Inspreekbetoog Raadsvoorstel Beslissen op klacht
Tekst van het document
Onderwerp: Raadsvoorstel ‘Beslissen op klacht’ Geachte voorzitter, leden van de raad en fractievolgers, collegeleden en andere aanwezigen en kijkers/toehoorders thuis, Allereerst willen wij onze complimenten uitspreken aan het adres van de klachtcoördinator én de afdeling Griffie. Op volstrekt eerlijke wijze krijgen wij namelijk de gelegenheid geboden om in te spreken. Voor ons betekent het dat wij met u als raadsleden en fractievolgers - en in het bijzijn van leden van het college van B&W - in alle openheid over dit Raadsvoorstel kunnen spreken. Inspreken kan - naar wij hebben begrepen - gaan om een plan, probleem of oplossing voor te leggen, of een mening te geven. Wij hebben ervoor gekozen om met het oog op het voorliggend raadsvoorstel met onze inspraak van vandaag ons standpunt nog eens te verduidelijken. Dat hebben we overigens in onze contacten met diverse direct betrokken partijen binnen het GOL-project én tevens per e-mail - compleet met vooral ook feitelijke onderbouw - eerder al overgebracht.
Wij nemen allereerst aan dat u en wij ervan mogen uitgaan dat je anderen zonder meer opzadelt met een bewering die niet klopt, wanneer je willens en wetens 'iemand iets op de mouw speldt'? Maar bovendien dat er een reële kans bestaat dat die bewering door deze personen voor waar wordt aangenomen! En dat is precies het kwalijke wat er in deze kwestie is gebeurd en waarom wij bij uw Raad officieel aankloppen om met u en de fractievolgers in alle openheid in gesprek te gaan: • Het verhaal klopt niet en is bovendien niet compleet over het voetlicht gebracht! • Bovendien zijn partijen en personen, die van het democratische recht tot het indienen van bezwaarschriften gebruik hebben gemaakt, in een verkeerd of zelfs kwaad daglicht gesteld! Voor een goed functionerende rechtsstaat is het cruciaal dat mensen toegang hebben tot het recht. In het voorliggende Raadsvoorstel wordt door de klachtcoördinator terecht gesteld dat het eventueel niet in behandeling nemen van de klacht 'met redenen omkleed en op goede gronden' dient te geschieden. Dat betekent in ieder geval dat er absoluut sprake zal moeten zijn van rechtvaardigheid ofwel het nemen van een besluit in overeenstemming met het recht. Wanneer partijen in een geschil er samen niet uitkomen omdat er geen toenadering tot elkaar is, dan kennen wij in Nederland de mogelijkheid tot het inschakelen van de rechter.
Rechtspraak betekent dat er door middel van een geautoriseerde instantie geschillen beslecht worden. En daarbij is het dan van wezenlijk belang dat de rechter volledig onafhankelijk is. Zo is het bij het GOL-project ook steeds gegaan. Helaas is het niet mogelijk om vandaag binnen de inspreektijd nog eens het hele verhaal aan de orde te stellen. Om die reden hebben wij aan u als raadsleden en fractievolgers, alsook aan de leden van het College van B&W, voorafgaand aan vanavond een e-mail gezonden waarin uitvoeriger op deze kwestie is ingegaan. Daarbij doen wij een beroep op uw integriteit en verwijzen naar een citaat van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten [VNG]: “Aandacht voor integriteit is cruciaal, temeer omdat de overheid werkt met publieke middelen en op veel terreinen een monopoliepositie heeft. Raadsleden vervullen hierbij een voorbeeldfunctie voor burgers. Daarom moet een raadslid altijd alert zijn op handelingen of gedragingen die zijn/haar aanzien en integriteit van het openbaar bestuur kunnen schaden.” Voor u als raadsleden en fractievolgers ligt thans de vraag voor door wie tijdens het politieke debat gedane uitlatingen ter beoordeling is of die al dan niet toelaatbaar zijn. Daarvoor zijn er spelregels. - Pagina 1 van 2 -
Het is aan de voorzitter van de betreffende vergadering en/of het betreffende debat om zo nodig in te grijpen naar aanleiding van ontoelaatbare uitlatingen. Daarop is het Reglement van Orde van toepassing. • Door de voorzitters van respectievelijk de Gespreksavond op 12 juni en de Raadsvergadering op 26 juni 2025 is van de geboden mogelijkheid tot ingrijpen - en/of de beraadslaging voor een bepaalde tijd te schorsen - geen gebruik gemaakt. [Artikel 23 van het Reglement van Orde] Ook een raadslid kan om ingrijpen of schorsing verzoeken, echter het moet dan niet blijven bij slechts een opmerking, maar om een officieel ingediend verzoek. • Bovendien staat ter handhaving van de orde in Artikel 25, lid 1, van het Reglement van Orde vastgelegd dat de voorzitter een spreker tot de orde kan roepen, indien deze zich beledigend of onbetamelijk uitlaat. Dat brengt ons bij de vraag of er een algemene definitie van belediging bestaat én vervolgens op wie dat allemaal van toepassing zou moeten zijn. Wat onder belediging moet worden verstaan, wordt in de wet niet nader uitgelegd. Wel wordt in de jurisprudentie het begrip ‘belediging’ enigszins nader uitgewerkt.
“Een uitlating wordt als beledigend beschouwd, wanneer zij de strekking heeft een ander bij het publiek in een ongunstig daglicht te stellen en hem aan te randen in zijn eer en goede naam.” • Het oordeel dat daarvan sprake is, zal bij woorden waarvan het gebruik op zichzelf in het algemeen niet beledigend is, afhangen van de context waarin de uitlating is gedaan. • Onbetamelijk wordt gebruikt om gedrag, taalgebruik of situaties te beschrijven die als grof, respectloos, onfatsoenlijk of aanstootgevend worden beschouwd. Het verwijst naar iets dat sociaal of moreel ongepast is. Het kan in een echte democratie toch niet de bedoeling zijn, dat raadsleden, fractievolgers en leden van het College alles maar onbeperkt kunnen uitspreken, ook al doet het de waarheid aantoonbaar geweld aan?! Het is aan u als raadsleden en fractievolgers om daarover duidelijkheid te scheppen. Wij verwachten in alle redelijkheid van u dat u als Raad in meerderheid zult besluiten om onze klacht van 7 juni 2025 WEL in behandeling te nemen.
Waalwijk, 28 augustus 2025. Ed van Uijen Theo Weijters
- Pagina 2 van 2 -