Bijlage Uitgangspuntenomgevingsvisie
Tekst van het document
wsswzw
Uitgangspunten voor de Omgevingsvisie Waalwijk 2040-2050
De gemeente Waalwijk bruist van energie en we zijn volop bezig met het vormgeven van onze toekomstige leefomgeving. In 2025 willen we een omgevingsvisie hebben die wordt gedragen door inwoners, bedrijven en de gemeentelijke organisatie. De omgevingsvisie maken we samen! Met deze notitie maken we vooraf afspraken over de manier waarop we de omgevingsvisie met elkaar willen opstellen. Nog niet op de inhoud, maar wel op het proces. Dat vinden we van belang omdat het opstellen van een omgevingsvisie voor iedereen nieuw is. Het gezamenlijk bepalen van uitgangspunten kan dan helpen om dat proces beter met elkaar vorm te geven.
Omgevingswet: wat betekent dit aan veranderingen? De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. De Omgevingswet bundelt de wetgeving en regels voor onder andere ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Met de Omgevingswet is het stelsel van ruimtelijke regels volledig herzien. Er zijn straks minder (lokale) regels die bovendien overzichtelijk zijn, er is meer ruimte voor initiatieven en lokaal maatwerk. Integrale afweging van initiatieven en het geven van vertrouwen zijn sleutelbegrippen. Het doel en de meerwaarde van een initiatief in de fysieke leefomgeving moet centraal staan in plaats van de vraag: ‘mag het wel?’. Dit vraagt om een andere werk- en denkwijze van de gemeente, maar ook van andere overheden, burgers en bedrijven. Wat is het en wat doet dat nieuwe instrument, die omgevingsvisie? De Omgevingswet bevat een aantal instrumenten waarmee overheden de doelen van de wet in de praktijk kunnen brengen. Eén van de (verplichte) instrumenten voor gemeenten is de omgevingsvisie. Bij het maken van een omgevingsvisie bepaalt de gemeente op basis van doelen en ambities een koers voor de fysieke leefomgeving voor de hele gemeente. Dat kan een nieuwe koers zijn of de huidige koers handhaven, dit is afhankelijk van de actualiteit en de samenhang met andere beleidsdoelen. Wat een omgevingsvisie krachtig maakt is zijn zelfbindend karakter.
Dat betekent dat de gemeente zichzelf en de gemeenschap belooft om zich in besluitvorming te houden aan de kaders uit de visie. Om deze omgevingsvisie op te stellen gaan we ook ons huidige beleid evalueren. Evaluatie van het huidige beleid maakt immers helder wat de stand van zaken is. Wat werkt wel? Wat niet? Welke nieuwe opgaven zien we voor nu en in de toekomst? Welke aanvullende keuzes zijn nodig? Dat is een belangrijke basis voor de omgevingsvisie.
Omgevingsvisie: wat willen we bereiken? De omgevingsvisie geeft richting, want er worden keuzes gemaakt die een afwegingskader vormen voor zowel bestuurders als voor initiatiefnemers. Op die manier helpt de omgevingsvisie bij het maken van beleidskeuzes en is het een kader voor het toetsen van beleid en initiatieven. Het bestuur wordt daarmee in staat gesteld om een integrale afweging te maken over de mate waarin een ontwikkeling of initiatief duurzaam van meerwaarde is voor Waalwijk. Ook is de omgevingsvisie een inspiratiebron en dient het als een enthousiasmerende uitnodiging voor de samenleving om mede vorm te geven aan de toekomst van Waalwijk. Door zelf initiatieven te ontwikkelen maar ook om te participeren in initiatieven van anderen. Tot slot is het hiermee een hulpmiddel voor onze inbreng bij beleidsontwikkeling van andere overheden zoals rijk, provincie, regio en waterschap. Uitwerking Het bovenstaande roept veel vragen op over het hoe en het wat. Om iedereen mee te nemen in onze denkrichting hebben we opgenomen wat we als basis willen gebruiken bij het proces rond het opstellen van de omgevingsvisie. Naast het bovenstaande is de wens dat de omgevingsvisie bijdraagt aan het volgende: Afstemming met de Strategische Visie De strategische visie gaat over ‘het verhaal van Waalwijk’ waarbij het streven is om eind 2024 over te kunnen gaan tot besluitvorming.
De omgevingsvisie gaat over de uitwerking van de strategische visie voor de leefomgeving van Waalwijk. Het proces daarvan vraagt twee jaar waarmee afronding eind 2025 word voorzien. Bij de totstandkoming van beide visie trekken we zoveel als mogelijk gezamenlijk op bij de participatie en communicatie. Daarnaast maken we gebruik van elkaars analyses, en benutten en verrijken we die met elkaars kennis en inzichten. Kernkwaliteiten en identiteiten We benoemen onze kernkwaliteiten en identiteiten. Daaruit volgt wat echt van waarde is voor de inwoners van Waalwijk, Waspik en Sprang-Capelle, tijd en thema’s overstijgend. Voor dit onderdeel trekken we samen op met de Strategische visie Waalwijk. Op basis van gegevens van bestaande en in ontwikkeling zijnde beleidsdocumenten maken we in samenhang afwegingen voor de visie. Wat nog actueel is, nemen we over. We maken helder welke hoofdopgaven we zien en stellen we een gewenste ontwikkelrichting voor. Ook voor dit onderdeel trekken we samen op met de Strategische visie Waalwijk. Brede en gelaagde benadering fysieke leefomgeving We benaderen de fysieke leefomgeving breed en gelaagd. Met een brede benadering bedoelen we dat we de systematiek van ‘brede welvaart’ gebruiken. ‘Brede welvaart’ omvat alles wat mensen van waarde vinden.
Naast materiële welvaart gaat het ook om zaken als gezondheid, onderwijs, milieu en leefomgeving, sociale cohesie, persoonlijke ontplooiing en (on)veiligheid. De thema’s vanuit de Omgevingswet (gezondheid, veiligheid en duurzaamheid) en de sociale opgaven zoals vergrijzing, leefbaarheid en maatschappelijke betrokkenheid maken zo integraal onderdeel uit van de omgevingsvisie. Dit wordt mooi verbeeld in onderstaande boom.
Nota van uitgangspunten Omgevingsvisie Waalwijk 2024-2050
2
Als we spreken over een gelaagde benadering bedoelen we dat het gaat het om het in samenhang en onderlinge verbondenheid zien van de volgende drie lagen: 1 water, bodem en cultuurhistorie (ondergrond), 2 ondergrondse infrastructuur en 3 het ruimtegebruik. De mogelijkheden en beperkingen van de ondergrond zijn door toenemende druk op de ruimte steeds meer van invloed op de hogere lagen en omgekeerd. Overige uitgangspunten Aanvullend op bovenstaande is er nog een aantal aanvullende randvoorwaarden Omgevingsvisie voor 2024 met doorkijk naar 2050 We stellen de omgevingsvisie op voor 2040 met een doorkijk naar 2050. Een omgevingsvisie stellen we op voor de lange termijn. We kiezen voor 2040 omdat dit voldoende ver vooruit is voor de lange termijn maar tegelijk ook voldoende dichtbij om nog een voorstelling te kunnen maken van de toekomst. De doorkijk naar 2050 is gekozen omdat sommige ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving een lange voorbereidingstijd hebben. Deregulering We vormen met de Omgevingsvisie Waalwijk 2040 een basis voor het dereguleren van regels in het omgevingsplan. De Omgevingswet gaat uit van vertrouwen en het werken van uit de bedoeling. De verwachting is dat deregulering winst oplevert voor inwoners, bedrijven en de gemeentelijke organisatie. Deregulering kan worden bereikt door het stellen van duidelijke kaders in de omgevingsvisie.
Hierdoor is er binnen die kaders meer ruimte voor beleidsvrijheid, waardoor er minder regels nodig zijn. Deze nieuwe manier van werken vergt nog wel wat van de ambtelijke organisatie en het college en de raad. Het proces van het opstellen van de omgevingsvisie is een eerste stap in dit nieuwe werken en denken. Minimale planMER met een aantal extra’s We wegen de omgevingseffecten van de omgevingsvisie door middel van een minimale plan-milieueffectrapportage met daarbij een aantal extra’s. Een planMER is wettelijk verplicht omdat de omgevingsvisie het kader vormt voor het nemen van besluiten over MER-plichtige projecten. Er zijn geen juridische gevolgen als we hier van afwijken, omdat er geen beroep tegen mogelijk is. Daardoor kunnen we ook
Nota van uitgangspunten Omgevingsvisie Waalwijk 2024-2050
3
kiezen om het niet te doen. We doen in ieder geval wat minimaal wettelijk nodig is (milieueffecten beoordelen, adviescommissie MER). Daarnaast laten we ook andere omgevingseffecten (zoals gezondheid, veiligheid, duurzaamheid) toetsen. Op die manier ontstaat een basis om de effecten van brede welvaart in kaart te brengen. Daarmee krijgt de beoordeling van omgevingseffecten een volwaardige plek in proces en inhoud, naar de bedoeling van de wet. Een uitgebreide planMER, waarbij de alternatieven worden getoetst, kost veel meer geld, tijd en capaciteit dan nu is voorzien en in relatie tot de meerwaarde die het oplevert. Zorgvuldigheid boven tempo We kiezen voor een zorgvuldig proces, boven tempo. Bij het kopje ‘Aanpak’ hieronder staan de stappen van het proces beschreven. We streven ernaar dat het college de koers eind 2024 en de visie eind 2025 aanbiedt aan de raad. Wij verwachten dat dit voldoende tijd is om een zorgvuldig proces te doorlopen. Als dat anders blijkt te zijn, nemen we meer tijd voor een zorgvuldige uitwerking, wat kan leiden tot uitloop van een aantal weken tot maximaal een aantal maanden. Volgens de wet moet de omgevingsvisie op 1 januari 2027 zijn vastgesteld en dat is daarmee de uiterste deadline. Aanpak We stellen de visie gefaseerd op: eerst een Koers in 2024 (fase 1) en daarna de daadwerkelijke omgevingsvisie in 2025 (fase 2).
Dat resulteert in de volgende producten: Fase 1: bestaat uit het vormen van een Atlas van Waalwijk (inventarisatie & analyse); Het opstellen van een Alternatievennotitie (afwegen) en Het vaststellen van de Koers (kiezen). Uit de Atlas volgen de kernkwaliteiten, hoofdopgaven en logische alternatieven. Uit de Alternatievennotitie volgen verschillende ontwikkelingsrichtingen voor de hoofdopgaven. Door het werken met alternatieven komt het totale speelveld van belangen in beeld, zo geven we een stem aan die verschillende belangen. Hierdoor kan de raad een bewuste keuze maken voor een koers als voorkeursalternatief. Fase 2: bestaat uit het uitwerken van de gekozen koers in thematische en gebiedsgerichte hoofdlijnen van beleid. Eerst in een concept-omgevingsvisie en na de wettelijke inspraak in een definitieve omgevingsvisie. Vervolg en onderhoud Het werken met de omgevingsvisie vergt een nieuwe manier van werken en een nieuwe manier van denken. Het hoeft niet in één keer helemaal af te zijn of helemaal goed. Het is een dynamisch stuk, dat telkens wordt geactualiseerd, aangescherpt en aangevuld. We houden de omgevingsvisie actueel via een cyclisch proces. Dit betekent dat we werken volgens de beleidscyclus van de Omgevingswet (zie afbeelding).
Nota van uitgangspunten Omgevingsvisie Waalwijk 2024-2050
4
Dit hoeft niet steeds te leiden tot een algehele herziening van de visie maar kan ook bijstelling op een of enkele onderdelen betekenen. De uitwerking van de omgevingsvisie vindt plaats in omgevingsprogramma's, als tussenstap naar regels voor in het omgevingsplan. In het uitvoeringshoofdstuk van de omgevingsvisie werken we een programmastructuur en de wijze van actualisatie verder uit, passend bij de koers en inhoud van de omgevingsvisie. Participatie en communicatie We hechten grote waarde aan de inbreng van de samenleving bij de totstandkoming van de omgevingsvisie. We betrekken inwoners, ondernemers, maatschappelijke en bestuurlijke partners. Interne participatiepartners zijn raad, college en ambtenaren. Ook hierin trekken we samen op met de Strategische visie Waalwijk. We willen zo veel mogelijk meningen duidelijk in beeld krijgen om aan te kunnen sluiten bij de leefwereld van inwoners. Daarmee wordt onze visie beter en meer van iedereen. We willen daarbij zoveel mogelijk verschillende doelgroepen bereiken met een mix van middelen en een geografische spreiding. Omdat de jongeren van nu de toekomst van het Waalwijk van morgen zijn vinden we hun inbreng extra belangrijk. We organiseren participatie zo veel mogelijk in een vroeg stadium. Daarbij willen we recht doen aan de opbrengst van participatie in fase 1.
Dit betekent het participatie- en communicatieplan voor fase 2 pas uitwerken als we zicht hebben op de uitkomsten van fase 1. We maken een communicatie- en participatieplan dat is gebaseerd op het gemeentelijke Participatiebeleid en waarbij we gebruik maken van de Handreiking Participatie. Het participatieniveau is ‘meedenken’. We kiezen voor dit niveau van participatie omdat dit het hoogst haalbare niveau is als het gaat om strategische keuzes. We halen actief wensen en ideeën op, de raad stelt de koers en de inhoud van omgevingsvisie uiteindelijk vast. Bij het opstellen van het communicatieplan hanteren we de volgende uitgangspunten:
Nota van uitgangspunten Omgevingsvisie Waalwijk 2024-2050
5
Centraal: Alle informatie over de omgevingsvisie Waalwijk 2040 is op één plek te vinden. Dit is op een landingspagina op de gemeentelijke website. Concreet: Wij communiceren zo concreet mogelijk. Dus geen jargon en complexe vergezichten, maar juist heldere vragen die aansluiten bij inzichten en ervaringen die mensen nu hebben. Goed te volgen: Wij zorgen ervoor dat steeds duidelijk is met wie wij in gesprek zijn, hoe wij de uitkomsten meenemen en wanneer en hoe besluitvorming plaatsvindt. Wij koppelen regelmatig terug. Woord en beeld: Wij kiezen in de communicatie voor een goede mix van beeld en tekst. Ervaringen: Wij vragen niet alleen naar de inhoud, maar toetsen ook hoe mensen de gesprekken ervaren. Zo leren wij van dit participatieproces, wat wij mee kunnen nemen in de evaluatie van de participatie. Toegankelijk: Uiteraard zorgen we voor een toegankelijke omgevingsvisie. Dit betekent een omgevingsvisie die concreet, begrijpelijk (tekst/visueel), makkelijk aanpasbaar en digitaal te ontsluiten is via de gemeentelijke website en het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). We verwoorden en verbeelden de visie op inspirerende wijze.
Nota van uitgangspunten Omgevingsvisie Waalwijk 2024-2050
6
Bijlage 1. Meenemen in omgevingsvisie Bij de analyse van de relevant lokaal en bovenlokaal beleid in ieder geval betrekken: (geen limitatieve lijst) Lokaal beleidskader Coalitieprogramma 2022-2026 Strategische visie en strategische koers. Update in ontwikkeling. Structuurvisie Waalwijk 2025: huidige ruimtelijke toekomstvisie van Waalwijk. Omgevingsvisie 1.5: een overzicht van bestaande en actuele beleidsdocumenten met betrekking tot de fysieke leefomgeving, inclusief de bouwsteen gezonde fysieke leefomgeving. Koersbepaling sociaal domein: huidige koers in beleid voor het sociaal domein waarbij de raad heeft gekozen voor scenario 3. Organisatie ontwikkelingsplan: koers voor de organisatie ‘Vanzelfsprekend goed op weg’. Krijgt lopende het traject van de omgevingsvisie mogelijk een update. Diverse zaken aan de uitwerking in de omgevingsvisie gekoppeld: Begroting – Stedenbouwkundige visie. CP22_26|8.007 Begroting - Visie voor recreatiegebied Hoefsven. Begroting - Vergroten leefbaarheid in Sprang-Capelle en Waspik.
CP22_26|8.014 Begroting – Ontmoetingsplekken Sprang-Capelle en Waspik (CP22_26|8.016) Motie - Toekomst industrieterrein Zanddonk (14 jul 2022) Motie - Kaders participatieproces (4 juni 2020) (11042019) Motie - Beleidskader landelijk gebied (2 feb 2023) (838) Motie - Natuurinclusieve verstedelijking (9 mrt 2023) (891) Motie - Stedenbouwkundige uitgangspunten aangrenzend terrein slachthuisterrein (972) Toezegging - Uitbreidingslocaties SC en Waspik (14 juli 2022) (651) Toezegging – Hoogbouwvisie (14 juli 2022) (654) Bovenlokaal beleidskader Omgevingswet (Ow) Artikel 3.2. Ow (algemene eisen omgevingsvisie) Artikel 3.3. Ow (Europese milieubeginselen) Artikel 20.20 Ow (digitaal ontsluiten) Nationale omgevingsvisie (NOVI) en de Brabantse omgevingsvisie Provinciale Interim omgevingsverordening Ruimtelijk voorstel (in ontwikkeling): het Rijk heeft de provincies gevraagd om voor oktober 2023 een ruimtelijk voorstel te ontwikkelen. De nationale opgaven en het ruimtelijk voorstel worden opgesteld aan de hand van een drietal perspectieven: verstedelijking, landelijk gebied en klimaat & energie. Onderdeel hiervan zijn de uitwerking van de volgende producten: Ontwikkelperspectief en uitvoeringsafspraken NOVEX stedelijk Brabant. Brabants Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur, Energie en Klimaat (PMIEK). Regionale Energie en Klimaat Strategie (REKS).
Brabants Programma Landelijk Gebied (BPLG) inclusief de Gebieds Gerichte Aanpak (GGA) voor de ‘Loonse en Drunense Duinen’ en de ‘Westelijke Langstraat’. Verstedelijkingsstrategie inclusief ontwikkelprincipes van de twee stedelijke regio’s: BredaTilburg (SRBT) en ’s-Hertogenbosch (SRsH).
Nota van uitgangspunten Omgevingsvisie Waalwijk 2024-2050
7