RV Aankoop Eerste Zeine 86a, vestigen voorkeursrecht WWK00 E 6469, 6470, 6471
Tekst van het document
Raadsvoorstel Datum collegevergadering: Onderwerp:
6 januari 2026 Aankoop Eerste Zeine 86a, vestigen voorkeursrecht WWK00 E 6469, 6470, 6471
0. Adviespunten/beslispunten •
• •
Ten behoeve van de aankoop van het onroerend goed aan de Eerste Zeine 86a te Waalwijk, kadastraal bekend als WWK00 E 3583, groot 1.176 m² 2 kredieten beschikbaar te stellen, te weten € 235.200 voor de grond en € 469.800,00 voor de opstallen. Vaststellen van begrotingswijziging 2026/004 (bijlage 4). Op grond van artikel 9.1 lid 1 onder c van de Omgevingswet (Ow) een voorkeursrecht te vestigen op de onroerende zaken kadastraal bekend als WWK00 E 6469, 6470, 6471 in het gebied “Noorder Parallelweg”, zoals aangegeven op de bij dit besluit behorende grondtekening (bijlage 1) en percelenlijst (bijlage 2), waarop zijn vermeld de in de aanwijzing opgenomen onroerende zaken, hun grootte alsmede de namen van de eigenaren en rechthebbenden op de beperkte rechten waaraan die onroerende zaken zijn onderworpen, een en ander naar de stand van de openbare registers van het kadaster van (bijgewerkt t/m) 22 december 2025. Er is geen sprake van strijd met artikel 9.3, eerste lid, Omgevingswet. De onroerende zaken maken deel uit van een locatie waaraan een niet-agrarische functie wordt toegedacht, betreffende een ‘Mobiliteitshub en bijbehorende ondersteunende functies’ (bijlage 3), en waarvan het huidige gebruik afwijkt van die functie.
De aanwijzing vervalt ten aanzien van elk van de aangewezen onroerende zaken drie jaar na het ingaan van dit voorkeursrecht tenzij voordien een voorkeursrecht als bedoeld in artikel 9.1 lid 1 onder a of onder b van de Ow in werking treedt.
1. Aanleiding? Op grond van artikel 9.1 lid 1 onder c van de Omgevingswet (Ow) heeft de raad op 9 oktober 2025 besloten om een Voorkeursrecht te vestigen op diverse percelen in het gebied tussen de Eerste Zeine en de Noorder Parallelweg voor de beoogde realisatie van een mobiliteitshub. De eigenaar van de Eerste Zeine 86a wil zijn onroerend goed verkopen. Uit onderhandelingen is gekomen dat de koopsom € 700.000,- k.k. wordt en de afnamedatum 1 april 2026 onder de voorwaarde dat het college en de raad instemt met deze koop. Deze aankoop biedt de mogelijkheid om een ontsluiting te realiseren voor de toekomstige mobiliteitshub. Tegen het op 9 oktober gevestigde voorkeursrecht zijn 4 bezwaren ingediend. Tijdens de behandeling van één van deze bezwaren is vastgesteld dat één perceel — kadastraal bekend als WWK00 E 3796 (later gesplitst in WWK00 E 6469, 6470, 6471 ) — per abuis niet is opgenomen in de percelenlijst die is ingeschreven binnen de wettelijke termijn van vier dagen in het kadaster. Dit betekent dat het voorkeursrecht voor wat betreft het perceel WWK00 E 3796 formeel niet in werking is getreden. Het is niet mogelijk om in dit stadium nog tot inschrijving over te gaan van een nieuwe percelenlijst. Er dient daarom een nieuw besluit te worden genomen dat binnen de termijn van vier dagen kan worden ingeschreven.
2. Wat willen we bereiken? Met het vestigen van het gemeentelijk voorkeursrecht op de gronden binnen de gebieden “Noorder Parallelweg” wil de gemeente de voorwaarden optimaliseren voor de realisatie van de toegedachte functie ‘Mobiliteitshub en bijbehorende ondersteunende functies’. Door het voorkeursrecht in te zetten, en Eerste Zeine 86a te verwerven,
1
kan de gemeente een actieve en regisserende rol vervullen in de grondverwerving en daarmee in de uitvoering van haar ruimtelijke ambities voor het gebied.
3. Argumenten/Overwegingen Aankoop Eerste Zeine 86a Door dit onroerend goed in eigendom te krijgen wordt de mogelijkheid gecreëerd om de toekomstige mobiliteitshub op een passende manier te ontsluiten. De mobiliteitshub krijgt diverse verschillende verkeersstromen, variërend van bus, auto, brommer, fiets, voetgangers e.d.. Door aankoop kan een noodzakelijke ontsluiting worden gerealiseerd, waardoor een veilige en overzichtelijke verkeerssituatie ontstaat die past bij de totale ontwikkeling. Het risico op afboeken in de voorbereidingsfase is beperkt, het aankoopbedrag sluit aan bij de taxatiewaarde. Er is voor dit onroerend goed een taxatierapport aangeleverd waaruit blijkt dat de marktwaarde gelijk is aan het aankoopbedrag. Mocht in de toekomst blijken dat dit onroerend goed niet gebruikt kan worden ten behoeve van de mobiliteitshub, dan zou het onroerend goed weer verkocht kunnen worden. De verkoopprijs zal dan in lijn liggen met het aankoopbedrag. Met de aankoop van de aangeboden percelen wordt concreet invulling gegeven aan het op 9 oktober 2025 gevestigde gemeentelijke voorkeursrecht. Dit bevestigt de effectiviteit van het instrument en onderstreept de actieve grondstrategie van de gemeente. Het onroerend goed is tijdens de voorbereidende fase geschikt voor tijdelijke verhuur.
Omdat de toekomstige invulling van het perceel nog nader moet worden uitgewerkt, biedt tijdelijke verhuur gedurende deze periode de mogelijkheid om (een deel van) de kapitaallasten en exploitatielasten te dekken. Met het vaststellen van de begrotingswijziging wordt de financiële vertaling geborgd van aankoop. Voor de aankoop van het betreffende onroerend goed is een budgettaire aanpassing noodzakelijk om de lasten in 2026 op een juiste en rechtmatige wijze in de begroting op te nemen. Met het vaststellen van de begrotingswijziging worden de benodigde middelen beschikbaar gesteld, zodat de aankoop kan worden afgerond binnen de financiële kaders van de gemeente. Hiermee wordt de uitvoering van het besluit mogelijk gemaakt zonder dat dit leidt tot overschrijdingen of afwijkingen in de programmabegroting. Vestiging voorkeursrecht WWK00 E 6469, 6470, 6471 Door de vestiging van het voorkeursrecht houdt c.q. verkrijgt de gemeente regie op de beoogde ontwikkeling. Artikel 9.1 lid 1 onder c van de Ow biedt de raad de mogelijkheid om een voorkeursrecht te vestigen op onroerende zaken die deel uitmaken van een locatie, waaraan in de voorkeursrechtbeschikking een niet-agrarische functie of moderniseringslocatie wordt toegedacht. En waarvan het feitelijk gebruik afwijkt van die functie.
Daardoor kan de raad al in een vroegtijdig stadium slagvaardig optreden om betere omstandigheden te creëren voor de ontwikkeling van de mobiliteitshubs binnen de gebieden ”Noorder Parallelweg“ en ”Noorder Allee”. Het vestigen van een voorkeursrecht biedt de gemeente de mogelijkheid om een actieve en regisserende rol te spelen bij de uitvoering van haar plannen. Door de vestiging van een voorkeursrecht is een eigenaar verplicht om, wanneer hij zijn onroerende zaak wenst te verkopen, deze eerst te koop aan te bieden aan de gemeente. De mogelijkheid tot vestigen van een voorkeursrecht moet dan ook worden gezien als een instrument voor de gemeente om positie op de grondmarkt in te nemen. Een aanwijzing maakt het immers mogelijk om preventief te acteren, anticiperend op eventuele (ongewenste) grondtransacties in de gebieden ”Noorder Parallelweg“ en ”Noorder Allee”. Daarnaast draagt het voorkeursrecht bij aan het voorkomen van prijsopdrijving door marktpartijen, waardoor de financieel economische uitvoerbaarheid van de plannen dichterbij komt. Het instrument van het voorkeursrecht en artikel 9.1 lid 1 onder c van de Ow in het bijzonder brengen mee, dat op het moment dat het voorkeursrecht wordt gevestigd, veelal nog niet zeker zal zijn of de toegedachte functie feitelijk zal kunnen worden gerealiseerd.
Gelet op het doel van het voorkeursrecht, het verschaffen van voorrang aan gemeenten bij aankoop van de onroerende zaken die benodigd zijn voor het realiseren van toekomstige planologische ontwikkelingen, staat deze onzekerheid niet in de weg aan het gebruik van de bij wet gegeven bevoegdheid tot het vestigen van een voorlopig voorkeursrecht door de raad. Gedurende de werkingsduur van het voorkeursrecht kunnen de plannen verder worden uitgewerkt en zal vorm worden gegeven aan een meer concrete inpassing van de voorgenomen ontwikkeling. 2
Bij de eerdere vestiging van het voorkeursrecht door het college op 19 augustus (op grond van artikel 9.1 lid 2 Ow) en door de raad op 9 oktober 2025 (artikel 9.1 lid 1 onder c van de Ow) is één perceel per abuis niet meegenomen in de percelenlijst. Hierdoor is voor dit perceel toen niet voldaan aan de wettelijke vereisten voor het vestigen van een voorkeursrecht. Aangezien dit perceel – later gesplitst in WWK00 E 6469, 6470, 6471 - wel binnen de beoogde ontwikkellocatie is gelegen, is het gelet op de actieve en regisserende rol van belang, om het voorkeursrecht alsnog op dit perceel (nu bekend als WWK00 E 6469, 6470, 6471) te vestigen, zodat de gemeente ook hier de gewenste regie kan uitoefenen. Er wordt voldaan aan de vereisten voor vestiging van het voorkeursrecht Binnen de gewenste mobiliteitshubs moeten verschillende vervoersvormen (bussen, (deel)auto’s, (deel)fietsen, K&R-zone, verblijfsruimte, etc.) een plek krijgen. Met het opwaarderen van het openbaar vervoer tot een belangrijk knooppunt in Waalwijk, ontstaat tevens de mogeijkheid ondersteunende en aanvullende voorzieningen toe te voegen. Hierbij wordt gedacht aan bijvoorbeeld (kleinschalige) horeca, toiletten en een pakketwand. Op deze wijze wordt een zowel ruimtelijk, als functioneel aantrekkelijke locatie gecreëerd, waar van de ochtend tot de avond levendigheid is en daardoor sociale controle aanwezig is.
De in de aanwijzing betrokken onroerende zaken (bijlage 2 en 3) zijn gelegen in de beheersverordening ‘Natte natuurparel, Eerste Zeine (incl. Duurzaamheid)’, welke is opgenomen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan gemeente Waalwijk. Binnen deze beheersverordening hebben de onroerende zaken een bestemming ‘Bedrijfsdoeleinden’. Aan deze onroerende zaken wordt de functie ‘Mobiliteitshub en bijbehorende ondersteunende functies’ toegedacht. Deze functie is niet-agrarisch van aard. Tegelijkertijd is het huidige, feitelijke gebruik van de gronden ten behoeve van bedrijfsdoeleinden, wat betekent dat er sprake is van een duidelijke afwijking tussen het huidige gebruik en de toegedachte functie. Daarmee is voldaan aan beide kernvereisten voor de vestiging van het voorkeursrecht: • Toegedachte niet-agrarische functie: vastgelegd in de voorkeursrechtbeschikking en de masterplankaart. • Afwijkend feitelijk gebruik: de gronden worden momenteel ten behoeve van bedrijfsdoeleinden gebruikt. Deze discrepantie tussen toegedachte functie en het feitelijke gebruik vormt de juridische basis voor het voorkeursrecht, waarmee de gemeente haar positie op de grondmarkt kan versterken en de uitvoering van haar ruimtelijke beleid kan waarborgen.
4. Financiën Aankoop Eerste Zeine 86a 1. Voorgesteld wordt om voor de aankoopkosten (inclusief bijkomende kosten) 2 kredieten te voteren, te weten € 235.200 voor de grond en € 469.800,00 voor de opstallen. De hiermee samenhangende kapitaallasten zorgen voor een structureel nadeel voor de meerjarenbegroting met ingang van 2027, uitgaande van een transactie in het 2e kwartaal van 2026. De totale aankoopkosten bedragen € 700.000 en de bijkomende kosten zijn geschat op €5.000. Er is een uitsplitsing gemaakt naar de waarde van de grond en de waarde van het gebouw. Voor de waarde van de grond wordt uitgegaan van een bedrag van 1.176 m2 x € 200 per m2; een totaalbedrag van € 235.200. Uitgaande van een rentepercentage van 1,25% (op basis van de Nota van Uitgangspunten 2026) bedragen de rentelasten € 2.940,00 per jaar. De waarde van de opstallen bedraagt € 469.800,00. Dit gebouw dateert uit 1986. Op basis van de Nota waarderings- en afschrijvingsbeleid wordt voor gebouwen een afschrijvingstermijn van 50 jaar gehanteerd. Op basis van een nog resterende afschrijvingstermijn van 15 jaar en een rentepercentage van 1,25% (NvU 2026) bedragen de jaarlijkse kapitaallasten € 37.192,50 (afschrijving: € 31.320,00, rentelasten € 5872,50). De opstallen zijn geschikt voor verhuur. De verwachte huuropbrengsten bedragen circa € 40.000 per jaar.
Hier tegenover staan kosten voor leegstand, onderhoud, beheer en overige exploitatielasten, die worden geraamd op
3
circa € 12.000 per jaar. Het jaarlijks te verwachten resultaat kan worden ingezet ter dekking van de jaarlijkse kapitaallasten. Resumé jaarlijkse financiële consequenties met ingang van de begroting 2027 - Jaarlijkse rentelasten grond € 2.940,00 - Rente- en afschrijvingslasten opstallen € 37.192,50 - Exploitatielasten gebouw € 12.000 Totaal jaarlijkse lasten: € 52.132,50 - Verwachte huuropbrengsten € 40.000 Totaal jaarlijkse baten: € 40.000 Indien het pand verhuurd kan worden is er sprake van een structureel nadeel voor de meerjarenbegroting met ingang van 2027 van € 12.132,50. Indien er geen sprake is van verhuur bedraagt het structureel nadeel voor de meerjarenbegroting € 52.132,50. Financiële consequenties op termijn Het project moet nog verder worden uitgewerkt. Uiteindelijk zal de raad middelen moeten beschikbaar stellen voor de uitvoering hiervan. Afhankelijk van de verdere planvorming gebeurt dit in de vorm van een krediet of via het openen van een grondexploitatie. De boekwaarde van de aangekochte gronden en opstallen wordt daarbij in het project ingebracht. Afhankelijk van de definitieve plannen kunnen daarnaast ook sloopkosten en een eventuele afboeking van de boekwaarde van de opstallen ten laste van het project komen. Vestiging voorkeursrecht WWK00 E 6469, 6470, 6471 Voor de vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht worden (beperkt) proceskosten gemaakt.
Het voorkeursrecht heeft als zodanig geen financiële consequenties. Indien en voor zover de gemeente tot verwerving van een met het voorkeursrecht belaste onroerende zaak wenst over te gaan, dient hiervoor te zijner tijd krediet beschikbaar te zijn. Aan de raad zal, net als voor de aankoop van Eerste Zeine 86a, een specifiek voorstel worden gedaan voor het beschikbaar stellen van financiële middelen voor de aankoop van strategische gronden en panden. Het een en ander ook conform de door de raad vastgestelde Nota grondbeleid 2025-2030. Die gronden moeten dan worden gewaardeerd tegen marktwaarde (op basis van een taxatierapport) en worden opgenomen onder de materiële vaste activa. Op deze gronden wordt niet afgeschreven. Wel worden rentelasten berekend tegen interne rekenrente. Deze lasten komen voor rekening van een nader te bepalen kostenpost.
5. Risico’s Aankoop Eerste Zeine 86a Het hebben van een eigendom brengt kosten met zich mee voor beheer, kapitaal en risico. Tijdelijke verhuur kan een deel van de kosten dekken. Of dit voldoende is, hangt af van onder meer de duur van de verhuur, de markt en de huurprijs. In de raming is uitgegaan van beperkte leegstand en een lage huur. Het blijft echter mogelijk dat er geen vraag blijkt te zijn, waardoor de opbrengsten lager uitvallen of geheel ontbreken. Een vertraging of wijziging van de beoogde plannen zorgt voor extra kosten Het pand wordt aangekocht ten behoeve van de ontwikkeling van een mobiliteitshub. Indien de planvorming vertraging oploopt, blijven de jaarlijkse kapitaallasten langer doorlopen en ontstaan extra kosten. Mocht de locatie uiteindelijk niet nodig blijken, dan kan tot verkoop worden overgegaan, met het risico op een lagere opbrengst of een langere verkooptermijn en daarmee aanvullende kosten. In de huidige marktomstandigheden wordt het risico op een lagere opbrengst vooralsnog beperkt ingeschat. De voorgestelde begrotingswijziging maakt financiële middelen vrij specifiek voor de aankoop van het betreffende onroerend goed. De voorgestelde begrotingswijziging ziet uitsluitend op het beschikbaar stellen van middelen voor de aankoop van het betreffende onroerend goed.
Voor de verdere uitwerking en realisatie van het project – waaronder planvorming, inrichting, sloop of bouwkundige werkzaamheden – is op een later moment aanvullend krediet nodig. 4
Dit betekent dat het huidige besluit nog geen financiële dekking biedt voor het totale project en dat toekomstige financiële besluiten noodzakelijk blijven. Vestiging voorkeursrecht WWK00 E 6469, 6470, 6471 Aan een voorkeursrecht is een maximale termijn gekoppeld Artikel 7.1 eerste lid onder f. van het Omgevingsbesluit bepaalt dat een voorkeursrechtbeschikking de eerst mogelijk vervaldatum dient te vermelden. Uit artikel 9.4 lid 1 onder a van de Ow volgt dat een voorkeursrecht van de raad als bedoeld in artikel 9.1 lid 1 onder c van de Ow vervalt drie jaar na het ingaan ervan, tenzij voor dat tijdstip de functie waarvoor het voorkeursrecht is gevestigd, is toegedacht in een omgevingsvisie of een programma of is toegedeeld in het omgevingsplan. Dit betekent dat voorkeursrechten kunnen doorlopen. Als in het nieuwe planologisch besluit (omgevingsvisie of programma of omgevingsplan) de nieuwe functies worden opgenomen blijft het voorkeursrecht mitsdien van kracht op basis van die nieuwe grondslag. Er is dan geen nieuwe voorkeursrechtbeschikking nodig. De geldingsduur van die nieuwe grondslag van het voorkeursrecht geldt vanaf dat moment.
Het vestigen van het voorkeursrecht betekent actie van de gemeente Als de eigenaar zijn met het voorkeursrecht belaste onroerende zaak aanbiedt aan de gemeente, moet het college conform artikel 9.13 van de Ow binnen zes weken na ontvangst van de opgave van de eigenaar besluiten of de gemeente al dan niet in beginsel bereid is de onroerende zaak tegen nader overeen te komen voorwaarden aan te kopen. Indien het college een positief beginselbesluit neemt, zal er vervolgens een onderhandelingsproces op gang komen gericht op de totstandkoming van een koopovereenkomst tussen de eigenaar en de gemeente. Ingeval van een negatief beginselbesluit of na het ongebruikt verstrijken van de termijn van zes weken door het college is de eigenaar gedurende drie jaar vrij om de in het aanbod vermelde zaken te vervreemden aan derden (artikel 9.14 lid 1 van de Ow). Gedurende deze termijn blijft het voorkeursrecht wel op de onroerende zaak rusten en dus voor een eventuele nieuwe eigenaar gelden. De vestiging van het voorkeursrecht kan met zich meebrengen dat de gemeente verplicht is tot aankoop. De eigenaar kan de met een voorkeursrecht belaste zaak pas verkopen, als hij ze eerst aan de gemeente te koop heeft aangeboden.
Hoewel de Ow als uitgangspunt heeft dat het volledig aan de gemeente is om te bepalen of zij de te koop aangeboden zaak wenst aan te kopen, zijn er twee uitzonderlijke situaties waarin de gemeente kan worden verplicht om de onroerende zaken waarvoor de uitnodiging is gedaan aan te kopen. De eerste situatie kan zich voordoen indien de rechtbank, op verzoek van de gemeente, uitspraak heeft gedaan over de prijs. De gemeente moet dan meewerken aan koop van de onroerende zaak tegen de door de rechtbank bepaalde prijs, als de eigenaar daarom verzoekt (artikel 9.20 van de Ow). De tweede situatie kan zich voordoen als sprake is van bijzondere persoonlijke omstandigheden van de vervreemder (artikel 9.18 lid 1 van de Ow); in die situatie kan de rechtbank bepalen dat de gemeente de onroerende zaak moet kopen tegen een door de rechtbank te bepalen prijs. Van beide situaties kan alleen sprake zijn als de gemeente heeft aangegeven in beginsel bereid te zijn de onroerende zaken te kopen tegen nader overeen te komen voorwaarden. De omvang van de aanbieding kan ruimer zijn dan hetgeen is aangewezen. Uitgangspunt is dat de eigenaar vrij is om te bepalen wat hij aan de gemeente te koop aanbiedt. Het aanbod kan het geheel van de met een voorkeursrecht belaste onroerende zaak betreft, maar ook slechts een deel daarvan.
Het is daarnaast mogelijk dat de eigenaar als voorwaarde bij zijn aanbod opneemt dat niet alleen de met het voorkeursrecht belaste onroerende zaak wordt gekocht, maar ook andere onroerende zaken die daarmee een ‘samenhangend geheel’ vormen. Als onroerende zaken worden geëxploiteerd als onderdeel van een onderneming, kan de vervreemder als voorwaarde stellen dat de onderneming in de vervreemding wordt betrokken. Het college zal vervolgens moeten beslissen of het in beginsel bereid is om de aangeboden onroerende zaak tegen nader overeen te komen voorwaarden te kopen. Indien het college het aanbod weigert, dan is de eigenaar gedurende drie jaar vrij de met het voorkeursrecht belaste onroerende zaak, waarvoor de uitnodiging is gedaan, aan derden te verkopen (artikel 9.14 lid 1 van de Ow). De gemeente kan de nietigheid inroepen van ‘ontwijkingshandelingen’. In de praktijk komt het soms voor dat een grondeigenaar een voorkeursrecht probeert te ontwijken. Er wordt dan gebruik gemaakt van constructies waarbij een perceel niet verkocht wordt, maar het economisch belang en de beschikkingsmacht bij het perceel wel overgaan. Een voorbeeld daarvan is wanneer de aandelen worden verkocht van een vennootschap die eigenaar is van een aangewezen perceel. De koper van de aandelen verkrijgt daarmee indirect de eigendom van het perceel.
Als de eigenaar van een onroerende zaak waarop een voorkeursrecht rust 5
een rechtshandeling verricht met de kennelijke strekking om afbreuk te doen aan het gemeentelijk voorkeursrecht, dan kan de gemeente bij de rechtbank de nietigheid in roepen van die rechtshandeling.)
6. Participatie Met betrekking tot de aankoop van Eerste Zeine 86a is via de makelaar contact geweest met de eigenaar. Aangezien in minnelijk overleg overeenstemming is bereikt, heeft de eigenaar ingestemd met de verkoop.
7. Bijdrage aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s) SDG 3 – Goede gezondheid en welzijn Minder verkeer en schonere lucht dragen bij aan een gezondere leefomgeving. Daarnaast stimuleert een mobiliteitshub actieve vormen van vervoer zoals wandelen en fietsen, wat goed is voor de fysieke gezondheid. SDG 7 – Betaalbare en duurzame energie Veel mobiliteitshubs ondersteunen elektrische voertuigen en laadinfrastructuur. Dit bevordert het gebruik van duurzame energie in transport. Het toepassen van bijv. zonnepanelen op de gebouwde voorzieningen van de mobiliteitshub, kunnen hier tevens aan bijdragen. SDG 8 – Waardig werk en economische groei De mobiliteitshubs verbeteren de bereikbaarheid van werkplekken, wat economische participatie bevordert. SDG 9 – Industrie, innovatie en infrastructuur Een mobiliteitshub stimuleert investeringen in duurzame en robuuste vervoersinfrastructuur . Door verschillende vervoersvormen fysiek te bundelen op één locatie, ontstaat er een efficiënter gebruik van bestaande infrastructuur en wordt er ruimte gecreëerd voor nieuwe verbindingen. Dit versterkt de economische structuur en bevordert de bereikbaarheid van werk, onderwijs en voorzieningen. SDG 11 – Duurzame steden en gemeenschappen Een mobiliteitshub bevordert duurzame stedelijke mobiliteit door verschillende vervoersmiddelen (zoals openbaar vervoer, fietsen, deelauto’s) te integreren.
Dit vermindert de afhankelijkheid van privéauto’s, verlaagt verkeersdruk en verbetert de luchtkwaliteit in steden. SDG 13 – Klimaatactie Door het stimuleren van gedeelde en emissiearme vervoersopties helpt een mobiliteitshub de CO₂-uitstoot te verminderen. Minder autoverkeer betekent minder broeikasgassen en dus een directe bijdrage aan klimaatmitigatie.
8. Fatale beslisdatum Artikel 9.4 lid 3 van de Ow bepaalt dat een voorkeursrecht van het college als bedoeld in artikel 9.1 lid 2 van de Ow vervalt drie maanden na het ingaan ervan of, als dat eerder is, op het tijdstip dat een voorkeursrecht als bedoeld in artikel 9.1 lid 1 van de Ow ingaat. Om het voorkeursrecht voort te zetten is mitsdien vereist dat uiterlijk op 5 maart 2026 een door de raad gevestigd voorkeursrecht ingaat. Voor het ingaan van het voorkeursrecht is vereist dat de raad beslist tot het vestigen van het voorkeursrecht én het voorkeursrecht vervolgens binnen vier dagen is ingeschreven in de openbare registers van het Kadaster (art. 16.82a Omgevingswet).
9. Vervolgstappen Aankoop Eerste Zeine 86a Na instemming van de raad zal de onroerende zaak door een akte van levering aan de gemeente worden overgedragen. 6
Vestiging voorkeursrecht WWK00 E 6469, 6470, 6471 Het ontwerp van het raadsvoorstel alsmede het concept van het raadsbesluit heeft met ingang van 8 januari 2026 ter inzage gelegen. Belanghebbenden (eigenaren en beperkt gerechtigden) zijn ingevolge artikel 4:8 van de Awb in de gelegenheid gesteld om mondeling of schriftelijk zienswijzen bij uw raad naar voren te brengen. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. Indien de raad conform het voorstel besluit, wordt de voorkeursrechtbeschikking op 6 maart 2026 bekendgemaakt aan de eigenaren en beperkt gerechtigden. Omdat de betreffende eigenaar van het perceel WWK00 E 3796 bezwaar had ingediend tegen de eerder genomen besluiten, zal deze ook actief worden benaderd om uitleg te geven over het gevestigde voorkeursrecht. Vervolgens dient het besluit binnen vier dagen na de bekendmaking te worden ingeschreven in de openbare registers van het Kadaster. Het voorkeursrecht treedt in werking op het tijdstip van inschrijving. Vanaf 10 maart 2026 ligt het besluit van de raad met de daarbij behorende documenten ter inzage op de receptie van het stadhuis, Taxandriaweg 6 te Waalwijk, en zijn de stukken te raadplegen via de gemeentelijke webpagina: www.waalwijk.nl. De kennisgeving van deze terinzagelegging wordt op 10 maart 2026 gepubliceerd in het Gemeenteblad.
Voor belanghebbenden (eigenaren respectievelijk beperkt gerechtigden) bestaat de mogelijkheid om binnen 6 weken bezwaar te maken tegen het besluit. Indien een belanghebbende bezwaar heeft gemaakt kan deze tevens aan de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, afdeling bestuursrecht, Postbus 90006, 4800 PA Breda, verzoeken om een voorlopige voorziening te treffen, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
10. Bijlagen 1. Grondtekening, gebied ‘Noorder Parallelweg’ 2. Noorder Parallelweg – Percelenlijst art. 9.1 lid 1 onder c 3. Masterplantekening, gebied ‘Noorder Parallelweg’ 4. Begrotingswijziging 2026/004
HET COLLEGE VAN WAALWIJK de secretaris,
de burgemeester,
Michel Tromp
Sacha Ausems
Voorgeschiedenis: 9 maart 2023 Vaststellen Mobiliteitsplan 2030 door gemeenteraad. RIB 02-2025 ‘Ontwikkelingen openbaar vervoer’ Vestigen Voorkeursrecht Noorder Parallelweg, 19-08-2025 college (geen beschikbare link, besluit is niet openbaar gepubliceerd) Vestigen Voorkeursrecht Noorder Parallelweg, 09-10-2025 gemeenteraad https://www.waalwijk.nl/mobiliteitshubs Moties en Toezeggingen Snel duidelijkheid voorkeursrecht Noorderparallelweg Gemeente Waalwijk
7
De raad van de gemeente Waalwijk; gezien het voorstel van het college van Waalwijk van 6 januari 2026 ,
BESLUIT: •
• •
Ten behoeve van de aankoop van het onroerend goed aan de Eerste Zeine 86a te Waalwijk, kadastraal bekend als WWK00 E 3583, groot 1.176 m² 2 kredieten beschikbaar te stellen, te weten € 235.200 voor de grond en € 469.800,00 voor de opstallen. Vaststellen van begrotingswijziging 2026/004 (bijlage 4). Op grond van artikel 9.1 lid 1 onder c van de Omgevingswet (Ow) een voorkeursrecht te vestigen op de onroerende zaken kadastraal bekend als WWK00 E 6469, 6470, 6471 in het gebied “Noorder Parallelweg”, zoals aangegeven op de bij dit besluit behorende grondtekening (bijlage 1) en percelenlijst (bijlage 2), waarop zijn vermeld de in de aanwijzing opgenomen onroerende zaken, hun grootte alsmede de namen van de eigenaren en rechthebbenden op de beperkte rechten waaraan die onroerende zaken zijn onderworpen, een en ander naar de stand van de openbare registers van het kadaster van (bijgewerkt t/m) 22 december 2025. Deze onroerende zaken zijn de afgelopen twee jaar niet in een volledige aanwijzing betrokken geweest op grond van artikel 9.1 lid 2 van de Omgevingswet. De onroerende zaken maken deel uit van een locatie waaraan een niet-agrarische functie wordt toegedacht, betreffende een ‘Mobiliteitshub en bijbehorende ondersteunende functies’ (bijlage 3), en waarvan het huidige gebruik afwijkt van die functie.
De aanwijzing vervalt ten aanzien van elk van de aangewezen onroerende zaken drie jaar na het ingaan van dit voorkeursrecht tenzij voordien een voorkeursrecht als bedoeld in artikel 9.1 lid 1 onder a of onder b van de Ow in werking treedt.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 5 maart 2026. DE RAAD VAN WAALWIJK de griffier,
de voorzitter,
Jeroen Deneer
Sacha Ausems
1