Gerectificeerde tekst Programma duurzaamheid begroting 2023
Tekst van het document
Programma Duurzaamheid
1
Ambitie Waalwijk wil in 2043 klimaatneutraal zijn. Om deze ambitie te realiseren wil de gemeente Waalwijk zich duurzaam ontwikkelen en overgaan naar een energieneutraal, CO2-arm en klimaatbestendig Waalwijk. Op 6 februari 2020 heeft de gemeenteraad de visie Duurzaam Waalwijk 2020 - 2030 en het uitvoeringsprogramma 2020 – 2023 vastgesteld. Dit uitvoeringsprogramma is gekoppeld aan de Visie Duurzaam Waalwijk 2020 – 2030 waarin de ambities voor 2030 zijn beschreven. Beide documenten vormen de basis voor het programma Duurzaamheid. In de Visie Duurzaam Waalwijk 2030 is beschreven dat er in 2030 49% besparing van de CO2-uitstoot gerealiseerd moet zijn. Om dit te bereiken richt het programma zich op drie pijlers: 1. Energie: Opwekken van duurzame energie en het besparen van energie 2. Water en Groen: verbeteren kwaliteit en kwantiteit van het water en groen 3. Duurzamer maken van productie en consumptie. Deze drie pijlers zijn uitgewerkt in 12 doelstellingen, waar het kan SMART geformuleerd. Het programma Duurzaamheid werkt aan de realisatie van deze doelstellingen.
2
Algemeen Doelstellingen D.010 | CO2 reductie In 2020 is de Visie Duurzaam Waalwijk 2030 vastgesteld. Daarmee heeft de gemeenteraad aangegeven dat we ons duurzaam willen ontwikkelen en overgaan naar een energieneutraal, CO2- arm en klimaatbestendig Waalwijk in 2043. Om onze welvaart ook voor toekomstige generaties te behouden, is het nodig om de belasting van het milieu en de afhankelijkheid van fossiele energie en schaarse grondstoffen te verminderen en om klimaatbestendig en water-robuust te zijn. Er is urgentie in de forse vermindering van de uitstoot van CO2, met het oog op de (aanstaande) klimaatveranderingen. Alle andere broeikasgassen worden teruggerekend naar CO2equivalenten, waardoor we effectief alleen spreken over het terugdringen van CO2. De ambitie van Waalwijk is CO2 arm te worden en de energie die we verbruiken duurzaam op te wekken. Concreet betekent dit dat we er naar streven dat onze CO2 uitstoot met 49% is beperkt in 2030 ten opzichte van het niveau van 1990 en in 2043 onze CO2 uitstoot nagenoeg nul is. We doen dit door in te zetten op de opwek van duurzame energie, energiebesparing, meer (en beter) groen, klimaatbestendigheid, circulaire ontwikkelingen, minder afval en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Indicatoren IND 9.009 | CO2 uitstoot Waalwijk (in ton)
referentiewaarde actuele waarde streefwaarde referentiejaar waarde jaartal waarde jaartal waarde 1990 100% 2020 77% 2030 50% 2018 5% 2021 12% 2030 50% 2019 0% 2020 0,20% 2030 15%
Prestatieindicatoren CO2 uitstoot duurzame opwek besparing gasverbruik perc won zonder gasinstallatie 2019 3% 2020 4% besparing openbare verlichting 2013 0% 2021 34% Bronnen: Klimaatmonitor Rijkswaterstaat en opgave Greenchoice.
2030
20%
2030
50%
Maatregelen CP22_26|DZ_D.006 We stellen geld beschikbaar als cofinanciering bij het provinciaal project Grote Oogst Duurzame bedrijventerreinen zijn een belangrijke voorwaarde voor een toekomstbestendige economie en een goed en gezond woon- en vestigingsklimaat. Daarnaast kan de verduurzaming van bedrijventerreinen een substantiële bijdrage leveren aan onder andere de energietransitie, circulariteit en klimaatadaptatie. Het project Grote Oogst van de provincie richt zich op 13 terreinen, verspreid over Brabant, waarbij in samenwerking met gemeenten, bedrijven en andere partijen aan de versnelling van de transitie gewerkt wordt. Samen zijn deze terreinen goed voor 65% van het energieverbruik op Brabantse bedrijventerreinen. Het bedrijventerrein Haven in Waalwijk is één van die terreinen. De
3
Waalwijkse bedrijventerreinen kennen een hoge organisatiegraad ondermeer door de aanwezigheid van de Stichting Waalwijk CO2 Vrij en Parkmanagement en de reeds bestaande samenwerking binnen de Green Deal bedrijventerreinen. In 2023 t/m 2025 wordt uitwerking gegeven aan het plan van aanpak Grote Oogst Waalwijk. In het plan van aanpak staan maatregelen en activiteiten om de transitie op het vlak van energie, warmte, circulariteit en klimaatadaptatie te versnellen. Een actueel thema is bijvoorbeeld de netcongestie, het volraken van het elektriciteitsnetwerk, waardoor (duurzaam opgewekte) energie er niet meer bij kan. Op bedrijventerrein Haven wordt een energyhub onderzocht. Daarin kan bijvoorbeeld energie worden opgeslagen voor later gebruik en worden opwek en gebruik slim op elkaar afgestemd. De bijdrageregeling Grote Oogst is bedoeld om de uitvoering van deze plannen financieel te ondersteunen in cofinanciering met gemeente en ondernemers en andere stakeholders. Vanuit de provincie is maximaal 250.000 euro beschikbaar. De gemeente en ondernemers/overige stakeholders stellen ook ieder 250.000 euro beschikbaar.
4
Energie Doelstellingen D.011 | In 2030 wekken we 50% van de verbruikte elektriciteit duurzaam op In 2021 is de kadernota grootschalige Opwek Duurzame Energie door de raad vastgesteld. Hierin is vastgesteld dat we met de inzichten van 2021 215.500 MWh per jaar aan elektriciteit willen opwekken in 2030 met bewezen technieken (zonnepanelen en wind). Tevens is het zoekgebied voor realisatie van wind en zonprojecten gedefinieerd. Na vaststelling van de kadernota zijn we gestart met de uitwerking van de activiteiten die in de kadernota zijn benoemd, ondermeer het starten van het mer-traject, het overleg met de mogelijke ontwikkelaars en het in beeld brengen van de participatiemogelijkheden. Indicatoren IND 9.011 | hoeveelheid lokaal grootschalig opgewekte duurzame energie (in MWh)
Maatregelen
CP22_26|DZ_D.009 We gaan zelfstandig uitvoering geven aan onze lokale opgave in de REKS In 2021 heeft het college het besluit genomen om niet deel te nemen in het regionaal publiek ontwikkelbedrijf. Na dat besluit is de gemeente zelfstandig gestart met het proces om te komen tot realisatie van grootschalige opwek van Duurzame energie en wordt de raad regelmatig op de hoogte gebracht over de voortgang van dit proces. E.e.a. in overeenstemming met de door de raad vastgestelde kadernota Grootschalig Opwek van Duurzame Energie. Overigens blijven we actief betrokken bij de regionale beleidsactualisatie op het gebied van de REKS.
CP22_26|DZ_D.007 Als gemeente nemen we het initiatief om zelf windmolens te exploiteren op Haven 8 Oost In 2023 besluit de gemeenteraad over de voorkeursplaatsingszones. Binnen deze plaatsingszones kunnen ontwikkelaars vergunningsaanvragen indienen. Na vaststelling van de plaatsingszones wil de gemeente, vanuit een private rol, mits passend binnen een voorkeursplaatsingszone, op bedrijventerrein Haven 8 Oost een vergunningsaanvraag indienen voor de ontwikkeling van windturbines. Zij is daarbij uiteraard gehouden aan dezelfde kaders als de overige ontwikkelaars. De wijze waarop de private rol wordt vormgegeven wordt nader uitgewerkt. Daartoe zal worden onderzocht hoe de verhouding van de publiekrechtelijke rol van de gemeente als bevoegd gezag ten opzichte van de privaatrechtelijke rol van de gemeente als ontwikkelaar en grondeigenaar het beste kan worden ingevuld.
5
CP22_26|DZ_D.008 We onderzoeken en benutten de mogelijkheden om te participeren in de ontwikkeling van grootschalige energie-opwek aan de westkant van bedrijventerrein Haven. In 2023 besluit de gemeenteraad over de voorkeursplaatsingszones. Binnen deze plaatsingszones kunnen ontwikkelaars vergunningsaanvragen indienen. Binnen de verwachte voorkeursplaatsingszones aan de westzijde van bedrijventerrein Haven hebben een aantal ontwikkelaars al afspraken over grondposities. We onderzoeken samen met deze ontwikkelaars op welke wijze de gemeente hier zou kunnen participeren in de ontwikkeling van en/of exploitatie van grootschalige opwek. De activiteiten betreffen de uitwerking van de verschillende mogelijkheden voor de gemeente om deel te nemen in projecten van andere initiatiefnemers mede in verhouding tot de publiekrechtelijke rol van de gemeente als bevoegd gezag. Doelstellingen D.012 | Meer energie besparen bij de openbare verlichting Bij nieuwe aanleg of vervanging van openbare verlichting passen we standaard energiezuinige verlichting, zoals ledverlichting, toe, zodat voldaan wordt aan het SER Energieakkoord. Dat wil zeggen: 50 % energiebesparing openbare verlichting in 2030 t.o.v. 2013; Indicatoren IND 9.012 | Energiebesparing openbare verlichting (MWh)
Doelstellingen D.013 | Energie besparen voor verwarming woningen Eind 2021 heeft besluitvorming plaatsgevonden over de transitievisie Warmte. Energiebesparing door onder andere isolatie van woningen is hierin een belangrijke speerpunt. De komende jaren gaan we uitvoering geven aan de transitievisie onder andere door het opstellen van buurt-uitvoeringsplannen en het faciliteren van inwoners in hun verduurzamingsplannen. Een belangrijk communicatiemiddel is het in 2021 geopende digitale energieloket en het in 2022 geopende fysieke loket. Indicatoren IND 9.013 | Energiegebruik gebouwde omgeving (in Tj)
Doelstellingen D.014 | woningen van het aardgas of aardgasvrij-bestendig Door het Rijk is besloten dat in 2030 de gaskraan in Groningen volledig dichtgaat en in 2050 in Nederland geen gas meer gebruikt mag worden in de gebouwde omgeving. De verantwoordelijkheid om in de gebouwde omgeving deze transitie op gang te brengen ligt bij de gemeenten. In de vastgestelde transitievisie Warmte wordt de aanpak tot 2030 beschreven. In 2023 wordt verder uitvoering gegeven aan deze visie. De raad wordt daarvan op de hoogte gehouden.
6
Indicatoren IND 9.014 | Aantal woningen van het gas af of aardgasvrij-bestendig
Maatregelen CP22_26|DZ_D.005 Uitbreiden van de capaciteit Verduurzaming gemeentelijk vastgoed Om de ambitie om in 2043 CO2 neutraal te zijn te kunnen halen, is het nodig flinke stappen te gaan zetten in het verduurzamen van het gemeentelijke vastgoed. Met de stijgende energieprijzen en diverse objecten met forse verbruiken word het ook financieel steeds interessanter deze stappen sneller te gaan nemen. De hoofdtaak van het team vastgoed is het beheren en onderhouden van vastgoed en ondersteunen bij storingen en calamiteiten, dat gaat, ook gezien de huidige markt, vaak met de waan van de dag. Om daarnaast nieuwe projecten in gang te zetten die helpen bij de verduurzaming van het vastgoed is extra capaciteit noodzakelijk. De nieuwe adviseur duurzaamheid, de beleidsmedewerker vastgoed en deze projectleider zullen samen optrekken om stappen te zetten in het behalen van de ambitie voor 2043.
7
Water & groen Doelstellingen D.015 | Meer biodiversiteit In 2030 hebben we ten opzichte van 2019 de biodiversiteit met 5% vergroot. D.016 | Meer groen In 2030 hebben we ten opzichte van 2019 een toename van 10% gemeentelijk groen gerealiseerd. Daar waar mogelijk worden meerder functie in het groen geïntegreerd, zoals waterberging, speelfuncties en wandelpaden. We streven ernaar dat iedere inwoner binnen 300 meter een toegankelijke groenvoorziening heeft. D.0x | Afstand woning tot toegankelijk openbaar groen verkleinen In 2030 hebben we de gemiddelde afstand tot openbaar toegankelijk groen verkleind tot 300 meter. Indicatoren IND 9.015 | percentage groenareaal Percentage groen met een meerwaarde voor biodiversiteit Gemiddelde afstand tot openbaar toegankelijk groen Maatregelen Uitvoering geven aan de groene agenda en het vastgestelde groenbeleid Doelstellingen D.017 In 2030 is Waalwijk een klimaatrobuuste gemeente De ambitie is dat Waalwijk in 2030 uitvoering heeft gegeven aan de uitvoeringsagenda klimaatadaptatie en dat nieuwe ruimtelijke plannen klimaatbestendig worden gerealiseerd. Indicatoren Percentage afgekoppelde verharding Maatregelen Uitvoering geven aan de uitvoeringsagenda klimaatadaptatie en het IWW
CP22_26|8.008 We gaan het Vredesplein vergroenen. Voor het vergroenen van het Vredesplein is een voorbereidingskrediet van € 75.000 nodig in 2023. Dit bedrag is nog niet beschikbaar. Daarna kan op basis van een nog door de gemeenteraad te verlenen uitvoeringskrediet het vergroenen van het Vredeplein worden voorbereid en uitgevoerd.
8
Duurzamere productie en consumptie Doelstellingen D.019 | Faciliteren elektrisch vervoer We faciliteren schone vormen van vervoer. We actualiseren ons laadpalenbeleid van een volgend beleid naar een stimulerend beleid en integreren dit in ons mobiliteitsbeleid. Indicatoren IND 9.016 | Aantal (semi)publieke e-laadpunten
Prestatie indicatoren Aantal (semi) publieke laadpunten per 1000 inw.
referentiewaarde actuele waarde referentiejaar waarde jaartal waarde 2019-12
120 2021-12
228
streefwaarde jaartal waarde 2030
dekkend
Bron: Ecomovement via de Klimaatmonitor Doelstellingen D.020 | Stimuleren lokale deeleconomieën en circulaire economie Nieuwe of te renoveren gebouwen en woningen worden zoveel mogelijk levensloopbestendig gerealiseerd en gebruikte materialen zijn herbruikbaar. Hierover maken we afspraken met de woningbouwcorporatie, projectontwikkelaars en het bedrijfsleven. We onderzoeken welk instrumentarium hiervoor het meest geschikt is en welke ambities we precies gaan vastleggen. We faciliteren, in samenwerking met het bedrijfsleven, een online platform dat de materialenstromen van bedrijven in kaart brengt en zoekt naar matches tussen vraag en aanbod. Hierbij kan het gaan om het uitwisselen van materialen, maar bijvoorbeeld ook om energie en mobiliteit. We stimuleren en faciliteren lokale deel-economieën, zoals de voedselbank, tweedehands markten op het gebied van kleding, sloopafval, speelgoed en organisaties die hergebruik stimuleren door reparatie, verhuur en lease. Daaronder vallen ook stadstuinen, pluktuinen en deeloogsttuinen. Doelstellingen D.021 | Restafval verminderen We kennen in onze gemeente (als ook landelijk) nog steeds veel lineaire productieprocessen, waardoor er ook diverse reststromen zijn die we afdanken en niet hergebruiken of recyclen. Hierdoor verspillen we schaarse grondstoffen en vernietigen we waarde. Ons huishoudelijk afval wordt gescheiden aangeboden.
Toch belandt nog ca. 100 kilogram huishoudelijk restafval per inwoner per jaar in de verbrandingsoven. Onze ambitie is om de hoeveelheid restafval sterk terug te brengen en een verdere daling van de hoeveelheid restafval door te zetten.
9
Indicatoren IND 7.002 | Omvang huishoudelijk restafval (in kg per persoon per jaar)
jaar 2012 Omvang 152 huishoudelijk restafval
2013 141
2014 144
2015 110
2016 97
2017 94
2018 92
2019 91
2020 97
Bron: CBS, huishoudelijk restafval Maatregelen CP22_26|DZ_D.004 We streven naar het behalen van de landelijke afvalnormen Helaas belanden nog steeds veel waardevolle grondstoffen bij het restafval. Dat is zonde! Want alles wat onze inwoners in de grijze container doen, gaat de verbrandingsoven in. Daarom willen we de hoeveelheid restafval flink verminderen. De eerste stap hebben we in 2015 gezet. We legen de grijze container nog maar één keer in de vier weken. De hoeveelheid restafval is daarmee al flink gedaald, maar we zijn er nog lang niet. Om te bepalen wat de volgende stap wordt, doen we – op verzoek van de raad – een aantal afvalproeven. De resultaten van de afvalproeven zijn mede bepalend voor de invulling van stap 2 uit het Grondstoffenbeleidsplan. In 2023 dragen we zorg voor de verdere implementatie van de proeven en de evaluatie daarvan. De raad zal hiervan op de hoogte worden gebracht. Wat mag het kosten? De financiën die nodig zijn voor de uitvoering van het programma duurzaamheid worden door de vakafdelingen in de programmabegroting verantwoord.
Tevens is er voor de ontwikkeling van het programma duurzaamheid een budget beschikbaar van € 150.000 per programma en is voor de uitvoering van het programma Duurzaamheid in de begroting voorzien in een reserve van 1 miljoen voor de uitvoering van de extra taken op het gebied van verduurzaming, te weten: • Regionale energie strategie; • Grootschalige opwek van duurzame energie; • Verduurzaming van de huidige woningen; • Duurzame realisatie van nieuwe woningen; • Klimaatadaptatie; • Verduurzaming van gemeentelijk vastgoed; • Participeren in, en beoordelen van nieuwe innovaties; • Verduurzaming van industrieterreinen; • De warmtetransitie; • De groene agenda. Daarnaast zoeken we naar financiering door derden in de vorm van subsidies, bijvoorbeeld de bijdrageregeling grote Oogst en voegen we via begrotingswijzingen extra uitkeringen via gemeentefonds en de rijkscirculaires toe aan de reserve duurzaamheid.
10