CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Mandaatbesluit intrekking voorkeursrecht

Raadsvergadering 29 januari 2026, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Mandaatbesluit intrekking voorkeursrecht2.181 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Dossier:

91950

Datum collegevergadering: Onderwerp:

16 december 2025 Mandaatbesluit intrekking voorkeursrecht

0. Adviespunten/beslispunten Vast te stellen het ‘Mandaatbesluit intrekking voorkeursrecht’ conform bijgevoegd conceptbesluit.

1. Aanleiding? Door de Omgevingswet (hierna: Ow) is de bevoegdheid tot het intrekken van een voorkeursrecht gewijzigd. Onder het oude recht (Wet voorkeursrecht gemeenten) waren colleges van burgemeester en wethouders zelfstandig bevoegd om een voorkeursrecht in te trekken. Onder de Ow is deze bevoegdheid belegd bij de gemeenteraad. In de praktijk kan het voorkomen dat een eenmaal door de raad gevestigd voorkeursrecht niet langer noodzakelijk is. In dat geval is het van belang dat de daarmee samenhangende beperking van het eigendomsrecht zo spoedig mogelijk wordt opgeheven, zodat de eigenaar weer volledig kan beschikken over zijn of haar onroerende zaak. Een snelle intrekking draagt bij aan rechtszekerheid en voorkomt dat eigenaren langer dan noodzakelijk worden beperkt in de overdraagbaarheid van hun eigendom. Daarom wordt voorgesteld de bevoegdheid tot het intrekken van een reeds door de raad gevestigd voorkeursrecht te mandateren aan het college van burgemeester en wethouders. Deze werkwijze maakt een snelle besluitvorming mogelijk binnen de wettelijke kaders van de Ow en zorgt voor een sneller herstel van de eigendomspositie van betrokken eigenaren. Vestiging voorkeursrecht Op grond van artikel 9.1 lid 1 Ow kan de gemeenteraad een gemeentelijk voorkeursrecht vestigen door middel van een voorkeursrechtbeschikking.

Voorafgaand aan de vestiging kan het college (op grond van artikel 9.1 lid 2 Ow) een kortdurend voorlopig voorkeursrecht vestigen, die daarna binnen drie maanden door de gemeenteraad moet worden bestendigd. In die zin komt dit overeen met de systematiek van de oude Wet voorkeursrecht gemeenten (hierna: Wvg). Intrekkingsgronden voorkeursrecht Als het voorkeursrecht niet meer voldoet aan de vereisten van artikel 9.1 leden 1 en 2 Ow, dan trekt het bestuursorgaan dat het voorkeursrecht heeft gevestigd (gemeenteraad) dit onverwijld in (artikel 9.5 leden 1 en 2 Ow). Een voorkeursrechtbeschikking kan ook worden vernietigd als niet is voldaan aan de in artikel 16.82a Ow genoemde termijn. Dit artikel ziet op het ingaan van het voorkeursrecht en luidt kortgezegd dat het voorkeursrecht binnen 4 dagen na bekendmaking moet zijn ingeschreven in de openbare registers (Kadaster) en dat het voorkeursrecht ingaat op het tijdstip van inschrijving.

1

Intrekking op verzoek van belanghebbende Een belanghebbende kan het bestuursorgaan ook verzoeken om het voorkeursrecht in te trekken. Bij zo’n verzoek is de algemene regeling uit de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) van toepassing. Het bevoegd gezag moet dan uiterlijk binnen acht (8) weken na ontvangst van een aanvraag een besluit nemen of meedelen binnen welk redelijk termijn er een beschikking wordt gegeven op grond van artikel 4:13 jo. 4:14 jo. 4:15 Awb. Kort samengevat In de Ow is de vestiging én intrekking van een voorkeursrecht duidelijk afgebakend door wettelijk bepaalde intrekkingsgronden, korte termijnen en een actieve houding van de gemeente. Bij intrekking en vernietiging van het voorkeursrecht is namelijk een actieve handeling vanuit het bestuursorgaan vereist. Voorbeelden zijn: doorhaling in de openbare registers (artikel 9.5 lid 2 Ow), mededeling van de intrekking of vernietiging aan de eigenaren of beperkt gerechtigden (artikel 9.5 lid 3 Ow) en een beslistermijn van acht (8) weken als een belanghebbende het bestuursorgaan verzoekt het voorkeursrecht in te trekken. Wijziging bevoegdheden intrekking voorkeursrecht onder de Ow Onder het oude recht was het college (op grond van artikel 8 lid 1 Wvg) zelfstandig bevoegd te besluiten om een eerder gevestigd voorkeursrecht in te trekken, indien niet meer werd voldaan aan de in de Wvg gestelde eisen.

Nieuw onder de Ow is dat deze bevoegdheid nu ligt bij het bestuursorgaan dat de voorkeursrechtbeschikking heeft gegeven. Vanuit het oogpunt van zuivere bevoegdheidstoedeling acht de regering het niet meer passend dat het ene bestuursorgaan (gemeenteraad) een beschikking geeft en een ander bestuursorgaan (college) die vervolgens kan intrekken. Wel is het mogelijk dat de gemeenteraad de bevoegdheid tot intrekking mandateert aan het college. De wetgever meent dat de aard van de intrekkingsbevoegdheid zich daar niet tegen verzet en dat is de insteek van dit raadsvoorstel.

2. Wat willen we bereiken? Door het mandateren van de bevoegdheid tot het intrekken van een voorkeursrecht aan het college van burgemeester en wethouders kan de besluitvorming aanzienlijk worden versneld. Het college kan sneller en efficiënter besluiten nemen, waardoor intrekking van een voorkeursrecht tijdig en binnen de wettelijke termijnen kan plaatsvinden. Dit voorkomt onnodige vertraging in de procedure. Een snelle besluitvorming is in het bijzonder gunstig voor de eigenaren van de percelen waarop het voorkeursrecht rust. Zij krijgen eerder duidelijkheid over hun rechtspositie en zijn minder lang gebonden aan de beperkingen die het voorkeursrecht met zich meebrengt. Hierdoor kan de eigendomspositie van de eigenaar sneller worden hersteld.

3. Argumenten/Overwegingen Sneller herstel van eigendomspositie voor de eigenaar De vestiging van een voorkeursrecht brengt een wettelijke beperking met zich mee van de overdraagbaarheid van een onroerende zaak. Zolang het voorkeursrecht van kracht is, is de eigenaar gehouden de onroerende zaak bij voorgenomen vervreemding eerst aan de gemeente aan te bieden. Deze beperking raakt rechtstreeks aan de uitoefening van het eigendomsrecht. Indien wordt vastgesteld dat het voorkeursrecht niet langer noodzakelijk of wenselijk is, dient het herstel van de volledige eigendomspositie van de eigenaar zo spoedig mogelijk plaats te vinden. Een voortduring van het voorkeursrecht zonder inhoudelijke grondslag is onwenselijk en kan leiden tot onnodige vertraging, rechtsonzekerheid en mogelijke schade voor de eigenaar. 2

Intrekking van het voorkeursrecht door het college van burgemeester en wethouders, handelend namens de gemeenteraad op basis van mandaat, is in dat kader effectiever en sneller dan intrekking door de gemeenteraad zelf. Het college kan binnen kortere termijnen besluiten en handelen, waardoor onnodige procedurele vertraging wordt voorkomen. Door deze werkwijze kan de beperking van het eigendomsrecht eerder worden opgeheven en kan de eigenaar weer volledig en vrij beschikken over zijn of haar onroerende zaak. Dit draagt bij aan rechtszekerheid, proportionaliteit in het gebruik van het voorkeursrecht en een zorgvuldige belangenafweging tussen gemeentelijke en particuliere belangen. Wetgever laat mandatering aan college expliciet toe. In de Ow is de bevoegdheid tot intrekking van het voorkeursrecht neergelegd bij het orgaan dat de voorkeursrechtbeschikking heeft genomen. Vestiging én intrekking is een bevoegdheid van de gemeenteraad, zoals ook uitvoerig is verwoord in de memorie van toelichting bij de Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet. In dezelfde memorie van toelichting wordt ook met redenen omkleed beargumenteerd dat mandatering (van de intrekking van het voorkeursrecht van gemeenteraad aan het college) niet is uitgesloten.

In eigen woorden zegt de wetgever daarover: ‘Intrekking door het college is mogelijk wanneer de gemeenteraad de bevoegdheid daarvoor mandateert aan het college. De regering meent dat de aard van de intrekkingsbevoegdheid zich daartegen niet verzet. Waar bij de vestiging van een voorkeursrecht de overdraagbaarheid van de eigendom van een onroerende zaak door de vervreemder wordt beperkt, wordt deze bij de intrekking van een voorkeursrecht juist in volle omvang hersteld.’ De wetgever geeft expliciet aan dat mandatering van de intrekkingsbevoegdheid van de gemeenteraad aan het college mogelijk is, vooral omdat in de wet is vastgelegd wanneer er sprake kan of moet zijn van intrekking (zie artikel 9.1 leden 1 en 2 Ow of als de voorkeursrechtbeschikking niet binnen het in artikel 16.82 Ow genoemde termijn is ingeschreven). Intrekking van een voorkeursrecht kan dus enkel en alleen plaatsvinden binnen deze wettelijke kaders. Dit rechtvaardigt het geven van de bevoegdheid aan het college om namens de raad te besluiten tot intrekking van het voorkeursrecht. Voorbeelden hiervan zijn om de snelheid in het proces te houden of als tijdens het ontwikkelproces blijkt dat het gebied waar het voorkeursrecht op is gevestigd, kleiner kan worden gemaakt.

Daarnaast kan het ook gaan om feitelijke handelingen die het college moet verrichten, zoals doorhaling in de openbare registers (artikel 9.5 lid 2 Ow), mededeling van de intrekking of vernietiging aan de eigenaren of beperkt gerechtigden (artikel 9.5 lid 3 Ow). Mandaat is geen delegatie van bevoegdheden. Kenmerkend voor delegatie van bevoegdheden is onder meer dat degene die de bevoegdheid heeft gedelegeerd, die bevoegdheid zelf niet meer kan uitoefenen. Kenmerkend voor mandaat is onder meer dat de mandaatgever bevoegd blijft om de bevoegdheid zelf uit te oefenen en dat binnen de grenzen van het mandaat genomen besluit geldt als een besluit van de mandaatgever (op grond van artikel 10:2 Awb). Bij het mandateren van de intrekking blijft de gemeenteraad dus ook bevoegd om tot intrekking van een voorkeursrecht te besluiten. Vestiging blijft bij de raad De bevoegdheid tot het vestigen van een voorkeursrecht blijft onverkort bij de gemeenteraad. De vestiging van een voorkeursrecht is het meest ingrijpende en bestuurlijk gevoelige besluit, omdat daarmee een directe beperking wordt opgelegd aan het eigendomsrecht van grondeigenaren en een expliciete beleidsmatige en politieke afweging is vereist. Het is daarom passend dat deze beslissing door de raad zelf wordt genomen.

Het mandateren van de bevoegdheid tot het intrekken van een voorkeursrecht aan het college betreft uitsluitend het beëindigen van een reeds bestaande beperking. Dit besluit is minder politiek-bestuurlijk gevoelig en ligt in lijn met de eerder aangenomen motie, omdat 3

het juist strekt tot het herstellen van de eigendomspositie van de eigenaar. Zo blijft de principiële beslissing bij de raad, terwijl de intrekking snel door het college kan worden afgehandeld. Algemeen mandaat is nog slagvaardiger. Op grond van artikel 10.5 Awb kan uw gemeenteraad een algemeen mandaat of een mandaat per geval verlenen. Bij een algemeen verleend mandaat is het mogelijk te besluiten over alle intrekkingen van het voorkeursrecht, ongeacht de locatie. Dit is effectiever en slagvaardiger dan een per geval verleend mandaat. Er zijn op meerdere locaties voorkeursrechten gevestigd. Een per geval verleend mandaat betekent dat per geval het college zou moeten besluiten over de intrekking. Dit komt de slagvaardigheid, snelheid en effectiviteit van de intrekking niet ten goede. Zeker niet als binnen acht (8) weken moet worden besloten of het bestuursorgaan akkoord gaat met een intrekkingsverzoek door belanghebbende. De gemeenteraad zal dan ook worden verzocht om een algemeen mandaat te verlenen aan het college. Op grond van artikel 10.4 Awb heeft mandatering door de gemeenteraad aan het college de instemming nodig van de gemandateerde, dus het college. Van deze instemming kan blijken uit dit collegevoorstel. Op grond van artikel 10:6 Awb zal het college de gemeenteraad, middels een raadsinformatiebrief, informeren over een ingetrokken voorkeursrecht.

Feitelijk geen verandering met het oude recht. Onder het oude recht (Wet voorkeursrecht gemeenten) was het college al zelfstandig bevoegd te besluiten tot intrekking van een voorkeursrecht. Hierdoor kon de intrekking slagvaardig en snel plaatsvinden. Door de intrekking nu aan het college te mandateren, ontstaat er feitelijk eenzelfde situatie als onder het oude recht.

4. Financiën Het mandateren van bevoegdheden heeft geen financiële gevolgen.

5. Risico’s Aansprakelijkheid bij niet tijdig intrekken of laten doorhalen Het bestuursorgaan moet zorgen voor directe doorhaling in de openbare registers van een ingetrokken voorkeursrecht (zie artikel 9.5 lid 2 Ow). Ook moet het bevoegd gezag mededelingen doen van het intrekken van het voorkeursrecht aan de eigenaren en beperkt gerechtigden op de onroerende zaak (zie artikel 9.5 lid 3 Ow). Voor schade als gevolg van het niet tijdig intrekken of laten doorhalen is de overheid volledig aansprakelijk (zie artikel 15.52 Ow).

6. Participatie Na vaststelling zal het mandaatbesluit bekend worden gemaakt in het digitale gemeenteblad op overheid.nl worden geplaatst.

7. Bijdrage aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s) SDG 11 – Duurzame steden en gemeenschappen • Snellere besluitvorming over het intrekken van een voorkeursrecht kan planprocessen en gebiedsontwikkelingen versnellen. • Dit draagt bij aan effectieve, tijdige stedelijke ontwikkeling, waaronder woningbouw, mobiliteitshubs, herstructurering of andere maatschappelijke voorzieningen. • Een efficiënte governance-structuur helpt om ruimtelijke keuzes tijdig te realiseren en zo bij te dragen aan leefbare, toekomstbestendige wijken. SDG 16 – Vrede, justitie en sterke publieke instituties 4

• •

Versterkt de bestuurlijke slagkracht van de gemeente doordat operationele handelingen (zoals intrekking) niet onnodig via de volledige raad hoeven. Draagt bij aan responsieve, effectieve en efficiënte overheidssystemen (subdoel 16.6).

SDG 17 – Partnerschappen om de doelen te bereiken • Door duidelijke en snellere besluitvorming kan de gemeente eenvoudiger samenwerken met bijvoorbeeld marktpartijen, woningcorporaties en andere overheden in gebiedsontwikkelingen. • Het voorkomt vertraging en onzekerheid, wat partnerschappen versterkt en gezamenlijke projecten beter uitvoerbaar maakt.

8. Fatale beslisdatum Niet van toepassing

9. Vervolgstappen Indien de gemeenteraad positief besluit, zal de intrekking van een voorkeursrecht plaatsvinden door het college in naam van de raad, op de wijze en binnen de wettelijke kaders zoals de Ow voorschrijft. Het college zal de gemeenteraad, middels een raadsinformatiebrief, informeren over een ingetrokken voorkeursrecht. Het mandaatbesluit treedt in werking op de dag na bekendmaking.

10. Bijlagen Bijlage 1: Mandaatbesluit intrekking voorkeursrecht

HET COLLEGE VAN WAALWIJK de secretaris,

de burgemeester,

Michel Tromp

Sacha Ausems

Voorgeschiedenis: Vestigen Voorkeursrecht De Els, 27-02-2025 gemeenteraad Vestigen Voorkeursrecht Haven 8 oost afronding, 09-10-2025 gemeenteraad Vestigen Voorkeursrecht Noorder Parallelweg en Noorder Allee, 09-10-2025 gemeenteraad

5

De raad van de gemeente Waalwijk; gezien het voorstel van het college van Waalwijk van 16 december 2025,

BESLUIT: Vast te stellen het ‘Mandaatbesluit intrekking voorkeursrecht’ conform bijgevoegd conceptbesluit.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 29 januari 2026. DE RAAD VAN WAALWIJK de griffier,

de voorzitter,

Jeroen Deneer

Sacha Ausems

1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16408069/1