R1.11-21 GEWIJZIGD Bijlage 1 Nota van uitgangspunten
Tekst van het document
Nota van uitgangspunten/masterplan Haven 8 Oost afronding, oktober 2020 Inleiding: Ten behoeve van het realiseren van het strategische doel van de raad, om de regionale werkgelegenheidspositie te behouden/versterken, is in 2011 besloten om de notitie Waalwijk-Noord vast te stellen. Daarmee is onder meer besloten om Haven 8 in ontwikkeling te brengen ten behoeve van: • • • •
grootschalige logistieke bedrijven; de ontsluiting vanaf de A59 te verbeteren; de insteekhaven te ontwikkelen; en de interne infrastructuur te verbeteren.
Deze projecten bevinden zich in vergevorderde stadia. Bestuurlijke opdracht: Op 11 februari 2020 heeft de gemeenteraad besloten om Haven 8 Oost afronding in ontwikkeling te brengen. Dit betreft het gebied tussen Haven 8 Oost en het Drongelse kanaal. De raad heeft daarbij, middels een amendement, verzocht om een nota van uitgangspunten op te stellen ten behoeve van de verdere planontwikkeling. Tevens is expliciet verzocht om de raad proactief te consulteren over deze nota van uitgangspunten alvorens wordt overgegaan tot verdere planontwikkeling. Deze nota van uitgangspunten vormt, in combinatie met de ontwikkelkaart (zie figuur 1), het masterplan m.b.t. de gewenste ontwikkelingen op Haven 8 Oost afronding en dient als eerste aanzet om een start te maken met de verdere planontwikkeling. Begrenzing plangebied: Het plangebied wordt globaal begrensd door de A59, de plangrens van Haven 8 (Oost), het dijklichaam van de Bergsche Maas en het Drongelens Kanaal. Feitelijk gebruik: Het overgrote gedeelte van de gronden binnen het plangebied zijn onbebouwde landbouwgronden. Aan de noordzijde bevindt zich de waterzuivering en het ecopark met windmolens en een zonnepark. Daarnaast bevindt zich nog een volkstuinencomplex, gasregelstation, watergangen en een beperkt aantal wegen.
Eén daarvan maakt onderdeel uit van de doorgaande route van Doeveren naar Waalwijk (Weteringweg) en een toekomstige weg maakt onderdeel uit van de ontsluiting van het industrieterrein (noordelijke parallelweg). Bovengronds bevindt zich een 180 KV-leiding. Ondergronds loopt een tweetal gasleidingen waarvan een daarvan onderdeel uitmaakt van het nationale transportnetwerk.
Eigendom: Een substantieel deel van de gronden is in eigendom van de gemeente Waalwijk. Daarnaast heeft het waterschap Brabantse Delta nog eigendommen en zijn er enkele percelen die in particuliere handen zijn. Bestaande kwaliteiten: Het gebied wordt vooral gekenmerkt door de openheid, het weidse gevoel en de zichtlijnen op karakteristieke en kenmerkende bouwwerken in de omgeving. In natuurwetenschappelijke zin zijn in het gebied geen of nauwelijks wezenlijke waarden aanwezig. Het gebied is destijds in zijn geheel onderzocht in het kader van de ontwikkeling van Haven 8 Oost op archeologische waarden. Op basis van dit onderzoek zijn de waarden voor het gehele gebied vastgesteld naar ‘laag’. Cultuurhistorische waarden van betekenis zijn niet in het gebied aanwezig. Bestaand lokaal beleid/bestuurlijke doelen: Strategische visie Waalwijk 2025: Op 21 september 2017 is de Strategische Visie Waalwijk 2025 'Samen werken aan de toekomst’ vastgesteld. Het gemeentebestuur ambieert dat Waalwijk een duurzaam regionaal werkgelegenheidscentrum is met een gezonde balans tussen woon- en leefklimaat van de gemeente ten zuiden van de A59, en de economische ontwikkelingen op de bedrijventerreinen Havens aan de noordkant.
Dat betekent dat bij elke uitbreiding van de bedrijventerreinen een afgewogen en bewuste keuze wordt gemaakt en daar waar nodig compensatiemaatregelen worden genomen om het woon- en leefklimaat van de stad en de omliggende groene omgeving te waarborgen. Structuurvisie: Op 4 februari 2016 is de structuurvisie voor Waalwijk vastgesteld. Daarin is de ambitie voor Waalwijk opgenomen namelijk, het zijn van een stedelijk knooppunt in de netwerken van Midden-Brabant met een krachtige economische functie en karakteristieke kernen in een unieke landschappelijke omgeving. Binnen de ambitie in de structuurvisie heeft een afweging van de verschillende belangen plaatsgevonden. Het bovenbeschreven ‘plangebied’ kan op grond van de structuurvisie worden opgedeeld in twee deelgebieden. 1. In het noordelijke gedeelte voorziet de structuurvisie in de mogelijke toekomstige ontwikkeling van het Ecopark. 2. Voor het zuidelijke gedeelte heeft de raad het gebied ruimtelijk gereserveerd voor de uitbreiding bedrijventerrein/industriegebied/havengebied voor met name bedrijven vanuit of direct gelieerd aan de logistieke sector. De Visbankweg vormt de scheiding tussen deze twee gebieden.
In vergelijking met februari 2016 is per heden de wens om duurzame(re) energie en een groene(re) leefomgeving te realiseren sterk toegenomen en is hier ook een veel breder maatschappelijk draagvlak voor. De componenten ‘Duurzame energie en ‘Groen’ zullen daarom, deels in afwijking van de structuurvisie, een prominentere rol gaan krijgen in de verdere planvorming. Mobiliteitsplan Op 15 oktober 2015 is het Mobiliteitsplan vastgesteld. Eén van de doelen van dit plan is om de centra van bedrijvigheid en werkgelegenheid direct te verbinden met het hoofdwegennet. Dit dient dan onder meer plaats te vinden door het faciliteren van goederenvervoer over de weg, overslagfaciliteiten tussen water en weg en multimodale bereikbaarheid voor werknemers. Kadernota grootschalige opwek Op 6 februari 2020 is de Kadernota grootschalige opwek van duurzame energie door de gemeenteraad vrijgegeven voor inspraak. De gemeente heeft zich als doel gesteld om in 2030 50% van de gebruikte energie duurzaam op te wekken. In de Kadernota grootschalige opwek van duurzame energie is het betreffende gebied aangewezen als zijnde geschikt voor grootschalige windenergie. Het gebied sluit ook aan op bestaand stedelijk gebied en het past binnen de criteria t.b.v. een potentieel gebied t.b.v. middelgrote ‘proef-zonnevelden’. Duurzaamheid en Klimaatbeleid.
Op 6 februari 2020 is tevens de visie Duurzaam Waalwijk 2030 vastgesteld. Waalwijk heeft de ambitie om in 2043 klimaatneutraal te zijn. Om dit te realiseren is het noodzakelijk om met name de energie duurzaam op te wekken. Waalwijk is hier onder andere met de regio over in gesprek om de nationale klimaatdoelen van 2030 te halen. Deze zijn dan een opmaat naar de lokale doelen voor 2043. Om substantieel duurzame energie op te wekken is het, naast het inzetten van het bestaande stedelijke gebied, ook noodzakelijk om grootschalige opwek in het buitengebied te realiseren. Dit zal hoofdzakelijk kunnen plaatsvinden door middel van windenergie. Echter ook zonneparken kunnen een bijdrage leveren aan de duurzame opwek. Op het bestaande ecopark wordt duurzame energie opgewekt en toegepast in Waalwijk. Hier is een combinatie van windenergie, zonne-energie en opwekking van groen gas uit biomassa zichtbaar. Uitbreiding van het Ecopark is een optie die kan worden onderzocht. Ecologie Waalwijk streeft naar het herstellen van ecologisch waardevolle gebieden. Het is tevens van belang om door middel van ecologische verbindingen deze gebieden te verbinden om een robuust netwerk te creëren waarin uitwisseling van ecologische waarden kan plaatsvinden.
Recreatie en toerisme Op dit moment is er nog geen beleid voor recreatie en toerisme. Momenteel wordt er een plan geschreven waarvan het nog niet duidelijk is of dit meteen een beleidsstuk wordt of een jaarplan. De kernwaarden die hierin genoemd worden zijn wel bekend namelijk: schoen en leer, natuur, wandelen, fietsen en (cultuur)historie. Grondbeleid Waalwijk Waalwijk heeft een flexibel grondbeleid. Dat betekent dat afhankelijk van het financiële én maatschappelijke rendement van een ontwikkeling Waalwijk haar grondbeleid bepaalt en op basis daarvan het meest geschikte instrumentarium inzet. Dit kan een actief grondbeleid zijn of een facilitair grondbeleid. In geval van een actief grondbeleid heeft Waalwijk de mogelijkheid om voorwaarden te koppelen aan de verkoop van de verworven gronden nadat zij in ontwikkeling zijn gebracht. Hierbij zijn dan onder meer uitgiftevoorwaarden en selectiecriteria twee belangrijke instrumenten om onder meer de publiekrechtelijke doelen te kunnen bereiken en randvoorwaarden aan de vestiging te kunnen stellen. Bij facilitair grondbeleid kan dit deels bereikt worden via het exploitatieplan, maar ligt de regie toch meer bij een marktpartij. Bij het actieve grondbeleid heeft Waalwijk een aantal selectiecriteria en verkoopvoorwaarden. Met de verkoopvoorwaarden sturen we onder meer op de verplichting tot het gebruiken van de dakvlakken t.b.v.
de opwek van zonne-energie. Bij de selectiecriteria kennen we harde criteria en preferente criteria. Met beide willen we een aantal beleidsdoelen nastreven, waaronder duurzaamheid, arbeidsmarkt, diversificatie, hergebruik vrijkomende locaties. Bovenlokaal beleid, wet- en regelgeving Op rijks- en provinciaal niveau zijn inmiddels omgevingsvisies opgesteld. Daarin wordt op nationaal en provinciaal niveau aangegeven welke koers de betreffende overheden voor de verschillende onderwerpen willen varen. Deze zullen in de nabije toekomst verder worden uitgewerkt in diverse deelproducten. Daarnaast is er wet- en regelgeving die in acht genomen moet worden bij ontwikkelingen. Te denken valt aan de Wet ruimtelijke ordening en de interim omgevingsverordening, maar ook thematische wet- en regelgeving zoals t.b.v. de thema’s geluid, externe veiligheid, geur en dergelijke. Te stellen doelen plangebied: Ontwikkelen van dit gebied betekent dat op een evenwichtige manier functies worden toegedeeld aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Meer concreet betekent dit het invulling geven aan de bestuurlijke ambities, zoals die zijn bepaald in de diverse aangehaalde beleidsstukken. De invulling dient daarbij te passen binnen de bandbreedte zoals die door wet- en regelgeving is bepaald.
Kansen: Een daadwerkelijke uitbreiding van de bedrijvigheid zal tot stand kunnen komen door zich voordoende kansen te benutten, in fases, vanuit vraagkant van bedrijven. Dit kan enerzijds door het vraaggericht ontwikkelen t.b.v. nieuwvestiging. Anderzijds is verplaatsing van bestaande (zware) bedrijven, gelegen in of nabij woonwijken, naar het industrieterrein een mogelijkheid. Op de vertreklocaties komt daardoor ruimte vrij voor verplaatsing/nieuwvestiging van meer passende bedrijven of herstructurering van het gebied ten behoeve van woningbouw. Ten aanzien van mobiliteit ontstaat met de aanleg van de noordelijke parallelweg, als onderdeel van de Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat (GOL), een goede en rechtstreekse ontsluiting met het hoofdwegennet. Ook het vervolmaken van de interne wegenstructuur van het industrieterrein zal de doorstroming en daarmee de ontsluiting bevorderen. In de vervolgfase zal nog wel beoordeeld moeten worden in welke mate deze nieuwe infrastructuur een toenemende intensiteit kan afwikkelen. Afhankelijk van de besluitvorming m.b.t. duurzame energie biedt het gebied ruimte voor het realiseren van een aantal windturbines c.q. aan een windpark, waarmee het een bijdrage kan leveren aan de opwek van windenergie. Afhankelijk van het aantal windturbines en het opwekvermogen per turbine, kan hier jaarlijks tussen de 10 en 20 MW opgewekt worden.
Het gebied is een potentieel gebied t.b.v. middelgrote ‘proef-zonnevelden’. De ligging van het gebied ten opzichte van het verdeelstation maakt het mogelijk extra interessant om op korte termijn een(aantal) proefopstelling(en) te realiseren. Voor het thema ecologie/landschap is binnen GOL gekozen voor een robuuste groene zone tussen de A59 en het industrieterrein. Het is mogelijk om een dergelijke robuuste zone ook te realiseren ten opzichte van het Drongelens Kanaal. Door een dergelijke robuuste zone ontstaat eveneens een groene omlijsting c.q. landschappelijke inpassing. Deze kan in samenhang met de ecologische zone langs de Gansoyensesteeg en de eerder aangehaalde groene bufferzones van betekenis zijn voor de migratie van flora en fauna. Op het moment dat dit gebied in ontwikkeling wordt gebracht zal ook de waterhuishouding veranderen. Het bestaande afwateringssysteem zal moeten worden aangepast, maar ook zal, vanwege de bouw van objecten en het aanbrengen van verharding, er minder water ter plekke rechtstreeks kunnen inzijgen. Het gebied kan voor recreatie en toerisme een toegevoegde waarde hebben wanneer het aantrekkelijk ingericht wordt op het gebied van landschap, ecologie en leisure. Leisure die we daar laten plaatsvinden moet passen binnen de aard en schaal van het gebied.
Daarbij is het is wenselijk om in te spelen op de recreatieve routestructuur, zodat het gebied goed te bereiken en te beleven is.
Ruimtelijke principes: In tegenstelling tot de meer thematische invulling vanuit de structuurvisie, met een vrij strikte scheiding van de functies binnen de betreffende deelgebieden, wordt nu binnen het gebied gestreefd naar een duurzame integrale gebiedsopgave met meervoudig ruimtegebruik waar diverse functies over het gebied verspreid kunnen voorkomen. Om tot een verweving van de kansen/opgaven te komen moeten deze geïntegreerd worden en leiden tot een samenhangende visie en/of ontwerpplan. Daarbij willen wij een aantal principes hanteren: • • • • •
• • •
Wij willen invulling geven aan de bestuurlijke ambities, zoals die zijn bepaald in de diverse beleidsstukken. Wij willen de ruimtelijke kwaliteit verbeteren. Dit willen wij vormgeven door zorgvuldig en meervoudig ruimtegebruik. Wij willen maatschappelijke meerwaarde toevoegen. Wij willen (sociaal) veilig ontwikkelen door het beschermen en bevorderen van gezondheid. Wij willen de lagenbenadering toepassen. Dat betekent dat de effecten en onderlinge wisselwerking van de ontwikkeling op de lagen: ‘fysieke ondergrond’, ‘netwerken van infrastructuur’ en ‘menselijke activiteiten’ in beeld worden gebracht. Daarbij geldt het principe dat hoe langzamer de veranderingssnelheid van onderdelen binnen een laag, hoe zorgvuldiger er mee wordt omgegaan. Wij willen toekomstwaarde toevoegen, oftewel mogelijk maken dat het gebied in de toekomst kan worden aangepast aan de gewijzigde behoeften en wensen. Voorzien in verplaatsingswensen van bestaande bedrijven. De ontwikkeling moet plaatsvinden binnen de bandbreedte zoals die door wet- en regelgeving is bepaald.
Deze principes vormen de uitgangspunten waarbinnen de integrale gebiedsontwikkeling moet plaatsvinden met als doel één samenhangende ontwikkeling. Masterplan De aangehaalde kansen kunnen binnen het gebied worden gecombineerd waardoor zij elkaar kunnen versterken. Het gebied kan door deze combinatie een grotere toegevoegde waarde hebben dan binnen een vrij strikte scheiding van functies, zoals in de structuurvisie is voorzien. Het masterplan wijkt hiermee dus af van de op 4 februari 2016 vastgestelde Structuurvisie 2025. Op een planologisch schaalniveau leidt dit tot een eerste indicatieve schets van een integrale gebiedsontwikkeling (zie figuur 1) waarin op een evenwichtige wijze functies binnen dit gebied zijn toegedeeld en zichtbaar wordt dat een integrale ontwikkeling waarin de principes worden toegepast haalbaar kan zijn. Het spreekt voor zich dat afhankelijk van de keuze of en de mate waarin bepaalde functies binnen het gebied een plaats krijgen, deze eerste indicatieve schets nog verandert.
(Wettelijke) beperkingen: Vast staat dat de realisatie van de verschillende opgaves/kansen en de mate waarin dat plaatsvindt gevolgen hebben voor de locatie sec, maar ook voor hun omgeving of voor andere ontwikkelingen elders binnen Waalwijk. Dit zijn gevolgen van uiteenlopende aard. Zo zullen de keuzes inhoudelijke effecten hebben (vergelijk onder meer ruimtelijke en milieu hygiënische effecten), maar zullen de keuzes ook beperkt worden door hogere wet- en regelgeving of beleid van de hogere overheden. Zo kunnen de Nationale omgevingsvisie (NOVI), provinciaal beleid en/of regionale afspraken invloed hebben op de keuze van de soort bedrijvigheid. Te denken valt dan aan de NOVI waar kwalitatieve uitgangspunten zijn geformuleerd voor de vestiging van nieuwe logistiek en de wijze waarop daar op provinciaal en regionaal niveau invulling aan wordt gegeven. Financieel/economische haalbaarheid: Het realiseren van de verschillende opgaves zal in financieel/economische zin haalbaar moeten zijn.
Vervolgstappen Op basis van de nota van uitgangspunten zal een aantal vervolgstappen gezet worden: • het in beeld brengen van de (wettelijke) beperkingen • (milieu)-planologische onderzoeken • aftasten van regionaal en provinciaal draagvlak • bevragen lokale bedrijfsleven naar de behoeften tot verplaatsing • financieel/economische haalbaarheid De uitkomsten daarvan kunnen, naast de keuze of en de mate waarin bepaalde functies binnen het gebied een plaats krijgen, aanleiding vormen om de uitgangspunten en/of figuur 1 op onderdelen aan te passen.