GEWIJZIGD Bijlage 1 Toelichting - BP Grotestraat 239-243 Waalwijk
Tekst van het document
Bestemmingsplan ‘Waalwijk, Grotestraat 239-243’
Plan ROS Adviesbureau voor ruimtelijke plannen Torenallee 20 (Strijp-S) 5617 BC Eindhoven www.planros.nl
Bestemmingsplan ‘Waalwijk, Grotestraat 239243’ Toelichting
Gemeente Waalwijk Vastgesteld Versiedatum:15 december 2022 NL.IMRO.0867.bpWWgrotestraat243-VA01
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1.
Inleiding ....................................................................................................7
1.1.
Aanleiding .......................................................................................................... 7
1.2.
Ligging en plangrenzen ...................................................................................... 7
1.3.
Geldende bestemmingsplannen ....................................................................... 9
1.4.
Leeswijzer .......................................................................................................... 9
Hoofdstuk 2.
Projectbeschrijving .................................................................................. 11
2.1.
Huidige situatie ............................................................................................... 11
2.2.
Beoogde situatie.............................................................................................. 11
Hoofdstuk 3.
Beleidskader ............................................................................................ 17
3.1.
Rijksbeleid ....................................................................................................... 17
3.2.
Provinciaal beleid ............................................................................................ 20
3.3.
Gemeentelijk beleid ........................................................................................ 25
Hoofdstuk 4.
Planologische aspecten ............................................................................ 31
4.1.
Archeologie en cultuurhistorie........................................................................ 31
4.2.
Water............................................................................................................... 34
4.3.
Flora en fauna.................................................................................................. 35
4.4.
Verkeer en parkeren ....................................................................................... 37
4.5.
Kabels, leidingen en hoogspanningsverbindingen .......................................... 39
4.6.
Bezonning ........................................................................................................ 39
Hoofdstuk 5.
Milieuaspecten ........................................................................................ 41
5.1.
Bodem- en grondwaterkwaliteit ..................................................................... 41
5.2.
Geluid .............................................................................................................. 42
5.3.
Luchtkwaliteit .................................................................................................. 44
5.4.
Bedrijven en milieuzonering ........................................................................... 46
5.5.
Externe veiligheid ............................................................................................ 47
5.6.
Milieueffectrapportage ................................................................................... 49
5
Hoofdstuk 6.
Uitvoerbaarheid ...................................................................................... 51
6.1.
Economische uitvoerbaarheid......................................................................... 51
6.2.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................. 52
Hoofdstuk 7.
Juridische planbeschrijving ....................................................................... 55
7.1.
Onderdelen bestemmingsplan ........................................................................ 55
7.2.
Toelichting op de verbeelding ......................................................................... 55
7.3.
Toelichting op de regels .................................................................................. 55
Bijlagen
............................................................................................................... 57
6
Hoofdstuk 1.
Inleiding
1.1. Aanleiding Aan de Grotestraat 243 in Waalwijk staat een winkelpand met een vestiging van sportspeciaalzaak Intersport. De eigenaar van het pand is voornemens de locatie, inclusief het naastgelegen pand Grotestraat 239 en het voormalige scoutinggebouw aan de Winterdijk, te herontwikkelen tot een locatie met 19 woningen en 150 tot 200 m² commerciële ruimte (detailhandel / horeca). Gemeente Waalwijk wenst tussen dit nieuwe pand en het nieuwe Schoenmuseum aan het Raadhuisplein een hoogwaardige doorsteek te realiseren vanaf de Taxandriaweg en Winterdijk richting het centrum. De beoogde ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan “Centrumgebied Waalwijk”. Het plan bevat geen binnenplanse afwijkings- of wijzigingsmogelijkheid om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. Daarom is het nodig om voor deze locatie een nieuw bestemmingsplan vast te stellen. Voorliggend plan met de titel "Waalwijk, Grotestraat 239-243" voorziet in een nieuw bestemmingsplan voor de gelijknamige locatie.
Luchtfoto met het plangebied blauw omcirkeld. (Bron: https://www.pdok.nl/viewer/)
1.2. Ligging en plangrenzen Het plangebied ligt in het centrum van Waalwijk, in het gebied tussen de Grotestraat (ten zuiden) en de Winterdijk (ten noorden). Direct ten oosten van het plangebied ligt het nieuwe schoenenmuseum (voormalige Raadhuis) aan het Raadhuisplein. De naaste omgeving van het plangebied bestaat verder uit diverse centrumfuncties (detailhandel, maatschappelijke functies,
7
commerciële dienstverlening, horeca en wonen). Ten noorden van de Winterdijk ligt een centrale parkeervoorziening voor het centrum van Waalwijk en het gemeentekantoor. In het bijzonder betreft het plangebied de percelen die kadastraal bekend staan als gemeente Waalwijk, sectie G, nummers 491, 835, 984, 985 (ged.) 1066 en 1067. De totale grootte is ongeveer 2.570 m².
Luchtfoto en kadastrale situatie. Het plangebied is blauw omlijnd. (Bron: https://www.pdok.nl/viewer/)
Uitsnede van het bestemmingsplan “Centrumgebied Waalwijk” met het plangebied blauw omlijnd
8
1.3. Geldende bestemmingsplannen Het plangebied ligt binnen het geldende bestemmingsplan “Centrumgebied Waalwijk” dat op 11 september 2008 door de gemeenteraad van Waalwijk is vastgesteld. De gronden hebben binnen dat bestemmingsplan deels de enkelbestemming “Centrumdoeleinden II” (met aanduiding ‘horecagebied’) en deels “Maatschappelijke doeleinden”. De beoogde ontwikkeling past niet binnen dat bestemmingsplan. Zo staat de bestemming “Maatschappelijke doeleinden” de beoogde functies wonen en commerciële doeleinden (o.a. detailhandel en horeca) niet toe. Binnen de bestemming “Centrumdoeleinden” zijn hoofdgebouwen alleen toegestaan binnen het daarvoor aangeduide bouwvlak. De beoogde nieuwbouw is echter deels voorzien buiten dit bouwvlak. Bovendien zijn woningen binnen deze bestemming op de begane grond alleen toegestaan als het om bestaande woningen gaat en dat is hier niet het geval. Het geldende bestemmingsplan bevat geen binnenplanse afwijkings- of wijzigingsmogelijkheid om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. Daarom is het nodig om voor deze locatie een nieuw bestemmingsplan vast te stellen. Voorliggend plan met de titel "Waalwijk, Grotestraat 239-243" voorziet in een nieuw bestemmingsplan voor de gelijknamige locatie. Verder zijn de volgende paraplu- en facetbestemmingsplannen voor deze locatie van belang: • Parapluherziening parkeren Waalwijk (vastgesteld d.d.
21 juni 2018): Dit plan is van toepassing op het gehele plangebied en bevat bepalingen over parkeernormen, laden en lossen; • Parapluherziening kamerbewoning Waalwijk (vastgesteld d.d. 31 oktober 2019): Dit plan is van toepassing op het gehele plangebied en bevat bepalingen over kamerbewoning; • Facetbestemmingsplan Geluidtoedeling Bedrijven Haven (vastgesteld d.d.13 juni 2013): Dit plan is van toepassing op het noordelijke deel van het plangebied en bevat een geluidzone vanwege industriegeluid van het bedrijventerrein Haven met bijbehorende regels. Voorliggend plan met de titel "Waalwijk, Grotestraat 239-243" wordt voor zover relevant in overeenstemming gebracht met deze paraplu- en facetbestemmingsplannen.
1.4. Leeswijzer Het bestemmingsplan ‘Waalwijk, Grotestraat 239-243’ bestaat uit een digitale en analoge verbeelding (plankaart) met de daarbij behorende regels. Bij het bestemmingsplan is een toelichting gevoegd. In de toelichting wordt aangegeven waarom het bestemmingsplan is opgesteld en welke afwegingen hebben plaatsgevonden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Naast de digitale versie is er een papieren versie van het bestemmingsplan beschikbaar. De digitale versie is juridisch bindend. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2. Hierin is de bestaande situatie en de planontwikkeling beschreven. Hoofdstuk 3 bevat de beleidskaders voor het opstellen van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in en de verantwoording van alle relevante planologische aspecten.
9
Hoofdstuk 5 bevat alle relevante milieuaspecten zoals bodem, geluid en luchtkwaliteit. In hoofdstuk 6 staat uitleg over de uitvoerbaarheid, waarbij ingegaan wordt op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 7 beschrijft het juridische plan waarbij ook een korte beschrijving van de bestemmingsregels wordt gegeven.
10
Hoofdstuk 2.
Projectbeschrijving
2.1. Huidige situatie Het plangebied heeft grofweg betrekking op de percelen van de panden Grotestraat 239 (woonhuis), Grotestraat 243 (winkelpand Intersport) en het voormalige Scoutinggebouw aan de Winterdijk. Enkele jaren geleden is een langzaam verkeerverbinding gerealiseerd tussen het parkeerterrein en gemeentekantoor aan de Taxandriaweg en het centrum van Waalwijk. Het gaat om een wandelpad vanaf de Winterdijk (tussen de panden Winterdijk 30/30b en het voormalige scoutinggebouw Winterdijk 30a) naar de Grotestraat. Deze verbinding loopt dwars door het plangebied en sluit tussen de panden Grotestraat 239 en 243 aan op de Grotestraat.
Foto’s van de huidige situatie van het plangebied. Links- en rechtsboven respectievelijk het vooraanzicht van de panden Grotestraat 239 en 243. Linksonder het aanzicht op de achterzijde van het perceel met daarin de behoudenswaardige boom. Rechtsonder het naastgelegen nieuwe Schoenenmuseum met de beoogde plaats voor de nieuwe doorsteek.
2.2. Beoogde situatie Ontwerp Het voorgelegen plan bevindt zich aan de noordzijde van het centrum en wel direct naast het bekende Krophollercomplex waar onder andere het raadhuis en schoenenmuseum onderdeel van zijn. Op de positie van de Grotestraat 239 zal een appartementencomplex met veertien
11
appartementen en vijf maisonnettewoningen worden gerealiseerd. Daarnaast wordt op de locatie van Grotestraat 243 waar zich nu de Intersport bevindt een nieuwe doorsteek gemaakt vanuit de Grotestraat naar het parkeerterrein aan de Taxandriaweg, ter vervanging van de reeds bestaande doorgang. Het zal de nieuwe hoofdverbinding worden voor het centrum en de bezoekers van het schoenenmuseum. De doorsteek zorgt er tevens voor dat het nu in aanbouw zijnde schoenenmuseum los komt de staan in de stedenbouwkundige context. Er ontstaat nu een doorwaadbaar gebied waar je zowel aan de oost- als westzijde om het Kropholler complex kan lopen. De kwaliteit van deze ruimte zal verder worden ingericht conform een passend landschapsplan. Naast de huidige Intersport ligt nu een compact pleintje als onderbreking tussen de panden van de Grotestraat en de panden van het Krophollercomplex. Dit pleintje voegt nu weinig toe aan de publieke ruimte. Zowel in functioneel als kwalitatief oogpunt. Dit pleintje wordt nu door het verwijderen van de Intersport aanzienlijk vergroot en een werkelijk plein. Aan dit plein op de hoek met de Grotestraat wordt het hoofdblok van het appartementencomplex gesitueerd met in de plint ruimte voor een winkel of horeca (200 m²) met terrasfunctie op het plein. Deze laatste functie zal het plein nog levendiger kunnen maken en kan een welkome toevoeging zijn aan deze locatie.
Richting de Winterdijk gaat het plein over in een doorsteek en wordt tevens de bouwmassa lager. Hier bevinden zich vijf appartementen op de begane grond met daarboven vijf maisonnette woningen. Deze woningen zijn meer ingetogen en zijn een verwijzing naar de arbeiderswoningen van weleer. Zoals ook de woningen aan de hooisteeg aan de oostzijde van het Krophollercomplex. Zo ligt de goothoogte iets boven de eerste bouwlaag, vormen de dakkapellen een duidelijk accent en liggen de voordeuren aan de doorsteek. Ook zit de woonkamer of keuken aan deze zijde om contact te hebben tussen bewoners en passanten. Dit bevordert de leefbaarheid en is tevens een sociale controle. In de architectuur en stedenbouwkundige opzet is de laagbouw ook een duidelijke verwijzing naar in materialisering naar de hoofdbouw. De prominente zinken erkers zorgen voor een duidelijke geleding en herkenbaarheid van de woningen. In deze erkers zit eveneens een frans balkon die zorgt door het optimale contact met de doorsteek. Het hoofdblok grenzend aan het plein heeft drie bouwlagen met een kap en heeft een alzijdigheid gekregen door zowel een kop te maken richting het plein als naar de Grotestraat. Door het blok tevens verticaal te geleden en verticaal los te knippen ontstaat er een leesbaar geheel. De goothoogte van het hoofdblok ligt op een 10 meter.
De kap loopt een gedeelte verticaal en gaat dan over in het schuine gedeelte. Hierdoor worden de kopgevels nog extra geaccentueerd en de bovenbouw visueel wat compacter gemaakt. De prominente erkers zijn een verwijzing naar de laagbouw en zijn bewust over twee bouwlagen doorgetrokken. Ze versterken niet alleen de verticaliteit, maar laat de kapverdieping zich ook meer als één bouwlaag lezen. De balkons liggen half verdiept in de massa en zorgen zo voor geborgenheid. Echter door het iets te laten uitkragen ontstaat er een uitnodigend gebaar om onderdeel te zijn van de stedelijke context ofwel beter in contact de komen met het plein en de straat. Ook dit staat in het teken van de leefbaarheid.
12
Er is duidelijk en bewust gekozen voor één ensemble die verwijzingen heeft in materialisering, schaal en kapvorm met het bestaande en aangrenzende Krophollercomplex. Er is dan ook bewust gekozen om het als samenhangend geheel te ontwerpen in plaats van de nu veel geziene ‘losse pandjes’. Het ontwerp van het complex wordt duidelijk vooral gedragen door metselwerk, zoals ook de omliggende bebouwing is. Er is bewust gekozen voor materialen die in de tijd fraaier worden. De keramische gevelsteen is een wasserstrich in een rood-oranje kleur verwijzend naar de Kloostermoppen van het naastgelegen complex. De erkers en doorgestoken kopgevels worden uitgevoerd in geprepatineerd zink. De dak en geveldelen worden uitgevoerd in keramische vlakke pan. Programma Programmatisch bevindt zich in het hoofdblok op de begane grond een winkel of horeca gelegenheid. Daarboven bevinden zich negen appartementen. De entree van de appartementen bevindt zich aan de zuidzijde van het complex aan de Grotestraat. Van daaruit kan men doorlopen naar het trappenhuis en de lift. Vanuit het trappenhuis is er toegang tot de bergingen. Deze bevinden zich binnen het bouwblok eveneens op de begane grond. Aan de pleinzijde is toegang tot het bergingenblok om met de fiets in en uit te kunnen. In de laagbouw zitten vijf appartementen op de begane grond met de voordeur aan de zijde van de doorsteek.
Aan de achterzijde van deze woningen is een tuintje met berging gesitueerd. Boven deze vijf appartementen zijn de maisonnettewoningen gesitueerd. Deze woningen hebben de voordeur op de begane grond eveneens aan de zijde van de doorsteek. De buitenruimte van deze woningen zit aan de achterzijde ofwel de westzijde. De bergingen van de maisonnetten zijn opgenomen in de plint van de hoofdbouw. Parkeren en ontsluiting In het plangebied zijn geen parkeerplaatsen ingetekend. In overleg tussen initiatiefnemer en gemeente Waalwijk is bepaald dat voor de eigen parkeerbehoefte gebruik kan worden gemaakt van de parkeergelegenheid in de omgeving, met in het bijzonder het parkeerterrein aan de Taxandriaweg. De dichtstbijzijnde bruikbare toegangsmogelijkheid tot dit parkeerterrein bevindt zich op een loopafstand van ongeveer 150 meter tot de nieuwbouw. Aan de Taxandriaweg is een ruime hoeveelheid aan parkeerplaatsen aanwezig. Doelgroep Het plan bevat circa 200 m² aan commerciële ruimte (bijv. detailhandel, dienstverlening of horeca) en negentien woningen, te weten veertien appartementen en vijf maisonnettes. Het betreft zowel twee- als driekamerappartementen tussen de 69 en 78 m² gebruiksoppervlak. De maisonnettes liggen op de verdieping en hebben er een zolderverdieping bij. Dat resulteert in oppervlakten van 88 m².
De negen appartementen aan de zijde van de Grotestraat komen in beginsel beschikbaar in de vrije huursector (boven de liberalisatiegrens). De overige woningen komen beschikbaar in de koopsector. De doelgroep voor deze woningen is behoorlijk breed. Echter aangezien er niet direct kan worden geparkeerd naast het complex zal de doelgroep zich vooral richten op jonge gezinnen, echtparen en alleenstaanden tot 65 jaar.
13
Groen-duurzaamheid Het plan zal voldoen aan de laatste eisen ofwel de eisen gesteld aan BENG. De bedoeling is bodem/luchtwarmtepompen te gebruiken die zorgen voor de verwarming en koeling. De ventilatie wordt geregeld door middel van een warmteterugwinning systeem en gestuurd op CO2. Het dak zal waar mogelijk bedekt worden met PV-cellen op de gebruikte elektriciteit op te wekken. Plattegrond en sfeerimpressies Hieronder zijn een plattegrond en 3D-impressies van het project opgenomen.
Plattegrond totale plangebied in de beoogde situatie (Bron: Architectenbureau Van Reeven)
14
3D-impressies beoogde situatie Waalwijk ( Bron: Architectenbureau Van Reeven)
15
16
Hoofdstuk 3.
Beleidskader
3.1. Rijksbeleid 3.1.1. Nationale omgevingsvisie Op 09 september 2020 is de NOVI vastgesteld. Met de NOVI geeft wordt richting gegeven aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende 30 jaar ingrijpend zullen veranderen. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: • ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie • duurzaam economisch groeipotentieel • sterke en gezonde steden en regio’s • toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De NOVI is vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet. Beoordeling plan De vier ambities uit de NOVI zijn verder uitgewerkt in 26 beleidskeuzes. In de toelichting van de NOVI zijn deze beleidskeuzes vertaald naar 21 Nationale belangen.
Voor dit bestemmingsplan zijn vooral de volgende nationale belangen relevant: • (1) Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; • (2) Realiseren van een goede omgevingskwaliteit; • (5) Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woningbehoeften; Dit bestemmingsplan voorziet in de herontwikkeling binnen het stads(winkel)centrum van Waalwijk. Dit centrum heeft een bovenlokale functie. De herontwikkeling voorziet in het samenvoegen van drie bouwpercelen binnen bestaand stedelijk gebied die momenteel grotendeels bebouwd zijn, tot één bouwperceel met 19 appartementen en 200 m² aan commerciële ruimte en een groene langzaamverkeersverbinding. In paragraaf 3.1.2 wordt aan de hand van de ladder voor duurzame verstedelijking gemotiveerd dat er bij dit plan sprake is van een duurzame ontwikkeling (nationaal belang 1). In paragrafen 3.2.4 en 3.3.2 wordt aan de hand van respectievelijk het provinciale en lokale woonbeleid gemotiveerd dat er zowel kwalitatief als kwantitatief voldoende behoefte bestaat aan de woningen die met dit plan worden mogelijk gemaakt (nationaal belang 5).
Ten aanzien van nationaal belang 2 kan worden opgemerkt dat in hoofdstuk 4 en 5 van deze toelichting is gemotiveerd dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat en dat de ontwikkeling geen nadelige effecten oplevert ten aanzien van de waterhuishouding, natuur, milieu en omliggende bedrijven. Er is dan ook sprake van een goede omgevingskwaliteit.
17
Overige nationale belangen zijn minder van relevant voor dit bestemmingsplan, omdat deze ofwel het schaalniveau overstijgen ofwel op een ander onderwerp betrekking hebben. Het bestemmingsplan past binnen de beleidskader van de Nationale Omgevingsvisie. 3.1.2. Ladder voor duurzame verstedelijking Met name nationale belangen 1, 2 en 5 uit de toelichting bij de NOVI vragen om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Op 1 juli 2017 is de Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid 2 en 3 Bro). De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. Om te bepalen of een planvoornemen Ladderplichtig is, dient getoetst te worden of de voorziene ontwikkeling een nieuwe stedelijke ontwikkeling is. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of ander stedelijke voorzieningen.” Behoefte De beoogde ontwikkeling voorziet in nieuwbouw met ruimte voor commerciële ruimte (detailhandel / horeca) en woningen. Op beide onderdelen wordt hierna ingegaan. Wonen In de huidige situatie is binnen het plangebied in totaal één woning aanwezig.
Het planvoornemen voorziet in de ontwikkeling van 19 woningen. Per saldo gaat het dus om een toename van 18 woningen. Deze toename is groter dan de drempelwaarde van 12 woningen, waardoor de voorgenomen ontwikkeling gezien moet worden als een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. Onderzocht dient te worden of er daadwerkelijk behoefte is aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Om te bepalen of er een kwantitatieve behoefte is aan het planvoornemen is het “Perspectief op Wonen en Woningbouw Hart van Brabant 2022” geraadpleegd. Hieruit blijkt dat er voor de korte termijn (2021 t/m 2030) behoefte is aan 21.490 woningen voor de regio Midden-Brabant. De totale plancapaciteit in de regio Midden-Brabant bedraagt 22.824 woningen. Dat is meer dan de provinciale prognose, maar met 106% ten opzichte van de prognose ligt het lager dan de richtlijn van 130% voor de komende 10 jaar. Er is dus nog ruim voldoende ruimte om plannen toe te voegen. In de regionale programmering is opgenomen dat de gemeente Waalwijk kan voorzien in 2.045 woningen. De beoogde ontwikkeling past binnen de benodigde capaciteit voor de regio MiddenBrabant en de gemeente Waalwijk. In de periode 2021 tot en met 2030 wordt in het woningbouwprogramma van de gemeente Waalwijk reeds voorzien in 1.048 woningen (harde plancapaciteit). Onderhavige locatie is daarin
18
nog niet opgenomen. Het programma biedt echter nog ruimte, waardoor de beoogde ontwikkeling past binnen de kwantitatieve woningbehoefte voor de gemeente Waalwijk. Het project voorziet in zowel koop- als huurappartementen van 76 m² tot 88 m² gebruiksvloeroppervlak. Daarmee richt het project zich voornamelijk op de kleinere huishoudens, zoals jonge gezinnen, echtparen en alleenstaanden tot 65 jaar. Volgens de Woonvisie van gemeente Waalwijk is de behoefte aan woningen groot binnen deze doelgroepen. Daarnaast draagt het project bij aan andere doelstellingen uit de Woonvisie, zoals toegankelijke en levensloopgeschikte woningen, kwaliteitsverbetering voor de omgeving door herstructurering / inbreiding, en toevoeging van (openbaar) groen en daarmee een bijdrage aan de aantrekkelijkheid en (be)leefbaarheid van het gebied. Voor een volledige beschouwing van het project in het licht van de Woonvisie wordt verwezen naar paragraaf 3.3.2. Nu het project invulling geeft aan enkele hoofdlijnen uit de Woonvisie en zowel kwantitatief als kwalitatief voldoende behoefte bestaat aan de beoogde typen woningen, mag worden aangenomen dat dit project niet zal leiden tot onaanvaardbare leegstand(seffecten) elders. Commerciële ruimte Het bestaande pand aan de Grotestraat 243 is in de huidige situatie in gebruik als winkelruimte.
Het pand Grotestraast 239 is in gebruik als woning, maar heeft net als Grotestraat 243 de bestemming “Centrumdoeleinden II”. Binnen die bestemming is het per pand mogelijk om de volgende commerciële functies op de begane grondlaag uit te oefenen: • detailhandel tot maximaal 500 m² bruto vloeroppervlak (bvo) • dienstverlenende bedrijven tot maximaal 200 m² bvo • recreatie-inrichtingen tot maximaal 200 m² bvo • kantoren en/of praktijkruimten tot maximaal 200 m² bvo Voor zover bestaand mogen deze functies bovendien op de overige bouwlagen worden uitgeoefend. Dat is bij locatie Grotestraat 243 het geval, waardoor conform de Basisadministratie Adressen en Gebouwen (BAG) sprake is van 1.272 m² aan kantoorruimte/winkelruimte op die locatie. Vanwege de ligging binnen op de verbeelding van het geldende bestemmingsplan aangeduide ‘horecagebied’, is ter plaatse van Grotestraat 243 bovendien maximaal 500 m² bvo aan horeca (categorie 1 en 2) toegestaan. In de beoogde situatie is in totaal maximaal 200 m² aan commerciële ruimte voorzien binnen het gehele plangebied. Onder commerciële ruimte wordt in dit geval verstaan detailhandel, dienstverlening, kantoren en horeca. Zowel de feitelijk bestaande als de planologisch maximaal toegestane oppervlakte aan commerciële ruimte zal met dit plan dan ook afnemen. Deze afname zal geen negatieve (leegstands)effecten elders tot gevolg hebben.
In het kader van een duurzame verstedelijking gaat het dan ook om een verantwoorde ontwikkeling. Een nadere toets aan de ladder kan op dit onderdeel achterwege blijven. Bestaand stedelijk gebied In artikel 1.1.1 onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip bestaand stedelijk gebied vastgelegd. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: “bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening,
19
bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.” De voorliggende locatie is gelegen in het bestaand stedelijk gebied. De locatie is onderdeel van het centrum van Waalwijk met al haar voorzieningen. Het plan maakt gebruik van enkele bestaande bouwpercelen. De bestaande opstallen worden daarbij gesloopt en maken plaats voor een nieuwbouw pand met op de begane grondlaag 200 m² commerciële ruimte en 19 woningen. Er is dan ook sprake van een inbreidings- / herstructureringslocatie. Beoordeling plan Gelet op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat er sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik en daarmee van duurzame verstedelijking. 3.1.3. Besluit en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening Ter bescherming van de nationale belangen is door het Rijk het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en bijbehorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) opgesteld. De regels van het Barro en Rarro moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen en bestemmingsplannen. Beoordeling plan Uit het Barro en de Rarro vloeien geen bepalingen voort die rechtstreeks doorwerken in dit bestemmingsplan. Wel blijkt dat het plangebied is gelegen binnen het radarverstoringsgebied voor windturbines van militair radarstation Herwijnen.
In de Rarro is binnen dit gebied een maximumbouwhoogte van 90 meter ten opzichte van NAP opgenomen voor het bouwen van windturbines. Aangezien dit plan geen windturbine of andere bouwwerken van een dergelijke hoogte mogelijk maakt, levert dit artikel in de Rarro geen belemmeringen op voor dit plan.
3.2. Provinciaal beleid 3.2.1. Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ met bijbehorende planMER vastgesteld door Provinciale Staten van Noord-Brabant. Deze ‘Brabantse Omgevingsvisie’ is opgesteld met het oog op de naderende invoering van de Omgevingswet, waarin onder andere het instrument structuurvisie wordt vervangen door het instrument omgevingsvisie. De achterliggende doelen van de Omgevingswet komen dan ook terug in de Brabantse Omgevingsvisie. Met de omgevingsvisie wordt de ambitie voor de Brabantse leefomgeving tot 2050 geformuleerd. Daarbij worden ook tussendoelen gesteld voor wat de provincie in 2030 voor elkaar wil hebben om de ambitie voor 2050 te kunnen verwezenlijken. Tot slot geeft de omgevingsvisie ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Draagvlak en draagkracht zijn daarbij belangrijke begrippen. In de omgevingsvisie worden één basisopgave en vier hoofdopgaven uitgewerkt in een langetermijnvisie (2050) en middellangetermijndoelstellingen (2030):
20
• •
Basisopgave: Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit; Hoofdopgaven: o Werken aan de Brabantse energietransitie; o Werken aan een klimaatproof Brabant; o Werken aan de slimme netwerkstad; o Werken aan een concurrerende, duurzame economie.
Het beleid uit de Omgevingsvisie wordt verder uitgewerkt in programma’s en de Omgevingsverordening. De programma’s bevatten vooral concrete maatregelen die zelfbindend zijn voor de provincie. De omgevingsverordening bevat vooral bindende regels voor lagere overheden en burgers. In paragraaf 3.2.3 wordt ingegaan op de Interim omgevingsverordening. 3.2.2. Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant De Structuurvisie Ruimtelijke Ordening van de provincie Noord-Brabant is opgebouwd uit twee delen (A en B) en een uitwerking. Deel A bevat de hoofdlijnen van het beleid. Hierin heeft de provincie haar belangen gedefinieerd en ruimtelijke keuzes gemaakt. De ruimtelijke visie van de provincie bestaat op hoofdlijnen uit een robuust en veerkrachtig natuur- en watersysteem, met aandacht voor bescherming tegen hoogwater, droogte en biodiversiteit. Een multifunctioneel landelijk gebied, waar de functies landbouw, recreatie en natuur in relatie tot elkaar ruimte krijgen en een gevarieerd en aantrekkelijk stedelijk gebied met sterke steden, groene geledingszones en uitloopgebieden (intensieve recreatie, stadslandbouw). Aandacht wordt gevraagd voor sterke regionale economische clusters, (inter)nationale bereikbaarheid en knooppuntontwikkeling (zowel in de centra als aan de randen van de steden).
De provincie realiseert haar doelen door regionaal samen te werken, te ontwikkelen, te beschermen en te stimuleren. De ruimtelijke belangen en keuzes zijn in vier ruimtelijke structuren geordend. Deze vier ruimtelijke structuren worden in deel B beschreven en zijn de Groenblauwe structuur, het Landelijk gebied, de Stedelijke structuur, en Infrastructuur. Beoordeling plan Onderhavig plangebied bevindt zich in binnen het ‘Stedelijke concentratiegebied’. Het stedelijk concentratiegebied heeft een bovenlokale opvangtaak voor verstedelijking. De gemeenten maken in regionaal verband en met de provincie afspraken over de verdeling van het verstedelijkingsprogramma. Zorgvuldig ruimtegebruik en toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro) zijn voorwaarden bij het maken van regionale afspraken. De voorgenomen ontwikkeling past binnen het beleid uit de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening van provincie Noord-Brabant, mits voldaan wordt aan de regionale woningbouwafspraken en de ladder voor duurzame verstedelijking. In paragraaf 3.1.2 is al ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking. In paragraaf 3.2.4 wordt ingegaan op de Brabantse Agenda Wonen, waarin de meest actuele afspraken voor woningbouw per gemeente en regio zijn weergegeven.
Gelet op het voorgaande past de voorgenomen ontwikkeling binnen het beleid uit de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening van de provincie Noord-Brabant.
21
3.2.3. Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Op 25 oktober 2019 hebben Provinciale Staten van Noord-Brabant de ‘Interim omgevingsverordening Noord-Brabant’ vastgesteld. De Interim omgevingsverordening (hierna: Iov) vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en Verordening wegen. Om straks als de Omgevingswet in werking treedt echt klaar te zijn, maakt de provincie eerst een Interim omgevingsverordening. Deze Iov voegt de bestaande regels over de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk samen in één verordening en is nagenoeg beleidsneutraal. Alleen aanpassingen die nodig zijn vanwege de samenvoeging of vanwege al vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie, worden meegenomen. Doordat de Omgevingswet nog niet in werking is getreden, kan er nog geen invulling worden gegeven aan deze wet. De Iov is opgebouwd volgens een doelgroepenbenadering. Dit betekent dat de regels in de Iov zijn gegroepeerd in hoofdstukken waarbij de doelgroep van de regel leidend is.
Daarbij wordt grofweg onderscheid gemaakt tussen de doelgroepen ‘Burgers en bedrijven’ (hoofdstuk 2, rechtstreeks werkende regels voor activiteiten), gemeenten (hoofdstuk 3, instructieregels), waterschappen (hoofdstuk 4, instructieregels), gedeputeerde staten (hoofdstuk 5, instructieregels), en faunabeheer en beheer waterwegen (hoofdstuk 7). Voor dit bestemmingsplan zijn vooral de bepalingen uit hoofdstuk 3 van belang.
Uitsnede Interim omgevingsverordening kaart 3 ’Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed’. De ligging van het plangebied is met de rode marker aangeduid. (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)’
Instructieregels voor gemeenten: Stedelijke ontwikkeling en mobiliteit Met dit bestemmingsplan wordt een stedelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt. In de Iov is bepaald dat een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen, binnen ‘Stedelijk gebied’ dient te liggen. Dat is volgens de kaart ‘Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed’ het geval, aangezien het gebied binnen ‘Concentratiegebied’ ligt. In het bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke
22
ontwikkeling mogelijk maakt moet verder onderbouwd worden dat het om een duurzame stedelijke ontwikkeling gaat en dat de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken. Voor deze onderbouwing wordt verwezen naar paragraaf 3.1.2. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies In paragraaf 3.1.2 van de regels van de Iov zijn bepalingen opgenomen met betrekking tot de evenwichtige toedeling van functies. In de verordening is bepaald dat een bepaalde bestemming pas aan gronden mag worden toegekend als sprake is van een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Daarbij moet rekening worden gehouden met een zorgvuldig ruimtegebruik, de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering, en meerwaardecreatie. Van zorgvuldig ruimtegebruik is in dit geval duidelijk sprake. De ontwikkeling maakt gebruik van meerdere bestaande bouwpercelen binnen bestaand stedelijk gebied. Er is dan ook sprake van een inbreidings-/herstructureringslocatie. Zoals in paragraaf 3.1.2 van deze toelichting te zien is, is daarbij voor wat betreft de toevoeging van woningen toepassing gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Voor wat betreft de realisatie van commerciële functies kan worden opgemerkt dat deze op dit moment ook al zijn toegestaan binnen het plangebied en dat er sprake zal zijn van een afname. Dit is eveneens gemotiveerd in paragraaf 3.1.2.
Bij de lagenbenadering komen de volgende lagen en thema’s aan de orde: • de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; • de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. • de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Al deze aspecten komen terug in deze toelichting bij het bestemmingsplan. In het kort kan voor al deze aspecten geconcludeerd worden dat het plan voorziet in een duurzame ontwikkeling, waarbij voldoende rekening is gehouden met de verschillende structuren in de omgeving (lintbebouwing Grotestraat en gewenste doorsteek tussen Winterdijk en Grotestraat) en overige thema’s binnen de lagen (zie planologische en milieuaspecten in hoofdstuk 4 en 5). Geconcludeerd kan worden dat er geen belemmeringen voor dit plan zijn en dat het plan voorziet in een veilig en goed woon- en leefklimaat. Overige rechtstreekswerkende regels of instructieregels Overige rechtstreekswerkende- of instructieregels zijn voor dit plan niet relevant. Gelet op het voorgaande past de ontwikkeling binnen de regels van de Interim omgevingsverordening. 3.2.4.
Brabantse Agenda Wonen De Brabantse Agenda Wonen is een agenda op hoofdlijnen en stippelt een koers uit voor (verdere) regionale samenwerking en vernieuwing van de woningbouwafspraken. Daarin nodigt de provincie alle subregio’s uit om, samen met relevante partijen op de woningmarkt en de provincie, een regionaal perspectief op wonen te ontwikkelen.
23
Versnelling van de woningbouwproductie, vernieuwing en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad en het ombouwen van leegstaand vastgoed naar woningen zijn belangrijke doelen van de Brabantse Agenda Wonen. In deze agenda geeft de provincie aan welke accenten er de komende jaren liggen bij het bouwen en wonen en hoe zij zich hiervoor gaat inzetten. In de Brabantse Agenda Wonen wordt genoemd dat ruim baan moet worden gegeven voor goede plannen. “Een beleid gericht op een duurzame verstedelijking en zorgvuldig en zuinig ruimtegebruik biedt ruim baan voor ‘goede plannen’ binnen het bestaand stedelijk gebied van steden en dorpen. Ruim baan dus voor woningbouw op geschikte inbreidings-, herstructurerings- en transformatielocaties en in leegstaand vastgoed, die aansluit op een actuele vraag en snel in aanbouw kan worden genomen.” Per gemeente is een indicatie (met bandbreedte) gegeven van de planningsruimte voor woningbouw in de komende jaren. Overeenkomstig de Interim omgevingsverordening is deze ‘programma-indicatie’ richtinggevend voor de (sub)regionale woningbouwplanning en programmering en de hierover te maken regionale afspraken. Gemeentelijke bestemmingsplannen, die voorzien in de nieuwbouw van woningen of anderszins leiden tot een (netto) toename van de woningvoorraad, dienen te passen binnen dit regionale afsprakenkader.
Beoordeling plan Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van in totaal 19 woningen. Aangezien in de huidige situatie aan Grotestraat 239 al een grondgebonden woning aanwezig is, is per saldo sprake van een toevoeging van 18 woningen aan de woningvoorraad. De woningen worden opgericht op bestaand bouwpercelen binnen bestaand stedelijk gebied. Er is dan ook sprake van een inbreidings-/herstructureringslocatie. Zoals in de Brabantse Agenda Wonen is aangegeven biedt het beleid gericht op een duurzame verstedelijking en zorgvuldig en zuinig ruimtegebruik ‘ruim baan voor goede plannen binnen het bestaand stedelijk gebied van steden en dorpen’, waaronder een inbreidings-/herstructureringslocatie als deze. Uit de meest recente ‘Bevolkings- en woningbehoefteprognose’ van provincie Noord-Brabant blijkt dat de totale harde plancapaciteit van zowel gemeente Waalwijk als van subregio MiddenBrabant, waartoe Waalwijk behoort, niet toereikend is om in de woningbehoefte tot 2030 te voorzien. Met 1.120 harde plannen in de gemeente Waalwijk kan niet worden voorzien in de behoefte van 2.045 woningen tot 2030. Hetzelfde geldt voor subregio Midden-Brabant: met 6.845 harde plannen kan niet worden voorzien in de behoefte van 21.595 woningen tot 2030. Dit betekent dat er zowel in de gemeente als in de regio nog ruimte is voor het toevoegen van extra woningen.
Het huidige initiatief om maximaal 18 woningen toe te voegen voorziet daarmee in een kwantitatieve behoefte binnen het verzorgingsgebied. Gelet op het voorgaande past dit woningbouwinitiatief zowel kwalitatief als kwantitatief binnen de Brabantse Agenda Wonen.
24
3.3. Gemeentelijk beleid 3.3.1. Structuurvisie Waalwijk 2025 Op 4 februari 2016 heeft de raad van de gemeente Waalwijk de Structuurvisie Waalwijk 2025 vastgesteld. Uit deze visie blijkt dat het de ambitie van de gemeente Waalwijk is een stedelijk knooppunt te zijn dat met zijn krachtige economische functie en karakteristieke kernen en omgeving een vitale schakel is in de regionale netwerken van Midden Brabant. Het plangebied ligt in het centrum van Waalwijk met een veelheid aan functies direct naast elkaar. Het doel voor gemengd gebied is de herkenbaarheid van de lintenstructuur te behouden en waar mogelijk te versterken. Belangrijk uitgangspunt hierbij is de bestaande situatie. Specifiek voor de linten geeft de structuurvisie aan dat de oude bebouwingslinten vanuit de historische gemengde functie geschikt zijn als kweekkasfunctie voor kleinschalige bedrijven (aan huis). Dit is goed voor de lokale economie. De schaal, aard en omvang van een kleinschalig bedrijf (aan huis) dient wel steeds in de (woon)omgeving te passen. Een bedrijventerrein is vaak niet geschikt voor kleinschalige en/of startende bedrijfjes. Het beleid voor de oude bebouwingslinten is verder uitgewerkt in de Beleidsnotitie Gemengd Gebied. Voor het projectgebied zijn navolgende beleidsuitgangspunten uit de structuurvisie van belang.
• Ondergrond: zorgen voor een veilig bodem- en watersysteem; Beschermen van waarden en ruimte reserveren o.a.: gebiedsgericht grondwaterbeheer, behoud drinkwaterwinning zuiden kern Waalwijk. • Wonen: speerpunten zijn het vraaggericht herstructureren van bestaande woongebieden en vraaggericht ontwikkelen van (overige) woningbouwlocaties, beiden volgens de duurzaamheidsladder en thematisering van bestaande woongebieden. Daarbij moeten kansen worden benut, zoals inbreidingslocaties binnen bestaand stedelijk gebied. • Duurzaamheid: de gemeente pakt dit begrip breed op en hieronder vallen de volgende thema's: - Duurzaamheid algemeen: zorgvuldig ruimtegebruik en behoud en versterking van ruimtelijke kwaliteit. Hieronder vallen ook de principes van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' - Energie: het stimuleren van een afname in energiegebruik is van belang. - Milieu: behouden en versterken van de milieukwaliteit. Waar mogelijk milieuproblemen aanpakken bij de bron. - Erfgoed: hergebruik wordt gestimuleerd door een flexibele functionele invulling van gebieden, objecten en gebouwen met voldoende behoud van de cultuurhistorische waarden. - Gezondheid: geschikt wonen aanbieden voor alle levensfasen al dan niet met een zorgbehoefte en aanpassingen in de woningvoorraad als gevolg van scheiden wonen zorg.
Gezondheid van het begin af aan expliciet meewegen bij ruimtelijke ontwikkelingen, met name als het gaat om geluid, luchtkwaliteit en groen. Beoordeling plan Dit plan voorziet in een inbreidingslocatie. In de structuurvisie wordt dit genoemd als het benutten van een kans. De Structuurvisie Waalwijk 2025 biedt binnen de beleidsuitgangspunten
25
ruimte voor inbreidingslocaties binnen bestaand stedelijk gebied, mits voldaan wordt aan de duurzaamheidsladder. De duurzaamheidsladder is in hoofdstuk 6 van deel B van de Structuurvisie uiteengezet en gaat verder dan de wettelijke ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. In de gemeentelijke duurzaamheidsladder komt duurzaamheid in het algemeen aan bod, waaronder energie, milieu, erfgoed en sociale aspecten. Door te voldoen aan de eisen voor nieuwbouw voor wat betreft de energieprestatie, wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan duurzaam energieverbruik. In hoofdstuk 5 van deze toelichting is gemotiveerd dat het plan aanvaardbaar is gelet op het milieu. In hoofdstuk 4 bevat eenzelfde motivering voor de natuur, erfgoed en waterhuishouding. Kortheidshalve volstaat op deze plaats de conclusie dat er, gelet op deze onderdelen, sprake is van een duurzame ontwikkeling. Ten aanzien van ‘sociale aspecten’ kan hieraan worden toegevoegd dat de doorsteek tussen de Winterdijk en Grotestraat een betere (sociale) interactie tussen het gebied rondom het gemeentekantoor en het parkeerterrein Taxandriaweg enerzijds en het centrum van Waalwijk en de omgeving Raadhuisplein anderzijds op gang brengt. Met de doorsteek wordt meer groen en ruimte in het gebied gecreëerd.
Dit draagt bij aan meer beweging en ontmoeting, maar ook aan de beleefbaarheid van het cultuurhistorisch erfgoed dat zich direct aangrenzend aan het plangebied bevindt. Vanwege het belang van een gezonde leefomgeving zijn in structuurvisie waar mogelijk verbanden gelegd tussen fysieke omgeving, sociale omgeving en de effecten op gezondheid. Een aantal van deze verbanden komt in dit bestemmingsplan terug: • Het plan gaat gepaard met een toename van openbare ruimte en groen in de wijk, wat een gunstig effect heeft op de leefbaarheid en gezondheid; • Verouderde panden worden gesloopt en maken plaats voor nieuwbouw. Hierbij moet aan de hedendaagse bouw- en duurzaamheidseisen worden voldaan. Dit heeft een gunstig effect op de gezondheid van de bewoners en gebruikers; • In het kader van dit plan is de milieugezondheidskwaliteit (met name luchtkwaliteit, bodemkwaliteit, externe veiligheid en geluid) onderzocht en aanvaardbaar geacht voor beoogde functies. Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het plan past binnen de uitgangspunten van de Structuurvisie Waalwijk 2025.
3.3.2. Woonvisie 2020 Gemeente Waalwijk Op 17 september 2020 heeft de gemeenteraad de Woonvisie 2020 van de gemeente Waalwijk vastgesteld. Drie hoofdthema’s vormen het hart van de Woonvisie 2020, te weten ‘Betaalbaarheid’, ‘Wonen en zorg’ en ‘Leefbaarheid en duurzaamheid’. Daarnaast worden in de woonvisie een aantal specifieke doelgroepen op de woningmarkt uitgelicht: starters, stop the brain drainers, urgenten en spoedzoekers, arbeidsmigranten en woonwagenbewoners. De doelstellingen per thema zijn als volgt: • Betaalbaarheid: o Voldoende woningen bouwen, zodat het woningtekort terugloopt
26
•
•
o Stimuleren van doorstroming op de woningmarkt o Betalingsproblemen tegengaan Wonen en zorg: o Streven naar voldoende geschikte woningen voor de verschillende doelgroepen die een zorgvraag hebben o (Her)ontwikkeling van een locatie moet gedaan worden met een bredere kijk op de omgeving Leefbaarheid en duurzaamheid o Aandacht geven aan buurten waar de leefbaarheid onder druk staat o Zorgen voor diversiteit in woonmilieus binnen de gemeente o Zorgen voor een klimaatbestendige woningmarkt
Beoordeling plan Het project voorziet in 19 appartementen. Op de begane grond wordt aan de Grotestraat een winkelpand/commerciële ruimte gerealiseerd, met daarachter vijf appartementen op de begane grond van ongeveer 73 m² gebruiksoppervlak. Op de drie verdiepingen boven de winkelruimte komen op iedere verdieping drie appartementen van 67 tot 78 m² gebruiksoppervlak. Bovenop de vijf appartementen op de begane grond worden vijf maisonnettes gerealiseerd van 72 tot 88 m² gebruiksoppervlak. Het plan bevat zowel koop- als huurappartementen, waarbij de verdeling voorzien is op 40% koop en 60 % huur. Zoals in paragraaf 3.1.2 en 3.2.4 al is aangegeven bestaat er in lokaal en regionaal verband voldoende behoefte aan de 19 woningen die met dit plan mogelijk worden gemaakt. Met de grootte van de appartementen richt het plan zich voornamelijk op kleine huishoudens (één of tweepersoonshuishoudens), zoals jonge gezinnen, echtparen en alleenstaanden tot 65 jaar. Het gaat om appartementen in het middeldure tot dure segment. Daarmee sluit het project aan bij enkele hoofdlijnen van de invulling van de woonvisie voor het thema ‘Betaalbaarheid’. In de Woonvisie is de ambitie benoemd om het aanbod aan middenhuur (bij voorkeur lage middenhuur) te verhogen.
Tevens wil gemeente Waalwijk stimuleren om (kleine) (tijdelijke) woonvormen, innovatieve woonconcepten en/of creatieve woonvormen te realiseren die passen bij de behoeften van starters, mensen met een middeninkomen, senioren en/of spoedzoekers. De woningen die met dit plan worden gerealiseerd zijn geschikt en bereikbaar voor deze doelgroepen. In de Woonvisie is onder het thema ‘Wonen en zorg’ benoemd dat er een grote vraag naar gelijkvloers wonen is en het wordt dan ook aangemoedigd om woningen levensloopgeschikte te bouwen. De appartementen voldoen aan deze wens en zijn vanwege de ligging in het centrum van Waalwijk met name interessant voor ouderen en jongeren. Daarnaast is benoemd dat woningbouwplannen een kwaliteitsverbetering voor de omgeving van de betreffende locatie met zich moeten meebrengen. Bij de (her)inrichting van de openbare ruimte is toegankelijkheid een aspect waarmee in het ontwerp rekening moet worden gehouden. Dit plan levert een duidelijk kwaliteitsverbetering voor de omgeving op. Bij de (her)inrichting van de openbare ruimte wordt rekening gehouden het aspect toegankelijkheid. De appartementen op de begane grond zijn daarnaast zeer toegankelijk voor bijvoorbeeld een doelgroep die volledig gelijkvloers wil wonen.
27
Ten aanzien van het thema ‘Leefbaarheid en duurzaamheid’ kan worden opgemerkt dat dit plan betrekking heeft op een inbreidingslocatie in het centrum van Waalwijk. Het nieuwe pand is zorgvuldig vormgegeven en past zodoende goed in het straatbeeld. Ten opzichte van de huidige bebouwing wordt ruimte gecreëerd voor een doorsteek tussen het gebied rondom het parkeerterrein Taxandriaweg en het gemeentekantoor enerzijds en centrum van Waalwijk en specifiek de omgeving Raadhuisplein anderzijds. De doorsteek en groene ruimte die met het plan wordt gecreëerd draagt bij aan meer beweging en ontmoeting en daarmee aan de (be)leefbaarheid van specifiek dit gebied, maar ook het centrum van Waalwijk in zijn geheel. Er is gekozen voor een plan dat voor wat betreft de woningtypen, doelgroep en prijsklasse past bij deze specifieke locatie. Bij de uitwerking van het daadwerkelijke plan wordt invulling gegeven aan de in het beleid vastgelegde klimaatambities, zoals waterberging en gasloos bouwen. Gelet op het voorgaande past dit project binnen de uitgangspunten van de woonvisie. 3.3.3. Groenbeleidsvisie Groen Leeft! De groenbeleidsvisie ‘Groen Leeft!’ is op 14 november 2019 vastgesteld door de gemeenteraad. In de groenbeleidsvisie wordt ingegaan op de thema’s biodiversiteit, toekomstbestendigheid, beleving en participatie. Het beleidsstuk bevat een langetermijnvisie voor het groen.
Het vormt de basis voor al het andere beleid en regels over het groen in de gemeente Waalwijk. In het beleid is een groennorm opgenomen. Deze schrijft voor dat in nieuwe woonwijken, dorpen en bedrijventerreinen de openbare ruimte tenminste voor 10% uit groen moet bestaan. En daarbovenop moet in de woonwijken minimaal 5% groen worden gerealiseerd dat wordt gecombineerd met andere functies zoals parkeren, spelen en het opvangen van water. Bij bestaande woongebieden en bedrijventerreinen dient bij reconstructies of herontwikkeling 10% méér openbaar groen dan dat er voor de ontwikkeling aanwezig was te worden aangelegd. Naast de hoeveelheid aan groen, wordt er ingezet op het verbeteren van de kwaliteit van het openbare groen. De groennorm vormt een vertrekpunt voor het ontwerpen van de openbare ruimte. Met als doel te zorgen voor een gezonde, klimaat- en toekomstbestendige leefomgeving. Beoordeling plan Het plangebied is gelegen binnen het gebiedstype ‘Centrum’ aan. De ambities voor de omgeving van het plangebied zijn vooral gericht op het voorkomen van hittestress en wateroverlast door de aanleg van groen. Bovendien wil gemeente Waalwijk dit groen beleefbaar maken en is er ruimte voor bewoners om dit groen te ‘adopteren’ en naar eigen wens aan te leggen of in te richten.
Tot slot hoopt gemeente Waalwijk met de aanleg van groen het aantal soorten te vergroten en daarmee een bijdrage te leveren aan de biodiversiteit. Voor wat betreft nieuwbouw in het centrum is in de Groenbeleidsvisie het volgende opgenomen: “Voor een goed vestigingsklimaat voor bedrijven en de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van het centrum is groen van wezenlijk belang. In het centrum liggen veel ruimteclaims, waaronder
28
parkeren, maar ook groen. Door groen vroegtijdig mee te laten wegen en de voordelen van groen in een vroeg stadium inzichtelijk te maken (tegengaan hittestress, verkoeling, wateropvang, aantrekkelijk en participatie), kan de oppervlakte groen in het centrum toenemen. De norm is dat de oppervlakte groen bij nieuwbouw toeneemt of in ieder geval niet mag afnemen.”
Uitsnede ambitiekaart Groenbeleidsvisie gemeente Waalwijk. De blauwe ster duidt de ligging van het plangebied aan.
Binnen het plangebied worden een aantal bouwpercelen geherstructureerd. De bebouwing was voorheen georiënteerd op zowel de Grotestraat (panden 239 en 243) als de Winterdijk (30a, voormalige scoutinggebouw). In de nieuwe situatie wordt de bebouwing gecentreerd aan de Grotestraat, waardoor er ruimte is voor een doorsteek tussen de Winterdijk en de Grotestraat. Het rommelige achterterrein van de diverse bouwpercelen maakt plaats voor een groene ruimte, waarbij de bestaande beschermingswaardige boom behouden blijft. Met de ruimte voor groen die in het plangebied is ingeruimd wordt tegemoet gekomen aan de ambitie om groen bij nieuwbouw te laten toenemen, maar ook aan klimaatambities als het tegengaan van hittestress en wateroverlast en het aantrekkelijker maken van het centrum. Door de doorsteek groen aan te kleden kan hiermee een geleidelijke overgang worden gevormd tussen het ‘stenen’ centrum enerzijds en de groene zone rondom de Winterdijk en aangelegen watergang anderzijds. Dit komt de leefbaarheid van het gebied ten goede. Het plangebied is in totaal 2.570 m² groot. Op de verbeelding heeft het toekomstige openbare gebied tussen de Winterdijk en de achterzijde van de nieuwbouw aan de Grotestraat de bestemming ‘Groen’ gekregen (uitgezonderd de verharding van de daadwerkelijke doorsteek). Hier is ruimte voor groen-, waterhuishoudkundige- en speelvoorzieningen.
Dit gebied beslaat ongeveer 725 m², wat neerkomt op ongeveer 28 % van het plangebied. Bij dit plan is dan ook sprake van een behoorlijke toename van (openbaar) groen. Het plan voldoet daarmee aan de ambities uit de Groenbeleidsvisie.
29
3.3.4. Bomenbeleid Bomen laten Waalwijk leven! Het doel van het bomenbeleidsplan ‘Bomen laten Waalwijk leven!’ is het zorgen voor een toekomstbestendig bomenbestand. Dit betekent aan de ene kant dat de bomen gezond oud kunnen worden waardoor ze jarenlang bijdragen aan een kwalitatieve woon- en werkomgeving, biodiversiteit en klimaatdoelstellingen. Aan de andere kant houdt dit in dat ervoor bomen die gekapt worden, nieuwe bomen worden geplant. Te kappen bomen worden vervangen door één of meerdere nieuwe bomen. Hoeveel nieuwe bomen dat zijn, hangt af van de waarden van de boom die wordt gekapt, zoals de hoeveelheid CO2 die een boom jaarlijks uit de lucht haalt. De waarden worden berekend volgens een speciaal voor bomen ontwikkeld rekenmodel. Ook biedt het bomenbeleid handvatten voor de keuzes die met betrekking tot bomen gemaakt worden bij de inrichting van de openbare ruimte aan de hand van de thema’s klimaatadaptatie, cultuurhistorie en ecologie. En door het toepassen van duidelijke richtlijnen voor het werken rondom bomen, het aanplanten van bomen en het maken van goede groeiplaatsen voor bomen.
Uitsnede kaart met waardevolle bomen gemeente Waalwijk. De waardevolle bomen zijn groen aangestipt en waardevolle gebieden hebben een groene arcering. Het plangebied zelf is geel omlijnd en de waardevolle boom in het plangebied is oranje omcirkeld.
Beoordeling plan Volgens de kaart met waardevolle bomen komen binnen het plangebied geen waardevolle bomen voor. Binnen het plangebied komt desondanks wel een beschermingswaardige boom voor. Voor deze boom is een beschermingszone opgenomen zodat deze duurzaam in stand kan worden gehouden.
30
Hoofdstuk 4.
Planologische aspecten
4.1. Archeologie en cultuurhistorie 4.1.1. Archeologie Sinds 2007 kent Nederland de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz, gewijzigde Monumentenwet 1988). Per 1 juli 2016 zijn de bepalingen van de Wamz 2007 gedeeltelijk overgegaan in de Erfgoedwet. Op basis van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Verder stelt de Wamz dat gemeenten archeologieparagrafen moeten opnemen in bestemmingsplannen en archeologische waarden en verwachtingen dienen op te nemen op de verbeelding en deze moeten beschermen middels regels. De zorg voor het bodemarchief is door deze wet bij gemeenten komen te liggen. Daarom heeft Vestigia Archeologie en Cultuurhistorie voor gemeente Waalwijk een archeologische beleidskaart opgesteld. Op 3 februari 2011 heeft de raad van de gemeente Waalwijk deze archeologische beleidskaart vastgesteld. De archeologische beleidskaart is vervolgens vertaald in bestemmingsplannen, waarbij aan de hand van dubbelbestemmingen en bijbehorende bepalingen regels worden gesteld aan activiteiten die de bodem kunnen verstoren. Het geldende bestemmingsplan is echter al in werking getreden voordat de Archeologisch beleidskaart is vastgesteld. Daardoor bevat het bestemmingsplan geen bepalingen over archeologie en de bescherming daarvan.
Uitsnede Archeologische beleidskaart gemeente Waalwijk (plangebied blauw omlijnd)
Beoordeling plan Hierboven is een uitsnede van de archeologische beleidskaart opgenomen. Uit de archeologische beleidskaart blijkt dat het plangebied is gelegen binnen een ‘Gebied van archeologische waarde’ (categorie 2). Bodemverstorende activiteiten (bijvoorbeeld nieuwbouw of aanleg retentievoorzieningen) mogen binnen een als zodanig aangewezen gebied alleen plaatsvinden als vooraf onderzoek heeft plaatsgevonden naar de archeologische waarden in het
31
gebied. Dit geldt alleen voor bouwwerken of het uitvoeren van grondbewerkingen met een oppervlakte groter dan 100 m² en dieper dan 30 cm onder maaiveld. In de huidige situatie is het plangebied voor een groot deel bebouwd. De nieuwe bebouwing bedraagt meer dan 100 m², maar zal worden opgericht op dezelfde plaats als waar in de huidige situatie reeds bebouwing voorkomt. Vanwege de huidige bebouwing mag worden aangenomen dat de bodem hier reeds verstoord is. In de rest van het plangebied zijn geen bodemverstorende activiteiten voorzien. In het kader van dit bestemmingsplan is dan ook geen archeologisch onderzoek nodig. Archeologisch veldonderzoek is bovendien niet mogelijk aangezien de bebouwing nog grotendeels aanwezig is. Om mogelijk in de bodem aanwezige archeologische waarden te beschermen, wordt conform het archeologiebeleid van gemeente Waalwijk de archeologische dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ opgenomen voor het hele plangebied. Bovendien geldt op basis van artikel 18 lid 1 onder a van de Erfgoedverordening Waalwijk 2016 een vergunningplicht bij bodemingrepen in gebieden van archeologische waarde (categorie 2).
Aan de verlening van de vergunning, verbindt gemeente Waalwijk de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een vergunninghoudende/gecertificeerde partij op het terrein van archeologie (artikel 20 lid 3 sub c van de Erfgoedverordening Waalwijk 2016). Met zowel de dubbelbestemming voor archeologie als de bepalingen uit de Erfgoedverordening Waalwijk 2016 zijn de belangen voor wat betreft archeologie voldoende gewaarborgd voor de lange termijn. Ten behoeve van de aanvraag om omgevingsvergunning voor de daadwerkelijke realisatie van het plan dient een Programma van Eisen te worden opgesteld, inclusief geïntegreerd bureauonderzoek. Daarbij dient tevens een plan van aanpak te worden opgesteld die ter goedkeuring aan het bevoegd gezag moet worden overlegd (artikel 22 lid 1 en lid 3 van de Erfgoedverordening Waalwijk 2016). Ten slotte geldt dat wanneer in dit gebied tijdens toekomstige grondwerkzaamheden archeologische vondsten en/of structuren worden aangetroffen, dit op basis van de Erfgoedwet 2016 (artikel 5.10 en 5.11) zo spoedig mogelijk bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en de gemeente Waalwijk gemeld dient te worden. Op deze manier zijn ook toevalsvondsten tijdens de daadwerkelijke realisatie van het plan op een goede manier verzekerd. 4.1.2.