CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

ChristenUnie AlgemeneBeschouwingKadernota2024

Raadsvergadering 6 juli 2023, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Algemene beschouwingen op volgorde van indienen1.140 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vz, onze bijdrage heeft als titel gekregen ‘Waalwijk piept en kraakt’. Dit slaat wat ons betreft in de eerste plaats niet op de organisatie of het college of op onze financiële vooruitzichten maar op een deel van de bevolking van de gemeente Waalwijk. Het Sociaal Cultureel Planbureau stelt in het rapport ‘Eigentijdse ongelijkheid’ dat we in Nederland een klassenstructuur hebben. Als tegen die achtergrond de overheid vooral zorgt en oog heeft voor de bovenste klassen, dan tast dit het vertrouwen van de onderste klassen in de overheid aan. Hoe groot is het wantrouwen in de gemeente Waalwijk? Wat ons betreft spreekt de lage opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen boekdelen. En wat doen wij daaraan? De groepen ‘Onzekere werkenden’ en het ‘Precariaat’ ervaren hun positie als achtergesteld. Precariaat is een sociologisch begrip; het is een samentrekking van precair en proletariaat. Dat is de groep met de slechtste uitgangspositie. Overeenkomstig hun geringe bezit aan hulpbronnen plaatsen de onzekere werkenden en het precariaat zichzelf gemiddeld veel lager op de maatschappelijke ladder dan de andere klassen. Zij ervaren veel minder sociale cohesie. De leden van andere groepen, zoals de werkende bovenlaag en de jongere kansrijken, vinden zelden dat het met Nederland ‘duidelijk de verkeerde kant opgaat’.

Bij de rentenierende bovenlaag en de werkende middengroep komt dit iets vaker voor, terwijl het bij de laagopgeleide gepensioneerden, de onzekere werkenden en het precariaat 20-34% betreft; dat is geen meerderheid, maar wel een substantiële groep. De onzekere werkenden en het precariaat tellen relatief veel niet-stemmers; en als men van plan is te gaan stemmen, kiest men vaak voor een partij op de flanken van het politieke spectrum. Diezelfde twee kapitaalgroepen, plus de laagopgeleide gepensioneerden, hebben beduidend minder vertrouwen in de politiek. Ruim de helft van de drie sociale klassen aan de onderkant van de samenleving voelt dat de overheid te weinig doet voor mensen zoals zij (bij de sociale klassen aan de bovenkant is dat hooguit een kwart); bijna twee derde meent dat mensen zoals zij geen invloed hebben op wat de overheid doet (tegenover een derde bij de twee sociale klassen aan de bovenkant). De verschillen in (de combinaties van) hulpbronnen die groepen tot hun beschikking hebben zijn aanzienlijk. Deze structurele verschillen gaan bovendien gepaard met uiteenlopende visies op het eigen leven, de samenleving en op politieke en maatschappelijke kwesties. Als verschillen uitmonden in wrijving of

conflicten, kan de cohesie in de samenleving onder druk komen te staan. Dat voorkomen is een opgave die ook het beleid raakt. ‘Wat je verdient’ = economisch kapitaal, ‘wie je kent’ = sociaal kapitaal, ‘waar je bij past’ = cultureel kapitaal en ‘wie je bent’ = persoonskapitaal: denk aan gezondheid en aantrekkelijkheid, zijn bepalend voor iemands toekomst. Het hebben van een netwerk dat steun biedt of je verder helpt; het kunnen voldoen aan wat de moderne maatschappij van iemand vraagt, zoals het kunnen gebruiken van een computer of de Engelse taal spreken; niet alleen fysiek gezond zijn, maar ook mentaal; en hoe je eruitziet of waar je vandaan komt: het zijn allemaal elementen die bepalend zijn voor posities in de samenleving, en die de kansen van mensen kunnen vergroten of juist beperken. Denk bijvoorbeeld aan het groeiende belang van digitale en andere 21e eeuwse vaardigheden. Deze constatering houdt volgens ons ook in dat de klassieke doelgroepen als jongeren, ouderen en gehandicapten niet meer uitgangspunt kunnen zijn voor gemeentelijk beleid. Want ze komen allemaal in de verschillende klassen voor. Mensen uitsluitend zelf laten investeren in hun hulpbronnen helpt niet om structurele klassen tegenstellingen op te lossen of te verkleinen. Aan een beleidsstrategie die de verantwoordelijkheden voor zulke investeringen bij mensen zelf legt, kleven nadelen.

In de eerste plaats dreigt structurele ongelijkheid daarmee te worden gereduceerd tot een individueel probleem, waaraan de overheid niets doet. Ook is niet iedereen simpelweg in staat zulke investeringen te doen. De gemeente Waalwijk zou moeten proberen tekorten van de vier genoemde hulpbronnen aan te vullen. Deze strategie kan vooral effect sorteren bij de klassen met het minste kapitaal: de laagopgeleide gepensioneerden, de onzekere werkenden en het precariaat. Zowel hun fysieke als mentale gezondheid verdient aandacht, alsmede hun inkomens-, vermogens- en arbeidsmarktpositie. Bestrijding van eenzaamheid en het opbouwen van ondersteuningsnetwerken – dit past bij de nieuwe koers van het sociaal domein – zijn zeker nuttig. Dit geldt ook voor woningsplitsing en het stimuleren van vrijwilligerswerk door ze in het zonnetje te zetten. Tegen de achtergrond van de sociale veeldeling in Waalwijk beoordeelt de fractie van de ChristenUnie het beleid, de ambities van de coalitie en de financiële situatie.

Wij vinden bijvoorbeeld het contrast groot hoe veel medewerking projectontwikkelaars van de gemeente krijgen om rendement te behalen, terwijl de totale groep mensen die sinds de koerswijziging bij Baanbrekers in 2018 onder de aandacht van de gemeente valt in het kader van maatschappelijke activering nog steeds niet volledig is gesproken (nog ruim 100 van de 555), terwijl we al 5 jaar verder zijn. Ook de ChristenUnie heeft ambities. Dat blijkt uit deze bijdrage en ook de vijf moties die we hierbij indienen, getuigen hiervan. De meerjarenbegroting 2024-2027 kent een structureel tekort van ruim € 1,5 miljoen en dat is exclusief de zogeheten onontkoombaarheden. Met de vele wensen vanuit het coalitieprogramma worden de structurele problemen alleen

maar groter. Want daardoor loopt het tekort op tot maar liefst € 7,5 miljoen in 2027. De organisatie piept en kraakt, om niet te zeggen bezwijkt onder alle ambities van de coalitie, waardoor op een krappe arbeidsmarkt veel extra personeel moet worden aangetrokken. Maar is het wel nodig om nu voor € 100.000 een visie op het Hoefsvengebied te ontwikkelen? Is het verstandig om te blijven werken met een ruime beleidsreserve? Want tot nu toe zijn hiermee diverse zogenaamde incidentele uitgaven gestart die uiteindelijk, zoals verwacht, een structureel karakter kregen. Vz, in onze ogen neemt het college onverantwoorde risico’s door nog allerlei onontkoombaarheden en wensen – in 2024 voor bijna €2 miljoen - op te voeren, die ook na het verwerken van de meicirculaire zorgen voor een structureel tekort van ruim € 7,5 miljoen in 2027. In de kadernota noch in de raadsinformatiebrief naar aanleiding van de meicirculaire legt het college uit waarom het dit tekort van € 7,5 miljoen verantwoord vindt en/of op welke wijze het college dit tekort denkt terug te dringen. Wij hopen dat deze raad en zeker de coalitie daarop wel een visie heeft.

De fractie van de ChristenUnie sluit deze bijdrage in deze eerste termijn af met de eerder uitgesproken wens: “Ik hoop dat wij het verlangen opmerken naar gemeenschap waar uitsluiting heerst, naar een veilig thuis waar vervreemding heerst, naar liefde waar angst heerst. Dat mensen elkaar willen kennen als vervullers van elkaars leven, als medebouwers van een gemeenschap, waar mensen oog hebben voor elkaar. Dat wij bij ons knagend geweten, in ons aarzelend verlangen, in onze kwijnende hoop, ons aan elkaar zullen verbinden in liefde voor de medemens, voor onze medeburgers”.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12976731/1