RV Zienswijze en toestemming Gemeenschappelijke Regeling Regiovervoer Midden-Brabant
Tekst van het document
Raadsvoorstel Dossier:
124346
Datum collegevergadering: Onderwerp:
14 april 2026 Zienswijze en toestemming Gemeenschappelijke Regeling Regiovervoer Midden-Brabant
0. Adviespunten/beslispunten Het college stelt de raad voor om: de zienswijze op de concept-Gemeenschappelijke Regeling Regiovervoer Midden Brabant vast te stellen, inhoudende dat: 1. de raad positief staat tegenover het formaliseren van de bestaande samenwerking; 2. de raad onderschrijft dat de voorgestelde Gemeenschappelijke Regeling de huidige, goed functionerende werkwijze borgt; 3. de raad het van belang vindt dat de afspraken rond bevoegdheden, verantwoordelijkheden en financiën helder worden vastgelegd.
1. Aanleiding? Regiovervoer Midden-Brabant is een samenwerking van acht gemeenten, waaronder Waalwijk en de provincie Noord-Brabant, gericht op de uitvoering van doelgroepenvervoer waaronder Wmo-, leerlingen- en jeugdhulpvervoer. De huidige samenwerking is gebaseerd op een verouderde Dienstverleningsovereenkomst (2014) en samenwerkingsovereenkomst (2015), die juridisch niet meer toereikend zijn en daarmee onvoldoende basis bieden voor de huidige uitvoering. Uit recente juridische en financiële audits van AKD en Adlasz blijkt dat actualisatie noodzakelijk is om de samenwerking rechtmatig en toekomstbestendig te borgen. Daarom zijn een nieuwe Gemeenschappelijke Regeling (GR) en een nieuwe Dienstverleningsovereenkomst (DVO) opgesteld. De concept-GR wordt, conform de Wet gemeenschappelijke regelingen, ter zienswijze aan de gemeenteraad voorgelegd.
2. Wat willen we bereiken? Met dit voorstel wordt beoogd om: • de huidige samenwerking te bestendigen. De manier waarop de gemeenten nu al jaren samen het regiovervoer organiseren blijft in stand; de afspraken worden alleen beter vastgelegd. • meer duidelijkheid te geven over taken en verantwoordelijkheden. Door de afspraken opnieuw te formuleren wordt helder wie waarvoor verantwoordelijk is en hoe besluiten worden genomen. Dit sluit aan bij de aanbevelingen uit de juridische en financiële audits. • de samenwerking een stevige, toekomstbestendige juridische basis te geven. Hiermee wordt geborgd dat het regiovervoer rechtmatig, zorgvuldig en op een uniforme manier blijft worden uitgevoerd. 1
•
•
de raad de mogelijkheid tot zienswijze te geven voordat de regeling wordt getroffen. Dit is de formele stap waarin de raad kan aangeven welke aandachtspunten zij mee wil geven aan het college voor de verdere regionale besluitvorming met dit besluit wordt beoogd om het regiovervoer voor de inwoners, die daarvan afhankelijk zijn, onveranderd voort te zetten
3. Argumenten/Overwegingen 1.1 De voorgestelde GR borgt de bestaande, goed functionerende samenwerking. Uit de juridische audit (AKD) en financiële audit (Adlasz) blijkt dat de samenwerking goed loopt, maar juridisch onvoldoende is vastgelegd. De nieuwe GR verandert niets inhoudelijks aan de huidige werkwijze; het legaliseert en verduidelijkt slechts het bestaande. 1.2 Het formaliseren van bevoegdheden en verantwoordelijkheden is noodzakelijk. De juridische audit concludeert dat de huidige situatie een hybride vorm is van een ‘regeling zonder meer’ en een ‘gemeenschappelijk orgaan’, wat juridisch niet houdbaar is. De keuze voor een gemeenschappelijk orgaan sluit het beste aan bij de uitvoeringspraktijk van de afgelopen jaren. 1.3 De GR versterkt transparantie en rechtszekerheid. De GR maakt besluitvorming, mandatering en financiële afspraken expliciet, voorkomt risico’s voor Tilburg als opdrachtnemer en legt de rolverdeling helder vast. Dit volgt aanbevelingen uit beide audits. 1.4 Versneld traject zonder zienswijze is beoordeeld, maar niet passend. Hoewel in de regionale procesbeschrijving ook een versnelde route zonder zienswijze wordt genoemd, past deze variant niet bij de voorliggende situatie. Het betreft hier het vaststellen van een nieuwe GR die de juridische basis vormt onder een regionale samenwerking met bestuurlijke en financiële impact.
De Wet gemeenschappelijke regelingen geeft de raad de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen, voordat colleges de GR kunnen vaststellen. Gezien het belang van zorgvuldige besluitvorming en het feit dat de audits juist benadrukken dat duidelijke vastlegging en juridische borging noodzakelijk zijn, is ervoor gekozen de reguliere zienswijzeroute te volgen. 1.5 Er zijn verder geen realistische inhoudelijke alternatieven. De regio heeft al vastgesteld dat het huidige samenwerkingsmodel inhoudelijk goed functioneert. Een alternatief zoals uitbesteding aan de markt is eerder onderzocht en afgevallen, onder meer vanwege verlies van publieke sturing en grotere afhankelijkheid van externe partijen. Daarom richt het voorstel zich uitsluitend op het formaliseren van de bestaande werkwijze.
4. Financiën De kosten voor de uitvoering van het regiovervoer, inclusief de werkzaamheden van het Bureau Regiovervoer, worden regionaal gedragen door de deelnemende gemeenten en de provincie Noord-Brabant op basis van een afgesproken verdeelsleutel. De gemeente Tilburg voert deze werkzaamheden uit en brengt de kosten conform deze verdeelsleutel in rekening bij deelnemende partijen. In de huidige meerjarenbegroting is een structureel uitvoeringsbudget opgenomen voor de bezetting van het Bureau Regiovervoer van €1.076.988,-. Hiervan bedraagt het aandeel van de gemeente Tilburg €575.542,- en het restant ad €501.446,- wordt op basis van de verdeelsleutel verdeeld over de aangesloten regiogemeenten, waaronder Waalwijk. De kosten worden verdeeld volgens de bestaande verdeelsleutel. 2
Er zijn géén aanvullende financiële gevolgen voor dit raadsbesluit.
5. Risico’s 1. Regionale besluitvorming kan vertragen. Bij vertraging in de besluitvorming bij de partnergemeenten kan de definitieve vaststelling van de GR opschuiven. 2. Politieke verschillen tussen gemeenten kunnen tot aanpassing van de GR leiden. De GR wordt regionaal vastgesteld, waardoor verschillen in zienswijzen kunnen leiden tot aanpassingen. 3. De invloed van individuele gemeenten op de besluitvorming wordt meer afhankelijk van regionale afstemming. Besluiten worden in regionaal verband genomen. Individuele gemeenten hebben hierdoor minder directe sturingsmogelijkheden en zijn afhankelijk van gezamenlijke besluitvorming met de andere deelnemende partijen.
6. Participatie 1. Er is geen inwonersparticipatie, omdat het een bestuurlijk-juridisch traject betreft. Wel is intensief afgestemd met alle regiogemeenten, provincie en de ambtelijke adviesstructuren. 2. Indien raadsleden tijdens de behandeling van dit voorstel verduidelijkende of technische vragen hebben over de concept-GR of het regionale proces, worden zij verzocht deze in eerste instantie via de eigen wethouder te stellen. Deze lijn zorgt ervoor dat beantwoording regionaal wordt afgestemd en voorkomt dat dergelijke vragen in de zienswijze worden opgenomen. De zienswijze richt zich uitsluitend op de inhoudelijke punten die de raad mee wil geven aan het college en de Stuurgroep.
7. Bijdrage aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s) De gemeente Waalwijk zich heeft gecommitteerd aan de 17 duurzaamheidsdoelen van de Verenigde Naties (SDG's). Met de besluitvorming op basis van dit raadsvoorstel wordt bijgedragen aan tenminste 3 duurzaamheidsdoelstellingen. Hieronder wordt aangegeven op wel(e) duurzaamheidsdoel(en) het raadsvoorstel betrekking heeft en indien mogelijk in welke mate. 1. SDG 10 Ongelijkheid verminderen Het regiovervoer is gericht op inwoners die niet zelfstandig in hun vervoer kunnen voorzien, zoals leerlingen, inwoners met een Wmo-indicatie en jongeren in het jeugdhulpvervoer. Door het beschikbaar stellen van passend vervoer wordt hun toegang tot onderwijs, zorg en maatschappelijke participatie geborgd. 2. SDG 11 Duurzame steden en gemeenschappen Door het regionaal organiseren en bundelen van doelgroepenvervoer wordt efficiënt en samenhangend vervoer gerealiseerd, wat bijdraagt aan bereikbaarheid en een inclusieve samenleving waarin inwoners kunnen deelnemen. 3. SDG 17 Partnerschap om doelstellingen te bereiken De samenwerking tussen de acht gemeenten en de provincie Noord-Brabant vormt de basis voor het gezamenlijk organiseren en verbeteren van het regiovervoer.
3
8. Fatale beslisdatum Besluitvorming door de gemeenteraad dient vóór het zomerreces plaats te vinden in verband met de regionale planning. De behandeling in de raadsvergadering van 25 juni 2026 sluit hierop aan.
9. Vervolgstappen Na besluitvorming door de gemeenteraad worden de zienswijzen vanuit de deelnemende gemeenten regionaal verzameld en beoordeeld. Deze zienswijzen worden in de zomer van 2026 verwerkt. Indien nodig wordt de tekst van de Gemeenschappelijke Regeling hierop aangepast. Vervolgens wordt de regeling opnieuw aan de raden voorgelegd voor het verlenen van formele toestemming. Het streven is om deze besluitvorming in het najaar van 2026 af te ronden, waarna de colleges overgaan tot definitieve vaststelling van de Gemeenschappelijke Regeling en de Dienstverleningsovereenkomst. Communicatie verloopt via de gebruikelijke regionale lijnen. Het betreft een bestuurlijke aangelegenheid zonder directe impact voor inwoners. De uitvoering van de DVO wordt jaarlijks geëvalueerd via het Opdrachtgeversoverleg, waarin de deelnemende gemeenten en provincie zijn vertegenwoordigd. De GR kent daarnaast reguliere evaluatiemomenten binnen de governance-cyclus.
10. Bijlagen Bijlage Concept GR Gemeenschappelijk Orgaan Regiovervoer
HET COLLEGE VAN WAALWIJK de secretaris,
de burgemeester,
Michel Tromp
Sacha Ausems
Voorgeschiedenis: Niet van toepassing
4
De raad van de gemeente Waalwijk; gezien het voorstel van het college van Waalwijk van 14 april 2026,
BESLUIT: de zienswijze op de concept-Gemeenschappelijke Regeling Regiovervoer Midden Brabant vast te stellen, inhoudende dat: 1. de raad positief staat tegenover het formaliseren van de bestaande samenwerking; 2. de raad onderschrijft dat de voorgestelde Gemeenschappelijke Regeling de huidige, goed functionerende werkwijze borgt; 3. de raad het van belang vindt dat de afspraken rond bevoegdheden, verantwoordelijkheden en financiën helder worden vastgelegd. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 25 juni 2026. DE RAAD VAN WAALWIJK de griffier,
de voorzitter,
Jeroen Deneer
Sacha Ausems
1