Bijlage 8 rapportage archeologisch onderzoek
Tekst van het document
Transect-rapport 3409 Waspik, Schotse Hooglandersstraat naast 14 Gemeente Waalwijk (NB) Archeologisch bureauonderzoek (BO) en inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase
Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein
Auteur Versie Projectcode Datum Opdrachtgever
I.S.J. Beckers MA Versie 1.2 21030129 28-06-2021 AGEL Adviseurs Postbus 4156 4900 CD Oosterhout Transect b.v. Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein 5073965100 Gemeente Waalwijk Erfgoed ‘s-Hertogenbosch Nog te beoordelen door de bevoegde overheid
Uitvoerder
Onderzoeksmelding Bevoegde overheid Adviseur bevoegde overheid Status Beheer documentatie Voorblad
Autorisatie Naam Drs. A.A. Kerkhoven (Senior archeoloog)
T: 030-7620705 E: informatie@transect.nl
Transect, Nieuwegein Foto van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek (2-6-2021)
Datum
Paraaf
09-06-2021
ISSN: 2211-7067
© Transect, Nieuwegein Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Transect aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
Samenvatting In opdracht van AGEL Adviseurs heeft Transect in mei 2021 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied langs de Schotse Hooglandersstraat, naast nummer 14 te Waspik (gemeente Waalwijk). De aanleiding voor het onderzoek vormt de wijziging van het bestemmingsplan in het kader van de bouw van een vrijstaande woning. Het archeologisch vooronderzoek bestaat hier uit een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend veldonderzoek (IVO). De vraagstelling van deze onderzoeken is het specificeren van de archeologische verwachting van het plangebied en het toetsen en aanvullen van deze verwachting door middel van waarnemingen in het veld. Op basis van het archeologisch vooronderzoek zijn de volgende conclusies te trekken: • Uit het bureauonderzoek werd verwacht dat het plangebied deel heeft uitgemaakt van een dekzandrug die zich globaal langs de Schotse Hooglandersstraat uitstrekte. Op basis van het AHN werd verwacht dat de dekzandrug in het zuiden van het plangebied was afgegraven. Op basis hiervan kunnen in het (noorden van het) plangebied archeologische waarden uit de periode LaatPaleolithicum-Middeleeuwen aanwezig zijn.
Voor de perioden Laat-Paleolithicum en Mesolithicum werden resten van een jachtkampje verwacht; dat zich hoofzakelijk zou manifesteren door een vondststrooiing van vuursteenartefacten en houtskool in de podzolbodem, als deze nog intact is gebleven. Voor de perioden Neolithicum-Middeleeuwen werden resten verwacht van een agrarische nederzetting. Een dergelijke vindplaats zou zich manifesteren als een archeologisch sporenniveau met als gidsartefact aardewerkfragmenten. • Aangezien de Schotse Hooglandersstraat als ontginningsbasis heeft gediend en later een bewoningslint is geworden, worden in het noorden van het plangebied archeologische waarden uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd verwacht. Een archeologische vindplaats zal zich manifesteren als een cultuurlaag met aardewerkfragmenten en resten bouwmateriaal. • Tijdens het booronderzoek bleek dat in et zuiden van het plangebied nog een podzolbodem aanwezig is onder een restveendek en een 45-50 cm dikke recente bouwvoor. Dit deel van het plangebied heeft deel uitgemaakt van een dekzandvlakte die gedurende het Holoceen bedekt is geraakt met een veenpakket. Dit deel van het plangebied was in vergelijking met de nabij gelegen dekzandrug een minder gunstige vestigingsplaats. In dit deel van het plangebied worden daarom geen archeologische waarden verwacht. • In het noorden van het plangebied is de podzolbodem niet meer aanwezig.
Daarom worden in dit deel van het plangebied geen archeologische waarden uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum verwacht. • In het noorden van het plangebied is een relatief dik humeus pakket met baksteenfragmenten aanwezig. Dit pakket reikt tot een diepte van 95 á 210 cm -mv. In boring 2 is een fragment roodbakkend, geglazuurd aardewerk gevonden uit de Late Middeleeuwen of Nieuwe tijd. Het noorden van het plangebied heeft nog een hoge archeologische verwachtingswaarde op archeologische waarden uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd. Archeologische waarden uit de perioden van het Neolithicum tot en met de Middeleeuwen kunnen hier ook niet uitgesloten worden. Advies De opdrachtgever heeft het voornemen om centraal in het plangebied een vrijstaande woning te bouwen. Hiertoe moet in eerste instantie een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Er wordt voorgesteld om de strook met een hoge verwachting, zoals deze in bijlage 7 is aangeduid, op te nemen in het bestemmingsplan. Hiervoor kunnen de geldende planregels worden
gebruikt. In het zuiden van het plangebied geldt een lage archeologische verwachting en daarom is voor dit deel van het plangebied geen nader archeologisch onderzoek nodig. Als in de toekomst in de advieszone in het noorden van het plangebied graafwerkzaamheden plaats zullen vinden, die de kaders van het bestemmingsplan overschrijden, adviseren wij om aanvullend inventariserend veldonderzoek uit te voeren. De vorm hiervan hangt af van de aard en omvang van de uit te voeren bodemingrepen. Er kan hier bijvoorbeeld gedacht worden aan een archeologische begeleiding. De werkwijze van het onderzoek dient vastgelegd te worden in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE). Wanneer er onverhoopt tijdens de graafwerkzaamheden in de zone met een lage verwachting toch resten gevonden worden, waarvan redelijkerwijs vermoed kan worden dat deze van archeologische waarde zijn, geldt een verplichte meldingsplicht (conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10), Deze melding kan dan bij de gemeente als bevoegde overheid plaatsvinden. Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal het bevoegd gezag (de gemeente Waalwijk) een selectiebesluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied
Inhoud 1.
Aanleiding
1
2.
Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek
1
3.
Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied
2
4.
Planvorming en consequenties toekomstig gebruik
2
5.
Beleidskader
4
6.
Landschap, geomorfologie en bodem
5
7.
Beschrijving bekende archeologische kenmerken
7
8.
Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen
9
9.
Gespecificeerde archeologische verwachting
14
10.
Resultaten veldonderzoek
17
11.
Beantwoording onderzoeksvragen
19
12.
Conclusie en Advies
20
13.
Geraadpleegde bronnen
22
Bijlage 1: Archeologische waarden- en verwachtingenkaart van de gemeente Waalwijk
24
Bijlage 2: Geomorfologische kaart
25
Bijlage 3: Hoogtekaart
26
Bijlage 4: Archeologische informatie (bron: Archis3)
27
Bijlage 5: Boorpuntenkaart
28
Bijlage 6: Foto’s van boringen
29
Bijlage 7: Boorbeschrijvingen
31
Bijlage 8: Advieskaart
32
1. Aanleiding In opdracht van AGEL Adviseurs heeft Transect1 in mei 2021 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied langs de Schotse Hooglandersstraat, naast nummer 14 te Waspik (gemeente Waalwijk). De aanleiding voor het onderzoek vormt de wijziging van het bestemmingsplan in het kader van de bouw van een vrijstaande woning. In het plangebied geldt in het bestemmingsplan “Gemengd gebied” een Waarde – Archeologie -2. Vanwege deze aanduiding is een archeologisch onderzoek verplicht bij de realisatie van initiatieven, die gelijk of groter zijn dan 100 m2 en waarbij bodemingrepen dieper dan 30 cm -Mv reiken. Vanwege de omvang en diepte van de voorgenomen nieuwbouw (omvang nog onbekend, diepte ca. 80-250 cm mv) en de wijziging van het bestemmingsplan archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1 en het Plan van Aanpak (Beckers, 2021).
1 Transect b.v. voldoet aan de eisen zoals gesteld in de kwaliteitsnorm ‘BRL SIKB 4000’, versie 4.1, en is gecertificeerd door
middel van een procescertificaat. Transect b.v. is certificaathouder van de volgende protocollen: ‘KNA Protocol 4001 Programma van Eisen’, ‘KNA Protocol 4002 Bureauonderzoek’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Overig’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Proefsleuven’ en ‘Protocol 4004 Opgraven’, en staat geregistreerd bij het RCE en de SIKB.
1
2. Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een gecombineerd onderzoek, te weten een archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase. Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting, dat wil zeggen het aan de hand van beschikbare en nieuwe informatie over de archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en grondgebruik, bepalen van de kans dat binnen het plangebied archeologische resten kunnen voorkomen. Hiervoor is onder andere het centraal Archeologisch Informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd, waarin de Archeologische MonumentenKaart (AMK) is opgenomen. Aanvullende (cultuur)historische informatie is verkregen uit divers voorhanden historisch kaartmateriaal. Om inzicht te krijgen in de opbouw en ontwikkeling van het landschap zijn onder andere de bodemkaart en beschikbaar geologisch-geomorfologisch kaartmateriaal geraadpleegd. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar mogelijk bijstellen van de gespecificeerde archeologische verwachting, door het verzamelen van informatie over de feitelijke bodemopbouw, bodemreliëf en bodemintactheid in het plangebied.
Hiermee ontstaat inzicht in de landschapsvormende processen en landschappelijke eenheden uit het verleden. Op basis hiervan kan een oordeel worden gegeven over waar, wanneer en in hoeverre het gebied in het verleden geschikt was voor de mens (verkennende fase). Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een booronderzoek (IVO-O). Het onderzoek probeert hiermee aan de hand van feitelijke informatie antwoord te geven op de volgende vragen: • Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? • Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante niveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze? • In hoeverre zijn de archeologisch relevante niveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat)? • Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag, middelhoog en hoog? Het resultaat van het archeologisch vooronderzoek is dit rapport met een conclusie omtrent het risico dat eventueel aanwezige archeologische waarden in het plangebied worden verstoord als gevolg van de voorgenomen plannen. Op basis van dit rapport neemt het bevoegd gezag een beslissing in het kader van de vergunningverlening of planprocedure.
Het rapport bevat waar mogelijk gegevens over de – verwachte – aan- of afwezigheid, aard, omvang, ouderdom, gaafheid, conservering en (relatieve) kwaliteit van archeologische waarden. Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform protocol 4002 van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1 (KNA 4.1). Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd conform protocol 4003 van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie versie 4.1 (KNA 4.1).
1
3. Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied Gemeente
Waalwijk
Plaats
Waspik
Toponiem
Schotse Hooglandersstraat naast 14
Kaartblad
44G
Centrumcoördinaat
124.810 / 409.909
Binnen het archeologisch bureauonderzoek is onderscheid gemaakt in het plangebied en het onderzoeksgebied. Het plangebied is het gebied waarin de geplande bodemingrepen zullen plaatsvinden. Het onderzoeksgebied omvat het plangebied en een deel van het direct omringende gebied en wordt bij het onderzoek betrokken om tot een beter inzicht te komen in de archeologische, (cultuur)historische en bodemkundige situatie in het plangebied. Het onderzoeksgebied beslaat een straal van circa 500 meter rond het plangebied. Het plangebied ligt ten zuiden van de Schotse Hooglandersstraat, naast nummer 14, in Waspik (gemeente Waalwijk). De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1. Het plangebied bestaat uit twee percelen, gescheiden door een oost-west liggende houtwal. Het noordelijke perceel is braakliggend. Het zuidelijke perceel is momenteel in gebruik als weiland. Kadastraal bestaat het plangebied uit delen van de kadastrale percelen 530 en 1208 uit sectie O van de kadastrale gemeente Waspik. De begrenzing van het plangebied wordt gevormd door de omtrek van het toekomstige perceel en heeft een oppervlakte van ca. 810 m2.
2
Figuur 1: Ligging van het plangebied (met rode lijnen aangegeven; bron kaart: www.opentopo.nl).
1
4. Planvorming en consequenties toekomstig gebruik Kader
Wijziging bestemmingsplan
Oppervlakte plangebied
810 m2
Planvorming
Bouw vrijstaande woning
Omvang verstoringen Bodemverstorende werkzaamheden
Aanleg fundering (diepte nog nader te bepalen) Aanleg half-verdiepte kelder (eventueel) Graafwerkzaamheden (aanleg bouwput)
Diepte verstoring
Nog onbekend
Het voornemen bestaat om de twee percelen samen te voegen tot één nieuw woonperceel. Hiervoor is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk. Centraal in het nieuwe perceel zal een vrijstaande woning gebouwd worden. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de gevellijn van het naastgelegen pand, waardoor de noordelijke gevellijn ca. 8 m vanaf de weg komt te liggen. De plannen hiervan zijn nog niet definitief. Mogelijk zal de woning voorzien worden van een halfverdiepte kelder. De plannen voor de nieuwe woning zijn weergeven in figuur 2. De wijze van funderen van de nieuwe woning is nog niet bekend. Waarschijnlijk zal grond opgebracht worden en zal de woning gefundeerd worden op dit nieuwe opgebrachte pakket. Wellicht zal de woning gefundeerd worden op funderingsbalken of heipalen. Het is mogelijk dat door de nieuwe bouwwerkzaamheden het bodemarchief en daarmee eventueel aanwezige archeologische waarden aangetast worden.
2
Figuur 2: Voorlopig ontwerp van de nieuwe woning. De code EVZ staat voor Ecologische VerbindingsZone, een strook die ten oosten van het plangebied aangelegd zal worden (bron: AGEL Adviseurs).
3
5. Beleidskader Onderzoekskader
Wijziging Bestemmingsplan
Beleidskader
Bestemmingsplan Gemengd gebied
Onderzoeksgrens
Archeologie Waarde 2: 100 m2 en dieper dan 30 cm –Mv
In 1992 heeft Nederland het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed ondertekend; ook wel het Verdrag van Malta of Valletta genoemd, naar het eiland en de plaats waar het is ondertekend. Het Verdrag is in 1998 geratificeerd en op 1 september 2007 via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd. De Wamz is een wijzigingswet en omvat een wijziging van de Monumentenwet 1988, de Wet Milieubeheer, de Ontgrondingenwet en de Woningwet, op grond waarvan overheden onder andere bij bodemingrepen verplicht rekening moeten houden met het behoud van archeologische waarden. Sinds juli 2016 (Erfgoedwet) is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die in 2022 in werking zal treden. In het bestemmingsplan “Gemengd gebied”, dat op 24 februari 2021 door de gemeente Waalwijk is vastgesteld, heeft het plangebied de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 2. Deze waarde is gebaseerd op de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart (bijlage 1). Hierop maakt het plangebied deel uit van een archeologisch waardevol terrein; het bewoningslint langs de Schotse Hooglandersstraat.
Bij bouwwerken en/of bodemingrepen die gelijk of groter zijn dan 100 m2 én dieper dan 30 cm -Mv is daarom archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk. Gezien de grotere verstoringsdiepte en omvang van het plangebied betekent dat in dit geval in het kader van de wijziging van het bestemmingsplan een archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk is (zie hoofdstuk 4). In het kader van de omgevingsvergunning dient de aanvrager een archeologisch onderzoekrapport aan de gemeente te overleggen, waarin de archeologische waarde van het plangebied naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Waalwijk in voldoende mate is vastgesteld. Afhankelijk van de uitkomsten van het archeologisch (voor-)onderzoek dat hiervoor nodig is, kunnen aan de ontwikkeling regels worden verbonden ter behoud van belangrijke archeologische waarden. Deze kunnen bestaan uit technische aanpassingen of een veiligstellende opgraving. Het archeologisch vooronderzoek kan hiertoe worden uitgebreid met een al dan niet gecombineerd karterend en waarderend onderzoek, zodat op basis van de KNA-waarderingssystematiek een waardestelling kan worden opgemaakt.
4
6. Landschap, geomorfologie en bodem Archeoregio
Brabants zandgebied
Geomorfologie
Bebouwd, dekzandrug (3K14) tussen een dekzandvlakte (2M9) in het noorden en een veenrestvlakte (2M46) in het zuiden Noordelijke perceel 1,4 tot 1,8 m +NAP, zuidelijke perceel 0,5 m +NAP Overgang van laarpodzolgronden in het noorden tot waardveengronden in het zuiden GWT III
Maaiveld Bodem Grondwatertrap
Landschapsgenese Het plangebied is gelegen in het Brabants zandgebied. Het landschap van het Brabantse zandgebied is grotendeels ontstaan tijdens de laatste ijstijd, het Weichselien (114.000-9.700 v. Chr.). Ongeveer 26.000 jaar geleden brak de koudste fase van het Weichselien aan, waarin de zeespiegel ca. 110 m lager stond dan tegenwoordig. Hierdoor had het klimaat in Nederland in deze periode een uitgesproken continentaal karakter. Dit werd gekenmerkt door toendravegetaties waarbij op grote schaal zandverstuivingen konden plaatsvinden. De afzettingen die tijdens deze verstuivingen werden gevormd, wordt dekzand genoemd. Het dekzand is lokaal verstoven en afgezet sediment en behoort tot de eolische afzettingen van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden. Ze bestaan uit zeer fijne tot matig fijne zanden, zijn overwegend kalkloos, en goed gesorteerd. In de Allerød- en Bøllinginterstadialen (de laatste relatief warme fases van het Weichselien) kon door de relatief warme omstandigheden bodemvorming plaatsvinden. Een restant van deze bodemvorming is de zogenaamde Laag van Usselo.2 Het dekzandlandschap kent veel lokale hoogteverschillen. Zo is waarschijnlijk ter plaatse van de Schotse Hooglandersstraat een dekzandrug ontstaan, met ten noorden en ten zuiden daarvan dekzandvlaktes.
Aan het begin van het huidige geologische tijdvak, het Holoceen (10.000 jaar geleden tot heden), trad een sterke verbetering in het klimaat op, waardoor de gemiddelde jaartemperaturen begonnen te stijgen. Dit leidde tot een grootschalige afsmelting van het landijs, waarbij de vrijgekomen hoeveelheid smeltwater zorgde voor een sterke zeespiegelstijging. Met de stijging van de zeespiegel steeg in Nederland ook het grondwater, dat als het ware landinwaarts werd ‘opgestuwd’. Hierdoor verdronk het dekzandlandschap geleidelijk. Er ontstonden zoetwatermeren en moerassen, waarin op grote schaal veenvorming optrad (Basisveen Laag).3 In het landschap rondom Waspik vond volgens de Atlas van Nederland in het Holoceen vanaf ca. 3.850 v. Chr. veenvorming plaats.4 Dit gebeurde eerst in de lage delen van het landschap, maar geleidelijk ook in de hogere delen van het gebied zoals dekzandruggen. Langzaam werd het gebied een ontoegankelijk veenmoeras. Het veengebied is grootschalig ontgonnen tijdens de Late Middeleeuwen. Voor de verdere (ontginnings)geschiedenis zie hoofdstuk 8.
2
De Mulder et al. 2003
3 de Mulder et al. 2003 4 Vos en Weerts 2011
5
Geomorfologie Op de geomorfologische kaart is het plangebied niet gekarteerd vanwege de ligging in bebouwd gebied. Het bewoningslint van de Schotse Hooglandersstraat ligt tussen een dekzandvlakte (kaartcode 2M9, bijlage 2) in het noorden en een veenrestvlakte (kaartcode 2M46) in het zuiden. Het bewoningslint van de Schotse Hooglandersstraat ligt echter in het verlengde van een dekzandrug (kaartcode 3K14). Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Op basis van het AHN valt op dat het plangebied twee hoogteniveaus heeft, gescheiden door een steilrand bij de houtwal. Het noordelijke deel van het plangebied heeft een maaiveldhoogte van 1,4 tot 1,8 m boven het NAP en het gedeelte van het plangebied ten zuiden van de houtwal een maaiveldhoogte van ca. 0,5 m boven het NAP. (bron: www.ahn.nl; bijlage 3). De opvallende steilrand kan zijn ontstaan door afgraving van de dekzandrug in net zuiden van het plangebied, of door eventuele dijkophogingen langs de Schotse Hooglandersstraat, waardoor het noorden van het plangebied is opgehoogd. Bodem Volgens de Bodemkaart van Nederlands, schaal 1:50.000, ligt het plangebied op een overgang van laarpodzolgronden (kaartcode cHn21) in het noorden naar waardveengronden op zand (kaartcode kVz) in het zuiden. Laarpodzolgronden zijn gevormd in dekzand.
Ze bestaan uit een 30 tot 50 cm dik plaggendek, ontstaan door jarenlange plaggenbemesting op een restant van een podzolbodem. Door het relatief dikke plaggendek biedt dit bodemtype relatief goede conserveringsomstandigheden voor archeologische sporen. Waardveengronden bestaan uit een dunne laag zeggeveen op zand. De top van het zand bevindt zich binnen 120 cm -mv. De top van het veenpakket kan veraard zijn en is ca. 20 tot 35 cm dik. In de top van het zandpakket kan een podzolbodem ontwikkeld zijn.5 Grondwatertrap De grondwatertrap in het plangebied is III. Dit betekent over het algemeen dat er sprake is van relatief natte gronden, waarbij de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) binnen 40 cm –Mv wordt aangetroffen en de Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG) tussen 80 en 120 cm –Mv. Vanuit archeologisch oogpunt betekenen dergelijke grondwaterstanden dat zowel organische als anorganische archeologische resten goed in de bodem geconserveerd kunnen zijn gebleven, voor zover deze beneden 120 cm –Mv liggen. Onverbrande organische resten die binnen 120 cm –Mv liggen zijn naar verwachting door oxidatie aangetast dan wel gedegradeerd.
5 Harbers 1990
6
7. Beschrijving bekende archeologische kenmerken Wettelijk beschermd monument
Nee
AMK terrein
Nee
Verwachting gemeentelijke kaart
Archeologisch waardevol; historische kern
Archeologische waarden en/of informatie
Nee
Wettelijk beschermde status Het plangebied heeft volgens het centraal archeologisch informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geen archeologisch wettelijk beschermde status. Archeologische Monumentenkaart (AMK) Op de Archeologische MonumentenKaart (AMK) maakt het plangebied geen deel uit van een AMKterrein. Archeologische verwachting Op de Erfgoedkaart van de gemeente Waalwijk maakt het plangebied deel uit van een archeologisch waardevol terrein. Het betreft hier de historische dorpskern van Waspik-Zuid, dat zich uitstrekte langs de Schotse Hooglandersstraat6. Bekende archeologische waarden Het plangebied maakt deel uit van een groter onderzoeksgebied van een bureauonderzoek uit 2010. Op basis van het bureauonderzoek is vervolgonderzoek door middel van een booronderzoek geadviseerd voor het centrumplan van Waspik. Hier zouden archeologische waarden uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd verwacht worden (Archis-zaakidentificatienummer 2291728100).7 In de omgeving van het plangebied zijn enkele onderzoeken uitgevoerd in het kader van nieuwbouwplannen of herontwikkelingen (bron: Archis3): • Voor twee deelgebieden op ca. 40 m en 150 m ten noordoosten van het plangebied is in 2007 een gecombineerd bureau- en karterend booronderzoek uitgevoerd. Het betreft de locatie De Vest. Hier zou een Ecologische Verbindingszone aangelegd worden.
Vanuit het bureauonderzoek werd verwacht dat het gebied deels ontgrond was, waarbij mogelijke archeologische waarden uit de periode Laat-Paleolithicum-Nieuwe tijd verloren gegaan zouden zijn. Uit het booronderzoek bleek dat ook in de niet-ontgronde delen van het plangebied sprake was van een verstoord bodemprofiel. Daarom werden in het gebied geen archeologische waarden meer verwacht en kon de locatie vrijgegeven worden voor de aanleg van de EVZ (Archis-zaakidentificatienummers 2137399100 en 2137406100).8 • In 2007 is op 140 m ten oosten van het plangebied een gecombineerd bureau- en karterend booronderzoek uitgevoerd voor de locatie Schotse Hooglandersstraat. Op basis van het bureauonderzoek werden in het gebied archeologische waarden uit het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd verwacht. Tijdens het booronderzoek bleek dat de bodemopbouw van het gebied verstoord is geraakt. In de verstoorde bovenlaag werden enkele fragmenten roodbakkend aardewerk en een stuk van een kleipijp gevonden. Op basis van de onderzoeksresultaten is het gebied vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkeling (Archis-zaakidentificatienummer 2173549100, vondstlocatie 1085428). • Op 150 m ten zuidwesten van het plangebied bevindt zich de gemeentegrens met de gemeente Dongen. In 2010 is voor de gemeente Dongen een archeologische beleidskaart opgesteld. Het 6 Hessing et al.
2010 7 Koopmanschap 2010 8 Smit 2007
7
•
onderzoeksgebied van dit onderzoek (de gemeente Dongen) is met een onderzoekspolygoon in Archis aangemerkt (Archis-zaakidentificatienummer 2269145100). Archis-zaakidentificatienummer 2117220100 (450 m ten noorden van het plangebied) omvat een bureauonderzoek, dat niet openbaar raadpleegbaar of traceerbaar is in Archis3 of Dans Easy. Het is uitgevoerd in 2002 en in Archis3 geregistreerd zonder toponiem.
Informatie uit overige bronnen Er is geen informatie uit overige bronnen verkregen. Samengevat valt uit de uitgevoerde onderzoeken in de omgeving van het plangebied af te leiden dat vanwege de ligging op een dekzandrug sprake is van een archeologische verwachtingswaarde van het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Specifiek worden vanwege de ligging in het bewoningslint van de Schotse Hooglandersstraat (deel van Klein-Waspik) archeologische waarden uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd verwacht. Op ca. 300 m ten noorden van het plangebied hebben verdedigingswerken gelegen van het Retranchement Waspik uit de 18e eeuw. Uit de onderzoeken blijkt ook dat langs de Schotse Hooglandersstraat grote kans is op een verstoord bodemprofiel, waardoor eventuele archeologische waarden verstoord kunnen zijn geraakt.
8
8. Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen Landschapstype
Slagenontginningen
Cultuurhistorische elementen
Historische bebouwing aanwezig
De Schotse Hooglandersstraat is een lijnelement van cultuurhistorische waarde. Erf langs de Schotse Hooglandersstraat en weiland in het zuiden van het plangebied Nee
Bebouwing van cultuurhistorische waarde
Nee
Aard historisch landgebruik
Historische situatie De ontwikkeling van het plangebied is nauw verbonden met de ontginningsgeschiedenis van het om het plangebied liggende gebied. Tot aan het begin van de Late Middeleeuwen was het gebied nauwelijks bewoonbaar en lag ter plaatse van het plangebied een omvangrijk veengebied. In de periode vanaf 1.000 n. Chr. werd het gebied systematisch ontgonnen. De dekzandrug langs de Schotse Hooglandersstraat zal hierbij als ontginningsbasis gebruikt zijn. Waspik is in de 12 e of 13e eeuw ontstaan op de oeverwal van de Oude Maas. De oudste vermelding van Waspik is uit 1257 als Waspich. Door voortdurende veenwinning ten behoeve van de turfproductie werd het landschap vatbaar voor overstromingen. In 1421 vond een grote overstroming plaats, de St. Elisabethsvloed, waardoor een groot deel van het gebied, zo ook de historische kern van Waspik, verloren is gegaan (https://www.goedespoorwaspik.nl/historie/reis-door-de-tijd-van-waspik/deel-1-het-ontstaan-en-deontwikkeling-van-waspik-tot-1421). Het plangebied zal vanwege de ligging op een dekzandrug deze vloed waarschijnlijk relatief goed zijn doorgekomen. In het gebied ten zuidwesten van het plangebied hebben echter wel grootschalige overstromingen plaatsgehad, waardoor hier een nat en drassig gebied is ontstaan.
Historische kaarten De oudste geraadpleegde kaart is gemaakt in 1625 door Jan Pietersz Dou en is een kopie van een kaart uit 1620, gemaakt door Jacob Jan Symonsz. Het bewoningslint langs de Schotse Hooglandersstraat is op deze kaart vermeld als De Ruchte. De Schotse Hooglandersstraat ligt op deze kaart al min of meer op de huidige locatie, de bochten in de weg zijn nog goed te herkennen. Opvallend is dat alle woningen en boerderijen ten noordzijde van de weg zijn afgebeeld. Dit hoeft nog niet de werkelijke situatie te zijn geweest; kaarten uit deze periode zijn vaak gemaakt op basis van afgeleide informatie. Op de kadastrale minuutkaart uit de periode tussen 1811 en 1832 maakt het plangebied deel uit van een groot perceel langs de Schotse Hooglandersstraat. Dit perceel is omschreven als een moeras. Op de Bonnekaart van 1869 is de zuidzijde van de Schotse Hooglandersstraat grotendeels onbebouwd, ook het plangebied is onbebouwd geweest. Het perceel is afgebeeld als weiland en het zal dus in de 19e eeuw ontwaterd zijn geraakt. Op de Bonnekaarten van 1899 t/m 1920 en de topografische kaarten van 1936 en 1947 is in het noorden van het plangebied een woning of boerderij gekarteerd. Op de topografische kaart van 1959 is in het oosten van het plangebied een relatief grote schuur afgebeeld.
Op de topografische kaarten van 1969 tot en met 1988 is de steilrand in het midden van het plangebied duidelijk zichtbaar. Aan de straatzijde is een gebouw gekarteerd. Op de topografische kaarten vanaf 1998 is het plangebied weer onbebouwd. Het gebouw aan de straatzijde moet dus gesloopt zijn geweest in de periode tussen 1988 en 1998. De historische ontwikkeling is aan de hand van topografisch kaartmateriaal te volgen in figuren 3 tot en met 7.
9
Militair Erfgoed Op de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) is het plangebied niet aangeduid als aandachtsgebied. Ook zijn er geen verwachtingen op militaire objecten, raketinslagen of aan de Wereldoorlogen gerelateerde verschijnselen in het plangebied (bronnen: www.ikme.nl; www.vergeltungswaffe.nl, www.bunkerinfo.nl; www.tracesofwar.com, www.explosievenopsporing.nl). Huidig gebruik en bodemverstoringen Het plangebied is momenteel braakliggend (noordelijke deel) en in gebruik als weiland (zuidelijke deel). Waarschijnlijk is het zuidelijke deel van het plangebied afgegraven. Hier zal het potentiële archeologische niveau verstoord zijn geraakt.
10
Figuur 3: Ligging van het plangebied (rode cirkel) op de kaart van Jan Pietersz Dou uit 1625. (bron: Nationaal Archief)
Figuur 4: Locatie van het plangebied (zwarte cirkel) op de kadastrale minuutkaart uit de periode tussen 1811 en 1832.
11
Figuur 5: Locatie van het plangebied (gele lijnen) op de Bonnekaart van 1899.
Figuur 6: Locatie van het plangebied (paarse lijnen) op de topografische kaart van 1959.
12
Figuur 7: Locatie van het plangebied (paarse lijnen) op de topografische kaart van 1969.
13
9. Gespecificeerde archeologische verwachting Kans op archeologische waarden Periode Complextypen Stratigrafische positie
Hoog (noordelijke deel van het plangebied) en laag (zuidelijke deel van het plangebied) Laat-Paleolithicum-Nieuwe tijd Nederzettingen, sporen van landgebruik, grafvelden In de basis van het plaggendek, de podzolbodem en de top van de C-horizont
Aanwezigheid en dichtheid Het plangebied ligt op een dekzandrug in het Noord-Brabantse dekzandgebied. In de periode tussen 3.850 en 2.750 v. Chr. nam de veengroei in dit gebied sterk toe en werd het langzaam een ontoegankelijk veengebied. Het is niet bekend in hoeverre de dekzandrug waar het plangebied op ligt boven het veenlandschap heeft uitgestoken en hoe lang het gebied nog bewoonbaar was. In de Late Middeleeuwen werd het veengebied in de omgeving van Waspik ontgonnen. De dekzandrug zal daarbij als ontginningsbasis hebben gediend en langzaam ontstond hier de kern ‘Ruchten’, later Waspik-Zuid. Het gebied van Waspik is tijdens de St. Elisabethsvloed van 1421 en latere overstromingen voor een groot deel verloren gegaan. De dekzandrug zal dit hebben doorstaan maar dit geldt niet voor het gebied ten zuidwesten van de dekzandrug, dat een nat en drassig gebied werd. De dekzandrug kreeg nu ook betekenis als relatief droge weg tussen twee natte gebieden. Daarom is op ca. 300 m ten noorden van het plangebied in het begin van de 18e eeuw het Retranchement van Waspik aangelegd. Dit heeft dienst gedaan tijdens de Spaanse Successieoorlog van 1701 en de latere invallen van Frankrijk in de 18e eeuw. Het plangebied bleef waarschijnlijk onbebouwd tot de late 19e eeuw.
In de 19e en 20e eeuw is waarschijnlijk door afgraving van het zuidelijke deel van het plangebied de steilrand in het midden van het plangebied gevormd. In het (noordelijke deel van het) van het plangebied kunnen archeologische waarden uit het LaatPaleolithicum tot en met de Nieuwe tijd aanwezig zijn. Specifiek worden in het noorden van het plangebied archeologische waarden uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd verwacht vanwege de ligging in het bewoningslint langs de Schotse Hooglandersstraat. Stratigrafische positie Het potentiële archeologische vondstenniveau bevindt zich in de basis van het plaggendek en in de eventueel aanwezig podzolbodem. Het potentiële archeologische sporenniveau bevindt zich in de eventueel aanwezige podzolbodem en in de top van de C-horizont. Complextypen Voor de perioden van het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum worden resten van een jachtkamp verwacht, eventueel met begravingsresten. Vanaf het Neolithicum is het landschap geleidelijk een wild veengebied geworden, maar resten van een agrarische nederzetting uit het Neolithicum tot en met de Middeleeuwen kunnen vanwege de relatief hoge ligging van de dekzandrug niet uitgesloten worden.
In het noorden van het plangebied worden archeologische waarden uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd verwacht; waarschijnlijk geen bewoningsresten maar eerder resten van erven zoals beer- en waterputten en resten van bijgebouwen. Prospectiekenmerken en -beperkingen Eventuele archeologische waarden uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum manifesteren zich als een vondststrooiing met een hoge vondstdichtheid van vuursteenartefacten en houtskool. Archeologische vindplaatsen uit het Neolithicum tot en met de Middeleeuwen manifesteren zich als een archeologisch sporenniveau en een vondststrooiing van aardewerk en 14
houtskool met een matig hoge vondstdichtheid. Archeologische waarden uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd manifesteren zich door een archeologisch sporenniveau en door een ophogingslaag met aardewerkfragmenten en resten bouwmateriaal.
15
Tabel 1: Gespecificeerde archeologische verwachtingstabel
1
Archeologische verwachting Datering
2 3 4
Complextype Omvang Diepteligging
5 6 7
Gaafheid en conservering Locatie Uiterlijke kenmerken (artefacten en type indicatoren)
8
Mogelijke verstoringen
Reden Laag Laat-Paleolithicum-Neolithicum Vanwege continue bewoning/ gebruik van het gebied vanaf de Middeleeuwen zijn eventuele resten verstoord geraakt. Het zuidelijke deel van het plangebied is afgegraven. Laag Neolithicum-Middeleeuwen Het plangebied lag in deze periode in een nat, ontoegankelijk veengebied. De dekzandrug kan echter een hoge landschappelijke ligging hebben gehad, dus archeologische sporen uit deze perioden zijn niet uitgesloten. Hoog Late-Middeleeuwen-Nieuwe Het noorden van het plangebied maakte deel uit van het bewoningslint langs tijd de Schotse Hooglandersstraat. Nederzettingscomplexen, sporen van landgebruik, begraving 810 m2 (omvang van het plangebied) In de basis van het plaggendek en de eventueel aanwezige podzolbodem (vondstenniveau), in de eventueel aanwezige podzolbodem en de C-horizont (sporenniveau) Het zuidelijke deel van het plangebied is duidelijk afgegraven. Waarschijnlijk alleen het noorden van het plangebied Laat-Paleolithicum-Neolithicum (vondststrooing van vuursteenartefacten en houtskool) Neolithicum-Middeleeuwen (archeologisch sporenniveau met vondststrooing van aardewerk en houtskool) Late Middeleeuwen-Nieuwe tijd (archeologisch sporenniveau, opgebrachte cultuurlaag met resten aardewerk en bouwmateriaal). Het zuidelijke deel van het plangebied is waarschijnlijk afgegraven.
16
10. Resultaten veldonderzoek Onderzoeksmethodiek In navolging van het bureauonderzoek heeft een archeologisch booronderzoek plaatsgevonden. Het doel van het booronderzoek is het toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting in het plangebied, zoals deze is opgesteld in Hoofdstuk 9 (conform het opgestelde Plan van Aanpak; Beckers 2021). De boringen zijn daarbij gebruikt om zowel de mate van intactheid van de bodem als de bodemopbouw zelf te bepalen. In totaal zijn in het plangebied 5 boringen gezet (boringen 1-5). De locaties van de boringen zijn opgenomen op de kaart in bijlage 5. De boringen hebben een diepte tot maximaal 230 cm –Mv en zijn handmatig gezet met behulp van een Edelmanboor met een diameter van 7 cm en een gutsboor met een diameter van 2 cm. De boringen zijn beschreven volgens de NEN5104 en de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB; SIKB 2008). Deze beschrijvingen zijn terug te vinden in bijlage 8. Foto’s van de boringen zijn opgenomen in bijlage 6. De boringen zijn gelijkmatig in het plangebied uitgezet. De coördinaten van de boorpunten zijn met een meetlint aan de hand van de lokale topografie bepaald. De hoogte is zo goed mogelijk afgeleid van het AHN. Veldwaarnemingen Het plangebied loopt vanaf ca. 8 meter vanaf de weg steil naar beneden af. In het midden van het plangebied is een verwilderde groenstrook.
Het gebied ten zuiden daarvan is in gebruik als grasland. Lithologie en bodemopbouw Alle aangetroffen bodemlagen zijn kalkloos. De ondergrond van het plangebied bestaat uit zwak siltig, matig fijn zand. De basis van dit pakket heeft een licht-geelgrijze tot gele kleur. Dit gaat in het zuiden van het plangebied geleidelijk over in een ca. 20-30 cm dikke laag bruin zand met roestvlekken en vervolgens in een 10 cm dikke, donkergrijze, matig humeuze zandlaag. De licht-geelgrijze zandlaag wordt geïnterpreteerd als het oorspronkelijke moedermateriaal of de C-horizont. In het zuiden van het plangebied is de podzolbodem in de top van het dekzand nog aanwezig; de bruine laag is de inspoelingshorizont of B-horizont en de donkergrijze laag de oorspronkelijke humeuze bovengrond of A-horizont. De top van de podzolbodem ligt hier op 50 á 60 cm -mv. In de boringen 1 t/m 3 is de podzolbodem niet aangetroffen. In de boringen 3 t/m 5 wordt het dekzandpakket afgedekt door een 15 tot 30 cm dikke, mineraalarme tot sterk zandige veenlaag. Deze laag is opgebouwd uit zeggeveen en wordt afgedekt door een 45 tot 50 cm dikke, donkergrijze en matig humeuze zandlaag. Deze zandlaag is enigszins venig en bevat veenbrokken. In de laag zijn ook baksteenfragmenten aangetroffen. De zandlaag wordt geïnterpreteerd als de recente bouwvoor.
In de boringen 1 en 2 wordt het dekzandpakket afgedekt door een 95 tot 210 cm dik humeus zandpakket. Het pakket bestaat uit lagen donkergrijs en bruingrijs zand. In het pakket zijn veel baksteenfragmenten en enkele mortelresten gevonden. In boring 2 is een fragment roodbakkend, geglazuurd aardewerk aangetroffen. In boring 2 reikt het humeuze pakket tot relatief diep (210 cm mv). Archeologische indicatoren In de bouwvoor in de boringen 3 t/m 5 en in het humeuze pakket in de boringen 1 en 2 zijn baksteenfragmenten gevonden. De baksteenfragmenten in de boringen 3 t/m 5 zijn waarschijnlijk in het gebied terecht gekomen door bemesting. Voor de zone van de boringen 1 en 2 is sprake van een hogere concentratie aan resten bouwmateriaal. Hier is ook een randfragment van roodbakkend geglazuurd aardewerk gevonden; in boring 2 op 180 cm -mv. Dit fragment dateert waarschijnlijk uit de periode van de 15e tot en met de 17e eeuw. 17
Archeologische interpretatie In het bureauonderzoek werd verwacht dat in het plangebied sprake was geweest van een dekzandrug, die in het zuidelijke deel van het plangebied mogelijk was afgegraven. Dit beeld moet gecorrigeerd worden; het zuiden van het plangebied zal waarschijnlijk deel hebben uitgemaakt van een dekzandvlakte en de dekzandrug in het noorden van het plangebied is minder geprononceerd dan verwacht. De hoogteverschillen in het plangebied zijn ook in grote mate bepaald door ophoging van het noordelijke deel van het plangebied. In het zuiden van het plangebied is onder de veenlaag nog een intacte podzolbodem aanwezig. In theorie zouden hier nog archeologische waarden uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum aanwezig kunnen zijn. Dit deel van het plangebied heeft echter deel uitgemaakt van een dekzandvlakte, en de nabij liggende dekzandrug zal een veel gunstigere vestigingsplaats geweest zijn. Hier is echter de podzolbodem en daarmee het potentiële archeologische niveau uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum niet meer aanwezig. Archeologische waarden uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum worden daarom niet meer verwacht. Vanaf ca. 3.850 v. Chr. zal in het plangebied veenvorming hebben plaatsgehad. Het gebied zal snel daarna al niet meer geschikt geweest zijn om in te wonen en te leven.
Het gebied werd pas weer aantrekkelijk na de grootschalige ontginningen in de Late Middeleeuwen. De Schotse Hooglandersstraat zal als ontginningsbasis gediend hebben en uit het historische kaartmateriaal blijkt dat de ligging van de weg nauwelijks gewijzigd is. Het noorden van het plangebied heeft dus de hoogste kans op archeologische waarden uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd. Dit blijkt ook uit de boringen. In het noorden van het plangebied is sprake van een relatief dik humeus pakket in de bovengrond met baksteenfragmenten en resten mortel. Waarschijnlijk is het noordelijke deel van het plangebied opgehoogd gedurende de Nieuwe tijd. In boring 2 is een relatief diep reikende humeuze laag aangetroffen, tot 210 cm -mv. In de vulling werd ook een fragment roodbakkend, geglazuurd aardewerk gevonden uit de Late Middeleeuwen of Nieuwe tijd. In het noorden van het plangebied kunnen nog archeologische waarden aanwezig zijn uit de Late Middeleeuwen of Nieuwe tijd.
18
11. Beantwoording onderzoeksvragen 1.
Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? Op basis van het onderzoek is vastgesteld dat het noorden van het plangebied deel heeft uitgemaakt van een dekzandrug. Het zuiden van het plangebied lag in een dekzandvlakte. Gedurende het Holoceen heeft veenvorming plaatsgevonden, eerst alleen in het lage deel in het zuiden van het plangebied maar vermoedelijk later ook op de dekzandrug.
2.
Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante niveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze? In het zuiden van het plangebied is een podzolbodem aanwezig. In theorie zouden hierin nog archeologische waarden uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum in aanwezig zijn, maar een archeologische vindplaats uit deze periode wordt meer verwacht op de nabij gelegen dekzandrug. Na het Mesolithicum was dit deel van het plangebied ontoegankelijk door veenvorming. Omdat de kans op archeologische waarden uit het Laat-Paleolithicum en het Mesolithicum gering is, wordt de podzolbodem niet beschouwd als potentieel archeologisch niveau. In het noorden van het plangebied is de bodemopbouw niet intact gebleven. In dit deel van het plangebied kunnen echter archeologische waarden uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd niet uitgesloten worden. Deze archeologische waarden kunnen aanwezig zijn vanaf het maaiveld.
3.
In hoeverre zijn de archeologisch relevante niveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat)? De archeologische ‘cultuurlaag’ uit de Nieuwe tijd kan niet goed onderscheiden worden van de mogelijke recente bodemverstoring. In hoeverre het archeologische niveau uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd in het noorden van het plangebied intact is gebleven valt dus niet te zeggen.
4.
Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag, middelhoog en hoog? Op basis van het archeologisch onderzoek is in het noorden van het plangebied sprake van een hoge archeologische verwachtingswaarde, met name op archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd. Archeologische waarden uit de periode NeolithicumMiddeleeuwen kunnen nog niet uitgesloten worden. In het zuiden van het plangebied is sprake van een lage archeologische verwachtingswaarde voor alle perioden.
19
12. Conclusie en Advies Conclusie Op basis van het archeologisch vooronderzoek zijn de volgende conclusies te trekken: • Uit het bureauonderzoek werd verwacht dat het plangebied deel heeft uitgemaakt van een dekzandrug die zich globaal langs de Schotse Hooglandersstraat uitstrekte. Op basis van het AHN werd verwacht dat de dekzandrug in het zuiden van het plangebied was afgegraven. Op basis hiervan kunnen in het (noorden van het) plangebied archeologische waarden uit de periode LaatPaleolithicum-Middeleeuwen aanwezig zijn. Voor de perioden Laat-Paleolithicum en Mesolithicum werden resten van een jachtkampje verwacht; dat zich hoofzakelijk zou manifesteren door een vondststrooiing van vuursteenartefacten en houtskool in de podzolbodem, als deze nog intact is gebleven. Voor de perioden Neolithicum-Middeleeuwen werden resten verwacht van een agrarische nederzetting. Een dergelijke vindplaats zou zich manifesteren als een archeologisch sporenniveau met als gidsartefact aardewerkfragmenten. • Aangezien de Schotse Hooglandersstraat als ontginningsbasis heeft gediend en later een bewoningslint is geworden, worden in het noorden van het plangebied archeologische waarden uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd verwacht. Een archeologische vindplaats zal zich manifesteren als een cultuurlaag met aardewerkfragmenten en resten bouwmateriaal.
• Tijdens het booronderzoek bleek dat in et zuiden van het plangebied nog een podzolbodem aanwezig is onder een restveendek en een 45-50 cm dikke recente bouwvoor. Dit deel van het plangebied heeft deel uitgemaakt van een dekzandvlakte die gedurende het Holoceen bedekt is geraakt met een veenpakket. Dit deel van het plangebied was in vergelijking met de nabij gelegen dekzandrug een minder gunstige vestigingsplaats. In dit deel van het plangebied worden daarom geen archeologische waarden verwacht. • In het noorden van het plangebied is de podzolbodem niet meer aanwezig. Daarom worden in dit deel van het plangebied geen archeologische waarden uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum verwacht. • In het noorden van het plangebied is een relatief dik humeus pakket met baksteenfragmenten aanwezig. Dit pakket reikt tot een diepte van 95 á 210 cm -mv. In boring 2 is een fragment roodbakkend, geglazuurd aardewerk gevonden uit de Late Middeleeuwen of Nieuwe tijd. Het noorden van het plangebied heeft nog een hoge archeologische verwachtingswaarde op archeologische waarden uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd. Archeologische waarden uit de perioden van het Neolithicum tot en met de Middeleeuwen kunnen hier ook niet uitgesloten worden. Advies De opdrachtgever heeft het voornemen om centraal in het plangebied een vrijstaande woning te bouwen.
Hiertoe moet in eerste instantie een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Er wordt voorgesteld om de strook met een hoge verwachting, zoals deze in bijlage 7 is aangeduid, op te nemen in het bestemmingsplan. Hiervoor kunnen de geldende planregels worden gebruikt. In het zuiden van het plangebied geldt een lage archeologische verwachting en daarom is voor dit deel van het plangebied geen nader archeologisch onderzoek nodig. Als in de toekomst in de advieszone in het noorden van het plangebied graafwerkzaamheden plaats zullen vinden, die de kaders van het bestemmingsplan overschrijden, adviseren wij om aanvullend inventariserend veldonderzoek uit te voeren. De vorm hiervan hangt af van de aard en omvang van de uit te voeren bodemingrepen. Er kan hier bijvoorbeeld gedacht worden aan een archeologische begeleiding. De werkwijze van het onderzoek dient vastgelegd te worden in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE).
20
Wanneer er onverhoopt tijdens de graafwerkzaamheden in de zone met een lage verwachting toch resten gevonden worden, waarvan redelijkerwijs vermoed kan worden dat deze van archeologische waarde zijn, geldt een verplichte meldingsplicht (conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10), Deze melding kan dan bij de gemeente als bevoegde overheid plaatsvinden. Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal het bevoegd gezag (de gemeente Waalwijk) een selectiebesluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.
21
13. Geraadpleegde bronnen Archeologische kaarten en databestanden: • Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007. • Archeologisch Informatie Systeem III (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2016. • Archeologische beleids- en verwachtingskaart van de gemeente Waalwijk • www.ruimtelijkeplannen.nl • archis.cultureelerfgoed.nl • www.kadastralekaart.com • www.pdok.nl • www.ahn.nl • Bodemkaart van Nederland 1:50.000 (Stiboka) • Geomorfologische kaart van Nederland • www.bodemloket.nl • bagviewer.kadaster.nl • geoloket.odru.nl • www.dinoloket.nl • beeldbank.cultureelerfgoed.nl • www.topotijdreis.nl • www.tracesofwar.com Lijst met afbeeldingen Figuur 3: Ligging van het plangebied (met rode lijnen aangegeven; bron kaart: www.opentopo.nl). Figuur 4: Voorlopig ontwerp van de nieuwe woning. De code EVZ staat voor Eclogische VerbindingsZone, een strook die ten oosten van het plangebied aangelegd zal worden (bron: Agel Adviseurs). Figuur 3: Ligging van het plangebied (rode cirkel) op de kaart van Jan Pietersz Dou uit 1625. (bron: Nationaal Archief) Figuur 4: Locatie van het plangebied (zwarte cirkel) op de kadastrale minuutkaart uit de periode tussen 1811 en 1832. Figuur 5: Locatie van het plangebied (gele lijnen) op de Bonnekaart van 1899.
Figuur 6: Locatie van het plangebied (paarse lijnen) op de topografische kaart van 1959. Figuur 7: Locatie van het plangebied (paarse lijnen) op de topografische kaart van 1969.
22
Literatuur Beckers, I.S.J., 2021. Waspik, Schotse Hooglandersstraat naast 14, Plan van Aanpak, intern document. Transect, Nieuwegein Harbers, P. 1990. Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, toelichting bij het kaartblad 44 Oost Oosterhout. Wageningen: DLO-Staring Centrum. Hessing, W.A.M., R. Schrijvers, and K. Klerks. 2010. Actualisering erfgoedkaart gemeente Waalwijk, Archeologiekaart gemeente Waalwijk - verantwoording en toelichting voor de gebruiker. Vestigia rapport V795A. Amersfoort. Koopmanschap, H. 2010. Archeologisch bureauonderzoek Stationslaan te Waspik, gemeente Waalwijk. Archeologische Rapporten Oranjewoud. Heerenveen: Oranjewoud B.V. de Mulder, E.F.J., M.C. Geluk, I. Ritsema, W.E. Westerhoff, and T.E. Wong. 2003. De Ondergrond van Nederland. Geologie van Nederland deel 7. Smit, L. 2007. Waspik, De Vest, Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterende fase. BAAC-project 06.352. ’s Hertogenbosch. Vos, P.H., and H. Weerts. 2011. Atlas van Nederland in het Holoceen. Amsterdam: Uitgeverij Bert Bakker.
23
Bijlage 1: Archeologische waarden- en verwachtingenkaart van de gemeente Waalwijk
24
Bijlage 2: Geomorfologische kaart
dekzandrug dekzandvlakte veenrestvlakte
25
Bijlage 3: Hoogtekaart
26
Bijlage 4: Archeologische informatie (bron: Archis3)
27
Bijlage 5: Boorpuntenkaart
28
Bijlage 6: Foto’s van boringen De boorkernen op onderstaande foto’s zijn van links naar rechts uitgelegd, waarbij de onderkanten van de boringen naar boven wijzen (per 10 cm kern). Boring 1:
Boring 3:
29
Boring 4:
30
Bijlage 7: Advieskaart
31
Bijlage 8: Boorbeschrijvingen
32
boring: 13129-1 beschrijver: IB, datum: 2-6-2020, X: 124.803, Y: 409.922, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 44C, hoogte: 1,65, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, vondstzichtbaarheid: geen, gemeente: Waalwijk, plaatsnaam: Waspik, opdrachtgever: AGEL Adviseurs b.v., uitvoerder: Transect b.v.
0 cm -Mv / 1,65 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, geelgrijs, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond
20 cm -Mv / 1,45 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: bouwvoor Opmerking: enkele baksteenfragmenten
60 cm -Mv / 1,05 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, bruingrijs, matig fijn, kalkloos Opmerking: omgewerkte grond, baksteenfragmenten, gele vlekken
95 cm -Mv / 0,70 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgeelgrijs, matig fijn, kalkloos, interpretatie: dekzand Bodemkundig: C-horizont
Einde boring op 130 cm -Mv / 0,35 m +NAP
boring: 13129-2 beschrijver: IB, datum: 2-6-2020, X: 124.818, Y: 409.921, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 44C, hoogte: 1,70, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, vondstzichtbaarheid: geen, gemeente: Waalwijk, plaatsnaam: Waspik, opdrachtgever: AGEL Adviseurs b.v., uitvoerder: Transect b.v.
0 cm -Mv / 1,70 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, bruingrijs, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: bouwvoor
40 cm -Mv / 1,30 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, matig fijn, kalkloos Opmerking: omgewerkte grond, baksteenfragmenten
80 cm -Mv / 0,90 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, grijsbruin, matig fijn, kalkloos Opmerking: baksteenfragmenten, mortel, archeologisch spoor
160 cm -Mv / 0,10 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, matig fijn, kalkloos Archeologie: enkel fragment aardewerk Opmerking: venig, roodbakkend geglazuurd aardewerk, archeologisch spoor
210 cm -Mv / 0,40 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, geel, matig fijn, kalkloos, interpretatie: dekzand Bodemkundig: C-horizont
Einde boring op 230 cm -Mv / 0,60 m -NAP
boring: 13129-3 beschrijver: IB, datum: 2-6-2020, X: 124.810, Y: 409.912, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 44C, hoogte: 0,52, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, vondstzichtbaarheid: geen, gemeente: Waalwijk, plaatsnaam: Waspik, opdrachtgever: AGEL Adviseurs b.v., uitvoerder: Transect b.v.
0 cm -Mv / 0,52 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: bouwvoor Opmerking: venig
45 cm -Mv / 0,07 m +NAP Lithologie: veen, mineraalarm, bruin, zeggeveen, kalkloos
75 cm -Mv / 0,23 m -NAP Lithologie: zand, zwak siltig, bruingeel, matig fijn, kalkloos, interpretatie: dekzand Opmerking: enkele roestvlekken
95 cm -Mv / 0,43 m -NAP Lithologie: zand, zwak siltig, geel, matig fijn, kalkloos, interpretatie: dekzand
Einde boring op 120 cm -Mv / 0,68 m -NAP
1
boring: 13129-4 beschrijver: IB, datum: 2-6-2020, X: 124.799, Y: 409.898, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 44C, hoogte: 0,28, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, vondstzichtbaarheid: geen, gemeente: Waalwijk, plaatsnaam: Waspik, opdrachtgever: AGEL Adviseurs b.v., uitvoerder: Transect b.v.
0 cm -Mv / 0,28 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: bouwvoor Opmerking: veenbrokken
50 cm -Mv / 0,22 m -NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: verstoord
60 cm -Mv / 0,32 m -NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, bruin, matig fijn, kalkloos, interpretatie: dekzand Bodemkundig: B-horizont Opmerking: weinig roestvlekken
80 cm -Mv / 0,52 m -NAP Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgrijs, matig fijn, kalkloos, interpretatie: dekzand Bodemkundig: C-horizont
Einde boring op 110 cm -Mv / 0,82 m -NAP
boring: 13129-5 beschrijver: IB, datum: 2-6-2020, X: 124.819, Y: 409.901, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 44C, hoogte: 0,45, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, vondstzichtbaarheid: geen, gemeente: Waalwijk, plaatsnaam: Waspik, opdrachtgever: AGEL Adviseurs b.v., uitvoerder: Transect b.v.
0 cm -Mv / 0,45 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: interpretatie: bouwvoor Opmerking: baksteenfragmenten
45 cm -Mv / 0,00 m +NAP Lithologie: veen, sterk zandig, donkergrijs, zeggeveen, matig fijn, kalkloos Opmerking: restveen
60 cm -Mv / 0,15 m -NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, zandbrokken, matig fijn, kalkloos
70 cm -Mv / 0,25 m -NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, bruin, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: B-horizont Opmerking: weinig roestvlekken
85 cm -Mv / 0,40 m -NAP Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgrijs, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: C-horizont
Einde boring op 120 cm -Mv / 0,75 m -NAP
2