RV Wijziging doordecentralisatieovereenkomsten voortgezet onderwijs
Tekst van het document
Raadsvoorstel Dossier:
2022-057673
Datum collegevergadering: Onderwerp:
Wijziging doordecentralisatieovereenkomsten voortgezet onderwijs
0. Adviespunten/beslispunten In te stemmen met de wijziging van: 1. De Overeenkomst tot doordecentralisatie van huisvestingsvoorzieningen in het voortgezet onderwijs Waalwijk, Dr. Mollercollege en De Walewyc; 2. De Overeenkomst tot doordecentralisatie van huisvestingsvoorzieningen in het voortgezet onderwijs Waalwijk, SG De Overlaat; 3. De Overeenkomst tot doordecentralisatie van huisvestingsvoorzieningen in het voortgezet onderwijs Waalwijk, Willem van Oranje College en 4. De Overeenkomst tot doordecentralisatie van huisvestingsvoorzieningen in het voortgezet onderwijs Waalwijk, MET Praktijkonderwijs
1. Aanleiding? De gemeente Waalwijk heeft in 2005 de uitvoering van de wettelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting doorgedecentraliseerd aan de schoolbesturen voor voortgezet onderwijs. De afspraken hierover zijn neergelegd in tussen gemeente en schoolbesturen gesloten DDC-overeenkomsten. De afgelopen periode is in overleg met de schoolbesturen geconstateerd dat het wenselijk is om de overeenkomsten op enkele onderdelen te wijzigen. Op grond van artikel 76 van de Wet op het voortgezet onderwijs is de besluitvorming over de wijziging van de overeenkomsten een bevoegdheid van de gemeenteraad.
2. Wat willen we bereiken? Het actualiseren en aanpassen van de DDC-overeenkomsten.
3. Argumenten/Overwegingen a. De doordecentralisatie wordt door de schoolbesturen als positief ervaren. De schoolbesturen ervaren de situatie sinds de doordecentralisatie als positief en succesvol. Schoolbesturen hebben meer vrijheid en kunnen huisvestingskeuzes maken ten aanzien van hun schoolgebouwen die passen bij het onderwijskundige concept van de betreffende school. Schoolbesturen ervaren meer flexibiliteit in de onderwijshuisvesting ten opzichte van de situatie van het toepassen van de gemeentelijke huisvestingsverordening. b. De DDC-overeenkomsten dienen op een aantal onderdelen te worden geactualiseerd. b.1 Algemeen In overleg met de schoolbesturen is geconstateerd dat de DDC-overeenkomsten op de volgende punten aanpassing behoeven: Kadastrale gegevens gebouwen In de huidige DDC-overeenkomsten zijn nog kadastrale kaarten en plattegronden van de ‘oude’ gebouwen opgenomen. Ten behoeve van de actualisatie van de overeenkomsten hebben de besturen van Willem van Oranje Scholengroep en OMO Scholengroep De Langstraat de ‘nieuwe’ gegevens aangeleverd voor de gebouwen die zijn gebouwd na 2005. 1
Recht van eerste koop In de huidige DDC-overeenkomsten is opgenomen dat de koopprijs voor de gemeente gelijk is aan de economische waarde van het gebouw. Aan de schoolbesturen is voorgesteld om dit uitgangspunt te wijzigen: de gebouwen kunnen worden overgenomen tegen de boekwaarde behorende bij het moment van overname. Bij de doordecentralisatie is een rekenmethode bepaald op basis waarvan het bedrag per leerling als vergoeding is berekend. In deze methode zijn de investeringsomvang en onderdelen alsook de afschrijvingsmethodiek beschreven. Op deze wijze kan berekend worden wat op enig moment de boekwaarde zou moeten zijn. Het voorgaande betekent dat niet gekeken wordt naar de werkelijke boekwaarde. Het schoolbestuur kan er immers voor gekozen hebben om anderszins af te schrijven of zelfs meer/minder te investeren. In deze opzet wordt dus gekozen voor de boekwaarde overeenkomstig de oorspronkelijke financiële planning uit 2005. Mocht inmiddels een volgende vernieuwingsfase aan de orde zijn, dan zal overeenkomstig de methode uit 2005, eenzelfde soort berekening worden gemaakt en vooraf worden vastgesteld, zodat ook daarin helder is wat het verloop van de boekwaarden is. Adequate (duurzame) huisvesting In de huidige overeenkomsten is opgenomen dat het bevoegd gezag zorgt voor adequate huisvesting, hierbij is echter geen beschrijving van de definitie adequaat opgenomen.
In de overeenkomsten wordt hiervoor een definitie opgenomen. Sportvelden De kosten voor de huur van de sportvelden maken onderdeel uit van het in het kader van de DDC-overeenkomsten te betalen bedrag per leerling. Omdat in de loop der jaren veel verschil is ontstaan in tarieven en afspraken rondom het gebruik van de sportvelden door het onderwijs is in 2019 besloten tot het harmoniseren van de tarieven én de vergoedingen. Het voorstel is om de financiële consequenties van deze harmonisatie, die reeds zijn verwerkt in het voorjaarsbericht 2020, mee te nemen bij de actualisatie van de overeenkomsten. Structurele informatie delen met de gemeente In de huidige overeenkomst is opgenomen dat het schoolbestuur eens per 5 jaar een huisvestingsplan en meerjarenonderhoudsplan aan het college dient te overleggen. Geconstateerd is dat het meerwaarde heeft om af te spreken dat het schoolbestuur eens per 4 jaar een inspectierapport NEN 2767 aan de gemeente overlegt. Een dergelijk rapport beschrijft op objectieve en éénduidige wijze de technische staat van gebouwen en installaties. Dit gebeurt middels ‘conditiemeting’. Conditiemeting is een gestandaardiseerde methode voor het registreren, kwalificeren en kwantificeren van gebreken aan bouwdelen. Uit het te overleggen inspectierapport moet blijken dat het gebouw minimaal conditie 3 (het gebouw heeft een redelijke conditie) scoort.
Garantstelling financiering gemeente De schoolbesturen hebben gevraagd om in de overeenkomsten op te nemen dat de gemeente een garantstelling van de financiering afgeeft wanneer de besturen gaan investeren. In de concept-overeenkomsten tot wijziging is een artikel opgenomen waarin is geregeld dat het schoolbestuur de gemeente kan verzoeken tot het verstrekken van een gemeentegarantie ter zekerheid voor nakoming van een door het schoolbestuur aan te gane lening voor het realiseren van een huisvestingsvoorziening / de gemeente een dergelijk verzoek dan zal toetsen aan het op dat moment van toepassing zijnde gemeentelijk Treasurystatuut. Periodieke evaluatie De doordecentralisatieovereenkomsten voorzien niet in (vaste) evaluatiemomenten. Wel is (in artikel 7) geregeld in welke situaties (bijvoorbeeld wezenlijke wijzigingen in wet- en regelgeving, wezenlijk wijziging in uitkering gemeentefonds die gemeente ontvangt etc.) partijen met elkaar in overleg treden. Schoolbesturen en gemeente hebben geconstateerd dat het goed is om eens in de vijf jaar de uitvoering van de overeenkomst te evalueren. In de concept-overeenkomsten tot wijziging is dit nu nader geregeld. Bijlage 1 bij overeenkomst 2
In 2005 is op basis van de methode van de netto contante waarde berekend wat de het jaarlijkse bedrag per leerling moet zijn, waarbij deze vergoeding jaarlijks wordt geïndexeerd. Bij één van de schoolbesturen bestaat behoefte aan een nadere toelichting op de berekeningssystematiek. Het voorstel is om deze toelichting op te nemen in bijlage 1 (beschrijving bedrag per leerling). b.2 De overeenkomsten per schoolbestuur Overeenkomst OMO: De op 15 september 2005 tussen gemeente en Vereniging Ons Middelbaar Onderwijs voor wat betreft de huisvesting van de scholen De Walewyc en Dr. Mollercollege gesloten doordecentralisatieovereenkomst is op 4 januari 2012 gewijzigd in verband met het feit dat de in de overeenkomst opgenomen gymvoorziening niet door het bevoegd gezag, maar door de gemeente werd gerealiseerd. De onder b.1 opgenomen onderwerpen zijn opgenomen in bijgevoegd tekstvoorstel. Bijlage 2 van de overeenkomst wordt vervangen: hierin worden de kadastrale gegevens (uittreksel) en een schematische weergave van het gebouw Olympiaweg 8 opgenomen.
Overeenkomst SG De Overlaat Met betrekking tot de op 15 september 2005 tussen gemeente en Stichting de Overlaat gesloten doordecentralisatieovereenkomst is in februari 2015 afgesproken om bij de eerstvolgende wijziging van de overeenkomst artikel 5.2 onder a aan te passen en voor wat betreft het eerste recht van koop van de sporthal uit te gaan van 55,5% van de op dat moment geldende economische waarde. Als gevolg van het hierboven onder b.1 onder “eerste recht van koop” aangegeven voortschrijdend inzicht wordt dit 55,5% van de boekwaarde. De onder b.1 opgenomen onderwerpen zijn opgenomen in bijgevoegd tekstvoorstel. Overeenkomsten Willem van Oranje Scholengroep (Willem van Oranjecollege en MET Praktijktonderwijs) Sinds 1 januari 2022 valt MET Praktijkonderwijs onder het bestuur van Willem van Oranje Scholengroep. De op 15 september 2005 tussen gemeente en (destijds) Stichting Willem van Oranje, nu Willem van Oranje Scholengroep, gesloten doordecentralisatieovereenkomst voor de huisvesting van het Willem van Oranje College is op 26 april 2016 gewijzigd in verband met het feit dat het Willem van Oranjecollege sinds 1 augustus 2015 een nevenvestiging voor de Internationale Schakelklas heeft en de gemeente een zorgplicht heeft voor de huisvesting van deze onderwijsvoorziening.
Met betrekking tot de op 15 september 2005 tussen gemeente en (destijds) Stichting Praktijkonderwijs De Loint gesloten doordecentralisatieovereenkomst is in 2013 de afspraak gemaakt dat de in bijlage 1 voor het leerlingenaantal opgenomen bandbreedte wordt gewijzigd van 4% naar 10%. Willem van Oranje Scholengroep ontvangt voor het Willem van Oranje College en MET Praktijkonderwijs een beperkte doordecentralisatievergoeding. De reden hiervan is dat destijds bij de nieuwbouw van beide scholen is gekozen voor het zogenaamde leveringsmodel. Dit is vanuit fiscale overwegingen ingezet met de doelstelling om de btw op de investering terug te kunnen ontvangen. Dit voordeel was alleen mogelijk als de gemeente bouwheer was. Daarmee zijn de lasten van de investeringen op de balans van de gemeente gekomen in plaats van die van het schoolbestuur. Het beoogde voordeel is niet mogelijk gebleken omdat de fiscus niet akkoord is gegaan met de opzet. De investeringen zijn echter wel door de gemeente gedaan. Omdat de gemeente de kaptaallasten heeft, is destijds met beide schoolbesturen afgesproken om de vergoeding op dit onderdeel te verlagen en alleen de OZB en de opstal- en inventarisverzekeringen te vergoeden. Na 40 jaar (in 2045) ontvangen de besturen de volledige doordecentralisatievergoeding.
Willem van Oranje Scholengroep heeft gevraagd om evenals bij OMO Scholengroep De Langstraat en SG De Overlaat, reeds nu te kunnen beschikken over het volledige bedrag, waarbij de boekwaarde van de gemeente wordt overgenomen. Op basis van uitgevoerde interne berekeningen is met het schoolbestuur overeengekomen dat deze harmonisatie niet plaats vindt en de huidige systematiek gehandhaafd blijft. 3
Geconstateerd is dat de kosten die Willem van Oranje Scholengroep op dit moment voor beide gebouwen maakt voor OZB en de opstal- en inventarisverzekeringen hoger is dan de vergoeding die van de gemeente ontvangen wordt. Met het oog op de gemeentelijke zorgplicht zijn hierover in bijgevoegd tekstvoorstellen nadere afspraken gemaakt. De onder b.1 opgenomen onderwerpen zijn opgenomen in bijgevoegd tekstvoorstellen. De bijlages 2 van de overeenkomsten worden vervangen: hierin worden de kadastrale gegevens (uittreksel) en een schematische weergave van het gebouw De Gaard 4 en Burgemeester van Casterenstraat 41 (overeenkomst Willem van Oranje College) en de kadastrale gegevens (uittreksel) en een schematische weergave van het gebouw Koetshuislaan 1 (overeenkomst MET Praktijkonderwijs) opgenomen.
5. Financiën De meerkosten van de ophoging van de vergoeding voor OZB en verzekeringen voor Met Praktijkonderwijs en Willem van Oranje Scholengroep bedragen in totaal € 13.500. Deze kosten kunnen ten laste van begrotingspost 6409010 (huisvesting voortgezet onderwijs) worden gebracht.
6. Risico’s De schoolbesturen stemmen in met de voorliggende concept-overeenkomsten tot wijziging van de DDC-overeenkomsten. De schoolbesturen zijn positief over de doordecentralisatie. Met de doordecentralisatie is de uitvoering van de gemeentelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting volledig bij de schoolbesturen gelegd.
7. Participatie De voorbereiding van de wijziging van de DDC-overeenkomsten heeft in goed overleg met de schoolbesturen plaatsgevonden.
8. Duurzaamheid Doordecentralisatie biedt scholen uitzicht op een efficiënt en effectief huisvestingsbeheer, met de mogelijkheid om te verduurzamen.
9. Fatale beslisdatum Nee
10. Vervolgstappen Na besluitvorming door de gemeenteraad worden de wijzigingsovereenkomsten door de schoolbesturen en de burgemeester ondertekend en treden de hierin opgenomen afspraken in werking.
11. Bijlagen
Concept-overeenkomst tot wijziging van “De overeenkomst tot doordecentralisatie van huisvestingsvoorzieningen in het voortgezet onderwijs te Waalwijk, Dr. Mollercollege en De Walewyc” Concept-overeenkomst tot wijziging van “De overeenkomst tot doordecentralisatie van huisvestingsvoorzieningen in het voortgezet onderwijs te Waalwijk, SG De Overlaat” Concept-overeenkomst tot wijziging van “De overeenkomst tot doordecentralisatie van huisvestingsvoorzieningen in het voortgezet onderwijs te Waalwijk, Willem van Oranje College”
4
Concept-overeenkomst tot wijziging van “De overeenkomst tot doordecentralisatie van huisvestingsvoorzieningen in het voortgezet onderwijs te Waalwijk, MET-Praktijkonderwijs”
HET COLLEGE VAN WAALWIJK de secretaris,
de burgemeester,
Michel Tromp
Sacha C.A.M. Ausems
5
De raad van de gemeente Waalwijk; gezien het voorstel van het college van Waalwijk van
,
BESLUIT: In te stemmen met: 1. De concept-overeenkomst tot wijziging van “De overeenkomst tot doordecentralisatie van huisvestingsvoorzieningen in het voortgezet onderwijs te Waalwijk, Dr. Mollercollege en De Walewyc” 2. De concept-overeenkomst tot wijziging van “De overeenkomst tot doordecentralisatie van huisvestingsvoorzieningen in het voortgezet onderwijs te Waalwijk, SG De Overlaat” 3. De concept-overeenkomst tot wijziging van “De overeenkomst tot doordecentralisatie van huisvestingsvoorzieningen in het voortgezet onderwijs te Waalwijk, Willem van Oranje College” 4. De concept-overeenkomst tot wijziging van “De overeenkomst tot doordecentralisatie van huisvestingsvoorzieningen in het voortgezet onderwijs te Waalwijk, MET-Praktijkonderwijs”
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 2 februari 2023. DE RAAD VAN WAALWIJK de griffier,
de voorzitter,
Jeske Louer
Sacha C.A.M. Ausems
1