Bijlage Implementatieplan 'Samen Redzaam'
Tekst van het document
1
Voorwoord Er zit zó veel kracht in onze samenleving! Overal in Waalwijk zie je mensen die hun schouders onder een vereniging zetten, die actief zijn in de wijk, of die simpelweg de buurvrouw helpen met haar dagelijkse boodschappen. Juist die kracht zorgt ervoor dat onze inwoners gezond en gelukkig kunnen leven. Als gemeente willen we daar actief aan bijdragen, met onze inzet gericht op bestaanszekerheid, publieke (mentale) gezondheid, gelijke kansen en zorg en veiligheid. Maar we zien ook dat ondanks al onze inspanningen de zorgvraag van onze inwoners toeneemt; dat problemen complexer worden. Het feit dat er onvoldoende mensen zijn om die zorg ook daadwerkelijk uit te voeren, maakt de situatie niet makkelijker. Het moet dus anders, en dat kan ook: juist door nóg meer gebruik te maken van de kracht die overal in Waalwijk al volop aanwezig is. Ons doel blijft gelijk: als gemeente willen we bijdragen aan een gezond en gelukkig leven voor onze inwoners. Maar we gaan dat anders organiseren. Slimmer en dichterbij. En bovenal: samen. Samen met onze professionele partners, en vooral samen met onze inwoners. Want dáár, bij onze inwoners, zit de kracht van Waalwijk! Als gemeente willen we daar zo goed mogelijk bij aansluiten. Luisteren naar wat er nodig is.
Wat kunnen en willen onze inwoners zelf? Hoe helpen we daarmee ook degenen die dat minder goed kunnen? Wat is daarvoor nodig van de gemeente? Zo ontwikkelen we met, voor én door inwoners voorzieningen en activiteiten, toegankelijk voor iedereen. En voor wie dat niet genoeg is, bieden we maatwerk: we blijven als gemeente natuurlijk ook de toegang tot jeugdhulp, Wmo en schuldhulpverlening. Met de nieuwe Koers Sociaal Domein versterken we de veerkracht van de gemeenschap en van al onze inwoners. Hun kracht, hun vragen en behoeften staan centraal. We bieden sneller en beter de juiste ondersteuning, nóg meer vanuit wederzijds vertrouwen en met minder administratieve rompslomp. Dat klinkt eenvoudig, maar het vraagt om veel aandacht en energie, en om een andere manier van werken voor onze organisatie. Beter luisteren, het gesprek aangaan. Soms op je handen zitten, en soms gewoon regelen wat kan en wat nodig is. Hoe we dat gaan doen? Dat zal de komende tijd steeds duidelijker worden. Onze koers is in ieder geval helder: samen zorgen we voor elkaar – nu en in de toekomst.
2
Inhoud 1.
Inleiding .................................................................................................................. 4
Bestaanszekerheid ............................................................................................................ 4 Publieke (mentale) gezondheid........................................................................................... 5 Gelijke kansen ................................................................................................................. 5 Zorg en Veiligheid............................................................................................................. 5 1.1 Ambities en doelen ...................................................................................................... 6 Ambities ....................................................................................................................... 6 Doelen ......................................................................................................................... 7 Monitoring .................................................................................................................... 7 2.
Implementatieaanpak ................................................................................................ 8
2.1.
Doelen-inspanningennetwerk .................................................................................. 8
2.2.
Opbouw implementatieplan ..................................................................................... 8
3.
Inhoudelijke clusters ................................................................................................ 10
3.1.
Leeswijzer ........................................................................................................... 10
3.2.
Cluster Sociale basis | 0-100 jaar (trede 1 en 2) ....................................................... 10
3.3.
Cluster Indicatievrije Ondersteuning | 0-100 jaar (trede 3) ........................................ 11
3.4.
Cluster Inkoop en Indicatiestelling (trede 4) ............................................................. 12
4.
Organisatorische clusters .......................................................................................... 14
4.1.
Leeswijzer ........................................................................................................... 14
4.2.
Cluster Beleid en Teamontwikkeling ........................................................................ 14
4.3.
Cluster Ondersteuning en randvoorwaarden ............................................................. 15
4.4.
Innovatie ............................................................................................................. 16
4.5.
Werkwijze ............................................................................................................ 16
5.
Organisatie, planning en financiën .............................................................................. 18
5.1.
Programma Jeugd en de koers sociaal domein ......................................................... 18
5.2.
Planning ............................................................................................................. 18
5.3.
Financiën ............................................................................................................. 18
Bijlagen: ........................................................................................................................... 19 Bijlage 1 Planning en fasering implementatieplan ‘Samen Redzaam’ ...................................... 19 Bijlage 2 Financiële paragraaf ........................................................................................... 21 Bijlage 3 Toelichting SES-WOA score.................................................................................. 25 Bijlage 4 Overzicht beleidsplannen ..................................................................................... 27 3
1. Inleiding Met dit implementatieplan ‘Samen Redzaam’ gaan we aan de slag met de veranderopgave uit de Koers Sociaal Domein. Deze is in november 2022 vastgesteld door de gemeenteraad. Het belangrijkste resultaat van de vastgestelde koers is: “Het vergroten van de bestaanszekerheid en de veerkracht van kwetsbare inwoners. Dit doen we door de omstandigheden waarin mensen leven te verbeteren en door de inzet op preventie en publieke voorzieningen.” We gaan de veerkracht van onze inwoners en gemeenschappen versterken, zodat de ‘samenredzaamheid’ wordt vergroot. Waar nu het zwaartepunt van onze inzet ligt op individuele zorg met een indicatie, gaan we dat verschuiven naar preventie, gericht op het versterken van individuen en gemeenschappen ofwel de sociale basis. Dit verduidelijken we met onderstaande tredestructuur. We maken de beweging van trede 4 naar 1, 2 en 3. Wanneer (hoog)specialistische zorg nodig is, willen we deze sneller kunnen inzetten . Deze beweging noemen we onze “veranderopgave”.
Het versterken van de ‘samenredzaamheid’ doen we door in te zetten op de pijlers bestaanszekerheid, mentale gezondheid, gelijke kansen en zorg en veiligheid. We geloven dat we dit zo dicht mogelijk bij onze inwoners moeten organiseren om de meeste impact te kunnen maken mét onze inwoners. Het versterken van de sociale veerkracht door inzet op deze pijlers vormt de rode draad voor deze beweging. De pijlers definiëren we daarbij als volgt:
Bestaanszekerheid “Een bestaan met voldoende en voorspelbaar inkomen, een woning, toegang tot onderwijs en zorg en een buffer voor onverwachte uitgaven. Dit is nodig om mee te kunnen doen in de samenleving.”1
1
https://www.divosa.nl/bestaanszekerheid
4
Publieke (mentale) gezondheid “Mentale gezondheid is de manier waarop je je verhoudt tot jezelf en tot anderen en hoe je omgaat met de uitdagingen in het dagelijks leven. Tegelijkertijd gaat het ook over hoe jij en anderen in de samenleving dit ervaren.” 2 We benaderen publieke (mentale) gezondheid vanuit positieve gezondheid volgens de methodiek van Mechteld Huber. 3
Gelijke kansen “Gelijke kansen betekent dat ieder kind in staat wordt gesteld -en wordt gemotiveerd en ondersteund- zich ten volste te ontplooien, ongeacht achtergrond, opleidingsniveau van de ouders of hun financiële middelen.” 4 Vanuit de Global Goals betekent ‘gelijke kansen’ dat “ernaar gestreefd wordt om tegen 2030 de sociale, economische en politieke integratie van iedereen te bevorderen, ongeacht hun leeftijd, geslacht, beperkingen, etniciteit, huidskleur, afkomst, geloofsovertuiging of economische status, en hun gelijke kansen te verzekeren”. 5 Om gelijke kansen te bevorderen kan ongelijke behandeling nodig zijn.
Zorg en Veiligheid “Hier gaat het over inwoners met een opeenstapeling van persoonlijke problemen op het vlak van zorg en veiligheid. Oorzaken en gevolgen lopen dwars door elkaar heen en zijn even divers als hardnekkig: psychische klachten, verslavingen, falende maatschappelijke integratie, hoog risico op escalatie, soms in combinatie met een verstandelijke beperking. De problematiek is complex en er zijn veel partijen bij betrokken. Hierdoor ontvangen mensen vaak onvoldoende passende zorg en/of ondersteuning. Met als gevolg gevaarlijk gedrag voor hunzelf en voor hun omgeving, zoals misbruik, mishandeling, bedreigingen of crimineel gedrag.” 6 Deze definities helpen het bestuur, de organisatie, onze partners en inwoners om via een gezamenlijke taal de beweging die we willen maken vorm te geven. Dit draagt ook bij aan het ontwikkelen en interpreteren van de monitor.
2 https://www.trimbos.nl/kennis/mentale-gezondheid-preventie/expertisecentrum-mentale-
gezondheid/definitie-mentale-gezondheid/ 3 https://www.iph.nl/positieve-gezondheid/wat-is-het/ 4
file:///H:/downloads/GKA011-A5-quickscan-230303-ow4.pdf
5
https://unric.org/nl/duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen/sdg-10/
6
https://vng.nl/artikelen/goed-op-weg-met-de-landelijke-agenda-zorg-en-veiligheid-perspectief-2025
5
1.1 Ambities en doelen In het raadsvoorstel van juni 2023 zijn ambities en doelen vastgesteld. Deze ambities en doelen waren vooral opgesteld vanuit de behoefte om ze meetbaar te maken. Omdat de beweging die we willen beperkt maakbaar en meetbaar is, herijken we de ambities en doelen als volgt:
Ambities 1.
We versterken de sociale veerkracht van onze inwoners en
gemeenschappen/samenleving. Onder sociale veerkracht verstaan we ‘Het vermogen van mensen en gemeenschappen om met veranderingen om te kunnen gaan en de toegang tot externe hulpbronnen die ze daarbij hebben’. In deze definitie zitten twee componenten. Het gaat enerzijds over het vermogen van mensen en anderzijds over de toegang die mensen hebben tot hulpbronnen. De eerste component van de definitie - het vermogen van mensen - gaat over de mate waarin mensen zelf in staat zijn om regie te voeren over hun leven en hun netwerk in te kunnen en willen zetten bij het oplossen van eventuele problemen. De tweede component van de definitie - de toegang tot hulpbronnen - gaat over de mate waarin mensen beschikking hebben over een sociaal netwerk, inkomen, opleiding, werk, publieke voorzieningen en woonkwaliteiten (sociale en omgevingshulpbronnen). 7 2.
We vergroten de impact die we maken voor onze inwoners en gemeenschappen.
Onder ‘impact vergroten’ verstaan we het effect dat onze inzet, en de inzet van onze partners, heeft voor inwoners en gemeenschappen. Een manier om dit te doen is met ‘impactgericht subsidiëren’. Dit is een methode waarbij we subsidieafspraken maken die belonen op basis van maatschappelijk rendement i.p.v. aantallen en doorlooptijden. Vanuit deze ambitie gaan we daarmee aan de slag. 3.
De integrale inzet op preventie leidt tot beter passende ondersteuning en zorg.
We werken vanuit het perspectief van de inwoner. Dat vraagt een integrale benadering vanuit het brede sociaal domein, waarbij we uitgaan van preventie. Dat betekent dat we samen met onze inwoners en in de gemeenschappen aan het werk gaan, zodat we problematiek tijdig signaleren en daarbij ondersteunen indien nodig. We kennen daardoor de behoeften en zijn in staat hier tijdig mét de inwoners een passende ondersteuning op te organiseren. Ook wanneer er zorg nodig is, zien we dat eerder en kunnen we dat sneller organiseren. Bij deze ambities hebben we doelen geformuleerd. De nummering van de doelen sluit aan bij het nummer van de ambitie waar deze bij horen.
7
Dit is de definitie die door het Pon Telos wordt gehanteerd en waarbij zij een monitor hebben ontwikkeld. Daarmee kunnen we de ontwikkeling hierop volgen. Meer informatie is te vinden via de volgende link: https://hetpon-telos.nl/content/uploads/2017/09/Veerkracht-in-Brabant-publicatie_web.pdf
6
Doelen 1.1.
De sociale veerkracht van inwoners neemt toe vanaf het moment van de nulmeting in
2024. 1.2.
De sociaal economische status van de aandachtswijken in Waalwijk is in 2026 toegenomen
ten opzichte van de SES-WOA 38 score van het CBS in 2021. 1.3.
Inwoners nemen de regie in het versterken van de sociale veerkracht van de eigen
leefomgeving. 2.1.
We kennen onze inwoners, buurten en wijken en we passen in gezamenlijkheid het aanbod
continu aan op hun behoefte. 2.2.
Er is continuïteit in de activiteiten voor alle inwoners en in de aanwezigheid van
professionals in de wijken. 2.3.
Onze sturing is gericht op het effect dat de inzet heeft voor onze inwoners.
3.1.
We hebben een dekkend ondersteuningsaanbod in de sociale basis en indicatievrije
ondersteuning (trede 1, 2 en 3). 3.2.
De ondersteuning die we bieden creëert zo min mogelijk afhankelijkheid van professionals.
3.3.
Voor inwoners die enkel zorg kunnen ontvangen op basis van een indicatie en waar het
gaat over een langdurige zorgvraag wordt actief gestuurd op inzet vanuit de Wlz.
Monitoring Samen met de raadswerkgroep hebben partners en de ambtelijke organisatie input geleverd voor de monitor sociaal domein. Hierbij heeft de werkgroep aangegeven dat het wenselijk is om in de monitor de verschuiving in de tredestructuur financieel te kunnen volgen. Daarnaast moet de monitor op wijkniveau op basis van een aantal kpi’s sturingsinformatie geven. In de Koers is opgenomen dat er ook narratief/verhalend wordt gemonitord. Dit is van belang omdat niet alles goed meetbaar is en concepten als “ervaren veerkracht” een subjectieve ervaring bevatten. Binnen deze kaders wordt de monitor ontwikkeld en aan een nulmeting gewerkt. Op basis van de nulmeting kunnen we de doelen concreet maken met streefcijfers en percentages. Dit stelt ons in staat om hierop te sturen. Via de reguliere P&C-momenten kan de raad en het college bijstellen waar nodig.
8
SES: sociaal economische status. WOA: welvaart, opleidingsniveau en arbeid. (zie bijlage 3)
7
2. Implementatieaanpak 2.1.
Doelen-inspanningennetwerk
Om inzichtelijk te maken welke activiteiten we uitvoeren in relatie tot de veranderopgave waar we voor staan hebben we een ‘doelen-inspanningennetwerk’ (DIN) gemaakt. In het DIN koppelen we de activiteiten aan de doelen. Vervolgens is een clustering aangebracht waarbij de tredestructuur en de veranderopgave als uitgangspunt zijn genomen. Daarnaast zijn de activiteiten ook gerelateerd aan de leeftijdsfase, pijlers van de Koers en de trede. Dit alles heeft geleid tot overzicht en inzicht. Dit stelt ons in staat om patronen en lacunes te zien. Praktisch laat het zien: -
wat doen we voor elke leeftijdsfase.
-
wat doen we op elke trede.
-
wat doen we aan elke pijler, etc.
2.2.
Opbouw implementatieplan
De opbrengst van verschillende gesprekken binnen de ambtelijke organisatie en met externe partners, de DIN en de veranderopgave kan op diverse manieren gebundeld en gepresenteerd worden. Dat kan bijvoorbeeld langs de leeftijdsfasen, langs de pijlers en langs de tredestructuur. Het kan ook nog langs de wetten (jeugdwet, Wmo, participatiewet), maar dat ligt vanuit de integrale benadering minder voor de hand. Voor elke keuze zijn argumenten voor en tegen te bedenken, én elke keuze moet ook de uitwerking van de andere elementen meenemen. Op basis van de analyse van alle input hebben we gekozen voor een uitwerking langs de treden, omdat dit ‘de achterkant’ is van hoe we ons organiseren, waarbij de behoefte van inwoners centraal staat. Hierbij hebben we 3 inhoudelijke clusters geformuleerd. Een cluster is een logische bundeling van een deel van de opbrengst, waarmee de ambtelijke organisatie, partners en inwoners aan de slag gaan. De inhoudelijke clusters zijn: -
Sociale Basis (trede 1 en 2)
-
Indicatievrije ondersteuning (trede 3 (in relatie tot 2 en 4))
-
Inkoop en indicatiestelling (trede 4 (in relatie tot 3))
8
Dat ziet er als volgt uit:
Sociale Basis (Cluster 1)
Indicatievrije zorg (Cluster 2)
Inkoop en Indicatie (Cluster 3)
Deze inhoudelijke clusters dragen direct bij aan de ambities en de doelen die we hebben opgesteld. Om dit mogelijk te maken hebben we ook inzet nodig op organisatorische aspecten. Daarom hebben we hiervoor ook 2 clusters geformuleerd, dat zijn: -
Beleid en teamontwikkeling
-
Ondersteuning en randvoorwaarden
Onder elk cluster hebben we één of meerdere implementatielijnen uitgewerkt. Implementatielijnen dragen bij aan de beweging die we willen maken. Aan de implementatielijnen zijn vervolgens implementatieactiviteiten gekoppeld die hier uitvoering aan geven.
9
3. Inhoudelijke clusters 3.1.
Leeswijzer
De beschrijving van de clusters is als volgt opgebouwd: Definitie van het cluster 1. Implementatielijn met toelichting i.
3.2.
Implementatieactiviteiten bij de implementatielijn met toelichting.
Cluster Sociale basis | 0-100 jaar (trede 1 en 2)
Onder de Sociale Basis verstaan we: “Alle inwoners, organisaties en netwerken die zich inzetten voor een veilige, gezonde en fijne plek om met elkaar samen te leven. De sociale basis zorgt ervoor dat mensen mee kunnen doen en brengt mensen bij elkaar.” Hierbinnen vallen dus alle activiteiten die gericht zijn op trede 1, ‘algemeen collectief’, en trede 2 ‘algemeen selectief’. Voor de sociale basis hebben we twee implementatielijnen met implementatieactiviteiten uitgewerkt: 1. Versterken van gemeenschappen en netwerken in de buurten en wijken: Samen met de gemeenschap de “Samen Redzaamheid” versterken door gemeenschappen vanuit de inwoners op te bouwen. We gaan meer in de gemeenschappen en netwerken faciliteren vanuit wat inwoners aangeven dat zij nodig hebben, zodat zij zelf werken aan het versterken van een buurt, gemeenschap of wijk. Doel is dat inwoners de regie nemen en samen aan de slag gaan. Daarnaast dat de verbinding tussen inwoners, samenwerkingspartners en de gemeente versterkt wordt zodat we beter aansluiten bij de leefwereld met de inzet die we doen. Hierbij horen de volgende implementatieactiviteiten: ii.
Community building/organizing; we stimuleren en faciliteren inwoners om zelf de regie te nemen over hun leefomgeving en op die manier de ‘Samen Redzaamheid’ van gemeenschappen te versterken. Bij community building hebben inwoners de regie en geven zij aan wat er nodig is om de (sociale) leefomgeving te versterken, ‘organizing’ gaat uit van de eigen organisatiekracht van inwoners. Gemeente en partners ondersteunen en faciliteren.
iii.
Structureel activiteiten gericht op meedoen, ontmoeten en versterken van netwerken in de buurten en wijken vanuit sport, cultuur, wonen en vrijetijdsbesteding voor jong en oud. Dat betekent dat we de inzet vanuit deze beleidsvelden in lijn brengen met de ambities en doelen vanuit het sociaal domein en zorgen dat deze bijdragen aan de pijlers.
iv.
We zetten specifiek in op jongerenparticipatie, om de verbinding met en de betrokkenheid van jongeren te versterken.
10
2. We werken toe naar een ‘structurele ondersteuningsstructuur’ voor en door inwoners en professionals: We willen de ‘Samen Redzaamheid’ van inwoners en gemeenschappen versterken door zoveel mogelijk met hen, door hen en voor hen te organiseren. In de eigen leefomgeving, dichtbij, gericht op het versterken van de veerkracht van individuen en gemeenschappen. Daarmee bedoelen we een netwerk dichtbij, waar je altijd een beroep op kan doen en/of op kan terugvallen als het even zelf niet lukt. Het idee hierachter is dat als we direct en dichtbij ondersteunen zodat we zwaardere hulpvragen voorkomen. Daar horen de volgende implementatieactiviteiten bij:
i.
Stimuleren en faciliteren van buurtnetwerken bestaande uit inwoners. Hierbij denken we aan netwerken zoals buurtpreventieapps, AED netwerken, etc.
ii.
Inrichten van inloopvoorzieningen en ontmoetingsplekken voor alle inwoners. Hiermee stimuleren we (fysiek) contact tussen inwoners.
iii.
Inrichten van wijkteams bestaande uit professionals met als kerntaken; presentie, signaleren, verbinden van inwoners en bestaande initiatieven, focus op doel en zingeving, stimuleren en ontwikkelen van actieve gemeenschappen en individuen.
3.3.
Cluster Indicatievrije Ondersteuning | 0-100 jaar (trede 3)
Onder Indicatievrije Ondersteuning verstaan we: “Tijdelijke begeleiding/ondersteuning, indicatievrij, door een professional, gericht op vergroten van veerkracht, vanuit doel en zingeving, intrinsieke motivatie en kansen voor positieve ontwikkeling”. Hierbinnen vallen dus alle activiteiten die gericht zijn op trede 3. Daarbij is de verbinding met de sociale basis van belang. Voor indicatievrije ondersteuning hebben we één implementatielijn met implementatieactiviteiten uitgewerkt: 1. Ontwikkelen van indicatievrije ondersteuning als alternatief voor indicaties. Om de inzet van geïndiceerde zorg af te kunnen schalen is het nodig hiervoor een indicatievrij alternatief te bieden. Dat alternatief moet dus een goede vervanging van de indicatie kunnen zijn. Als voorbeeld; je kan een complexe echtscheiding niet oplossen met activiteiten in de wijken. Daar zal ook tijdelijke ondersteuning en/of begeleiding van een professional bij nodig zijn. Maar dat kan wel indicatievrij, op hetzelfde niveau als de zorg die geleverd wordt met een indicatie.
11
Hierbij horen de volgende implementatieactiviteiten: i.
We brengen in beeld waarvoor we nu een indicatie afgeven en organiseren waar passend en mogelijk een indicatievrij alternatief, een aantal zijn of gaan in implementatie:
ii.
Team Jeugd en Gezin. Dit team is aan de slag met de begeleiding van kinderen, jongeren en gezinnen, zonder indicatie, en is daarmee gericht op het omlaag brengen van de indicaties in segment 4 van de inkoop voor jeugdhulp. We ontwikkelen een soortgelijk team voor Wmo.
iii.
Herstelvoorziening de kazerne; dit is een herstelvoorziening die laagdrempelig toegankelijk is voor inwoners die (mentaal) vastlopen of zijn vastgelopen en werken aan perspectief.
iv.
Indicatievrije dagbesteding; dit is in ontwikkeling en wordt een belangrijk substituut voor individuele begeleiding en dagbesteding vanuit de Wmo, waarvoor we nu een indicatie afgeven.
v.
3.4.
We organiseren deze voorzieningen in verbinding met de sociale basis.
Cluster Inkoop en Indicatiestelling (trede 4)
Onder Inkoop en Indicatiestelling verstaan we: “Het proces gericht op het indiceren wordt herijkt en geoptimaliseerd, zowel inhoudelijk als procesmatig, en getoetst aan de wettelijke verplichtingen en kaders”. Hierbinnen vallen dus alle activiteiten die gericht zijn op trede 4. Daarbij is de verbinding met de indicatievrije ondersteuning van belang. Voor inkoop en indicatiestelling hebben we één implementatielijn met implementatieactiviteiten uitgewerkt: 1. Ombuigen van de inzet op trede 4 naar trede 1, 2 en/of 3. We passen processen aan waardoor de ‘standaard’ toeleiding tot zorg niet meer naar trede 4 gaat maar naar trede 3, waar de indicatievrije ondersteuning is vormgegeven. Dus we ‘verleggen’ de toegang tot zorg naar het team op trede 3. Op die manier kunnen we eerst met een professional bekijken wat er nodig is en wat we daarvan zelf kunnen zonder indicatie. Dit doen we ook door de wettelijke verwijzers de mogelijkheid te bieden naar ons te verwijzen via de verwijsindex die zij nu ook gebruiken voor het afgeven van indicaties. Voor de inzet waar we geen indicatievrij alternatief (kunnen) organiseren versimpelen en versnellen we het proces van indicatiestelling. Dat geldt bijv. voor hulpmiddelen vanuit de Wmo. i.
Waar we geen indicatievrij alternatief kunnen bieden en een indicatie nodig is versimpelen en versnellen we het proces van indicatiestelling t.b.v. een tijdige passende ondersteuning aan onze inwoners.
ii.
We optimaliseren de huidige inzet en alle processen binnen de interne organisatie die gericht zijn op inkoop en indicatiestelling, met als uitgangspunt dat deze minimaal belastend zijn voor onze inwoners.
12
iii.
We bekijken de indicaties jaarlijks gedurende de looptijd van de implementatie, in lijn met de ontwikkeling van indicatievrije alternatieven. Hierbij gaan we uit van ‘indicatievrij, tenzij...’. De gedachte is dat we de indicatievrije alternatieven steeds verder ontwikkelen en dus steeds meer indicaties ook indicatievrij kunnen worden opgepakt. Daarbij komt dat we inzetten op het versterken van de sociale veerkracht van inwoners, waarmee we beogen het aantal indicaties te verminderen.
iv.
We zorgen ervoor dat wettelijke verwijzers zoals huisartsen en jeugdartsen ook naar ons team op trede 3 kunnen verwijzen via de verwijsindex ZorgDomein. Met dit systeem werken de meeste verwijzers voor het afgeven van een indicatie. Zo vergroten we onze invloed op de indicaties.
13
4.
Organisatorische clusters
4.1.
Leeswijzer
De beschrijving van de clusters is als volgt opgebouwd: Definitie van het cluster 1. Implementatielijn met toelichting i.
4.2.
Implementatieactiviteiten bij de implementatielijn met toelichting.
Cluster Beleid en Teamontwikkeling
Onder Beleid en Teamontwikkeling verstaan we: “Inhoudelijke teams ontwikkelen in lijn met de koers sociaal domein”. Hierbij hebben we twee implementatielijnen uitgewerkt: 1. Herijken van bestaande en ontwikkelen van nieuwe activiteiten: Bestaande activiteiten, inzet, contracten, (werk)afspraken en processen samen met ketenpartners bespreken en herijken om de beweging te faciliteren. We beantwoorden de volgende vragen: maken we met deze inzet de impact voor onze inwoners die we beogen, draagt het (voldoende) bij aan onze doelen, moet het anders worden uitgevoerd, moeten wij het als gemeenten doen, stoppen we er helemaal mee, etc. Daarnaast ontwikkelen van vernieuwende inzet op trede 2 en 3, waarbij we kijken naar innovatie, werkende elementen die impact maken voor inwoners en deze elementen implementeren we breder in Waalwijk. Dan gaat het over herstelgericht werken, inzet vanuit neurowetenschap en community building, impact gericht subsidiëren en MaatPact. Gaandeweg kan het zijn dat we meer innovatie nodig hebben om de beweging te maken en te borgen. Tot slot, hoe zorgen we ervoor dat we de autonome ontwikkelingen in de samenleving (zoals de vergrijzing) en landelijke ontwikkelingen (zoals IZA, hervormingsagenda, etc.) goed meenemen in de beleidscyclus. Hier horen de volgende implementatieactiviteiten bij: i.
Herijken van afspraken en processen met uitvoeringspartners.
ii.
Beweging van indicatie naar indicatievrij samen ontwikkelen en uitvoeren met inwoners, collega’s en uitvoeringspartners.
iii.
Leren en door ontwikkelen onderdeel maken van beleidsprocessen. Hierbij gaat het over de innovatieve elementen.
iv.
Aansluiten bij autonome ontwikkelingen in de samenleving (vb. vergrijzing) en landelijke ontwikkelingen; IZA, hervormingsagenda, etc.
2. Ontwikkelen en opleiden van de inhoudelijke teams. Samen met medewerkers de ingezette beweging versterken. Op welke manier verandert ons werk, wat kunnen we doen om de beweging te versterken? 14
Wat vraag dit van de organisatie, aan competenties en tijd? Hoe richten we onszelf in zodat we impact maken voor onze inwoners, en ondersteund worden door interne processen zoals voor subsidies. Hier horen de volgende implementatieactiviteiten bij: i.
(her)inrichten van de inhoudelijke teams (MAO, WIJZ, (deel) LTH) naar de nieuwe functies en inhoud; vb. beleidsteam en uitvoerende teams.
ii.
4.3.
(her)inrichten van subsidieproces en accounthouderschap.
Cluster Ondersteuning en randvoorwaarden
Onder Ondersteuning en Randvoorwaarden verstaan we: “Alle onderdelen die te maken hebben met de ondersteunende teams, die noodzakelijk zijn voor en/of bijdragen aan de beweging”. Hierbij hebben we twee implementatielijnen uitgewerkt: 1. Herinrichting interne processen: De beweging vraagt ook aanpassing van de ondersteunende teams en processen. Met name van financiën, communicatie en ICT. Vanuit financiën koppelen we de budgetten aan de tredestructuur. Als ambities, doelen, activiteiten en budgetten zijn gekoppeld aan de tredestructuur, kan ook de verantwoording in de P&C-cyclus daar op worden ingericht. Daarnaast is communicatie een belangrijk instrument, zowel intern als extern, om de beweging zichtbaar te maken. Gericht op toelichten van de beweging, onder de aandacht houden, uitnodigen en het samen vormgeven hiervan. We werken met een kernboodschap als basis, die we uitwerken naar diverse doelgroepen. Het motto is “Samen Redzaam”. Tot slot hebben we een goede monitor nodig voor het sociaal domein. Deze is gebaseerd op de doelstellingen die zijn geformuleerd en hierin zitten een aantal elementen. We willen de implementatie en daarmee de beweging volgen. We willen zien dat we onze inwoners beter en effectiever ondersteunen. We willen weten welke elementen werken voor inwoners zodat we die kunnen uitbreiden.
Dus het leren en door ontwikkelen krijgt ook hier nadrukkelijk een plek. Dit vraagt een organisatie brede aanpak en samenwerking waarin het data-gedreven werken een belangrijke positie inneemt. Hierbij horen de volgende implementatieactiviteiten: i.
Financiële structuur koppelen aan de tredestructuur.
ii.
Structurele interne en externe communicatie vanuit een strategisch communicatieplan gekoppeld aan de beweging vanuit de koers.
iii.
Inrichting monitor sociaal domein.
2. Verbinding sociaal domein met het fysiek domein: De beweging die we inzetten zal met name zichtbaar worden in de fysieke leefomgeving (wijken) van onze inwoners. Zo ligt er een grote opgave op het gebied van wonen en zorg. De grootste is misschien wel de schaarste op de woningmarkt.
15
Dit heeft impact op de bestaanszekerheid van onze inwoners. Daarnaast is de kwalitatieve inrichting van een wijk van grote invloed op de gezondheid en het mentale welbevinden. Daarom gaan we nadrukkelijker de ambities en doelen vanuit het sociaal domein verbinden aan de fysieke inrichting van onze wijken, onze openbare ruimte en gemeentelijk vastgoed. i.
Optimaliseren van de fysieke leefomgeving en de leefbaarheid.
ii.
Aandacht voor en verbinden van wonen en zorg.
iii.
De activiteiten vanuit het sociaal domein vinden plaats in het fysieke domein, en het fysieke domein heeft invloed op de realisatie van de ambities en doelen binnen het sociaal domein. Daarom organiseren we structurele afstemming tussen beide domeinen en verbinden we de inzet waar relevant en mogelijk.
4.4.
Innovatie
In de clustering en implementatielijnen is een aantal elementen te ontdekken die we onder de noemer ‘innovatie’ verder ontwikkelen. Dat doen we omdat we op zoek gaan naar welke elementen écht werken voor inwoners. Hoe zorgen we ervoor dat we geen ‘boemerangbeleid’9 maken? Door innovatieve elementen toe te voegen waarmee de ‘Samen Redzaamheid’ van inwoners wordt vergroot. We zijn met een aantal elementen al gestart en ontwikkelen deze door, dat zijn: -
Herstelgericht werken.
-
Indicatievrije dagbesteding.
-
Inzet van neurowetenschap t.b.v. passende zorg en ondersteuning.
-
Proeftuin Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming.
-
MaatPact; dat is een doorbraakmethodiek voor complexe casuïstiek.
Daar voegen we in ieder geval aan toe: -
Community Building/Organizing.
-
Impactgericht subsidiëren.
Op basis van de resultaten van deze inzet breiden we dit verder uit en/of stellen we bij. Daarnaast behouden we de ruimte en flexibiliteit om hier elementen toe te voegen als uit onderzoek of vanuit andere gemeenten blijkt dat die er zijn.
4.5.
Werkwijze
We richten voor elk cluster een werkgroep in. Per cluster ontwikkelen we een uitvoeringsprogramma waarbij we, voor de inhoudelijke clusters, onze samenwerkingspartners en inwoners betrekken. De uitvoeringsprogramma’s worden door het college vastgesteld en ter informatie naar de raad gecommuniceerd. De SAR wordt gevraagd om input te leveren op de concept-uitvoeringsprogramma’s.
9
Boemerangbeleid is een studie van Sharon Stellaard, waarin ze aantoont dat er al tientallen jaren vanuit vergelijkbare ambities en doelen wordt gewerkt aan jeugd- en onderwijsbeleid, en dat we eigenlijk averechts effect bereiken. Ze noemt dit de ‘aanhoudende beleidstragiek’ en ‘hardnekkig beleidsfalen. De zorgvraag blijft toenemen. De overtuiging is dat dit voor misschien wel alle beleidsvelden geldt.
16
We benadrukken dat de beweging die we met de koers willen maken nooit helemaal af is. De bedoeling is wel dat we na de uitvoering van dit implementatieplan deze stappen in de reguliere organisatie en processen inbedden.
17
5. Organisatie, planning en financiën 5.1.
Programma Jeugd en de koers sociaal domein
In deze implementatie wordt het programma jeugd volledig meegenomen, zodat er vanuit één integrale lijn gestuurd wordt op de beweging die voor het gehele domein geldt. Het gaat over een complexe veranderopgave, zowel intern als extern. Dit vraagt een programmatische aanpak die, na de implementatieperiode, zoveel als mogelijk overgaat in de lijnorganisatie. Het programma jeugd wordt op korte termijn, voor de kadernota 2025, geëvalueerd.
5.2.
Planning
We brengen een fasering aan in de implementatie om ervoor te zorgen dat er voldoende tijd en ruimte is om te ontwikkelen, te leren maar ook om de randvoorwaarden goed te in te kunnen vullen. In de bijlage is aangegeven hoe de fasering er op hoofdlijnen uit ziet. De bijlage is daarmee ook een verdere concretisering van dit implementatieplan.
5.3.
Financiën
De financiële vertaling van dit implementatieplan wordt verwerkt in de kadernota 2025 e.v. Op die manier kan er een integrale afweging worden gemaakt. In de bijlage hebben we vooruitlopend hierop een financiële paragraaf toegevoegd waar we ingaan op; -
De besteding op hoofdlijnen van het totale budget voor het sociaal domein.
-
Wat we nu doen om de financiën te koppelen aan de treden en zicht te krijgen op het ‘beïnvloedbare’ deel van de financiële middelen (zorgkosten trede 4).
-
De besparingslijnen waar we op inzetten t.b.v. beheersbaarheid op het gebied van de inhoud, de personele capaciteit als de financiële middelen.
-
Verantwoording over de besteding van de reeds aangevraagde middelen bij de kadernota 2024.
18
Bijlagen: Bijlage 1 Planning en fasering implementatieplan ‘Samen Redzaam’
19
20
Bijlage 2 Financiële paragraaf Algemeen beeld Al enkele jaren zien we de lasten in het Sociaal Domein stijgen. Ten opzichte van 2018 naar 2022 zijn onze lasten met ongeveer 39% gestegen. Hier zijn verschillende redenen voor, zoals de autonome groei, jaarlijkse indexatie en toename van het aantal en de complexiteit van de zorgvragen. Deze lastenstijging is voor een groot gedeelte te verklaren met autonome groei en jaarlijkse indexatie.
We hebben inzichtelijk gemaakt hoe de lasten zich verhouden tot de taakvelden zoals die in de jaarrekeningen zijn opgenomen, dat zijn de onderdelen: inkomen en participatie, samenkracht en burgerparticipatie, jeugd, Wmo en volksgezondheid.
Bijzonderheden Alle onderdelen laten een kostenstijging zien. Opvallend is de stijging bij ‘jeugd’ (+37%) en bij ‘samenkracht en burgerparticipatie’ (+110%). Bij de andere onderdelen zijn de kostenstijgingen rond de 25%. De grote kostenstijging bij het taakveld ‘samenkracht en burgerparticipatie’ van 2021 naar 2022 is te verklaren met de extra lasten voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen. Hier staat echter ook een rijksbijdrage tegenover die in het lastenoverzicht niet wordt meegeteld. Dit kan daarom een vertekend beeld geven. Landelijk zien we tevens de jeugdzorgkosten stijgen wat betrekking heeft op intensievere en complexere jeugdzorg (BDO, 2023).4 4
https://www.bdo.nl/nl-nl/actueel/zorgen-om-houdbaarheid-financiele-situatie-sociaal-domein. 21
Verwachting Op basis van het beeld van de afgelopen jaren en de ontwikkelingen in de samenleving is de verwachting dat de kosten blijven toenemen. Dit kan komen door autonome groei, maar dit kan ook ontstaan door jaarlijkse indexatie. Denk hierbij aan de ontstane wachtlijsten binnen jeugdzorg en de toenemende vergrijzing i.r.t. Wmo-zorg.
Beheersbaarheid en besparingslijnen Door het verbeteren van inzicht en analyse kunnen we proactief gaan sturen op de kwaliteit en het beoogde effect in het Sociaal Domein, en daarnaast op de kosten. Dit draagt bij aan de beheersbaarheid van het Sociaal Domein. Om de beheersbaarheid in het Sociaal Domein te vergroten zetten we in op een 3-tal besparingslijnen die een dempend effect kunnen gaan genereren op de lasten, deze zijn als volgt; Van individuele inzet naar groepsaanbod; Verlagen van de capaciteit op trede 4. Door meer indicatievrije voorzieningen is er minder inzet nodig gericht op indicatiestelling; Verlagen van de zorgkosten bij specialistische zorgaanbieders die worden ingezet nadat er een indicatie is afgegeven. Concreet beogen we een kanteling te maken vanuit de inhoud. Als gevolg verwachten we dat de beheersbaarheid van de kosten toeneemt. We gaan uit van een verlaging van de kosten bij trede 4, een investering in trede 2 en 3, en zoveel als mogelijk kantelen van de middelen binnen trede 1. Hieronder is een eerste inschatting gemaakt van hoe de lasten op dit moment zijn verdeeld over de treden. Naast het beoogde financiële dempende effect willen we met de besparingslijnen de gewenste kwaliteit van zorg en het effect (bij de inwoner)verbeteren. Dit volgen we met de monitor. Bijsturen doen we zoveel als mogelijk op de inhoud.
Vervolgstappen We werken de lasten per trede verder uit zodat we gaan zien welk deel beïnvloedbaar is en wat we kunnen benutten voor de veranderopgave. Daarnaast wordt er gewerkt aan de implementatie, waarvoor in de raadsvergadering op 22-062023 een transformatiebudget beschikbaar is gesteld voor 2023 en 2024. Dit verloopt volgens plan en we verwachten dat het budget toereikend is. Hieronder is de stand van zaken m.b.t. deze middelen uitgewerkt. Op dit moment wordt er een inschatting gemaakt welke implementatie(uitvoerings)kosten er vanaf 2025 benodigd zijn. Dit wordt meegenomen in de kadernota. Daarbij wordt dus nadrukkelijk ook gekeken naar de mogelijkheden binnen de huidige middelen.
22
Eerste inschatting percentage lasten naar tredestructuur
Trede 1 Trede 2 Trede 3 Trede 4 Wettelijke taak (niet beïnvloedbaar) Overige
17% 2% 2% 40% 36% 3%
23
Stand van zaken transformatiebudget 2023 en 2024 Transformatiebudget
2023
2023 besteed
2024 verplichting
Nog beschikbaar
Stand van zaken
€ 3.520
€ 330.280
€ 266.200
Dit betreft de ondersteuning
koers sociaal domein PR 631
Transformatiebudget voor 2023 en 2024 bestaat uit:
€ 1.300.000
Tijdelijke formatie; vrijmaken zittend personeel en
€ 600.000
toevoegen expertise
binnen MAO, Wijz en LTH zodat we voldoende capaciteit vanuit de inhoudelijke teams beschikbaar hebben voor de implementatie, én lopende zaken.
Tijdelijke formatie ondersteunende teams
€ 300.000
€ 24.660
€ 240.600
€ 34.740
Er is een business controller sociaal domein en een communicatiestrateeg gestart. Daarnaast is er nog wat ruimte voor ondersteuning vanuit HR.
Opzetten en implementeren monitor Sociaal Domein
€ 300.000
€ 15.300
€ 166.400
€ 118.300
Pon Telos is gestart met de raadswerkgroep. Daarnaast werken we dit verder uit met een projectgroep.
Opleiding, communicatie en onvoorzien
€ 100.000
€ 14.000
€ 61.000
€ 25.000
Hiervoor wordt managementondersteuning, juridische ondersteuning en opleiding ingezet.
Type hier de titel van je document
24
Bijlage 3 Toelichting SES-WOA score. Sociaaleconomische statusscores Welvaart-, Opleiding- en Arbeidsscore (SES-WOA) De SES-WOA bevat de sociaaleconomische statusscores van alle particuliere huishoudens in Nederland. De sociaaleconomische statusscores zijn gebaseerd op financiële welvaart, het opleidingsniveau en het recente arbeidsverleden van huishoudens (WOA). Laatste peildatum CBS: 2021 Frequentie CBS meting: onregelmatig (dus niet jaarlijks)
Onderbouwing scores per buurt Bron: CBS, peildatum 2021 Vertaalslag scores naar hoog, midden, laag gemaakt volgens onderstaande scoretabel (zie ook toelichting onderste pagina).
De SES-WOA-score wordt door het CBS berekend. Deze score is gebaseerd op gegevens over Welvaart, Opleidingsniveau en Arbeidsmarktdeelname. Als een gemeente of wijk een hoge score heeft, betekent dit dat de inwoners welvarender en/of hoger opgeleid en/of langduriger aan het werk zijn dan in andere gemeenten of wijken. Naast verschillen tussen gemeenten, buurten en wijken, heeft het CBS ook uitgerekend hoeveel spreiding er binnen gemeenten, wijken en buurten bestaat qua SES-WOA-scores. Hoe hoger deze score, hoe meer spreiding. Dit houdt in dat inwoners sterker van elkaar verschillen qua welvaart en/of opleidingsniveau en/of arbeidsmarktdeelname.
Overige info Monitor: https://waalwijk.incijfers.nl/dashboard/sociale-zekerheid
Score Waalwijk:
Score Nederland:
Bron: https://www.vzinfo.nl/sociaaleconomische-status/regionaal/algemeen
Bijlage 4 Overzicht beleidsplannen In de koers zijn een aantal beleidsdocumenten opgenomen waarbij is aangegeven dat deze separaat naar de raad zouden gaan. Met het implementatieplan werken we toe naar één integraal beleidskader sociaal domein waar veel van deze documenten onderdeel van worden. Hieronder geven we per beleidsdocument aan of deze wel/niet separaat ter besluitvorming naar de raad komt. Daarnaast benoemen we een aantal beleidsdocumenten die NIET in het koersdocument staan, maar WEL aan de implementatie raken, en welke daarvan wel/niet ter besluitvorming naar de raad komen.
1
Dit is een regionaal beleid en komt ter informatie naar de raad omdat de bestuurscommissie jeugd gemandateerd is dit vast te stellen. 1 Er is een regionaal gezondheidsbeleid vastgesteld dat loopt tot 2027. Parallel loopt de ontwikkeling vanuit IZA ( Integraal Zorg Akkoord =regionaal) en GALA ( Gezond- en actief Leven Akkoord = lokaal) . Beleidsontwikkelingen die voortvloeien uit het IZA en Gala zullen integraal deel uit maken van de Koers Sociaal Domein en het daarbij behorende Uitvoeringsprogramma.