Nagekomen informatie N Aussems Essay burgerparticipatie
Tekst van het document
• Ten tweede, in de driehoek “overheid, commerciële partijen en burgers” zijn burgers altijd de onderliggende partij met de minste dossierkennis, met weinig tijd en met vrijwel geen geld, maar wet en besluit doen er niets aan om te zorgen voor een level playing field voor burgers. Daarom stellen we dat er op de kortst mogelijke termijn concrete stappen worden gezet om deze twee problemen aan te pakken. Aanpassen Omgevingsbesluit Gelet op de stand van zaken in het wetgevingsproces willen wij hier niet bepleiten dat alle Zeven Eisen van paragraaf 4.1., onverkort worden opgenomen in de relevante bepalingen van het Omgevingsbesluit 49, al blijft dat voor ons natuurlijk wel de ideale oplossing. Als we uitgaan van artikel 4.2 van het Omgevingsbesluit (over projectbesluiten) lijkt het ons - als de politieke wil er is – uitermate haalbaar dat er een nieuw lid 3 aan die bepaling wordt toegevoegd met de volgende tekst. 3. Bij het betrekken van burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen waarborgt het bevoegd gezag dat alle partijen op een gelijkwaardige wijze kunnen participeren en voor wat burgers betreft, dat zij voldoende toegang hebben tot de middelen die daarvoor nodig zijn. Diezelfde tekst kan ook worden opgenomen in de corresponderende bepalingen over omgevingsvisies, omgevingsplannen en programma’s.
Aldus wordt bereikt dat niet alleen burgers, maar ook gemeenteraden, provinciale staten en de Tweede Kamer een wettelijke basis hebben om de uitvoerende organen - B&W, GS of de minister - aan te spreken als zij menen dat die organen tekort schieten bij het inrichten van burgerparticipatie. De voorgestelde wijziging laat bovendien alle ruimte voor lokaal maatwerk en sluit dus aan bij het regeringsstandpunt dat opzet en aard van burgerparticipatie niet van bovenaf moeten worden geregeld. Monitoring en evaluatie Een tweede stap die per direct gezet kan worden is complementair aan de eerste: het inrichten van een onafhankelijke instantie die alle kennisgevingen over het betrekken van burgers, bedrijven, 48 49
Zie paragraaf 3.2. Artikel 4.2, artikel 8,4, artikel 8.1 en artikel 8.5.
Burgermacht en publieke besluitvorming over ruimtelijke plannen en projecten – 12.12.16 v5 – A.W. Koers en R.L.Rietveld
17 maatschappelijke organisaties en bestuursorganen systematisch verzamelt en daarover jaarlijks een rapport uitbrengt aan de verantwoordelijke minister. In eerste instantie kan dat rapport puur informatief/descriptief zijn, maar als er enige ervaring is opgebouwd, kan het rapport zich geleidelijk meer gaan richten op evaluatie en beoordeling. Daarbij kunnen de hierboven vermelde Zeven Eisen gebruikt worden als criteria, juist omdat die Eisen aansluiten bij de internationale verplichtingen van Nederland ingevolge het Verdrag van Aarhus en de twee Europese Richtlijnen. Op termijn zou die onafhankelijke instantie zich kunnen ontwikkelen tot een arrangement vergelijkbaar met de Commissie voor de MER, maar dan voor burgerparticipatie. Bevoegde gezagen leggen alsdan hun “participatieplan” voor aan die “Commissie voor de BP”, waarop de deskundigen van de Commissie BP dat plan beoordelen en het desbetreffende bevoegd gezag wijzen op punten die aandacht verdienen. 50 De kosten van de Commissie BP zouden omgeslagen kunnen worden over de bevoegde gezagen die een participatieplan voorleggen aan de Commissie. Waar mogelijk kunnen bevoegde gezagen die kosten vervolgens weer doorbelasten aan commercieel belanghebbenden. Resultaat Elk van deze stappen is overzienbaar en realiseerbaar, maar beide stappen tezamen vormen een essentiële verbetering ten opzichte van de bestaande situatie.
Burgers en de door hen democratisch gekozen organen kunnen zich beroepen op een wettelijke bepaling als ze menen dat het bevoegd gezag niet voldoende doet om de kwaliteit van burgerparticipatie te borgen. En die kwaliteit wordt dan ook nog eens structureel en op landelijk niveau bewaakt door een onafhankelijke instantie. Zo komt burgerparticipatie gegarandeerd terecht op trede 9. 6. TEN SLOTTE Dit alles is voor ons meer dan een theoretische exercitie. Dit essay begon met onze ervaringen met burgerparticipatie op de frontlijn tussen overheid en burgers in conflicten over de bouw van windparken op land. Die ervaringen stemmen treurig, vooral omdat die conflicten maar al te vaak onnodig zijn en al even vaak maar heel weinig opleveren voor alle partijen. Voorkomen dat die windenergie-ervaringen systematisch zullen worden in de besluitvorming over ruimtelijke plannen en projecten ingevolge de nieuwe Omgevingswet: dat is de reden die ons er toe bracht dit essay te schrijven. En dat is ook de reden dat wij hierboven een paar concrete en praktische voorstellen doen om een spiraal naar beneden te doorbreken en om te buigen naar een spiraal omhoog waarin confrontatie tussen overheid en burger geleidelijk plaats maakt voor coöperatie. Dat het in eerste instantie om kleine stappen gaat, neemt niet weg dat onze ambitie ver reikt.
Wij willen burgerparticipatie weghalen uit de vrijblijvendheid want dat werkt in deze tijd alleen maar contraproductief. Wij willen burgerparticipatie verheffen tot een systeem dat burgers echte, afdwingbare waarborgen biedt - dat ze in rechte erkent als belanghebbende. Nee, ons doel is niet dat burgers altijd gelijk moeten krijgen, maar ons doel is wel burgers in de besluitvorming over ruimtelijke plannen en projecten die hen raken - soms zeer ingrijpend - een positie en een rol te geven die gelijkwaardig is aan die van andere en meestal veel machtiger partijen. De stap van “burgerparticipatie” naar “burgermacht” daar gaat het ons om. Ter afsluiting toch een zijsprong naar dat grotere verhaal over het piepen en kraken van de representatieve democratie. Wij menen dat er met dat systeem als zodanig weinig mis is en dat de 50 Bijvoorbeeld aan de hand van een “Social Impact Assessment”, een internationaal erkende methode om de sociale impact van grote projecten in kaart te brengen en te duiden. Dus een equivalent van een “Environmental Impact Assessment”, in het Nederlands de MER. SIA wordt o.a. gebruikt door de Wereldbank (en bij windenergieprojecten in Australië).
Burgermacht en publieke besluitvorming over ruimtelijke plannen en projecten – 12.12.16 v5 – A.W. Koers en R.L.Rietveld
18 problemen vooral samenhangen met de manier waarop de overheid burgers bejegent. Het evenwicht is zoek: één keer per vier jaar mag een burger zijn of haar stem laten horen, terwijl in de jaren daartussen die burger geen stem meer heeft, maar wel bij voortduring ziet en merkt dat professionele belangenorganisaties bij voortduring en nadrukkelijk hun stem laten horen in de corridors van de macht. 51 Dat wringt en dat voedt wantrouwen. Des te meer als het gaat om besluitvorming over ruimtelijke plannen en projecten want dat raakt burgers direct in een voor hen heel kostbaar bezit: de kwaliteit van hun leefomgeving. Al in 1998 (!) schreef de Amerikaanse rechtsfilosoof Richard Rorty over de situatie in de Verenigde Staten: The nonsuburban electorate will decide that the system has failed and start looking around for a strongman to vote for - someone willing to assure them that, once he is elected, the smug bureaucrats, tricky lawyers, overpaid bond salesmen, and postmodernist professors will no longer be calling the shots. . . All the resentment which badly educated Americans feel about having their manners dictated to them by college graduates will find an outlet. 52 Het duurde even, maar de door Rorty voorspelde afrekening kwam met de verkiezing van Trump in het najaar van 2016.
Op de schaal van dit soort ontwikkelingen zijn onze ideeën en voorstellen met betrekking tot burgerparticipatie niet meer dan een steentje in zee. Maar het is, zo menen we, wel een steentje dat kan helpen om het in ons land niet zover te laten komen als in de Verenigde Staten. En net als heel veel burgers zijn we bereid mee te gaan doen en de handen uit de mouwen te steken. Maar dan moet het wel gaan om burgermacht en niet om nepparticipatie!
51 Vandaar de kreet dat we niet meer in een democratie leven, maar in een lobbycratie. Wij liggen daar niet wakker van - lobbyen bij machthebbers is van alle tijden - behalve als in die lobbycratie één groep systematisch niet mee kan komen en - erger - welbewust buitenspel wordt gezet: burgers en organisaties van burgers. 52 Uit: Achieving Our Country, 1998
Burgermacht en publieke besluitvorming over ruimtelijke plannen en projecten – 12.12.16 v5 – A.W. Koers en R.L.Rietveld