorzitter: Volgens mij zegt de wethouder dat niet. Ik wil graag uw vraag horen. Mevrouw IJpelaar: Ik ben klaar. Ik heb de vraag gesteld. De voorzitter: Wethouder. Wethouder Slaats: Misschien nog kort om te reageren. Ik had niet het idee dat mevrouw IJpelaar dingen door elkaar haalde. Als ik die suggestie gewekt heb, dan excuses daarvoor. Dat was helemaal niet de bedoeling. Wat ik wel wil zeggen, wat ik mevrouw IJpelaar hoor zeggen, is dat ze zegt van, we doen deze dingen al. Dat is wat ik in mijn betoog ook wilde aangeven. We hebben, dat heet toch zorg in Natura, dat vind ik vervelend, maar zo wordt dat in ieder geval in min gesprekken die ik met- Het gaat over hulpmiddelen die kan je via zorg in natura of via PGB aanbieden. We hebben daar het gesprek over met de mensen, en dat gesprek is vrij intensief, om te kijken wat het best passend is voor die mensen. Daar worden ook overwegingen meegenomen die in de motie staan. Ik ben het helemaal met u eens dat we kritisch moeten kijken naar de zorgkosten, om die op een goede manier uit te voeren en dat we dan ook de samenleving om bewustzijn mogen vragen.
Zoals ik al aangeef, zijn dat dingen die we of al doen. Met name de laatste stuk, communicatie van, welke dingen die gaan we echt doen in het kader van samenredzaam, dat zijn dingen die we ook gaan doen en we ook zelf de essentie van zien hoe belangrijk dat is. Dat is wat ik wil meegeven. Voor de eerste punten heb ik juridisch de mogelijkheden niet. Ik denk, als college zouden we het ook überhaupt niet willen, omdat we ook het belang van een PGB in kunnen zien als het gaat om hulpmiddelen. De voorzitter: Voldoende? Gaat uw gang. Mevrouw IJpelaar: Ik luister wat u zegt. Als gemeente moeten we maatwerk leveren. We moeten ook zorgen dat er geen misbruik wordt gemaakt, dat woord mag ik niet noemen. Ik ga toch straks even kijken naar de motie wat ik er verder mee doe, als we Notulen raadsvergadering 7 november 2024
51
dingen nog eventueel kunnen aanpassen. Wat we nu al doen, moeten we nog sterker gaan doen, omdat te voorkomen. Ik zal het woord niet noemen. De voorzitter: U heeft net inderdaad ook een paar keer de suggestie gedaan om even de hoofden bij elkaar te steken. Dat zegt u ook weer. Prima. Mevrouw De Bruijn en dan kom ik bij meneer Van Groos. Mevrouw De Bruijn. Daarna gaan we eten. Mevrouw De Bruijn. Mevrouw De Bruijn: Ik ben kort van stof. U gaf net toe, 130 procent. Daar hebben we al jaren om gevraagd. Ik vind het college daarin top dat het dat laat staan. Er is duidelijk ook een artikel verschenen dat mensen met een minimuminkomen, werkenden, ook gaan vallen onder die 130 procent. Mijn vraag aan u is, hoe gaat u daarnaar kijken? Dan komen er meer mensen vragen, want die mogelijkheid is er dan. Hoe leg je dat uit? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Slaats: Voorzitter, ik probeer even te denken dat ik de vraag begrijp. Op het moment of iemand werkt of iemand niet werkt is voor het toekennen van de voordelen die horen bij die 130 procent geen afwijzing. Het gaat erom of dat men binnen de 130 procent van die inkomensgrens valt. Wij vinden het belangrijk dat wij die mensen kunnen ondersteunen.
Wij zien nu dat we in een relatief goede tijd leven, maar dat er nog steeds veel mensen zijn die binnen die groep vallen en dat het naar de toekomst zo kan zijn dat die groep inderdaad weleens zou kunnen groeien. Wij vinden het belangrijk om in algemene zin er voor deze mensen te zijn, omdat we hebben gezegd, de sociale basis is zo belangrijk, dat mensen mee kunnen doen met sport, mee kunnen doen moet cultuur en dat er mogelijkheden zijn om te ontplooien. Dat is de reden dat we daar in samenspraak met de raad of misschien wel op voorspraak van de raad voor hebben gekozen. De voorzitter: Mevrouw De Bruijn. Mevrouw De Bruijn: Even aanvullend. Dat snap ik, dat begrijp ik ook best. Waar het om gaat, is dat we dan straks toch mensen krijgen die in de schulden terecht gaan komen. Dan krijgen we ze toch uiteindelijk op ons dak. Mensen werken. De demotivatie om te zeggen van, dan stop ik met werken want dan krijg ik het wel, komt dan ook weer naar boven, waar we juist jaren aan werken om die weg te halen. De voorzitter: Ik wil niet een heel debat over sociaal domein gaan voeren, maar we gaan de wethouder nog even de kans geven om een laatste reactie te geven. Wethouder Slaats: Ik denk, in het kader van schulden en dergelijke, willen we natuurlijk ook van alles voorkomen. Ik denk dat die 130 regeling daar niet per se de breker of maker van is.
Ik denk dat we daar andere middelen voor hebben om daar mensen op een goede manier mee te helpen. A, om het te voorkomen en, b, als het zover is, om ze daar ook op een goede manier in te begeleiden of mee te helpen als dat mogelijk is. De voorzitter: Voldoende. Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, het sociaal domein is wel een groot domein waar veel geld naartoe gaat, ook in de begroting 2025 en ook via de kadernota weer extra geld. Ik vind het jammer dat op de motie die door Lijst IJpelaar mede namens ons is ingediend vooral juridisch is gekeken. Het juridisch argument doe ik niks aan af. Het is natuurlijk wel krom dat als vanuit de gemeenschap via belastinggeld middelen beschikbaar worden gesteld, die uiteindelijk in de portemonnee van nabestaanden verdwijnen. Moreel gezien, Notulen raadsvergadering 7 november 2024
52
kun je daar je vraagtekens bij zetten, ook al hebben de mensen het recht om wat ze in eigendom hebben verkregen te verkopen. Uiteindelijk gaat het om gemeenschapsgeld. Daar doelt de motie ook op. Mevrouw IJpelaar gebruikt daar steeds een term voor die wat ongelukkig is, maar dat is wel de achtergrond van dat punt. Ik dank de wethouder voor zijn reactie op het boek Generatie angststoornis. Ik heb gevraagd naar wat wij doen aan preventie. We zien wel steeds dat er van alles gebeurt. Natuurlijk zijn er multiproblemen. We krijgen het nooit naar 0 procent. We zaten op 6 procent. Er zijn allerlei dingen gebeurd, waardoor we nu naar 15 procent toegaan. We willen graag weer terug naar 6 procent. Het mag nog lager. Als de GGD dan bijvoorbeeld zegt, wij gaan meer aandacht besteden aan mentale gezondheid van jongeren, zonder dat concreet te maken, dan vraag ik me af, wat is de GGD dan aan het doen, om een voorbeeld te noemen. Er wordt geïnformeerd van, gebruik je alcohol, rook je, maak je gebruik van verdovende middelen? De vraag zou ook kunnen zijn, hoe zit het met je schermtijd en waar kijk je dan daar en wat doet dat met je? Ik zou graag aan die preventieve kant ook meer aandacht willen besteden en dat terug willen zien in onze stukken en documenten. Ik hoop dat we daarin de wethouder aan onze zijde zullen vinden. De voorzitter: Ik ga toch nog even reageren op wat u zegt.
U heeft gelijk dat het een groot deel van de begroting is, maar het gaat vanavond over die begroting die voorligt. U kunt het amenderen of u kunt moties indienen. Het beleid hebben we echt eerder met elkaar besproken. Dat stelden we eerder vast. Daarna stelt u kaders vast en daarna vertalen we die kaders in een begroting. Dat u daar hier vanavond nog iets over wil zeggen of wil amenderen of een motie wil indienen, dat is prima, of een politiek vraag. Daarom ben ik wat streng op dat debat voor ons sociaal domein of de koers. Ik geef de wethouder nu de kans om te antwoorden op uw vraag. Wethouder Slaats: Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat ik namens het college spreek als ik aangeef dat we de zorgen van de heer Van Groos delen op dit punt. Zoals ik in mijn eerste beantwoording wel aangaf, weet ik niet of dat de totale focus alleen op die schermtijd of dat de juiste weg is, want er zijn bredere aspecten dan alleen dat. Ik denk dat het goed is, wat wij hier bij de gemeente op dit moment doen, is dat we team Jeugd en Gezin inzetten om bijvoorbeeld bij opvoedingsvraagstukken et cetera te ondersteunen. Daar komen ook deze vraagstukken aan bod. Ik ga me met veel interesse verder ook verdiepen in de onderwerpen die de heer Van Groos heeft aangedragen. Voor degenen die graag dit boek bij de bieb willen gaan lenen, moet ik teleurstellen, want ik heb het zojuist gereserveerd.
Het is er op dit moment nog niet. Ik ben eerst nog een ander boek aan het lezen, maar als ik daarmee klaar ben, wat ook belangrijk is, dan ga ik zeker dit boek lezen en dan mag u daar maar ook later nog een keer op doorvragen. Ik deel uw zorg zeker. De voorzitter: Meneer Van Groos. De heer Van Groos: Voorzitter, ik dank de wethouder voor zijn beantwoording. Ik ga met de voorzitter niet in discussie nu over de strengheid. De voorzitter: Dank u wel. Dan zijn we nu op een moment gekomen dat ik eerst wil gaan eten voordat we de laatste paar wethouders van het college het woord geef. Het voorstel is om tot 19.15 uur te schorsen. Dan wil ik u ook vragen dat we ook echt kunnen beginnen. Dat is hier altijd een beetje een uitdaging. Ik wil graag starten om 19.15 uur. Dank u wel. We schorsen de vergadering. De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. Notulen raadsvergadering 7 november 2024
53
De voorzitter: Beste mensen, ik heropen deze vergadering. Welkom terug. Ik hoop dat u genoten heeft van een heerlijke maaltijd en weer een beetje fris en fruitig opgeladen bent voor het tweede deel van deze vergadering. We waren gebleven bij de beantwoording door het college op politieke vragen en moties en amendementen. We waren gebleven bij wethouders Schuijffel. Mag ik u uitnodigen? Wethouder Schuijffel: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een paar vragen gehoord. Die ga ik achtereenvolgens beantwoorden en daarna kom ik even terug op het amendement en de motie. De vraag van Samen Waalwijk over de windturbines en bedrijven rondom 50 procent lokaal eigendom, ik denk dat het goed is om het nog een keer uit te leggen hier. In de beleidsvisie worden nergens bedrijven uitgesloten om deel te nemen, om te participeren. We hebben in de visie expliciet aangegeven dat wij als gemeente ook vanuit de REX overigens lokale en regionale initiatieven van inwoners en bedrijven ook ruimte willen geven om deel te nemen, om te participeren. In die definitie hebben we echt wel opgenomen dat lokaal eigendom betekent dat bewoners in de buurt van het windpark en uit de lokale gemeenschap ook mede-eigenaar kunnen zijn van een zonneveld of windpark. Dat vinden we belangrijk, want het gaat daarbij over de zeggenschap over de verdeling van de lust en de lasten.
Dat is een uitspraak die de raad echt heeft ingebracht. Wij willen ervoor zorgen dat de mensen die er last van hebben, er ook de lusten van krijgen. Wij willen namelijk dus die lokale samenleving, dat draagvlak bij hen, graag overeind houden. Voor ons is het anders omschrijven van bedrijven, doordat we die de ruimte geven om ook deel te nemen, dat kan dus gewoon, alleen wel vanuit die gedachte van dat lusten en lasten voor de omwonenden en de bewoners. Wat we wel willen doen, is in de spelregels van de selectieleidraad opnemen dat in de projectplannen specifiek invulling moet worden gegeven aan hoe Waalwijkse bedrijven kunnen participeren. Wij willen daarbij wel dus echt vasthouden aan de bedoeling van dat lokaal eigendom, zoals ook vastgelegd in zowel de kadernota als de beleidsvisie. Dat is dat een aanzienlijk deel, dus tenminste 50 procent in lokaal eigendom, van de revenuen terug dienen te vloeien naar de lokale samenleving, met als voorwaarde dat de sociale cohesie in de samenleving geborgd blijft. Daarmee willen we zeggen dat we omwonenden vooropzetten als mede-eigenaar. Dat wil dus niet zeggen dat we bedrijven uitsluiten om mede-eigenaar te worden, maar hun bijdrage moet wel aansluiten bij de geformuleerde context zoals ik die net heb geschetst.
Dat de gemeente zelf ook kan optreden als achtervang, dus als de initiatiefnemer er niet in slaagt om voldoende lokaal eigenaarschap te realiseren, dat is onderdeel van ons coalitieakkoord en bedoeld om daarmee ook de haalbaarheid te vergroten en niet om bedrijven als mede-eigenaar uit te sluiten. Dat is in ieder geval de richting die ik nu wat uitgebreider heb verteld. Dat heb ik al eerder in deze raad ook verteld, maar toen wat korter. Ik begrijp dat er een vraag is. De voorzitter: Meneer Frodyma, wilt u daarop reageren? De heer Frodyma: Voorzitter, dank u wel. Een eenvoudige vraag, die ook gesteld is uiteindelijk in de brief van 22 augustus van alle operaties. Dan ga ik hem nog een keer maar stellen voor alle duidelijkheid dan. Kunnen bedrijven in het lokaal eigendom participeren? Punt. Niks meer, niks minder. De voorzitter: Heeft de wethouder daar geen antwoord op gegeven zojuist? De heer Frodyma: Voorzitter, het was een verhaal, maar ik wil graag duidelijk hebben op dat punt.
Notulen raadsvergadering 7 november 2024
54
De voorzitter: Ja of nee, wethouder? Wethouder Schuijffel: Ik heb daar antwoord op gegeven. De heer Frodyma: Dan kunt u alleen antwoorden, ja of nee. Wethouder Schuijffel: In principe kan dat. De heer Frodyma: Principe, daar heb ik ook niks aan. Gewoon ja of nee. De voorzitter: Via de voorzitter graag even of u het woord mag hebben. We doen het even rustig aan. Ik begrijp dat u antwoord wil. De wethouder zegt dat ze antwoord heeft gegeven. Gaan we nog een keer terug en we gaan niet proberen te herhalen. Wethouder. Wethouder Schuijffel: In de beleidsvisie en in kadernota die hier in de raad zijn geweest, hebben wij bedrijven niet uitgesloten om te participeren. Het is wel zo dat in deze notities, beide notities, is opgenomen dat het 50 procent lokaal eigendom in de context moet worden gezien als dat we zoveel mogelijk de lusten en lasten van windturbines willen laten landen bij de bewoners, dus de omwonenden en de inwoners van onze gemeenschap. Daarmee sluiten we niet uit dat bedrijven niet kunnen participeren. We hebben nu net aangegeven dat we in de spelregels van die selectieleidraad, dus we gaan kijken wat het beste voorstel is voor onze inwoners, dat we opnemen dat in die projectplannen ook specifiek invulling moet worden gegeven aan hoe Waalwijkse bedrijven kunnen participeren.
In mijn beleving zeg ik daarmee, ja, Waalwijkse bedrijven kunnen participeren, maar wel binnen een aantal voorwaarden. De voorzitter: Meneer Frodyma. De heer Frodyma: Voorzitter, het is een herhaling van het antwoord dat ik daarstraks kreeg. Laat ik het dan maar in een voorbeeldje aangeven. Ik ga het proberen in een voorbeeldje te gieten. We hebben 9 windmolens die straks uiteindelijk hier in Waalwijk zouden gepland kunnen worden. 4,5 windmolen valt toch onder lokaal eigendom. Dat is omgerekend 50 miljoen, daar 30 procent van voor de investering daarvan, dat hebben de coöperaties nodig, is 15 miljoen. Dan deel ik het maar eventjes door 25.500, 51.000 inwoners hebben we, laten we het even delen door 2, dan kom ik uit op 600 euro, als we bedrijven niet meenemen, 600 euro per gezin. Dat zou dan 25.500 keer uiteindelijk moeten gebeuren hier in Waalwijk. Dat gaat niet gebeuren. Dat kan ik u nu al op een briefje geven. De voorzitter: Wat is uw punt? De heer Frodyma: Kunnen daar nu bedrijven daarin participeren? De voorzitter: Ik hoor de wethouder ja zeggen. De heer Frodyma: Er waren allerlei mitsen en maren en er wordt een heel verhaal verteld. Ik leg het nu uit aan de hand van een voorbeeldje. Volgens mij is dat give or take. De voorzitter: U kunt mijn gezicht zien. Ik geloof niet dat ik het helemaal begrijp. Misschien dat de wethouder het wel begrijpt.
Wethouder Schuijffel: Meneer Frodyma heeft een rekensommetje gemaakt en hij concludeert daaruit dat het niet gaat lukken. Dat vind ik al redelijk voorbarig. Dat is één. Notulen raadsvergadering 7 november 2024
55
Ten tweede vraag ik me even af of het rekensommetje klopt. Ten derde sluiten wij bedrijven niet uit. Meer kan ik er niet over zeggen nu. De voorzitter: Geen herhaling. Zijn er nog aanvullende vragen? De heer Frodyma: Ik geef het op. De voorzitter: Dat is jammer. Als u een aanvullende vraag heeft, kan dat. Dank u wel. Wethouder, de andere vragen en motie. Wethouder Schuijffel: Even kijken. Er waren nog twee vragen. Er was een vraag over het Klimaatkwartier, alleen ben ik even kwijt van wie die was. Ik vermoed van de VVD. Daar werd gevraagd of het Klimaatkwartier, dat dat een beetje uit de lucht kwam vallen. Dat is niet het geval. Ik kan me voorstellen dat u de connectie niet eenmaal heeft gemaakt. Dit is namelijk benoemd in de Transitievisie Warmte als spoor D. Het kenniscentrum werd het toen genoemd. Dat is ook vastgesteld door de raad in december 2021. Er wordt ook nader uitgewerkt vanuit de aanpak Verduurzaming bedrijventerreinen. Daar loopt ook een helder traject. Ik heb u meerdere keren ook over de voortgang van dat project geïnformeerd. De huidige werknaam, dus het heette kenniscentrum, de huidige werknaam die ze nu hebben is Klimaatkwartier. Het is niet iets anders, het is gewoon een andere naam. Op dit moment zijn we aan het kijken naar de businesscase hoe die uitgewerkt kan worden. Wij gaan ervan uit dat het een gezamenlijk project is.
Als er ook gemeentelijke bijdrage nodig is of blijkt, dan komen we ook bij uw raad terug. Dan kunt u daarover beslissen of u dat een goed idee vindt. Dan heb ik de vraag van CDA over Sociaal Cultureel Centrum Zidewinde. Ik neem wel een beetje afstand van de term erbarmelijk, maar daar wil ik verder geen woord aan vuil maken. Wat ons betreft, nemen we de signalen die worden afgegeven, die al zijn afgegeven door Sociaal Cultureel Centrum Zidewinde, inderdaad erg serieus. Wat speelt, is dat we dit jaar voor Zidewinde het sociaal cultureel centrum ook een plan zouden maken, onder andere de verduurzaming van het pand, en dat we dan eventueel ook in het voorjaar van 2025 een DUMAVA-subsidie zouden aanvragen. Uw raad heeft ons echter opdracht gegeven om, voordat we al die substantiële investeringen gaan doen, eerst een integrale visie te maken op het Zidewindegebied. Dus de sporthal, het sociaal cultureel centrum en het zwembad. Dat betekent, in die afweging maak je niet alleen een technische afweging voor het pand, maar ook maatschappelijk en sociale afwegingen. Dat heeft helaas wat tijd nodig. Wat we wel doen, is dat we op dit moment kijken wat we kunnen doen aan die geuite zorgen ook van Sociaal Cultureel Centrum Zidewinde, waarbij wij nu, en ik hoop dat u snapt waarom, enigszins terughoudend zijn met grote investeringen.