RV Vaststellen Omgevingsvisie gemeente Waalwijk
Tekst van het document
Raadsvoorstel Dossier:
76398
Datum collegevergadering: Onderwerp:
21 oktober 2025 Vaststellen Omgevingsvisie gemeente Waalwijk
0. Adviespunten/beslispunten 1. De Omgevingsvisie gemeente Waalwijk gewijzigd vast te stellen; 2. De Milieueffectrapportage behorend bij de Omgevingsvisie gemeente Waalwijk als bijlage van de omgevingsvisie op te nemen, zonder dat het advies van de Commissie mer hierin is verwerkt; 3. In te stemmen met het intrekken van de volgende vier beleidsdocumenten: a. Structuurvisie Waalwijk 2025 ‘onderscheidend meer verleiden’, vastgesteld op 4 februari 2016; b. Groenstructuurplan 2017, vastgesteld op 21 december 2017; c. Groenbeleidsvisie Groen Leeft!, vastgesteld op 14 november 2019; d. Bomenbeleid Bomen laten Waalwijk Leven!, vastgesteld op 21 december 2019.
1. Aanleiding? Op grond van de op 1 januari 2024 in werking getreden Omgevingswet moet iedere gemeente uiterlijk in 2027 over een omgevingsvisie beschikken. Met de vaststelling van nu voorliggende Omgevingsvisie gemeente Waalwijk voldoet gemeente Waalwijk aan dit vereiste. In de omgevingsvisie zijn de kaders vastgelegd ten aanzien van het behoud en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. De omgevingsvisie vormt het fundament waarop in het omgevingsplan wordt voortgebouwd.
2. Wat willen we bereiken? Het ontwerp van de Omgevingsvisie gemeente Waalwijk heeft van 21 augustus tot en met 1 oktober 2025 voor eenieder ter inzage gelegen. Op het ontwerp zijn door 17 indieners zienswijzen ingediend. Een deel van deze zienswijzen gaf aanleiding tot aanpassingen van het ontwerp. De ontvangen zienswijzen en de reactie daarop (inclusief de meegenomen wijzigingen) staan gebundeld in de Nota beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen. De definitieve versie van de Omgevingsvisie gemeente Waalwijk inclusief bijbehorende bijlagen wordt aangeboden ter vaststelling.
3. Argumenten / overwegingen 3.1 Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is een omgevingsvisie verplicht voor elke gemeente. Uit de Omgevingswet volgt dat de raad verplicht is om een omgevingsvisie vast te stellen. Een omgevingsvisie is zelfbindend. Door de omgevingsvisie vast te stellen is de omgevingsvisie het uitgangspunt voor toekomstig handelen in de fysieke leefomgeving. Met de omgevingsvisie wordt de basis gelegd voor het verplichte omgevingsplan voor de hele gemeente en voor eventuele omgevingsprogramma’s. Omgevingsprogramma’s 1
concretiseren onderdelen van de omgevingsvisie en geven richting aan de uitvoering ervan, voordat deze juridisch wordt vastgelegd in het omgevingsplan. De belangrijkste (integrale beleids)kaders voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de gemeente Waalwijk zijn met het vaststellen van de omgevingsvisie duidelijk voor de komende jaren, met het jaar 2050 als stip op de horizon. 3.2 De omgevingsvisie vormt de uitwerking van de strategische visie voor de fysieke leefomgeving. De strategische visie vormt de kapstok en het fundament waarin de lange lijnen voor de toekomst van de gemeente Waalwijk zijn geschetst. Het is een strategische visie waar keuzes die gemaakt moeten worden voor de toekomst van onze gemeente aan kunnen worden opgehangen. De omgevingsvisie werkt de keuzes uit de strategische visie verder uit voor de fysieke leefomgeving. In hoofdstuk 4 van de omgevingsvisie wordt de samenhang tussen de strategische visie en de omgevingsvisie weergegeven in figuur 10. Uit de toelichting volgt dat de drie strategische kernambities uit de strategische visie het uitgangspunt zijn in alles wat we doen. 3.3 Met het gewijzigd vaststellen van de omgevingsvisie wordt recht gedaan aan het participatieproces en de ontvangen inspraak. Tijdens het proces voor het opstellen van de visie is uitgebreid geparticipeerd.
Hiervoor is tot tweemaal toe een “Week van de toekomst” georganiseerd, welke bestond uit enquêtes, bijeenkomsten en de aanwezigheid op de weekmarkten. Een verslag van de opgehaalde inbreng en de enquêteresultaten staan als bijlage opgenomen achter in de omgevingsvisie. Vervolgens heeft de ontwerp-visie gedurende zes weken ter inzage gelegen voor het inbrengen van zienswijzen. Hierop zijn door 17 indieners een zienswijze ingediend. Een deel van de zienswijzen heeft aanleiding gegeven tot een aanpassing in de omgevingsvisie. Een samenvatting van de zienswijzen en de beantwoording daarvan is te vinden in de ‘Nota beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen’ in bijlage 3. Voor een overzicht van de doorgevoerde wijzigingen ten opzichte van de ontwerpomgevingsvisie wordt verwezen naar de Staat van wijzigingen (bijlage 4). 3.4 De voornaamste wijziging n.a.v. de zienswijzen is het toevoegen van een onderzoekslocatie. In de Nota beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen (bijlage 3) is de betreffende zienswijze opgenomen onder nummer 3. De zienswijze heeft betrekking op de gronden rond Voetbalvereniging Waspik in Waspik ten aanzien van een mogelijke ‘Sportboulevard’.
De zienswijze en de voortgang in het locatieonderzoek geven aanleiding om de gronden van VV Waspik en een klein deel ten oosten daarvan in het kaartmateriaal aan te merken als ‘onderzoekslocatie’ (5 – 10 jaar) en in de tekstuele toelichting hierover te beschrijven dat die locatie onderzocht wordt voor het mogelijk huisvesten van sport- en maatschappelijke voorzieningen. 3.5 Met de voorliggende omgevingsvisie beogen we een goed maar dynamisch fundament voor de komende jaren. De Omgevingswet beoogt binnen het beleidshuis samenhang en eenvoud in beleid voor de fysieke leefomgeving. Het beleidshuis is als een denkbeeldig gebouw waarin alle beleidsdocumenten van de gemeente logisch samenkomen. De Omgevingswet geeft daar structuur aan met drie duidelijke lagen: • De omgevingsvisie: de strategische langetermijnvisie; • De programma’s: deze werken de visie meer concreet uit. • Het omgevingsplan: dit bevat de juridische regels, zoals bouwvoorschriften en milieuregels. De voorliggende omgevingsvisie is een eerste versie. Nog niet alle bestaande beleidsdocumenten over de fysieke leefomgeving zijn geïntegreerd in deze visie. Dit wordt de opgave voor de komende jaren. De omgevingsvisie is een dynamisch document en komt niet ‘op de plank te liggen’. Landelijke, provinciale en gemeentelijke nieuwe 2
inzichten of verdiepingen op bepaalde onderwerpen kunnen aanleiding vormen om de omgevingsvisie bij de eerstvolgende actualisatie verder aan te scherpen. De eerste actualisatie staat gepland voor 2027. Dit zal een continu proces zijn. Met deze visie leggen we een goed eerste fundament om de komende jaren mee vooruit te kunnen. 3.6 De omgevingsvisie is zowel thematisch als gebiedsgericht uitgewerkt. Door de omvang van onderwerpen die invloed hebben op de fysieke leefomgeving is een tweedeling gemaakt in de omgevingsvisie. Alle ruimtelijk relevante thema’s voor de visie zijn op zichzelf uitgewerkt, waarbij is gekeken naar de onderlinge samenhang met andere thema’s. Daarnaast is er sprake van een gebiedsafhankelijke uitwerking van de thema’s binnen de verschillende deelgebieden. Zo gaan we bijvoorbeeld anders om met het thema wonen in de kern dan in het buitengebied of een natuurgebied. Dit onderscheid per thema maakt onderdeel uit van de gebiedsgerichte uitwerking. Om te komen tot deze uitwerking hebben we de afwegingskaders benut die zijn gebruikt tijdens de week van de toekomst en de raads- en collegesessie. Een aantal thema’s lopen als rode draad door de visie heen, zowel thematisch als gebiedsgericht. Denk hierbij aan ‘gezondheid’, ‘veiligheid’ en ‘duurzaamheid’. Zover mogelijk zijn deze thematisch uitgewerkt, of gebiedsgericht in de context verwerkt.
3.7 De visiekaart maakt inzichtelijk waar behoud van kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen voorstelbaar worden geacht. Op de integrale visiekaart in paragraaf 4.5 zijn bestaande ontwikkelingen, maar ook de ontwikkelingen die voortkomen uit de omgevingsvisie, op kaart gezet. De visiekaart wordt opgenomen in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en vormt daarmee de juridische borging van de opgenomen ambities. Omdat het DSO als uitgangspunt heeft dat kan worden in- en uitgezoomd, en kaartlagen aan- en uitgezet kunnen worden (het betreft een digitale kaart) levert deze DSO-visiekaart als totaalbeeld niet de visueel meest aansprekende kaart op. De DSO-visiekaart bevat immers als totaalbeeld veel precisie details. Om die reden is in de omgevingsvisie in paragraaf 4.5. ook een schetsmatige ambitiekaart opgenomen, waarop globaal de ambities voor gemeente Waalwijk staan verbeeld. Beide visiekaarten kunnen worden gezien als het 'gezicht' van de visie en maken duidelijk waar toekomstige wijzigingen in de fysieke leefomgeving (mogelijk) voorstelbaar worden geacht. De DSO-visiekaart is daarbij leidend. 3.8 In de nu voorliggende omgevingsvisie is nog geen uitgebreide doorkijk gegeven van de op te stellen omgevingsprogramma’s.
In hoofdstuk 6 van de omgevingsvisie (het uitvoeringshoofdstuk) staan in paragraaf 6.4.3 drie omgevingsprogramma’s genoemd waar de gemeente aan beoogt te gaan werken: • Warmteprogramma (verplicht); • Volkshuisvestingsprogramma (verplicht) en • het Rioleringsprogramma. Binnen de organisatie wordt de komende tijd ingezet op het verwerven van kennis over (het werken met) dit nieuwe instrument onder de Omgevingswet. Zodra we beschikken over voldoende kennis om zo goed mogelijk gebruik te kunnen maken van dit instrument, wordt uw raad hierbij betrokken en stemmen we af welke programma’s wenselijk zijn. Hierbij beogen we, in de geest van de Omgevingswet, een heldere integrale blik en aanpak, met een overzichtelijke structuur. 3.9 De MER beoordeling maakt onderdeel uit van de omgevingsvisie en tegen de MER zijn geen zienswijzen ingediend. Een omgevingsvisie is plan-MER-plichtig indien deze kaderstellend is voor mer(beoordelings)plichtige projecten. Het onderscheid in ‘mer’ en ‘MER’ is dat ‘mer’ gaat over de procedure om te komen tot een ‘MER’ (het fysieke rapport). Onze omgevingsvisie biedt ruimte voor nieuwe ontwikkelingen waarvoor een MER moet worden opgesteld. Met de MER wordt aangetoond dat er een deugdelijke screening op milieueffecten van de omgevingsvisie heeft plaatsgevonden. De MER maakt als bijlage 3
onderdeel uit van de omgevingsvisie en heeft gedurende zes weken, samen met de omgevingsvisie, ter inzage gelegen. Tegen de MER zijn geen zienswijzen ingediend. De provincie Noord-Brabant heeft voor de uitwerking van de MER wel een aantal aandachtspunten meegegeven. Daarnaast is het MER voorgelegd aan de ‘Commissie mer’ (hierna: Ciemer). De Ciemer is een onafhankelijke commissie voor de toetsing van het MER. 3.10 De MER-beoordeling geeft geen aanleiding om andere keuzes te maken in de ontwerpomgevingsvisie. Uit de uitgevoerde milieueffectrapportage (mer; het proces) blijkt dat de in de omgevingsvisie opgenomen keuzes zijn getoetst op milieugevolgen. De uitkomst van de MER geeft geen aanleiding om de gemaakte keuzes in de omgevingsvisie bij te stellen. Er is één negatieve uitkomst, namelijk over het gebruik van de ondergrond. Deze uitkomst wordt veroorzaakt doordat hetgeen nu over de ondergrond staat opgenomen nog erg algemeen is. De overall conclusie die uit de MER kan worden getrokken is, dat op het gebied van gebruik ondergrond, lichthinder en omgevingsveiligheid wordt geadviseerd dit richting actualisatie van de volgende omgevingsvisie verder uit te werken. 3.11 Het advies van de Commissie mer dient als huiswerk voor de eerstvolgende actualisatie van de omgevingsvisie.
Begin oktober werd pas bekend dat de Ciemer op zijn vroegst medio december een advies uitbrengt over het MER. Als we wachten tot we beschikken over het advies van de Ciemer, verschuift de vaststelling van de omgevingsvisie naar volgend jaar. Daarom adviseren we de omgevingsvisie zonder dit advies te laten vaststellen en de eventuele gevolgen van het advies mee te nemen in de eerstvolgende actualisatie. Dit betekent dat we de omgevingsvisie en bijbehorende MER ter vaststelling voorleggen aan uw raad, zonder advies van de Ciemer over het MER. Het advies en eventuele aandachtspunten van de Ciemer worden bij de eerstvolgende actualisatie van de omgevingsvisie in 2027 meegenomen. Tevens kan het advies wel al eerder, zodra het is ontvangen, worden meegenomen bij het opstellen van de (verplichte) omgevingsprogramma’s. Daarbij is het van belang om te weten dat bij het opstellen van het MER een ervaren deskundige van de Ciemer is betrokken. Tussentijds is het MER door de deskundige van commentaar voorzien en zijn adviezen gegeven. Deze adviezen zijn al zo veel als mogelijk verwerkt in het MER en de omgevingsvisie zoals deze nu voor ligt. 3.12 Met het vaststellen van de omgevingsvisie kunnen een aantal beleidsdocumenten worden ingetrokken. De volgende stukken zijn integraal opgegaan in de omgevingsvisie: a.
Structuurvisie Waalwijk Toelichting: De omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie. Onder de vorige wet, Wet ruimtelijke ordening, moest iedere gemeente beschikken over een structuurvisie voor het gehele grondgebied. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet moet iedere gemeente beschikken over een omgevingsvisie voor het hele grondgebied. In de omgevingsvisie is de reikwijdte breder dan in de structuurvisie. Daarin ging het met name om ruimtelijke ordening. In de omgevingsvisie wordt meer integraal gekeken naar de fysieke leefomgeving. b. Groenstructuurplan 2017; (zie toelichting onder de opsomming) c. Groenbeleidsvisie Groen leeft!; (zie toelichting onder de opsomming) d. Bomenbeleid Bomen laten Waalwijk leven!; (zie toelichting hierna). Toelichting: Het huidige groenbeleid is als eerste thema volledig geïntegreerd in de omgevingsvisie. De bestaande beleidsstukken van het thema ‘groen’ zijn samengevoegd en de actuele en relevante onderdelen zijn opgenomen in de omgevingsvisie. Ook is er specifiek voor biodiversiteit een verdiepingsslag gemaakt, uitgesplitst voor de verschillende deelgebieden binnen de gemeente. Door deze 4
samenvoeging en verdiepingsslag, vervangt de omgevingsvisie de drietal genoemde losse beleidsstukken op het gebied van groen. Om te wennen aan deze nieuwe werkwijze, waarbij enkele bestaande beleidsstukken opgaan in één gebiedsdekkende visie, wordt de ‘Was- wordt-lijst ‘Groenbeleid vs. Omgevingsvisie gemeente Waalwijk’ ter kennisgeving aangeboden aan uw raad. (bijlage 5). De ingediende zienswijzen hebben geen invloed gehad op de was-wordtlijst. 3.13 Met het vaststellen van de omgevingsvisie worden een aantal toezeggingen en moties afgedaan. De onderstaande moties en toezeggingen zijn verwerkt in de omgevingsvisie. De inhoud van de motie/toezegging en de toelichting op de wijze waarop de motie/toezegging is verwerkt in de omgevingsvisie is opgenomen in bijlage 6. a. Motie 838 inzake beleidskader landelijk gebied (M5 in Notubiz); b. Motie 972 inzake de invulling van de aangrenzende gronden naast het slachthuisterrein (M10 in Notubiz); c. Toezegging 651 inzake uitbreidingslocaties Sprang Capelle en Waspik (T1 in Notubiz). d. Toezegging 654 inzake hoogbouwvisie (T2 in Notubiz). e. Toezegging 985 inzake de aangrenzende gronden naast het slachthuisterrein (T6 in Notubiz). f. Toezegging 1288 inzake gezondheidscentra in Waalwijk (T13 in Notubiz). g. Toezegging 1289 inzake de vertaling van de Nota ruimte van het Rijk (T14 in Notubiz).
4. Kanttekeningen/ risico’s 4.1
Niet alle zienswijzen hebben geleid tot een aanpassing van de omgevingsvisie. Alle zienswijzen zijn doorgenomen, samengevat en van een onderbouwd antwoord voorzien in de Nota beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen (bijlage 3). Echter hebben niet alle zienswijze(-onderdelen) geleid tot een daadwerkelijke aanpassing van de omgevingsvisie. In de beantwoording is wel aangegeven in welke gevallen de zienswijze wordt meegenomen in het omgevingsplan of in de uitvoering van verschillende programma’s. Alle indieners worden persoonlijk op de hoogte gesteld van de beantwoording van hun zienswijze(n) en de (al dan niet doorgevoerde) aanpassingen. Tegen het vaststellen van de omgevingsvisie staat geen bezwaar- of beroepsmogelijkheid open. Pas bij het vaststellen van het omgevingsplan of bij een besluit op een aanvraag omgevingsvergunning kunnen belanghebbenden onderdelen uit de omgevingsvisie ter discussie stellen bij een rechter.
4.2 Nieuwe onderwerpen, projecten en/of beleidstrajecten van de afgelopen 6 maanden zijn niet meegenomen in de omgevingsvisie. Tussen het ter inzage leggen van de ontwerp-omgevingsvisie en de vaststelling door uw raad zijn geen grote nieuwe onderwerpen, projecten en/of beleidstrajecten toegevoegd aan de omgevingsvisie. Deze informatie heeft namelijk niet ter inzage gelegen waardoor er geen mogelijkheid is geweest om hierop een zienswijze te geven. Paragraaf 2.6.3 over het Voorontwerp Nota Ruimte is op basis van een zienswijze wel aangepast en geactualiseerd. De betreffende wijziging staat opgenomen in de Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen (bijlage 3). Bij behandeling van de omgevingsvisie in december kan de visie op onderdelen overkomen als ‘achterhaald’. Dit is zoveel mogelijk ondervangen door de (ontwerp-)omgevingsvisie te controleren op mogelijke tegenstrijdigheden voor zover de informatie op dat moment bekend was. Bij de geplande actualisatie in 2027 kunnen nieuwe onderwerpen, projecten en/of beleidstrajecten worden verwerkt in de omgevingsvisie op basis van een bijbehorend participatietraject. 5
4.3 De MER is, net als de omgevingsvisie, opgesteld door adviesbureau KuiperCompagnons. KuiperCompagnons is een onafhankelijk adviesbureau. Om te zorgen dat ook de onafhankelijkheid van milieueffectrapportages ten opzichte van omgevingsvisies gewaarborgd is, heeft een ander team dan het team van de omgevingsvisie de MER opgesteld. Als extra waarborg is zoals eerder benoemd bij de totstandkoming van het MER de hulp ingeroepen van een zeer ervaren deskundige bij de Ciemer. 4.4 Wachten op het advies van de Ciemer betekent een onwenselijke vertraging voor het vervolg. Indien ervoor wordt gekozen om te wachten op het advies van de Ciemer, alvorens de omgevingsvisie vast te stellen, betekent dit dat de omgevingsvisie op zijn vroegst kan worden vastgesteld in februari 2026. Dit is onwenselijk omdat een vastgestelde omgevingsvisie nodig is om een vervolg te kunnen geven aan andere Omgevingswetinstrumenten, zoals omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan. De deadline voor het omgevingsplan is 1 januari 2032. Deze tijd is hard nodig voor een dergelijk omvangrijk project. De goedkeuring van uw raad over de visie is daarbij noodzakelijk voor de verdere uitwerkingen. Door op deze pragmatische manier om te gaan met het advies van de Ciemer kan de omgevingsvisie tijdig worden vastgesteld. Het opstellen van het MER en het advies van de Ciemer is daarbij nog steeds nuttig (geweest).
De milieueffecten zijn goed gewogen en in beeld gebracht via het MER en het te ontvangen advies van de Ciemer wordt meegenomen bij verdere uitwerking van de omgevingsvisie en bij de actualisatie. Het advies van de Ciemer wordt in ieder geval na ontvangst gedeeld met de raad en beschikbaar gesteld voor het publiek zodat iedereen kennis kan nemen van het advies en de eventuele huiswerkopgaven die het met zich brengt.
5. Financiën Het voorgestelde besluit heeft geen financiële gevolgen. Voor de invoering van de Omgevingswet is een reserve beschikbaar gesteld voor onder anderen het opstellen van de omgevingsvisie. Het voorstel betreft een verplichte processtap en brengt geen wijzigingen met zich voor het geraamde budget. Het te nemen besluit is erop gericht de omgevingsvisie vast te stellen. Na vaststelling van de omgevingsvisie wordt deze digitaal beschikbaar gesteld. De kosten hiervoor vallen binnen de opdracht voor het opstellen van de omgevingsvisie en deze kosten zijn meegenomen bij de doorrekening van de benodigde kosten.
6. Participatie Tijdens het proces voor het opstellen van de omgevingsvisie is uitgebreid geparticipeerd. Onder de titel ‘De Toekomst van de gemeente Waalwijk’ is het participatietraject voor de totstandkoming van zowel de Omgevingsvisie als de koers voor de Strategische Visie opgestart. In september 2024 is het hiervoor opgestelde participatieplan met u gedeeld via raadsinformatiebrief 083-24. Voor de omgevingsvisie is tot tweemaal toe een “Week van de toekomst” georganiseerd, welke bestond uit enquêtes, bijeenkomsten en de aanwezigheid op de weekmarkten. Een verslag van de opgehaalde inbreng en de enquêteresultaten staan als bijlage opgenomen achter in de omgevingsvisie. Daarnaast heeft het ontwerp van de omgevingsvisie heeft van 21 augustus tot en met 1 oktober 2025 ter inzage gelegen voor het inbrengen van zienswijzen. Op de site Meedoen in Waalwijk kunnen alle participatiemomenten van de participatie over 'De toekomst van gemeente Waalwijk' worden bekeken en gevolgd. De opbrengst van de verschillende participatiemomenten en onderdelen zijn meegenomen bij het opstellen van Omgevingsvisie gemeente Waalwijk. 6
Hieronder een opsomming van de Participatiemomenten in het kader van ‘De toekomst van gemeente Waalwijk’. Participatievorm: Consulteren
Wie en wanneer? Stadsgesprek: Hoe moet de stad Waalwijk er in de toekomst uitzien? Een gesprek met inwoners en professionals op 8 maart 2023
Consulteren
Stadsgesprek: Mobiliteit en verdichting; Een gesprek met inwoners en professionals op 31 mei 2023
Consulteren
Stadsgesprek: De groene en gezonde stad; Een gesprek met inwoners en professionals op 4 oktober 2023
Consulteren
Dorpsgesprek Waspik; Een gesprek met inwoners en professionals op 31 januari 2024
Consulteren
Dorpsgesprek Sprang-Capelle; Een gesprek met inwoners en professionals op 3 juli 2024
Consulteren
Enquête over kwaliteiten en opgaven van de gemeente, van 15 augustus t/m 27 september 2024
Consulteren
Gesprekken met inwoners op de markt over kwaliteiten en opgaven van de gemeente; Wanneer? In Waalwijk op 11 september 2024; In Waspik op 18 september 2024; In Sprang-Capelle op 26 september 2024 Enquête over de ontwikkelrichtingen, van 2 oktober t/m 30 oktober 2024
Consulteren Consulteren
Consulteren
Inwonersbijeenkomsten over de ontwikkelrichtingen op 7 oktober 2024 in Sprang-Capelle; op 8 oktober in Waalwijk (hier sloten ook de jongerenambassadeurs bij aan) en op 17 oktober 2024 in Waspik Interactieve sessie met regio- en ketenpartners over de ontwikkelrichtingen op 15 oktober 2024
Consulteren
Interactieve sessie met maatschappelijke partners over de ontwikkelrichtingen op 15 oktober 2024
Consulteren
Interactieve sessie met maatschappelijke- en ketenpartners over de concept-ontwerp-omgevingsvisie op 31 maart 2025 Inwonersbijeenkomsten over de concept-ontwerp omgevingsvisie op 3 april 2025 in Waspik, op 7 april in Sprang-Capelle en op 8 april in Waalwijk
Consulteren
Consulteren
Enquête over de concept-ontwerp-omgevingsvisie, van 31 maart 2025 tot en met 13 april 2025.
7. Bijdrage aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s) De Omgevingsvisie gemeente Waalwijk gaat over de toekomst van de fysieke leefomgeving van gemeente Waalwijk en raakt aan beleidsterreinen en maatschappelijke opgaven die de fysieke leefomgeving betreffen. De keuze voor Brede Welvaart als uitgangspunt voor een overkoepelende strategische lijn moet ook worden gelezen als een keuze om in de breedte een bijdrage te leveren aan de SDG’s. Meer precies draagt de omgevingsvisie bij aan de volgende SGD’s: Goede gezondheid en welzijn (3); Betaalbare en duurzame energie (7) 7
Eerlijk werk en economische groei (8) Industrie, innovatie en infrastructuur (9) Duurzame steden en gemeenschappen; Klimaatactie (13) Leven in het water (14) Leven op het land (15) Partnerschap om doelstellingen te bereiken (17)
8. Fatale beslisdatum De fatale beslistermijn voor het vaststellen van de omgevingsvisie is 31 december 2026. Gelet op kanttekening 2.2 wordt de raadsvergadering van 11 december 2025 echter beschouwd als gewenste datum voor het vaststellen van de omgevingsvisie. Langdurige vertraging voor de omgevingsvisie heeft consequenties voor het opstellen van het omgevingsplan en eventuele omgevingsprogramma’s. Daarnaast wordt de omgevingsvisie – als onderdeel van de beleidscyclus van de Omgevingswet – beschouwd als een dynamisch document dat in 2027 wordt geactualiseerd.
9. Vervolgstappen Na vaststelling door uw raad wordt de omgevingsvisie via de wettelijke wijze bekendgemaakt, waarna de omgevingsvisie in werking treedt. De omgevingsvisie wordt aansluitend gedigitaliseerd en ontsloten ten behoeve van de (digitale) raadpleging. De indieners van een zienswijze tegen de omgevingsvisie worden persoonlijk op de hoogte gesteld van de wijze waarop met de zienswijze is omgegaan. Na vaststelling en publicatie eindigt de wettelijke procedure rondom de omgevingsvisie. Tegen de vaststelling van de visie staan geen rechtsmiddelen open, zoals bezwaar of beroep. Na ontvangst van het advies van de Ciemer wordt het ontvangen advies via een raadsinformatiebrief met de raad gedeeld.
10. Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Omgevingsvisie gemeente Waalwijk Bij de Omgevingsvisie gemeente Waalwijk behorende MER; Nota beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen; Staat van wijzigingen Omgevingsvisie gemeente Waalwijk; Was-wordt-lijst Groenbeleid vs. Omgevingsvisie gemeente Waalwijk; Overzicht afgedane moties en toezeggingen.
8
HET COLLEGE VAN WAALWIJK de secretaris,
de burgemeester,
Michel Tromp
Sacha Ausems
Voorgeschiedenis: -
Op 11 april 2024 zijn de uitgangspunten voor de Omgevingsvisie vastgesteld door uw raad; Met raadsinformatiebrief 083-24 bent u geïnformeerd over het Participatieplan over ‘De toekomst van gemeente Waalwijk’ voor de strategische- en de omgevingsvisie; Op 13 februari 2025 was een gespreksavond met uw raad over de koersdocumenten van de strategische visie en de omgevingsvisie; Op 27 februari is het Koersdocument Omgevingsvisie gemeente Waalwijk vastgesteld door uw raad; Met raadsinformatiebrief 038-25 ontving uw raad een Update over de stand van zaken rond het opstellen van de omgevingsvisie; Op 15 mei 2025 was er een raadsinformatieavond over de afwegingskaders in de omgevingsvisie; Met raadsinformatiebrief 064-25 is uw raad geïnformeerd over de terinzagelegging van het ontwerp van de omgevingsvisie.
9
De raad van de gemeente Waalwijk; gezien het voorstel van het college van Waalwijk van 21 oktober 2025,
BESLUIT: 1. De Omgevingsvisie gemeente Waalwijk, inclusief bijbehorende bijlagen, gewijzigd vast te stellen; 2. De volgende beleidsdocumenten in te trekken: a. Structuurvisie Waalwijk 2025, onderscheidend meer verleiden, vastgesteld op 4 februari 2016; b. Groenstructuurplan 2017, vastgesteld op 21 december 2017; c. Groenbeleidsvisie Groen leeft!, vastgesteld op 14 november 2019; d. Bomenbeleid Bomen laten Waalwijk Leven!, vastgesteld op 21 december 2019.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 29 januari 2025. DE RAAD VAN WAALWIJK de griffier,
de voorzitter,
Jeroen Deneer
Sacha Ausems
1