CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

GEWIJZIGD Bijlage 1 Nota grondbeleid 2025-2030

Raadsvergadering 30 januari 2025, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Nota grondbeleid 2025-203021.122 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

1.2.1 Omgevingswet Een van de grootste wettelijke veranderingen in tijden in Nederland is de invoering van de Omgevingswet. Alle wetten, regels en afspraken voor de fysieke leefomgeving zijn geïntegreerd in één nieuw stelsel. De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden met als doel het omgevingsrecht en de dienstverlening voor de fysieke leefomgeving beter te laten aansluiten op de wensen vanuit de samenleving: sneller, eenvoudiger en beter. Onderdeel van de Omgevingswet zijn de volgende relevante nieuwe instrumenten:

1.2.1.1 Omgevingsvisie De omgevingsvisie is een integrale langetermijnvisie waarin door de gemeente de strategische hoofdkeuzes van beleid voor de fysieke leefomgeving zijn beschreven. De omgevingsvisie heeft betrekking op alle onderdelen van de fysieke leefomgeving en vervangt de bestaande (sectorale) plannen/visies, zoals de structuurvisie, het milieubeleidsplan, het waterplan en het verkeers- en vervoerplan. De omgevingsvisie moet inhoudelijk in elk geval de volgende elementen bevatten: • Een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. • De hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming en behoud van het grondgebied. • De hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid.

1.2.1.2 Omgevingsplan Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet is één omgevingsplan voor het gehele grondgebied van de gemeente vastgesteld. De voormalige bestemmingsplannen en beheersverordeningen zijn opgegaan in het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan. In voormalige bestemmingsplannen stonden alleen ruimtelijke regels, terwijl het omgevingsplan alle regels over de fysieke leefomgeving, waaronder ook milieu en erfgoed, bevat. Het omgevingsplan bevat voor het gehele grondgebied van de gemeente in ieder geval de regels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Deze regels kunnen dus onder andere worden gesteld voor activiteiten. Dat betekent dat op termijn ook regels uit diverse lokale verordeningen zoals de APV een plek gaan krijgen in het omgevingsplan.

1.2.1.3 Programma omgevingsvisie In een programma kan het beleid uit de omgevingsvisie nader worden uitgewerkt. De gemeente kan het grondbeleid en het beleid ten aanzien van het kostenverhaal op hoofdlijnen vastleggen in een omgevingsvisie en dat verder uitwerken in een programma.

1.2.1.4 Omgevingsvergunning De juridische grondslag voor vergunningverlening is veranderd met de komst van de Omgevingswet. Vergunningverlening is meer gecombineerd met algemene regels van rijk, provincie, waterschap en gemeente. Nieuw ten opzichte van de oude regelgeving is dat bij Bouwvergunningen onder de Omgevingswet twee vergunningen nodig kunnen zijn op grond van de zogenoemde ‘knip’. Een vergunning voor een bouwwerk is dan opgesplitst in een omgevingsvergunning voor de (technische) bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit. Met een (buitenplanse) omgevingsplanactiviteit is het mogelijk om met een omgevingsvergunning af te wijken van het omgevingsplan. Aan een omgevingsvergunning kan een kostenverhaalsbeschikking (zie hoofdstuk 3.3.6) worden gekoppeld.

1.2.1.5 Aanvullingsspoor grondeigendom Met het aanvullingsspoor grondeigendom worden regels voor grondbeleid opgenomen in de Omgevingswet. Het aanvullingsspoor grondeigendom bestaat uit de Aanvullingswet, het Aanvullingsbesluit en de Aanvullingsregeling en zorgt voor de integratie van regels over grondbeleid in de Omgevingswet. Regels over kostenverhaal en financiële bijdragen: De regels omtrent kostenverhaal en financiële bijdragen zijn in de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit verankerd met de Aanvullingswet grondeigendom en het Aanvullingsbesluit grondeigendom. Net zoals onder de Wro het geval was, zullen gemeenten kosten, die in het kader van werken, werkzaamheden en maatregelen moeten worden gemaakt op de locatie die ontwikkeld wordt en waarvan de locatie profijt heeft, op de initiatiefnemer verhalen. De Omgevingswet biedt daarnaast ook de mogelijkheid om verplichte en vrijwillige financiële bijdragen te vragen aan de ontwikkelaar, zie hiervoor hoofdstuk 3.3.7.

Nota grondbeleid 2025 – 2030

47

Voorkeursrecht Het voorkeursrecht op grond van de Omgevingswet is bedoeld om overheden een betere positie te geven op de grondmarkt. Een gemeente kan bij vaststelling van een omgevingsvisie, programma of omgevingsplan een voorkeursrecht vestigen op de gronden die een nieuwe, niet-agrarische, bestemming hebben gekregen. Dit heeft tot gevolg dat de eigenaar van de betreffende gronden de grond niet meer vrij mag verkopen, maar deze eerst aan de gemeente te koop moet aanbieden. De grondeigenaar heeft echter geen verplichting tot verkoop. Een aankoop kan via het voorkeursrecht door gemeenten dus niet worden afgedwongen. Bovendien volgt er bij een verkoop door de eigenaar een proces van onderhandeling dat niet persé tot overeenstemming hoeft te leiden. Het voorkeursrecht voorkomt dat wanneer een gemeente uiteindelijk een plan wil realiseren de hiervoor benodigde grond verschillende malen verkocht is en dat de gemeente bij de aankoop voor de realisatie van het project een inmiddels torenhoge marktprijs moet betalen. Het voorkeursrecht voorkomt daarnaast versnippering van grondeigendom en zorgt ervoor dat grond niet in handen komt van partijen die speculatief gronden aankopen.

Onteigening Onteigening is een instrument dat de overheid kan inzetten om eigendom van particulieren of bedrijven te verwerven ten behoeve van projecten die in het algemeen belang zijn, zoals infrastructuur of stadsontwikkeling. Dit proces is strikt wettelijk geregeld en kan slechts worden toegepast wanneer er geen andere passende oplossingen beschikbaar zijn. Voordat tot onteigening wordt overgegaan, streeft de overheid naar een minnelijke schikking om het eigendom vrijwillig te verwerven. Indien deze onderhandelingen niet slagen, kan de overheid overgaan tot onteigening, waarbij de eigenaar recht heeft op een volledige en billijke schadevergoeding. De uiteindelijke beslissing tot onteigening wordt door de rechter getoetst, die beoordeelt of aan alle wettelijke vereisten is voldaan en of de compensatie adequaat is. Onteigening wordt beschouwd als een ultimum remedium en wordt alleen toegepast wanneer het algemeen belang zwaarder weegt dan het recht op eigendom. Kavelruil Kavelruil is een vorm van gebiedsinrichting waarbij minimaal 3 partijen vrijwillig hun onroerende zaken ruilen. De nieuwe verdeling van de onroerende zaken wordt in een kavelruilovereenkomst vastgelegd. De gewenste eigendomsoverdracht wordt daarna via de inschrijving in de openbare registers vastgelegd. Er zijn twee vormen van kavelruil, namelijk kavelruil in het landelijk gebied en stedelijke kavelruil.

De Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet heeft stedelijke kavelruil aan de Omgevingswet toegevoegd. Kavelruil in het landelijk gebied Voor agrarische ondernemers is kavelruil een snel en eenvoudig alternatief voor verplichte herverkaveling. Met de kavelruil kunnen zij hun agrarische bedrijfsomstandigheden verbeteren door bijvoorbeeld kavels samen te voegen en die zo beter bereikbaar te maken. Kavelruil is ook een instrument om beleidsdoelen voor natuur, landschap, waterbeheer en recreatie te realiseren. De gemeente kan samen met agrarische ondernemers plannen ontwikkelen en uitvoeren. Vrijwillige kavelruil kan daarbij helpen. Stedelijke kavelruil Kavelruil is een nuttig instrument wanneer eigenaren hun plannen voor stedelijke gebiedsontwikkeling niet kunnen uitvoeren door een te sterke versnippering van eigendomsposities. Stedelijke kavelruil is in diverse situaties toepasbaar: •

Op stedelijke locaties waar de huidige kavelindeling een belemmering vormt om de gewenste bebouwing te verwezenlijken.

Nota grondbeleid 2025 – 2030

48

•

Op stedelijke locaties waar ruil van gebouwen nodig is om verouderde gebieden of gebieden met leegstand een nieuwe toekomst te geven.

•

Bij ruil tussen het stedelijk- en het landelijk gebied met als doel om de leegstand van agrarische bedrijfsbebouwing te voorkomen.

Stedelijke kavelruil is bijvoorbeeld inzetbaar als perceelgrenzen moeten worden gewijzigd bij nieuwbouw op uitleglocaties. En als clusters van woningen, bedrijven, kantoren of winkels moeten worden gevormd bij het herstructureren en transformeren van bestaande bedrijventerreinen, kantorenlocaties en winkelgebieden. Deelname aan de ruil en de kavelruilovereenkomst is vrijwillig. Dit geldt niet alleen voor de eigenaren, maar ook voor degenen die zakelijke rechten hebben op grond en gebouwen. Dit is anders dan bijvoorbeeld onteigening of herverkaveling, waarbij sprake is van gedwongen eigendomsoverdracht.

1.2.2 Besluit begroting en verantwoording De Gemeentewet schrijft voor dat elke gemeente jaarlijks begrotings- en verantwoordingsstukken moet opstellen. Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) bevat de regelgeving daarvoor. In de Wet begroting en verantwoording zijn onder meer regels over de definiëring, afbakening en verslaggeving rondom grondexploitaties opgenomen.

1.2.3 Wet open overheid (Woo) Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. De wet vervangt de Wet openbaarheid bestuur (Wob) en regelt het recht van burgers op informatie van de overheid. Het doel van de wet is om overheden transparanter te maken en dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. Een belangrijk verschil met Wob is dat de Woo naast informatieverstrekking op verzoek (passieve openbaarmaking) overheden ook verplicht zelf informatie gefaseerd openbaar te maken (actieve openbaarmaking). Voor het voeren van een actief of faciliterend grondbeleid zijn financiële afwegingen en zijn onderhandelingen voor de gemeente van groot belang. Zeker met eigen grondexploitaties zijn de financiële risico’s en belangen vaak groot. Ook zonder eigen grondexploitatie zal vaak onderhandeld moeten worden (bijvoorbeeld bij een kostenverhaalsovereenkomst). Om de onderhandelingspositie van de gemeente niet te ondermijnen zijn bijvoorbeeld ramingen en interne besprekingen en besluiten hierover vertrouwelijk en hoeven die via een Wooverzoek niet openbaar gemaakt te worden.

1.2.4 Wet op de vennootschapsbelasting De Wet op de vennootschapsbelasting is van toepassing op overheidsondernemingen. Dit betekent dat op het moment dat de overheid optreedt als ondernemer en bij de uitvoering van deze taken structureel fiscale winst maakt, zij belastingplichtig kan zijn.

1.2.5 BTW en overdrachtsbelasting Grond die door gemeente gekocht wordt zonder dat er een bouwplan aan ten grondslag ligt, valt in principe onder de overdrachtsbelasting. De gemeente is daarvan vrijgesteld, zodat de gemeente als koper geen overdrachtsbelasting (10,4% van de waarde van het verkochte) betaalt. Voor marktpartijen is dit wel een kostenpost, die uiteindelijk van invloed is op de residuele waarde van de grond (zie hiervoor 5.1.2). Bouwgrond is belast met BTW. Dat is grond die ‘kennelijk bestemd is om te worden bebouwd’. Daarbij is het onvoldoende dat alleen de bestemming is gewijzigd. Het gaat er daarbij ook om dat de koper (objectief aantoonbaar) van plan is de bestemming te realiseren bijvoorbeeld doordat samen met de grond een bouwplan wordt gekocht. Over het algemeen wordt ervan uitgegaan dat grond met BTW belast is als er werkelijk voorbereidende werkzaamheden aan de grond hebben plaatsgevonden. De verkoop van gemeentelijke bouwkavels wordt vanwege het bouwrijp maken van het gebied belast met BTW. De inkoop-BTW die wordt

Nota grondbeleid 2025 – 2030

49

betaald voor het bouw- en woonrijpmaken, verrekent de gemeente weer met de BTW die zij in rekening brengt aan de koper van bouwrijpe grond, waardoor in principe BTW geen kostenpost is. Op grond van de samenloopvrijstelling geldt een vrijstelling van overdrachtsbelasting voor een verkrijging die belast is met omzetbelasting. Partijen (gemeente en marktpartij of corporatie) beoordelen gezamenlijk onder welk fiscaal regime wordt geleverd, met in achtneming van de regelgeving. Voor iedere grondtransactie en grondexploitatie zullen de gevolgen voor de BTW of overdrachtsbelasting zorgvuldig moeten worden afgewogen. De verantwoordelijkheid om dit goed te doen, ligt zowel bij de gemeente als de andere bij een transactie betrokken partijen.

1.2.6 Aanbestedingswet De huidige Aanbestedingswet past de Europese regels zo goed mogelijk toe op de Nederlandse situatie. De regels voor aanbesteden staan in de Aanbestedingswet. Aanbesteden is de manier voor overheden om opdrachten in de markt te zetten. Zo krijgen aanbestedende diensten de beste prijs-kwaliteitverhouding. Overheden moeten zich bij een aanbestedingsprocedure aan de volgende uitgangspunten houden: • Non-discriminatie: overheden mogen geen onderscheid naar nationaliteit maken. • Gelijke behandeling van ondernemers: overheden moeten iedereen op dezelfde manier behandelen. En iedereen krijgt dezelfde informatie. • Transparantie: ondernemers krijgen inzicht en informatie over aanbestedingen. • Proportionaliteit: de eisen bij aanbestedingen staan in verhouding tot de werkzaamheden en de omvang van de opdracht. De Aanbestedingswet geldt voor alle aanbestedingen door (semi-) publieke instellingen in Nederland. De prijs van een opdracht bepaalt of een opdracht Europees of nationaal moet worden aanbesteed. Voor werken is het drempelbedrag in 2024 € 5.538.000 en voor diensten is dit € 221.000 waarboven Europees moet worden aanbesteed. Binnen grondexploitaties wordt in ieder geval het bouw- en woonrijp maken aanbesteed. Afhankelijk van de waarde van de opdracht vindt dit Europees of nationaal plaats.

Om de beste prijs-kwaliteitverhouding te waarborgen, worden bedragen voor het bouw- en woonrijpmaken niet openbaar gemaakt. Uit de Nota grondexploitatie blijken deze bedragen dan ook niet.

1.2.7 Wet markt en overheid Overheden verrichten over het algemeen publiekrechtelijke taken. Soms verrichten overheidsbedrijven economische activiteiten die concurreren met bedrijven. Dit kan leiden tot oneerlijke concurrentie daar waar de overheden vanuit hun publieke functie concurrentievoordelen hebben. Om concurrentievervalsing te voorkomen, moeten overheden zich aan gedragsregels houden. Deze staan in de Wet M&O, die onderdeel is van de Mededingingswet.

1.2.8 Didam-arrest In november 2021 heeft de Hoge Raad het zogenaamde Didam-arrest gewezen. Het arrest werpt een ander licht op de eisen die worden gesteld aan het privaatrechtelijk handelen van overheden bij onroerend goed transacties. Overheidsorganen dienen ook bij het uitvoeren van privaatrechtelijke overeenkomsten de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het gelijkheidsbeginsel, in acht te nemen. Uit het gelijkheidsbeginsel vloeit voort dat een overheid bij de uitgifte van een onroerende zaak alle (potentiële) gegadigden voor de uitgifte van de gronden een gelijke kans moet bieden.

1.2.9 Wetsvoorstel Versterking Regie op de Volkshuisvesting Er zijn drie maatschappelijke opgaven waar het wetsvoorstel zich op richt: 1. regie op aantallen woningen en locaties; Nota grondbeleid 2025 – 2030

50

2. 3.

regie op betaalbare woningen en evenredige verdelingen van deze woningen; verstevigen van de lokale prestatieafspraken.

Landelijk, provinciaal en in de regio komt er een verplichting om tweederde van de nieuwbouwopgave te laten bestaan uit betaalbare woningen (betaalbare koop, middenhuur, sociale huur). Dit sluit aan bij de in maart 2023 door rijk, provincie, gemeenten en woningcorporaties getekende Woondeal SRBT. Daarnaast moeten gemeenten verplicht 40% van hun nieuwbouwopgave voor middeninkomens realiseren. Gemeenten die een lager aandeel sociale huur dan het landelijke gemiddelde hebben, zijn verplicht van hun totale nieuwbouwopgave 30% uit sociale huur te laten bestaan. Wanneer de wet in werking treedt is nog niet duidelijk. Als dit gebeurt heeft het consequenties voor de bouwprogramma’s binnen de nieuw op te stellen grondexploitaties en daarmee op het verdienvermogen hiervan.

1.3 Provinciaal, regionaal en lokaal beleid Naast de landelijke wetgeving worden ook op provinciaal, regionaal en lokaal niveau regels, visies en afspraken opgesteld waaraan de gemeente zich dient te houden.

1.3.1 Provinciaal 1.3.1.1 Omgevingsvisie In december 2018 is de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. De Brabantse Omgevingsvisie is een samenhangende visie op de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.

1.3.1.2 Omgevingsverordening Vanuit de Omgevingswet moet de provincie naast een omgevingsvisie ook een omgevingsverordening vaststellen voor haar grondgebied. In de omgevingsvisie staat wat de provincie wil bereiken en wat ze wil doen om dat te bereiken. In de Omgevingsverordening staan regels voor: •

•

Initiatiefnemers, inwoners en bedrijven. Dit zijn zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten voorwaarden om bepaalde activiteiten te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen of een vergunning moet aanvragen voordat je met de activiteit mag beginnen. Bestuursorganen van de overheid. Dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels geeft de provincie een opdracht aan gemeenten over onderwerpen die zij in het omgevingsplan moeten opnemen of aan een waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren.

1.3.2 Regionaal 1.3.2.1 Regionaal ruimtelijk overleg In de Regionale Ontwikkeldagen maken provincie, gemeenten en waterschappen afspraken over ruimtelijke ontwikkeling van de regio. Deze afspraken gaan over de ontwikkeling van woningbouw, kantoren, detailhandel, bedrijventerreinen en het landschap. Voor Waalwijk worden deze afspraken vooral voorbereid via Regio Hart van Brabant en de Stedelijke Regio Breda - Tilburg. Een van deze regionale afspraken betreft de Woondeal met de Stedelijk Regio Breda – Tilburg (SRBT).

Nota grondbeleid 2025 – 2030

51

1.3.3 Lokaal 1.3.3.1 Sturing gemeenteraad Op grond van de Wet Dualisering Gemeentebestuur zijn de raad en het college afzonderlijke bestuursorganen van de gemeente geworden met ieder eigen bevoegdheden: De raad heeft een kader- en normstellende functie, stelt verordeningen, de gemeentebegroting en de jaarrekening vast en controleert het college. Het college is verantwoordelijk voor het bestuur van de stad en neemt alle privaatrechtelijke beslissingen. De verantwoordelijkheidsverdeling bij het grondbeleid is hiermee in overeenstemming. In dit hoofdstuk wordt geschetst hoe en op welk moment de raad kaders stelt voor het door het college uit te voeren grondbeleid en daarmee sturing geeft en hoe en op welk moment het college verantwoording aflegt over het gevoerde grondbeleid. Ten dele valt dit binnen de gemeentelijke planning en control cyclus, ten dele is hierbij sprake van andere geëigende momenten. In onderstaande tabel is een verdeling gegeven van de taken en bevoegdheden tussen de raad en het college met betrekking tot het grondbeleid en de uitvoering daarvan. Wat

Wanneer

Nota grondbeleid

1x per 4 jaar

Uitvoeringsnota grondbeleid

1x per 4 jaar

Omgevingsplan

Bij aanvang planperiode

Visies en facetbeleid

Continu

Raad (kaderstellend)

College (uitvoerend) Vaststellen kaders van het Aanbieden Nota grondbeleid ter grondbeleid behandeling Ontvangt informatie over Vaststellen Uitvoeringsnota grondprijzen, grondbeleid procedures/werkwijzen Vaststellen wijze van ruimtelijke ontwikkeling Aanbieden wijziging van het plangebied incl. vaststellen omgevingsplan ter behandeling grondexploitatie (bij actief grondbeleid) Vaststellen randvoorwaarden Aanbieden visies en beleid voor uitvoering grondbeleid

Nota grondbeleid In de onderhavige Nota grondbeleid stelt de raad primair de kaders vast voor het door het college uit te voeren grondbeleid. In deze nota wordt aandacht besteed aan: a. de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente; b. het beleid ten aanzien van de grondprijzen; c. het beleid ten aanzien van de uitgifte van gronden in erfpacht en de bijstelling van erfpacht- vergoedingen. Uitvoeringsnota grondbeleid Naast deze Nota grondbeleid, waarin door de raad kaders worden vastgesteld, wordt ook een Uitvoeringsnota grondbeleid opgesteld. In deze uitvoeringsnota worden de uitgangspunten beschreven ten behoeve van de uitvoering van de Nota grondbeleid. Voorbeelden hiervan zijn de te hanteren grondprijzen, algemene verkoopvoorwaarden en te hanteren procedures/werkwijzen. In tegenstelling tot de Nota grondbeleid wordt de Uitvoeringsnota grondbeleid niet door de gemeenteraad vastgesteld, maar door het college. De Uitvoeringsnota grondbeleid zal om de vier jaar worden geëvalueerd en indien nodig, worden geactualiseerd. Indien er wezenlijke aanpassingen noodzakelijk zijn, zal deze uitvoeringsnota opnieuw ter vaststelling aan het college van B&W worden voorgelegd.

Nota grondbeleid 2025 – 2030

52

Omgevingsplan In het Omgevingsplan zijn de ruimtelijke kaders van de gehele gemeente opgenomen. Wanneer een ruimtelijke ontwikkeling niet past binnen het Omgevingsplan dient dit te worden gewijzigd. Een door de raad vast te stellen wijziging van het omgevingsplan bepaalt specifiek wat de kaders zijn voor de ruimtelijke ontwikkeling van het plangebied zelf. Bij de besluitvorming over dit plan maakt de raad een afweging tussen alle gemeentelijke doelstellingen ten aanzien van het gebied en het beoogde financiële resultaat. Visies en facetbeleid Door het vaststellen van ruimtelijke visies en facetbeleid met ruimtelijke implicaties geeft de raad richting aan de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen. Deze visies en dit facetbeleid zijn kaderstellend voor de uitvoering van het grondbeleid. In het vervolg zal in de beleidsstukken worden aangegeven wat de effecten zijn van in het beleid gemaakte keuzes voor de financiële positie van de grondexploitatie. P&C-cyclus Periodiek controleert en toetst de raad in hoeverre de uitvoering van het grondbeleid door het college binnen de wettelijke en door de raad vastgestelde kaders plaatsvindt. De financiële gevolgen van het uitvoerende grondbeleid hebben een relatie met en invloed op de gemeentelijke begroting. Dit is in de verschillende documenten van de Planning & Control (P&C) -cyclus opgenomen.

De gemeente kent de volgende producten van de P&C-cyclus, dan wel rapportagemomenten, in relatie tot het grondbeleid, welke door de raad worden vastgesteld: Product

Essentie

Positie

Relatie grondbeleid

Kadernota

Vaststellen uitgangspunten begroting Kaders voor het te voeren beleid, zowel kwalitatief als kwantitatief

Vooruitkijkend

Afhankelijk van inhoud kadernota Meerjarig perspectief van de grex.

Jaarrekening

Verantwoording afleggen over het afgelopen jaar

Terugkijkend

Boekwaardes Winst en verlies bepalen

Nota grondexploitatie

Verantwoording grondexploitaties en facilitaire projecten en vaststellen meerjarenprognoses Constateren van financiële afwijkingen buiten de reguliere rapportage, namelijk de Nota grondexploitatie

Terugkijkend en vooruitkijkend

Verantwoording van grondbeleid

Terugkijkend en vooruitkijkend

Tussentijds verslagleggen van de actieve projecten en de faciliterende projecten met de grootste financiële impact.

Programmabegroting

Najaarsbericht

Nota grondbeleid 2025 – 2030

Vooruitkijkend

Relevante onderdelen m.b.t. het grondbeleid Indien noodzakelijk

Paragraaf grondbeleid, Paragraaf weerstandsvermogen Paragraaf grondbeleid

Gehele nota

53

Kadernota In de kadernota zijn de plannen voor de komende jaren opgenomen en hoe die betaald worden. Het gaat dus vooral over belangrijke keuzes en eventuele nieuwe richtingen. De kadernota is ook de basis voor de volgende begroting. Programmabegroting In de begroting staat aangegeven welke concrete projecten in het betreffende jaar centraal zullen staan. Daarnaast worden in de paragraaf ‘Grondbeleid’ de hoofdlijnen van het grondbeleid, zoals verwoord in de Nota grondbeleid, weergegeven plus de mogelijke effecten die actuele ontwikkelingen hierop hebben. Bij dit laatste kan men in het bijzonder denken aan wijzingen in algemene wet- en regelgeving. Jaarrekening De bovengenoemde documenten bieden kaders voor het door het college uit te voeren grondbeleid. In de jaarrekening legt het college verantwoording af over de realisatie en voortgang van de projecten. De financiële positie van de grondexploitatie is het centrale onderwerp van de paragraaf ‘Grondbeleid’ uit dezelfde jaarrekening. Gedetailleerde verantwoording wordt afgelegd in de hieronder genoemde Nota grondexploitatie. Nota grondexploitatie Hierin wordt de wijze waarop in het afgelopen jaar invulling is gegeven aan het grondbeleid beschreven plus de effecten hiervan op de boekwaarde.

Het geprognosticeerd eindresultaat en de stortingen en onttrekkingen vanuit de Reserve Grondexploitatie (Algemene Reserve) worden toegelicht. Bovendien behandelt deze nota ook de jaarlijkse volledige actualisatie van de risicoanalyse, de meerjarenprognose en het effect daarvan op de Reserve Grondexploitatie (Algemene Reserve). De jaarlijks verschijnende Nota grondexploitatie vormt een belangrijk brondocument voor zowel de begroting als de jaarrekening. Najaarsbericht In deze rapportage geeft het college een overzicht van de beleidsmatige en financiële afwijkingen betreffende het lopende jaar. Om gedurende het jaar meer financiële sturing te geven op de actieve projecten en de faciliterende projecten met de grootste financiële impact zal in het najaarsbericht verslag worden gedaan van deze projecten.

Nota grondbeleid 2025 – 2030

54

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15033890/1