R4.3-21 Bijlage pb Wijnruitstraat 196 Waalwijk - ABC versie met bijlagen
Tekst van het document
mogelijk maakt waarbij meer dan 50 personen aanwezig zijn op een afstand tussen de 200 meter en 750 meter van een risicobron dan is een standaardverantwoording van het groepsrisico aan de orde. Indien kwetsbare objecten dichter dan 200 meter bij een risicobron worden gerealiseerd is maatwerk vereist. Dit advies van de brandweer is verwerkt in de Standaard Verantwoording Groepsrisico van de gemeente Waalwijk (d.d. 23 augustus 2018).
4.5.3 Risicobronnen Bevi bedrijven Uit de Risicokaart en het Register risicosituaties gevaarlijke stoffen (RRGS) blijkt dat het plangebied binnen het invloedsgebied is gelegen van Bevi-bedrijven. In de nabije omgeving van het plangebied zijn onderstaande Bevi-bedrijven gelegen waarvan het invloedsgebied tot over het plangebied reikt: § § §
Stahl Europe BV, Sluisweg, Waalwijk Regionaal Overslag Centrum Waalwijk, Emmikhovensestraat, Waalwijk DSM Neo Resins BV, Sluisweg 2, Waalwijk
- Stahl Europe BV Het betreft een inrichting voor produceren van coatings, kleurstoffen en proceschemicaliën. Het bedrijf valt onder het Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo 2015). Voor deze inrichting is de provincie het bevoegd gezag Wabo. De provincie heeft een revisievergunning verleend aan Stahl, waarvoor een QRA is opgesteld (15 december 2015). Hieruit blijkt dat het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar reikt tot buiten de terreingrenzen van de inrichting (maximaal 50 meter noord en oost). Tevens blijkt dat het groepsrisico (GR) is gelegen (net) onder de oriëntatiewaarde (GR 0,8 x OW). Volgens de voorgaande vergunning was sprake van een overschrijding van de oriëntatiewaarde welke door wijzigingen binnen de inrichting en correctie op de berekening teniet wordt gedaan. Het invloedsgebied (LC01) reikt tot op een afstand van 2760 meter, dat eveneens kleiner is geworden als gevolg van de revisievergunning. Het plangebied aan de Wijnruitstraat 196 ligt binnen het invloedsgebied. - Regionaal Overslag Centrum Waalwijk Het betreft een overslag bedrijf voor (tank) containers voor scheepsvaart. Voor de inrichting is een QRA opgesteld (22 juni 2017). Hieruit blijkt dat het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar reikt tot buiten de terreingrenzen van de inrichting. Het invloedsgebied ligt tot op een afstand van 1030 meter.
Het plangebied ligt derhalve buiten het invloedsgebied. Het groepsrisico is gelegen ruim onder de oriëntatiewaarde (factor 10 kleiner). Het PR ligt rondom ca. 150 meter buiten de inrichtingsgrens niet over het plangebied. - DSM Neo Resins BV Het betreft een inrichting voor de vervaardiging van chemische producten. Het bedrijf valt onder de regelgeving Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo 2015). Voor deze inrichting is de provincie het bevoegd gezag ingevolge de Wabo. De provincie heeft DSM NeoResins BV vergunning verleend op 3 juli 2014, een QRA is opgesteld (28 maart 2013). In deze QRA is de bestaande situatie berekend en 33
tevens een toekomstige situatie. In de toekomst nemen de risico’s ten opzichte van de bestaande situatie af. Het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar reikt maximaal enkele tientallen meters buiten het terrein van de inrichting. Het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar ligt niet binnen het plangebied. Uit de QRA blijkt dat het GR is gelegen ruim onder de oriëntatiewaarde (0.002 x OW (≈ 0)). Het invloedsgebied (LC01) reikt tot op een afstand van 3500 meter en ligt daarmee deels over drie buurgemeenten. Het plangebied ligt binnen dit invloedsgebied. Het plangebied is niet gelegen binnen het PR van 10-6 per jaar van Bevi-inrichtingen. Omdat het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van risicovolle (Bevi-)inrichtingen is een verantwoording van het groepsrisico op grond van art. 13 van het Bevi noodzakelijk. Opgemerkt wordt echter dat de betreffende ontwikkeling ten opzichte van de huidige bestemming niet leidt tot een toename van het aantal personen binnen het plangebied. Bij 18 woningen wordt uitgegaan van ongeveer 40 aanwezige personen. In een schoolgebouw van 7 lokalen zullen naar verwachting meer personen tegelijkertijd aanwezig zijn. Dit in ogenschouw nemend, alsmede de ruime afstand van betreffende inrichtingen tot de projectlocatie, kan er van worden uitgegaan dat er geen sprake zal zijn van een toename van het groepsrisico.
Conclusie Gelet op het voorgaande vormt het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de realisatie van de 18 appartementen aan de Wijnruitstraat 196 te Waalwijk.
4.6
Geluid
Voor de planologische inpassing van dit plan aan de Wijnruitstraat dient te worden voldaan aan de normen uit de Wet geluidhinder. In dit geval is wegverkeerslawaai van belang. Er is akoestisch onderzoek uitgevoerd door Van Kooten Akoestisch Advies (Akoestisch onderzoek, Bouwplan Wijnruitstraat Waalwijk, d.d. 28 oktober 2019, zie bijlage III). Op basis van dit onderzoek kan het volgende worden geconcludeerd. Het plangebied valt niet binnen een ingevolge de Wet geluidhinder gezoneerde weg. In het kader van een goed woon- en leefklimaat dient de geluidsbelasting afkomstig van een 30 km-zone echter wel beoordeeld te worden. Vanwege de Klaproosstraat bedraagt de geluidsbelasting na toepassing van de aftrek van artikel 110g van de Wet geluidhinder maximaal 48 dB. De geluidsbelasting is niet hoger dan de voorkeursgrenswaarde (48 dB) voor wegen die wel onder de werking van de Wet geluidhinder vallen. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat ter plaatse van de nieuwe woningen sprake zal zijn van een aanvaardbare geluidsbelasting.
34
4.7
Luchtkwaliteit
De Wet milieubeheer bevat de regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteit. In artikel 5.16 is bepaald dat bestuursorganen bevoegdheden, zoals het vaststellen van een bestemmingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning, mogen uitoefenen wanneer sprake is van één van de volgende gevallen: a. er is geen sprake van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden; b. de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht verbetert of blijft tenminste gelijk; c. het plan draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht; d. de ontwikkeling is opgenomen in een vastgesteld programma, zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Een uitwerking van de regelgeving met betrekking tot het begrip ‘niet in betekende mate’ is vastgelegd in het ‘Besluit niet in betekende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ en de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’. Voor ontwikkelingen die ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging is een toets aan de grenswaarden niet nodig. In de Regeling zijn categorieën van gevallen benoemd die in ieder geval als ‘niet in betekenende mate’ worden aangemerkt en waarvoor toetsing aan de grenswaarden dus zonder meer achterwege kan blijven.
Er is volgens deze regeling geen onderzoek nodig voor ‘woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen omvat’. Voorliggend plan voegt slechts 18 woningen toe. Een specifiek luchtkwaliteitsonderzoek hoeft daarom niet te worden uitgevoerd. Wat betreft de bestaande luchtkwaliteit kan het volgende worden opgemerkt. Uit de tool Monitoring NSL 2018 blijkt dat ter plaatse van de planlocatie ruimschoots onder de toegestane concentraties wordt gebleven (NO2 16 ug/m3 en PM10 19 ug/m3 (norm is 35 ug/m3), met maximaal 7 overschrijdingsdagen (norm is 35 dagen)). Gelet op het feit dat hier ruim onder de toegestane concentraties blijft, kan worden aangenomen dat ook uit het oogpunt van luchtkwaliteit ter plaatse van de nieuwe appartementen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat zal heersen. Conclusie Uit het oogpunt van luchtkwaliteit bestaat er gelet op het voorgaande geen belemmering.
35
4.8
Natuur
4.8.1 Algemeen Vanuit de huidige natuurwetgeving is de initiatiefnemer bij ruimtelijke ingrepen verplicht op de hoogte te zijn van de in het projectgebied mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden. Het plan dient aan de Wet Natuurbescherming getoetst te worden. De Wet Natuurbescherming regelt de bescherming van gebieden en van diersoorten en plantensoorten. Deze natuurwetgeving kan mogelijk beperkingen opleggen aan de voorgenomen sloop- en nieuwbouwactiviteiten. De Wet natuurbescherming heeft als doel de volgende gebieden te beschermen: § Het Natuurnetwerk Nederland; § Bijzondere provinciale natuurgebied; § Bijzondere provinciale landschappen; § Nationale parken; § Bijzondere nationale natuurgebieden; § Natura 2000-gebieden. Voorts gelden er ingevolge de Wet Natuurbescherming algemene verboden tot het verwijderen van beschermde plantensoorten van hun groeiplaats, het beschadigen, vernielen, wegnemen of verstoren van voortplantings- of vaste rustplaatsen of verblijfplaatsen van beschermde diersoorten of het opzettelijk verontrusten van een beschermde diersoort. Voor activiteiten die een bedreiging kunnen vormen voor deze beschermde soorten, moet ontheffing worden gevraagd.
Vooral wanneer er soorten voorkomen uit de zogenaamde ‘strenge’ categorie (Bijlage 4 van de Habitatrichtlijn en de bedreigde soorten van de diverse Rode Lijsten), kan dit een belemmering vormen voor het plan. Dit is het geval wanneer een plan significant nadelige effecten kan hebben voor deze soorten.
4.8.2 Toetsing Voor wat betreft beschermde soorten het volgende. Voor de projectlocatie is een natuurtoets uitgevoerd door Ecoresult (Natuurtoets in het kader van de Wet natuurbescherming en Verordening ruimte, Plangebied: Wijnruitstraat 196, Waalwijk, d.d. 8 november 2019, zie bijlage V). In deze natuurtoets wordt het volgende geconcludeerd: •
Gezien de afstand tot de Natura – 2000 gebieden en de aard van de werkzaamheden (sloop en nieuwbouw) zal er sprake zijn van stikstofdepositie en kan niet worden uitgesloten dat er negatieve effecten plaats vinden op de doelstellingen van deze Natura-2000 gebieden. Aanvullend onderzoek is noodzakelijk in de vorm van een Aerius-berekening. Het aanvragen van een ontheffing op de Wet natuurbescherming met betrekking tot gebiedsbescherming is mogelijk noodzakelijk.
•
Negatieve effecten wezenlijke waarden en kenmerken van Natuurnetwerk Nederland, Ecologische Verbindingszones zijn op voorhand uitgesloten wegens de afstand tot het plangebied en de aard van de werkzaamheden. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk.
•
Het plangebied is ongeschikt als voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaats van gebouwbewonende vogels met jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen. Het plangebied is wel geschikt als niet- essentieel leefgebied van vogels met jaarrond beschermde 36
nesten (bijvoorbeeld huismus). Er is echter voldoende alternatief leefgebied aanwezig in de nabije omgeving. De verbodsbepalingen Art 3.1 lid 2, 4 en 5 van de Wnb zullen niet worden overtreden. Aanvullend veldonderzoek is niet noodzakelijk. •
Het plangebied (het groen binnen het plangebied) is potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor verschillende categorie 5 en algemene vogels. Voor wat betreft de categorie 5 soorten is er geen reden om deze jaarrond te beschermen. Het betreffen alle (in potentie) lokale en regionale algemene soorten. Schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van niet jaarrond beschermde soorten en algemene vogels zijn onder andere te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door onder andere buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus). Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt, is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk.
•
Aanwezigheid van vleermuizen (kleine dwergvleermuis, laatvlieger, ruige dwergvleermuis en gewone dwergvleermuis) in het plangebied is niet uit te sluiten. De sloopwerkzaamheden hebben een negatief effect op de mogelijke verblijfplaatsen. Hierdoor kunnen de verbodsbepalingen Art 3.5 lid 2 en 4 van de Wnb worden overtreden. Aanvullend onderzoek is nodig in de periode 15 mei t/m 15 juli middels 3 bezoeken en tussen 15 augustus t/m 1 oktober middels 2 bezoeken om te bepalen of: § Zomer-, kraam- en paarverblijfplaatsen aanwezig zijn. Zomer-, paar- en kraamverblijfplaatsen zijn ook geschikt als winterverblijfplaats voor solitaire dieren of kleine groepjes dieren. De tijd tussen de veldonderzoeken is minimaal 20 dagen. De aanpak voor het aanvullend veldonderzoek is conform de eisen die het bevoegd gezag hieraan stelt. Indien vleermuizen aanwezig zijn dient een ontheffing of vergunning in bezit te zijn voordat met verstorende (sloop)werkzaamheden kan worden gestart. Bij aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen wordt er van uitgegaan dat de bebouwing ook geschikt is als winterverblijfplaats voor enkele dieren tijdens milde winters.
•
Overige soorten (boomkikker, heikikker, kamsalamander, rugstreeppad, poelkikker muurhagedis, gevlekte witsnuitlibel, teunisbloempijlstaart en platte schijfhoren) worden niet verwacht binnen het plangebied. Aanvullende onderzoek voor deze soorten is niet noodzakelijk. Het aanvragen van een ontheffing op de Wet natuurbescherming ten aanzien van deze habitatrichtlijnsoorten is niet nodig. Het plangebied is enkel geschikt voor Nationaal beschermde soorten die van een ontheffing zijn vrijgesteld zoals egel en verschillende soorten algemene(spits)muizen. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijke effecten op deze soorten zoveel mogelijk dient te worden voorkomen. Te denken valt aan het werken in één richting waarbij de dieren een vlucht mogelijkheid hebben.
•
Er heeft een vervolgonderzoek plaatsgevonden voor wat betreft vleermuizen (uitgevoerd door Inventarium, zie bijlage VI). In dat onderzoek wordt geconcludeerd dat de locatie waar de nieuwbouw gepland staat geen mogelijkheid biedt voor rust- en verblijfplaatsen voor vleermuizen. Conclusie Uit het voorgaande blijkt dat flora en fauna geen belemmering vormt voor de realisatie van dit bouwplan.
37
4.8.3 Stikstofdepositie Voor het beoogde plan heeft Langelaar Milieuadvies een stikstofbeoordeling uitgevoerd (Memo effectbeoordeling stikstofdepositie Wijnruitstraat 196 Waalwijk, d.d. 12 november 2019, bijlage VII). Langelaar Milieuadvies komt tot de volgende bevindingen: §
§ §
Uit de uitgevoerde effectbeoordeling stikstofdepositie blijkt dat de gevolge van de ten gevolge van de bouw en het gebruik van maximaal 18 appartementen aan de Wijnruitstraat 196 in Waalwijk zowel in de tijdelijke fase (de bouw) als in de permanente fase (het gebruik) niet leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats en leefgebieden in Natura2000-gebieden. Significante gevolgen door stikstof kunnen op voorhand worden uitgesloten. Er is geen vergunningplicht op grond van de Wet Natuurbescherming ten gevolge van stikstoftoename.
Conclusie Op basis van het uitgevoerde onderzoek van Langelaar Milieuadvies blijkt dat het bouwplan geen significante gevolgen heeft voor Natura 2000-gebieden.
4.9
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
4.9.1 Inleiding Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst die beneden de drempelwaarden vallen, moet daarom een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Deze zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: § belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; § belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. In deze bijlage staan drie hoofdcriteria centraal: 1. 2. 3.
de kenmerken van het project; de plaats van het project; de kenmerken van de potentiële effecten.
38
4.9.2 Onderzoeksresultaten vormvrije m.e.r.-beoordeling De herontwikkeling aan de Wijnruitstraat 196 te Waalwijk kan worden geschaard onder 11.2 van de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage: ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.’ Dit plan wordt (in beginsel) niet gezien als een m.e.r.-plichtige activiteit omdat deze pas geldt bij de volgende drempelwaarden: § een oppervlakte van 100 hectare of meer, § een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of § een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Dit betreft drempelwaarden. Hoewel het plan voor de Wijnruitstraat onder deze drempelwaarden blijft, dient nog wel beoordeeld worden of er ten gevolge van dit plan nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu. Hierover het volgende. Voor dit plan is een zogenaamde m.e.r.-aanmeldnotitie opgesteld (Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.beoordeling, ten behoeve van het bestemmingsplan ‘Waalwijk, Wijnruitstraat 196’, d.d. 1 december 2020, zie bijlage VIII). Uit deze m.e.r.-aanmeldnotitie blijkt dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van onderhavig plan die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu ter plaatse.
Voor de aan de orde zijnde milieuaspecten geldt dat er geen nadelige effecten optreden, dan wel dat deze effecten met mitigerende maatregelen worden beperkt, zodat wordt voldaan aan de geldende wet- en regelgeving. Geconcludeerd kan worden dat er geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk is.
4.9.3 Conclusie Mede gelet op de overige in dit hoofdstuk behandelde milieu- en omgevingsaspecten, kan geconcludeerd worden dat het milieubelang van de ontwikkeling aan de Wijnruitstraat in voldoende mate is afgewogen, en dat er geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden. Een m.e.r.(beoordeling) is dan ook niet noodzakelijk.
39
5
CULTUURHISTORIE & ARCHEOLOGIE
In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de eventueel in of direct nabij het projectgebied aanwezige cultuurhistorische - en/of archeologische waarden en de eventuele consequenties daarvan voor de verwezenlijking van het bouwplan.
5.1
Monumenten / Beschermd stads- en dorpsgezicht
Binnen het projectgebied bevinden zich geen gemeentelijke, provinciale of rijksmonumenten. Ook op de gronden, die direct aan het projectgebied grenzen of anderszins in de directe nabijheid van het projectgebied zijn gelegen, zijn geen monumenten aangewezen. Er is ook geen aanleiding om aan te nemen dat in de toekomst een dergelijke aanwijzing zal plaatsvinden. Voorts ligt het plan niet binnen een beschermd stads- en dorpsgezicht.
5.2
Archeologie
5.2.1 Inleiding De Erfgoedwet verplicht gemeenten om bij het opstellen van o.a. nieuwe bestemmingsplannen rekening te houden met mogelijke archeologisch waarden. Voorts heeft de gemeente Waalwijk op 15 december 2016 de ‘Erfgoedverordening Gemeente Waalwijk 2016’ vastgesteld. In de erfgoedverordening staan voorschriften en regels met betrekking tot cultureel erfgoed, zowel voor monumenten, archeologie als het cultuurlandschap. Eveneens zijn de wettelijke taken van de gemeente met betrekking tot Rijksmonumenten in een erfgoedverordening nader uitgewerkt. De regels over het aanwijzen van gemeentelijke monumenten en archeologische verwachtingsgebieden, en weigeringsgronden voor het afgeven van een omgevingsvergunning zijn ook opgenomen in de erfgoedverordening.
5.2.2 Archeologisch onderzoek De locatie aan de Wijnruitstraat 196 valt binnen categorie 4 als bedoeld op de archeologische beleidskaart, behorend bij de Erfgoedverordening 2016 (zie figuur 5.1). Artikel 18 van de Erfgoedverordening 2016 bepaalt onder meer dat het verboden is om zonder of in afwijking van een vergunning het archeologisch bodemarchief te verstoren, te beschadigen of te vernielen, als beschreven in artikel 2.2 lid 2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, bij bodemingrepen in gebieden van archeologische waarde (categorie 4) als aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleidskaart, indien de omvang van het terrein meer is dan 5.000 m2 en de verstoring dieper gaat dan 50 cm. Het terrein aan de Wijnruitstraat 196 heeft een omvang van 2.073 m2. Dat betekent dat onder de vrijstellingsgrenzen wordt gebleven voor wat betreft het uitvoeren van een nader archeologisch onderzoek. 40
Fig. 5.1 Uitsnede archeologische beleidskaart (projectlocatie: zie blauwe pijl)
Het plangebied heeft een gematigde archeologische verwachting. Vanwege deze gematigde verwachting wordt geadviseerd het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Wel blijft te allen tijde de wettelijke verplichting tot het melden van toevalsvondsten (Erfgoedwet, artikel 5.10 en 5.11) van kracht. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect archeologie geen belemmering vormt voor de realisatie van dit plan.
41
6.
VERKEERSKUNDIGE ASPECTEN
In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de voor dit project relevante aspecten met betrekking tot het parkeren en met betrekking tot de ontsluiting van het gebied. Uitgangspunt voor het bepalen van de verkeersgeneratie en de parkeerbehoefte zijn de kencijfers uit het CROW 2012 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' en het gemeentelijke beleid zoals opgenomen in de 'Parkeernormennota Waalwijk 2015'. In dit beleid is vastgesteld welke stedelijkheidsgraad en gebiedstypen voor Waalwijk van toepassing zijn bij het raadplegen van de CROW-publicatie. Hieronder volgt een weergave van de uitgangspunten uit het gemeentelijke beleid: § Voor de parkeerkencijfers wordt uitgegaan van de parkeernormen zoals opgenomen in 'Parkeernormennota Waalwijk 2015'. Deze normen komen grotendeels overeen met de gemiddelde kencijfers van de bandbreedte van het CROW; § Het plangebied ligt in de 'rest bebouwde kom'; § Voor Waalwijk is stedelijkheidsgraad 'matig stedelijk' van toepassing; § Voor de kencijfers ten aanzien van verkeersgeneratie wordt, op basis van cijfers van het CBS ten aanzien van het autobezit in de gemeente Waalwijk in vergelijking met andere 'matig stedelijke' gemeenten, uitgegaan van het gemiddelde van de door de CROW gegevens bandbreedte. Op deze manier wordt tevens zoveel mogelijk aangesloten bij de uitgangspunten van het gemeentelijke beleid met betrekking tot parkeren.
6.1
Verkeersontsluiting en bereikbaarheid
De ontwikkelingen wordt gerealiseerd aan de Wijnruitstraat te Waalwijk. De ontsluiting zal dan ook plaatsvinden via de Wijnruitstraat. Wat betreft het aantal verkeersbewegingen dat gegenereerd wordt door het bouwplan geldt het volgende. Uitgegaan wordt van een gemiddelde van 6 verkeersbewegingen per appartement. Dat betekent een totale verkeersgeneratie van 108 per etmaal (18 appartementen x 6 verkeersbewegingen). Met de realisatie van dit bouwplan komt er eveneens een maatschappelijke bestemming te vervallen (met bijna 800 m2). Bij de invulling van deze maatschappelijke bestemming was eveneens sprake van verkeersbewegingen. Indien er met deze nieuwe ontwikkeling al sprake zou zijn van een toename van het aantal verkeersbewegingen, zal deze, gelet op de lage aantallen, geen verstoring van de verkeersontsluiting veroorzaken. De goede bereikbaarheid van de locatie kan met dit plan worden gegarandeerd.
42
6.2
Parkeren
Het woningbouwplan bevat 18 appartementen. Voor de appartementen wordt uitgegaan van CROW aanduiding 'koop, gestapeld’. Ingevolge de 'Parkeernormennota Waalwijk 2015' geldt hierbij een parkeernorm is 1,8 pp per woning. Dat betekent een totale parkeerbehoefte van 32,4 parkeerplaatsen. De bij het appartementengebouw behorende parkeerplaats biedt voldoende ruimte voor het realiseren van 32 parkeerplaatsen (zie onderstaand figuur). Voorts komt er één van de twee bestaande uitritten te vervallen. Dat betekent dat in het openbaar gebied een extra parkeerplaats ontstaat.
Fig. 6.1 Overzicht parkeren
Conclusie Gelet op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat de goede bereikbaarheid c.q. ontsluiting van de woningbouwlocatie aan de Wijnruitstraat 196 te Waalwijk kan worden gegarandeerd. Voorts kan worden voorzien in voldoende parkeerplaatsen.
43
7
JURIDISCHE PLANREGELING
7.1
Algemeen
Dit bestemmingsplan bestaat uit een (digitale) verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in de bijbehorende regels worden gegeven. Die toegekende gebruiksmogelijkheden kunnen op twee manieren nader worden ingevuld: a. Via een dubbelbestemming. Een dubbelbestemming is, zoals de naam al zegt, een bestemming die óók aan de gronden wordt toegekend. Voor gronden kunnen dus meerdere bestemmingen gelden. Er geldt altijd één ‘enkelbestemming’ (dat is dé bestemming) en soms geldt er een ‘dubbelbestemming’ (soms zelfs meerdere). In het voorschrift van de dubbelbestemming wordt omschreven wat er voor de onderliggende gronden geldt aan extra regels in aanvulling, of ter beperking, van de mogelijkheden van de onderliggende bestemmingen. b. Via een aanduiding. Een aanduiding is een teken op de verbeelding. Dat teken kan bestaan uit een lijn, een figuur, of een lettercode et cetera. Via een aanduiding wordt in de regels ‘iets’ geregeld.
Dat ‘iets’ kan betrekking hebben op extra mogelijkheden of extra beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing en/of het aanleggen van werken. Aanduidingen kunnen voorkomen in een bestemmingsvoorschrift, in meerdere bestemmingsregels en kunnen ook een eigen voorschrift hebben. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.
7.2
Methodiek
7.2.1 Verbeelding Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn opgenomen. Deze aanduidingen hebben alleen een juridische betekenis als in de regels aan de betreffende aanduiding een gevolg wordt verbonden. Een aantal aanduidingen heeft juridisch gezien geen betekenis en is uitsluitend opgenomen ten behoeve van de leesbaarheid van de verbeelding (bijvoorbeeld topografische gegevens).
44
7.2.2 Regels De regels zijn verdeeld over 4 hoofdstukken: 1. Inleidende regels. In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2). 2. Bestemmingsregels. In dit tweede hoofdstuk zijn de regels van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels opgenomen. Als er dubbelbestemmingen zijn worden die ook in dit hoofdstuk opgenomen. Die komen, ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsregels. Iedere artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen afwijkingsbevoegdheden met betrekking tot bouw- en/of gebruiksregels. Ten slotte zijn eventueel omgevingsvergunningplichtige werken en/of wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere artikelen relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moeten worden. Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld. 3. Algemene regels. In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan.
Het zijn achtereenvolgens een antidubbeltelbepaling, een regel met betrekking tot bestaande afmetingen, afstanden en percentages (zo worden de bouwwerken die afwijken van de regeling in het bestemmingsplan ‘positief’ bestemd), algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkings- en wijzigingsregels, algemene procedureregels (deze hangt samen met de afwijkingsregels in het bestemmingsplan) en een regel die de verhouding tot de gemeentelijke bouwverordening regelt. 4. Overgangs- en slotregels. In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk een overgangsregels en een slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.
7.3
Bestemmingen
Dit bestemmingsplan kent vier bestemmingen, namelijk ‘Wonen’, ‘Groen’, ‘Water’ en ‘Verkeer’. De bestemmingsregels kennen allen veelal eenzelfde opbouw met de volgende leden: lid 1: bestemmingsomschrijving lid 2: bouwregels lid 3: afwijkingsregels (van bouwen) lid 4: specifieke gebruiksregels (indien aanwezig), omgevingsvergunningplichtige werken (indien aanwezig) lid 5: afwijkingsregels (van gebruik) 45
lid 6:
parkeernorm
De bestemmingsomschrijving is de centrale regel van elke bestemming. In de bestemmingsomschrijving worden de binnen een bestemming toegestane functies genoemd. De bouwregels zijn gerelateerd aan de bestemmingsomschrijving. Ook het gebruik van grond en bebouwing is gekoppeld aan de bestemmingsomschrijving.
46
8
ECONOMISCHE EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID
Dit hoofdstuk beschrijft de haalbaarheid van dit project. Het plan waarvoor de planologische procedure wordt doorlopen, moet zowel in financieel als in maatschappelijk opzicht haalbaar zijn. Er wordt daarom een korte financiële toelichting gegeven en daarnaast worden de doorlopen procedures weergegeven.
8.1
Economische uitvoerbaarheid
De economische uitvoerbaarheid van een ruimtelijk besluit moet op grond van het Bro onderzocht worden respectievelijk aannemelijk worden gemaakt. Dat betekent enerzijds dat aannemelijk moet worden gemaakt dat de door de gemeente te maken kosten moeten zijn gedekt dan wel op de bij de uitvoering van het project betrokken partijen moeten kunnen worden verhaald. Anderzijds moet worden onderzocht of: 1) de kosten van overige partijen van een deugdelijke dekking zijn voorzien en 2) het project naar objectieve maatstaven, ook geabstraheerd van de concreet betrokken partijen, vanuit financieel-economisch perspectief tot uitvoering zou kunnen komen. De herontwikkeling van het perceel aan de Wijnruitstraat 196 te Waalwijk is een ontwikkeling van Kees Pullens Holding B.V. De ontwikkeling van de locatie en de daarmee samenhangende kosten, inclusief planvoorbereiding geschieden voor rekening en risico van de ontwikkelende partij. Om de gemeentelijke kosten die gemaakt worden bij uitvoering van voorgestane ontwikkeling te verhalen, wordt een anterieure overeenkomst gesloten met de initiatiefnemer. Hiermee is vastgelegd dat de realisatie van de ontwikkeling voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen oplevert. In de betreffende overeenkomst wordt ook een regeling opgenomen inzake het verhaal van een eventuele tegemoetkoming in planschade.
Het kostenverhaal is met het bovenstaande anderszins verzekerd in de zin van artikel 6.12 tweede lid van de Wro wat ook betekent dat kan worden besloten géén exploitatieplan vast te stellen.
8.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het voorontwerp-bestemmingsplan ‘Waalwijk, Wijnruitstraat 196’ heeft conform het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht heeft vanaf 6 augustus 2020 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn 2 inspraakreacties gegeven. Het opstellen van ruimtelijke besluiten dient zorgvuldig te gebeuren. In dat kader blijft het van belang dat diverse instanties, burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van dergelijke besluiten worden betrokken zodat in een vroeg stadium knelpunten, belangen en verbeterpunten kunnen worden gesignaleerd. De verplichting hiertoe vloeit voort uit de artikelen 3.1.1 en 3.1.6 sub e. van het Bro in samenhang met het in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) 47
gecodificeerde zorgvuldigheidsbeginsel. De instanties die in kennis gesteld moeten worden van dit bestemmingsplan zijn geïnformeerd. Voor de inhoud van de inspraakreacties, de beoordeling en beantwoording ervan zij verwezen naar de nota van inspraak welke als bijlage IX bij deze toelichting is gevoegd. Het ontwerp-bestemmingsplan heeft conform het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht voor een periode van zes weken ter inzage gelegen (6 weken vanaf 14 januari 2021). Tijdens deze periode zijn er geen zienswijzen ingediend.
__________________________________________________________________________
OVERZICHT BIJLAGEN I. II. III. IV. V. VI. VII. VIII. IX.
Vraagscan behoefte woningbouw, locatie Wijnruitstraat 196 Waalwijk, Remco Olden Lommers Makelaars, d.d. 15 mei 2020 Wateradvies Brabantse Delta, d.d. 26 november 2020 Akoestisch onderzoek, Bouwplan Wijnruitstraat in Waalwijk, Van Kooten Akoestisch Advies d.d. 28 oktober 2019 Verkennend bodemonderzoek, Wijnruitstraat 196 Waalwijk, Bakker Milieuadvies Waalwijk, december 2019 Natuurtoets in het kader van de Wet natuurbescherming en Verordening ruimte, Plangebied: Wijnruitstraat 196, Waalwijk, Ecoresult, d.d. 8 november 2019 Quickscan Wijnruitstraat 196, Inventarium, d.d. 2 september 2020 Memo effectbeoordeling stikstofdepositie Wijnruitstraat 196 Waalwijk, Langelaar Milieuadvies, d.d. 12 november 2019 Aanmeldnotitie Vormvrije Mer-beoordeling, Ten behoeve van het bestemmingsplan: ‘Waalwijk, Wijnruitstraat 196, Legalexion, 1 december 2020 Nota van inspraak
48
BIJLAGE I
© OpenMapTiles © OpenStreetMap contributors
Vraagscan Scan voor Waalwijk: koop • appartement €250.000 - €400.000 13 mei 2020
Vraagscan voor Waalwijk: koop • appartement €250.000 - €400.000
Serieuze zoekers per buurt Op onderstaande kaart ziet u hoeveel er de afgelopen 4 maanden gezocht is naar vergelijkbare objecten op basis van uw selectiecriteria. Hoe donkerder een gebied, hoe meer er gezocht is.
© OpenMapTiles © OpenStreetMap contributors
0 zoekers
1 - 7 zoekers
8 - 15 zoekers
16 - 22 zoekers
23 - 30 zoekers
13 mei 2020
2
Vraagscan voor Waalwijk: koop • appartement €250.000 - €400.000
Waalwijk Hieronder vindt u een actueel overzicht van de vraag en het aanbod van appartementen op basis van uw selectiecriteria.
62 serieuze zoekers Het aantal mensen dat vergelijkbare appartementen heeft bekeken in de laatste 4 maanden Veel bezoekers kijken regelmatig op funda maar overwegen niet om direct een woning te kopen. Om de serieuze zoeker van deze 'funzoeker' te onderscheiden, analyseert funda het gedrag van serieuze zoekers per buurt. Er wordt onder meer gekeken naar hoe gericht iemand zoekt, hoe vaak een gebruiker terugkeert naar een bepaald object, of hij/zij het object bewaart, en of er eventueel contact wordt opgenomen via het contactformulier. De Vraagscan gebruikt op basis van dit nauwkeurig in beeld gebrachte zoekgedrag alleen serieuze zoekers bij het samenstellen van data.
5 te koop Het aantal vergelijkbare appartementen dat nu te koop staat Het getoonde getal omvat alle appartementen die op dit moment worden aangeboden op funda binnen de gevraagde omgeving en binnen de opgegeven selectiecriteria.
5 verkocht Het aantal vergelijkbare appartementen dat de laatste 4 maanden is verkocht Het getoonde getal omvat alle appartementen die de afgelopen 4 maanden verkocht zijn, nadat ze werden aangeboden via funda - binnen de gevraagde omgeving en binnen de opgegeven selectiecriteria.
13 mei 2020
3
Vraagscan voor Waalwijk: koop • appartement €250.000 - €400.000
Verdeling van het aantal serieuze zoekers binnen deze plaats Serieuze zoekers per prijsklasse Welke prijsklasse heeft de voorkeur onder deze serieuze zoekers?
Aantal
15
10
5
0
€250.000
€275.000
€300.000
Aantal serieuze zoekers in de laatste 4 maanden
€325.000 Aantal objecten te koop
€350.000
€375.000
€399.999
Aantal objecten verkocht in de laatste 4 maanden
Serieuze zoekers per aantal kamers Welk aantal kamers heeft de voorkeur?
50
Aantal
40
30
20
10
0
3 kamers
4 kamers
Aantal serieuze zoekers in de laatste 4 maanden
5 kamers Aantal objecten te koop
6 kamers
Aantal objecten verkocht in de laatste 4 maanden
13 mei 2020
4
Vraagscan voor Waalwijk: koop • appartement €250.000 - €400.000
Serieuze zoekers per gebruiksoppervlakte wonen Welke gebruiksoppervlakte wonen heeft de voorkeur?
Aantal
30
20
10
0
75 m²
100 m²
Aantal serieuze zoekers in de laatste 4 maanden
125 m² Aantal objecten te koop
150 m²
Aantal objecten verkocht in de laatste 4 maanden
13 mei 2020
5
Uw makelaar Remco Olden Lommers Makelaars Uw makelaar uit de regio met de hoogste klanttevredenheidscore van een 9.6!
Bezoek- en postadres Hertog Janstraat 1 e 5141KJ Waalwijk Telefoon 0416-675252 E-mail waalwijk@lommersmakelaars.nl Website www.olden.nl
NVM makelaar
Indien informatie uit dit document wordt gebruikt in andere externe communicatie, dient u funda te vermelden als bron. Aan de informatie in dit document kunt u geen rechten ontlenen. Funda staat niet in voor de juistheid en volledigheid van informatie in dit document. U bent zelf verantwoordelijk en aansprakelijk voor het gebruik van deze informatie.
13 mei 2020
6
BIJLAGE II
Gemeente Waalwijk Dhr. B Vorsters Postbus 10150 5140 GB WAALWIJK
Uw schrijven van : Uw kenmerk : Zaaknummer : Ons kenmerk : Behandeld door : Doorkiesnummer : Datum : Verzenddatum :
26 november 2020 362978 Mevr. N. Vernimmen 076 564 11 66 30 november 2020 30 november 2020
Onderwerp: wateradvies voorontwerp bestemmingsplan Wijnruitstraat 196 Waalwijk Geachte heer Vorsters, Op 26 november 2020 heeft u het voorontwerp bestemmingsplan Wijnruitstraat 196 Waalwijk toegestuurd met het verzoek om een wateradvies uit te brengen zoals bedoeld in artikel 3.1.1 lid 1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Op het plan hebben we nog een aantal opmerkingen: In de waterparagraaf (4.1) wordt aangegeven dat ze het regenwater zoveel als mogelijk gaan infiltreren. Hiervan zouden we de uitwerking willen zien. Daarnaast zouden we graag inzicht krijgen in hoe de getande constructie langs de a-watergang nu is en hoe deze wordt aan de waterkant. Aangezien de belangrijkste uitgangspunten voor het waterschap naar wens zijn opgenomen in het voorontwerp bestemmingsplan geven wij een positief wateradvies. Wij wijzen u erop dat er voor het uitvoeren van werkzaamheden in of rondom oppervlaktewaterlichamen of waterkeringen en voor het onttrekken/infiltreren van grondwater, gebods- of verbodsbepalingen kunnen gelden op basis van de Keur. Veelal is voor werkzaamheden die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer een vergunning van het waterschap benodigd. In sommige gevallen kan een werkzaamheid onder een Algemene regel vallen, waardoor er onder voorwaarden sprake kan zijn van een vrijstelling van de vergunningplicht.
De Keur en de Algemene regels zijn onder andere te raadplegen op de website van het waterschap (www.brabantsedelta.nl). Voor meer informatie hierover kunt u contact opnemen met de afdeling vergunningen via telefoonnummer 076 564 13 45. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met mevrouw N. Vernimmen van het waterschap via telefoonnummer 076 564 11 66. Hoogachtend, Namens het dagelijks bestuur, Teammanager Vergunningen mr. B.P. de Jong
BIJLAGE III
Bouwplan Wijnruitstraat in Waalwijk Akoestisch onderzoek
rapportnummer: datum:
1933.R01 28 oktober 2019
opdrachtgever:
Legalexion
Bouwplan Wijnruitstraat in Waalwijk Akoestisch onderzoek
rapportnummer: datum
1843.R01 28 oktober 2019
opdrachtgever:
Legalexion
Van Kooten Akoestisch Advies
INHOUDSOPGAVE 1
Inleiding .........................................................................................................................3
2 Toetsingskader .............................................................................................................4 2.1 Verkeerslawaai ..........................................................................................................4 2.2 Milieuzonering ...........................................................................................................5 2.3 Wet milieubeheer en Activiteitenbesluit ..................................................................6 3 Uitgangspunten ............................................................................................................8 3.1 Kaartmateriaal ...........................................................................................................8 3.2 Verkeersgegevens .....................................................................................................8 3.3 Rekenmethode wegverkeerslawaai ..........................................................................8 3.4 Bedrijfsvoering gymzaal Wijnruitstraat 196a ...........................................................9 3.5 Rekenmethode industrielawaai ................................................................................9 4 Resultaten ...................................................................................................................11 4.1 Wegverkeerslawaai
.................................................................................................11 4.2 Industrielawaai gymzaal Wijnruitstraat 196a .........................................................11 5
Conclusie ....................................................................................................................12
1843.R01 Bouwplan Wijnruitstraat in Waalwijk
Pagina 2
Akoestisch onderzoek, 28 oktober 2019
212
Van Kooten Akoestisch Advies
1
Inleiding
Voor een locatie aan de Wijnruitstraat in Waalwijk wordt een plan ontwikkeld voor de bouw van een kleinschalig appartementencomplex. Daartoe zal een deel van de bestaande bebouwing (op huisnummer 196, gezondheidszorgfunctie) worden gesloopt. De naastliggende gymzaal blijft wel behouden, waarbij het huidige gebruik wordt voortgezet. Omdat dit plan niet past binnen het vigerend bestemmingsplan, dient voor de locatie een nieuw bestemmingsplan te worden vastgesteld of er moet een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan worden aangevraagd. In beide gevallen dient te worden getoetst aan milieukwaliteitseisen. Voor mogelijk geluidhinder zijn de Klaproosstraat en de gymzaal van belang. In dit onderzoek in opdracht van Legalexion zijn berekeningen en toetsingen van de relevante geluidbronnen uitgevoerd. Onderstaande afbeelding geeft een indicatief overzicht van de ligging van het plangebied.
Afbeelding: Te onderzoeken locatie aan de Wijnruitstraat in Waalwijk (indicatief)
1933.R01 Bouwplan Wijnruitstraat in Waalwijk Akoestisch onderzoek, 28 oktober 2019
Pagina 3
Van Kooten Akoestisch Advies
2
Toetsingskader
2.1
Verkeerslawaai
Voor wegverkeerslawaai vormt de Wet geluidhinder in de meeste situaties het belangrijkste toetsingskader. Het te onderzoeken plangebied ligt echter in een 30 km/uur gebied. Deze wegen hebben geen geluidszone en toetsing aan de Wet geluidhinder is in dergelijke gevallen niet aan de orde. Wel dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening te worden beoordeeld of de invloed van de 30 km/uur wegen op het woon- en leefklimaat aanvaardbaar is. Het is gebruikelijk om voor de beoordeling aan te sluiten bij het normenkader van de Wet geluidhinder. In dit onderzoek is dat eveneens zo gedaan. De geluidsbelasting vanwege een weg wordt uitgedrukt in Lden. Dit is een gewogen gemiddelde over dag-, avond-, en nachtperiode, waarbij middels een toeslag rekening wordt gehouden met het feit dat in de avond en nacht eerder geluidhinder kan ontstaan dan overdag. Uitgangspunt is dat de geluidsbelasting op de gevel van nieuwe woningen niet hoger dient te zijn dan de voorkeurswaarde van 48 dB (Lden). Indien niet zondermeer aan de voorkeurswaarde kan worden voldaan dient te worden onderzocht of de geluidsbelasting middels maatregelen kan worden gereduceerd. Bij 30 km/uur wegen zijn de mogelijkheden hiertoe meestal niet of nauwelijks aanwezig. Voor nieuwe woningen binnen de geluidszone van een stedelijke weg geldt een maximaal vast te stellen hogere waarde van 63 dB.
Aansluitend op deze normstelling uit de Wet geluidhinder kan een geluidsbelasting vanwege een 30 km/uur weg tot maximaal 63 dB als aanvaardbaar worden beoordeeld. In de verwachting dat het verkeer in de toekomst stiller zal worden is bij toetsing aan de Wet geluidhinder een aftrek op de berekende geluidsbelasting van toepassing. In artikel 110g en artikel 3.4 van het ‘Reken en Meetvoorschrift Geluidhinder 2012’ is de in rekening te brengen aftrek vastgelegd. De aftrek bedraagt: a) 3 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 56 dB is; b) 4 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 57 dB is; c) 2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting afwijkt van de onder a en b genoemde waarden; d) 5 dB voor de overige wegen; e) 0 dB bij toepassing van de artikelen 3.2 en 3.3 van het Bouwbesluit 2012 en bij toepassing van de artikelen 111b, tweede en derde lid, 112 en 113 van de Wet geluidhinder.
1933.Bouwplan Wijnruitstraat in Waalwijk Akoestisch onderzoek, 28 oktober 2019
Pagina 4
Van Kooten Akoestisch Advies
Op de geluidsbelasting vanwege 30 km/uur wegen is een aftrek van 5 dB toegepast om een evenwichtige vergelijking te maken met de normen van de Wet geluidhinder.
2.2
Milieuzonering
Voor het toelaten van woningen in de nabijheid van inrichtingen wordt de Handreiking Bedrijven en Milieuzonering (editie 2009) als leidraad genomen. De gymzaal aan de Wijnruitstraat 196a dient als inrichting te worden beschouwd. Bij planologische wijzigingen waarbij woningbouw nabij bedrijven mogelijk wordt gemaakt, wordt de Handreiking Bedrijven en milieuzonering, editie 2009 (verder: de Handreiking) als leidraad genomen. In de Handreiking zijn typen bedrijven en inrichtingen ingedeeld in categorieën, waarbij hogere categorie van toepassing is naarmate het betreffende inrichtingstype een potentieel grotere invloed heeft op de leefomgeving. Per categorie geeft de Handreiking een veilige afstand aan. Indien tussen de inrichting en woningen of andere gevoelige bestemmingen minimaal deze veilige afstand kan worden aangehouden, dan zal er in beginsel sprake zijn van een ruimtelijk inpasbare situatie. Het is dan mogelijk een acceptabel woon- en leefklimaat te garanderen, terwijl gelijktijdig de inrichting niet wordt belemmerd bij uitviering van zijn activiteiten . De aan te houden afstand hangt, behalve van de milieucategorie van de inrichting, tevens af van het gebiedstype: rustige woonwijk of gemengd gebied. De te onderzoeken perceel aan de Wijnruitstraat ligt in een woonwijk. In het algemeen gaat het om een rustige omgeving.
Daarom wordt in deze rapportage uitgegaan van het gebiedstype rustige woonwijk.
Bedrijfscategorie en richtafstand
Een gymzaal is ingedeeld in milieucategorie 2, waarvoor een richtafstand van 30 meter ten opzichte van een rustige woonwijk geldt. Het thema geluid is daarbij maatgevend.
Toetsingskader voor geluid
De Handreiking, bijlage B5.3 omschrijft voor de beoordeling van geluidhinder het volgende stappenplan (samengevat voor de gebiedstypering rustige woonwijk): Stap 1 Als de richtafstand voor het aspect geluid niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect geluid in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk. Stap 2 Als stap 1 niet toereikend is, dan is inpassing mogelijk bij een geluidbelasting op geluidgevoelige objecten in een rustige woonwijk van maximaal: • 45 dB(A) langtijdgemiddelde beoordelingsniveau; • 65 dB(A) maximaal (piekgeluiden); • 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking;
1933.Bouwplan Wijnruitstraat in Waalwijk Akoestisch onderzoek, 28 oktober 2019
Pagina 5
Van Kooten Akoestisch Advies
Stap 3 Als stap 2 niet toereikend is, dan is inpassing op basis van een nadere motivering mogelijk bij een geluidbelasting op woningen van maximaal: • 50 dB(A) langtijd gemiddeld beoordelingsniveau; • 70 dB(A) maximaal (piekgeluiden); • 65 dB(A) verkeersaantrekkende werking. Stap 4 Bij een hogere geluidbelasting dan aangegeven in stap 3 zal inpassing doorgaans niet mogelijk zijn. Indien het bevoegd gezag niettemin tot inpassing wil overgaan, dient het dit grondig te onderzoeken, onderbouwen en motiveren. De in stap 2 t/m 4 genoemde geluidsbelastingen betreffen etmaalwaarden. De etmaalwaarde is de hoogste van 3 waarden: de geluidsbelasting in de dagperiode (7-19 uur); de geluidsbelasting in de avondperiode (19-23 uur) vermeerderd met 5 dB(A); de geluidsbelasting in de nachtperiode (23-7) vermeerderd met 10 dB(A);
2.3
Wet milieubeheer en Activiteitenbesluit
De gymzaal aan de Wijnruitstraat valt voor wat betreft milieunormen met een rechtstreekse werking onder de Wet milieubeheer. Voor geluid zijn de normen van het Activiteitenbesluit, artikel 2.17, lid 1 onder a) van toepassing. Bij het realiseren van nieuwe woningen dient aannemelijk te zijn dat de inrichting kan (blijven) voldoen aan de van toepassing zijnde normen. Normstelling Het Activiteitenbesluit stelt maximale waarden aan het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT en piekniveau’s LAmax ter plaatse van woningen en andere gevoelige bestemmingen. Onderstaande tabel geeft hiervan een overzicht. Tabel 2 Overzicht geluidnormen Activiteitenbesluit geluidsbelasting
dag
avond
nacht
LAr,LT op de gevel van woning LAr,LT in in- en aanpandige woning LAmax op de gevel van woning LAmax in in- en aanpandige woning
07:00–19:00 uur 50 dB(A) 35 dB(A) 70 dB(A) 55 dB(A)
19:00–23:00 uur 45 dB(A) 30 dB(A) 65 dB(A) 50 dB(A)
23:00–07:00 uur 40 dB(A) 25 dB(A) 60 dB(A) 45 dB(A)
1933.Bouwplan Wijnruitstraat in Waalwijk Akoestisch onderzoek, 28 oktober 2019
Pagina 6
Van Kooten Akoestisch Advies
Burgemeester en wethouders kunnen eventueel gemotiveerd afwijken van deze normen en maatwerkvoorschriften vaststellen, waarmee zowel een hogere als lagere toelaatbare geluidsbelasting kan worden vastgelegd. In de huidige situatie wordt er vooralsnog vanuit gegaan dat voor het vaststellen van maatwerkvoorschriften geen aanleiding is.
1933.Bouwplan Wijnruitstraat in Waalwijk Akoestisch onderzoek, 28 oktober 2019
Pagina 7
Van Kooten Akoestisch Advies
3
Uitgangspunten
Om de geluidsbelasting op de gevels van de nieuw te bouwen woningen te kunnen bepalen zijn rekenmodellen opgesteld. Voor het opstellen van de rekenmodellen is gebruik gemaakt van diverse gegevensbronnen.
3.1
Kaartmateriaal
De opdrachtgever heeft schetsen aangeleverd met de aanduidingen ‘Locatie Wijnruitstraat Waalwijk; project 1914, stedenbouwkundig plan’ d.d. 17-05-2019 van Architectenbureau Van Reeven. Verder zijn BGT-gegevens gedownload om de ligging van wegen, water en bestaande gebouwen in de omgeving in het rekenmodel te zetten. Ook is gebruik gemaakt van foto’s van Google Streetview, satellietfoto’s van Google Earth en het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3) voor het bepalen van de juiste hoogten van de gebouwen.
3.2
Verkeersgegevens
De gemeente Waalwijk heeft verkeersgegevens aangeleverd van de Klaproosstraat voor het prognosejaar 2030. Verder is aangegeven dat de verkeersintensiteit op de overige nabij gelegen wegen als de Averuitstraat en de Wijnruitstraat van geen betekenis is. Het wegdek op de Klaproosstraat bestaat uit klinkers in keperverband en de maximumsnelheid bedraagt 30 km/uur. In bijlage 1 zijn de door de gemeente Waalwijk aangeleverde gegevens opgenomen.
3.3
Rekenmethode wegverkeerslawaai
Aan de hand van de verzamelde gegevens is een rekenmodel voor wegverkeerslawaai opgesteld. Het overdrachtsgebied is in het algemeen akoestisch zacht verondersteld (bodemfactor 1,0). Daar waar zich akoestisch harde bodem bevindt, zoals bijvoorbeeld wegdek en water, is die als zodanig ingevoerd in het model (bodemfactor 0,0). Ter plaatse van de gevels van de nieuwbouw zijn op maatgevende locaties op een hoogte van 1,5 meter boven vloerpeil toetspunten gelegd. De berekeningen zijn uitgevoerd conform Standaardrekenmethode II van het ‘Reken en Meetvoorschrift Geluid 2012’. Bij de berekeningen is gebruik gemaakt van het softwarepakket Geomilieu versie 5.10 van DGMR raadgevende ingenieurs B.V. In figuur 1.1 is een overzicht gegeven van het gehanteerde rekenmodel voor verkeerslawaai. en in de figuren 1.2 t/m 1.4 zijn de nummers van de wegen, ingevoerde gebouwhoogten en
1933.Bouwplan Wijnruitstraat in Waalwijk Akoestisch onderzoek, 28 oktober 2019
Pagina 8
Van Kooten Akoestisch Advies
toetspunten aangegeven. In bijlagen 2.1 en 2.2 zijn de meest relevante invoergegevens van de wegen en toetspunten terug te vinden. Aan belanghebbenden kan op aanvraag de volledige invoer van het rekenmodel (digitaal) worden aangeleverd.
3.4
Bedrijfsvoering gymzaal Wijnruitstraat 196a
Volgens opgave van de gemeente Waalwijk is de gymzaal aan de Wijnruitstraat 196a in gebruik door scholen (gymlessen) en sportverenigingen. Tijdens sommige van deze activiteiten wordt muziek ten gehore gebracht. Een van de maatgevende activiteiten zijn de avondlessen die vechtspotclub M.A.T.C.H. geeft op vrijdag. De heer van Dongen van deze vereniging geeft aan dat tijdens deze lessen muziek wordt gedraaid. Er wordt uitgegaan van een binnenniveau in de gymzaal van 80 dB(A) tijdens maatgevende (sport)activiteiten op muziek. Op dit niveau is een strafcorrectie van 10 dB(A) van toepassing, die geldt voor muziekgeluid. Ook mag er geen bedrijfsuurcorrectie worden toegepast. Van piekniveau’s die voor de beoordeling van belang zijn, is naar verwachting geen sprake. Daarom is het piekniveau niet berekend. . Voor de overdracht van binnen naar buiten zijn de volgende delen van de constructie van de gymzaal maatgevend: Vensters aan de noord= en zuidzijde van de zaal; de gemeente Waalwijk geeft aan dat hierin enkel glas is aangebracht; Het dak, dat bestaat uit een houten constructie en dakbedekking bestaande uit bitumen zonder ballastgrind.
3.5
Rekenmethode industrielawaai
Aan de hand van de verzamelde gegevens is een rekenmodel opgesteld. Voor de modellering van de omgeving is gebruik gemaakt van dezelfde invoer als voor het rekenmodel voor wegverkeerslawaai. Het overdrachts-gebied is in het algemeen akoestisch zacht verondersteld (bodemfactor 1,0). Daar waar zich akoestisch harde bodem bevindt, zoals wegdek, trottoirs en water, is die als zodanig ingevoerd in het model (bodemfactor 0,0). Ter plaatse van de gevels van nieuwe, als ook enkele bestaande woningen zijn toetspunten gelegd. De berekeningen zelf zijn uitgevoerd overeenkomstig de "Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999". Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van het DGMR rekenprogramma Geomilieu, versie 5.10.
1933.Bouwplan Wijnruitstraat in Waalwijk Akoestisch onderzoek, 28 oktober 2019
Pagina 9
Van Kooten Akoestisch Advies
In figuur 3.1 is een overzicht gegeven van het ingevoerde rekenmodel voor industrielawaai en in figuren 3.2 en 3.3 is de ligging en nummering van de ingevoerde geluidbronnen en toetspunten gegeven. In bijlagen 3.1 t/m 3.3 zijn overzichten van de meest relevante modelkenmerken opgenomen. Op aanvraag kan de adviseur het volledige rekenmodel digitaal beschikbaar stellen aan belanghebbenden.
1933.Bouwplan Wijnruitstraat in Waalwijk Akoestisch onderzoek, 28 oktober 2019
Pagina 10
Van Kooten Akoestisch Advies
4
Resultaten
De berekeningsresultaten voor wegverkeerslawaai en industrielawaai worden apart behandeld.
4.1
Wegverkeerslawaai
In figuur 2 is de geluidsbelasting gegeven vanwege de Klaproosstraat met toepassing van de aftrek van 5 dB(A) conform de Wet geluidhinder. Deze bedraagt ten hoogste 48 dB en daarmee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde (48 dB) voor geluidsgezoneerde wegen. Deze geluidsbelasting is zondermeer acceptabel en staat een goed woon- en leefklimaat niet in de weg. Het is dan ook niet nodig om maatregelen ter vermindering van het verkeerslawaai in overweging te nemen.
4.2
Industrielawaai gymzaal Wijnruitstraat 196a
In figuur 4.1 en 4.2 en in bijlage 4 zijn de berekeningsresultaten van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAR;LT gegeven. Deze bedraagt maximaal 45 dB(A) in de dag- en avondperiode. En daarmee bedraagt de etmaalwaarde 50 dB(A). Voor de nieuwbouw treedt de hoogste waarde op aan een zijgevel, die in het schetsontwerp als blinde gevel wordt uitgevoerd. De geluidsbelasting op maatgevende gevels, waarin te openen ramen of deuren worden aangebracht, bedraagt 43 dB(A) in de dag en avondperiode, ofwel een etmaalwaarde van 48 dB(A). Ter plaatse van bestaande woningen aan de Wijnruitstraat bedraagt de geluidsbelasting maximaal 50 dB(A) (etmaalwaarde). Aanvaardbaarheid Met de geluidsbelasting van 48 dB(A) wordt de richtwaarde van 45 dB(A) voor nieuwe woningen in een rustige woonwijk uit de Handreiking overschreden. De grenswaarde van 50 dB(A) wordt echter niet overschreden. Ook wordt zowel ter plaatse van bestaande als nieuwe woningen voldaan aan de normen van het Activiteitenbesluit. Het is in redelijkheid niet goed mogelijk de geluidsbelasting te reduceren. In theorie zou het binnenniveau in de avond kunnen worden beperkt tot 77 dB(A) of het draaien van muziek kan in die periode worden vermeden. Een andere mogelijkheid zou zijn het plaatsen van dubbelglas als vervanging van de bestaande enkele beglazing.
Normaal gesproken worden deze maatregelen echter als niet realistisch en ook als onnodig beoordeeld. Een geringe overschrijding van de streefwaarde leidt in de praktijk namelijk niet tot hinder. Van cumulatie met andere bronnen (wegverkeerslawaai) is feitelijk geen sprake. Al met al is er ook zonder maatregelen sprake van een goed woon- en leefklimaat.
1933.Bouwplan Wijnruitstraat in Waalwijk Akoestisch onderzoek, 28 oktober 2019
Pagina 11
Van Kooten Akoestisch Advies
5
Conclusie
Voor de nieuw te bouwen appartementen aan de Wijnruitstraat in Waalwijk zijn berekeningen uitgevoerd voor wegverkeerslawaai en de naastliggende gymzaal. Uit de resultaten blijkt dat er geen belemmeringen zijn voor de realisatie van de nieuwbouw. Vanwege de Klaproosstraat bedraagt de geluidsbelasting na toepassing van de aftrek van artikel 110g van de Wet geluidhinder maximaal 48 dB. Toetsing aan de Wet geluidhinder is niet nodig omdat het gaat om een weg met een maximumsnelheid van 30 km/uur. De geluidsbelasting is niet hoger dan de voorkeursgrenswaarde (48 dB) voor wegen die wel onder de werking van de Wet geluidhinder vallen. Daarom is er sprake van een aanvaardbare geluidsbelasting vanwege wegverkeerslawaai die een goed woon- en leefklimaat niet in de weg staat. De etmaalwaarde van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau L Ar;LT vanwege de activiteiten in de gymzaal bedraagt naar verwachting ten hoogste 48 dB(A). Hiermee wordt de streefwaarde van 45 dB(A) voor nieuwe woningen in een rustige woonwijk in geringe mate overschreden. Het treffen van maatregelen is niet goed mogelijk of niet realistisch (zie hoofdstuk 4) en ook niet nodig omdat dit geluidniveau in de praktijk niet tot hinder zal leiden. Wegverkeerslawaai en industrielawaai (gymzaal) leveren derhalve geen beperkingen op voor het onderzochte bouwplan.