Memo Klachtbehandeling
Tekst van het document
Op 09-07-2025 is een klacht binnengekomen over raadslid Bokšan. Volgens de Verordening Klachtenbehandeling is de griffie in dat geval klachtcoördinator, en de raad als bestuursorgaan de klachtbehandelaar. Dat laatste betekent dat de raad een besluit moet nemen over de klacht. De griffie stelt u voor hierover bij de eerstvolgende raadsvergadering een besluit te nemen (28 augustus 2025). In samenspraak met Juridische Zaken heeft de griffie een advies voorbereid. Het advies luidt om klacht niet formeel in behandeling te nemen. De argumenten zijn als volgt: 1. Het klachtrecht van overheden is geregeld in H.9 van de Algemene wet bestuursrecht. Daar staat dat klachten kunnen worden ingediend tegen gedragingen van een bestuursorgaan of tegen personen werkzaam onder de verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan. Een raadslid is het een noch het nader. 2. De door de klagers gewraakte uitspraken zijn gedaan in een vergadering van de raad. Artikel 22 van de Gemeentewet geeft raadsleden immuniteit voor hetgeen zij in de raadsvergadering zeggen. Zij kunnen hier niet in rechte op worden aangesproken. Deze formele uitleg is beter te begrijpen wanneer die in een democratische en rechtsstatelijk context wordt geplaatst: de achterliggende gedachte is dat raadsleden volledig vrijuit moeten kunnen spreken. Zonder last, en ongehinderd door een mogelijke juridische aansprakelijkheid.
Raadsleden leggen verantwoording af aan de kiezer.