CConstaterende datWaalwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 quickscan flora en fauna

Raadsvergadering 21 april 2022, gemeente WaalwijkBij agendapunt: Bestemmingsplan Schotse Hooglandersstraat ong. (naast 14) in Waspik4.033 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan flora en fauna Schotse Hooglanderstraat, Waspik

Datum: Project: Opdrachtgever: Auteur:

17 december 2020 3282 AGEL Adviseurs B.V. Bureau van Nierop Bisschop Rijthoviusdreef 6A 5561 TD Riethoven

Colofon Projectnummer: Auteur:

3282 L. van Hout, Bsc.

Veldmedewerker:

L. van Hout, Bsc.

Copyright:

AGEL Adviseurs B.V. / Bureau van Nierop

Redactie en eindcontrole:

ir. L.J.A.M. van Nierop D. Custers, Msc.

Autorisatie:

ir. L.J.A.M. van Nierop

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van AGEL Adviseurs B.V. en/of Bureau van Nierop. Ingenieursbureau van Nierop Bosbouw en Ecologie Bisschop Rijthoviusdreef 6a 5561 TD Riethoven Tel.: (0497) 53 54 00 Fax.: (0497) 53 51 00 Email: info@bureauvannierop.nl Quickscan flora en fauna Schotse Hooglanderstraat, Waspik Bureau van Nierop 2020 ©

1

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1. Inleiding ............................................................................................................ 3 1.1 Aanleiding .................................................................................................................... 3 1.2 Doel onderzoek ............................................................................................................ 3 1.3 Opbouw rapport ........................................................................................................... 3 Hoofdstuk 2. Wettelijk kader .................................................................................................. 4 2.1 Gebiedsbescherming ................................................................................................... 4 2.1.1 Natura 2000 ........................................................................................................... 4 2.1.2 NNN ...................................................................................................................... 4 2.1.3 Uitvoering Gebiedsbescherming ............................................................................ 5 2.2 Soortenbescherming .................................................................................................... 6 Hoofdstuk 3.

Onderzoekslocatie ............................................................................................ 8 3.1 Beschrijving onderzoekslocatie .................................................................................... 8 3.2 Beschrijving geplande maatregelen ............................................................................. 9 3.3 Ligging ten opzichte van beschermde gebieden ........................................................... 9 Hoofdstuk 4. Onderzoeksmethode .......................................................................................11 4.1 Literatuurstudie en deskresearch ................................................................................11 4.2 Veldbezoek .................................................................................................................11 Hoofdstuk 5.

Resultaten onderzoek ......................................................................................12 5.1 Flora ...........................................................................................................................12 5.2 Vogels .........................................................................................................................12 5.3 Grondgebonden zoogdieren........................................................................................12 5.4 Vleermuizen ................................................................................................................12 5.5 Amfibieën en reptielen ................................................................................................13 5.6 Vlinders en libellen ......................................................................................................13 5.7 Overige beschermde soorten ......................................................................................13 Hoofdstuk 6. Effectenbeoordeling .........................................................................................14 Hoofdstuk 7.

Conclusie en aanbeveling ................................................................................14 Bijlage 1 Jaarrond beschermde vogels .................................................................................15 Bijlage 2 Gegevens NDFF ....................................................................................................16 Bijlage 3 Foto’s onderzoekslocatie .......................................................................................17 Bijlage 4 Toekomstige situatie Schotse Hooglanderstraat ....................................................19 Bijlage 5. Aerius berekening .................................................................................................20

Quickscan flora en fauna Schotse Hooglanderstraat, Waspik Bureau van Nierop 2020 ©

2

Hoofdstuk 1. Inleiding 1.1 Aanleiding Aanleiding voor deze quickscan flora en fauna zijn de geplande ruimtelijke ontwikkelingen aan de Schotse Hooglanderstraat, ongenummerd (naast nummer 14) te Waspik. Het aanwezige weiland wordt omgevormd tot een vrijstaande woning, zie bijlage 4. De rapportage behandeld of de gewenste maatregelen gevolgen hebben voor de aanwezige flora en fauna en of er beschermde soorten aanwezig zijn waarmee rekening gehouden dient te worden.

1.2 Doel onderzoek In het kader van ruimtelijke ontwikkelingen en ruimtelijke plannen, zoals bijvoorbeeld bestemmingsplannen, is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en elementen. Er dient een inschatting gemaakt te worden van welke soorten in een gebied kunnen voorkomen, in combinatie met een toetsing aan de Wet Natuurbescherming. Het doel van dit onderzoek is om vast te stellen of in te schatten, of er binnen het plangebied plantenen/of diersoorten aanwezig zijn, die volgens de huidige wetgeving een beschermde status hebben. Ook dient er vastgesteld te worden of het plangebied in potentie geschikt is voor bepaalde soorten. Indien een planlocatie zich nabij een beschermd gebied bevindt, zoals nabij het Nationaal Natuurnetwerk (NNN) of een Natura 2000 gebied, dient tevens te worden vastgesteld of de voorgenomen activiteiten een negatief effect kunnen hebben op het beschermde gebied. Ook dient te worden bepaald of de geplande ingreep een mogelijke afbreuk doet op de werking van het NNN of de waarde van het gebied.

1.3 Opbouw rapport • • • • • • •

In hoofdstuk 1 wordt een korte inleiding gegeven op de aanleiding van deze quickscan en het doel hiervan; Hoofdstuk 2 omschrijft het wettelijke kader, hier wordt een korte toelichting gegeven op de natuurwetgeving, waarin soortenbescherming en gebiedsbescherming aan bod komen; In hoofdstuk 3 wordt de onderzoekslocatie beschreven. Hierbij wordt de huidige en de geplande situatie behandeld en de ligging ten opzichte van beschermde gebieden; Hoofdstuk 4 geeft een toelichting op de gebruikte onderzoeksmethode die is uitgesplitst in een literatuurstudie en een veldbezoek. In hoofdstuk 5 worden de resultaten uit de inventarisatie weergegeven; Hoofdstuk 6 behandeld de effecten van de ingreep en de soorten die er (mogelijk) voor komen. In hoofdstuk 7 wordt op basis van de effectenbeoordeling uit hoofdstuk 6 een advies opgesteld.

Quickscan flora en fauna Schotse Hooglanderstraat, Waspik Bureau van Nierop 2020 ©

3

Hoofdstuk 2. Wettelijk kader In dit hoofdstuk wordt kort het wettelijke kader en de toepassing op ruimtelijk ingrepen beschreven. 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming ingegaan. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. Middels deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de Vogel- en Habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. De Wet Natuurbescherming benoemt niet welke concrete activiteiten wel of niet zijn toegestaan. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan.

2.1 Gebiedsbescherming De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn is geïmplementeerd in de Wet Natuurbescherming, deze wet regelt o.a. de bescherming van Natura 2000 gebieden. In de onderstaande paragraaf wordt dit nader toegelicht. Daarnaast wordt in de daaropvolgende paragraaf het Nationaal Natuurnetwerk (voorheen EHS) beschreven, deze maakt geen deel uit van de Wet Natuurbescherming. De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke omgevingsrecht (Barro). 2.1.1 Natura 2000 Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit Europees perspectief. Natura 2000 komt voort uit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen. 2.1.2 NNN Het Nationaal Natuurnetwerk (NNN) is de opvolger van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het is een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. De provincie is verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Het netwerk helpt te voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde natuurgebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Grote delen van het NNN vallen samen met Natura 2000 gebieden. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. Ruimtelijke plannen moeten hieraan worden getoetst.

Quickscan flora en fauna Schotse Hooglanderstraat, Waspik Bureau van Nierop 2020 ©

4

2.1.3 Uitvoering Gebiedsbescherming Natura 2000 Artikel 1.11 uit de wet natuurbescherming beschrijft het volgende:

1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a) dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b) indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c) voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Voor een Natura 2000 gebied geldt dat ontwikkelingen niet zijn toegestaan als deze de wezenlijke kenmerken of waarden van een gebied aantasten. Plannen die van invloed kunnen zijn op een aangewezen gebied moeten vooraf worden getoetst. Het toetsingskader bestaat uit drie stappen.

• Bij het nemen van beslissingen over plannen moet rekening worden gehouden met de instandhoudingsdoelen uit de Wet; • Als er te beschermen waarden in het geding kunnen komen, moet er een passende beoordeling worden gemaakt; • Als substantiële schade aan beschermde habitatten te verwachten is, kan slechts bij dwingende reden van openbaar belang én aantoonbare afwezigheid van een alternatief plan tot uitvoering worden overgegaan. In dat geval is compensatie verplicht. Nationaal Natuurnetwerk In of in de nabijheid van een NNN gebied geldt het ‘Nee, tenzij’ principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als die per saldo leiden tot een significante aantasting van de wezenlijk kenmerken en waarden, of leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte van of samenhang tussen die gebieden. Toestemming kan wel worden gekregen indien er sprake is van groot openbaar belang, geen reële alternatieven zijn en de negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden, de oppervlakte en de samenhang worden beperkt en de overblijvende effecten gelijkwaardig worden gecompenseerd.

Quickscan flora en fauna Schotse Hooglanderstraat, Waspik Bureau van Nierop 2020 ©

5

2.2 Soortenbescherming De wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes voor soorten. Er is een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en eigen vereisten of ontheffing van de verboden. Alle vogels, in totaal ruim 700 soorten, zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria worden voldaan: • Er mag alleen worden afgeweken van de bepalingen als er geen alternatieve bevredigende oplossing voor handen is; • Er moet sprake zijn van een in de wet genoemd belang. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat de belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid; • Tenslotte mag geen afbreuk worden gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van een soort. Als aan alle drie van de vereisten wordt voldaan, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een gedragscode of provinciale vrijstelling.

De verbodsbepalingen voor vogels en habitatrichtlijnsoorten sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen mogen niet overtreden worden, tenzij men een ontheffing kan krijgen (het ‘nee tenzij-principe). De verbodsbepaling voor beschermde soorten zien op het individu, maar of ontheffing verleend kan worden wordt afgewogen tegen het effect van de ingreep op het populatieniveau van de soort. Een belangrijk onderdeel van de Wet Natuurbescherming is de zorgplicht. De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld echter kan deze wel door toepassing van bestuursdwang gehandhaafd worden. De formulering van de zorgplicht brengt met zich mee dat als iemand bepaalde handelingen wil verrichten die gevolgen voor natuurwaarden kunnen hebben er vooraf inzichtelijk moet zijn welke natuurwaarden er aanwezig zijn en wat de gevolgen van de maatregelen op deze waarden zijn. De provincie is het bevoegd gezag voor vrijstelling en ontheffing verlening. In het geval van een omgevingsvergunningplichtige activiteit is voor de gemeente een procedurele rol weggelegd.

In het figuur op de volgende pagina is een stappenplan opgenomen waarin inzichtelijk wordt gemaakt wanneer een ontheffingsaanvraag noodzakelijk is.

Quickscan flora en fauna Schotse Hooglanderstraat, Waspik Bureau van Nierop 2020 ©

6

Afbeelding 1. Stappenplan soortenbescherming (bron: Ministerie van Economische Zaken)

Quickscan flora en fauna Schotse Hooglanderstraat, Waspik Bureau van Nierop 2020 ©

7

Hoofdstuk 3. Onderzoekslocatie 3.1 Beschrijving onderzoekslocatie De onderzoekslocatie is gelegen aan de Schotse Hooglanderstraat, ongenummerd, te Waspik. Het bestaat uit de kadastrale percelen Waspik 01 O 1206G en Waspik 01 O 0530G, de ligging wordt in afbeelding 1 weergegeven. De onderzoekslocatie betreft een weiland.

Afbeelding 1. Ligging onderzoekslocatie

Op afbeelding 2 wordt de onderzoekslocatie in detail weergegeven. Deze is opgebouwd uit één terreintype, namelijk weiland. De bomenrij die te zien is op de luchtfoto was ten tijde van het veldbezoek niet meer aanwezig. Aanvullend worden er in bijlage 3 enkele foto’s van het terrein weergegeven.

Quickscan flora en fauna Schotse Hooglanderstraat, Waspik Bureau van Nierop 2020 ©

8

Afbeelding 2. Terreintypen van de onderzoekslocatie

De gehele onderzoekslocatie is opgebouwd uit een weiland. Hier groeien verschillende planten, zoals Engels raaigras en gewoon biggenkruid.

3.2 Beschrijving geplande maatregelen De geplande maatregelen bestaan uit de bouw van een vrijstaande woning op het huidige weiland.

3.3 Ligging ten opzichte van beschermde gebieden De onderzoekslocatie zelf heeft geen status in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 (Natura 2000, Ramsar-conventie, Vogel- of Habitatrichtlijn en Beschermd Natuurmonument). Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied is gelegen op ongeveer één kilometer afstand en betreft het gebied de Langstraat. Gezien de afstand van de onderzoekslocatie ten opzichte van het Natura 2000 gebied en de lokale aard van de geplande maatregelen kan er vanuit worden gegaan dat deze geen directe invloed hebben op het Natura 2000 gebied. Bij ontwikkelingen nabij Natura 2000 gebieden dient er echter ook gekeken te worden naar externe effecten. Met behulp van de Aerius Calculator is er berekend wat de stikstofdepositie van de beoogde toekomstige situatie is, zie bijlage 5. Hierbij is uitgegaan van standaard emissie voor de bouw van twee vrijstaande oude woningen. In de praktijk worden nieuwe woningen tegenwoordig vaak emissiearm gebouwd, daarnaast wordt er bij dit project slechts één huis gerealiseerd, waardoor de gehanteerde waarden als een overschatting kunnen worden gezien. Aanvullend is er uitgegaan van een toekomstige situatie met daarin 15 verkeersbewegingen per etmaal. In werkelijkheid zullen het aantal verkeersbewegingen per etmaal in de toekomstige situatie lager liggen, waardoor ook deze waarde als een overschatting kan worden gezien.

Het resultaat uit de berekening is dat er zelfs met de beschreven overschatting geen sprake is van een overschrijding van de depositiewaarde van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied.

Quickscan flora en fauna Schotse Hooglanderstraat, Waspik Bureau van Nierop 2020 ©

9

De onderzoekslocatie ligt niet binnen de begrenzing van het Natuur Netwerk Brabant (NNB). Een aantal gebieden in de directe omgeving (± 100 meter) vallen wel binnen deze begrenzing, zie afbeelding 3. Daarnaast wil de gemeente Waalwijk een ecologische verbindingszone realiseren achter en naast de woning dat het polderlandschap en het natuurgebied ten zuiden en noorden van het perceel met elkaar verbindt. Gezien de afstand met de huidige NNB gebieden en de zeer lokale invloed van de maatregelen kan worden gesteld dat de voorgenomen ontwikkelingen geen invloed hebben op het functioneren van het NNB, omdat de wezenlijke kenmerken niet worden aangetast of veranderd.

Afbeelding 3. Ligging ten opzichte van NNB

Quickscan flora en fauna Schotse Hooglanderstraat, Waspik Bureau van Nierop 2020 ©

10

Hoofdstuk 4. Onderzoeksmethode 4.1 Literatuurstudie en deskresearch Tijdens de literatuurstudie is gebruik gemaakt van gegevens uit verschillende bronnen. De belangrijkste zijn: verspreidingsatlassen en gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). In bijlage 2 is een lijst opgenomen van beschermde soorten die in de laatste vijf jaar binnen een straal van 5 kilometer van de onderzoekslocatie zijn waargenomen.

4.2 Veldbezoek Op 10 december 2020 is bij 2 °C en helder weer een eenmalig veldbezoek afgelegd door Bureau van Nierop aan de onderzoekslocatie. Tijdens het veldbezoek is zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aanwezigheid van beschermde soorten (zicht- en geluidswaarnemingen, sporenonderzoek, nesten, holen, uitwerpselen, haren etc.). Daarnaast is er gekeken of binnen de onderzoekslocatie of directe omgeving potentiële verblijfplaatsen aanwezig zijn van beschermde soorten.

Quickscan flora en fauna Schotse Hooglanderstraat, Waspik Bureau van Nierop 2020 ©

11

Hoofdstuk 5. Resultaten onderzoek 5.1 Flora De onderzoekslocatie bestaat uit een terrein met een weiland. Het weiland bevat verschillende kruidsoorten, zoals madeliefje (Bellis perennis), gewoon biggenkruid (Hypochaeris radicata), Engels raaigras (Lolium perenne) en hondsdraf (Glechoma hederacea). In een straal van 5 kilometer rondom de onderzoekslocatie zijn waarnemingen bekend van de beschermende wnb–andere soorten knolspirea (Filipendula vulgaris) en stijve wolfsmelk (Euphorbia stricta). Knolspirea groeit op vrij droge, matig voedselarme tot matig voedselrijke bodems. Stijve wolfsmelk vindt diens biotoop in open, kalkhoudende gronden. Dergelijke biotopen komen niet voor binnen de onderzoekslocatie. Door het huidige gebruik van de onderzoekslocatie ligt het niet in de lijn der verwachtingen dat er beschermde en/of kwetsbare plantensoorten dan wel vegetaties aanwezig zijn binnen de onderzoekslocatie.

5.2 Vogels Alle van nature in het wild levende vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn zijn beschermd. Het is verboden om ze opzettelijk te doden of te vangen of om opzettelijk hun nesten, eieren of rustplaatsen te beschadigen of te vernietigen. Voor een aantal soorten zijn de nesten en hun functionele omgeving zelfs jaarrond beschermd, zie bijlage 1. Tijdens het veldbezoek is geconstateerd dat de onderzoekslocatie niet geschikt is als broedlocatie voor gebouwbewonende en/of boombewonende soorten. Op het terrein is namelijk geen gebouw of boom aanwezig dat in potentie als broedlocatie kan fungeren. De onderzoekslocatie kan mogelijk wel onderdeel zijn van het foerageergebied voor vogels als steenuil. Echter vanwege de afwezigheid van geschikt broedbiotoop, kan het voorkomen van gebouw- en boombewonende vogels uitgesloten worden. De geplande maatregelen hebben geen gevolgen voor deze soorten. Gedurende de veldinspectie zijn in de struwelen en de aanwezige groenelementen in de directe omgeving van de onderzoekslocatie de volgende soorten waargenomen (waarnemingen o.b.v. zicht, zang of roep): • Merel • Huismus

5.3 Grondgebonden zoogdieren Uit het literatuuronderzoek is gebleken dat er diverse soorten zoogdieren zijn waargenomen in de directe omgeving van het plangebied. Voor de grondgebonden zoogdieren bestaat de lijst uit de meer algemene soorten (wnb-andere soorten). Aanvullend is er een waarneming bekend van de bever, een wnb-hrl-soort. Wegens het ontbreken van geschikt leefgebied op de onderzoekslocatie, kan de aanwezigheid van deze soort echter uitgesloten worden. Tijdens het veldbezoek zijn geen verdere aanwijzingen gevonden die duiden op de aanwezigheid van beschermde zoogdieren (uitwerpselen, holen, haren, sporen, etc.). De geplande maatregelen hebben geen gevolgen voor deze soorten.

5.4 Vleermuizen Alle in Nederland voorkomende vleermuizen zijn opgenomen in bijlage IV van de habitatrichtlijn en strikt beschermd middels de Wet Natuurbescherming. Binnen een straal van 5 kilometer zijn waarnemingen bekend van: de gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Tijdens het veldbezoek is vastgesteld dat de onderzoekslocatie ongeschikt is voor deze en andere vleermuissoorten. Door zowel de afwezigheid van een woning/schuur als van bomen binnen de onderzoekslocatie, zijn er geen geschikte verblijfplaatsen voor gebouw- en boombewonende vleermuizen. Daarnaast biedt de locatie geen geschikt foerageergebied door

Quickscan flora en fauna Schotse Hooglanderstraat, Waspik Bureau van Nierop 2020 ©

12

het gebrek aan lijnvormige elementen waarover vleermuizen zich kunnen oriënteren en verplaatsen. De geplande maatregelen hebben geen gevolgen voor deze soorten.

5.5 Amfibieën en reptielen Binnen een straal van 5 kilometer zijn waarnemingen bekend van diverse amfibieën en reptielen, zie bijlage 2, waaronder de wnb-hrl soorten heikikker en poelkikker. Meer algemene soorten (wnb-andere soorten) die zijn waargenomen zijn de alpenwatersalamander en bastaardkikker. Binnen de onderzoekslocatie, maar ook in de directe omgeving hiervan, is er echter geen geschikt voorplantingswater dan wel landbiotoop aanwezig voor de genoemde amfibieën. Er is geen bron van water aanwezig dat als voortplantingswater kan dienen. Daarnaast ontbreken er hoge, dichte vegetaties of landschapselementen als houtstapels dat als overwinteringsbiotoop kan dienen. Er kan dan ook geconcludeerd worden dat, wegens gebrek aan geschikt voortplantings- en overwinteringsbiotoop, er geen sprake is van essentieel leefgebied voor amfibieën. Voor de bastaardkikker geldt overigens, o.b.v. artikel 2.52 van het interim omgevingsverordening Noord-Brabant, dat het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen is toegestaan in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Gedurende het veldbezoek zijn er geen waarnemingen gedaan van amfibieën. De geplande maatregelen hebben geen gevolgen voor amfibieën. Er zijn binnen een straal van 5 kilometer geen waarnemingen bekend van reptielen.

Gezien de onderzoeklocatie geen gunstige foerageer- als overwinteringsbiotoop biedt, kan de aanwezigheid van reptielen uitgesloten worden. De geplande waarnemingen hebben dan ook geen gevolgen voor reptielen.

5.6 Vlinders en libellen Er zijn waarnemingen bekend van één beschermde libellensoort en één beschermde vlindersoort binnen een straal van 5 kilometer van de onderzoekslocatie. Het betreft hier de gevlekte witsnuitlibel en teunisbloempijlstaart. De gevlekte witsnuitlibel vindt diens leefgebied in vennen die aan het verlanden zijn in heidevelden en hoogveengebieden. De teunisbloempijlstaart is te vinden in vochtige bossen of bosranden. Aangezien dergelijke vennen en bossen niet binnen de onderzoekslocatie aanwezig zijn, is het voorkomen van deze soorten binnen de onderzoekslocatie uit te sluiten. Tijdens het veldbezoek zijn er geen waarnemingen gedaan van andere beschermde of algemene soorten uit deze soortgroepen. De geplande maatregelen hebben geen gevolgen voor deze soorten.

5.7 Overige beschermde soorten In de directe omgeving zijn waarnemingen bekend van de grote modderkruiper. Wegens het ontbreken van verlande wateren binnen de onderzoekslocatie, kan het voorkomen van de grote modderkruiper uitgesloten worden. Tijdens het veldbezoek zijn geen andere soorten waargenomen waarmee rekening gehouden dient te worden. Vanuit de huidige indeling en gebruik van de onderzoekslocatie worden deze soorten ook niet verwacht.

Quickscan flora en fauna Schotse Hooglanderstraat, Waspik Bureau van Nierop 2020 ©

13

Hoofdstuk 6. Effectenbeoordeling De onderzoekslocatie betreft een voormalig weiland. De geplande maatregelen bestaan uit het realiseren van een vrijstaande nieuwbouwwoning. Het huidig weiland biedt geen essentieel leefgebied voor beschermde flora, vogel-, zoogdier-, amfibie-, reptiel-, vlinder- en libelsoorten door het ontbreken van groenelementen, water en/of opgaande vegetatie. De geplande maatregelen hebben dan ook geen gevolgen voor flora en fauna.

Hoofdstuk 7. Conclusie en aanbeveling De geplande ruimtelijke ontwikkelingen hebben geen negatief effect op flora en fauna. Men dient ten tijde van de werkzaamheden de zorgplicht in acht te nemen. Dit houdt in dat er volgens normaal gebruik zorgvuldig gewerkt moet worden, waarbij. indien mogelijk, verstoring van fauna wordt voorkomen. Het actief doden van dieren is altijd verboden.

Quickscan flora en fauna Schotse Hooglanderstraat, Waspik Bureau van Nierop 2020 ©

14

Bijlage 1 Jaarrond beschermde vogels Door het ministerie van LNV (nu: Economische Zaken) is een lijst opgesteld waarin een aantal in Nederland kwetsbare vogelsoorten zijn opgenomen waarvan de nesten het hele jaar zijn beschermd. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in vijf categorieën. De nesten in categorie 1 t/m 4 zijn het hele jaar door beschermd. Voor categorie 5 geldt dat de nesten alleen tijdens de broedperiode zijn beschermd. Hierbij geldt echter dat bij zwaarwegende ecologische omstandigheden ook nesten van categorie 5 soorten jaarrond beschermd kunnen zijn. Hieronder zijn de soorten uit categorie 1 t/m 4 weergegeven. - Boomvalk (Falco subbuteo) - Buizerd (Buteo buteo) - Gierzwaluw (Apus apus) - Grote gele kwikstaart (Motacilla cincerea) - Havik (Accipiter gentilis) - Huismus (Passer domesticus) - Kerkuil (Tyto alba) - Oehoe (Bubo bubo) - Ooievaar (Ciconia ciconia) - Ransuil (Asio otus) - Roek (Corvus frugilegus) - Slechtvalk (Falco peregrinus) - Sperwer (Accipiter nisus) - Steenuil (Athene noctua) - Wespendief (Pernis apivorus) - Zwarte wouw (Milvus migrans).

Quickscan flora en fauna Schotse Hooglanderstraat, Waspik Bureau van Nierop 2020 ©

15

Bijlage 2 Gegevens NDFF © NDFF - quickscanhulp.nl 9-12-2020

Soort Soortgroep Bescherming Afstand Buizerd Vogels wnb-vrl 0 - 1 km Havik Vogels wnb-vrl 0 - 1 km Huismus Vogels wnb-vrl 0 - 1 km Ooievaar Vogels wnb-vrl 0 - 1 km Roek Vogels wnb-vrl 0 - 1 km Sperwer Vogels wnb-vrl 0 - 1 km Steenuil Vogels wnb-vrl 0 - 1 km Bever Zoogdieren wnb-hrl 0 - 1 km Eekhoorn Zoogdieren wnb-andere soorten 0 - 1 km Egel Zoogdieren wnb-andere soorten 0 - 1 km

Soort Soortgroep Bescherming Boomvalk Vogels wnb-vrl Gierzwaluw Vogels wnb-vrl Grote Gele Kwikstaart Vogels wnb-vrl Kerkuil Vogels wnb-vrl Ransuil Vogels wnb-vrl Slechtvalk Vogels wnb-vrl Wespendief Vogels wnb-vrl Zwarte Wouw Vogels wnb-vrl Heikikker Amfibieën wnb-hrl Poelkikker Amfibieën wnb-hrl Gevlekte witsnuitlibel Libellen wnb-hrl teunisbloempijlstaart Nachtvlinders wnb-hrl Platte schijfhoren Weekdieren wnb-hrl Gewone dwergvleermuis Zoogdieren wnb-hrl Laatvlieger Zoogdieren wnb-hrl Alpenwatersalamander Amfibieën wnb-andere soorten Bastaardkikker Amfibieën wnb-andere soorten Knolspirea Vaatplanten wnb-andere soorten Stijve wolfsmelk Vaatplanten wnb-andere soorten Grote modderkruiper Vissen wnb-andere soorten Bunzing Zoogdieren wnb-andere soorten Das Zoogdieren wnb-andere soorten Ondergrondse woelmuis Zoogdieren wnb-andere soorten Rosse woelmuis Zoogdieren wnb-andere soorten Waterspitsmuis Zoogdieren wnb-andere soorten

Afstand 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km

Quickscan flora en fauna Schotse Hooglanderstraat, Waspik Bureau van Nierop 2020 ©

16

Bijlage 3 Foto’s onderzoekslocatie

Foto 1. Zuidzijde van de onderzoekslocatie

Foto 2. Oostzijde van de onderzoekslocatie

Quickscan flora en fauna Schotse Hooglanderstraat, Waspik Bureau van Nierop 2020 ©

17

Foto 3. Noordzijde van de onderzoekslocatie

Quickscan flora en fauna Schotse Hooglanderstraat, Waspik Bureau van Nierop 2020 ©

18

Bijlage 4 Toekomstige situatie Schotse Hooglanderstraat

Afbeelding 4. Inrichtingsschets toekomstige situatie Quickscan flora en fauna Schotse Hooglanderstraat, Waspik Bureau van Nierop 2020 ©

Bijlage 5. Aerius berekening

Quickscan flora en fauna Schotse Hooglanderstraat, Waspik Bureau van Nierop 2020 ©

20

Quickscan flora en fauna Schotse Hooglanderstraat, Waspik Bureau van Nierop 2020 ©

21

Quickscan flora en fauna Schotse Hooglanderstraat, Waspik Bureau van Nierop 2020 ©

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11305747/1