CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

RV Afvalproeven Grondstoffenbeleidsplan Fase II

Raadsvergadering (A) 16 september 2021, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Afvalproeven Grondstoffenbeleidsplan Fase II2.333 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Agendanr.: Dossier:

51 2021-033560

Datum collegevergadering: Onderwerp:

12 juli 2021 ‘Afvalproeven Grondstoffenbeleidsplan Fase II’

0. Samenvatting Het college heeft op 6 februari 2020 het ‘Grondstoffenbeleidsplan stap 2’ voorgelegd aan de gemeenteraad. Daarin stelde zij voor om het systeem van ‘omgekeerd inzamelen’ 1 in te voeren. De raad heeft ervoor gekozen om toen geen besluit te nemen, omdat het plan in hun ogen niet besluitrijp was. Zij heeft het college de opdracht gegeven te komen met een nieuw voorstel, waarbij de nadruk ligt op het betrekken van inwoners en de gemeenteraad om ervaring op te doen met nieuwe methodes voor de inzameling van afvalstoffen. Het college stelt daarom voor om verschillende afvalproeven te gaan uitvoeren. In twee wijken en bij vijf appartementencomplexen gaan we gedurende 1 jaar afvalproeven uitvoeren. De volgende proeven worden voorgesteld: • Wegbrengen van restafval naar een ondergrondse container in combinatie met een PMD-container. • Kleine container voor restafval (140 liter) in combinatie met een PMD container • Gescheiden inzameling van GFT-afval in de hoogbouw Deze afvalproeven worden gedurende 1 jaar in de geselecteerde gebieden uitgevoerd. Op deze manier kunnen we kijken hoe de proeven worden gewaardeerd en wat de resultaten zijn door alle seizoenen heen. Na afloop worden de resultaten en bevindingen van de afvalproeven uitgebreid geëvalueerd. De resultaten hiervan vormen de input voor het uiteindelijke nieuwe Grondstoffenbeleidsplan fase II. 1.

Wat is de aanleiding? In 2013 heeft de gemeenteraad een Grondstoffenbeleidsplan voor de periode 2014 – 2021 vastgesteld waarin een keuze is gemaakt voor een stapsgewijze invoering van maatregelen: 1. Maatregelen voor de korte termijn met als doelstelling 65% hergebruik en maximaal 140 kilogram restafval per inwoner per jaar. 2. Maatregelen voor de lange termijn om richting 85% hergebruik en maximaal 45 kilogram restafval per inwoner per jaar te gaan (ambitie). Een belangrijke maatregel in stap 1 was het verlagen van de inzamelfrequentie van restafval van 1 keer in de 2 weken naar 1 keer in de 4 weken. De gemeente richtte zich ook op het verbeteren van de inzameling van het GFT-afval en het PMD. Zo werd het aanbieden van de GFT-container goedkoper en werd het PMD vaker opgehaald (van 1 keer in de 4 weken naar 1 keer in de 2 weken). Daarnaast zijn op verschillende plekken in de gemeente luiercontainers geplaatst. Op basis van de evaluatie van stap 1 blijkt dat stap 2 noodzakelijk is om richting de ambitie van 85 % hergebruik en 45 kilogram

1 Bij omgekeerd inzamelen wordt het restafval niet meer met een container huis-aan-huis

ingezameld, maar door inwoners zelf weggebracht naar ondergrondse afvalcontainers in de wijk. Het idee hierachter is dat inwoners worden gestimuleerd om minder afval bij het restafval te gooien en zoveel mogelijk huishoudelijk restafval te scheiden. "Meer grondstoffen, minder afval" is het motto.

1

restafval per inwoner te gaan. Het is aan de gemeenteraad om te besluiten in welke vorm stap 2 voor het onderdeel huishoudelijk afval wordt gezet. Het college heeft op 6 februari 2020 het ‘Grondstoffenbeleidsplan stap 2’ voorgelegd aan de gemeenteraad. Daarin stelde zij voor om het systeem van ‘omgekeerd inzamelen’ in te voeren. De raad heeft ervoor gekozen om toen geen besluit te nemen, omdat het plan in hun ogen niet besluitrijp was. Zij heeft het college de opdracht gegeven te komen met een nieuw voorstel, waarbij de nadruk ligt op het betrekken van inwoners en de gemeenteraad om ervaring op te doen met nieuwe methodes voor de inzameling van afvalstoffen. Het college stelt daarom voor om verschillende afvalproeven uit te voeren. 2. Wat willen bereiken en waarom? Het doel van de afvalproeven is het creëren van draagvlak. Inwoners kunnen dan zelf ervaren hoe het is om bijvoorbeeld een container voor PMD te hebben of hun restafval weg te brengen naar een ondergrondse container. Ook kan de gemeente door middel van proeven ervaringen opdoen over de effecten van diverse wijzigingen, zoals op de hoeveelheid restafval, de kwaliteit van gescheiden ingezamelde afvalstromen, de acceptatie door inwoners, de (on)mogelijkheden in de uitvoering en de kosten. De resultaten van de afvalproeven zijn mede bepalend voor de invulling van stap 2 uit het Grondstoffenbeleidsplan.

Het beoogde resultaat aan het einde van de proeven ziet er als volgt uit: 1. Bewoners proefgebieden weten wat er verandert en waarom. 2. Uitvoering vindt plaats binnen het budget. 3. Inzicht in het effect van de proeven op de prestatiegebieden milieurendement, service en kosten. 3. Wat gaan we daarvoor doen? In twee woonwijken en bij 5 appartementencomplexen gaan we gedurende 1 jaar afvalproeven uitvoeren. De gemeenteraad is eerder actief betrokken geweest bij de keuze van de proeven. Om een compleet beeld te geven aan de gemeenteraad van de mogelijke alternatieve inzamelsystemen die kunnen worden beproefd, is er een onderzoek uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn gepresenteerd tijdens de E-input op 26 november 2020. We hebben daarbij een aantal van deze mogelijke inzamelsystemen toegelicht: • Wegbrengen van restafval naar een ondergrondse container • Kleine container voor restafval (140 liter) • PMD container • Papiercontainer • Gescheiden inzameling van GFT-afval in de hoogbouw Vervolgens is aangegeven welke van deze verschillende systemen dienen te worden getest in de vorm van afvalproeven in de laagbouw. Ook is er gepeild of er een proef gewenst is voor de inzameling van GFT-afval in de hoogbouw. Hieruit is de selectie van de volgende proeven gekomen: • Wegbrengen van restafval naar een ondergrondse container in combinatie met een PMD-container.

• Kleine container voor restafval (140 liter) in combinatie met een extra PMD container. • Gescheiden inzameling van GFT-afval in de hoogbouw. Deze afvalproeven gaan we gedurende 1 jaar in geselecteerde gebieden uitvoeren. Op die manier kunnen we kijken hoe de proeven worden gewaardeerd en wat de resultaten zijn door alle seizoenen heen. In de rest van de gemeente willen we gedurende dat jaar geen grote wijzigingen doorvoeren in de manier van afval inzamelen. Toch willen we ook hen stimuleren om hun afval beter te gaan scheiden. We gaan daarom gemeente breed 2

extra inzetten op communicatie en gedragsverandering. Zie bijlage 1 ‘nota Afvalproeven t.b.v. Grondstoffenbeleidsplan fase II” voor uitgebreide informatie over de afvalproeven. 4. Beleidsvrijheid JA/NEE Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval volgens de Wet milieubeheer en het Landelijke Afvalbeheerplan (LAP3). Waalwijk bepaalt uiteraard zelfstandig haar afvalbeleid en is uiteindelijk verantwoordelijk voor de daadwerkelijke inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval. De raad is verantwoordelijk voor het vaststellen van het beleidskader voor afval. Het nader vaststellen van de plannen voor de uitvoering is een bevoegdheid van het College. Nascheiden Een aantal gemeenten in Oost-Brabant (Eindhoven, Oss, Helmond, ’s-Hertogenbosch en Meierijstad) onderzoeken de mogelijkheden om hun restafval te laten nascheiden. Het nascheiden heeft dan vooral betrekking om het nog aanwezige PMD-afval uit het restafval te halen. Terwijl het scheiden van PMD-afval aan de bron niet wijzigt. Onlangs konden Brabantse en Noord-Limburgse gemeenten zich laten voorlichten over dit Brabantse initiatief van nascheiden. Het onderzoek richt zich op de mogelijkheden om restafval vanaf 2030 aanvullend te laten nascheiden. Het motto van dit initiatief is “bronscheiding waar het kan en nascheiding waar nodig”.

Op dit moment is het onderzoek nog erg prematuur. Tevens is het ook maar de vraag of het realistisch is om het restafval, met de samenstelling zoals in Waalwijk aanvullend te laten nascheiden. Overigens geldt dat niet alleen voor het Waalwijkse restafval, maar voor veel meer gemeenten. Desalniettemin worden de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten gehouden en waar mogelijk wordt het nog op te stellen Grondstoffenbeleidsplan fase II hierop afgestemd.

5. Wat zijn de financiële consequenties? Voor het uitvoeren van de afvalproeven dienen we een aantal investeringen te doen. Daarnaast hebben we te maken met verschillende uitvoeringskosten, per proefgebied en in het algemeen. De kosten van deze afvalproeven waren niet voorzien en worden gedeeltelijk afgedekt uit de voorziening afvalstoffenheffing. Deze onttrekking kan de komende jaren gevolgen hebben voor de tarieven. Investeringskosten Voor het uitvoeren van de afvalproeven dienen we een aantal investeringen te doen. Daarnaast hebben we te maken met verschillende uitvoeringskosten, per proefgebied en in het algemeen. Investeringskosten We onderscheiden per proef de volgende investeringskosten. Proef 1 • Aanschaf en plaatsing van circa 8 ondergrondse containers voor restafval. • Aanschaf van 650 afvalpassen om de ondergrondse containers te openen. Proef 2 • Aanschaf van 620 kleine 140 liter minicontainers voor restafval. Elke container krijgt daarnaast een adressticker (aanschaf van 620 stickers). Proef 3 • Aanschaf en plaatsing van 8 bovengrondse GFT-zuilen.

3

De totale investeringskosten bedragen:

Investeringen Proef 1: Restafval wegbrengen

€ 87.250

Proef 2: Kleine restafvalcontainer + PMD container

€ 16.275

Proef 3: GFT-afval in de hoogbouw

€ 25.200

Totaal

€ 128.725

We gebruiken voor de investeringen bestaande kredieten voor ondergrondse containers en de aanschaf van minicontainers. Uitvoeringskosten In de uitvoering hebben we kosten die bij alle proeven worden gemaakt en kosten die specifiek voor die proef zijn. Daarnaast hebben we nog kosten voor de gemeente brede communicatie en gedragsverandering.

Proef 1 • Kosten voor het bestickeren van de oude restafvalcontainers, het uitgeven van afvalpassen, locatieonderzoek voor de ondergrondse containers en extra onderhoudskosten. Daarnaast hebben we extra inzamelkosten voor de inzameling van PMD-afval met een minicontainer en voor de inzameling van restafval in de ondergrondse containers. Proef 2 • Kosten voor het uitzetten van de kleine restafvalcontainers en het bestickeren van de oude restafvalcontainers. Ook hier hebben we extra inzamelkosten voor de inzameling van PMD-afval met een minicontainer. Proef 3 • Kosten voor de aanschaf en het uitzetten van keukenbakjes, locatieonderzoek voor de GFT-zuilen en extra onderhoudskosten. De totale uitvoeringskosten bedragen:

4

Totale kosten De investeringen schrijven we af in respectievelijk 10 jaar (bovengrondse containers) en 15 jaar (ondergrondse containers) tegen 1,5% rente. De kapitaallasten van de investeringen en de uitvoeringskosten bij elkaar geven een beeld van de totale kosten voor de proeven gedurende het hele jaar. Aangezien de kapitaallasten al begroot zijn brengen de investeringen geen extra kosten met zich mee. Datzelfde geldt deels ook voor communicatiekosten, waarvoor in het Voorjaarsbericht 2021 een extra bedrag van € 45.000 beschikbaar is gesteld.

De éénmalige kosten voor de afvalproeven van € 155.409 inclusief de dekking daarvan via de voorziening afvalstoffenheffing zijn niet meegenomen in de Kadernota 2022, omdat het voorstel nog niet gereed was. Daarnaast kunnen de kosten niet in de begroting 2022 meegenomen worden, omdat in de Nota van Uitgangspunten 2022 t.b.v. Kadernota en Begroting bepaald is dat alle raadsvoorstellen tot 1 augustus 2021 hierin verwerkt worden. De nettolasten incl. dekking via de voorziening worden derhalve meegenomen en gepresenteerd in het Voorjaarsbericht 2022. 6. Inspraak De inwoners zijn niet expliciet betrokken bij de selectie van de proefgebieden. Bij de selectie van de proefgebieden hebben we wel rekening gehouden met de volgende factoren: Het type bebouwing en type inwoners in het proefgebied is divers. Het is belangrijk om verschillende type bebouwingen in het proefgebied te hebben zitten. Een derde container aan huis heeft bijvoorbeeld een grotere impact voor iemand die klein is behuisd, dan 5

voor iemand die alle ruimte heeft. Daarnaast heeft het wegbrengen van restafval bijvoorbeeld weer een grotere impact voor ouderen of inwoners die slecht ter been zijn dan voor jongere inwoners. Om na afloop van de proeven iets te kunnen zeggen over de effectiviteit en de waardering van het beproefde inzamelsysteem is het belangrijk om dit bij een diverse doelgroep te hebben uitgetest. De aparte inzameling kan efficiënt gebeuren. Bij de selectie van de proefgebieden hebben we zoveel mogelijk gekeken naar bestaande routes. Zowel voor restafval als voor PMD-afval. Een route voor restafval opbreken zou betekenen dat er twee keer een halve route zou moeten worden gereden. Dit is niet efficiënt. We hebben daarom een hele restafval route gekozen als proefwijk. Vervolgens hebben we gezocht naar een gebied/wijk dat daarnaast ook in één PMD-route ligt. We sluiten zoveel mogelijk aan op bestaande inzamelmiddelen. Voor de proef met het wegbrengen van het restafval is gekozen voor een wijk waar al een aantal ondergrondse containers staat. Op die manier kunnen we kosten besparen doordat zo een gedeelte van de inwoners uit de laagbouw kan aansluiten op bestaande ondergrondse containers. Daarnaast hoeven in een dergelijke wijk minder nieuwe locaties te worden gezocht voor ondergrondse containers.

Een proces wat niet altijd gemakkelijk is vanwege de vele criteria waar een locatie aan moet voldoen (o.a. geen kabels en leidingen in de grond, veiligheid, goed bereikbaar voor inwoners en het inzamelvoertuig).

De proefgebieden zijn bepaald in overleg met de collega’s van Gebiedsgericht Werken. Uiteraard worden de bewoners van de betreffende wijken straks wel meegenomen in het feit dat ze onderdeel van de proef gaan worden. Tevens worden de bewoners goed geïnformeerd tijdens de gehele periode van de proef en wordt hun gevraagd naar hun ervaringen. 7. Vervolgtraject besluitvorming (inclusief communicatietraject) Na besluitvorming gaan we de voorbereidingen voor de afvalproeven starten. De afvalproeven lopen globaal van april 2022 t/m april 2023. E.e.a. is uiteraard afhankelijk van diverse externe factoren. We gaan de proeven uitgebreid evalueren. De resultaten hiervan vormen de input voor het nieuwe Grondstoffenbeleidsplan Stap 2. 8. Fatale beslisdatum JA/NEE Nee 9. Bijlagen bij het voorstel Zie het RaadsInformatieSysteem (RIS): 10.Voorstel Wij stellen voor − De nota ‘Afvalproeven t.b.v. Grondstoffenbeleidsplan fase 2’ vast te stellen en uit te voeren. − De reeds beschikbaar gestelde kredieten in te zetten voor de benodigde investeringen. − Het eenmalig budget voor afvalproeven van € 155.409 te verwerken in het Voorjaarsbericht 2022. − Dit bedrag te onttrekken aan de voorziening afvalstoffenheffing.

HET COLLEGE VAN WAALWIJK de secretaris,

de burgemeester,

J.H. Lagendijk

S. Ausems 6

De raad van de gemeente Waalwijk; gezien het voorstel van het college van Waalwijk van 12 juli 2021 , BESLUIT: − − − −

De nota ‘Afvalproeven t.b.v. Grondstoffenbeleidsplan fase 2’ vast te stellen en uit te voeren. De reeds beschikbaar gestelde kredieten in te zetten voor de benodigde investeringen. Het eenmalig budget voor afvalproeven van € 155.409 te verwerken in het Voorjaarsbericht 2022. Dit bedrag te onttrekken aan de voorziening afvalstoffenheffing.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 16 september 2021.

DE RAAD VAN WAALWIJK de griffier,

de voorzitter,

J. Louer

S. Ausems

1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10423032/1