RV Belastingverordeningen 2026 ex OZB- en Legesverordening
Tekst van het document
Raadsvoorstel Dossier:
71759
Datum collegevergadering: Onderwerp:
23 september 2025 Belastingverordeningen 2026 ex OZB- en Legesverordening
0. Adviespunten/beslispunten We stellen de raad voor, I de navolgende belastingverordeningen vast te stellen: Verordening Afvalstoffenheffing 2026; Verordening Forensenbelasting 2026; Verordening Grafrechten 2026; Verordening Haven- en Kadegeld 2026; Verordening Hondenbelasting 2026; Verordening Marktgelden 2026; Verordening Parkeerbelastingen 2026; Verordening Precariobelasting 2026; Verordening Reinigingsrechten 2026; Verordening Rioolheffing 2026; Verordening Verblijfsbelasting 2026. II de navolgende belastingverordeningen in te trekken: Verordening Afvalstoffenheffing 2025; Verordening Forensenbelasting 2025; Verordening Grafrechten 2025; Verordening Haven- en Kadegeld 2025; Verordening Hondenbelasting 2025; Verordening Marktgelden 2025; Verordening Parkeerbelastingen 2025; Verordening Precariobelasting 2025; Verordening Reinigingsrechten 2025; Verordening Rioolheffing 2025; Verordening Verblijfsbelasting 2025.
1. Aanleiding? Om in 2026 gemeentelijke belastingen te kunnen heffen met aangepaste tarieven moeten uiterlijk 3112-2025 de volgende belastingverordeningen gepubliceerd zijn, en daarvoor vastgesteld worden door de gemeenteraad, te weten Afvalstoffenheffing, Forensenbelasting, Grafrechten, Haven- en Kadegeld, Hondenbelasting, Marktgelden, Parkeerbelastingen, Precariobelasting, Reinigingsrechten, Rioolheffing en Verblijfsbelasting. De tarieven worden aangepast op basis van de Begroting 2025 en de Nota van Uitgangspunten. Voor 2026 is in de bijgevoegde belastingverordeningen een indexering van 2,2% toegepast (volgens de Kadernota 2026). Tevens is in een aantal verordeningen het tarief naast de indexering verhoogd om de kostendekkendheid te vergroten, te weten in de verordeningen Afvalstoffenheffing, Reinigingsrechten, Rioolheffing en Verblijfsbelasting. De wijzigingen in de verordeningen ten opzichte van belastingjaar 2025 zijn in de stukken vetgedrukt en gemarkeerd aangegeven. Na het vaststellen van de verordeningen door de Raad en voor het publiceren daarvan zullen de gele markeringen worden verwijderd. De wijzigingen blijven vetgedrukt. Het tijdig vaststellen van de verordeningen is noodzakelijk voor een rechtmatige heffing.
Vaststelling van bovengenoemde verordeningen is dus noodzakelijk, zodat de verordeningen voor 01-01-2026 kunnen worden gepubliceerd en belastingheffing met de gewijzigde tarieven per 2026 mogelijk is. De voorgaande verordeningen voor belastingjaar 2025 moeten gelijktijdig door de Raad worden ingetrokken.
1
2. Wat willen we bereiken? We willen dat de gemeente in 2026 rechtmatig en tijdig belastingen kan heffen. De belastingtarieven passen we jaarlijks aan volgens de Begroting en inzichten met betrekking tot kostendekkendheid. De Raad moet daarvoor elk jaar voor 1 januari van het betreffende belastingjaar de nieuwe belastingverordeningen vaststellen. Als het Rijk een wet wijzigt, of we willen nieuw beleid, dan moeten we daar rekening mee houden door van tevoren de belastingverordeningen aan te passen. Dit moet gebeuren voordat de heffingsambtenaar in 2026 de belastingaanslagen gaat opleggen. Voor de aanpassing van de tarieven van de verordeningen hebben we de Nota van Uitgangspunten gevolgd.
3. Argumenten/Overwegingen De wijzigingen in de bijgevoegde belastingverordeningen 2026 ex OZB en Leges zijn vetgedrukt. Om de wijzigingen voor het College en de Raad goed zichtbaar te maken zijn deze tevens geel gemarkeerd. Na het vaststellen van de verordeningen door de Raad en voor het publiceren daarvan zullen de gele markeringen worden verwijderd. De inhoud blijft verder zoals vastgesteld door de Raad. 1.
Wettelijke verplichting om jaarlijks de belastingverordeningen vast te stellen De gemeenteraad moet jaarlijks voor 1 januari de belastingverordeningen vaststellen. Zonder deze vaststelling kan de gemeente in 2026 geen belastingen heffen.
2.
Tarieven zijn geïndexeerd met 2,2% en er is rekening gehouden met verbetering van kostendekkendheid van enkele verordeningen. De tarieven zijn aangepast met een indexering van 2,2% conform de Kadernota 2026. Voor enkele heffingen (afvalstoffenheffing, reinigingsrechten, rioolheffing en verblijfsbelasting) zijn de tarieven aanvullend verhoogd om de kostendekkendheid te verbeteren of uitvoering te geven aan eerder vastgestelde beleidskaders.
3.
Duidelijkheid en transparantie over betaaltermijn toegevoegd. In enkele verordeningen, te weten in de verordeningen Afvalstoffenheffing, Forensenbelasting, Hondenbelasting, Reinigingsrechten en Rioolheffing is de betaaltermijn verduidelijkt. Dit bevordert de rechtszekerheid voor belastingplichtigen.
4.
Met de volgende argumenten moet rekening gehouden worden: - In de verordening Afvalstoffenheffing 2026 zijn de tarieven in de tarieventabel onder 1.1 / 1.2.1 / 1.2.2 / 1.2.3 (vastrecht) naast de standaardindexatie van 2,2% verder verhoogd, conform Kadernota 2026, met een tarief van € 27,17 bestaande uit BTW, stortbelastingen en doorberekende FTE. - Vanaf 1 april 2026 wordt voor gft-afval en papier geen tarief in rekening gebracht in de gevallen dat dit wordt aangeboden via een individuele container, of via een gemeenschappelijk inzamelmiddel zoals een gft-zuil bij hoogbouw met meer dan 20 aansluitingen. Voor hoogbouw met minder dan 20 aansluitingen wordt, indien mogelijk, maatwerk geleverd. Dit los van het feit dat gft vanaf 1 april 2026 door inwoners ook gratis kan worden aangeleverd op de milieustraat. Het zal praktisch niet mogelijk zijn om per 1 april 2026 alle benodigde gft-zuilen geplaatst te hebben. Ook dan kan dus gebruik gemaakt worden van gratis aanleveren van gft bij de milieustraat. -
De tarieven in de Verordening Grafrechten zijn geïndexeerd. Er heeft geen verdere verhoging plaatsgevonden.
-
Het tarief voor de naheffingsaanslag Parkeerbelastingen wordt in 2026 verhoogt tot het wettelijk maximumtarief van €82.
-
Het tarief betaald parkeren in de Verordening Parkeerbelastingen 2026 wordt jaarlijks geïndexeerd volgens de Kadernota. Voor 2026 is de indexatie 2,2% toegepast op het onafgeronde tarief van 2025. Door afronding blijft het tarief echter € 1,10 per uur. Het omslagpunt voor een verhoging is nog niet bereikt. Dit sluit aan bij de eerder vastgestelde lijn van tariefbepaling.
-
In de verordening precariobelasting 2026 is de vrijstelling h en i vervangen door de volgende vrijstelling: Voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, gebruikt voor activiteiten met een politiek, godsdienstig, geestelijk, wereldbeschouwelijk, sociaal,
2
weldadig doel dan wel, voor zover geen sprake is van een directe of indirecte commerciële (neven)activiteit, voor activiteiten met een sportief, cultureel, recreatief of mediadoel. Deze vrijstelling is meeromvattend, maar sluit wel vrijstellingen uit voor commerciële activiteiten aangevraagd door non-profit organisaties of gesubsidieerde partijen. -
In de verordening precariobelasting 2026 is de vrijstelling k toegevoegd: Voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bij kleinschalige niet-commerciële wijk- en buurtactiviteiten. Dit om de sociale cohesie, leefbaarheid en gemeenschapszin door wijk- en buurtactiviteiten te stimuleren.
-
In de verordening Reinigingsrechten 2026 heeft naast de indexering een verhoging van €11,94 per aansluiting plaatsgevonden. In de Kadernota 2026 is opgenomen dat een verhoging van €11,94 per aansluiting noodzakelijk is om de toerekening van €10 per ton restafval te kunnen opvangen. Dit is verwerkt in de tarieven van Hoofdstuk 2 in de tarieventabel.
-
In de verordening Rioolheffing 2026 heeft naast de indexering een extra verhoging van 3% plaatsgevonden, zoals opgenomen in het Integraal Waterplan Waalwijk (IWW) 2025-2027. Daarnaast is er aan het eigenarendeel € 5,10 toegevoegd in het kader van de toegerekende BTW, conform Kadernota 2026.
-
In de verordening Verblijfsbelasting 2026 is het belastbaar feit aangepast zodat alle gevallen voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente door personen die niet als ingezetenen met een adres in gemeenten in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, kunnen worden belast. Op de tarieven in de verordening Verblijfsbelasting 2026 heeft bovenop de indexering een extra verhoging van 10% plaatsgevonden, conform de Kadernota 2026. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan het raadsbesluit waarbij is ingestemd met deze ombuiging. De verhoging zorgt ervoor dat de tarieven in lijn blijven met omliggende gemeenten.
4. Financiën Elke belastingverordening kent verschillende heffingsmaatstaven en tarieven. We kunnen zelf deze maatstaven en tarieven kiezen, om zodoende de opbrengst volgens de begroting te realiseren. In de bijlage ‘toelichting met cijfers uitvoeringsbegroting 2026’ is de financiële onderbouwing opgenomen. Er is bij de behandeling van de Jaarrekening 2024 een motie aangenomen over juistere belastingopbrengsten. We komen hier in de Begroting 2026 op terug, maar dus ook met dit raadsvoorstel.
5. Risico’s 1. Tijdigheid vaststelling Wanneer de verordeningen 2026 niet voor 1 januari 2026 worden vastgesteld en bekendgemaakt. kan op basis van deze verordeningen geen belasting worden geheven. Zolang de op dat moment geldende verordeningen niet zijn ingetrokken, blijven deze van kracht en kan alleen op basis van de dan geldende verordeningen en dus de op dat moment vastgestelde tarieven belasting geheven worden. 2. Financiële beperkingen Het tarief voor de naheffingsaanslag parkeerbelasting is vastgesteld op het wettelijk maximum (€ 82). De werkelijke kosten (€ 95,85) kunnen hierdoor niet volledig worden doorberekend. 3.
Onvolledige doorrekening Komend jaar (2026) worden de tarieven in de Verordening grafrechten 2026 alleen verhoogd met het algemene indexatiepercentage van 2,2%, omdat de noodzakelijke voorbereidingen voor het realiseren van de hogere kostendekkendheid nog niet zijn afgerond. Hierdoor is het wellicht niet haalbaar om de beoogde ombuiging van € 200.000 in zijn geheel vanaf 2026 al te realiseren, zoals oorspronkelijk opgenomen in het ombuigingsvoorstel. Afhankelijk van het financiële effect van mogelijke beheersmaatregelen komen we later bij u terug met aanvullende voorstellen.
3
6. Participatie Bij de voorbereiding van de belastingverordeningen 2026 is geen participatietraject met inwoners of bedrijven doorlopen. Dit komt omdat het vaststellen van belastingverordeningen een wettelijke verplichting is en de kaders (o.a. indexatie volgens de Kadernota 2026 en kostendekkendheid) grotendeels vastliggen. Wel is er intern afgestemd met de betrokken teams binnen de organisatie. Na het vaststellen van de verordeningen door de Gemeenteraad, worden deze bekend gemaakt. Opgemerkt wordt dat de vastgestelde verordeningen worden ontdaan van gele arceringen. Een verordening is een algemeen verbindend voorschrift. Tegen algemeen verbindende voorschriften kan geen bezwaar gemaakt worden. Dit is geregeld in artikel 8:3 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht. Ook tegen het tarief dat in een verordening is neergelegd kan geen bezwaar worden gemaakt, omdat het vaststellen van het tarief een autonome bevoegdheid van de gemeenteraad is.
7. Bijdrage aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s) Het vaststellen van belastingverordeningen is een wettelijke verplichting. De verordeningen zelf dragen daarom niet rechtstreeks bij aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s). Wel is er een indirecte relatie via de afvalstoffenheffing en rioolheffing aangezien binnen de tariefstructuur het principe ’de vervuiler betaalt" geldt. De gekozen tarieven vormen een prikkel om de afvalstromen te beperken. Zo wordt bijgedragen aan SDG 6 (Schoon water en sanitair) en SDG 12 (Verantwoorde consumptie en productie).
8. Fatale beslisdatum 1 januari is het peilmoment voor diverse belastingen. De belastingplicht moet voor die datum bekend zijn. De belastingverordeningen 2026 moeten vóór 31 december 2025 zijn vastgesteld en gepubliceerd, zodat de heffingsambtenaar de aanslagen per 1 januari 2026 rechtmatig kan opleggen.
9. Vervolgstappen Nadat de gemeenteraad het besluit tot vaststellen van de belastingverordeningen 2026 ex OZB en Leges heeft vastgesteld en deze vastgestelde verordeningen 2026 ex OZB en Leges zijn ontdaan van de gele markeringen en dezelfde verordeningen 2025 ex OZB en Leges zijn ingetrokken, moeten het besluit en de bijbehorende belastingverordeningen 2026 ex OZB en Leges voor 1 januari 2026 worden gepubliceerd.
10. Bijlagen 0. Toelichting met begrotingscijfers 2026; 1. Verordening Afvalstoffenheffing 2026; 2. Verordening Forensenbelasting 2026; 3. Verordening Grafrechten 2026; 4. Verordening Haven- en Kadegeld 2026; 5. Verordening Hondenbelasting 2026; 6. Verordening Marktgelden 2026; 7. Verordening Parkeerbelastingen 2026; 8. Verordening Precariobelasting 2026; 9. Verordening Reinigingsrechten 2026; 10. Verordening Rioolheffing 2026; 11. Verordening Verblijfsbelasting 2026.
HET COLLEGE VAN WAALWIJK de secretaris,
de burgemeester,
Michel Tromp
Sacha Ausems
4
De raad van de gemeente Waalwijk; gezien het voorstel van het college van Waalwijk van 23 september 2025 ,
BESLUIT: I de navolgende belastingverordeningen vast te stellen: Verordening Afvalstoffenheffing 2026; Verordening Forensenbelasting 2026; Verordening Grafrechten 2026; Verordening Haven- en Kadegeld 2026; Verordening Hondenbelasting 2026; Verordening Marktgelden 2026; Verordening Parkeerbelastingen 2026; Verordening Precariobelasting 2026; Verordening Reinigingsrechten 2026; Verordening Rioolheffing 2026; Verordening Verblijfsbelasting 2026. II de navolgende belastingverordeningen in te trekken: Verordening Afvalstoffenheffing 2025; Verordening Forensenbelasting 2025; Verordening Grafrechten 2025; Verordening Haven- en Kadegeld 2025; Verordening Hondenbelasting 2025; Verordening Marktgelden 2025; Verordening Parkeerbelastingen 2025; Verordening Precariobelasting 2025; Verordening Reinigingsrechten 2025; Verordening Rioolheffing 2025; Verordening Verblijfsbelasting 2025.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 6 november 2025. DE RAAD VAN WAALWIJK de griffier,
de voorzitter,
Jeroen Deneer
Sacha Ausems
1