R4.4-21 Bijlage 5 Nota van inspraak ontwerp bestemmingsplan Akkerlaan 20
Tekst van het document
Nota van zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Akkerlaan 20 DEEL 1: INLEIDING Het ontwerpbestemmingsplan “Akkerlaan 20” heeft met de daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor de beoordeling van het ontwerp, met ingang van 14 januari 2021 gedurende 6 weken (t/m 24 februari 2021) ter inzage gelegen. Gedurende de termijn van terinzagelegging is een zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan naar voren gebracht ondertekend door 38 omwonenden. Deze is tijdig ontvangen. Een inhoudelijke beoordeling hiervan is dus aan de orde. Hieronder hebben wij de zienswijze samengevat. Wij benadrukken dat de zienswijze volledig is beoordeeld en dat niet slechts de samenvatting bij de afweging is betrokken. Tenslotte is aangegeven of de zienswijze aanleiding geeft tot wijziging van het ontwerpbestemmingsplan. De voorliggende nota van zienswijzen wordt na vaststelling door het college ter informatie toegezonden aan de indiener(s) van de zienswijze. Vervolgprocedure Het ontwerpbestemmingsplan wordt binnen 12 weken na het einde van de terinzagelegging aan de gemeenteraad voorgelegd om een beslissing te nemen over (eventueel gewijzigde) vaststelling van het ontwerpbestemmingsplan, waarbij hij gemotiveerd ingaat op de zienswijzen.
Belanghebbenden kunnen binnen 6 weken na de bekendmaking van de vaststelling bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) in beroep gaan tegen het vaststellingsbesluit, al dan niet in combinatie met een verzoek om voorlopige voorziening gericht aan de voorzieningenrechter van de Afdeling. Dit wordt aangekondigd op de gemeentepagina in Weekblad Waalwijk, in het elektronisch gemeenteblad, de Staatscourant en via www.waalwijk.nl. Het bestemmingsplan inclusief bijlagen en achterliggende stukken is digitaal in te zien via www.waalwijk.nl en www.ruimtelijkeplannen.nl. De analoge versie ligt tevens ter inzage bij de receptie van het gemeentehuis.
1
Hierbij geldt dat in principe slechts beroep kan worden ingesteld door belanghebbenden die een zienswijze hebben ingediend, tenzij het niet indienen van een zienswijze de belanghebbende redelijkerwijs niet kan worden verweten of het beroep zich richt tegen onderdelen van het bestemmingsplan die gewijzigd zijn vastgesteld. Het bestemmingsplan treedt in werking op de dag na die waarop de beroepstermijn afloopt. Wordt er gedurende deze termijn beroep ingesteld, dan treedt het plan wel in werking, maar is het pas onherroepelijk nadat er uitspraak is gedaan in het beroep. Wordt er tevens een verzoek om voorlopige voorziening gedaan, dan treedt het plan pas in werking nadat over dit verzoek is geoordeeld. DEEL 2: SAMENVATTING EN BEANTWOORDING Algemeen: Wat opvalt in de ingekomen zienswijze is dat, hoewel het geven van een zienswijze niet beperkt is tot een bepaalde groep, een groot aantal ondertekenaars van de zienswijze, niet woonachtig zijn in de directe omgeving van het plangebied, zoals opgenomen in het voorliggende (ontwerp)bestemmingsplan `Akkerlaan 20`. Men heeft geen (direct) zicht op het plangebied en ervaart geen significante ruimtelijke gevolgen wanneer op deze locatie 2 woningen worden gerealiseerd. Zienswijze
Reactie gemeente
College negeert de belangen van de eigen inwoners. Het plan Akkerlaan 20 is gebaseerd op het initiatief van een individuele burger. De gemeente reageert vanuit het perspectief van de initiatiefnemer en de beantwoording is uitsluitend gericht op het negeren en/of weerleggen van de argumentatie in de inspraakreactie in plaats van beantwoorden van vragen
Het college beoordeelt een initiatief op zijn ruimtelijke aanvaardbaarheid. Hierbij wordt een afweging gemaakt tussen alle ruimtelijk relevante belangen, waaronder die van omwonenden. Op basis daarvan wordt het ontwerpbestemmingsplan opgesteld dat, al dan niet aangepast op basis van zienswijzen aan de raad wordt voorgelegd ter vaststelling. Het college onderbouwt dus naar de raad haar voorstel om een plan vast te stellen. Dit is niet hetzelfde als zich er mee vereenzelvigen aangezien het college al haar voorstellen naar de raad onderbouwt. Het feit blijft ten gevolge van corona het niet mogelijk was om een bijeenkomst te organiseren waarbij de buurtbewoners mondeling zouden worden geïnformeerd. De initiatiefnemer heeft de buurtbewoners schriftelijk geïnformeerd.
Uw College heeft niets ondernomen om met belanghebbenden in overleg te treden. De gemeente heeft de aanvraag gepubliceerd in Weekblad Waalwijk onder de noemer Akkerlaan 20 terwijl de uitwerking van het voornemen in de eerste plaats de inwoners van de Jozef Israëlsstraat raakt.
2
Onderdeel van de plannen van de initiatiefnemer is de aanleg van een duiker/brug. Er is ambtelijk overleg gevoerd met het Waterschap over de aanleg voordat er sprake was van agendering en de nu voorliggende besluitvorming in de Raad. Het Waterschap heeft zelfs dit plan in procedure gebracht voordat uw Raad een uitspraak heeft gedaan over de planologische aanvaardbaarheid van het voornemen.
In de nota van inspraak wordt gesteld dat de inspraak- en adviesreacties zijn samengevat en dat het niet betekent dat onderdelen die niet expliciet worden genoemd niet bij de beoordeling zijn betrokken. Naar onze mening zijn de in de nota de meest essentiële en kennelijk lastig c.q. niet te beantwoorden argumenten in de inspraakreactie volledig genegeerd. In de Nota van inspraak en daarmee in de toelichting van het nu voorliggende bestemmingsplan staat dan ook geen enkele belangenafweging waarom het perceel niet vanaf de Akkerlaan kan worden ontsloten.
In de inspraakreactie geven de ondertekenaars aan hoe zij aankijken tegen de wijk waar velen nog degenen zijn die 30 jaar geleden een kavel hebben gekocht. Voor de bewoners van de Jozef Israëlsstraat geldt dat zij hun keuze voor een kavel gebaseerd hebben op de plannen van én de presentatie door de
Voor de goede orde kan opgemerkt worden dat er geen wettelijke verplichting bestaat om in het kader van de terinzagelegging van een voorontwerpbestemmingsplan een inloopbijeenkomst te organiseren. 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgemeester en wethouders overleg met de besturen van bij het plan betrokken waterschappen plegen. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie, de inspecteur voor de ruimtelijke ordening en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Dit betekent dat het waterschap op de hoogte is van het voornemen om de raad voor te gaan stellen het bestemmingsplan vast te stellen. Dit laat onverlet dat het waterschap als bestuursorgaan een eigen bevoegdheid heeft om op basis van de keur te beslissen over een aanvraag, zoals bij het waterschap ingediend. Uitgangspunten van het ruimtelijk beleid van de gemeente Waalwijk is dat woningen georiënteerd dienen te zijn op de openbare weg. Wij achten het niet wenselijk is om geheel zelfstandige woningen te realiseren op of enkel georiënteerd op achterterreinen.
Woningen dienen te passen in de bestaande stedenbouwkundige (lint)bebouwings-structuur, hetgeen betekent dat ze georiënteerd zijn op en zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. Dit behoudens historisch gegroeide situaties. Een opzet waarbij woningen achter elkaar zijn gesitueerd past niet binnen het bestaande stedenbouwkundige beleid. Bovendien leidt dit tot een niet acceptabel woonklimaat en gaat ten koste van de rust en privacy in de (aangrenzende) buitenruimten. Verder zijn woningen op achterterreinen ook onwenselijk voor onder andere de toegankelijkheid voor hulpdiensten, riolering en aansluiting van nutsvoorzieningen. Vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geeft aan dat ‘Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 31 augustus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2857) is voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel nodig dat er aan het bestuursorgaan toe te rekenen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan door 3
gemeente. Met dit ontwerp bestemmingsplan Akkerlaan 20 schaadt de gemeente het vertrouwensbeginsel.
Ook is in de inspraakreactie gewezen op de precedentwerking die goedkeuring en uitvoering van dit plan kan hebben. Zowel in de nota van inspraak als in het onderhavig ontwerp bestemmingsplan ontbreekt de gemeentelijke visie op de wijk en daarmee een essentiële hoeksteen van een verantwoord gemeentelijk beleid.
een daartoe bevoegd persoon, waaraan rechtens te honoreren verwachtingen kunnen worden ontleend.’ Daar is hier geen sprake van. Verder is ook vaste jurisprudentie van de Afdeling ‘dat in het algemeen aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend’. Op 4 februari 2016 is de structuurvisie ‘Waalwijk 2025, onderscheidend meer verleiden’ door de gemeenteraad van Waalwijk vastgesteld. In de visie geeft de gemeente haar ambities aan voor de gehele gemeente tot 2025. In de structuurvisie staat drie leidende principes centraal: • • •
De nota van inspraak toont aan dat het economisch beleid prevaleert boven het maatschappelijk belang. De gemeente wint niets en verliest alleen maar ruimtelijke kwaliteit. Niet alleen op deze locatie maar als gevolg van de precedentwerking op tal van locaties elders in Waalwijk. Er is geen sprake van een deugdelijke planologische afweging om op deze locatie tot verdichting van de bebouwingsstructuren over te gaan.
Waarden ondergrond behouden en versterken; Bereikbaarheid netwerk optimaliseren; Vraaggericht functies versterken met kwaliteit.
Ten aanzien van dit laatste punt wordt in de structuurvisie aangegeven dat het voor nieuwe ontwikkelingen zaak is om kansen te benutten die zich voordoen vanuit de samenleving. Het plangebied is op de bij de structuurvisie behorende totaalkaart aangeduid als ‘Kleinstedelijk wonen’. Ten aanzien van de functie ‘Wonen’ is aangegeven dat bij nieuwe ontwikkelingen vooral kansen dienen te worden benut in fases vanuit de vraagkant. Eén van die kansen is bijvoorbeeld het benutten van inbreidingslocaties binnen bestaand stedelijk gebied. Met onderhavig planvoornemen wordt deze kans benut. Hieruit volgt dat medewerking is gebaseerd op vastgesteld ruimtelijk beleid. Beoordeling of medewerking kan worden verleend is gedaan op basis van het concrete verzoek. Dit verzoek is in de ruimtelijke procedure onderbouwd met onderzoeken gericht op dit concrete initiatief. Andere initiatieven elders hebben per definitie betrekking op andere omstandigheden, onderzoeken en uitgangspunten zodat van precedentwerking geen sprake kan zijn. Op basis van de structuurvisie ‘Waalwijk 2025, onderscheidend meer verleiden’ is medewerking verleend aan een vraag gestuurd initiatief. Hierbij is de ruimtelijke haalbaarheid aangetoond in het
4
Het College misleidt belanghebbenden en de Raad met een mankerende, onvolledige ruimtelijke c.q. planologische onderbouwing.
Er is ook geen enkel bestaand gemeentelijk beleid, dat inbreiding in de wijk Meerdijk beoogt. Het is dus een bewuste keuze van het College om het beleid aan te passen aan de wensen van de initiatiefnemer zonder enige onderbouwing van nut en noodzaak. In de toelichting wordt meerdere malen gesproken over inbreidingslocatie. De vraag is dan of het bouwen van twee woningen plus een ontsluiting middels een brug voor onze buurt een goede toevoeging is.
Er wordt niet onderbouwd waarom de ontsluiting niet via Akkerlaan 20 kan worden ontsloten.
De gemeente kan geen medewerking verlenen aan flankerende maatregelen zoals de bouw van de brug. Onder andere omdat
bestemmingsplan en de uitgevoerde onderzoeken. In de toelichting van het bestemmingsplan is deze afweging aangegeven. De motivering voor de medewerking aan, en de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het initiatief volgen uit het bestemmingsplan en de bijgaande onderzoeken. Deze stukken hebben voor een ieder ter inzage gelegen en zijn ook in te zien op ruimtelijkeplannen.nl. Alle stukken, zienswijzen en de beantwoording ervan worden aan de raad voorgelegd ter besluitvorming. Van misleiding is geen sprake. Op basis van de structuurvisie ‘Waalwijk 2025, onderscheidend meer verleiden’ is medewerking verleend aan een vraag gestuurd initiatief.
Behoud en versterking van het karakter van de gemeente Waalwijk staat centraal in de Woonvisie 2010-2019’. Daarin past ‘gerichte verdichting’, in combinatie met versterking van de omgevingskwaliteit en een goede differentiatie van het type woningen. Van een gerichte verdichting in combinatie met een behoud van de omgevingskwaliteit is met het initiatief sprake: de twee beoogde woningen liggen op voldoende afstand van elkaar zodat het groene en blauwe karakter van de omgeving behouden blijft. Het woningtype 'vrijstaand' is bovendien passend in de omgeving. Uitgangspunten van het ruimtelijk beleid van de gemeente Waalwijk is dat woningen georiënteerd dienen te zijn op de openbare weg. Wij achten het niet wenselijk is om geheel zelfstandige woningen te realiseren op of enkel georiënteerd op achterterreinen. Een opzet waarbij woningen achter elkaar zijn gesitueerd past niet binnen het bestaande stedenbouwkundige beleid. Bovendien leidt dit tot een niet acceptabel woonklimaat en gaat ten koste van de rust en privacy in de (aangrenzende) buitenruimten. Verder zijn woningen op achterterreinen ook onwenselijk voor de toegankelijk voor hulpdiensten, riolering en aansluiting van nutsvoorzieningen. In de anterieure overeenkomst zijn onder andere afspraken gemaakt over het aanleggen van de brug. Werken of afspraken om een 5
het aan beide zijden van de waterloop gronden betreft die niet in eigendom van de aanvrager zijn maar van de gemeente. En we willen daarbij ook nog eens verwijzen naar de ontwikkeling van Meerdijk B eind jaren 80 van de vorige eeuw waarbij nadrukkelijk is afgesproken ter plaatse een groenzone van 60 tot 80 meter, inclusief afschermende watergang aan te leggen. In de toelichting wordt de ecologische samenhang van Meerdijk en het Nationaal Park Loonse en Drunense Duinen niet of onvoldoende belicht. In de toelichting wordt in het kader van de toetsing van flora en fauna verwezen naar een door De Roever Omgevingsadvies in juni 2019 uitgevoerde quickscan soortenbescherming met als conclusie dat er geen beschermde soorten zijn aangetroffen in het plangebied. Dit is een onjuiste conclusie daar al meerdere jaren onder meer een ijsvogel bij de waterloop aanwezig is. De ecologische samenhang tussen stedelijk gebied en het Nationaal Park is waardevol en kan en mag niet verloren gaan en is strijdig met uw eigen beleid. In de toelichting wordt de ecologische samenhang van Meerdijk en het Nationaal Park Loonse en Drunense Duinen niet of onvoldoende belicht. "bovendien is de lijn, dat we minder groen verkopen omdat wij het areaal groen in de gemeente willen vergroten. Het streven is om in 2030 10% meer groen te hebben dan nu.
De verkoop van groen maak het moeilijker om dit streven te behalen”. Groen kan zowel openbaar als particulier groen zijn. Omdat er geen ruitersport meer plaatsvindt op deze locatie is de stikstofsaldering uit de toelichting niet correct.
Indieners stellen dat de bouw van de woningen de landschappelijke en stedenbouwkundige waarden van de omgeving zullen aantasten. Het onderwerpelijke perceel vormt het scharnier tussen het openbare groen en het nationale park.
ontwikkeling mogelijk te maken worden doorgaans in anterieure overeenkomsten vastgelegd. Onverminderd vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat in het algemeen aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend, is er nog steeds een groenzone en afschermende watergang aanwezig. De onderhavige planlocaties is middels een groenstrook en de weg de Akkerlaan begrensd ten opzichte van het Hoefsvengebied. De locatie bevindt zich in de bestaande woonwijk “Meerdijk”. Uit de uitgevoerde quickscan blijkt niet dat er binnen het plangebied beschermde soorten aanwezig zijn, noch een ijsvogel. Tijdens de behandeling van het bezwaar tegen de watervergunning voor een brug zijn de conclusies van de quickscan ook door een ecoloog van het waterschap onderschreven. De aangehaalde beantwoording heeft betrekking op gemeentelijke eigendommen. Wij zijn het eens dat groen zowel openbaar als particulier kan zijn. Echter, de gemeente is verantwoordelijk voor het openbare groen maar kan buiten stimulering, wijzen op het belang, tegenprestaties en voorlichting geven, particulieren niet verplichten groen aan te leggen of in stand te houden.
Voor de bepaling van de stikstofsaldering is enkel de aanwezigheid van een paard of meerder paarden relevant. Het is niet vereist dat de stikstof emissie veroorzakende activiteit aanwezig is op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan aangezien dat niet in het belang van het te beschermen gebied is. Het ontwerp is stedenbouwkundig door de gemeente beoordeeld. Het onderhavige plangebied heeft conform de nu geldende beheerverordening “Woongebieden” de bestemming “Wonen”. 6
De ondertekenaars van de zienswijze zijn van mening dat de omgevingskwaliteit in Meerdijk het best gediend is door geen verdere verdichting en aantasting toe te staan. Dit geldt zowel voor het bouwen van twee woningen als de beoogde ontsluiting via de Jozef Israëlsstraat. De bouw van de woningen zal naar het oordeel van indieners leiden tot waardedaling van hun panden.
Indieners constateren dat een kavel, eigendom van de gemeente, deel uitmaakt van het plangebied. Dit verbaast indieners omdat zij al jaren geprobeerd hebben dit van de gemeente te kopen. De gemeente heeft steeds geweigerd deze grond te verkopen.
De bouwregels zijn qua bouwhoogte aangepast van 6,1 naar 6,5 meter, zonder nadere toelichting. Hoewel in de toelichting is gesteld dat wat betreft situering en massaopbouw afstemming is gezocht met de omgeving, is in de bouwregels aangegeven dat de afstand van de hoofdmassa tot de zijdelingse perceelgrens van het bouwperceel minimaal aan
Daarnaast is het plangebied gelegen ten westen van de weg Akkerlaan en als zodanig niet rechtstreeks verbonden met het Hoefsvengebied. Briefschrijvers kunnen dan ook niet gevolgd worden in de argumentatie dat dit perceel het scharnier vormt tussen het openbare groen en de Loonse en Drunense duinen. Medewerking aan het initiatief is conform de structuurvisie ‘Waalwijk 2025, onderscheidend meer verleiden’. In de toelichting, onderzoeken en beantwoording in deze nota van zienswijzen is onderbouwd waarom medewerking ruimtelijk aanvaardbaar is. De wetgeving voorziet in een regeling waarbij waardedaling ten gevolge van planwijziging kan worden vergoed. De zgn. planschade regeling. In onze optiek is de onderhavige ontwikkeling passend in deze woonwijk. Gelet op de afstanden van de geplande nieuwbouw ten opzichte van de belendende percelen en de ruimtelijke uitstraling hiervan lijkt een waardedaling van de omliggende woningen niet aan de orde. Indieners constateren terecht dat een stuk gemeentegrond in het plangebied licht. Ten behoeve van het onderhavige plan zal de gemeente dit stuk gemeentegrond aan initiatiefnemer verkopen. Het stuk gemeentegrond grenst direct aan de gronden van initiatiefnemer. Reeds in 2016 was hieromtrent overeenstemming tussen gemeente en initiatiefnemer.
De beschouwing waarom de gemeente in het verleden mogelijk geweigerd betreffende grond aan anderen te verkopen valt buiten het bereik van deze procedure. De bouw- en goothoogte is 6,1 meter. Dit was ook de maximale bouw- en goothoogte in het voorontwerp bestemmingsplan. Afstemming met de omgeving betekent niet ‘hetzelfde’. Een dergelijke interpretatie zou inhouden dat er geen variatie in bouw mogelijk is. De uitgangspunten van het initiatief zijn stedenbouwkundig aanvaardbaar. 7
beide zijden 3 meter dient te zijn. Dit is opvallend daar voor alle huizen aan de zuidkant van Meerdijk een afstand van 5 meter geldt. Uit het via de WOB-procedure opgevraagde dossier dat er een of twee zwembaden zijn voorzien die de grenswaarde van 50 centimeter ver zullen overschrijden. Niet alleen tegenstrijdig beleid, hierdoor zijn ook de archeologische waarden onvoldoende beschermd.
In de toelichting ontwerp bestemmingsplan Akkerlaan 20 wordt gesteld dat de brug op basis van het vigerende ruimtelijk regime geen onderdeel uitmaakt van onderhavig bestemmingsplan. Echter in de vergunningaanvraag die bij het Waterschap is ingediend, is een tekening (concept) toegevoegd die een verkeerstechnisch onveilige aansluiting oplevert. Daar wordt volledig aan voorbij gegaan. Dit betekent, dat de externe ontsluiting niet is gewaarborgd en niet in de planologische afweging is meegenomen. Voor de ontsluiting zal een brug moeten worden aangelegd. Om deze brug aan te kunnen leggen zal er een boom van 30 jaar oud moeten worden verwijderd. Deze boom zou eigenlijk een monumentale boom moeten worden.
Op basis van de gemeentelijke archeologische waardenkaart heeft het gebied een hoge archeologische waarde. Dat heeft tot gevolg dat er een archeologische onderzoeksplicht geldt voor ingrepen groter dan 500m2 en dieper dan 0,5m. Omdat deze grenzen niet zullen worden bereikt is een archeologisch onderzoek vooralsnog niet aan de orde. Daarenboven wordt opgemerkt dat een groot deel van de grond geroerd is. Er heeft een vijver gelegen welke is gedempt ten behoeve van de aanleg van een paardenbak. Daaruit volgt dat deze grond is geroerd. Mocht blijken dat er meer oppervlak nodig zal zijn dan is aangegeven als grens, dan zal een archeologisch onderzoek dienen plaats te vinden. Mochten er archeologische vondsten worden gedaan dan is initiatiefnemer verplicht dit te melden bij het ministerie van OCW. Stukken ingediend bij het waterschap maken niet per definitie onderdeel uit van de ruimtelijke procedure. Voor de ontsluiting op de Jozef Israëlsstraat zal een inritvergunning noodzakelijk zijn.
Op voorhand wordt betwijfeld of de bedoelde boom wel 30 jaar oud is. De boom maakt geen onderdeel uit van een bomenrij. Zoals uit de opmerking van indieners op te maken is, is de boom niet monumentaal en niet als zodanig aangemerkt als beschermde boom. Het is ook niet mogelijk deze monumentaal te maken door middel van het bestemmingsplan. Gegeven het feit dat de betreffende boom niet monumentaal is kan deze zonder vergunning worden verwijderd. Met dien verstande dat
8
Indieners verwijzen naar een motie van de raad aangenomen op 2 juli 2020. In deze motie spreekt de raad uit dat er geen verdere woningbouw en andere grootschalige ontwikkeling in het plan Hoefsven en het gebied grenzen aan het nationaal park Loonse de Drunense duinen mag plaatsvinden.
initiatiefnemer zich bereid heeft verklaard om deze boom te verplaatsen c.q. te compenseren. Ten aanzien van dit argument antwoordt de gemeente als volgt: De onderhavige planlocaties is middels een groenstrook en de weg de Akkerlaan begrensd ten opzichte van het Hoefsvengebied. De locatie bevindt zich in de bestaande woonwijk “Meerdijk”. De bedoelde motie is aangenomen op 2 juli jl. De motie moet gelezen worden in samenhang met het bestemmingsplan “Akkerlanen”. De onderhavige ontwikkeling is dan ook niet in strijd niet met deze motie.
DEEL 3: CONCLUSIE Het college heeft alle inspraakreacties beoordeeld en daarop een reactie gegeven. De inspraakreacties hebben niet geleid tot het afzien van de procedure tot herziening van het bestemmingsplan. Wel gaven de inspraakreacties aanleiding om aan de anterieure overeenkomst een addendum toe te voegen gericht op het uitsluitend van significante depositie op natuurgebieden. DEEL 4: AMBTHALVE WIJZIGINGEN Opnemen Woonvisie 2020 (beschikbaar via gemeentelijke website); Onder 4.3. toevoegen Integraal Waterplan Waalwijk 2021-2024 (beschikbaar via officiële bekendmakingen) en aangeven dat bestemmingsplan hieraan voldoet, w.o. bergingseis van 60 mm; Toevoegen 4.14 Groenbeleidsvisie, zie bijlage en aangeven dat het bestemmingsplan hieraan voldoet; Aangepaste versie AERIUS-berekening.
9