Bijlage bij inspreekbetoog Hele verhaal nav Raadsvoorstel Beslissen op klacht
Tekst van het document
Raadsvoorstel ‘Beslissen op klacht’ Geachte dames en heren raadsleden en fractievolgers, Allereerst willen wij onze complimenten uitspreken aan het adres van de klachtcoördinator én de afdeling Griffie. Op volstrekt eerlijke wijze krijgen wij namelijk de gelegenheid geboden om met u als raadsleden en fractievolgers - en in het bijzijn van leden van het college van B&W - in alle openheid te kunnen spreken over dit Raadsvoorstel. Wij gaan daarbij zonder meer ervan uit dat u als Raad onze formele klacht WEL in behandeling wilt nemen nadat u volledig kennis heeft genomen van wat wij als serieuze onderbouw in deze hebben in te brengen. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft naar onze overtuiging sowieso niet voor niets als onderdeel van het raadslidmaatschap een hoofdstuk gewijd aan INTEGRITEIT. Inleidend citaat: “In het openbaar bestuur is integriteit een belangrijk thema. Dat individuele bestuurders, gemeenteraadsleden en overheidsorganisaties geloofwaardig zijn en goed functioneren, is essentieel voor het vertrouwen in de overheid als geheel. Integer zijn is, kortom, een must voor elk raadslid.” Met dat uitgangspunt kunnen wij volledig instemmen. Integriteit heeft wat ons betreft in hoofdzaak met eerlijkheid en betrouwbaarheid te maken. Het is een woord dat zijn herkomst kent uit het Latijn en wat staat voor ‘gaaf én geheel’ en ook voor ‘onkreukbaar’.
Met de VNG zijn wij van mening dat integriteit heel erg bepalend is voor het openbaar bestuur: het kan bij burgers het vertrouwen in de overheid maken óf breken! Tweede citaat VNG: “Aandacht voor integriteit is dus cruciaal, temeer omdat de overheid werkt met publieke middelen en op veel terreinen een monopoliepositie heeft. Raadsleden vervullen hierbij een voorbeeldfunctie voor burgers. Daarom moet een raadslid altijd alert zijn op handelingen of gedragingen die zijn/haar aanzien en integriteit van het openbaar bestuur kunnen schaden.” Op dat ‘keerpunt‘ zijn wij inmiddels aangeland. De manier waarop u als raadsfractie aan het gesprek van donderdagavond gaat deelnemen en uitspreken, is voor ons namelijk bepalend of wij al dan niet alsnog een officiële aangifte zullen gaan doen. Wanneer dat het geval zou zijn, dan realiseren wij ons terdege dat daarmee om strafvervolging wordt gevraagd van de persoon - c.q. de fractie namens wie de gewraakte uitspraken zijn gedaan - waarop de door ons ingediende klacht betrekking heeft. Voor onze oriëntatie hebben wij o.a. het stuk uit de ‘Digitale publicatiereeks Recht en Overheid 2012‘ erbij betrokken, dat door de Academie voor Overheidsjuristen namens de Academie voor Wetgeving werd uitgebracht. Onder de titel “Drie misverstanden over de parlementaire immuniteit” is door mevrouw mr. E.C.
Drexhage aangehaald hoe er zoal gedacht wordt over parlementaire onschendbaarheid en vrijheid van meningsuiting. [Mr. E.C. Drexhage was tot 1 februari 2014 in dienst van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Nadien verrichte zij voor hetzelfde ministerie onderzoek naar senaten in andere landen. ] De parlementaire onschendbaarheid is weliswaar voor de leden van de Staten-Generaal van toepassing, maar geldt ook voor leden van de gemeenteraden, provinciale staten en de besturen der waterschappen. Echter dat betekent bijvoorbeeld niet dat volksvertegenwoordigers ongestraft vertrouwelijke informatie mogen lekken, wanneer dat tijdens de raadsvergadering plaatsvindt. Immuniteit kan immers niet gezien worden als een absolute vorm van de vrijheid van meningsuiting voor volksvertegenwoordigers! Zo ook verliezen lasterlijke of opruiende passages in uitspraken die door een volksvertegenwoordiger in de raadsvergadering en/of het debat zijn gedaan die onschendbaarheid, indien die daarna herhaald blijven worden of in blogs, tweets, e-mails e.a. worden geplaatst of aan de pers worden verstrekt. Vervolging is dan wel mogelijk. Conclusie: “de parlementaire immuniteit biedt voor volksvertegenwoordigers geen absolute vrijheid van meningsuiting en is daar ook niet voor bedoeld.” [NOOT: de parlementaire immuniteit werd in 1848 in de Grondwet opgenomen.
Het doel ervan was om in de kwesties van parlementaire meningsuiting de onafhankelijkheid van de volksvertegenwoordiging tegenover andere staatsmachten te vestigen. De strekking van de bepaling is dus niet het verlenen van een onbeperkte vrijheid van meningsuiting aan parlementariërs. Alle deelnemers aan een vergadering of een debat zijn onderworpen aan de tucht van de voorzitter en het Reglement van Orde. ] - pagina 1 van 4 -
Kortom, parlementaire immuniteit wil dus niet zeggen dat alles geoorloofd is en in de praktijk is dat ook niet zo. Het parlement bepaalt echter zelf wat het wel of niet toelaatbaat vindt en welke maatregelen mogelijk zijn bij niet toelaatbare uitingen. In het strafrecht en het burgerlijk recht kan - niet zonder reden overigens ook worden opgetreden tegen het herhalen of verder verspreiden van lasterlijke of opruiende uitspraken. De onschendbaarheid geldt alleen voor uitlatingen gedaan tijdens de beraadslagingen in het parlement of in zijn commissies. Het procesverloop ná Gespreksavond op donderdag 12 juni 2025 Als mede-insprekers hebben wij op 12 juni van de gelegenheid gebruik gemaakt om te proberen met u als raadsleden en fractievolgers in gesprek te gaan over het Raadsvoorstel ‘Verhoging investeringskrediet GOL’. Namens de Stichting Van GOL naar Beter is daarbij vooral gepleit voor het in opdracht van de gemeenteraad de voorgestelde verkorte Maatschappelijke Kosten-Baten-Aanalyse Drunen-West/Baardwijkse Overlaat te laten uitvoeren, met daar in opgenomen de geplande uitbreidingen en exploitatie. Verder is uitgesproken dat in het Raadsvoorstel niet het gehele verhaal is verteld en behandeld. Zo zijn de erin verstrekte cijfers niet compleet en sluiten die niet aan op antwoorden van technische vragen én de bundelmemo van de provincie Noord-Brabant van 11 juni 2025.
Maar ook is er niet of nauwelijks serieus op enigerlei wijze inhoudelijk geregaeerd op de Notitie van TwijnstraGudde van 18 juni 2025. Op die avond van 12 juni 2025 is met name bij het stellen van vragen namens de VVD-fractie twijfel gezaaid over de oprechtheid van het verzet door de Stichting VGNB. Mede naar aanleiding daarvan is er door ons op 24 juni een ingezonden stuk met bijlagen aan u als raadsleden toegezonden. [zie Lijst ingekomen stukken de nummers 124 - 124a en 124b bij agenda Raadsvergadering d.d. 11-09-2025] Vervolgens is tijdens de Raadsvergadering van donderdag 26 juni 2025 door de VVD-fractie daar nog eens een flinke schep bovenop gedaan. Sterker nog, er is gedrag getoond en er zijn uitlatingen gedaan die absoluut geen recht doen aan hetgeen er met betrekking tot het projectverloop werkelijk aan de hand is! Wij insprekers van a.s. donderdagavond hebben hiertegen in eerste instantie schriftelijk stelling genomen. Met het oog op de integriteit en de privacy hebben wij ons op 30 juni 2025 per e-mail rechtstreeks tot de woordvoerder namens de VVD-fractie gericht. Daarvan hebben alleen de voorzitter van de Raad, de VVDwethouder, de VVD-fractievoorzitter en de raadsgriffier een CC ontvangen.
Verder hebben wij deze kwestie toen - en ook later niet - op geen enkele wijze naar buiten gebracht! Op betreffende e-mail is echter niet meteen gereageerd, reden waarom wij op donderdag 3 juli 2025 - de laatste Raadsvergadering vóór het zomerreces ! - nog een herinnering hebben gezonden. Nog diezelfde dag is toen wel gereageerd. De woordvoerder namens de VVD heeft daarmee de ontvangst bevestigd van zowel de e-mail van 30 juni alsook die van 3 juli 2025. Betrokkene heeft met die reactie nadrukkelijk aangegeven bij zijn mening en dus bij de door hem gedane uitspraken en oordeel te blijven. Om die reden zijn wij - zoals vooraf op transparante wijze aan de beklaagde persoon is aangekondigd middels het ‘klaagschrift’ met bijlagen van 7 juli 2025 - overgegaan tot het bij uw Raad indienen van een officiële klacht. Deze is de aanleiding geworden voor het Raadsvoorstel dat op donderdag 28 augustus ter bespreking voorligt. Het was onzes inziens de meest gebruikelijke weg om in deze kwestie een beroep te doen op de ‘Klachtenverordening Waalwijk 2021’, welke formeel is vastgesteld op 9 maart 2021 in de openbare vergadering van de Raad van Waalwijk, d.d. 4 maart 2021. Er ontstaat echter een nieuwe situatie wanneer de verslaggever van het ‘Brabants Dagblad’ een interview heeft met betreffende VVD-woordvoerder.
Op vrijdag 11 juli 2025 verschijnt op pagina 1 van het regiokatern een artikel onder de kop “Stichting klaagt Waalwijks raadslid aan”. Wie in deze de veroorzaker van het informatielek is, dat laat zich raden. Wij zijn het in ieder geval niet geweest! Compleet met een foto laat betrokkene in het artikel weten dat hij excuses weigert en dat hij geen woord terugneemt. Tevens wordt daarbij impliciet erkend dat hij de geuite lasterlijke aantijging niet op persoonlijke titel maar namens de VVD heeft uitgesproken. Citaat: “Wat de VVD betreft, gaat de ‘fictieve factuur’ naar de bezwaarmakers” Gedragsregels De vraag naar de (on)toelaatbaarheid van de tijdens het politieke debat gedane uitlatingen zou niet ter beoordeling van de rechter zijn. Deze dient zich niet te begeven binnen het terrein van het politieke debat en binnen het politieke besluitvormingsproces, valt in jurisprudentie terug te lezen. - pagina 2 van 4 -
Het is aan de voorzitter van de betreffende vergadering en/of het betreffende debat om zo nodig in te grijpen naar aanleiding van ontoelaatbare uitlatingen. Daarop is het Reglement van Orde van toepassing. Reglement van orde van de raad van Waalwijk 2024 Met betrekking tot de Raadsvergadering op donderdag 26 juni 2025 dient allereerst te worden opgemerkt dat deze ondanks de door het VVD-raadslid gedane uitspraken niet werd geschorst. Dat die uitspraken niet op persoonlijke titel zijn gedaan staat duidelijk vermeld in de 1e alinea op pag. 18 van de ‘Notulen raadsvergadering 26 juni 2025’: “Voor ons is het wel duidelijk waar deze fictieve factuur, voorzitter, naar toe mocht sturen.” Door de voorzitter is echter niet gehandeld in het kader van de aan haar toebedeelde bevoegdheden tot schorsing, zoals dat beschreven staat in artikel 23 van het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van de gemeente Waalwijk 2024. Artikel 23 Schorsing 1. Op verzoek van een raadslid of uit eigen beweging kan de voorzitter besluiten de beraadslaging voor een bepaalde tijd te schorsen om gelegenheid te geven tot nader beraad. 2. De beraadslaging wordt hervat nadat de schorsingsperiode is verstreken. 3. Indien de vooraf aangegeven tijd van een schorsing uitloopt, wordt hiervan melding gemaakt bij de griffier.
Ook is niet voldaan aan het bepaalde in artikel 25 van het Reglement van orde. Artikel 25 Handhaving van de orde Onverlet het bepaalde in artikel 26 van de wet kan de voorzitter ter handhaving van de orde: 1. Een spreker tot de orde roepen indien deze zich beledigend of onbetamelijk uitlaat, afwijkt van het onderwerp in behandeling, zich niet houdt aan de aanwijzingen van de voorzitter dan wel anderszins de orde verstoort. Indien de desbetreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de beraadslaging over dat onderwerp het woord ontnemen; 2. de vergadering voor een door hem/haar te bepalen tijd schorsen en - indien na heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten. Noot: De Nederlandse Grondwet Artikel 26 → Getuigen kunnen worden gehoord overeenkomstig de bepalingen die worden vastgesteld in het regelement voor de procesvoering.
Tijdens de raadsvergadering van donderdag 26 juni 2025 zijn er door betreffende VVD-woordvoerder willens en wetens uitspraken gedaan die - met het oog op de termen ‘beledigend en onbetamelijk’ geenszins de toelaatbaarheidstoets der kritiek kunnen doorstaan! Algemene definitie belediging Wat onder belediging moet worden verstaan, wordt in de wet niet nader uitgelegd. In de jurisprudentie wordt het begrip ‘belediging’ wel enigszins nader uitgewerkt. “Een uitlating wordt als beledigend beschouwd, wanneer zij de strekking heeft een ander bij het publiek in een ongunstig daglicht te stellen en hem aan te randen in zijn eer en goede naam.” • Het oordeel dat daarvan sprake is, zal bij woorden waarvan het gebruik op zichzelf in het algemeen niet beledigend is, afhangen van de context waarin de uitlating is gedaan. • Onbetamelijk wordt gebruikt om gedrag, taalgebruik of situaties te beschrijven die als grof, respectloos, onfatsoenlijk of aanstootgevend worden beschouwd. Het verwijst naar iets dat sociaal of moreel ongepast is. Bovendien is tijdens de raadsvergadering van donderdag 26 juni 2025 door een raadslid van de fractie van Samen Waalwijk nog wel een opmerking gemaakt naar aanleiding van de uitlatingen van het VVD-raadslid “Voorzitter, met de rug tegen de muur, bedoel ik meer figuurlijk dan u dat feitelijk zo bedoelt. Door de tijdsverloop zijn die kosten excessief gestegen.
Wij hebben eerder al een keer een paar besluiten genomen rond de gebiedsontwikkeling, om die verder handen en voeten te geven.
- pagina 3 van 4 -
Door de stroperige procedures bij de Raad van State kost het ons geld. Wil ik meteen adresseren aan de VVD, dat het niet het recht heeft iedereen om bij beroep te gaan bij de Raad van State, bij de Raad van State de zaak helemaal vastloopt, dat is niet iets wat je degene kunt verwijten naar degenen die beroep instellen. Dat heeft met de organisatie van onze rechterlijke macht te maken, maar dit terzijde. Met de rug tegen de muur bedoel ik te zeggen van, wij kunnen alleen maar ja zeggen tegen dit voorstel. Nee zeggen betekent dat we Waalwijk fors achteruit zetten. Daar heeft niemand in deze zaal trek in. Dat bedoel ik met dat wij voor een voldongen feit worden gesteld.” De voorzitter: het woord is aan de ChristenUnie. “Voorzitter, dank voor de toelichting van Samen Waalwijk. Ik snap dan wat u zegt met voldongen feit, niet dat het college ons in die positie heeft gebracht, maar de omstandigheden met name de lange duur bij de Raad van State heeft geleid tot de situatie waar we vanavond voor staan. Dan kunnen we nog altijd nee zeggen, maar ik ben het met Samen Waalwijk eens dat we daarmee een onverstandig besluit zouden nemen.” Bron: Notulen raadsvergadering 26 juni 2025 [pagina 24].
Waalwijk, 26 augustus 2025 Ed van Uijen Theo Weijters
- pagina 4 van 4 -