Instructie Interpellatie
Tekst van het document
Instructie Interpellatie Net als het amenderingsrecht, het initiatiefrecht, het inlichtingenrecht, het vragenrecht en het recht op ambtelijke bijstand, is ook het interpellatierecht (art 155, lid 2) een recht dat aan het individuele raadslid toekomt. Deze rechten weerspiegelen de instrumenten die essentieel zijn voor de uitoefening van de kaderstellende en controlerende taak van het raadslid. Omdat ze zo essentieel zijn noemen juristen ze ook wel ‘onvervreemdbaar’. Dit betekent dat een raadslid nooit belemmerd kan of mag worden in de uitoefening ervan. Het interpellatierecht is overigens wel een bijzondere ‘eend in de bijt’. Dat komt omdat de raad als geheel het individuele raadslid eerst toestemming moet geven (in juridische termen: “verlof”). De wettekst luidt: “een lid van de raad kan de raad verlof vragen tot het houden van een interpellatie over een onderwerp dat niet staat vermeld op de agenda, bedoeld in artikel 19, tweede lid, om het college of de burgemeester hierover inlichtingen te vragen”. Verschillende juristen hebben erop gewezen dat deze tekst niet zo uitgelegd moet worden dat de raad bij het verlenen van toestemming een politieke of inhoudelijke afweging maakt. Het gaat hier puur om een praktische afweging: past het agenda technisch? Als het antwoord op die vraag ‘nee’ is, verschuift de interpellatie direct naar de eerstvolgende vergadering.
Van uitstel kan in dit geval nooit afstel komen. Dat zou immers betekenen dat een raadslid belemmerd wordt in een van zijn fundamentele rechten. De procedure (art. 46 RvO) 1. Het verzoek tot het houden van een interpellatie moet ten minste 36 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk via de griffier bij de voorzitter worden ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen. 2. De voorzitter brengt het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college. 3. Bij de vaststelling van de agenda van de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek bepaalt de raad of de interpellatie wordt toegelaten en op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie wordt gehouden. De behandelwijze (art. 46 RvO) 1. De indiener kan een inhoudelijke mondelinge toelichting geven. 2. Het college of de burgemeester beantwoordt de gestelde vragen. 3. De overige woordvoerders van de fracties kunnen in één termijn reageren. 4. Afsluitende reactie van de indiener met aansluitend eventuele stemming over ingediende motie(s).
Toelichting op behandelwijze: • Het recht van interpellatie geeft de raad de mogelijkheid om met een collegelid te debatteren over een onderwerp dat niet reeds op de vergaderagenda staat; • De aanvrager van de interpellatie, heeft het recht om als eerste vragen te stellen en deze vragen van een toelichting te voorzien;
• • •
Vervolgens is het de beurt aan het collegelid om een antwoord te formuleren op de gestelde vragen. Pas daarna kunnen andere raadsleden reageren. De voorzitter bepaalt de volgorde; Onder reageren wordt verstaan het stellen van aanvullende vragen aan het desbetreffende collegelid of onderling debat tussen raadsleden; Eventuele moties kunnen worden ingediend totdat de beraadslagingen door de voorzitter zijn gesloten.