Memo Advies verhogen individuele inkomenstoeslag
Tekst van het document
ONDERWERP ADVIES VERHOGEN INDIVIDUELE INKOMENSTOESLAG Datum: 23 juni 2025
Wat is er gebeurd? Op 4 juli 2024 is een motie aangenomen om de regeling voor de Individuele Inkomenstoeslag (IIT) uit te breiden. In oktober hebben we de raad geïnformeerd over de stand van zaken. Wat is de motie? De raad vraagt het college om: 1. Voor de begroting 2025 te kijken naar de kosten als we de IIT verhogen met 110, 115 en 120%. Ook willen ze weten wat de kosten zijn voor 3 en 5 jaar. Zo kan de raad een keuze maken. 2. Te schatten hoeveel mensen hierdoor meer zekerheid krijgen. Hoe pakken we dat aan? We hebben Baanbrekers gevraagd om de kosten te berekenen voor deze opties. Die kosten hebben we in oktober door middel van een Raadsinformatiebrief gedeeld. Het ging om bruto bedragen. Dat betekent dat nog niet alle details zijn meegenomen, zoals bijvoorbeeld leeftijd en vermogen. Op basis van de bruto bedragen zagen we dat het veel geld kost. De IIT is een vorm van bijzondere bijstand. Omdat we een tekort op de middelen voor de bijzondere bijstand hebben willen we ook onderzoeken of en hoe we echt iets kunnen verbeteren voor mensen met weinig inkomen. We hebben bij KWIZ een inkomenseffectrapportage (IER) laten maken met daarbij extra aandacht voor het effect van de IIT. Dit rapport is in concept opgeleverd en zal worden gebruikt voor de nieuwe beleidsnota bestaanszekerheid.
De conclusies uit deze rapportage voor de IIT kunnen voor deze memo natuurlijk al gebruikt worden. Wat is het doel van de IIT? De IIT is een extra ondersteuning voor mensen die langdurig een laag inkomen hebben en niet in staat zijn om hun financiële situatie te verbeteren. Wanneer heb je recht op een IIT? De IIT is een vorm van bijzondere bijstand en deze vorm van bijzondere bijstand is opgenomen in de Participatiewet (artikel 36). De IIT is bedoeld voor: ➢ mensen van 21 jaar of ouder, maar jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, ➢ die langdurig een laag inkomen hebben, ➢ geen vermogen hebben en ➢ geen uitzicht hebben op inkomensverbetering. Deze criteria zijn opgenomen in de toelichting op artikel 36 van de Participatiewet en zijn leidend. Welke beleidsruimte hebben de gemeenten? Gemeenten hebben beleidsvrijheid bij het vaststellen van de hoogte van de toeslag en de precieze invulling van de voorwaarden, mits dit binnen de kader van de wet blijft. Dus
naast de hoogte van het bedrag, is er ruimte om de definitie wat we onder langdurig verstaan te bepalen. Deze is nu 5 jaar. En er is ruimte om de % te bepalen. Deze is nu 105%. In totaal zijn er dus 3 knoppen waar je (lokaal) aan mag draaien. Wat adviseert het rapport? Uit de IER blijkt het volgende voor 2025: Het rapport brengt het inkomen van verschillende type huishoudens in beeld, waarbij een beeld geschetst wordt als er geen of als er volledig gebruik gemaakt wordt van de gemeentelijke voorzieningen. In het rapport wordt uitgegaan van gemiddelde prijzen voor de maandelijkse uitgaven. Dat betekent bijvoorbeeld dat wanneer iemand rookt of in een slecht geïsoleerde woning woont en hoge energielasten heeft het plaatje niet meer klopt. In het rapport wordt geconstateerd dat bij een inkomen tot 100 % van het sociaal minimumniveau de alleenstaande jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd en het paar met en zonder kinderen zonder gebruik van de gemeentelijke voorzieningen de maand afsluit met rode cijfers. Bij de 110% grens kantelt het beeld en wordt er (op basis van de gemiddelde cijfers dus) met gebruik van gemeentelijke voorziening de maand met zwarte cijfers afgesloten. Vanaf de inkomensgrens van 110% ontstaat er bij elk huishoudtype met gebruik van alle voorzieningen (in theorie) zwarte cijfers.
De ruimte tussen het verschil tussen 100% en 110% heeft daarom extra aandacht nodig. Volgens KWIZ is er iets voor te zeggen om de grens op te trekken naar 110%. Dit staat overigens niet expliciet in het rapport opgeschreven maar blijkt uit de mondelinge toelichting op het rapport. Tot slot is er ook iets voor te zeggen om de grens van 5 jaar te verlagen naar 3 jaar. Uit de IER blijkt ook dat theoretische maandelijks plusje bij het gebruik van alle voorzieningen minimaal is. Het inkomen biedt onvoldoende ruimte om een spaartegoed op te bouwen om extra op te vangen als er bijvoorbeeld een witgoed-apparaat gerepareerd of vervangen moet worden. De langdurigheidstoeslag is juist bedoeld om dit soort onverwachte uitgaven te kunnen opvangen. Omdat we als gemeente ook een taak hebben op het terrein van voorkomen van schulden is het logische keuze om de periode van 5 naar 3 jaar terug te brengen. Waarom advies voor de 110% grens? Dit heeft te maken met de wettelijke afbakening van de doelgroep. Het gaat om een doelgroep die een grote afstand tot de arbeidsmarkt heeft, geen perspectief op werk heeft of meer uren kan werken. Deze groep personen valt veelal binnen de 110% grens. Met de 110% grens kunnen dan ook personen die arbeidsongeschikt zijn en een uitkering via het UWV een beroep op de IIT doen. Zij vallen met de 105% net buiten de boot.
Ook zij hebben geen perspectief op werk en zijn langdurig aangewezen op een laag inkomen. Gelet op de doel van de regeling zouden zij ook hierop een beroep moeten kunnen doen. Als er gekozen wordt voor een hoger percentage dan is het risico op afwijzingen groter met daarbij de teleurstelling voor de inwoners en de hoge uitvoeringskosten door Baanbrekers. Wat zijn de extra kosten als we de IIT verhogen naar 110% met een referteperiode van 3 jaar? Een opmerking vooraf: op dit moment is in het voorjaarsbericht gemeld dat er sprake is van een structureel tekort van € 180.000 voor de bijzondere bijstand. In eerste Berap van Baanbrekers wordt gemeld dat de tekorten bijzondere bijstand in 2025 verder
oplopen vanwege de stijgende kosten inrichtingskosten statushouders en eigen bijdrage bewind. Het gaat om ongeveer een bedrag van € 120.000 voor Waalwijk. De tweede opmerking heeft te maken met het hieronder genoemde bedrag. Er wordt een inschatting gemaakt op basis van de nu beschikbare informatie. Uiteraard gaat het om een realistische inschatting, maar niet om een exact bedrag. Het uitgangspunt voor deze berekening is het bruto bedrag genoemd door Baanbrekers in oktober 2024. In de bijlage zit de RIB van oktober met in de bijlage de bedragen van Baanbrekers. Het bedrag wat door Baanbrekers is genoemd gaat uit van een bereik van 100% van iedereen met een inkomen tot een bepaalde grens. Zij rekenen op een bereik van 2.100 huishouden. Op basis van Factsheet Armoede gemeente Waalwijk 2023 komen ongeveer 810 Waalwijkse huishoudens in aanmerking voor een IIT. Dat is dan 38% van het aantal huishoudens waarmee Baanbrekers heeft gerekend. Daarbij is uitgegaan: ➢ Huishoudens met inkomen uit Pwet, loon, WW/ WIA/ Wajong. Dit is de doelgroep waarvan aannemelijk dat een groot deel geen perspectief heeft op werk of meer kunnen werken. ➢ Het aantal pensioengerechtigden worden niet meegeteld omdat zij volgens de wet zijn uitgesloten. ➢ Het aantal huishoudens met eigen woning zijn niet meegeteld.
Als we rekenen met de cijfers van Baanbrekers zijn de meerkosten bij verhogen IIT naar 110% met een Referteperiode van: 5 jaar € 248.398 3 jaar € 433,594. Extra aandachtpunt: ➢ In deze berekening is uitgegaan van 100% van de doelgroep. In de praktijk zal dit niet gehaald worden. Als je uitgaat dat we 75% van doelgroep kunnen bereiken is het bedrag uiteraard lager. Er gaat dan een kwart van de genoemde bedragen af. ➢ In deze bedragen zijn de extra uitvoeringskosten van Baanbrekers meegenomen voor het behandelen van een aanvraag. De kosten voor het behandelen van een bezwaarschrift zijn niet meegenomen.